(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Biodiversity Heritage Library | Children's Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake ..."

Google 



This is a digital copy of a book that was prcscrvod for gcncrations on library shclvcs bcforc it was carcfully scannod by Google as part of a project 

to make the world's books discoverablc onlinc. 

It has survived long enough for the copyright to cxpirc and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 

to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 

are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other maiginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 

publisher to a library and fmally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automatcd querying. 
We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfivm automated querying Do nol send aulomated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a laige amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attributionTht GoogX'S "watermark" you see on each file is essential for informingpeopleabout this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can'l offer guidance on whether any speciflc use of 
any speciflc book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
anywhere in the world. Copyright infringement liabili^ can be quite seveie. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full icxi of this book on the web 

at |http : //books . google . com/| 



Google 



Dii is ccn digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliotheek pi anken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 

doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is na oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 

domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursrecht termijn is verlopen. Het kan per land 

verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 

geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 

lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automadsch zoeken. 
Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niei-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet-commercicle doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over hci 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebniikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek mst, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informade wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 

op het web via |http: //books .google .coml 



i 



Tt AMSTERDAM By R. en G. WE T S TEIN. J723. 



« ► 



V* 



AEN LEIDING 

Tot de Kenniflê van het 

VERHEVENE DEEL 



NEDERDUITSCHE 

SP R,A K E. 

WAEH. IN 

Hare zekerfie GrondflM , edeUte Kngf, nutteUMe OoderTcheiding^ 

en eeregeldftè Afleiding overwogen en naegelpoort, en tegen hét 

filervoornaemfte der VeronMrde en Nog-lerende Taelver- 

wanten, als't Oude MOESO-GOTTHJISCH, FRANK- 

DUITSCH, en ANGEL-SAXISCH, benefiêns het 

Hedendaegfch» HOOG-DUITSCH en 

YSLANDSCH, veiTjeldtett word. 

DOOR 

LAMBERT ten KATE Hermanfz. 

EERSTE DEEL. 



Tot AMSTERDAM, 
By RÜDOLPH EN GERARD WETSTEIN. 

MDCCXXI IL 



r 



I 



\ 



1. 



\ *■ * 



P L I NIUSi SE GU N DUS, 

In Prasfatione I^aturalis Hiftorisé. , 



Hes -ardua , vetujiis newtatem 'dare^ novis dufforitatem, éftfoletii nitO' 
rem l ohfiuris lucem j fajiiditis gratiam^ dubiis fidem. ' Omnibus verê 
naturam » tS natura fu£ vm , eti»m nên ajfecutis ^ Johijfe , abundi 
fulcbrum atquemagnificum efi. e 



r 4 



y 




VOORREDEN 





T o T D E N 







R- 




NDER 't volvoeren van wijduitgeilrekte dingea 
groeit het Werk dikwijls verre boven verwag- 
ting ,* dus is 't ook mij. in dezen gebeurt ^ Hier- 
om agt ik het van nut te zijn, dat ik déswegea 
in deze Voorreden eenideels eene verantwoor- 
ding doe , en anderdeels eene Aenwijzing hoe men op 't 
kortfte zijne nuttigheid daer uit zou kunnen trekken. 

't Is al vrij vele jaren geleden, dat ik mijnen aendacht liet 
gaen over den aerd en de veelheid onzer Ongelijkvloeyendc 
Verba , die bij de Hoofdtijden van Wortelvocael veranderen^' 
( als BREKEN , BRAK , GEBROKEN , enz: tot omtrent 
200 fhiks) y welken ik zag dat de Letterkundigen door- 
gaends^ Ongeregelden noemden : bij de eerile opmerking fcheea 
't mij al toe , dat ze dwaelden in zulk een vonnis. ; en na 
verdere overweging bevond ik het nog klaerder j ontdekkende 
met minne moeite, dat niet alleen de Gelijkvloeyende K^r- 
èa , welke bij alle verbuiging dezelfde Vocael behouden 
(als DEELEN, DEELDE, GEDEELT, enz:) en die alleeri 
bij de Schrijvers voor Regelmatig getelt wierden , maer dat 
ook zelf de veroordeelde Ongelij kvloeyendJen eene volmaek- 
te Regelmatige rooij , na ijders rang en aerd, volgens 't Ge- 
bruik en zonder éenige verplooying van eigen goeddunken , 
onderworpen waren j zulks dat het overige getal der ware 
Ongeregelden zeer klein en gering bleef. Deze gemaklij- 

- * 1 ke 



* V o o K IC E I> E N " 

ke vinding, die gemeenlijk als ondoenlijk was gerekent, noop- 
te mij om te onderzoeken , hoe 't in dit (tuk bij de voor- 
naemften onzer Oude en nog levende Taclverwanten ftond, 
eerft in 't Moefo-Gottifch , in 't Frank-Duitlch , en 't Hoog- 
Duitfch , en daér nae ook in *r Angel-Saxifch , en 't Yf- 
Itndfcji j en beljïeorde ik toen ,»* dat bij elk, hoewel 'cij de. 
Grammatici doorgaends 't zelfde quade vonnis (breken , de 
Ongelij kvlpeyende f^erha , die de onzen , na ij ders Diale^-ver- 
anderitig net be'antwoordedën , even zó geregelden gang hiel-^ 
den , als de 'Gelijkvloeyenden. En hiét uit ontdekten zig een 
iekerhctd en proef, dat ik rriijn (poor niét qualijk geno- 
itaen had , en daerenboven bragtèn deze uitvindiE^en meer 
dhdcrc beichóuwingen voort , die dèü arbeid niet onaenge- 
naem' maekten. 

Vopteerft fcheen mij de kennis van deze Geregéltheid 
vrij gewigtig en van belang , niét alleen om dat de Verba 
jneer dan eenig ander fóort van Woorden, en de Ongelijk- 
l^loeyenden veel meer dan de andere yerha , in onze Schrijft 
en Spreek- tacl te pas komen, zidks dat onze Sprake , bij 
aldien dit oude voorgeven wacr was geweéft , te jammei*lijk 
óngeregelt zoude moeten geagt Wórden j macr ook, om dat 
dit iiity inden een verdere aenleiding en doorzichtgaf tot een 
Grondflag eener Geregelde Afleidinge, en tot naefporinge op 
Welk eene wijze onze Tacl tot hare rijkheid van Woorden 
gekomen zij. 

Uit de vergelijkingen xlezer Geregelde Ongelykvloeyend- 
heid bij Ons , tegen die 4er andere genoemde Taclverwan- 
ten , vond ik korte Regelen uit van elks Z>/<ï^^-verichiL 
En dit gaf mij wederom verdere opening , om door zulk een 
middel onze Gemeenlandfche. D'taUSi ^ voor zo verre die nu 
van eenige bijzondere Steden verlchilt (hoewd ze <loor de 
Oude Taclverwanten word beveftigt , en <loor de agtbaerftc 

Neder- 



T o T * D E N L E Z E R. 

N^etdüidche Schrijvers van voor omtrent eene Ecawe door 
«enig ondericheid van fpelling ook ten deele is aensewe*^ 
ztn) onder zekere Roeien én op een vaften voet te bren- 
gen. 

Den toegang en doorzicht, om de Afleiding (die het edel^ 
ièe en verhevenfte Deel der Letterkunde is , als men die 
voorzigtig bij* der hand neemt) op eene meet geregelde 
-Leeft te (choeyen, vond ik , onder 't beproeven van «deze 
Ongelijkvloeytnde Verèa t^n de Oudheid en deze Du* 
^B-Tcgds , zoo veel opgehüldert , dat ik toen van tree tot 
tree zo van mijne vorderiiig ais van de zeker- of onzekerheid 
kon oordeelen ; daer men voor dezen , na 't mij nu voor- 
komt , in het befte doorgaends onzeker bleef, en iömwijl het 
ikgtfte voor het befte opgaf en acnnam. 

Terwijl ik in het onderzoek en de befchouwing dezer zaken 
in haren eerften oor/pronk nog bezig was , en voor mij 
eelf eenigê ronwe ichetien daer van , tot onderftenninge Tan 'c 
geheugen , opftelde , qüamen mij onder de hand ook velfe 
andere Letterkundige. Aenmerkingen te binnen, daer van ik 
niets > ato /veel «k wift, bij anderen vermeld vond, eh waer 
onder ctlijke waren, over welken men zig, tot roem onzer 
Voorouderen, te verwonderen ^eft, dat ze zo edele en éijne 
ondericheidingen in onze Sprake niet alleen hebben naege» 
/poort, maer ook dat ze die onder *t gemeen konden doen 
gangbaer worden. 

Dus groeide allereerft het Werk in 't hoofd , en op de 
kladden ; dog middelerwij Ie maekten deze Bevindingen , be^ 
nefFens de onderlinge RedewilTelingen over deze Stoffc met 
Vrinden en Luiden van LetteroeSening en Oordeel , mij 
niet ongenegen om van alle deze zaken een netter ont- 
werp in zulk eene orde op het papier te brengen , dat het 
an gevolge voor de prukpers en voor 't Gemeen zou kont 

* 3 . nen 



V o o R R E D E N 

nen dienen, zo drae mij gelegene djd en omftandijgHêdea 
doer toe aenrieden# 

Hier uit Iproot dan onze Eerfte Rèdewijfeüng van dit Werk, 
die in 't korte de yoornaemfte Aenleiding, 't Oogmerk, eg 
de Beweegredenen dezer onderneminge behelH:. £n , om 
te weten of het onderwerp zo veel arbeid en aendagt ver-i 
dient , dacht mij niet onnoc te zijn, dat men eens over- 
"woge den Lof der Spraekvocring , henevens de Heerlijkheid 
«n waerde van die ^ waer uit dan onze Tweede Redewtffeüng 
gevloeit is. Maer, alzoo. wij van gedaditen waren, gelijk 
iwij nog zijn , dat men in 't behandelen der .Taelg^ieerf» 
heid de Wetten uit de Gebruiken moet vinden , ea niet 
nieuwe naer eigen goeddunken imeden , zo wa& *t wel 
noodig , dat 'er ook déswegen eens aenwijzing wierde ge-* 
idaen ; als mede , hoe men dan evenwel de Talen bsfcna- 
ven kan ; \ welk de Stoife van onze Derde Redewiffeling 
geworden is. Verder , .aengezien ons voorgenomene Ver-» 
toog der gewigtige Regelmatigheid onzer Tale , en de 
Proevea der Geregelde Afleidingen, hare vaftigheid en 
grondAag moeften vinden in de vergelijkinge van 't Onze 
met de genoemde Oude en hedendaegCche Taelverwanten , 
20 fcheen 't mij nutteh^k toe-, dat 'er , zo kort mij doenr 
iijk was , uit de bekende Hiftoriën en de overgeblevene 
Stalen van Oudheid, een Verhael gedaen wierde vaa de 
Volk- en Tael-verlpreiding over Europa j om daer uit te 
kent^en zien , waer uit deze Verwantfchap tu^chen het Moe- 
fo-Gotthifch , Frank-Theutfch , Angel-Saxilch , Hoog-Duitfch> 
Yflandfch, en het Onze, geó>roten is,, en hoe nae die be- 
ftact ; dewijl velen der Lezers , en- mooglijk oofc ibmmige 
Geleerden, in die zaek geeae opening genoeg zullen gehad 
hebben ; hier uit zijn dan onze drie volgende Redewijfeim^ 
len , nameUjk de Vietde , yijfde , en Zefde ^ gefptoten y, beneyens 

de 



r X> T D B N L E Z E R. 

«ie tvét Bijlagen i ftrekkende de Eerfie tot bewijs én tot cenc 
•proeve van 't beloop,van de Verandering, en van de Gemeenfchap 
tdezer Spraken, welk alles ik hebbe verrijkt niet ecne Land- 
kaerte van de Volk- en Tael-verfpreidtng over Europa , om 
•een gemaklij ker en levendiger vertoon aen de zaken te ge* 
.ven ; en de tweede^ Bijlage dient tot een (laeltje van de 
Otid-Deenfche Poëzij in de IX. Eeuw , toen die Volke- 
ren onder alle de NoosdeHngen de aenzienlijk^le figuer raaek- 
ten. - '.'■.•■■ 

:. £n, dewijl de Kennis van de Klanken en elks eigene Let-* 
ter niet wel kan gemifl: worden , als men de Letterkunde in ha- 
Ten grond' wil befchouwen , zo vond ik het dienftig , eer 
-we tot de Leden der Taelkunde zelf overgingen , onze ge- 
-dagten over de Cr'tüque Spel kunde te uitten , die wij , om 
alle onnoodige gëfchilkn te vermijden, van 't gewoone agt- 
Jbaerfte Gebruik ondericheiden houden , zonder 't Gemeen 
«vet het eerfte te quelleh j aentoonende met -een hoe wei* 
-inig 't CMque , fchoon men het wel genoegfaem op een wi(^ 
konftigen voet kan brengen, van het reeds gewoonlijke ver* 
ichitlënde is ; latende dit Naeukeurige alleenlijk (brekken 
(gelijk bet dan ook nuttelijk is , en alhier gebruikt word) 
om de wonderbare Phyjfique vorming der Letterklanken te 
icennen, en, ter ^elegentheid van dat, de oorzaek der Klan- 
ken , en bijzonderlyK die van 't Letter-maken ; benevens 
■denverderen Grondflag der Z)M/(?^-'kennis , na ons vermogen ^ 
tot aen zyn oorfpronk op te graven: Hier toe dienen dan onze 
<lrie volgende Redewtjfeling^n , als de Zevende handelende we- 
•gens de Spelkonft , de Agtfie wegens de natuerkundige oor- 
'zadt van 't Geluid , en de toonverandering in de Zangkonft^ 
en byzonderlyk van die der Letterklahken j en de Negende behel- 
zende een onderzoek over het ónderfcheidtulTchendeGcmeen- 
4andfche DhleBy en die van de Amftel- & Rynlanders, éft 

over 



VOORREDEN 

orer de zekerheid van 't zelve onderfcheid ; benefiRens de Regdfib 
tot Redding , in de Derde groote Bijlage vervat ^ znnde onze 
Vterde Bijlage een Lijft van Dubbel- of Twijrel-sdnoige 
Woorden volgens de Amflel** en Ryn-laodfcbe Dkah6t. 

Wijders > om onze verdere, velerhande Letterkundige Acn^ 
merkingen in- een gevoeglyke fchikking en elk op haer places; 
byeen te hebben, vond ik noodig, of ten minfte nuttig', 
dat ik eene Ttende RedevHjfèUng hier htj^toegde, om cene Nafc> 
tuerknndige Ondedinge te doen van de Deekn der Taelkuode 
in 't Aigemeen, oveiwegqifie velk eétie plaet» die oóder onze 
Denkbeelden bekleeden; om daer door te netter te ineten, vat 
we denken en wat we (chrijven , 't gene meè 'c Toomaemfte 
doelwit en 't notteltjke van dit werk is ; fprekende otidertii(^ 
ichen van de Vefboig(aemheid der Naem- en VoonlaenI^woor*• 
den , van derxelver Getal en Ge{^ , en van den inncrlijkes 
tert en 't onkrlchetd van zin in de Cafus of Valhoigingen,, 
aU mede van de Verbuigfaemheid der Werkwoorden , mitsgjKlers 
Tan het Oud-Diiitrche gebmikinhet uitdrukken vaahetonde£hetd 
der Tijden* 

Hter op hebbea we eene Elfdc' RedeimffèCn^ latetr volgen», 
om aen te toonen, boe 'er in onze Nederduitlche Diak^ eet» 
bijzonder fraeijé eigen(cbap van EkcHneren plaets heeft ^ 
\a] geen der anoece Taelverwaofien » nogte bif, geen» vao al dé 
Oude nog hedendaegfehe Ettnopf/fBe-Takoy ,zp verre mi) be wuft 
SS, ingebruik; en waer van ook gpenen onzer (TrtfmmA^i vermeld 
|iebben> fcluxH^ze mooglijkzo wel als slle aaderendie eenrgoede 
pen ia 't Nederduitlch weten te voeren, van zóü,. zonder het 

fade te Iken , dat ondedcheid doergaeods zouden opvolgen ;. 
eftaende die Onderfcheid hier in, dac we, na de driederhancfe 
Ibijl van; fchrijven, als ( i) bij 'c Hoogdrayende o£ Verhevene^ 
.(%) bij 't D^ge of Statelijke, en (3) bij- 't Gemeene , elk 
<coke bijzondere wijze van DgcHuerm hebben w^ec te nemenj. 

waer 



) 



T o T D E N L E Z E ,R, 

4 

waer van wc Proeven bijbrengen , met Voorbeelden van een 
Subfiant'tvum en Adjeófhum bijeen, 't zij zonder, 't zij met 
eenig AviihL Ter welker gelegendieid wij ook handelen van 
de merkwaerdige kragt en beceekenis der Artikelen of Voor- 
leden , om 't innerlijke wezen van die. wat dieper in den grond 
te befchoawen , waer bij 't Vermogen en de Waerde van het 
véL-accenterett in de Stemleidinge met-één in overweginge komt. 
En , ondertaiïchen verder handelende van eenigen onzer bijzon- 
dere Taelgd>ruiken , derzelver Oorzaken , en Rede , en van der 
Voorouderen naeükeurigheid omtrent de Zuiverheid der Denk- 
beelden > befluiten we dit met eene aenwijzing van de Oudheid 
onzer Artikelen, en den Oorlpronk van die , als mede hoe 't 
bij de Oude en I^ieuwer Tael verwanten déswegen gelegen is. 

Onze Twaelfde Redewijfeling vervolgt onze opmerkingen ovec. 
SEolke naeukeurigheden rakende de Nomind AdjeBiva & Subftanti^ 
va » zo ten opzigte van 't oude als hedendaegfche gebruik , die 
de vorige GratmntUm of overgeflagen , of bij mifgreep , voor On- 
gecegek hebben aengezien. Verder , na gefproken te hebben 
van ons Cbar^iffer van den Pluralis , gaen we over tot het On- 
derscheid van 't Gems onzer Suhftantrva y derzelver Regelen, 
Behendigheid , en merkwaerdige Oud- en Egt-heid van deszelfs 
grondlegging; veilende deze zekerheid niet Hegts op 't gebruik 
van dezen of genen agtbaeren Schrijver van de voorgaende Eeuw, 
maer op een bewifs dat het dufHanig onder onze oudfte Tael- 
verwanten al gcgrondveft is geweeft , waer toe we eene Vijfde 
Bijlage hier hebben bijgevoegt, zijnde eene Geilacht-toetfè van 
ruim 7JO onzer Subftanfiva, ter Proeve geftelt tegen het ou- 
de Mo^ib-Gotthifch , Angel-Saxifch , I<rank-THeut(ch , Hbog- 
Duttfch, en YOandfch. Behalven dit, hebben we ook ten ein- 
de dezer RedewifTeling aengetoont , hoe onze Nederduitfche 
Voorvaderen met zeer veel fchranderheid een zeker gebruik 
hebben weten in te voeren , dat ibmmige Cofftpafita het ge- 

** • flagt 



VOORREDEN 

llagt van *c agterfte Lid vdgen , en fbmmigen niet ; eene Waer« 
nemit^ die aenwijft , dat het gene bij gebtek van veretfchte 
onder^heidiog voor onger^lc vierd aengezien , egter, wd bén 
&lt zijnde , onder 't Regelmatige , en te mets van 't allerfraeifte 
te kouden is. 

£n, aengezien de Pronomka hunne opmerking xrel vaerd^ 
sijn , vermits ze telkens te pas komen , zo vond ik noodig dat 
werkelijke (hik vat nader nit te halen dan 't bij anderen gedaea- 
vas , en dat met eene gelijke ondericbdding na de verandering 
van Stijl , gelijk te voren bij de Nonuna geichied was ; waer 
toe dan onze Dertiende Redewijfeting (Irekt : hebbende ik wijders^ 
om de uitgebreide ftófFe in een korter beilag bij-één te koooen 
zien , eene herzameling van die Prommma in onze Ze/de Bijlage 
daer agter gevoegt. 

Etndeiing vervat onze Veertiende RedewiJHtng het overige on- 
%er Aenmerkingen, loopende op de innerlijke kragt van ons her 
dendaegfch uitdrukken van de Tijden der Verba ^ waec onder 
ook iet merkwaerdigs volgt nopende het vetfchil tojfifchen oo^ 
zen Infimtivus ReBns en OküqimSy gelijk mede belangende ons. 
ketrrlijk onderfcheidene gebraik van 't Voorzet£cl GE- bij ome 
Traterita FartiapH, 

Tot dus verre verkozen we deze Sto£fe te verhandelen bij wij<- 
se van Redewiifelingen, om de tuffchen-invallen en uitweidk^ien,. 
benefiPens de zwarigheden en Redew^ddngen , rakende mijne eigene 
bedenkingen, óf nopende het gene onder 't gefprek met mijne 
Vrienden mij voorquam , te beter hace plaets te kunnen ge« 
vcn.^ 

dog, toen deze Beweegredenen vervielen, hebben we onze 
Verhandeling van de Regelmaet en Rangjcbikking der Verba in> 
kleine Hoof£lukken afgedeelt : meldende het Eerfte van 'r be« 
lang en nut van de kennifTe dezer Regeknattgbeid ; doende met-» 
één verflag van de Schriften waer uit wij de Voorbedden dezer 

Oude 



TOT DEN LEZER. 

Code en Verwante Talen hebben bijeengezanielt. Bij • het 
Tweede Hooftideel, tot het Agtfte daer onder begrepen , vind 
men de Regeimaet en Rangfchiiddng van onze f^ ederduitfebf 
Gelijk* en Ongelijk-vloeyende Werkwoorden, Bij het Negende 
Hoofddeel j tot en mèt het Vijftiende , vind men 't zelve in 't 
Mte/o-Gottii/cb } de Rangfchikking dezer Verba hebben we al 
vertoont genad in ons. vcnrig uitg^evene Werkje van de Gemeen^* 
jfcbap ttt^cben de Gottbijcbe Spreie en de loeder dttitfcbe , dog 
de Regeimaet fpaerden we toen voor dit vollediger Werk, 't 
gene het vorige na tot zijne nattigheid kan ovemrengen» De 
Zes volgende Hoofddeelen vertoonen hier de Regeimaet en 
Rangfcbikking der Verba in het Fnmk-lHemfib. De Vijf daer 
aen volgende volbrengen 't in 't AngelSaxifcb, Hier op komea 
'er Zeven voor het Hoog-Duit/cb; En nog andere Zeven voor 
de Rangfcbikking in het Vjlandfeb, Uit alle welke Overeeo- 
komft te befpeuren is , dat de Geregeltheid de:6er Ongelijkvloe* 
yenden al van over*oude tijden af > zelf voor de Verfpreiding 
der oade Tael-gezufters , namelijk die der Noordfche M Kim- 
brifche en der Oud-Duitfche Stam-hoizen ('t gene meiiwel |O09 
Jaren te rug mag begiilèn ) , zeer vaft in 't gebruik gegrondvefl 
geweeft , en tot neden toe onverwrikbaer gebleven is. Men zoa 
•^er , dankt mij , onte vorige Letterkande-makers te kort doen , 
ais men hen allen van flof heid of gebrek .van Oordeel en Vin« 
4ling verdacht hield, om dat ze deze ftotfe, ichoon nu bij de 
nitkomft het gewigtigfte onzer Taelkunde geworden , zo gebrek- 
kig gelaten nebben , dewijle mooglijk de meeften met andere 
gewigtige bezigheid beflommert zijn geweeft } behalveh dat ook 
aen Weinigen de vereifchte ruimte van tijd tot zulk een onder- 
zoek, benepens de noodige Boeken der Oudheid, die het tim- 
merhoat tot dit Gebouw verlchafPen moeften , heeft mogen ge-: 
beuren; waerom ook ik voor mij geen deel zoek* in zulk een 
beichuldiging. 

** 1 Ten 



•• 1 




VDORREDEN 

" Ten befluite van dit Eerfie Deel, dacht ik het ook den 
Le^ier niet ongevallig te zullen zijn, 20 ik agtet het zelve 
tot een toegifte liet volgen , eerftelijk eenigen oiizer geriri- 
e Agnmerkiriiien omtrent de Land- yr'tefche DiakS en hare 
'erba j en ten andere De CXXyi, Waernemmgen op de HoU 
iandfche Tael van onzen grooten Letterheid P'^i C/*: Hooft ^ 
ïo als ze mij van goeder hand zij n medegedeelt , welke om- 
trent zes mael zo groot zijn als die genen , die de Heer 
Hoorraten bij zij ne Aenmerktngen over de Ge/lachten, Aor 1 700- 
etti7 1 o uitgegeven, gefchikt heeft gehad, voor welke Geflagtlijft^ 
5to van deze vorige Drukken,als van den derden van dit jaer 1723, 
tik onzer Taellievenden , zo ik geloof, in zijn bertemet raij hen* 
dank weet. Dit Hoofdfche Schetswerk is van 't eerfte dat 
mij voorgekomen is, 't welk, mij nes agtens , uitzicht had^ 
Dp het Verhevene E>eel onzer Letterkunde , hoewel 'er van 
't voornaemfte de Rede en Regels ontbraken ; waerom ik 
Ook al in 't begin van deze Tael-oeffening kortelij k mijne 
Aenmerkingen daer nevens of 'er onder gevoegt heb ge- 
had, • 

Ondertuffchen is het mij niet onaengenaem geweeft: , na 
t)ns onderzoek dezer TaelftofFe , te bevinden , dat het gemee- 
ne zeggen van daer is geen Regel zonder exceptie bij onze 
Tael geene proef meer kan houden , alzoo de Uitzonderin- 
gen zo fchaers zijn geworden, en, na de rijklijkheid der ge- 
gevallen te rekenen^ genoegfeem ak tot niet zijn- verimol- 
ten. 

Nu geraekten we tot aen het Tiveedè Deelv^n onzen arbeid , 
naemlijk het onderzoek van den Oorfpronk der Woorden; 
onze Twee Proeven , meen ik, van een {geregelde y^fle'tding^ 
feebbende beiden geene andere Stamboomen tot onderwerp 
dan de Ongelykvloeyende Verba ,• de Eerjie namelijk onze 

Eigene, 






T o T D E N LEZER. 

Bigene, «die daegtijks nög in gebruik zijn, met bijvoeging 
Yan elks Mede - voorbeetden , zo als die bij de meerge- 
noemde Oude en Nieuwer Taelrerwanten zig vertooneni 
tervdjl de Tweede Proeve f^teckt van zulke Ongelijkvlocy en- 
den j die , fchoon bij ons reeds verloren of verileten zijn- 
de , ik egter onder die Verwanten gevonden , en volgens 
yders DiahS daer uit herftelt heb , waer van ook door- 

faends onder ons nog -overige Takken zig opdeden , die , 
uiten zulk een naelporing , onmooglijk tot elks egten 
Wortelftam te brengen waren. Maer , op dat men wete 
welk* i^oor wij in dit groote Woorden-woud hebben gezocht 
en ingeflagen , zo vonden we goed om twee Verhandelingea 
van den Grmdflag dezes- Werks vooraf te laten gaen ,♦ wel- 
ker Eerfie vermeld van de Waerdigheid en Vrugt eener Ge- 
roeide Afleidinge ,• als mede van ons Oogmerk , de ver- 
eilchte Voorzigtigheid , en de Middelen tot Vordering j 
gelijk ook van de Redenen waerom we de Ongelijkvloeyen- 
^e Verba boven anderen tot het onderwerp onzer Proeven 
verkiezen j mitsgaders wegens 't onderfcheid der DialeBe»,. 
de Overdragt van Zin , de Euphonie , en meer andere za- 
ken : ftrekkende onM Tweede verhandeling , eenlHeels , tot 
aenwijzing van 't belan? van de. Kennis der Woord-ontle- 
dingen , en het fraei-lprekende onderfcheid tuffchen onze 
Toevallige en de Wortel- of Zakelijke- Deelen, van een 
Woord 'y en anderdeels , om naektelijk te ontleden de ge- 
wigtige en ftreekhoufiende Verandering, der Letter-Klinkers, 
na de fchikking van elks eigene Clajjii \ alzoo men , ten 
opzigte van de P^^^c^^Z-wifleling , uit de Werkwoorden van de 
cene ClaJJi% tot die van de andere niets ter wereld beflui- 
ten mag, nog'te kan, met eenige Voorzigtigheid: en tot 
te meerder zekerheid hebben we dit alles gefterkt met de 
Oude en Hedendaegfche Taelvèrwanten. Een onderzoek- dat 



ifif. 



niet: 



» • 



V o o :R R. E D 'JE N 

niet geichiedcn kon > b$voren$ het uimaden van de R^el- 
maet en RangfchikkiQg der Ferèa zo bij Ons als bij de aa* 
dere Vermaegtfchapten ; waerom ook niet te verwonderen is , 
dat men tot nog toe een goeden Grondflag van Geregelde 
Afleiding gemift heeft gehad. En , op dat men de Woor-^ 
den te netter verftae , hebben we in deze tweede Verbande-» 
ling ook eene Ontleding van de toevallige Voor- en Agtcr-» 
iedèn dacr by gcvoegt , Oftn , zo verre ik 't nafporen kon , 
derzelver innerlyke kragt en dienft te kennen,- en te doen 
kennen. 

Aldus hebben we ons van de Verouderde , en Hedendaeg^ 
iche voornaemfte Taelverwanten bedient, om onze eigene 
Spraekkunde Licht en Vaftigheid by te zetten , en tevens 
het Gewigtigfte zo wel. van de Talen dier Verwanten , als 
van de Qnze , in een klaerder dag gezet , ter beproevinge 
van ij der j en, behalven dat we meeual (preken van *t gene 
onze Voorgangers voorbij-gingen, zo heeft ook 't onze gc- 
ftadig het Verhevene Deel in 't oog, om niet alleen voor- 
eerft de Regelen van het Agtbaerfte Gebruik uit te vinden, 
maer ook om daeruae de diiifterichijnende Oorzaeken en 
Redelijkheid van die Gebruiken nae te /peuren* In zoo ver* 
re dan is dit ons Onderwerp en deze Behandeling ten eene^ 
mael nieuw , en niet gering van belang en van moeite. De 
Liefhebbers van Oud en van Nieuw vinden . beiden 
hier Stofj Oud is het Timmerhout der Taelverwanten, en 
Nieuw bijna al 't gene 'er van gebouwt is. Ègter zonden 
'er wel eenige Zaken , büitien mijn kennis bij anderen ook 
te vinden , in dit ons Werk konnen ingeflopen zijn ,* alzoo 
de zuinigheid op tijdverlies , mij doorgaends , wanneer ik 
bij andere Schrijvers niet en vind dat ik zoek , inwendig 
als met zweepen drijft , om te haeften in 't doorbladeren. 
Indien 'er dan zulk iets alhier zig vertoonen mogte , zo 

zal 



T O T D B N X E Z Ë R. 

zal Het tot bevcftiging van "waeiheid kunnen yerftrekken als 
ve overeenkomen , en tot eene Proeve van onderzoek als we 
verfchilleh. Ondertüffchen zal *t geen w^onder zijn , indien 
men mij , in al dien nieuwen en ongebaenden weg te be* 
wandelen, te mets^ wat acg ik^te mets, ja dikwijls in ec- 
nige ftruikeiing of a^waling jrervallen mogtc bevinden , de- 
wiji van mijne raenfchelijkheid veel eer dat te verwagten 
is dan het tegendeel : te meer om dat ik minft op 't ge- 
ringde denkende , mijn emft en wakend oog allermeeft heb 
aitgeftrekt tot het doelwit van het Werk, om den Grond* 
{lag wel te leggen , op dat de Hoofdzaek niet vergeef zij ,. 
fchoon de drin om gedaen te hebben wei oorzaek ioxt 
kunnen geworden zijn van verzuim in het toezien, ennit« 
of over-lchrijven der aengetrokkcne Voorbeelden , of oor- 
zaek. van eenige onrijpheid in gifling of béfluitf hoewel ik 
doorgaends getragt lid>, liever 't Zeer>waerfchijnlijke on- 
der een Stijl van Giffing, dan de Ciffing als eenWaerheid 
voor te dragen , en met- één ondertufTchen de mate van 
min of meer waerfchijnlijkheid door eene of andere be^ 
woording van hachlijkheid aen te duiden. 

Sonmiigen., die zo angftvallig zijn in onze Moedertael, 
dat ze zig nimmer van een Uitlandich woordtje durven be- 
dienen, in Ichijn als of 'er de waerdigde roem onzer Spra- 
ke meê te gronde giog, zullen mogelijk geërgert zijn^ 
dat ik de Konftwoorden niet altijd in Nederduitlche Bena* 
mingen, maer doorgaends met hunne van ouds bekende, ent 
bij alle Geleerden gebruiktijke Bafterdnamen uitdruk. Dog 
niet zonder gewigtige redenen is ditgeichied; zijnde de ee-^ 
ie onzer Tale in dezen gantfchelijk niet verkort, dewijl ifc 
mecftal op de eene of de andere plaets eene Vertaling daer 
nefiPens gevoegt, en alzoo aengetoont heb gehad, hoe han- 
^elbaer «n rijk onze Sprake ook in dat {buk is;. gaeiide dit 

ver- 



N 



VOORREDEN 

rcrmogea zelf zo verre , dat men velerhande Vertalingen 
daer van doen zoude konaen en ook reeds al fienigermace 
gedaen heeft j zulks dat ook daer in onze Nederduitfche Lct^ 
terkundigen elkander ongelijk zijn gcwordJen ; door welke 
Ongelijkheid het vertaclde te minder een beftendigen door- 
gang heeft konnen vinden. £n overmits ^ uit rede van on- 
gewoonte, die jong-tijdfche Konft-Namen , hoc fraei de ver- 
taling getroflFen mogt' zijn, egter dikwijls , tegen alle Ge-^ 
voeglijkheid aen, meerder aendacht vereifchen om hen , dan 
om de zaken zelf te verftaen , zo meende ik , dat , nieuwe 
bedenkingen door ongewoone Benamingen te willen beduiden^ 
een ontijdige netheid was, die 't oogmerk van gemakkeUjk 
te berigten om verre ftiet. Nieuwgeborene kinderen, of die 
even eerft leeren gaen, zijn bequamer om te vermaken , dan 
om te onderwijzen ; als ze manlijke vaftheid zullen gekre- 
gen hebben , zal ik de Eigene voor Baftaerde verkiezen : 
Welk een Vorft , welk een Staetsmah , of Huisvader zal 
fchroomen zig van een welbekenden Uitlander te bedienen, 
zo lang hij nog geen Inboorling heeft, die hem even vor- 
derlijk zij ? Vreemd , dat meerder dienft doet als eigen , 
behoort niet verfchoven te worden ,• dat nut is , is niet bafterd 
of ontaerd. 

Wydefs , hoewel ik my niet beklage over de moeite van dit 
werk, vermits ik in 't fchryven zo wel als in andere zaken 
niet gaerne, lotiTelyk by de gis werk , maer begeerig ben te 
weten in hoe verre 't goed of quaed zy 't gene ik doe ; welk 
weten ik zonder zulk een onderzoek in^ dit ftuk niet wiil te 
bekomen; egter ben ik niet verkuift met het grootelyks uit- 
dyën van dit werk , in weerwil van de Kortheid , die ik , zeer 
yverig en moochlyk al te zeer beminnende , alhier in alles 
zo veel betragt heb, als my dacht, dat, behoudens de be- 
hoorlyke klaerheid , in al deze nieuwe verhandelftofFe beftaen 

kon. 



TOT DEN LEZE R. 

kon. In deze Kortheid, daer ik van fpreke, zie ik niet o 
een afgebroken Styl , welken ymand , zo hy flegts een wee 
lang zig daér in gèwenne , ligtelyk bekomen zou ,♦ nogte 
ook niet op "zulk eene bekorting van Woorden, dat *er geen 
van die vergeeft, maer elk of tot de Zaek of tot de Lei- 
ding van goeden dienil zij; want dit, hoewel het lofiFelijk 
is , hangt meeft van een goed oordcel af j maer op zulk 
een kort fchrijven , waer bij , hoe volledig en min a^ebro- 
ken de Reden fchijne, égter de zaken zelf zodanig onder 
hare veelheid zijn uitgekozen, dat alle andere van minder 
belang genocg(aem als van zelf daer uit volgen , en dat 
men zig niét, of niet dan kortelij k, met het minft gewig- 
tige ophoude> dog allermeeO: en nadrukkelijke met dat gene, 
dat tot het groote oogmerk de voornaemfte vordering kan 
doen : zulk eene fchikking , fchifting , en ffheiding , zulk ee^- 
ne Bekorting van Zaken vond ik dat mij moeilijker viel , en 
meerder tijd vereifchte, dan alle andere Lankheid: en hier- 
om zal 't mij niet verwonderen, zo ik, om de ongemeen^ 
heid der zaken , vooreerft nog te kort van beduiding , en 
over vijfentwintig, jaren om 't bekent zijn, veelligt te over- 
tollig zal bevonden worden. Onze twee Proeve» van de Ge- 
r e gelde Afleiding ^ die 't grootfte deel van dit gantfche Werk 
beilaen (en een groot ^lei-Woordenboek of Lexicon Ety^ 
moUgicum in zig vervatten , niet alleen van omtrent 20000 
onzer Nederduitfche Woorden, maer ook van nog omtrent 
20000 Woorden onzer voornacmfte Taelverwanten , iO Ou- 
de als Hedendaegiche, namelijk M-Gottifche , Frank-THeut- 
fche , Angel-Saxifche , Hoog-Duitfche , Yflandfche, enz:), 
«ijn mij wel het mceft ontichotcn, ter zake van de onver- 
wagte Veelheid der voorkomende Takken, niettegenftaendc 
we hier toe niet meer als de omtrent 200 onzer dagelij k- 
fche Qngelijkvloeyende Verha, en de nog omtrent even zo 

* ^ * veel 



\ 
I 



V o o R R E DEN . 

veel Verfletcne en uit de Oudheid herftelde voor oorfpron- 
kelijke Wortelftammen gebruikt; hebben j en niettegennaen- 
de wij doorgaend s , onzes agtens, niet dan van de aenmer- 
kelijkfte woorden aengehaelt, en met dat agterfte gedeelte, 
't welk bij elk met de Letter H begint , nog vrij wat kor- 
ter dan bij *t voorfte omgefprongen hebben , om dat mij* 
ne Veriangft ria den Eindpael zo merkelijk toenam : egter 
vertrooft het mij in deze grootheid dat de uitgebreidheid 
dezer Afleiding den Lezer tot geene bezwaren is kan ftrek- 
ken, dewijl deze Proeven in dezelfde orde als een Woor- 
denboek gebragt zijn , en daerom geene verder agtereen- 
lezing vereifchen , als volgens ij der Woords verhandeling, 
en de betrekking die het tot zijn Stam heeft. 

Ik heb het Voorhoofd van dit Werk met d«i naem va» 
^t Verhevene Deel der Nederdmtfche Sprake laten pronken» 
zo wel om dat het Lezers onderftelt, die eenigfints Latijn 
kennen , en niet onkundig zij n van 't gene te voren uit- 
gegeven is door anderen , als om dat '^er de Oorzaek , Ge- 
regeltheid, en Redelijkheid der Gebruiken word onderzocht 
en naegefpoort, op een naeukeuriger wijze, dan dat School- 
kinderen daer van kunnen oordeelen. Dus hebben alle 
Konden en Wetenfchappen hare trappen , en elk van die 
iiaer Verhevene Deel. Egter heb ik ook dit flegts eene 
Aettleidif/ge i^ die Kenmjfe genoemt , vermits 'er op verre 
nae nog niet alles verhandelt is, en *er voor andere Liefheb- 
bers nog vrij wat overblijft , om dat (poor te vervolgen , of 
een korten en beter te mogen zoeken en vinden : t ys is, 
nu voor hen gebroken j van de meefte moeite en tijdverlies, 
zijn ze ontheft: ze kunnen met vrye en onbelemmerdege-^ 
dagten de Bijzonderheden beredekavelen , fehiften , en uitfchie- 
ten , of vermeerderen , meer dan ik , die in 't eerfte naefpo- 
ren van dien nieuwen weg op het oogmerk en doelwit moeft. 

blij vea 



TOT DEN LEZER. 

blijvea ftar-oogen, om 't zelve niet te verliezen, waer door 
ik minder na mijne voeten kon omzien, om het ftruikeiea 
te voorkomen. 

Zie daer een Verhael van den aengroei dezes Werks , en 
een verflag van de wijze onzer Verhandeling, Dog nu valt 
'et nog te zeggen , hoe , niet tegenftaende ijder onzer Veer- 
tien BLedewiileiingen in een of twee ucrtjes te doorlezen is , 
en de Bijlagen met de gemelde Proeven van Afleiding 't 
groote beüag uitmaken , egter met het minfte tijdverzuim de 
Vrugten daer van te trekken zijnj voornamelijk ten dienfte 
der gener , die 't beft hier van zouden konnen oordeelen; 
in welke aenwijzing ik , volgens 't reeds gemelde , niet te 
zien heb op gantfchelijk Ongeletterden , of ook op zulken , 
die rtiet het fchrijven in *t Nederduitfch niet of luttel te 
doen hebben , o£ die zig^ ^nderfints met een blinde naevol- 
ging Van anderen of .«en gewoonen flenter konnen genoe- 
gen j maer op de z«lken , die , bij *t gene ze doen , gaerne we* 
ten op welk ecïi zekerheid hun doen zijn grondflag heeft; 
onder welken *er zijn , die, van wegen hunne verdienften, 
in een gedurige beflommering en bezigheid met zaken van 
belaag zijnde, geene vrije ueren hebben, om zig in iet min- 
der gewigtigs' lang te verledigen , en welken ik egter wel al- 
lerlieflft behagen zoude, alzoo ik eenigen mijner voornaemfte 
Vrienden , welker oordeel ik hoog in waerde houde , daer 
onder te tellen heb. Hierom wenlchte ik wel hen op 't 
kortfte eenen weg te kunnen aenwijzen , om , met de minfte 
tijd-fchade, een overzicht van 't Werk tot hun genoegen te 
doen hebben. Egter, dewijl de keure van Befchouwing en 
imaek verfchillen konnen , zo dunkt mij dat ik niet voorbij 
kan van hen aen te raden de Korte Inhouden y die voor ijder 
Deel geplaetft zijn , allereerft na deze Voorreden eens te o- 

*** 2 ver* 



. VOO R R E D E N 

verlezen , op dat elk uit alle die geregten verkieze , 't gene 
jdaer hij den raeeiltn trek toe heen. Maer, overmits ij mand 
anders , van buiten komende , onder dit gantfche nieuwe ont- 
werp bezwaerlijk oordeelen kan , welke Gebinten , Zuilen , en 
Cieraden de voornaemfte van dit Gebouw zijn, zo had elk 
wel eenig bezonder geleide , na zijne bijzondere keure gefchikr, 
in dezen noodig. Hij , die wegens den Lof der Sprake , be- 
nevens de Waerde en Heerlijkheid van die , bij zig zelf tea 
volle geruft is , zou . onze Tweede Redewifleling konnen over- 
flaen. Die overtuigt is , dat men in 't Letterkundige de Tael- 
wetten moet vinden en uit de Gebruiken opmaken , dog niet 
uit eigen goeddunken nieuwe mag f meden , en die met eenen 
kundig is , hoe men dés niettemin de Talen befchaven kan , 
zoude ook onze derde RcdewifTeling mogen voorbijgaen. . Die 
't Gebeurde wegens de Volk- èla, Tael-verfpreiding over Euro- 
pa onderzocht heeft gehad , en daer uit geleert , welke onze 
voornaemfte Tael ver wanten zijn , en hoe nae het Mcefo-Got- 
thifch , Frank-THeutfèh , Angel-Saxifch , Hocg-Duitfch en Yf* 
landfch, aen ons Nederduitfcli in afkomft beftaet, zoude meê 
het lezen van de Vierde , Vijfde , en Zefde Redewiifeling kon- 
nen 'mÜTen , zo hij Aegts eens overzag de daerbij volgende eer- 
fte Bijlage, die kort is, en een algemeen overzicht -van. de Ver: 
andering en Gemeenfchap der Europilche Spraken vervat; hoe- 
wel anderfints de eerfte Zes Redewiilelingen de meefte verandering 
van ftofFe hebben , en een fto£Fe niet van 't nunfte na allemans gading; 
Wijders die gene, dien 't nooit te pas zou konnen komen > 
of hij 't Critique van de Daeglijkfche Spelling , en de Ge- 
meenlandiche DiakB van de Amftel- en Rijn-landiche wete of 
wifte te onderfcheiden , en of hij kundig zij van. c\]ss waerde 
en nuttigheid 3 gelijk ook die gene , dien de Natuerkundige Bc- 
fchouwing over de Lettervormingen, en de Oorzaek en 't ver- 
fchil der Klanken in Zang- en Spraek-konft, te afgetrokken en 

te 



TOT DEN LEZER. 

te moeilijk in 't naedenken mogte voorkomen , de zulken zoa* 
den zig ook niet behoeven te bemoeyen met de drie volgende 
RedewiiTelingen , namelijk de Zevende, Agtfte, en Negende, 
nogte met de zeer groote Bijlage N^: 3 , behelzende de Re- 
gelen of Aenmerkingen tot redding in 't gemelde onderlcheid 
van DialeS : hoewel , buiten dat, deze drie RedewiiTelingen niet 
voor de verdrietigfte te rekenert zijn , ter zake van hare rijke- 
lijkheid en verandering van ftofFe; en vermits men van die groo- 
te Bijlage flegts de korte Regden zonder elks onderhoorige 
Lijden noodig zoo hebben te lezen. Niettemin, om te weten op welk 
een Zekerheid het ruflr, dat zulk een onderfcheid tulTchen £1 
en Y , en éë en EE , en óó en OO , als behoorende tot onze 
Gemeenlandfche Dialeéf gerekent wotd , zo zoude het Lezet) 
onzer negende Redewiifeling voor gewigtig mogen geagt wor- 
den , hoewel mooglijk fommigen mijner Medeburgeren , die , e* 
ven gelijk 't in andere Steden toegaet , de Uicfprake hunnes 
Geboorte Stad doorgaends voor de befle agten, niet gemakke-* 
lijk verzwelgen zullen konnen , óét een Mede-Amderdammer ; 
tot roem van der Maellanderen Diale^ boven de Onze in die 
fluk , alhier zulke bewijzen én zekerheid . bijbrengt , die nooit 
van hunne zijde gegeven waren , n(^e ook gegeven konden 
wordeq, zo lang ze niet, even als ik, de Oudl^id doorkropen 
hadden : dog , in 't Onderzoek van VC^aerhetd paft geen aenzie- 
nit^ van Perj(<»ien , nogte verblinde eigen-liefde tot zijnen Me- 
delrarger j en wie is 'er van hen, dien 't meerder raekt als mij 
«elf? 

Van het gene in onze vijf overige RedewKïèlingen , noot 
pende 't Vernevene onzer Taeldeelen . in 't Algemeen, en van 
de Dèclinatién 8c Cotgugatien ter befchouwing' is ingebracht, 
kan ik niet wel aen ijmand , die van 't oorzakelijke , redelij- 
ke , en geregelde eenig verfl^ of. denkbeeld vertieft te hcD* 
ben , raden om iet over te flaen , 't en ware het , om de in- 

*;j5* 3 fpaoning 



VOORREDEN 

jpanniDg van aendacht te vermijden , onze Verhandeling mog*- 
te wezen van de Artikulen of Leed-woordcjes in de El5c Re« 
dewiifeling , of van de Pronomina in onze Dertiende ; ichoon 
een en andere ftofiFe van geen klein gewigt is voor zulk een, 
die de naeukeurigheid bemint in het kennen der zaken , en in 
te weten wat men doet. 

Onder de volgende Regelmaten en Rangfthihkingen der Ver- 
ba zijn die van 't Neder-Doitfch al te gewigtig om dezelve 
niet ernftig te overw^en , te meer om dat daer van het Ver- 
toog zo klein van beftek is. De verdere Regelmaten in het 
Moeib-Gotthifch , Frank-THeotfch > Angel-Sakfiich > Hoog« 
Dnitfch en Yflandich , zoude men , om te minder verlet te 
worden, (helder mogen overzien, en 't genoegiaem agten, als 
men daer uit flegts een denkbeeld gevat hebbe , op hoedanig 
een Leeft die ichoeyen , en hoe gelijkvormig acn 't Onze de 
Ongclijkvloeyende Verba bij al die Oude Taelverwanten zig 
vertoonen; zijnde dit denkbeeld van te grooter belang, omdat 
ons volgende gebouw van de Afleiding op deze Kennifle ge« 
yeft is. 

Dog, is ^er ij mand, die gantich geen vermaek neemt in het 
ftuk van de Afleiding of het Etymon der Woorden , om dat 
hij , uifhoofde van de voortijdfche onzekere behandeling , een 
weerzin tegen die Sto0e heeft opgevat, gelijk het noij zelf bij 
na gebeurt is geweeft , atvprens ik onder dezen arbeid een 
doorzicht van geregelder behandeling meende gevonden te heb- 
ben , dien heb ik geene verder tijdlpillin^ af te bidden , dao 
dat hij flegts onzen Grondjlag van Geregelde jifieickng op zijn 
gemak overleze en overwegen bij aldien hem dan dezelfde 
weerzin tegen die ftofife nog bijblijft , zal hij zig in de twee 
volgende Proeven niet vergeefs behoeven öp te konden. Macr, 
Ingevalle hem dit grager maekt, om tot de Proeven zelf te 
treden , zobdioeft hij nogtans geen meerder tijd daer in door te bren- 
gen. 



TOT D E N L E Z E R. 

f en , dan 't hem zelfbehagen zal jgemerkt yder Ongely kvloeycnd 
^erbum met zyne Takken in 't byzonder is afgehandelt , zonder 
dat het eene van het andere af hangt ; zynde ook elk Wortel- of 
Zakelyk Deel (dat in onze Taelvanydergemakkelyk te kennen 
is , vermits het altoos den accent- of klem-toon ontfangt J 
na den rang van 't A-Bee gefchikt,- en dacröm elkwoord^ 
waer van gehandelt is, zeer gereedelyk nae te zoeken, als 
men voor 't begin daer van rekene de eerfte Letter van: 
het Accent' of Zakelyke-Deel. Egter vertrouw ik dat eeni-* 
gen myner Vrienden nift ongaerne een aenwyzing hebben 
zouden van een ftuk of twee der voornaemfte Stamboomeii 
uit yder Proeve, om 'er een Denkbeeld uit te vormen van de- 
2e Afleiding, en dan verder, na luft en tyds gclegentheid , 
op te zoeken, 't gene men in gevolge verlangen mogte»^ Dog 
fchoon ik uit deze menigte bezwaerlijk de beüben kan uit- 
kiezen , egter meen ik dat voor ftaeltjes van 't Werk mo* 
gen verftrckken onze Verhandelingen van 't Worteldeel Blyv,. 
of Ken , of Lyd , of Ren , of Vryd , of Weeg ; in de L 
Proeve y en die van Liev, ofWELL, of Woed in de II. Pz-ö^- 
ve-y en, zo de Luft in di€ ftofïie hier door opwakkert, kan: 
men ook overgaen tot de Worteldeelen Doen , Gaen , Heb , Kon^ 
Kliev, Kom, Liez, Lig, Moog, Pleeg, Ryg, Stand, Steék^ 
TiEG , Vaer , Weez , en Zit , allen in de I. Proeve j en Bren , 
Byd , Bouw , Düiv , EiG , Er , Mein , Weed , Weld , en Werr , 
allen in de II. Proeve, Of, is ymand vermaekt met woorden van 
Natuer-of2^4e-kundigebefchouWing, ofzulken, welker uitleg- 
ging eenig berigtvan Oudheden, Gewoon tens, of Acrt onzer 
V oorvaderen medehrengt,die keere zig verder tot ons Worteldeel 

BAK^ BAN, BERG, BREEKy DER, DYG, DING, DRAEG, DUIKj 
EETj GELD, GRAEVj HEEL, HEEV, HOUDjKERV,KIEZ,KNYP, 
KOOPi LAET, LIEG,. LUIKj MAEL, MYGv NIET, NYDj QüYN, 
I^ED„ RYD, RYT, RYV, RYZj SCHAEP, SCHEER, SCHKID, 

SCHELEfc» 



I 



VOORREDEN 

SCHELD, SCHENK, SCHIET, SCHRYV, SCHRIK, SLAEG, SLUIT, 
SMELT, SNUIT, SPAN, STYG, STUIVj TYG}VEEL,VYD,VRYD; 
WAEY, WEET, WEEV, WIND, WINN, WREEKj ZEND,ZINN, 
ZUIG, en ZUL, allen in onze I. Proeve i en BEER, BELG, BELL, BOOT, 
BREED, BRIED, BUICH j DEY, DEMP, DENj GUNN> KNAEGj 
LING, LUIT} MEETj OOKj RAUW j SCHAEK, SCHEL, SPEUR, 
STRENG, STRUI» VLAE , VLEEKj WAEK, WEERj & ZWAEP, 
allen in de II. Proeve. 

Dit was het, dat ik ten dienfte mijner Vrienden tot be- 
jkortinge te berigten had. 

Dog eindelijk zal ik ten befluite hier nog bijvoegen , dat 
men 't niet wel trefien zou, wanneer men 't aen wifpeltuerig- 
heid tocfchreef , als men te mets in dit Werk ontmoeten 
mogte , dat ik mij nu van deze dan van gene der onver- 
fchillige Taelgebruiken bedienej 't is dikwij Is met voordacht 
;efchied, om mij vrij te houden, daer de natuer mij in vrij- 
heid laet. En hij , die zig verbeelden mogte , dat dit Werk, 
of eenig Lid daer van geichreven ware om aenhang te ma- 
ken , of dezen of genen afgezonderden trant van Ichrijven 
te begunftigen , of door te dringen , zoude zig gantichelijk 
vergiiTen ; dewijl 't niet anders moet aengezien worden , als 
een enkele voorftelling of verhael der zaken, zo als ze mij 
in 't onderzoek en de overweginge derzelven zijn voorge- 
komen : ik heb de Tael als een Heiligdom van 't Gemeen 
gefchat, daer ik nogte niemand eenig bevoorregt eigendom 
aen heeft, en daerom getracht de Tael- wetten te vinden en 
niet naer eigen goeddunken te verzieren ; en dat alles zon- 
der eenig opzicht van perfbneel gezach , en zonder oog- 
merk ook van ijmand anders te berifpen; als zijnde mij ten 
eenemael onveiïchillig , hoedanig elk verkiezen mogte zig 
van zijne Tael te bedienen en zijne gedachten voor te 
dragen. Komt 'er egter een, gelijk veelligt gebeuren kan, 
die dezen arbeid met een vittend en beri/pend ooge meent 

in 



TOT DEN LEZE R. 

in te zien, die zal, zo hij te regt daer van oordeelenwil, 
zig verpligt bevinden, om, zonder overflaen en niet zon- 
der herlezing, alles net en bedaerdelijk te wikken en te o- 
verwïgcn, zoo geketent is dit gantfche beflag. • Indien ik 
dit mijn Werk bij een Jongeling mag vergelijken, kan ik 
zeggen, dat ik met hem verlproken ben, om ten minften 
wel tien jaren lang hem zig zelf te laten verantwoorden, 
eer ik (indien immer, dewijle zulks niet ligtelijk te ver- 
wagten is) met voorlprack hem te hulpe kome : die 't meefte 
met hem omgaet, zal hem beft kunnen verftaen : 't is te 
veel van Oud en Nieuw dat hij Ipreekt , om de kragt en 
zekerheid van zijn; gezeg ten eerften zo te vatten; hoewel, 
zo ikgiffe, deze Jongeling wel Letterkundigen ontmoeten zal, 
die, onder 't verkeeren met hem, drae genoeg zullen ziea 
en denken , dat ze haer eigene Tael minder kenden , fchoon 
raeer bezaten dan ze wiften , dewijl 't agtbaere Gebruik hier 
de Grondflag der Verhandeling is. OndertulTen bid ik den . 
Lezer geene verdere onpartijdigheid af, dan hij zig zei ven 
nuttelijk oordeele ; wenfchende met eene, dat niets van 't 
gebrekkige in 't mijne bij ijmand ingang moge vinden. 



INHOUD 



N H O U D 



V A N 'T 



EERSTE DEEL 



I. REl>BWISSBtiINO. 

» 

t. AenU^ng van dêze OnéhrbamMing. 

Pag: i 

II. Oogtnerk van de Onderhandeling en 

> fTerk. * 

III. fwijffeüngen van Opfiborting. ) 

IV. 7egen*redenen. 3 
y. Zviarigbeid omtrent de manier van 

bebandeÜf^. 4 

yi. OfloJ^ngy en B^it over de beban- 
deling. 4 




ill. Frugten der Lettergeleertbeid. \% 
IV. Hoe V ijder Folk paft zijn' etgene 
Tael pp te bonrven. l8 



m^^t:'^pf^im^mm^^:^M>^^ m^ 



IV. Rbdbwissbling. 

fFegens de Folk-^ en faeUverfpreïding 

9ver Europa^ 



I. Verhandeling. 



1 



IL R E I> B W 1 8 5 E L I N ©• 

$Fégm de Laf der Sprake» y of HeerUjk- 
- Mi en fFaerde der Spraekvoering^ 

I. TTaerde van '/ Gehruik der Sfr*ke. 6 

II. Fermottderüjkheii der Klankverming. 7 
lU. Heerlijkheid van de Gehorte dtr 

Sprake. 9 
IV* Jetemafib en vtJU bloei der Spra- 
ke», lö 
y . Toepajj^ng op onze TaeL 1 1 




III. Redewisseling. 

Wegens de Befcbaving dtr takn. 

J. Tweederbande Befcbaving der Talen. 15 
II. Jgting der Foomaemfie Mannen om- 
trent de Taelkunde. 



" ^ r 



L Tivaderhande Grond/lag dezer Fer^ 
bandeUng. XO 

II. Natuerlijk beloop van de toevaÜige 

Ferandering der Talen. tt 

III. Genieene ftelling van de Bevolking . ^ 

van Europa door Japheths Kin- ^ 
deren. tz 

IV. Overtenkomft tuffen V Ferloop der 

Talen en de Gemeene Tijdreke- 
ning wegens de eerfté Volkver^ 
fpreiding. It 

V. Folkverfpreiding over Europa in drie 

Takken. 2; 

VI. Keltifcbe Tak. zf 

VII. Kimbrifcbe Tak. xj 
VUI. Tbeutonifcbe Tak. 2 j 

IX. Fanden Kimhri^rbeuton: of Duit' 

fcben Tak tot op CHRISTUS. 24 

X. Eei^fte Tijdperk Fan den Kei- 

tifcben Tak. Folkplanting van 
de Afiatcn in Griekenland , en 
van de Grieken in Italië, tujfen 
de Fin. £5? XI. Eeuw na den 
Zundvloed van NoKhi of tuffen 



INHOUD VAN T EERSTE DEEL: 



^ ' it XFI. 6? XIIL E^m vior 
CHR; gehorte. zy 

Omtrent t6o jaren voor CHR: de 

Carthaginenièrs in Spanjen. ty 
Omtrent | É,euw ifoor CHR: Je 
Romeinen in Sbanjen ^/i.Gal* 
licn. . 27 

X.L Veranderingen van minder belangyalsj 
De Boyen uit Galliën in Germa- 
maniën, omtrent 6 Eeuwen voor 
CHR. 17 

Opr en Uit'togt eeniger Gallen tot 
in Afië , alwaer ze den noem van 
Galaten kregen ^ ruim Z70 jaren 
voor CHRu 28 

Begifie Oorfpronk van den naem der 

Galaten. 18 

Grieken in Marfeille , ruim vijf 

Eeuwen voor CHR:. zp 

Phoeniciers in Spanjen y omtrent 
X Eeuwen voor CHR:. ip 

XIL Ferfcbrikkelijke fFatervloed in V 
Noorden omtrent 3^ Eeuw voor 
CHR: Geboorte. ip 

XTII. Komfte der Vriezen in Vriefland. 30 
XIV. Komfte d^ Batavieren en Cani- 
Qcfktea OM den Beneden-Rijn. 30 



V ' •• -1- 






V. REDBWISSBI.ING. 

fFegens de Folk- en TaeUverfpreiding^ 

z. Verhandeling. 

Tweede Tijdperk van A*: i nae CHR: 

t&t A*x 800. 
I. Fernieunvifig van Broeder/ebap tuj^ 
fiben de Romeinen en Batavie- 
ren. 31 
De Romeinen in Britannia. 3 1 
' De Romeinen in Vriefland en ver^^ 
der in Germaniën ^ in^de II: 
Eeuw. * 31 



PiéUTche fTal. 31 

IL De Gottben in Daciën en Mcefiën 

in de 11: III: en If^i Eeuw. 3Z 
III» De Franken in de III, en tV. Eeuw. 3 1 
De Franken onder de Batavieren 
in de IF: Eeuw. 3Z 

IV. De Marcomanneny Boyen en Beyer- 

fchen in de 1: Eeuw. 3} 

V. Britten in Armorica &c. , in de IVi 

Eeuw. 3 } 

VI. Wandalen in Spanjen en Afrika 

in de V. Eeww. 34 

VII. Iwoal der Hunnen in Europa in 

de Fi Eeuw. -34 

VIII» De Weftergotthen door Italiën 
in Opper-Galliën , en daer na 
in Hifpaniën, en verder ook in 
Afrika in de F: Eeuw. %f 

IX^' De Batavieren onder de Franken 
vermengt in de F: Eeuw, 3]f' 

X. Opkomft van V Frankfche- Rijk in 

de F: Eeuw. ^f 

XI. De Ooftergotthen in Italien in de 

F: Eeuw. ^S 

XII. De Angel- Saxen in Brittanniën, 
federt Engelandt genaemt , in de 
F: Eeuw. 34 

XIIL De Piaen, Britten en Caledo* 
nierg in de Fi Eeuw. 37 

XIV* De $lavoenen en derzelve Tael 
in EuroipZydoorgantfcb Sarmatien, 
&c„ in de Fly FII: en FIII: 
Eeuw. 37 

XV. Hunnen en A varen ook Hunni« 

varen genaemt y in Daciën en 
Pannoniën. - 3S 

XVI. Korte duer vun V Ooftergotthir 
(che Gebied in Italien van Ak 
4P3 tot J.\ ffz. 3S 

XVIL Longobarden in Italien ^ in de 
Fly FII: en FIII: Eeuw. 38 

XVIIL Dt Fi-anken in de FL FIL en 
FIII Eeuw. ip 

XIX. Opkomft van bet Mahometaen« 
dom» 3p 

'♦•♦** - iitt 



I N H 

Het Saraceenfche Gehkd in Afia 
en Africa in de VIL Eeuw. ^p 

De Mooren in Sponjen en Aqui- 
taniën in de VUL Eeuw. 40 

XX. De Frankfchen in Vriefland, in 

de VUL Eeuw. 40 

XXI. Toeft and der Europifchc Spraken 
indeVjVI^Vn^nVIILEeuw. 40 



»9>Vwrvi.'^. 



iiWCv 



VL Redewisseling. 

. ïVegens de Volk- enTagl^verfpreiding^ 

9« Verhandeling. 

• Derde Tijdperk van A\ 800 tot 

nu toe. . 42 

L Rufland of Mofcoviën , federt A*: 
80a 42. 

II. Polen, federt A*: 800. 43 

IIL V Boheemfche Rijk , federt A": 
800. 43 

IV. Het 'Turkfchc Rijk , /^^i?r/ A": 
800. 43 

y . i)f 8 optochten en Kruisvaerten na 
V Heiliffeland; 43 

yi. Het ConftantinopooKche Keizer- 
rijk in de banden der Franken 
(omtrent Ar tzoo. 44 

yiL Het Griekfcbe. Keizerrijk A^: 
1161. 44 

VIII. //!r/ Griekfche Keizerrijk />i&4Ui^ 
den van de Octomannea of Tur« 

ken Ar I4f3» 44 

IX. Toeftand der Taien onder de Ooft« 

Eujopianen. 4|- 

X. Spanjcn en Portugacl y federt Ar 

Soo. 4^ 

XI. Italjën, federt Ak SoOw 45 

XII. Dluitflandï y^^^''^ Ar 800. 47 
XHI. Vrankrijk , yJ^/^i?/ uf«; 800.^ 47 

XIV. HollaW , yj^^rr/ Ar 800. 47 

XV. Vriefland , federt Ar 80Q j. en dtf-^ 

Ziflfs Tgelveraefderiniy ^p 



O Ü D 

XVL De KimbrifcHc rf Noohifche 
Volkeren ab Denen , Zweden , 
&c: in de IX. Eeuw. f o 

XVII. Van bare uittogten , als de Noor- 

wegers in Yfland , in de IX. 
Eeuw. fz 

XVIII. De Yflanders in Groenland, 

in de X. Eeuw. fl 

XIX. De Denen in Engeland , Zwe- 

den, Vi^ankrijk en Vriefland, 
in de IX. Eeuw. fz 

XX. Dé Denen in Normandyën in de 

X. Eeuw. f} 

XXI. De Noormannen in Engelland, 

in de XL Eeuw. f ^ 

Ierland onder de Engelfchea in 

de XIIL Eeuw. ƒ J 

Schotland aen den buize van 
Scuart in de XIV ^ EeuWy en 
Engeland en Ierland in V be- 
gin van de XVIL Eeuw. fj 

XXII. De Noorweegfche , Zwced- 

fche, enDecnichz Rijken j fe- 
dert de IX: Eeuw. f4 

XXIII. Van de KuniCche Letteren. ƒ4 

XXIV. Van V Belo<^ der Verandering 

onzer ftalcj envanbarenaeft- 
verwant fchapt en. ff 

XXV. Van V Moefo-Gotthifch , em 

zijn OverblijffeU , ff 

XXVI. Van V Ffankduitfch en . Ala- 

mannffch , en hare voomaent' 
fte O ver blij f fels. fj 

XXVII. Van V Angel-Saxifch , en 

deszelfs voornaemfie oude 
bandfcbriften. fj 

XXVIII. Van ons Bclgifch of Neder- 

duitfch en zijne voornaent' 
fte oude Gefibriften^ fj 

XXIX. Europifcbe Tael-boom.. 60 

Een Landkaert wegens de Veik- en 
TÜaehverfpreiding over Europa, 
wlgens de bekende., Hi^oriën^ - 
vergeleken tegen de oudi en beden-- 
daegfcbe Europfcbe Spraken. 6z 






VAN 'T EER 



Bijlage N<>; f, 

Fervattende de 

Proeven der Europifibe Spraken \ henef- 
fens omjiandige jlenmer kingen ivegens 
derzelver Gemeenfcbap. van pag: 6} , 

tot p^g; 76 

Bijlage N^- z. 

Vervattende een 

Oud-Noordfcb Gedigt van Koning Reg- 
ncr Lodbrog« van pag: 79 tot pag: 1 08 






VIL Redewisseling. 

Onderzoek over onze Nederduitfcbe Let^ 

terklanken. 

I 

I. Verhandeling. 

Wegens de Schikking der Letteren ge- 
"WoonJijk Spelkonft genaentt. 



N 



I. Verdriet en nutteloosheid van de ge^ • 

nvoonlijke Leiterkrakkeelen over 
de Daeglijkfè Spelling. 105^ 

II. Onderfcbeia tuffen de Burgerhjke 

{of daeglijkfe) en tujfchen de 

Critique en Phyfique Spelling. 1 1 o 
IIÏ. Nut en Vermaek der Cr ïtiQ^cSpeU 

kunde. III 

IV; Edelheid van de Vinding van V 

Onderfcheid der Letter^ klanken. i\i 
V. 'jfenmerking of de Letter vinding ou^ 

der Zij dan de Tjtndvloed. 1 1 £ 

Eene Tuffen-lage vervattende de 
Aanmerkingen over de Criti- 
c^ue Spelkunde onzer Hollandfe 



S TE DEEL. 

Spraake. r 14 

1. Voor^verhael. ha 

z. Onderwerp en Oogmerk vjtn de Spel-^ 

kunde volgens V Critique. 114 
'3. Eenigfie Grondjlag van rf? Critique 

Spelkunde. 114 

4. V Vereifcb hier toe. nj» 

f. Tweeder bande Middelen om bet Ver* 

eifcb te bekomen. 11 f 

6. Onderfcheid tuffen de Vorming der - 

Klinkers en Medeklinkers. iif 

7. Van de Vorming der Klinkers iej 

I, cnY(ofij)i BCnEEj É^ 

en B£^ A en aa (of ab)i ó 
en óó > a en 00 } u en eu i 
vu (of vb)% en ob. iiS 

Dat EU Sc OB zuivere Enkel- klin^ 
kers zijn. 117^ 

Van de Gemeenfihap tuffen u Sc 
tv. 1 17J 

Waerom de ie, de oe^ en de uu 
(of ue) geen^ eigene Kort^klin-^ 
kers hebben. 117 

Van V Noodehoze Verfcbil tuffen 
AA of AE^ en^tu/fenvvofvE. 117 

Van V rereifcbte Onderfcheid tuf- 
fen EZ & ÉÉ| en tuffen 00 C^ 

Van V Vereifibte Onderfcheid tuf 

yj« V, fc? EY (of ei). 11^ 

8. Van .de Vorming det Hubbelklin- 

kers* 1 1^ 

9. Fan 't Onderfcheid van de Vorming 

der Mede-klinkers. iia 

10. Van den Onderfcheiden^ aert van 

Mede-klinkers^ IZO» 

Van de Neusletters M, N, NG, 
& NK, en dt ftomme Mede* 
j klinkers D, T, B, P en K. 110 
Van de Schelle L & R, ^» Hee* 
fche G & CH, J, S & Z^ 
V & F^ & W: welke Scbel^ 
len ook Smelt'Letters (liquidi> 
genaemt worden. iza 

♦ Van de zagte^ enfcherpe {of bar ^ 
de) Mede-klinkers. 12^ 



1 N H 

Fan ^t oniirfcbeiiene Gebruik van 

5 & Z. izi 
H. Fan i% f^.orming-plaetfen der Me* • 

de- klinker Sj als mede bun Ver- 
fcbU. izi 

Fan de Up-letiers W, M, B 

6 P. , III 
Fan d$ Up- en Tand-letters V & 

F. izi 
Fan de Tand- of Tandvkefcb-ht^ 

, tersK^ L, N, S, Z, T,& 
D. izi 

Fan de Ferbemelte-letfer J. itz 

Fan de KeeUk$ters K & NK, 

G, CH & NG. . izz 
Fan de H. ii2 
Z^n/i V Onderfibeid der SiJJingen 

en trapsgewijze Klankveranderin'^ 
gen der Medeklinkers. izi 

\l* Fan de Enkele Mede^klinkers die 

doer dubMUdige Litterteehns 

-verheid worden. izi 

Fan de CH. izz 

Ook van de SG infieé vanSCH. iz^ 

En van onze NG Sc NK. 123 

IJ. Fan de Overtollige Lelterteikens ^ 
dk veelal in gehuik zijn j alsC^ 
Q^cn X. 11} 

14. Fan de Foortdrijving en OverroU 

ling onzer Mede-klinkers. IZ4 

tf. Fan onze Telkenen boven de LeU 

Urs. I if 

16. Fan V Fereifcb in de Critique 

Letterfcbikkmg. izf 

17. Fan V F^fcbil tuffen de zagte en 

harde Mede-klinkers ten einde 
eener Siibe. iz6 

Hoe de Euphonie een zagte Let- 
ter doet verfibarpen. iztf 

18. Fan U ten einde eener Silbe in 

plaets van W. 117 

tp. Fan de uitjpraek onzer N ten ein* 
^ de der zagte onzakelijke uitgan- 
gen van een fFoord. ix8 
^to. B^luit. 128 
^oegift vervattende ten nUuwe na^ 



V D 

tuerkundige uitheeldifig van alle 
de Letterklanken doormaer zes- 
derhande Chara&ers. 

van p: 118 tot 131 







VIII. Rbdbwissblikg. 

Onderrok over onze Nederduitfcbe Let^ 

terklanken. 

X. Verhandeliiig. 

fFegens de Natuerkundige Oorzaek van 

^t Geluid y en de Toonveranderingen 

indeZangkunft^ en bijzonderlijk 

van de Letterklanken. 

I. Onderwerp van deze Ferbandeling. 13a 

II. Onderzoek v)aer\ in de Klankbewe* 

ging def Luffdeelen beftaet. 133 

IIL Waerom de Klanken zig oen alle 

kanten verfpretden, i'^S 

IV. Fan de Kragt en Duerzaefnbeid 

Van V Geluid. 135 

V. Fan de verfcheidene Middelen e» 

wijzen der Klankvorming^ 13^ 

VI. Waer in bet Onderfibeid van boo- 

ger en Jager toon bejlaet. i jtf 

VIL Fan de fnelbeid der Ktankver- 

nieuwingen. 1 37 

VIII. Fan de zeker beid omtrent bet on^ 
derfcbeid der Fernieuiuingen by - 
de booger en lager Toonklunken ^ 

en wegens de ware proportie der 
Klankvemieuwingen* 137 

IX. De Proportie van de Ferdeeling 

eener jhaer^xen van bate onder- 
fibeidene Jpannif^. 137 

X. De Proportie van de onderlinge 

diktens der Snaren. 138 

XI. Oorzaek en Vro^rtic vandetoon^ 

verandering bij de Stem en Siaef- 
injirumenten. 138 

XII. Fan de Tenenef^appen van Klank 

weike 



V A N 'T E E R S T E DEEL. 



welke m de Muzijk gebruikt 
worden. 13P 

XIII. yandeStem-enZang^vorming. 141 

XIV. f^an de Letterklank^varmmg. 144 

XV. ran bet Onderfibeid tuffen den 

eenen Künker ( of Vocacl ) en 
den anderen. 14^ 

XVI. Fan V Phyfique Onderfcbeid 

tuffen Klinkers en Medeklin- 
kers. I4f 

XVII. Fan V onderfcbeid tuffen den ee- 

nen Medeklinker en den ande^ 
ren. I4f 

XVIII. Waerde of Gelding of Overeen* 
^ komft van uitfpraek onzer Let- 
teren , vergeleken tegen de 
Franfche Italiaenfibe en Hoog'- 
duitfcbe. 147 

XIX. Fan onze Zuiverheid van Uit- 

fpraek der Letteren^ en V 
Foorregt der Hollanders om 
vreemde Talen te Leer en. 14P 

XX. JVegens de Spelling der Bafiaert- 

woorden. i/o 

IX. RBDBWISSELINe. 

Onderzoek wet onze NederduUfcbe Let^ 

terkUnken. 

5. Verhandeling. 

Ten Opzigte van bet Onderfcbeid tuffen de 

Gemeen-landjfè DialeGt ^ en die van 

ons jfm^el* en Rynldnders. 

I. fHfoordering van nader herigt en van 

bewijs wegens bet onderfcbeid tuf 
fen de lange éb en ee} 66 en 
00 j BY en Y. !ƒ! 

II. Welke orde in dezen gehouden fiaet 

te worden. Ij'j 

UU Bewijs van V Fereifcbte 'onder* 
fcbeid tuffen ey en y, en des-^ 



zelfs Oudheid. lyf 

IV. Bewijs van V onderfcbeid tuffcben 

EB en £E ^ en tufjchen 00 en 
oo\ en wegens deszelfs Oud* 
beid. ' ifT 

V. Cewigtjge toepaffng , en bewijs we- 

*gens de zorge onzer Foorouderen ' 
omtrent bet bejiendig bewaren der 
Grondklanken hunner Tale. i f > 

VI. Ferhael van V Gebruik der Oud^ 

jfgtbaerfte Geleerden^ op wat wij* 
ze zij bet Onderfcbeid tuffen de . 
harde en zagte lange e en o 
gewoon zijn geweefi in V /pel- 
len uit te drukken. 16^ 

VII. Frugten van V Onderfcbeid door 

V verhoeden van dubbelzinnig* 
beid. 160 

VIII. Fereifch van V Onderfcbeid zelf . 
buiten aenmerking van die vrug- 
ten. 16^ 

IX. Ferhael der voornaemfie jfutbeu-^ 

ren , die dit Onderfcbeid van 
Klank in V fpellen hebben ge- 
tragt aen ti^ wijzen. 16 1 

X. Fan de Middelen 'om dil Onder* 

fcbeid op ijder woord te ieeren 
kennen. iSk 

XL Korte DialoSt- Regel ^pp welke wij- 
ze bij de Oude Fermaegtfchapte 
Talen onze Vocalen beantwoord 
>morden. 1 6 f 

XIL Lijfije van Fergelijking tuffen on- 

. ze Tale en de Ou£n die met 

ons vermaegtfcbapt zyn , ten op^^ 

zigte van V gemelde Onderfcbeid 

van Klank. 16 f 

TSJXL* Maniere van V behandelen der 
Regelen óf Aenmerkingen we-- 
gens dezi Gtmeeneïandfe Dix* 
lc6L ^ iTjr 



Kjlaga 



/ 



I N H 

Bi)lagc No: j. 

f^trvattende ie RegeUn van de Gemeen^' 
landfcbe Diafeft^ te 'weten ^ 

Eerftdijk , de Regelen wegens de y en 

EI (or E\), als, 

I, Reg: wegens de y^ bij de Vcrh^ van . 

de IL CL:. 177 

IL Reg: weg;, de ey en de y ^ hij de 

Verba van de L CL:. 182 

IIL Reg: weg: de ey ((ƒ ei) van de 

Term: HEID en LEY. ipf 

IV. Reg: weg: de y^ van de Term: 

op YE. ipf 

V. Reg: weg: de ey (of ei) voor eg. IP7 
yi. Reg: weg: de ey (of eï) bij de 

Baftaert-terminatten. i s>y 

yil. Reg: weg: de y bij de Bajiaert- 

woorden of Baftaert'geüjkenden. ipp 
yill. Reg: weg: de ey en y vergele- 

ken tegen de Oudheid. zoi 

' Bejluit'lijjlen wegens de ey en y. io(J 

Ten Tweede, de Regelen wegens de 
Harde en Zagte Lange eb y als , 

L Reg: wegens de lange zagte e (of ee) 
bij de Oneénparigvloeyende Ver- 
ba, tl I 

H. Reg: wegens de zagte lange e bij 
de dMelJiaertige Verba van de 
I. CL:. %ll 

IIL Reg: wegens de xagêe lange e, bij 

inkort: in i verwijfelende. 157 

IV. Reg: weg: de zagte lange e in 
HEDE , de verbogene Teraii- 
natie van HEID. ^ 241 

y . Reg: weg: de zagte Jange n , bij 
de Baflaertrterminatien der Ver- 

^ ba op EREN. 241 

yi. Reg: weg: de zagte lange e bij de 
Baflaertwoorden of BaJlaertgO' 
lijkenden. z^z 

yiL Reg: van de harde lange eé , 
bij de woorden die tevens met 



OUD 

EY (<ƒ Ei)> ofookïE^ gebrmh 
worden. 243 

VIII. Reg: de harde lange éé, bij de 
woorden op ééü of ééuw. 2^0 

IX. Reg: vjeg: de harde lange éé, bij 

de Uitgangen op eel. 2f i 

X. Reg: weg: de fcharpe lange ée, Uj 

de woorden die teffens met AA 
(ofAE) in gebruik zijn. Zfz 

XL Reg: weg: de harde en de zagte 
lange ee , vergeleken tegen de 
Oudheid. 2f4 

Bejluit'lijjien , wegens de e (of b'e) 

en de éé. 263 

Ten Derde, wegens de Harde en Zag* 

te lange 00 ^ als 

L Reg: weg: de zagte lange o (of 00) 

bij de Onielijkvloeyeude Verba. z66 

IL Reg: wer: ae zagte of doffe lange 
o (of 00) bij de woorden^ die 
teffens met eu of oe gevonden 
worden. ZJ9 

IIL Reg: weg: de zagte lange o bi; 

inkort: in ó verwiffelende. 28 f 

IV. Reg: weg: de zagte lange o (of 

00 ) bi^ de Bafiaertwoorden of 
Bafiaertgelijkenden. 28p 

V. Reg: weg: de fcharpe lange 66 bij 

de Baflaertwoorden. zs>i 

VI. Reg: weg: de o en 66 bij de woor- 

den op ooY en OOR accenterende . 2p2 
VIL Reg: weg: de o en 66 , vergele- 

ken tegen de Oudheid, Z9^ 

Bejluit'lijffen wegens de o en 66. 305) 



Bijlage N^: 4. 

Zijnde een OpzaéeUng van Jf oorden^ 
die in Gemeenlandfe Diale& on- 
derfcheiden klinken , dog bij den 
jimflel" en Rijn-lanJer gelijklui- 
dig , engevokhlijk dubbel- of twiif^ 
felzinnig , zo de omjiandigheden 
zulks niet redden. 

" van 313, tot 320 
X. Rede- 



X. Redewsseling. 
Fan de Algemeene TaeldeeJen. 



1 



VAN' 'T EERSTE ÖEEL: 

al$ ^ Fan V Genus, Numerus, 

en de Perfoncn. jlS 

Fan de Tijden (Tempora). jiji 

Fan de Wijzen (Modi). 32^ 

VUL Fan bet Oude Duitfcbe gehrutk 
in bet uitdrukken van bet onder-^ 
/cbeid der ItjJen. van p: 32.P, 

tot 33& 



I. Natuerkundige Ontleding van de Dee-^ 
Jen der Taelkunde in V ^Ig^'^ 
meen y wat flaets die onder onze 
Denkbeelden bekleeden. 321 

aU van V Nomen Subftantivum 
Reale, en V Mentale of For- 



3" 

3" 
312 

321 

322 

3^3 
3M 
3M 
3M 
3^5 



male. 
Fan V Verbum. 
Fan V Nomen Adjcótivum. 
Fan de Adverbia. 
Fan V Pronomen. 
Fan V Participium. 
Fan de Praepofitio, 
Fan de Conjunélio. 
Van de Interjeftio. 
. Fan den Articulus. 

II. FandrFerbuigfaembeidder Deelen. 323 

III. Fan de Ferbuigfaembeid der Naem- 

woorden (Nomina), en van bun 
Getal (Numerus), en bun Ge- 
Jlagt (Genus). 324 

Fan den Aert , en Onder fcbeiden 
Zin der Cafus {of Fal-buigin- 
gingen)^ als van den Nomina- 
tivus , van den Dativus , van 
den Accufativus , en van den 
Vocativus. 324 

Fan drie der bande Genitivi. 324 

Fan vier der bande Ablativi. 32f 

Fan nog tweeder bande hccuüxWu ^16 

IV. Andere wijze van de Cafiis te be- 

fchouwen. 327 

V. Fan de Ferbuigfaembeid der Vro- 

nomina , Articuli, ^« Paiticipia. 3 28 

VI. Fan den Comparativus en Super- 

lativus. 328 

VII. Fan de Ferbuigfaembeid der 

fFerk'Woorden (Verba), ^ 32,8 



XI. Redewisseling. 

Fan de Dedinatien. 

I. Verhandeling. 

Fan de Articuli, &c. 

I. Onderwerp en Aenleg van deze Fer* 

bandeling. 333 

II. IFelke verandering in bet Decline- 

rcn bij ons vereifcbt word^ na 
bet dr ieder bande Onderfcbeidvan 
Stijl. 3}} 

Fan den Hoogdravenden of Ferbe- 
ven'' , van den Deftigen of Sta* 
telijken ^ en van den Gemeenza^ 
men Stijl. 334 

III. Fan de Befeheidentbeid in V heban^ 

delen van ijder Stijl. 334 

IV. Eerfte Foorbeeld van Declinatie, 

zijnde een Subftant: met een Ad- 
jcébiv: zonder Articulus. 33f 

V. Tweede Foorbeeld van Declinatie, 

zijnde een Subft: met een Ad- 
jcftiv: beneffens den Artic; In- 
definiriv: EEN voorop. 35^ 

VI. Derde Foorbeeld van Declinatie, 

zijnde een Subft: met eerC Ad- 
jeófc: beneffens den Artic: Defi- 
nit; DE en HET, of een Pro- 
nom: PolTefl: als MYNE , 
enz:. 338 

VII. Van de merkwaerdig^ Kragt en 

***** beteeke* 



INHOUD 



hteelenis dif Avticuii ^ off^oar- 
leden. 341 

yill. fTondirlijke Kragt der Articuli • 
hij di yerknogt e benamingen^ die 
één of meer woorden tot nader 
hepaJinge Hj zsg hebben. 344 

IX. ^uffcben " uitweiding aengaendt V 

Fermogen en de ïVaerde van 
V ^tfAacccntcrcn in de Stem" 
leiding'. - 34^ 

X. Ferdeeling van de f^erknogte Bena^ 

mingen. 347 

XI. ïVaerom het Adje£tivum agt^ het 

Subftant: komende^ bij om on-- 
verbuiglijk blijft. 348 

XII. Onderfcbeid tuffiben de KonfteUj' 

ke en Natuerlijke Stelling van 
een Ferknogte Benaming uit twee 
Subflant: beftaende. 348 

XIII. De drie Foorbeelden van Ferhui- 
ging^ der Ferknogte Benamingen 
van Konftelyhe Stelling. ^ 348 

XIV. Zin en Kragf van de Konfteltjke 

Stelling in vergelijking van de 
Natuerlijke. 3fo 

XV. TFaeromof menzegtU^UDKlK 

JACOBS ,^ en niet Hendrik 
van Jacob. Dog, DE ZEGE- 
NINGE JACOBS en VAN 
JACOB: en wederom OP- 
HELDERING VAN VER^ 
STAND j en niet Ophelde- 
ring Verftands^ Dog wel OP- 
HELDERING VAN HET 
VERSTAND, w DES VER- 
ST ANDS. 3fi 

XVI. fFaerom of men zegt GRAEF 

DIDERIKS AENSLAG, 
on met Graefs Dideriks, 
. enz. 3f3 

XVII. Naeukeurigheid onzer Fooroude- 

ren omtrent de Zuiverheid 
der Denkbeelden. 35-3 

XVIII. Fan de Oudheid der Articuli, 

en baren Oor/pronk. 3^4 



I 



Moefo'Gottifcb Pronomen y 

%in$ (unus). 3J-<J 

Frank'Duit/che Articulus en 

Pronomen 4Etn. 3f5 

Hédendaegfche Hoogduitfche 

Artic; Indefinit: 4Ptn. 3f5 

jlngel'SakfifchVronomtr\%Xi. 3f 5 
' Oud-Hollandfche Artic: Inde- 
fin: tfctt/ ten tijde van de 
XIII. Eeuw. ^f6 

Aniculus Definitivus , in V 
Mmfo-Gottifcb , JngeUSa- 
xifcby en Frank- Duit fcb. 3^8 

En in V Oud-Friefcb^ en hé- 
dendaegfche Land' Fries. 3f8 

En in Oud-Holland/cbl 3^9 

En in V Hedendaegfcbé ffoog-^ 
duit fcb. 3fp 

XIX. Fan *t willen invoerenvanUEN 

in Nomin: Singul: Mafcul: 360 

XX. Aehoude algemeene Regelen we* 

gens de Ferbuiging^ en de 
Gedaente der Articuli Defi- 
nitivi. 3<$t 

XXI. Fan de Noordfche behandeling 

é/^ Articuli. van^x 362/^^/354 

XII. Redewisseling. 

Fan de Declinatien., 

z. Verhandeling. 

Gegons de Nomina Adjcftiva&Subftant:. 

I. Fan de Nomina AdjeéKva en bare 

Ferbuigingen. x6^ 

II. Fan hare Gedaente , wanneer^ of 

wanneer niet^ de E in Nomi- 
nat: daer agter-aen behoort. 3tfJ* 

III. Regel wegens bet Adieftivum, 

ftaende voor een Subftant: Foc- 
xnin:. 26f 

IV. R0r 



VAN 'T EERSTE DEEL. 



IV. Regel wegens bet Adjcftivum , 

ftaende voor een Subftantivum 
Neutr:, 366 

V. Regel wegens bet Adieftivum , 

fiaende voor een Subitant: Maf- 
cul: , mits Toonder Articulus , of 
agter den Artic: DE of de Pro- 
nomina MYN, DIE, enz. ^66 

VI. Regel wegens den Plural: van de 

Adjc&iva. 366 

yil. Zeer aenmerkelijke Regel wegens 

V plaetfen van E agter onze 
Adje£tiva Mafculina, wanneer 
die onzen Artic: EEN , of ons 
Eenig, Zeker, Menig, of 
Som MIG voor zk hebben : te 
weten, waerom of men zeit. 
Een GOED Mak , Jog niet 
Een goede Man^ en wederom , 
Een goede Jongen, dog niet 
Een goed Jongen , enz. 367 

VIII. Rede en Oorzaek van dit Ge^ 
bruik ^ en bewijs van de fcbr an- 
derheid' der Voorouderen in V 
invoeren van V zelve. 368 

IX. Gijfmg waerom bij V Foemin: 

dit Gebruik geen flaets beeft. 370 

X. Waerom of het dus agter den Ar- 

ticulus EEN , en zoo agter DE, 
onderhouden word. 371 

XL Giffing waerom ' agter MAN , 
MENSCH en KAREL dit 
gebruik plaets beeft. 371 

XIL Hoe de Oudheid beftond^ en boe 

V in V Hoogduitfch is , met bet 
onderfcheidentlijk behandelen van ^ 
de Adjefliva, wanneer die den 
Articul: Definit: <ƒ al of niet 
voor zich hebb^. 373 

X I II . Hoe V Meefo-Gotthifche Adjcöiv: 
gaet. 374 

XIV. Hoe het Frank^duitfcbe. 374 

XV. Hoe het AngehSakfifche. lyf 
XVL Van een Tflandfch Adjedi- 

vum. 376 

XVII. Wegens onze N ^ in Genie; 



Singul: agter V Adj^ftiv: Foe- 
min:. 376 

XVIII. Van de Adjeótiva Compara- 

tiva, 377 

XIX. Van de jtgterafwerping v^ir NE 

bij de Paiticipia Paffiva die 
op EN uitgaen. 377 

XX. Van de Plae^felijke Adjcöiva op 

-ER en -SCHE , als Am- 
sterdammer en Amster- 
damschb i en van de On-^ 
vèrbuiglijkbeid van de eerde 
foort^ zoo die als Adjeétiva 
dienen , en van hare Verbuig'- 
Ujkbeid^ zo z^ voor Subftan- 
ftaritiya verfirekken. 378 

XXI. Hoe de Adjediva gedecüneert 

moeten worden^ wanneer ze 
V ampt van een Subftanti- 
vum bekkeden. 3 79 
XXII* Van ieder IVoqrd zoodanig te 
behandelen als die foor ty wel^ 
ker plaets bet bekleed. 379 

XXIII. tVaerom of de Adjcftiva & 

Participia's , agterflaende , on^ 
verbuiglijk bij ons zijn^ als 
'Vorsten, afgerigt,^;^^: 
ddg niet Afgcrigte. 379 

XXIV. fVaerom of men te regt zeit 

Een gantsch byzonderb 
Zaek, en Ebn lief rui- 
kende bloem , dog niet 
een ^ntfche &c. , nogte 
een lieve , Sec, , en wederom 
aly Een groote stinken- 
de Bloem. 380 

XXV. Van onze Adjcótiva of Adver- 

bia Gelyk en Ongelyk, 
wanneer of ze een Nomin: of 
Dat: voor of agter zig ver- 
eifchen. 380 

XXVI. Dat onze Comparativa geenen 

Dat: regeren als in V La- 
tijn. 380 

XXVII. Dat de Plural: van onzen 
Comparativus op ER genoeg' 

***** i faem 



I N H 

fam hutten gehruik is , ten 
zij zonder Articul: en hier^ 
. êtn De, of Zyne dingen, 
DIE BETER ZYM , dog niet 
De , mgte Zijne beter dingen j 
vtaer ivel Beter zaken 

BRAGT HY VOORT. 380 

XXVIII. Dat de Abktim. Abfolu- 
tus ^rijd tegen ons Tael- 
eigen. 3? i 

XXIX. Foornaeme Proefjieen om te 

weten welken Calus eenig 
Nomen of Vcrbuni bij 
ons regeert, 381 

XXX. Fan de Subftantiva. 381 

XXXI. Fan de Ferwijfeling van den 

Singul: in een Pluralis. 3*82 

I. Bij de Staerteloozen Naem- 

woorden^ of Stuiters. }8z 

II. Bij de Sleepers. 3 84 

III. Bij de Khmjiaertigen. 38f 

XXXII. Twee Aenmerkingen omtrent 

de Stuit'woorden. 386 

I. Fan de Ferdubbeling der ag*- 

terjle Confonant in Plur: 386 
En van 'den oor/pronk der Uit- 
zonderlingen , als Bad , 
Baden, enz:. 387 

II. Fan de Ferwijfeling van F 

& S bij den Sing: in 
V & Z jbij den P\ur:. 388 

XXXIII. fFegens D of T als zij de 

Acccnt-filb fluiten. 389 

XXXIV. Fan de Ferandering der 

Subftant: in de Ferbogene 
Cafus. 391 

XXXV. Fan den ongewonen Uitgang 

EN in Genit: Sing: Maf- 
cul: als Des Heeren, 
Des Mbnschen. apz 

XXXVI. Fan de Terminatie EN 

agter de Nomina Propria, 
en agter de Stoffelijke Ad- 
jeft: van Subllant: 0»/- 
leent ^ als Gouden, Sil* 
VEREN, enz:. 3pz 



OUD 

XXXVII. Fan V onderfcheid tuffen 
Myn Heers en Mynes 
Heeren. 292 

XXXVIII. Frankduitfche Declinat: - 
van eenige Nom: Subft: 393 

XXXIX. Angelfaxifcbe Declinat: van 
eenige Nomina Subftanti- 
va. 394 

XL. Fan de S in Genit: bij Subftant: 
Foem: , als Zyn Moeders 
Vader , GEREcrrcHEiDs 
' handhaving, enz\. 394 

XLI« fFaerom of men agter de Meer* 
voudige i'alwoorden fomtijds bet 
Subftant: in Singul: fom- 
tijds in Plural: zet , als , 
TWEE LAST , Drie Pint, 
Honderd Man, enzv dog 
TWEEBROODEN,f»2:. 39^ 
XLII. Fraeibeid van dat gebruik. 396 
XLIII. Fan V Genus of de Geflag- 

ten der Subftant: 39^ 

GiJ^ng rakende den Oor/pronk der Ge- 

flagten bij de Naem-woor* 

den y die van natuere geen 

onder fcbeid van Kunne erken* 

nen, 307 

^uffcben- bedenking, omtrent de 

oorzaek der Poëzy. 397 

fFegens èèn weinig verloop der 
Gejlagten. 39S 

XLIV. Fan de Beflendigbeid der Ge- 

flagten. 393 

XLV. Merkwaerdige Oud- en Egt- 
beid van de Grondlegging on- 
zer Genera» 401 
XLVI. Fan de Regelen omtrent de 

Gefkgten der Subftantiva. 40^ 
XL VII. fFaerom offommige Compo- 
fita , en fommige niet , bet 
Genus van bet agterfle 
Lid volgen. En de fcbran^ 
derbeid der Foor^Ouderen in 
dit ftuk. 40(5 

XLV III. Fan de verdere Hulpmidde- 
len , om de Qejlagten. te lee^ 

ren^ 



VAN 'T EERSTE DEEL. 



ren kennen omtrent de Woord- 
den , die nog onder geene 
Regels betrokken zijn. 410 
XLIX, f^an de Befcheidenheid omtrent 
Vergrijpingen in de Gejlagt- 
kennis. 410 

Bijlage N^: f. 

GESLACHf-TOETSE van ruimj^o 
fFoorden^ ter proeve gefteJt tegen bet 
Oude MafO'Gottbifch ^ Angel- Sak^ 
Jifib^ 6f Frank- Duit fch ^ en V 
Hedendaegfche TJlandfcb ^ (^ Hoog- 
duit f eb. van pag: 41 1 /^/ 468 



XIIL Redewisseling. 
Van de Qeclinatien. 
3» Verhandeling. 
Wegens de Pronomina. 

L Gewigtigbeid van V weUkennen der 

Pronomina. 469 

II. Verbuiging van de Pronom: Per- 

fonal: IK , GY, HY , en ZY. 465 

III.. Van bet oude Du in Singul: en 
van bet Hedendaegfche GY in 
Sing: en Pkir; t^ens. 471 

JV. Van ons Lieden agter GY en 

ZY. 47i 

V. Van ons Pron: Refleaiv: ZICH. 47^ 

VI. Van ons JE & WE in fteê van 

* GY & WY. 473 

VIL Van ZE in Ace: Singul: & Plur: 

in plaetfe van ZY of HAER. 47} 
VIII. Of men de Articuli & Prono- 
mina in V Neutr: fielten moet , 
als ze Relatief zijn opVfyv ^en 
op de Verkleinwoorden van 
Vrouwelijke Perfoonen , als 
Meisje, enz:. . 474 



IX. Volgens V Gebruik , onze Pronom: 

PoflefSva ZYN enHAER Re- 
latief te nemen op het waerlijke 
geflagt van de Perfoon^ en niet 
op V Grammaticale. 475^ 

X. Dcclin: van ons WIE? m: & f: 

en ons WAT ? n: elk als Sub- 
ftantivum. 47 ƒ - 

XI. D.cclin: van ons DEZE? m: & 

f; en ons DIT , n; elk als 
Subftantiv:. 477 

XII. Van ons DIE, m: & f: (ifle, 

ifta) , £5? DAT , n: (iftud) , ah ; 
Subftantiv: 478^ 

XIIL Declin: Van' ons WELKE? 
m: & f: (quis ? quas?) en 
WELK ? n: (quod?) als 
Adjeöiv.'. 47^ 

XIV. Declin: van ons WAT? (quis, 
quae, quod? ) ra: f: & n: 
als Adjeétiv:. 47 j^ 

XV .^ Van öw Welk één? Hoeda- 
nig ÉÉN? Wat voor één? 
(qualis) , en Zulk één , 
Dusdanig één. Zoodanig 

ÉÉN(talis), ^;^ DiERGELYK 

ÉÉN (Cmilis), elk als Adjec-- 
tivum. 48b 

XVL Declin: van de gemelde Vrono- 

mina als Si^birantiva. 48 1' 

XVIL Declin: v^n ons DIE, m: & f: 
(jUe, a, ifte, a) en DAT, 
n: (illud, iftud) als Ad^^ 

XVIII. Van ons DEZE , m: & C 

& DIT , n: als Adjefti- 
vum. 484;. 

XIX. Van ons GENE , m: & f: 

(illc, a) ^» DEZE en GE- - 
NE, m: & f; (hic &.il- " 
Ie, hacc Sc illa) elk als 
Adjediv:. 484 

XX.. /^^»(?;ïj DEZEN enGENEN, ' 
als Subftr. 484^. 

XXI. Fan ons Geene & Niet ee- 
NE , m: & f: (nullus, a) & 

## «# # j GÉÉN„ 



1 N H 

*GÉéN, tsf Niet één^ N. 
(nuUum) y en ons ËenE) M. Sc 
F. f» EÉN, N. (unuS) a, 
, um, Scidem^ cadcm, idcm)i 
tf/x m^^^ ons De eene, M. & 
F. en Het eene, N. elk als 
Adjeöiv:. 48f 

XXII. Fanonsl^hü^ Géén, & Niet 

ÉÉN , en De ëén en de 
Ander, M, & F. en Het 
EÉN EN 't Ander , N. 
elk als Subft.\ ^Sy 

XXIII. f^an onze PoÜcffiva Myne, 

Uwe , Onze , Zyne, Hae- 

RE(ofHEURE), CnHüN* 

NE, als Adjcétiva. 48 f 

XXIV. Dcclin: van een der Poffeffivz ^ 

naemlijk De Myne , M. 
& F. en Het Myne N. 
als Subftant:. 48^ 

XXV. f^an ons Onder fcheid tuffihen 

de Terminatie van '/ Pro- 
nomen Adjeétivum en die 
van V Nomen Adjeftivum , 
als ieder van een Neutrum 
gevolgt word. 486 

XXVI. Fan ons Mynes , Uwes, 

Zynes, ^«z: ^/f Subftant: 487 
XX VIL ^uffchen^inval y boe de S in 

Genit: fomtijds Nomina 
tn Pronomina in Adver- 
bia doet verwandelen. 487 
XXVIIL Fan ons Ulieder en On- 
zer. 487 

XXIX. Fan het Onderfcheid tujfchen 

ons ZYNE, ^«HAERE 
(of Heure), r» HUN- 
NE. 487 

XXX. Fan het Onderfcheid tujjcben 

ons Zyne en Hare Ma- 

JRSTEIT. 488 

XXXI. Dcclin: van onze PronomrRe- 

lativaDiE, Wélkk,De 
WélkejM. & F. en Dat, 
WELK , Het Welke, 
€n 't Gene , N. ah me^ 



OUD 

4e ons Wie h de Fer^ 
bogene Cafus , elk als Sub- 
ft^tiv:. 489 

XXXIL Dtf/c>»2:tf Relativa Welke, 

M,&F. ^» WÉLK, N. 
m De Welke, M. & F, 
alleenlijk op iet voorgaende , 
en niet op iet vqlgende betrek" 
king hebben. ^pz 

XXXIII. Fa» ons Daer vak , en 

Waer van, en Daer 
aen , en Waer aeN) 
. enva» ons Onderfcheid wan" 
neer elk van die ^ of ak 
een Demonftrativ:. ^In- 
tcrrogativ: , of als een Re- 
lat i vu m komt. 4px 

XXXIV. Fan ons Eén en De An- 
dere, &r:, als, Adjefir: 
en van ons Eén Ander, 
als Subfljtnt:. 492 

XXXV. Fan ons Elke, M, & F. 

enEï^Kj N.a/jAdjeftiv:. 4pz 
. ran ons EiaK als Svb&soit:. 495 
Fanons Elkander, Mal- 
kander , Iemand, en 
Niemand als Subft: 49^ 

XXXVI. Declin: van ons Ieder, 

als Adjeftiv;. 49 j 

Declin: van ons Ieder, Ib- 

DER'^ÉÉN, ElK-ÉÉN, €» 

Een Ieder ^ ^11 Een Ie- 
OELYK (quilibct),tfi[r Sub- 
ftant:. 49J 

Fan 4>ns Een Iegelyk als 
Adjeft:. 49 1 

XXXVII. Dcclin: Fan ons Alle êf 

Alle de (of Ah os) als 
Adjeft: Plurale. 49 j 

Fan ons Alle, als Adjefti- 

vum Singulare. 494 

Waerom of men zeü Alle 
Man, voor Alle Mbn- 
^ scHEN, en nogtans Allb- 

Man is , dog Alle 
Menschbn zyn. ' 494 

Fan 



VAN T EERSTE DEEL. 



P'an MS hi.i.^Sj* als Subft:. 494 

XXXV III. Declin: van ons Eenige 

(Aliquis)) cnMBNiGB, ët- 

LYKE, Sommige 9 ^Velb, 

ell^ als Ad]cGdv:. 494 

F^an ons De en Een Eenige 

(unicus, folus); alsmiJeDz 

en Een Zulke , ZtOoda- 

NIGB, DvSDANIGB,^»DlBR- 

GBLYKE, «i/x Nomina Adjec-. 
tiva. 49f 

Fan ons Ebnigbn (Aliqui), 
ËTLYKEN , Sommigen , 
Mbnigen 9 en Velen ( in 
Plur; ) , en Menig , en 
Veel {in Sing:) als Sub- - 
Itant:. 49}* 

XXXIX. Declin: van ons De of Die 
GENE , M. 6c F. ^ Hbt , 
of Dit j of Dat Gene , 
• N. als Subftanc: zijnde Foor* 
loopers van een volgend Rcla- 
tivum. 496 

XL. Fanons De-zélve 9 en -Zelfdb^ 
Die-zelve ^ en -Zelfde \ en 
Deze-zélve ^en -Zelfde. M. 
& F. en Het- , Dat- , en 
Dit-zélve , en -Zelfde N. 
elk als Subftant: en ook als 
AdjeéHvum. 497 

Fan ons Een-zélve, ^^^ Één- 
zelfde , als Adjediv: en ons 
EÉN en Dezelfde als Adjefè: 
en Subftant:. Envan onsl^iisi'- :^ 
en De Eerste, tnz:. 498* 

XLJ. Declin; van ons Ik- , G y-, H y-, 
Zy-,Wy-, fi» Zich-zélve $ 
en van ons De Man zélve 
of ZivF elk als Subftant:. 499 



Bijlage No: ($• 
Zijnde een 

HERZAMELING VAN DE PRO^ 

NOMINA. 

als Subftantiva. 

I. Fan de Perfonalia. foi 

II. Die op een Perfoon of Xaek V op- 

zicht hebben. f 05 

III. Die door al de Gejlagten eveneens 

zijn. fof 

als AdjeAiva» 

I. Die in V Gejlagt onderfcheiden zijn. f07 

II. Die dooralde Gejlagten eveneens zijn.^09 

III. Die eveneens gaen als de Nom:Adj:.j'09 



r- . v-"! ' ; v-T' ; v-V^^r-X-' ^.-v.T*/vT» /vT^^^TO i-*P^^T«i^T . ^-'tJVtW' 



XIV. Redewisseling. 

fFegens ons Hedendaegfche onderfcbeident^ 

Ujk uitdrukken van de Tijden der 

Verba in V Jtlgemeen. 

I. Van ons tweederbande Praeiens f ndi- 

cativi) als Ik Slab, en Ik bén 
Slaendb. f ir 

II. Fan ons tweederbande Prsct: Imperf: 

Indicat:, als Ik bezat , en Ik 
WAS bezittende. f i^ 

III. Fan V natuerlijke Onder fcheid van 

kragt tuffen bet Praetcrit: Impcrf: 
ü Perfcöum. f ir 

IV. Fan nog een derde wijze van 

Praeter: Imperf: , «/jHyoüam 
tb slaen. ^1% 

V. Van ons Gaen en Komen voor een 

Infinitivus Re&us , als^ Ik kom 

of QUAM GAENr ^H Hy GABT 

of Ging loopen* fi j 

VI. Fan ö»j Praetcrit: Perfeft: Indicat: 

als Hy heeft Geslagen, en 
Hy is gebleven, fi$; 

VU. Fam 



I N H 

VIL Van ons Prxt: Plufquamperfcft: 
als Hy had Geslagen, en 
Hy was Gebleven. f14 

VIII. Fan ons meng fel van V Perf: £5? 

Plufquamperfcdum 5 als Hv 
HEEFT Geslagen gehad, f14 

IX. Van ons iiveederhande Futur: , als 
Hy zalSlaen, en Hy staet 

TE Slabn. f14 

X. Van ons Futurum met een Practerit: 

gemengi^ als Hy zal gedaen 

HÉBBEN. f14 

XI. Tuffen-inïafcbvan^tOnderfcheidene 
gebruik van den Infinitiv: Re&us 
Ö* Obliquus agter eenige Voorloo- 
pnde Verba , naemlijk wanneer 
niet of wanneer al bet fVoordtje Te 
tujfen twee Verba's.r/^ moet ge- 
flaetjl worden j alsy Ik wil Loo- 

•' PENj^^Ik BEGEER TE LOOPEN. fif 

XII. Van de merkwaerdige Rede en 
Oorzfiek van dit Onderfcheid. f 16 

XIII. Opmerkelijke Regel in V onder^ 
fcheidentlijk behandelen van de 

Prnctcrita dezer tweederhande 
Voorkopende Vierba, als Ik heb 
begeert te Loopen , en Ik 

HÉB willen LoOPEN. fiP 

XIV. Van onzen Iraperat: in V Pnef: 
Gaet, enin '/ Futur: Gy zult 

G AENjé^/l i;^;i 9/7^ L AET H Y GAEN9 

©ƒ Laet hem GAEN. fil 

XV. Van ons tweederhande Laten, 
als Laet ik gaen, en Last 

MY GAEN. ƒ11 

XVI. Van den Modus Subjunftivus 

cf Conjunftivus. fi } 

XVII. Van 't Prsefens Subjunftivi. f14 
XVIII./^^» V Prxt: Impcrf: Subjun£t:f if 

XIX. Van '/ Pi-a:t: Perfea; Subjund;. f z6 

XX. Van V Praet: Plufquaaiperfcét:. f 16 

XXI. f^an ons Pcrfc6t; Subjunft: m£t 
het Plufquampcrfcfl:: vermengt, yij 

XXII. ^^» V Futurum Subjunétivi. fz8 

XX I I I. Van de Gedaente der Vraegwij- 
zen 3 en van de aenmerkeiijke 



U D 

fVoordverJcbikking niet alleen daer 
bij ) maer ook bij de Adverbia en 
vele Conjun&iones en Nomina 
gebruiklijk. fl8 

XXIV. randen Infinit: Reaus&O- 
bliquus. fi^ 

XXV. Van onzen PUgtelijken Infini- 
tivus, of V Gerundium. f30 

Van ons Gerundium of onzen Impc- 

. rati vus , in de Gedaente van een In- 

iinitivus Obliquus 5 als te Doen, 

of 'er is te doen (agendum eft). 5*30 

XX Vr Van onzen \ufiïi\x\s:R.cGt\}Sj 

als Subftant: Dcfinit; } als Het 

Willen. En van onzpn Infinit; 

Obliquus , als Subftanc: Indefinit: 

en ook als Adjcftiv: als Niet 

te Willen is strafbaeR) 

enz: , en wijders De te doe- 

NE ZAKEN) ^C. f30 

XXV II. Van V Praetcr: Infinitivi. 5-51 

XXVI II. Van ons Futurum Infinit:. f31 

XXIX. Van ons Participium Praef:, 
Practer: Perf:, Plufquampcrf:, Fu- 
tur: , £5? Fut; met een Praster: 
vermengt. , f31 

XXX. Van ons Paffivum. f31 

XXXI. Van onze aerdig-onderfcheide^ 

ne behandeling omtrent de Praepo- 

fitioncs Separabiles fs? Inièpara- 

biles , als die voor de Verba ge* 

voegt fiaen \ en wanneer met of al 

ons GE in V Praeterit: moet plaets 
hebben j wijders , 'Qan V Onder fcheid 
in den Accent, en in den Infinit: 
Obliquus, ^/f ^/; Abn*dringen, 

AeN- GEDRONGEN , AeN TE 

Dringen > ^^^^Overdringen, 
Overdroegen , te Over- 

DRINGEN. f3} 

XXXII. Van de Aenmerkelijke en me* 
nigvuldige Plaetswiffeling van de . 
Pree poll i: Separabiles , als Ik 
OVERLEG, confidero", ^(t^Iklég 
OVER, tranfpono, enz\. f3f 

XXXIII. Van V Onderfcheid in V 
1 fchrij^ 



VAN TEERSTE DEEL. 



fcbrijven ten opzigte van de Ver- 
ba met Praepofit: Scparab: ö* In- 
iêparabilcs. cyj 

XXXlV. Fan de Onderfcbeidene Be^ 



handeling der Hulpwoorden hij 
onze Verba Adiva , Paffiva, 
Neutra, Ö* Communia. ƒ jg 

XXXY.BeJluit vandeze laetfte RedewujiS 




REGELMAM EN RANGSCHIK- 
KING. 

Der 

Nederduitfibe PFerkwoorden. 
I. HOOFDDEEL. 

Voorbereiding. 

Gewip en Waerde van de Regelmatig" 

beid, voornaemlijk bij de Verba. ^45 

Dat tot nog toe , boewei ten onregty 
onze ONGELTK^LOETEN" 
DE VERBA voor onregelmatig 
gebonden zijn genoeeft* ' j'4} 

Dat deze Regelmattgbeid der ON- 
GELTILVLOETENDE VER- 
BA zig niet alleenlijk vertoont in 

V Nederduitfch , maer ook in V 
oude Moefo'Gottifcb , Frank' 
Duiifcb , Angel' Saxifcb , en V He- 
dendaegfche Hoogduitfch en Tf^ 
landfcb. f44 

Oogmerk en Beweegrede van dit Opjlel. ƒ44 

Dat de Kennis van de Regclmaet derON- 
GELYKV LOETEN DE VER- 
BA gr ooi en dienft kan doen bij 
eene Geregelde Afleiding. f^f 

F'an de Schrijien , ivaer uit de Voor* 
beelden der Oude en Verwante 
Talen bijeen-gezamelt zijn. j'46* 

Van y voornacmfie Cbaraftcr onzer 
Verba, be^aênde in den Infinit;, 
in V Praetcrit: Imperf: , en in 

V Pra:terit: Participii. 5-47 
Vm V onderfibeid tü(Jchen GELTK- 



en ONGEirKVLOETENDE 
VERBA. ^47 

Van bet cnderfibeid tujfcben de Verba 

Afti va , Neutra , en Imperfonalia. 5*47 



II. HOOFDDEEL, 

Van den Eerfien Rang onzer Nederdait» 
febe Werkwoorden. 

Van onze GELYKVLOEYENDE 
VERBA, als Blaffen., blafte^ 
geblaft^ enz:. y^g 

De Regelmaet van V CharaAer dezer 
Verba. f^S 

De Regelmaet der Terminatien. ƒ yo 



III. HOOFDDEEL. 

Van den Tkveeden Rang (of CtaiSs) wf- 
zer Nederduitfche Verba. 

Van de ONGELïKVLOEYENDE 
VERBA , wiplende van fVor- 
tehüocael tbans eveneens in Im- 
perf: als in V Practerit: Participii. f f t 
Regelmaet van die Vocaelwiffeting. f ft 
bij jy#: I , als Blijven , Bleef ^ Gebleven^ ^c. 
N< 1, aU^Sluiten^SlootfieJloteny^^c. 
N*: 5 yalsSchieten^Schootfiefchoten^^^c. 
N*: 4 , als Wegen.JfVoog<fiewQg€nj^c. ' 
iSr,: f , als Vinden^Voridfievonden^^c. 
- iV#: 6^ls BérJle.i^BorftfieborJlen^^c. 
Regelmaet der Uitgangen. fj*} 

Lijften der Verba, tot deze IL CL: 

beboorende. rf4 

»# #« «« ly^ 



t N H O 



I 



IV. H o o F D D E E L, 

Vaf^ den Derden Rang onzer Neder duit f ebt 

Verba. 

Van de ONGELYKFLOEXENDE 
VERBA verwiffelende alleenlijk 
in Imperfeéto van PFartehocaeL f 60 
De Regelmaet van deze Vocad-Mr- 

ruiling y. ^ 
hij JV'; !,«/ƒ, Geven^ Gaf^ Gegeven^ ^c. fSo 
N^: z 5 als^ Raden^ Riedfieraden^c^ f6 1 
N»: l^alsy Dragen^ Droeg^Qedragen. f6z 
Nk 4 , als^ Fallen^ Viel^Gevaüen^t^c. f65 
Nk f^als^ Hangen , Hing , Gehangen, f6 ^ 
N*: 6^ ahj Hou^enffSeuïp^Gebouwen.fö 3 
Ds Regelmaet van dé Uitgangen. f64 



V, HOOFD DE EL. 

Van den Vierden Rang onzer Nederduits 
/cbe Werkwoorden. 

Van de ONGELTKVLOEYENDE 
VERBA , heiden in Imperf: en: 
in Praetcr: Participii van fVor- 
telvoeael verwijffhlende y dog elk 
bijzonder.. f64 

De Regelmaet van -déze VocaelwiJ/e^ 

lingy h$j die van 
N^: i^alsy NemenjNamjG€nomeny(^c. f64 
N': z^aby Bidden^ Bad jGehedv$yt^c. f6f 
^''l^als^Helpen^IBelpjGebé^en^e. f6f 
N^: 4,alSyScbeerenjScboerfie/cboreny^c.f6'6 
De Regelmaet van de Tenninaden. f66 



VI. HOOFD DEEL. 



. 



den Vijfden Rang onzer Nederduits 
/cbe Verba. 

Van de ONGEirKFLOETENDE 



U D' : 

VERBA ^ler^ff^^eif^ hij^t Im^ 
perfefl;: en Praeter: Participii i» 
ACHT of ocHT , als Denken ^ 
Dacht ^ Gedacht^ t^c. f6j 



VII. HOOFDDEEL. 

Van den Zefden Rang onzer Nederduits 

fibe VcrBa. 

Van de Vermengde ^ thans GEIYK-- 
en oulinks ONGELYK^VLQE- 
TENDE VERBA5 ah 

Laden^ Laedde (oul; Loed^Geladen^ l3c.f6Z 



VIII. HOOFDDEEL. 

Van onze^ v)einige Onregelmatige Vcrba^ 

r. VandeVerloofene^ als j Deugen y^x. 

en Doen y Deedy Gedaen^ enz:, f69 
II. Van de Hulfwoordeny ah 

Hebben y Had y. Gehad ^ enz:. fjv 






■■-if'^'.: 






IX. HOOFDDEEL. 

Van de Regelmaet der Moefo-Gottbifche; 

Werkwoorden. 

VandèGELïKVLOETENDE ^zijn- 
de van de I. Claffis. fyf 

De Regelmaet van V Charader dezer 
Verba. fjé 

De Regelmaet van bare Terminatien. fj6 

IJjfi^n van deze Verba,- als voor 

N.x i^^9i\)mm^^ittmmi^c. frr 

^•- i, f aflan/faflatea/fafïaitöè/Gf^.f 81 

N.: 3 , i^afiion/faltote/ralliQ w&^. f 8} 



X. HOOFD- 



VAN T EERSTE DEEL. 



X. HOOFDDEEL. 
Vm de ILClaffis der M-Gottbifibe Verba. 

§^an dèONGEirKFLOETENDE^ 
hebbende hunne W ocagX-wtffeling in V 
Impeif: Indicat: en V Prtet: Parti- 
cipii elk bijzonder. f84 

De Regebnief van dfzéVocaiA-vjiffeUt^ .f S4 

De Regtlntfut der Termioatien. f 8f 

Uj/len van dit foert , van 

Nr z^^,5ÖttitKin/oanb/mintian^}6f(.r86 

N'i i,aisJitimaxi/mm/mman6i(^e' f87 
a*'.4^is,^iattQnifiQx6i/fwlliea^i^e. f87 

N*: f, als, 45a<iairan/ gaiiar/Qatiau^ 

ran^} &c, f88 

N': 6^s, matc^an/toarp/toautiianl- ƒ 88 



M ^ 



XL HOOFDDEEL. 
fan de III. Claffis der M-Gottbifibe V^ba. 

^4» de ONGEWKFLO ETEND Ëy 
•Ueenlijk in Preter: Impetf. van 
fFortel-vocael veranderende, f88 

De Regelmaet van die Voczd-wijilit^. f88 

De Regelmaet der Terminatieo. fSp 

Ujfien van 

Nrttals,'^s3iWttf^f^siBMtt$i^e. f89 

N': i,als, ^tö|an/tialii/ tnbaQS; ^e, f89 

j^;3,<2/r,^tlian/aali/8t&an9}&^. f89 
iV':4,<i/f,#aran/jQt;/faran^;&f. f 5» 
^'.•f^/r^tatd)an/fbt}/fiantiah|l;&f.fpo 

M- 6 , a/j, Sul^ati/ \av&/ Miaa$i^<. f90 



■•^^ 



XII. HOOFDDEEL. 

ran de IV. ChiSB der M-Gett'bi/che Verhi. 

Naemiyk van die genen , die in V Praet: 
eene gantfibe Silbe voor-ep-nemeni 

•Ui. €tkanj taitoft/ teftan^; C^£. f pi 
ent. JHejEiat)/ fatfltp/ ^it^n§,i(^(. f pi 



XIII. HOOFDDEEL. 

f^an de V. Claffis der M-Gottb: Verf». 

f'fl» ^tf ONGELrKFLOETENDE, 
die in Prxr: «^ j^a uitgaen\ sis 

SS^Itnsati/ tiragta/ l^iaj^an^} ^c. fp| 



XIV. H O OF D D E E L. 

Fan den Zefden Rang der M-Gotth: fTeri- 

woorden. 

TJjnde de Min- of On-tegebnatigen $ 

aist JBe0an/ magta; enz. S9< 






XV. HOOFDDEEL. 

Van V Paffivum in bet M-Gotthifcb. 
als, vDatliatt/ dividere. 

en ;DatIttan of ;Dat{ttdl toairtgaiu 

dividi, enz. fs>f 

XVL HOOFDDEEL. 

f^an den Eerften Rang der Frank^Duit' 

fche Verba. 

Fande GEirKFLOETENDEi ah 

€t\\ml triïiöa/ oetefltt; t^c, fp8 

Regelmaet van V Chara&r dezer Verba.f p j> 
Regelmaet van bare Terminatien. f pp 
Fan ^Paffivum in Ualgemeen^et behulp 

van Wttt^nl enMin <ƒ i©efan. 6oi 

Lijfie van Verba /^/ deze CL: behorende. 60 1 



XVn. HOOFDDEEL. 

Fan den tweeden Rang der Fr^DuUfde 

Werkwoorden. 

FêndeONGELrKFLOErENDE^ • 
zo wel in Praet: Partic: als in V 
♦♦«*♦♦ z Prart: 



1 ^ H O U TD 



I 



XXXII. HOOFDDEEL. 

!Fan de VL CL; der H-Duitfche Verba. 

iVertaiffeUnde mede de WortehvoctxX t 
■ bij V Impcrf: en Pract: Partic: /».9/ 
zijnde ander fints aen die van de l. 
Claflis gelijk, <5öp 

Wj 2&ien«en / ftjannte (*» ft?etm* 
te) / fleöiannet {en geojen^ 
ttet)/ t^c. 670 



XXXIII. HOOFDDEEL. 

Van de iweimge Ongeregelde H-Duitfche 

Verba. ^70 

jlennurking wegens^ t gebruik der Htflf- 
laoorden i» Infinit: ofinPrxt: Par- 
ficipi. 073 



MB^iêS^SSÊ^SS^S&\ 



;m^mi 



^T^i!^ 



XXXIV. HOOFDDEEL. 

VandeTJlandfche Verba/» V Algemeen. 676 
Van y Tjlandjcbe Paffivum. 678 



XXXV. HOOFDDEEL. 
/^4ff <& TJlandfihe Utlfwoorden. 

ah, ®erta/ tiacö/ ftoj^it/ ^e. 67P 



XXXVn. HOOFDDEEL. 

a 

ran de TJhnd/cbe ONGELTKf^L: VER- 
BA , die in Praet: Indic: en in Pract: Part: 

Pafl: ftt «»* bijzondere Vocacl-w^ 
yf///»g; aennemen : 

(a/r IL CL:) iw 

iVT»: I., 45ïy9Gil grelp/jjiripcnti. öStj 
jv*: z, 25ioba/ ftauH/ ooöenn. 087 
iVv 5 , f inna (f intJa)/fanö/futi^n.<J88 
N-. 4, 95o;a/ ftar/ liomni, ««• 68p 



XXXVIII. HOOFDDEEL. 

Fan de IJl'. ONGELTKFL'. VERBA , die 

in Praetcr: Indic: van Vocacl verwiji' 

len f dog niet in Prxt; Part:. 

(als III. CL:) dus . 

N*: I , €^efa/ gaf/ mfernt/ 6?^. «po 
iv*: 1, fexaf fwr/ fatetin/ 6?^. 6pi 
N*: 3, 25tefa/ Wie^/Waafenn/£^^. 693. 



XXXVI. HOOFDDEEL. 

Vao de TJlandfcbe GEirKFLOETEN- 
■ DE VERBA Uls I. CL:.) 

Gelifk 2Êteïta/ ïiaïtatK/ en in Praet: 
Part: Ad: ^aftatl / w Paff: S^afia- 

.Uur./ 6ff. <s8j 



XXXIX. HOOFDDEEL. 

Fan de ÏJl: ONGELYKFU VERBA, 

gelijkende na die van de I. CL: en die 

van de andere CiafT: te gelijk: 

(als IV. CL:) dus, 

N*:!, 2BerCpulfo),ftartie/liaren«/ö'f.6p5 
N»: Zy ®cpn (boo), tnruntie/ t^c. 6p4 



XL. HOOF D D E E L. 

Fan de Tfl: Onregehiatige VERBA, als 

j^aa (apprchendere),naat}e/naabur.*i 

<©rOOa (gcnninare), grofte /-gtooeti. L^ 

ibtm (venio) , INom / ftottteitn. r*^* 
€t)uo (lavo), ttuo^e/ tSwtsentt. j 

tf;;z:. 

Bijlage 



VAN 'T EERSTE DEEL. 



Bijlage No; 7. 

Fm dt LAND-VRIESCHE BiahB, 

vergeleken tegen de NEDER- 

DUITSCHE 

Inleiding. 6S9 

Fan de Scherpheid en Tongdraying van 
die Dii]e&, benivem bet verander- 
lijke beïoop van dezelve. 699 
IJjfije van de Land-vriefche IVotrdeo. 70 j 

Fan & LAND-FRIESCHE VERBA. 

Vm ie GEIXKFLOErENDE, te- 

'gen onze i. CL:. 
als 39<jatcf ra (hegeeren), iKjeacte/ tes-i 
ieacb. >7oiS 

Jidni {vehn), fMte/fittt/y<. i 
ronde ONGELÏKFLOErENDB, 

tegen om II. CL:. - 707 

«i aSpttm {Bijten) , 6itt/ IseOm. 
Ipen (Lijden) , lit/ Ipmt. 

ibtlicltutani (Schrijven), fiinmt- 
fclmautm. 



ffietiietjni (Grai««B),jentat/Bntoite. 

S3pnmn {Binden),tmn/iMmlenz. 

Tegenonze UI. CL:- 708 

als fmtn(Faren) ,fol>l/fmat)enz. 

Tegen onze IV. CL;. 70P 

akfimxnm (i«»i™),nami/tii)mmiina:- 

Tegen cnze V . Si VI. CL:. 710 
atitSfinB'n(Brengen),itm^li)(Kllt/Ve. 
jbttjilim (Scheiden) , fcjatt/ fcgatt. 

Tegen onze Onre^elmatigen. 71 
all iDtUani (Dten),1)ul Sioi; «z.-. 



BijUge N°: 8. 

CXXVI. WAERNEMÏNGÉN e> de 

HGLLANDSCHE TAEL , te 

faamet^efielt door 

Pr: Ozi HOOF D. 

Benèffens 
Eemgt Jemnerkingen over dezthre. 

iwapag: 711 tot 743,. 



WAERSCHOUWING. 

De Lezer verzuime niet, vooral zó zijn tijd wat kofte- 
tijk zij , onze VOORREDEN vooraf te doorlezen. Om 't 
gewigt der zake heb ik verkoren deze vreemde Waerfchouwing 
te doen , vermits vele anderen , zo wel als eertijds ik , uit een 
al te grooten drift gewoon zijn de Voorre4ens over te flaen, 
waer door we ligtelijk een regten Leidsman van 't Werk 
konnen mifloopen , ten minfte zo de Schrijver de plicht 
«en dienft eener Voorreden gékent heeft. 



AENLEIDING 

Tot de Kennis van 't 

VERHEVENE DEEL 

DER 

NEDERDUITSCHE SPRAKE. 

DE LIEFHEBBER. 

Eerfte Redewiffeling. 



.'7"s. 



tuflchea 

N, . en L. 



N . i Nze Kennishouding van oreriang > beneflèiu de over- '-' . , 

^ ccnkomft in meer dan ccne Licfhd)berij trok mij, jj^^* 
voornamelijk fcdeit otu laetfte gefprek, hier na U toe, d^ on- 
> om , zo verre hec wezeo mogtc , eens uit de j;rond op dcrhandfrt 
, te mpgen handelen over Aenmerkingen bctrefrendc on- '•"8' 
I ze Moederfprakc i alles , om te netter te worden in 
het Denken , en in myne Gedagten te koonen uit- 
ten , als mede om 't edelfte der Uitdrukkmgen van anderen te beter in 
liare waodc te verflaeoi w»iA dit bedoel ik in de Taelkunde» <& buiten 
A dat 



ft DELIEFHEBBER- t. Rcdtwijf. 

dat eene fchrale weide is, bequaem om de herfenen mijmerend , de lichae- 
men mager, en zakeu tot ijdele klanken te maken. 

L. Ik weet wel, Mijn Heer, dat men niet veel vuer behoeft om uwc; 
Liefde te doen vlam vatten. EÜen onderzjoek en Redewiflèling met ymand ^ 
die reeds zo veel Letterkennis bezit , kan mij niet als gevallig wezen j 
dies flae ik de onderhandeling niet af, mits uw gezeg van uit de Grond op , 
dat zo vrij wat influit , en ligter te zoeken dan te vinden is , mij niet te 
naeuw aen de letter binde. Maer , kan uwe geeft niet ruften in den 
loiFclijken arbeid, die eenigc Liefhebbers,, elk in 't bijzonder, nog on-^ 
langs over die ftofFe in *t hcht gaven? Of, heeft de Liefhebbery iet on-N 
verzadelijks? 

H. N. Ze heeft, zo lang men veld meent te winnen. Ik prijzc dien ar^ 

'^^d^o* ^^^^ ' ^^ zocht te werken tot opbouw , niet tot verftrooijinge of verwer^ 
derhsind^" ring. Ik zocht eensdeels vermacJkt te worden in befehouwingen , die min* 
lingen't der dor en laeg waren dan 't gewoone platte Grammaiicaely om den oor^ 
>Vcrk. foronk der Tale en der Benamuigcn meer natuerkundig (-Pijj^^r^) en Rc- 
üelievig ($iAoXoyi«M() verhandelt te zien^ waer toe ik ook zocht nameer^ 
der bericht van onze Oudheid y anderdeels zocht ik nog na Regelen ia 
vele zaleen, welke bij anderen of niet aengeroeit, of als onregelmadg zijn 
opgegeven. Dit hope ik , ten minfte in eenigen deele , bij U te beko- 
men > niet alken om dat ik in uw uitcegevene werkje van de Gemeen^ 
fcbap tujfcben de Gottbifche Sprake en de Nederduitfcbe onze Oudfte Oudheid 
rerhandelt zag, maer ook om dat ik onder ons laetfte bij-een-zijn, opheK 
derine kreeg; van eenige duifterheden , die mij in mijn onkunde te vorea 
onreobaar (chenenj al had ik gecne andere rede, zo was deze laetfte ge-^ 
noeg. Daerenboven zag ik toenmaels uwe Ontdekte RegelnuM en Rangfchik" 
kin^ , zo wel van de Oud^Frankifibe of Oud-Mmémnifche , en Angel-Sa^ 
mjche , als van de Hedendaegfche Hoog-Duitfcbe en onze Nederduitfcbe Fer^ 
ha 5 ftrekkende alles tot aenwi jzing hoe men tot nog toe ten onrcgtc geagt 
heeft , dat bij alle deze gemelde Spraken de Ongelijk-vloeijenden , die groot 
in getal , en de voomaemfte der Verba zijn ,, voor Ongcregelt te houdea 
waren. Eene vlekke, die waerlijk te deerlijk zou zijn, inmcn ze zo wd 
in waerheid , als in de vergiilfing der Lettcrkonftenaers beftond. Ik zag^ 
egter dit alles fle^ts ter loops ^ waerom ik verlangende ben om het zelve^ 
nader te mogen m- en door-zien ; want , behalven dat de Oudheid en haer 
Tuflchenvcrloop mij dan , als de kennis daer van dienit kan doen aen 't 
Onze, zeer vermaken kan, zo ben ik ook van gedagten, dat zonder deze 
kennis , veel naeuwkeurigs ^ ja bijna al het Waerom der gebruiken , en 
Toc»^l het Etymm , het ftuk van de Afleiding of Waord-ontwortcling, 
nooit grcmdig kan gekent worden. Immers in zulk foort van be(chou-« 
wingen dunkt mij 't Verhevene onzer Tale te fteken : want ydcr Konft ^ 
yder Wetenfchap heeft hare hooger en lager trappen , dog dat gene , 't 
welk zulk eenen Lezer vereifcht en onderlrdt , die niet laeg van oordeel en 
Tteds bedreven is in de gemecme Leflcn ea 't Gebruik , oehoort tot hec 

Fer^ 



r: ReJéwif DELÏËPHEBBER. |. 

Ferbwene Deel-, m wdk (luk ook de bloote Betragtiog «elf loffblijk is» 
in Mafffis voluiffe fat eft. 



L, Dat ik al Vlij wat gewurmt heb in detc ftolBfe , ftae ik u toe : ik ni; 
héb ook wel vooraf gezien , dat ik , met het uitgeven van mijn vorige Twijffc^ 
Boekje, mij eenijgfints verbond acn 't vervolgen, zo ik *er anderlints rijpe l^JJg^^^' 
vragten van wilae doen plukken : maer, terwijl ik hier toe bezig was in ^ 
't Frank'-ltheutfcb en Angel-Saxi/cb ^ en vooraaemlijk een wakend oog hield 



oplchoC' 
ting* 



op 't gene ons leercn konde , hoc oud meeft alle de eigenfchappen on 
4cr Talc zijn , of op 't gene tot ontwarrinfl; konde ftrekken van eenige 
tegenwoordig twijffelagtige of ook fchijnftrijdige Gebruiken , ^o bevond 
*ik mij 5 ter oorzake van vele nieuwe en onverwagte ontdekkingen , hóe 
langer hoe dieper in zee , en bedracit , hoe ik in cetien togt , volgens mijn 
opgevatte voornemen , ten einde van dien arbeid koom'j want, die din*i 
g^n ftuksgewijze voor den dag te brengen , gelijkt mij te weinig y als geen 
luft hebbende om telkens op nieuws in 't Waigaren van 't Grammaticaél 
te blijven hangen , of vcrftrikt te raken. En , wanneer ik daer bij over* 
wege, hoc weinigen dat 'er zijn, of kumien zijn, die luft fcheppcn in be^ 
ichouwingen over 't Letterkundige, zo.ftae ik te mets in twijnel, of niet 
beft mijne fchetsgcwijzc opftellen in hare rouwe gedaente bij mij mogen 
blijven ruften , als zijnde voor mij van gcnoegfaem behulp : daerenboven 
heb ik doorgaends bevonden , dat Luiden van 't befte oordeel allermecft 
«en weerzin toonen tegen 't gcwoone Grammatkael ^ zulks dat zelis de nacm 
van Grammaticus bij haer flegtjes te bock ftaet. 

N. Zo vind ik Het ook wel, maer waer hi en waerom tog is het dat ^^'-^ 
ae klagen? is 't wel anders als over een drooge behandeling , of over ei- ^^^^" 
gen-verdichte regelen, zonder wettig gezag of rede, of over Lettervittin- 
jen van geen belang , die niets toebrengen tot de verbetering der Dcnk- 
celden ? Dog nooit was het over 't nutte en ware Letterkundige 5 daer 
Voor hebben al te groote Gceftcn groote agting getoont 5 de verftandig- 
■ften zoeken allermecft , als ze iet moeten doen , te weten wat ze doen ^ 
len waerom ze iet dus of zoo doen. 't Is dcrhalvcn wat anders, daer men 
in de Taalkunde na 't nutte zoekt , na zaken , oorzaken , en rede , en dat 
alles tot opheldering en befchaving onzer Denkbeelden : ja , voor de groot- 
fte, mits geleerde, haters van 't ccwoone Grammaticael zal, geloof ik, 
dit onderzoek vooral niet minder benaeglijk 2nn, dan voor de gemeenlijk 
bekende Lief hebbers* Laet het derhalven vaft ftacn , om uw reeds begon»* 
ncn werk voor het Licht te bereiden \ want hoe Zoet en loffelijk is; het 
mede te deelen daer men kan? Gy fchept wel vermaek in de ontdekkingen 
die anderen in 't licht geven , nogtans geniet je daer flegts 5 en zo veel hccrli j ker 
het is te geven dan te ontfengen , zo vccibchoort ook de geneugte acn te waflchen* 
Hoc kan eenen menich iet fiacijcrs te beurt vallen , aan te geven zonder miiP' 
Icn , en te geven dat niemand den ontfanger ontnemen kan ? Met geen' 
Rijkdom, ecene ftoflfelijkc goederen vermag men dit: dit is een bijzonder 
^^cn acn IConftcn en Wcteiifchappen , en een tcekOT dat ze Goddelijke 

A z gaven 



'4 D E L I E F H E B B B R. ^. R$dm>iff: 

gaven zijn : Ja men verlieft niet alleen bij zulk goren niet , m^r wint 
meeft altijd, want, al onderwijzende leert men. 

V. L. Mijn Heer ftrooit vierige vonken om lofièUjk brand te fiichten. 

Iwirig- lic weiger niet ten dienile van. anderen, en tot opwekking van een goede 
•mrntde* Liefhebbery wat moeite te ondcrgaen >, te meer wanneer ik,, als m dit 
manier ftuk , een. groot deel van de nuttigheid in mij zelf kan. vinden -y. want al 
▼an dcBc- voor langen tijd heb ik ervaren , dat het fchrijven de geda^en , die ander- 
liandding. ^^^ ^^ ^^ (chemerachtig en giflênderwijze in 't hoofii hggen, bcfchaef^ 
der maekt : dacrenboven ontlafl: men de Hcrfencn van 't gene 'er uit wil , 
om ruimte te maken voor nieuwe bezwangering. Hoewel ik van de an* 
dere zijde met eenen bewufl: ben , dat men, voor zig zelf iet aenteeke^ 
nende , duidelijk genoeg fchrijft , indien men flegts over één of meerder 
3{ircn zig zelr verftacn Kan j en heeft men midlerwijlc. luft om over zijne 
opmerkingen eens met anderen te raedplegen , zo vertrouwt men zig og 
de moiidelinge uitbreiding of ontduiAerme; \ dog , in 't fchrijven voor een 
ander en voor 't Gemeen, neemt de ichikking en be(chaving te mets zes- 
mad meerder tijd wee dan de vinding. Dus ook.^ als ik om mijn fchets- 
werk denk , vind ik dea otntick tp wijd , om binnen korten tijd het gant<- 
üht beflag in zijne vereifchte houding en kragt te krijgpn :. ik kaa ook 
bij mij zelf nog^ geen vaft befluit opmaken , wat beloop ik beft aan 't 
VJ'exk geven, wat Itijl ik aennemen zou. Ik zoek kort te zijn, ik zoek 
klaer te zijn, als hatende het tegendeel van 't een en van 't ander. Maer 
lioe zal ik dit juifte konnen treffen? Schoon ik den middelweg inflocg, 
zonder in . 't platte te vervallen , ik zou egter te laf en langdradig (chij- 
nen voor de genen die fiiel van bevatting zijn, al is 't dat de trage van oor- 
deel dat zelfck jgezeg nog te kort zou&n agtcn. Ik. weet wel aen wel- 
ken ik my 't nunft zoude kreunen.^ marr, aengaendQ den Stijl^ hoe zal ik 
hém aenyoeren ?. Zal ik hem fchikken by wijze van Icflen ? Hoe dor imi 
verdrietig zal hij worden , vooral wanneer 't wat kng duert ? Of zal ik 
hem nemen bij wijze van Befchouwingen ? Deze roert wel , en verwekt 
meer vier, luft ^ en leven, maer is ook bezwaerlijk voor een ander om te 
volgen , en voor mij om z^ulks in 't GrampMticael dragende te houden : 
V> de aendagt van den Lezer eens mifte of vermoeit wierde , ligtelijk zou 
hij het waerdigfl.e kunnen verbijflaen ^ en telkens, vermaen van c^merking 
te doen,, zou té laflig en te verwijteÜjk kometv voor een die vaardig van 
oordeel is, en du; wi^rd ik ftootebjk voor dien aen wien ik meefl zocht^ 
te voldoen. 

VI. N. Die zwarigheden keer ik. tot mijn. voordeel ^ lact onze Tweefpraefc. 

Oplofling het beloop van uw werk beflicrcn. Alhoewel de gemeenzame Spreek-flijl 

^"'^^"r "^^y ^^^ "^ '^ platte trekt, hij heeft nogtans zijne vennakende verandering v 

Sodd^g' "^y verheft , en hij daelt ,. hij vcrhacft, en verflaeuwt,. na 't onderfcheid 

van ftoff, of na toevalligheid van drift, en vier; en. zulk lev.cn, zpo mea 

de verwarring vermijden kan , onderhoud den Lezer met» minder verdriet. 

De Spreek- fbjl kan bijna allerhande gedaente aennemen, des zat hij ook on- 

getwijf- 



n. JWttttf: . DELIEFHEBBER. f 

getwijflèlt zig doorgaeods kunnen vlijen na uwe reeds gemaekte Notulen^ 
nu en dan bij. inval van ^dasten op^ftelti. Dan zoude ik vtx>rts acn u- 
wc zorg" bevolen laten, om aat mondgcfprek van twijffelduidingen en o- 
vcrtolligheden, van ftrammighcdcn en herhalingen, die in een twecfpraek 
uit de vuift niet te vermijden zijn, na uwc verkiezing te zuiveren. Dus 
bemkte ik tefïcns mijn oogmerk, om, zonder uw merkelijk verlet, mij- 
ne Liefbebbcry te voldoen: en, zo onze onderneming een goeden uisflag 
vwkrijgt, gelijk ik verhope, zo hielp ik mij acn t gene ik verlang, eti'u 
acn een korter einde van zaken. 

Lf. Tot een proeve te nemen ben ik niet ongenegen. Ik heb ook wel 
luft in de veranaering en nedrigheid van den Spreekltiil j hij verheft niet 
als om tijdig weder te dalen : ondertufTchen is het veilig oy de Laegtc : en ik 
keure het beft in een Schrijver, dat hij meer het nut van zig zelf en van. 
een ander fchijnt bedoelt te hebben , dan om te toonen hoe verre hij in 
cenige konft of wetenfchap gevordert zij'. Dog, op dat onze RedewiÜfc' 
ling te befchacfder opkome , zag ik het onderwerp van onze naefte Verr 
haxtdeliiig liaËlt vooraf verkoren , op dat wc beiden beft gefcherpt mogen 
ïajn, latende den tijd van onze bijccokomlt acn Mijn Heer. 

N. Die keur kan ik niet afflaen, en noem 'er toe, volgens mijn ijvci-, 
den dag van morgen. Tot onderwerp had ik gaemc uwe Aenmerkingen 
over de Taclof Spraekvoerine in 't Algemeen, vertrouwende op hare Heer- 
lijkheid en Waerdc;, en verwelde ik mij vaftclijk, dat zig niemand in die 
befchouwhig zal kunnen ophouden zonder agting en tevens ook ücfiJc te 
krijgen voor . de Taelkunae. Ondertuflchén twijffid ik niet , of gij zult 
met mij voor good keuren , dat ook dit ons gelprek , als een acnlêiding 
van het Werk zijnde j. na. vermogen van ons- geheugen, aen depenn' wicr- 
dc toevertrouwt. 

L. Dat ftemme ik toe-, en meene dan- dit ftuk met den nacm van Lièf^ 
hebber te doopcn, als wacr in het merkteeken van uw Perfoon, uwe vio» 
rige liefde tot de Letter-oeficning , niet tcgcnftacndc ze, zo min als dft 
mijne, geen tijdelijk gewin in 't- allemiinft op 't oog heeft, zo merkelijh 
hcrft doorgclbaelt; temeer om dat 'er Liefnebbery tot zulke ftoffc ver- 
•ifcht wora , en om dat uwe beweegredenen genoegfaem alle de aenfpoo'^ 
sngen vervatten,, die mij van aixleren zijn roorgekomeiiJ 



LOF 



LOF D E R S P R A K E, 

OF 

HEERLYKHEID EN WAERDE 

lÉ 

DER SPRAEK-VOERING', 

Tweede Redewiffeljng, 

J^, en L. 

N. ^jk *^ U kom ik mijn Vrind , om voldoening van 't «ne gij gMc*- 
j^^l ren mij toeuond ^ ik zie op onze onderhan^ling over de 
JL ^ Spraekvoering in *t Algemeen, hare eeboorte naemlijk, haere 
Heerlijkheid en dienft , haer groot worden en éca aeit van verfpreideni^ 
alles met oogmerk en hope of door deze overdenkingen de agtin^ en lie& 
de mogten opwakkeren , als mede om te zien op welken ^onculag eea 
Tael - behandeling ruften moet : en ik héb 'er zd6 een begm van opge* 
fielt. 
ïé Niet zonder ontroering kan ik een Doofgeboomen aenzien, als ik over^ 

Wacrdc wefi|e wat Heerlijke gaven zulk een menich mül , terwijl nogtans de Goed* 
bmik der ^^ ^^^ ^^ Schepper die aen ons en anderen heeft mede gedeelt, en die 
Sprake. wij niettemin zo ona^^tiaem veel al gebruiken , zonder opheffing van han-> 
den, zonder opwekkmg van dsmkbaerheid : want al is het, dat die onge* 
lukkige van het licht der Rede niet ten eenemael ontbloot is , hv taft 
egter met zijn verftand gelijk de bUnde met zijn^ hand: niet alleen dat hij 
berooft is van alle de ziels-vermaken en voordcelen , die *t Gehoor toebren- 
gen, maer daercnboven ontbreekt hem die onwaerdeerlijke fchat , dat he- 
meliche gefchenk, de Spraek meen ik. Verbeeld u eens met mij een fa- 
menvloed van menichen , onder welke niemand ooit geweeft ware die 
fpreken konde, wat zou' m'er veel anders van verwagten konnen dan van 
^t ftomme gedierte ? en zo 'er ijmand mogt' gevonden worden die deze 
onnozden ckze behoeftisen van dat gebrek kende verloflcn , zoud' een 
menich aeh een menfcn iet waerdigers kunnen mcdedeelcn. Al wat 
ijder der Goden, of liever der Vergode Vorften van ^t Heidendom, in zijn 
ïevenstijd wd eer aen 't Menfchdijke geflagte tot nut of vermaek , zo men 
voorgeeft, heeft toegebragt, 't zïj tot opbouw van konften en wetenfchap- 
pen , 't zij tot onderhoud van een goede Gcmccnfchap , 't is alles te ia- 
men gering van belang in vergelijking' van de Waerde der Sprake : en hier 
uit zdf trek ik geen ongevoeglijk bewijs dat de Heidenen haeie Goden van 

voor- 



z.Redewff. LOT DER SPRAKE. 7 

voorname Mcnfchen ontleent hebben, dewijl ze doorgaends alleen zulke van 
hare daden weten op te tellen , die , ten beften genomen , wel eenigifints 
heilzaem waren voor hare onderdanen ofte geburen , raaer nimtner zulke 
die- iet regt-goddelijks behcliden > dus wagt zig ook wel Ovidius y die groo- 
te opfchikker der Fabulen , van in zijne Metamorphofis aen ijmand van die- 
terzieide Naemgoden de Schepping toe te fchrijvcn j zelf noemt hij 'er 
reen een , zo veel ik mij erinncren kan , die aen de mcnfdhen de Reden en de 
Sprack' zou* gegeven hebben , dog hij eigent dat Wonderftuk toe aen dat 
Onbepaelde en Aller-ecrbied-wacrdige Wezen onder de benaming van Deus 
en MelioT' Nattira , en verder lUe Opifex rei'tim mundi melioris Origo 5 als 
agtende, met reden, dat aea de andere Heldengecften , op zijn beft, niet 
meer als een onderbeftiering was toe\'ertrouwt. 

Maer, om tot onze ftolrc te keeren> als ik het nut der Sprake bedenk ^ 
zo groeit npijn ijver zo kragtig , dat ik den klein-affter der Taelkenniflea 
in een Redenaers Stijl wel tocduwen zou , dat hij ftom zij , die de Sprakt 
gering fcbat f 

L. Wenfch hem Eever toe de gave van wel te /preken ^ zijn klein-ag* 
ten zal wel haeft in Liefde vciwiflclt zijn. Macr, fchoon uwe ijver,. 
Mijn Heer, de haven voorbij zeilt, uwe befchouwing nogtans maekt mij 
gaende. 't Gene gy bijbrengt is nog veel te gering > ik zal *er meer en 
nogtans veel te wemig van zeggen. Die gave is al te overheerlijk, dan 
dat de befte Taelvoerdcr hare regte vcrdicnflc in hare nette mate zal kun- 
nen affchilderen. En 't gene ik onder mijne invallende gedogten wegens ^ ''• , 
de verwonderlijkheid der Klankvorming in gefchrift aengeteekcnt heb, dcriy^**^ 
2al hier niet qüalijk op paflèn. '* Wat was de Menfch tog zonder Spra- hcid der 
^ ke? wat de Gezelligheid ? wat de Gemeenfchap? Gcene* Overeenkom- KlankyoaJ- 
yy ften , gecnc Wetten konden 'er plaets hebben , geen Medcdeeling van "^"'fr- 
jy gedagten , geen Onderwijzing nog aenqueking van Wetenfchap , of 
yj van een goed gebruik der Rede. Afgefcheidenc Holen , fchuilhoeken 
yy in de BoiTchen om zijnen magtiger Medemenfch te ontwijken , waren 
yy hem eigender dan de Bijwooning : En , zo hij ergens in van 't wilde- 
yy gedierte nog verfehilde , 't zou in overmaet van verwoedheid moeten 
„ beftaen, om dat de geweldigfte driften door fchranderheid geftijft zouden? 
„ worden. O ! Helfche gevolgen van een algemeene Stomheid J Maer,, 
y^ in tegendeel , O !. Heerlijke Taclvocring ! O ! Wonderbaerlijk vermogen t: 
,5 dat deze rampen met zo weinige moeite wegi-^acgt , dat . zelf een ftee-^ 
^ nen hart, zo 't hier maer te ree;t op flil ftond, in eerbied en liefde tot deiij 
„ Gever van dit gefchenk zou doen verfmelten 5 een Gave zo dierbaer^ 
^ dat ze ons de Aerde tot een Paradijs zou maken , zo ze nooit misbruikt: 
yy wierd, zo geen onkunde of verkeerd beleid zig ooit van haer bedien- 
55 de. En , in welke welluftigc velden van Verwondering kan onze Geeft 
55 vervoert worden , als men overweegt wat 'er tot het. Spreken en WeK 
5, föreken vereifcht word .^ Bezie de Wijsheid van den Schepper, hoe .Hy- 
55 cle Lugtdeelen ontfanklijk van Klankbewegingen gefchapen heeft^ zo dat 
3^ ze niet aUetoecne«S';^r^fr en Zw^/t)trr beweging twwG^/wVaennemen, xMcr 

'M ook 



t 



LOF DER SPRAKE. 



99 

99 



5> 
99 
99 

99 

W 



55 
3> 



^ ook eenen Hooger en Z^^^ /omi, en daer door eenc Zidroerlijke Leiding 
van gezang 4 Overdenk zijne Goedheid dat Hij den Menfch niet alieea 
met bequame werktuigen beichonk, om die twcederhande trapsgewijze 
verandering van klan0)ewegiiig m de Lu^ óoox 't gehoor te kunnea 
^ ondeiichciden ^ en, dat nog meer is, om zeff die klanken na zijn welge- 
vallen te kunnen voortbrengen, maer allermeeft, dat Hij ons 't vermog^ 
gegunt heeft van de LetterkJMken te maken, van het froardv&rmen ^ van 
et Tadvoeren , om op zulk eene wiize onze innerlijkfle gedagten aan 
anderen te kunnen mededeelen ^ welke eigenfchappen der Lttterklan^ 
ken niet door eenig ander werktu^ dan door Keel, ton^, en mond zijn na 
tebootzen; En, dat wonderlijk is, ijder vanonzeKlink-letters (/^0^tf/^i)]s 
ontianklijk van alle de gemelde trapsgewijze veranderingen der Klankbe* 
„ wegingen, zonder daer door iets te ontaerden van haer' natuer : men 
^ skan op de A , alle tonen, alle wijzen zingen, en elke toon kan mea 
„ zaff en fierk uitgalmen naer geliefte , zonder dat het A-gelujd iet anders 
dan zig zelf gelijkt 5 het zelfSe kan gefchieden op vder oer zuiver-enkel- 
de vocalen : en wie is 'er, dien, dit wel bevattenae , de verwondering 
niet zal 4Bien z^gen of denken , Hoe komt een menfch tot zulk een 
„ veimogefi! 

N. Wao'lijk^ mijn Vrind, niet dan al te zelden overweegt men gqio- 
tene giften. Deze nve , dit vermogen komt mij zo waerdig en verwonder- 
lijk te voren, dat Ichoon ik mij eenen Adam , een eerftgefchapen' ineQi€l& 
als onbefmet van Geeft en edel van werktuigen verbeelde, ik niet bezef^ 
fèn kan hoe bij hem een Taelvoerin^ zou verwa^ konnen worden, zo 
Gods Ahnagt nem niet beftradt had met een drift tot zulk een' bewe- 
ging j en zelf waer die konft ook ligt met zulk eenen vcrftorven , zo de 
vinger Gods den Kinderen niet een fterken trek en eene oiibqgrijpelijke heb- 
behjkheid tot nabootfing hadde ingeplant. 

L. Met groot re^ verdienen de Kindeftn hier uwe opmerking: want 
aen dezen gedenk ik nooit zonder verwondering^ naeidijks geboren zijn- 
de , moet de Geeft terftond bezig zijn om de werktuigen der zinnen 
gade te (laen , en zelf ook te beffaeren > de eerfte keure valt wel op de 
Smaek; en van de Pijnlijkheid en Behoefte zijn de krimping en 't krijten, en 
van de Vrolijkheid een eenigfints bUj' gdaet getuigen , maer hoe onzeker en on- 
tijdig zijn alle de overige beftieringen der Leden? Hoc wild is de roering 
van 't Gezigt ? het paft op Ligt nog Duiftemis 5 en lioe domlig is 't Gehoor? 
want ctlijke weken zijn 'er van nooden eer het kind door eenige bewe- 
ging bcücheiddoet op 't Geluid) en nogtans binnen twee, drie jaien, of 
daer omtrent, ziet men 't zijne tengere Ledetjes zetten waer het wil, het 
gaet, het ftaet, het woelt, net loopt, het fpringt > het is dan reeds ge- 
oeflènt om de Oogen te keeren na ae zigtbarc dingen , om , na mate van 
den afftand der Voorwerpen, niet alleen de twee oog-appcls nader bijeen 
of wijder van elkander te fchuiven , maer ook , dat meer is , om de Vlic- 
:zc3i derdriedcrhandeVogten, als het waterige, krifbllijne, en glazige vogt, 

vooï- 



i. Reie^ff. L OF DERSPRAKE. 9 

roomaemdijk ket midddflC) zoodanig te vtrichikkca of te xrervónnen) 
dat de infcliietendc ffaalen het Net-vlies wel mo^en aentrefFen ; dewijl men ^ 
zonder dat niet anders ziet ak door een qualhk gefield vergrootglas^ en 
alles is domlig en verwart, gelijk de Ervarcntncid éa de Wiskonlt leert; " 
De Kinderen kennen als dan net onderfcheid tufTchen Ouders , tufTchen 
Vreemden en Vrinden^ hun gehoor is bedreven op de klanken, ze giflên 
op de plaets en. op de verheid van 't geraes^ ze onderkennen de ftem van 
min en van huisgenoot , ze verflaen de fpraek' van hunne Moeder , en 
heU>en opgemerkt welke famenzetting van Letterklanken zy, die methaer 
omgaen, gewoonlijk aen de zaken van hare bevatting toetKuQèn. En , o 
wonder ! ze weten zelf reeds Tael te voeren en de natuer' der Klankleidin- 
gen te volgen s ze weten met een- vleijende toonverheffing het oor van de 
Moeder te ftreelen, en den fteurders van haer poppefpel met een gramme 
beknorni^ te keer te gaen. Wat leertmen niet al veel, door opmerking, 
door 't g|d>ruik, en zonder regelen, ja zonder zelfdacr nae te weten, hoc 
iQ^n 't gelcert heeft , of hoe men 't doet ! En wie is 'er van bedaepden 
<»udeidom , die het tiende deel van dat in zo klein een tijdbeftek zou kun- 
nen leeren ? want , alhoewel onze tong ak dan gewent is op het Klankvor- 
men , en fchoon wij de Ervarentheid , en de op- en uit- rekenins van die 
(in welke ooze redenering befhet) tot behulp hebben-, ja fcnoon wij 
van de befle roeien , tot merkelijke bekortinge , ons bedienen , hoe ^e* 
k jaeren hebben wij «per van nooden om een' vreemde tael in haer ei- 
^enfchap te konnen meeilèr worden? en hoe flegt zou 't met ons fben, 
mdien wij in onze eerfte kinderjaeren niet leerzamer waren geweefl dan 
nu? Hoe wel dóet een Ouder casi als hij dien weligen gronaniet anders 
dan met wat goeds tragt te beplanten , want de dwaesheid van Speelge- 
nooten, en de fk^ voorbeelden van die van hooger jaeren, gevoegt oij 
de wifpekuengheid der kinder-driften , zullen onkruid genocjg op dien 
akker ra'ooijen: 't was dan te wenfchen, dat elke jongeling , die reeds be- 
vatting van zijn weldand krij^ , vooral op zijne tong' palte, op dat het 
misbruik van die onwaerdeer^kie gave hem geen te zwaercn fchuld op 
den hals hak. 

Maer ik rad[ te ver , de verwondering heeft mij wijd omgevoert , en 
IK^ zou ik niet ruflen , ten ware ik vreelde , dat ik uw aendagt te 
veel gevergt, en u verhindert hadde om uwe vragen of voorflellen te 
doen. 

N. Zou opwekking van liefde cetien Liefhebber verdrieten? o neenj"^ 
vervolg uwe Aenmerkingen. 

L. En , zou men de Taeh^erini of *t Vermogen Van die niet onwaer- h^J/J'j^.- 
deerlijk agten en noem^ ? als zijnde gegeven om te dueren zo lange de hcid van 
werelt duert , en een Goddelijke gave , gefchonken aen onzer aller aerts* de gebooi> 
vader Adam , om haer aen te queken tot dienft en band van maetfchap* ^ derSpra- 
pije, en, na dank-plicht te Tekenen, tot lof van zijnen Weldoender j zijn- *^' 
de wijders , om Iwer vrugtbaer en bloeijende te nmken , gevoed met de 

B melk 



lO LOFDERSPRAKE. tr. RtiéTüiJT. 

melk dier Rede : ^msoSi zo de Rede hare hul|> niet geboden had om de 
fchikking der Sprake te vo^en na 't natuerhjke ondericheid en de be« 
quame leiding der denkbeelden, alle wetten of vaflüfiUingicn daer omtrent 
varen ligteUjk onbruikbaer geweeft of geworden. 

N. 'T 18 wel waer dat de Tael van oud-adelijke geboorte is, en 't hjd- 
bij mij geen twijfïèling of hare Grondle^ii^ , zo wel als die van Staety 
is op het beleid van de Rede gébouwt , geiïjk ook niet ten onr^ in 't 
GriekiHi een Wowd ea de Ktdt door een zelfden naem Aoycf wonden. 
uitgebeeld ) maer nogtaiis is het nu van agterèn ons dikmael zo duifter 
om de rede van hare gebruiken te konnen uitvinden. 

* 

TT. Lr* *T verloop van lange tijden en de vermenigvuldiging der zaken^ 

ftcnwafdi (Jocn dc redding moeilijk worden > want , in 't overwegen van den na*- 
Wocüd tuerlijken aenwafch eener Sprake tot haren vollen J>loei toe, zo dunkr 
Sszakou ^^ ^j ^^^^ te zijn (voomaemlijk als ik aen uw aangeroerde veraelijking; 
van de Spraek- en Beftierkunde gedenk) dat 'er in het allereerfte begin, 
van een eerfte huishouding of gemecnfchap weinig Be^mkunde van nood- 
den is > Regplen bij forme van Wetten zijn 'er overtoUig : indi«i de Huis- 
vader flegts verwarring weet te voorkomen, en zijn huisgenooten door goe-- 
den voorgang en gewoonte zo veel orde weet in te planten , dat de be^> 
zigheden tot vervulling van nooddruft haer' on ^cJ ü c ukten gang gaen, zo 
18 een voomaem deel van zijn huishoudelijk-befher voldaen^ en dus kan hij 
ook wel met zulk een Tael' beftaen , die fl^ts onverwart en verftaenbaer 
Yoorkoi^e, en voldoende zij aen de eenvoudige da^lijkiè bedrijven., die 
tot 's levens onderhoud (bekken , fchoonze , buiten (kt , dor en jchrael wa«» 
re, en zonder cierlijkheden : maer, groeijen 'er vele huishoudingen uit een^. 
die nog onder eene zelfde hoofdbelUering blijven , zo word 'er terflona 
eenige meerder Schikkunde vereifcht, en bij de vermeerdering der zaken 
is ook eenige verrijking van Tael te verwagten : dit eene en 't andere 
moet al toenemen , zo lang die Gemeente nog aenwint , en zig breeder 
komt uit te zetten. Gebeurt het ondertuflchen , dat of Nooddruft of 
Gefchil een deel van dien volk -rijken hoop na een verder af^efcheiden 
oord drijft, zo zal 'er natuerlijk, na een laogwijlig afzyn , ecnig verfchfl 
ontflaen in de Levenswijze , Tongeflag , en nieuwe toepafling van Woor- 
den omtrent nieuwe voorkomende zaken. Komt het nu verder te ^ebeu-^ 
ren , gelijk 't ook gebeuren kan , dat twee of meer van die gefcheideiicn 
wederom bij een kruipen , als bij forme van een' nicuw-opgerigte "maet- 
fchappy, zo zal 'er wederom te netter orde noodig wezen, en elke huis- 
houding zal van haer eigen goeddunken over 't Beflier en de Tael' eeniefints 
moeten afiftappen, elk zal 't zijne moeten toeleven tot een gemeene Over- 
heid, die den band der maetfchappije geftrikthoud , die moetwillige over- 
hft kan teugelen, die 't ongelijk kan doen boeten en die voor fchei^- 
man kan verfbekken over 't Welverftaen der woorden. Düs komt *er 
een Gemeen regt tuffen huishouding en hiiishouding, zo wel omtrent de 
Spraek' als Dadclijkhcden>. hoewel elks vrijheid en magt, niet. verder be- 

ihocit 



t. Reiewif. L Ö F D ER SPRAKE. tl 

fiioeit niekt dan in zulke zaken , die betrekking hebben of op èen ander 
of op 't oorbaer van 't Gemeen. Dog elke vermeerdering of vcrmen- 
ging van ledon, dke aenqueek van maetfchapnij verwekt nog al meer 
nieuwe Ixfchouwingeft , en vereifcht nader bepaling van Oidens en Staet- 
beftier > waer uit ook te mets eenige befchavmg en verrijking van Tael 
moet onripniiten. Maer zelden komt men aen 't fchiften en fchrifteiijk 
verbeten van Staeu en Tael-^itfe^ , bevorens de Mogendheid der Ge- 
meedchap aen^ienlijk gewotden en in voUen blocij geraekt zij , bevorens 
het Staetdïcftier en de Tacl te gelijk met de andere konften en wetoi» 
ichappen ten naefte hij haei- opperfte bereiken. Want dari ecrft is *er rijk* 
dom en toevloed van men^rhen, dan vind men alk bedenkelijke bedri) ven, 
dan weden de gedagten op alle wegen , zo wijd en verre de Geeft hec 
perk van *t onmeedure weet om en dooi* te zweven. 

'T IS derhalven geen ponder dat zo lange onze Vooroudeiwi zig bijna V- 
niet daa met den Landbouw ^ Jagt , of Viflcherijc bemoeiden en mee ft gn^^poar; 
op 't land woonden , zo lange de Zeevaert en Handel tuflchen ons en zcTacL 
de Vreemden niet gehandhaeft wierd j zo lang *er geen Volkrijke flc- 
den waren , dacr de begeerte en behoefte van de ecne ks(nt kloek- 
heid , en de ri^dem en ruft van de andere kant de konften en we* 
tenichappen aenqiïtektenj *t is geen wonder, zeg ik, dat onze Voorou- 
ders zo laoge zij in hare eenvoumge levensplooi gebleven zijn , ofts geenc 
befchrevcne Wetten (nogt* in Staet- nogt' in Tad-beftier) hebben nage- 
laten. 

N. Niettemin (èdert eeni^ weinige eeuwen herwaertsaen, terwijl ons 
Nederland en voómaemlijk óns Holland de zetel geworden is van over- 
vloed , cfï toeloop van menfchen •, zo heeft men uit de velerhande fchriF» 
ten onzer Letterhelden konnen zien , dat onze Tael , zo wel als eenige 
andere, iet groots vermag. En, gelijk het van zelf (preekt, dat de Befchaeft- 
heid en Edelheid der uitdrukkingen een vaft teeken zijn van de net- 
heid van oordeel , als beiden alleen afhangende van een keurlijfc onder- 
scheid der befchouwingen , zo zal 'er zig geen kleine roem opdoen voor 
onze Voorouderen , wanneer we ons hedcndaegfc Nederlahdfch in zijn ei- 
gen acrt zullen inzien ,• ab zijnde ten uiterfie Rijk en Kragtig van n^oor^ 
den^ Edel in V Onder fcbeiden ^ heminnende Kiderheid van Schikking^ Vheijend'^ 
heid en Zuiverheid van Klanken , vinder vru^elooze By-geïuiden , hfuaem 
tot allerbande Stijl ^ zo Deftig en Hoogdravend^ als Nederig en Gemeen^ 
zoem > behoevende in dit alles niet te zwigten nogte voor 't veimaerdc 
Griekfch, nogte veel min yoor^t Latijn i en .bezittende dacrenboven niet 
alleen die gemakkelijkheid van PFbord^kt^ling ^ die aen de Griekfche Tael 
haren grootften luifter toebragt, 'maer ook y gelijk Uw E: in het Na- 
ichrift van zijnen Brief wcgeps de Got^hifche Spraek hebt aëngemerkt. 



\en j terwijl nogtans het Griekfch , *t Latijn , en 't Franfch , Spaenfch , 
[talkenfch te deerlijk aen die zijde gaen hinken 5 ja , waer vmd men 

B 2 aUc 



\ 

I 



iz L o F D E R S P R A K E. i. Redtwi^, 

alle die bovengenoemde Taeldeugden zo by een dis in ooEc Spraek' P £r 
venwei, indien (k Hoogduïtlchen zig van hare Hardigheid (tüe.zij lAas^ 
Üikheid noemen) en van hare Bijkluiken hxióea (Atdoen, ze zouden in 
aUes om de nacfte zijn. Maer mij dunkt ik zie u grimlaccheni gae ik 
te verre in uwen zin? 

L. Zoetelijk gefchiUert, M^Heer, dog *t befluit zou knietiger zijsi, 
als de bewijzen vooraf gingen : en niets is 'er gemeender dan aax. elk zij^ 
ne Moedertael verre boven die van anderen bemint % zulks dateenderde man^ 
die onpartijdig is, gewoonlijk ftofiè tot lacchen in overvloed vind ,. als hv 
ijder verzot ziet op zijn eigeiK, en blind zelf in zijne gd>rekeo : ik h^ 
ook Hoogduitfers van oordeel gevonden , die in allen goeden enift hart 
tael voor üeflijk roemden : oimen hoeft zig des niet zocr te verwondt- 
ren , dewijl men de Lieflijkheid der Talen afmeet na 't gemak , de 
vloeijendheid, en heldere mtfpraek der wowden, en dk deze voordeer 
len m zijne dgoK Mocderfprake op de proef meent te vindea, terwijl 
hem de andere vreemde of nabuerige talen ftrammer en gd>itklugcr vaa 
de tong willen, fchoon hi} al langen tijd daer mode otngiqg; Laet ons 
dan dit uwe ter eere van onze Moederfpr^e ik^ flegts voot ongezett 
ickeoen , om aen ' de vereifchte ot^>art^dighei(l niet te kort te doen. 
Onze eigene Landgenooten zullen mmieis altoos gunitig geoo^ van 
liaer eigene vonnÜToi} en Vreemdeliogen , die de onze- niet kennen, uil- 
len zig met regt aen ons zeggen niet gedragen j of , zijn 'er die door 
langen omgang zig der onzendïben eigen gemaekt , aen de zulkcn zul- 
len we tog iwijd hacr oordeel moeten vrijlaten, koonendc, gecnc verdere 
onpartijdigheid van haer horderen , dan dat ze hacr befluit ecrft op- 
maken na rijpe overweeg en ondervinding, en de vergelijkii^ nesKQ 
tulTchen ons ên aderen, en niet tufTchen 't onze en 't hape. 

N. Daer heb ik niet t««en. . Maer uwe grondïlag' van Redenering om- 
trent den Aenwafch en vollen bk)ei da- Sprake ,, hoewel ik die niet be- 
iwilt , dopt mij c^cr eene zwarigheid opvatten omtrent de Befcha^ 
ving der Tidcn j dog die verhandeHrig verkies ik tot een ftofiè v»n cwzo 
jiaclte bijeenkomft, tcrwql we de^e voleindigt zullen agtcn.. 

L^ Het zy zo. j_j , jt 



B E- 




). RÉdewiJf^ 'IJ 

BESCHAVING DER TALEN. 

Derde Redewifféling» 
N. en L. 

K den begiiuie . van onase vorijge bijeenkomfl Q>rak ik wegens de 
Waerde van 't gebruik der Sprake, en gi) hebt mij beantwoord 
^^ met befehauwiiigen over de yerwond^rliikneid der KJankvormii^ y 
en over de Heerlijkheid van de ceboortc der Spi-ake , haeren Aenwa^h 
en volle bioei^in^^ met hijvo^gu^ van een' - toepaffing die de eer' van 
cmze Tael in 't b^ioodér betreft. Ik heb ook act^emerkt uit uw gezegd 
en flem het toe, dat df Spraek als een Voeilrerling van de Rede moet 
geagt worden ^ en het vergelijken van de Staet-^ en Tael-^ wettm heeft 
mij ak met óax vinger aengewczen , datze , alhoewel het fi^ezach 
van de Rode in elks grondlegging moet ^kent worden , egter ^ een 
Gemeente^Rtgt zijn geworden , wanneer de Gewoonte en 't agtbaere Gebruik ^ 
die de Wetten uitmaken, hare wortels al iedert vele eeiiwcn ge(chotcn 
hebben. Hier uit is ligtdijk op te maken, dat men , nu van agtere komen* 
de, de laeiweften moet vinden en met maken y zo dat de Recfe nu weinig 
legt op dezelve fchiint te hebben^ maar, dit zoi zijnde, hoe kan men dan 
^ Taden befibhavenx 

L. tt W «ft m«u, d«™» * r«*»«w of r«ftdn«» mo« vinden T»L^ 
en niet maken, en no^ kan 'er wel een bdchavfng of veibetering van ^^[^ 
Tad- en Sfnadc^kunde plaeu hebben, zdf in tweederhande opzigt ^ tewe^* fchavins^ 
ten , of op de Wetten of Gebruiken van een Tael , of op de Fraeije en^^^'^^^ 
Ciertijke Bebandeüng van die Taek Want met de kennis van onze Moe- ^^ 
dertaet is 't even eens gefielt als met ons fpreken zelf ^ wij hebben in on- 
ze kindiche dagen wel geleert alle onze Tael-klanken te vormen, en niet- 
temin, bejaert zijnde, weten wij niet hoe wij 't doen, zonder dat we of 
door naettwe opmaicing of door onderrigting zulks ak op nieuws leercnr 
weten > zoo ook neemt elk door gewoonte^ en opvoeding wel eenige 
frae^e Tad- wetten waer, die hij nc^itans nooit kan weten dac Wetten 
zijn , ja zelf niet of zijn gebruik prijflijk en ^eregelt, of ongere^elt en- 
verwerplijk , of bij anderen beter zij , ten zij hij door nieuwe oefFemng zig* 
daer in wijzer makejt en ni^;tans behoort iemand, die, geruft en taelkun- 
d^ wil fchrijven, geen cene Letter te zetten zonder kennis, van Rede ofr 
R^lmaet. , 

Het vinden dan- en kennen van deze Taelwetten^ en t vermijden van de: 
Onger^^thedoi is als eenBefchaving: en zodrae alle die Taelwetten, (die: 
uit' het eenftenunige of agtbare Gebruik niet. alleen van eene Stad maer 
van ceo öemeen^lwd behooien uitgekozen en opgemaekt te worden) zon?- 

B 2 dor 




14 BESCHAVING DER TALE. J. 

der vele uitzonderingen gevonden zijn, zo dra ze zonder verwarring en be* 
^uaem tot een* : gemakiijke onderhouding vcorgeftek zijtt', ah. dan is de 
Befchaving van dit Hd der ^Taelkundc . verre, ^biagt -, maer Aog veider als 
men de eigentlijke en innerlijkfte kragt der Woorden, benevens de edel« 
ite en tederfte Onderfcheidïn^;!en van zin in 't (chikken van die en in 
^t behandelen van hare Verbuiging , onderzocht , naegeipoort en achterluelc 
lieeft ', en nog verder als de porzaek en redelijkheid van die Wetten en 
Naeukeurighe&n daer bij gevonden i(vord -: dog zo lai^ hier acn out* 
breekt, zo lang is 'er ook desw^en iet te zoeken h en , dat 'er in dit 
ftuk ten opzigtc van onze Moedertale nog al vrij vrat te doen is,iis zo 
wel uw gevoelen als 't mijne, want hier op dom vod al het ondernemen 
Tan deze onze onderbandeOr^. Ea, terwijte dit tkas nog open. fb^t, zo 
agt ik het niet onyeilig, dat men hetgqboüwvcfbophet mceftdootgasnde 
en eenftemmigfte Gebruik, zo inde b^haeftii3eSpi«dctad,ak inde fchrif»' 
ten der agtbaerfte en geleerdfte Niederduitfche Sdtfijtvers i daer dit G&* 
bruik vcrTchilt of twijfièlagtig is , ïou ik mij kecren tot de Verge^ 
lijking ^ wanneer mij deze niet gjcnocg wacr^ . zoude ik de Oudheid on- 
dervragen , als den eerften grondveft vervattende s bij aldicn deze swege, 
x}£ al te vreemd zig,. fchikk^n zou', zo is de Rede if of 'toverij van 
duidelijkheid en nuttigheid ) de Wet ^ en zo. lang ook' aóe dmfter fpnekt 
houde en laet ik de keure vrijwillig : tot oen wcsendhjke versmderucig te 
maken, zo zulks al doenlijk was, gelijk het niet wel is, zoude ten nséii^ 
He genomen niemand bevoegt zijn dan de Hooge Overheid , vermits be« 
ilierders van de zaken die tot het Gemeen behocnren. Ik voor mij bet 
betragt onze Taehvetten te vinden , en niet te maken , zaekende miédekrwijU 
ook na hare Oorzaek en Redelijkheid -, ik zegge ook de Redelijkheid^ want 
hier in (leekt de. grootile Lof eeder TaeP > en al. is het , dat dè Talen 
volwailèn zijnde , het gezagi van de Rede ontgroeit fchijnen , egter zitn 
<lie nog. de befte Kinderen ^ Welk^ .de Zeden van die Voéflenxloedtf al- 
lerdiepft hebben ingezogen. 

N. Maer, ten oüzigte van het andere deel der Befchaving^ Vat begrip 
zou je daer van hwhen? 

* 

L. Daer op kan tot antwoord verihekken , 't gene ik onlangs de^fve- 
^en op 't papier bnigt , en hier bij mii heb om voor te lezen , alwaer 
ik dit ftuk vergelijke bij de Schilderkonft , en in eenigcn deele bij de 
Zangkunft, dewijle die beiden mede van U bijzonderiijk gelieft worden: 
te weten aldus. 

„ In de fhidjè , zuivere en cierlijke Behondding der Talen kan men 
„ zig op dezelioe wuze gedragen als de re^geoefieode . Beeldhouwer en 
„ Scnilaer in zijne Afbeeldingen der Gefchieaeniflen. In dezen ^ alhoe-* 
„ wel de Volwijze Werkmeefter der Natnere bij de minfte van zijne 
„ werken een verbazende Wijsheid doet uid>linkcn , heeft het Hem nog- 
„ tans niet behaegt om alle dingen zoo te fcheppen ,. dat ze ons , ten 
„ aenzien van onze aradoeningen, elk even fchooa voorkomen ^ wlfs is 

» 'er 



f. Reiewïjf. BESCHAVING DER TALEK. ly 

^ 'er in overvloed, dat wij niet anders ais leelijk konnen noemen in vcr^ 




y^ men «If onder de fi^eiften niet , dat de eene lieflijker uitzigt heeft^ 
^ en de andere blijder kleur , of beter befiiedenheid van aengezigt , ter* 
^ wijl de bevalligheid van een' derden zal uitmunten in een of ander Lid y 
9, of in een' fijn-rijzige geflaltey of in vriendelijke trekken, of in iktelij- 
„ ke gcbaerden^ of in een' bekoorlijke bewegmg der Leden ? En, vind. 
19 men niet bij ieder van die bijzonaere {choonhcden meeil altijd nog zul<* 
5, ke Jammeren gevoegt, die de bcvallicheid vrij wat bedwelmen ? 't Is 
^ wel waer y dat wanneer men den ochiider niet anders dan een Pour^ 
y^ traity of een eenvoudige en blootc afbeelding van 't Leven met alle- 
„ z^ne gebreken afvordert , hij als Naturalift aen de nette naebootfing 
^ voomamdijk gebonden is y maer anders is het gelegen , wanneer hij 't 
^ Ideale tot zijn onderwerp heeft , het zij Bijbdftof, 't zij Heid6nK:he 
yy Fabulen ^ waer in hij op de proef gezet word , hoc boog. zijne ge— 
fy dagten chaven in 't Wei-ver kiezen van 't Welvoeghjk-fchoon,, dat een: 
„ menfch verrukken kan : ab dan paft het, dat hy aen een Vorftelijk 
„ Rigter eene agtbare kloek-rijzige gezetheid toevoege ,. verzelt met ecH 
„ ftatelijk en bedaerd wezen y dat hij eenen Krijgsheld van goed beleid 
5, verbeelde met cm ruftige talie,, van top tot teen vaft van leden, fris van: 
„ wezen, met een moedig vier in de oogen, dat niet in 't wilde fchiet y. 
„ maer zo- vinnig enr zeker* op zijn voorwerp mikt ,. ak* de pijl van een: 
„ goed boogfchutter op het doelwit) bij andere zaken ipStn andere ei- 
„. genfchappen: Bij aldien hij nu met ziuke uitbeeldingen wagten wilde,, 
„ tot dat hij zulke voorbeelden in % leven kre^ ^ mooghjk zou hij 
^ nooit kunnen beginnen,, verre van.gedaen krijgen > want hoe zdden of * 
„ wanneer vind men dar Scjioon en dat Minder-Schoon in alles welvoeg^ > 
„ lijk bijeen? Om nu dit gebrek te vervnllön , . let hij vooreerlt en.vooral- 
„op, om, door een naeukeurige opmerking op de algemeene orde der 
yy Natuer', te mogen uitvinden, en in zijn Denkbeeld vaft te krijgen degocdc* 
„ . verkicdng en waememing van het fFePooeglifh Eigen ^ en ó& Hamionie der 
„ deelen, waer inde Beiheaenheid beftaet) en hier in zijne gedagt^i verder*. 
„ opqueekenck > tragt hij dat verftrooide Skrhoon (dat ^Schepper te 
„ heerlijk ,^ zo fchijnt,.geagt heeft, om t zelve te fehenken aen een en— 
„ kei menfch , wiens zwakheid zelf uit bcuzelmgen ftof tot Hoogmoed^. 

I „ opvat) dat tragt hij, zeg ik ^ als bij ipdlng van geeft, /overal op zijm 

„ plaets, en nacr eigenfchap van ieder voorwerp by den ander te ichikken^; 
„ mdien nu zijne Kennis en uitvoering wel gelukt^ ; zo brengt hij den acnfchou* * 
„' wer een heerlijk Denkbeeld, en een vertoooii^ voor oogen , welke* 

' „ buiten die Konft niet te vinden is. En dat ook in dit Ideale tor ver» - 

„ wondeiing toe veme te komen tó, blijkt «niet alken uit de befte owigc-- 
„ blevene beelden van de Griekfchfö Oudheid ten tijde* van \^i^.^ir^^^. 
30 maer ook uit de Schilder -Proeflbik ken van de Rbomfche School! 

\ 9», van voor omtrent twee eeuwen ten tijde van Rafail d'Urhijn , tot zo ^ 

» vctite 



/ 



itJ BESCHAVING DER TALEN. 3. R^dewiff. 

,, verre zdf , dat men hierom geen hooger lof aen 't fchoonile voorwerp 
„ der Natuer weet toe te pallen, dan met te zeggen , dat het Schilder-^ 
9) ^^//^ is 9 oï %o fchoon als ten Beeld ^ beteekenende dit niet anders ^ dan 
^ (kt het uitgelezcne Schoon behoorlijk en bekoorlijk bij elkander ge- 
99 voegt, en 't fTelvoeglijk^ Eigen daer in te vinden is. Op geUiKe wijze 
yy kan men zig gedragen in 't befcfaaven of behandelen der Pronk* of 
j, Cieraet-TaeP. 

,, De Daeeelijklche Spreek tad bekleed hier de plaets van de voor^ 
,, werpen der Natuer' ; en dewijl deze Spreektael onselijk beter is bij den 
,, een dan bij den iuider, en bij eenen hier in, bij wzen daer in beter^ 
yj zo zoekt men, mits agt gevende op \ ff^elvoegUjk Eigen ^ den iiitge- 
„ lezenften trant van Gedagten en Zegwijzen op zijn tijd en plaets te 
), voegen. Het fFeJvoegüjk- Eigen fluit ved in 5 het vereiurht, aat men, 
„ ten opzigte van den aert. en ftijl der Bewoording onderfcheid make 
„ tuflchen 't Zedig-verbeven-zielraerlijk ^ dat (als een Adagio in de Zang- 
9, kunft) kngzaem, ftreelend, en verrukkend moet gaen^ tuflchen 't Sta- 
„ telijk^Ferheven y dat (als een Grove) nooit fiiekler al^ deftig draeft;.en tuf- 
9, fchen 't Gemesnzaem-'levendig en fnel ^ dat (als een Vivace of Alïepro) 
99 lugtig en vrc^jk doorlchxet: dog alles onderfchdden na deftofderza- 
9) ken, en na den Perfoon die (preekt, en van en aen wien menfpreekt. 
yj Tjo het voorflel een Verhael is , of als men eene Beduiding onderrig- 
5, tend of bewijzend doen wil, zo voe^t het dat <ie Stijl vrij evendrae-* 
„ tig en zonder veel verheffingen zij , even ak 't Rtatatief in de 
„ Zangkonft ) dat de Bewoording min of meer deftig zij , na 't Voor- 
„ en Onder-werp ^ dat de Aenmerkingen niet laeg nog gering zijn $ en 
„ datdeRedenenngnet, kort, klaer^ zaeklijk en aendringend zij. !2k> men 
jy de Verhandeling doe als bij wijze van Ëe(chouwin^ , overtuigend en 
), verrukkend, daer 't de Oraitur^ de Redenaer, pf kever Reddchilder^ 
9, gemeenlijk op toeleit, zo zoekt men den Stijl zangerig (^riMri*) vie- 
9, rig en vloeiend te maken, vol duidelijke verandering. En^ in aUe die 
9, gevallen word vereifcht , dat de Schikking, der Woorden zig zoe^jk 
9, vlije na 't vermogen der Ademleiding, zulks dat Spreker en Later als 
9, van zelf gedroegen worden, om op de zaekUjkfle deden van de Redenvoe- 
yy ring den mee^n nadruk en acpdagt te geven, en om de Zangfluitingen 
„ (Cadancen o£ daufulée fmrmaies genaemt) niet ontijdig of onverw^t^ 
„ maer natuerlijk en bevallig te voltrekken. En , als men. dok Hier 
„ in het Hbojge zoekt te trefifen , zo is 't niet genoeg dat een Reden 
„ niet hart zij nc^ plat ^ dat de Stijl vriendelijk zij \ (&t men , daer het 
„ pas geeft , geemg Ironici (verkeert) fpreke> en dat de draeij van 't 
„ Gezee, en ac Ze^ng zelf bevallig zij : zo is 't niet geno^ dat men 
„ vrolijk en onverdnetig kan fchrijven, vol puntigheden die doel treffen^ 
„ dat men de tegenwerpingen draf en aerdig weet af te keeren ^ en dat 
yy men, uitweidende als bij inval of tot ademfchepping , zijn zaek fpden- 
„ derwijze en ongezocht wederom weet op te vatten: dit alles, dat tot 
yy Vermaek dient, hoewel hetkonftig, veel, en loflijk is , is nog ver- 
^ re niet genoeg, zo 't ware Verbeven daer aen ontbreekt : want een 

Hou- 



7. Hedé^if. BESt:HAVING DER TALEN. ly 

y, Houding word 'er vereifcht , die/t Zakdijkftc ia den dag ïctj cene 
^ zoete Leiding, die de acadacht en het herte ftreeltj een Zedig Vier, 
^ dat den Geeft verrukt , en als opvoert om hooge Befchouwingen te 
yy genieten 3 eene Redenskragt, die ontijdige hardigheid'der Gemoederen 
„ als wdch gedwee maekt, die de verdwaelde Driften kan omkeeren na 
„ het regte ipoor, en een edele Grootmoedigheid inblaeft, medebrengen- 
„ de niet alleen een kleinagting voor al wat laee en onwaerdig voor 
yy manlijke bevattingen is, maer ook een brandenoc drift tot alle ware 
,, Deugden. Bij aldien dan dit Opperft-Ferheven ( dat het Oogwit en de 
j5 Ziel van de Welfprekentheid vervat , gelijk ook 't Loffelijk- Zielroerige 
5, het opperfte doelwit moet zijn van alle Konftcn) zo wel in den Zan- 
99 gfrigen als in den Stillen Stijl getroffen word , bij aldien men 't bij 
oemcngde Stoffe welvoeglijk weet te vermengen, al is het dan, 
dat men in 't andere fraeij van 't Rbetmcq te mets miftafte , die ge- 
^ breken zidlen zó gering en flaeuw worden, 'als het Kaerslicht in den 
^ Zon^efchijn : maer wanneer die Konftcleelen te gelijk bij 't Verhevene 
^ in hare volle kragt * (bien , wanneer men zulk eeri freJvoeglij k-Eigen 
^ kan behalen, zo moet 'er een Tael uit volgen , die aentreklijk is voor 
^ elk, een Kcurlijke Schrijftael meen ik, die aen onzen Geeft iet meer- 
,5 der Heerlijks -vertoont , dan bij de Daecliikfche Spraek voering vallen 
kan. Dus ftaet het Ideale van de Schilderkonft gelijk met de Uitge- 
lezene Schrijftael ^ beiden moeten ze Keurlij k en Welvoeglijk zijn, 
zonder ergens in tegen de ware algemeene orde van 't Natuerlijke aen te 



53 



99 

« gaen 



^. Ik bekenne dat zulks de Tael bekoorlijk moet maken, en dat de 
voUeertheid in dit ftuk ten uiterfte waerdig is en wenfchlijk , maer te- 
vens , zo 't imij toefchijnt , in één Perfoon ook iet meer dan metiTche- 
lijk; evenwel, te vde fraeije fchriften zijn 'er, om te twijffelen, of ook 
hier in niet redelijk verre te vorderen waer' : immers al dat m'er in wint is 
van belang} en dit is bij de proef bekent^ dat de Welfprekentheid het Volk 
trekt* 

Xj. Cewiftelijk : en hierom hebben al van ouds de fchranderfte Geeften IL 

fetragt zig; te oeifenen in 't Vermogen hunner T3M, en zig fterk te ma- Agtingdcr 
öi in de Konft van Wel te fpreken. Zoo waren wel eer te Romen de nacmfte 
Letterkundigen in hooge agtin^ en aenzien > en 't wsb voor defar , den Mannen 
. cerften Monarch van 't Romemfche Rijk niet gerings en niet het min- omtrent 
fte van zijn Lpf^ dat hij een' zo geleerde Penn' voerde > de overige brok- ^^*^/ 
jes uit zijne twee boeken over de Latijnfche Tael' , onder den naem van ™^^^' 
ulnalogta aen Cicero opgedragen, geven olijk , dat hij naeukeurig agt gaf 
c^ alles , waerom hij ook van eenigen zijner Tijdgenooten genoemt wierd 
Artis Grammat ic^^ ÜoSliJJimum : de Roem van Demofthenes y de Roem van 
Cicero behoeft niet te zwigtcn voor dien van Alexander : en geen Karel 
de Groot rekende zig de Taelkunde beneden zijne verhevene Keizerlijke 
Wacrdighcid, als dien 't zelf, onder zijne bezigheden van bijna gantlch 

C Europa 



iS BESCHAVING DER TALEN. 3, ü^dmijr. 

<Eiri!^'onder.tujne magt te trekken, nog gelufte. 20 men fchrijft, een 
' , Lmerkwfi te maken van zijne Moecferfpraek^ : ja ^t meer is , hoewel de 
Groote Vorften *t zig anders een* fchande toerekenen iets te ondernemen^ 
zonder het ten volle uit te voeren^ hij ondernam 't nogtans, niet tegen^ 
ibende uit de veelheid en 't gewigt zijner beflommeringen te verwagten 
waS) het gene 'er ook op veegde, namelijk dat hij *t niet volbrengen 2x>ur 
de, denkende mooglijk In maffds vohij/i f At efi. 
in. Niets heeft den Grieken en Romeinen grooter Roem bijgezet dan hsf 

Vrugtcn TC Gcleertheid in *t Wei-zeggen en *t Wd-fchrijven > btdten ^ waren 
der Letter- ^g hare nu berugte daden ^ even als de fchitterende tinteling van een 
Jcii^" flijmerige Verfchiet-Star in <k Lucht, jfiieifijk verdwenen en vergeten ge- 
weeft , , macr hare pen-ocffcning heeft hare bedrijven tot vafte Günfter- 
Uchten gemaekt : hadden de Gottnen of andere Duidchen en Nooïdfche Vol- 
keren zo .wel ter penne geweeft, mooglijk zou hare Lof weinig minder 
geagt worden dan die der Grieken of Romeinra \ want dat deze door- 
fi;aends met weinig volk zo veel konden uitvoeren als de anderen met ve- 
kn, zou ik ook aen hare Letter-oeHèning toefirhrijven,. dewijl daer door 
de Orde-fchikking ) enKonftenen Wetehichappen, 'benefibns ot (chrandeie 
uitvindingen hare vobiïaektheid moeten verkrijgen. 
IV-.. En, dat aenmerkelijk is y Mijn Heer , wie van de Grieken heeft *er 
dkrVolc ^^^ verkregen , om dat hij in *t Phosnicifcb of Epptifcb fchrecf ? Hoc zeld» 
paft zijne ^^m zijn de voorbeelden, <tet een Romein door in *t Griekfch te Schrijven 
eigene lof bchaelde ? Mij fchiet wederom te binnen , 't gene mij onlangs in de 
^d op te hand quam, hoe fchranderlijk Cato^ als hij las, dat de Raedsheer jdf?^/mj , 
#oawen. ^^ ^^ Romeinfche daden in 't Griekfch beTchreven had , in 't begin van zijn 
boek verontfchuldiging verzocht, zo 'er eenig On-Griekfch uit de pen van 
een Romein mogte ^evlocit zijn, daer op toepafte, dat hij al tt flm was ^ 
die Kever fdmld verbtdden dan omvlieden wilde. Van die zelfde ge^gten , 
fchijnt het, waren doorgaends de fchi-anderfte Romeinen j want, nietteeen- 
ftaende Griekenland de ochole der Gelccrthcid was , en ieder der Romemen , 
zijne Letterkemiis in hare Schriften zocht j niettegenftaendede Latijnfchc Tale 
op verre na in fiaeihdd tegen 't Griekfche niet opmogt, meeft elk nog* 
tans, ichoon hn al bedreven wafe in 't Uitlandfche, Ichreef in zijne .eigene 
Moodcrtael. Deze rojmrugte Voorbeelden keren ons wat ons paft$ te 
meer dewijl onze Mofflertael niet onbequaem is tot alles. 

Maer hier bevind ik mij wederom t'huis van onze omzw e rvende Befchou-- 
wingen. De Verhcventhcid der ftoflfc fcMjnt ons on dezen en den vorigen 
avond als vervoert gehad te hebben > immers 't is Duiten mijn gewoonte • 
geweeft in zo lang een adem-gevolg gefprek te houden, maer het vooraf 
mzicn van eenigen mijner Acnmerkingcn , bij imral weleer opgeftdt, heb- 
ben 'er van mijn kant aenleiding toe jgegcvcn, dewijl fommigcn van Ac 
in diervoegc uit de pen waren gevloeit: ook dunkt het mij zelf, dat ik 
in mijne Uitweidinj^n ruim lang en breed genoeg gcweeft bcfi , dies 
zal 't mooglijk beft zijn, dat ik dit wat befiiDeije, om gctn Dedamateur 
te gelijken. 

N. Doe 



j. ÜMiraii, BESCHAVING DER TALEN. t>> 

N. Ddc dat niet, zou ib bidden; dosdanigc toevalfen zijn niet zo oa- 
natuer&jk aen zulk een gelprek j Redeneringen en Betchouwingen trek- 
ken ons lichtelijk verder als wij vooraf begiltcn : en , fchoon genomen 
dat wc 't Welvocglijke in dezen al cenigfints overtreden hadden, 't is van 
geen gevolg, dewijl de verdere Verhandelingen, zo verre ik uit devoor- 
genomene llofiè kan vermoeden , dit geraer niet zullen lijden ; laet hec 
- derhalven dus bhjven, al was \ fflaer eensdeels om de Veranden^ en an- 
derdeels tot een proefje of de Gemeenzame Spreekftijl ook tot &fchou- 
wingen kan overgaen. Ondcrtuflchen gij bent t'huis , mijn Vriend , en 
ik moet 'er na toe, de klok van goede orde, de' klok van agte, riep mij 
20 even. In onze nacfte bijeenkomft , die ik niet vroeger dan over agc 
dagen kan ftellen , verzoek ik dat we mogen handelen over de Hiftone 
van de Veripreiding der verfcheidene Volkeren in Europa , en wat Tael- 
gemeenfchap daer uit gcfproten zij i om alza een dubbeld vermaek te ge- 
nieten in een beknopt Denkbeeld, zo wel van 't Hiftoriael, ds van de Af- 
komft en Namaegfchap onzer Talen. 

L. Dit ftae ik niet verder toe dan fchetsgewijze, want uitgewerkt zulks 
te- doen, met aHe zijne omfbndigheden en bewijzen, zou mij veel te veel 
omflag verdichcni ondertuflchen oereid u dan om wat vroeger op den dag 
te komen, dewijl verhrfcn van Gefchiedenüfcn groote Tijd-dieven zijn,. 
^hoon de rijkelijke veranderingen der Voorvallen om de ueren koimea doeik 
fcïrt fchijocn. 



Ca yOLK- 



ia • • ^ 4,.Rèdewiffl 

VOLK- EN TAEL-VERSPREIDING 

OVER 

EUROPA. 

Ecrfte Verhandeling, 

Vierde Redewiffelingv. 
L. ea N. 

L. Y Ndicn mijn Heer met geen ander vooTnemen *fcomt dan onze laet?- 
I fte afTpraek inhield, zo zal ik verflag doen van mijn' Schetic we- 
JL gens de Tael-veripreiding' over Europa , zijnde bij mij in het rouwa 
opgemaekt , zo uit aenmerkingen van *t gene ik omtrent die ftofFe helx 
gelezen ^ als uit het gene ik uit de overeenkomft der Talen zelf hd) kön-- 
oen beiluiten. 

,N. Ik'wagt' al op *t begih^ 

l- L, Deze befchrijving moet op twcederhanden gronddae ruften, als ecr- 

h^'^dt^ ftelijk op de tejgenwoordice bevinding van 't beloop der Tafen, enten andere 
Cfrondfhg op de oekenoe verfpreiding der Yolkerenr in de Hiftorien vermeld j ak 
ëcicrVcr-die beiden éénftemmig zijn ,. doen ze clk^ander grooten dienft. Het ee— 
f* nijgfte en opperlle ligt van 't begin dezer Verfpreiding geeft , gelijk mija. 
Heer weet , ons de Heilige Schrift aen de hand , in. de boeken van mo^ 
zes de oudfte Schrijver van allen die onder de celeeidheid bekent ftaen^. 
hoewd hij niet dan fchetsgewijze dacr van meld; de Griekfche Oudheid 
ftak zeer lang en lact^ ontkr Schilder-Sprookjes {FabUl^e) verwart, zelf op 
dien tijd nog , toen de Joodfche Republijfc al eenige eeuwen gefben had. 

N. Macr dewijl Volk en Land niet altoos jüift zodanig bij Mbzes be- 
noemt ftaen , dan ze wel fèdert bij de Grieken en Romeinen ,, en door 
die bij ons in de Wereldlijke Hiftorien bekent zijn^gpworden,. Zo dunkt 
mij dat 'er vrij wat werk in dat onderzoek fteekt. 

L. Mijn Heer, het zij dat dit verfchil ontftaen is uit verandering van 
naem die de landen te mets bij omkeering van Staet, of bij nieuwe volk- 
planting aennemen , of het zij dat die oude namen op de vreemde en jon-^ 
tongen eencn anderen draeü geregen hebben, het zij hoe het bijkomt, 

ikr 



l 






ï. Feriand. OVER EUROPA. zr 

ik beken dat de reddeiing werk vereifcht) macr die duifterhcid zQUenwe, H. 
zo verre wy 't van noo^n hebben , of immcis 20 verr* ik het zocht, S^^^yjf 
konnen ophelderen uit de kennis der Vreemde Talen , en derzdver over- ^^ tocva* 
eenkomft : Want , Gelijkheid van laaien ( die niet meer dan in DialeS ver* ligc vcran*- 
ichillen) geeft gelijkheid van afkomft te kennen -y en (choon wy , die nu van ag'- ^™S ^^ 
teren komen , de overeenkomende Talen te mets in ecnige crondwoor* ^*^* 
den verfchillig vinden ^ en zel& in zulke die men niet voor Daftaerd- of 
veimengde woorden kan aenzien , zulks is niet anders te wijten als. acn 
't verloop der tijden of aen een bijzondere toevalligheid ; want bij den een 
^eraekt een woord veel eer in onbruik , dan bij den ander 3 en dé overdragt 
van zinbeteekenis word bij elk volk niet even eens aangelegd en opge- 
nomen > gelijk ook, bij voorval van nieuwe zaken, en gevolglijk van? nieu- 
we benamingen , de een van dit en de ander van dat l&m- woord zijne af- 
leiding (derivatio) ontleenen zal en mag; indien men nu hier nog bijvoegt^ 
hoe ac Volkeren na de land- en lucht-ftreefc ,. die ze komen te bcwoo-^ 
nen , een verfchillige driftsbeweging eri gematigtheid aennemen ,. waer door ' 
ook *t eene volk, dat zagt van aert word, een zoetvloeyenden tongeflag 
en woordleiding in zijn fprack zal betragten en beminnen , terwijl het 
andere , dat (breng is van ommegang ,. de hardigheid als iets manhjks in 
zijne taelvoering behartigt, zo is ligteHjk te bc^ijpen dat door lankheid 
van tijd na *t uitbreicën der Volkeren, niet alleen een onderfcheid van 
JiialeSt moet ontftaen,, maer ook een. onderfcheid in de Uitdrukkingea 
en Spreekwijzen , verfchil in de Overdragt en Zinbeteekenis y verfchil ook 
zelf in «voor* en agter-lafïing van *t begin en de uireindens der woorden.. 
Dus gebeurt het metter tijd, dat het eene volk voor fiet ander , dat wef 
eer van de zelfde Voorouders afUaelde, onverftaenbaer word> ja de Talem 
verloopen ook in haer zelf te mets zoodan^, dat, ter oorzake van 't ver- 
flijten der woorden, en 't invoeren van Nieuw-afgeleide, de oudc.Taeli 
duifter is voor den nakomeling: dog wanneer deze Volkeren, welke door 
verloop van tijden zo verwijdert zijn geworden van zitplSicts en van Spra- 
ke, zig namaels, 't zij vredig of geweldigerhand onderéén vermengen , za 
zal 'er ook vermenging van Tad uit geboren worden 5 en wel zoodanig 
dat de Sprake van de geoeffentfle inf konften en wetenfchappen meefl zal door-- 
fteken , zelfs (choon de be&haeftfte door krijgsraagt* verwonnen worden ^ 
hoe veel te meer zo ze verwinnaers zijn. 

Op deze natuerlijke verandèringea , die de Talen met de- tijden onder— 
worpen zijn, moet men agt geven, wanneer men de overecnkomft tuflem 
de Oude en Nieuwe ,* tuiTchen deze. en gene Talen, overweegt, en be— 
(chouwt. 

N. Ik heb 'er met tegen, dat de Spraken zulk een verFoop ondcrEevigt 
zijn, en dat hier op moet gegifl worden, maer hoe zal men dat oude we- 
zen dèr Talen ovcreenbrengen met het tegenwoordige , terwijl, 'er fbdertr: 
zo veel verandeiing vandand en (bet opgekomen isy en terwijl ons van. . 
velen van die 't. Hiftori^el ontbreekt ? Ik weet wel dat dè agtbaerfte ge- 
fcertheid eenftemmiglijkj.uit een vergelijking van de heilige en wereldlijke: 

C } (chri& 



zz V<DLK- EK TAEL-VERSPREIDÏNG> 4. Riie^^nS. 

fchriiten aca -de nakomelingen van Smi toefirkrijft de bevolkifig van 't Zui* 
der-Afia^ van Syhën af tot in de Indien toe> aen de Kinderen van Cham 
het knd van den Eufraet af, door Arabiën, Psdeitina, EgrotenbirKl, en ver- 
der gantfch Afrika % en aen het huis van Japbetb gantlcn Europa , behal- 
»ven het gene ten noorden in Aiiawas : Ik weet ook dat de M, Schrift 
leert, dut de zeven Kinderen van Jafbnh hare bevolking na hare gedag- 
ten wijd uitgezet hebben, en dat zoer vele geleerden in hare' uitleggingen 
over die Text bij na eenparig ftellen dat afkomftig zijn van 

lil. GO MER, de Pbrygiers^ de Kimbrm {oï Noormannen) en de Tietaofêin 
^^Z^^ (of Duüfcben) , namelijk de Gmben^ Waniakn^ jflnunmen^ Saxtn^ 
^ dc*Be. en Belgen. 

Tolking 

van£«rö/tfMAGOG, de Scbytben^ federt in Afiatiiche en Europifche verdeelt, 
^^ir^i]^- ^" welke laetften ook ibmmige Geleerden mdenen dat de Theutonem ^ 

4teau ' gcdaclt zijn. 

MADAI, de il/tfrf«- 

THIRAS, de nra^iers. 

J AV AN , de Griekm en ItaUan$n^ en die van de Eilanden der Middd* 
landfe Zee. 

TUBAL de OuUnkfe Kelten^ als SpOf^aerts^ GaUen en Britfofn. 

MESCHECH de Mofihij ter plaetie daer nu de Mofioviten oF Xufm 
zitten. 

Maer dunkt a dat deze verdeeling wat ^naklijk overeen is te brengen 
met het verfchil en de eigenfchappen der jTalen zo als men ze tegenwoor- 
dig in Euro fa bevind? 

lY. L. Ik vind niets van belang dat *er tegenftrijd, mits dat men zijxK re- 
O v«cn- kening make op de verandering die de oorlogen , overftroomingen ^ en ver* 
Ccn°*t V^- ^^"ï^^cï^ ^^ Volkeren ( ten minften voor zo verre die geno(^em al- 
loopdcr gemeen bekent zijn) federt aen Europa hebben toegebragt : als dan vind 
.Talen» en ik niet alleen niets dat 'er tegenftrijd, maer alles fcnijnt, als van zelf, na 
t"*^ ^^.^^ dien weg heen te willen , ja zelf m zulker voege, qqx. indien men 't na» 
kcning ^" tuerhjke verloop en de verwijderingen , die de Talen door de tijd onder* 
w^ens de worpen zijn, daer onder betrekt, zo fchijnt alles wonder wel te flaen op 
V uf ^^ gemecnc tijdrekening der Geleerden wegens die eerftc Volkveripreiding 
Jpreiï^ van *t Japbetfibe huis 5 want voor ruim 8 eeuwen was de Tael tuflchen 
Engeland^ Belgten ^ Germaniën en de anderen van 't No&rden vrij wat min- 
der veHchillig dan nu, en wel zoodanig, dat als men, na natueiüjke be-^ 
£iifing, dat toemnacUb verfchil bij verder te ruggang van oucUieid al nader 

ea 



ï. FerboHi. O V E R E ü R O P A. ij 

en nader tot één "wilde brengen, men zou, zo ik agt, geen gcvoegHjker 
tód éx&t aen kunnen toepaflèn dan die van Babels torenbouw , en de ver- 
l&ooijingen der Volkeren, dat is^ omtrent j8 eeuwen vroeger als nu ^ vo^ 
gcns de gemecne tijdrdccning der Geleerden* 

N. Maer , ongetwijffclt i& die eerfte Volkfcheiding bij voorname Fm^ 
mUen ^fchied die zig fcdert taksgcwijze over den Acrdkloot vcripreid heb- 
ben 3 en mondeling verftond ik onlangs van u , datje in drie voorname talc- 
ken de Europtfcbe Volkvcripreiding bcgifte , laet ons daer van uw fchets 
wat nader inzien , en voeg zo *t lukken wil , het Hiftmael met de gemee-^ 
ne tijdrekening daer bij : Tomnen wij het in geen eenen avond af, wet 'er 
ons orie toe nemen > het zal niet onvermackhik bij deze ftoflfb zijn , eea 
forten inhoud van 't gebeurde in Europa in klein beflag bij cén te zien^ 

Lr. *t Is wacr , ik gffle dat deze Verfprciding van Volk en Tael die Y. 
haei" begin tiit AJtè nam, en in Europa zig gezet heeft, voomaemlijk in VoIk-1 
drie Takken bdtond >" als , eene langs dé J\£ddellandlê zee van over den ^^^^**||*j 
Bofpborus tot in Ttbracïén^ Griekenland met zijne eilanden , Jllyrien , DaU SJSï drie ' 
snaïiëj oud ItaJi'én^ Hifpanièn en Gallïèny en verder tot in Groot- Brittanni'én% voornam^ 
4e twee andere takken beiden van agter het Meetifche Meer en de Zwar- t akhcn ,) 
te Tjc^ om , door 't Europifcbe Schythien (nu klein Tartaryen genaemt) 
weft- en noord-weftwaerts aen , waer van de eene zig gewend heeft na,, 
^er, en hn^ &c Babhifche Zeè^ nu Ooftzee geheetcn, terwijl de andere 
%vg uitzette weftwacrts door het hart van Europa heen door Éacien^Mo^^ 
Jien^ en Panmnien^ tot Germanien en Belgi'én. 

Den eerften noem ik den Keltifcben Tak vermits de Keltifche Volfceiren WL 
onder dien ftreek gelegen hebben > want Spanjen noemde men oulinks ifV//- xM{d% 
Jberïén^ en een groot deel van Gallien voerde nog ten tijde der Romeinen ^^ 
den naem van GalUa Celtica j en dat ook van (feze twee het Groot-Brit-- 
fanje eertijds bevolkt k geweeft,, blijkt niet alleen uit de nae-gelegentheid 
van 't land , maer ook uit het overfchpt der oud-Brittonfcbe en oud-Spaenfck^ 
en Gaüifcb'KeUifche Spraken: 

Den tweeden T^k noem ik den Kïmbrifcben , om dat de oude noordfche « vn: 
Volkeren, dit uit dezen hoek quamen, eft door uitloonen vermaert wierden, ximh^d^ 
onder den naem van Kimbren (Cimmerü en Cimbri) bekent ftaen. ^^** 

Den derden noem ik den Theutonifcb^n ^ of Theutfcbeny dat is, m onze "^B; 
üaleEl overgebragt zijnde, den Duitfcben, Deze Theutonijcbe nogtans deelt J^*^" 
zig eenigfints in tweeën 5 want langs de Ooftzee door Borneren^ Pruiffen^ en-* - ^^ 
langs de Saxifcbe Kufien , vermits deze Volkeren altijd met de Kimbrifcbe^ 
yeei te doen hadden , trekt de Tael meer .na *t Kimhrifcb : onder dezen tel 
ik ósiTi de Moe/b-Gotti/che ^ Pf^andaelfcbe y crvjingeUSaxifcbe (als hebbende die 
Volkeren eertijds aldaer haeren zeet gehad) en 'voorts de Oud-Friefibe Spra-* 
ke, dog onder de andere uitfcheute , . die het hart van Duitsland enneder-^ 
waerts m Bclgiën tot aen de Noordzee toe. , in *t brcede ter wederzijde 
den Rijn befloeg, behoort het oude JÏlamannifch en \ hedendaègfe Hoog-^ 
V éiiit$\ wijders het oyxdst'Frank'-duitfchy en ons oud- en tegenwoordigBelgifib{oi 

N^der^ 



24 VOLK- KN TAEL-VERSPREIDING. 4, lUd^^. 

Nederduitfib) <iat zeer na met het Frank-^duitjkh overeenkomt- Tacitus ver- 
deelt èi^Germanen in drieën, v!i& Ingawonen^ Ift^ewanmenliermiêmn: deeerfle 
en tweede behoorden onder onze eerilgemelde uitfcheute , dog de eerfte van 
die twee naell herwaerts aen> de derde komen overeen met onze laetfte. 
Y^ Zoo van den Kimbrifcben als van den Tieutonifchen Tak hebben wij ten 

Vanden opzigte van de oudheid en itaet*-verandering niet veel beicheids nogi:' Giidc 
Kimkri- nogt' Romein wilt ons veel daer van te zeggen 5 want bevorens de Ro- 
fi^^^. meinen en Grieken de Volkeren van Galliën en Germaniën te regt leer* 
fehen of ^^ kennen ,' (peelden ze verwardeHjk met de namen van Galkn en Kei* 
XHéitfchên ten. Dit egter weten wij nu van agteren-, dat 'er, zelfs tot de bloeitijd 
Tak tot op der Romeinen bijna geene Steden onder Kimbrifchc en Duitfchc Volkc- 
^^fan ^'^^ gevonden wierden j men leefde meefl al op het land, ruuw , zonder 
CH& fchatten , zonder omflag : 't is dan niet te denken , dat 'er voor de geboor* 
te van Chrtftus merkelijke verandering van Tael bij deze kan ^cweeft zijn , 
wijl geene Vreemdeling om buit te nalen derwaerts gelokt wieidj en bij 
't landleven verloopen de Talen minder dan in de Steden j hierom vind 
men de Spraek by den Boer altijd ouderwetfcher dan bij den Steeman^ 
Dit ook is 'er wegens de Kimbrifchc en Thcutonifche (of Duitlche) Ta- 
len merkwaerdig, dat ze tot pp heden van elkander alleen in een wijd ver-, 
fchil van diaUSl onderfcheiden zijn: want hoewel de behandeling der ^r* 
ti kelen ecnigfints verjfchilt, en hoewel vrij wat woorden bij den een in zwan^ 
gaen, die bij den ander verfleten of in onbruik zijn, de grond no^tans is 
genoegfaem dezelfiie, en, dat iets bijzonders is, die Verba ^ zo Gelijh- als 
Ongelijk-vloeijeHde^ houden omtrent eenerleije rooij, terwijl voor "1000 jaren 
deze Spraken elkander nog nader quamen> dus dan jnerKe ik die aen, als 
ceij oudverfpreide tak met twee kloeke aimen. 

Dog de Keltifche is door yericheidene vreemde Volkplantingen, en door 
zware flagen van oorlog zo menig een verandering onderworpen ff e weeft, 
dat niet dan in haie afgelcgenfte hoeken en landiftreken'de overDlijflclen 
daer van te vinden ^ijn , naemlijk in Cantahricia (nu Bifcaijen genaemt) 
gelijk ook in Gafcogne^ als mede in Armorica ( rm Bas-bretafffe ^^ctcn) j 
en m Cambrobrittannia (of de Provincie van fValUs in EngSland) en wij- 
ders ook in Ierland en in 't Hooge Schot-land bij de Berg-Schotten. 't Btf- 
caeifch evenwel heeft iets van 't Spaenfch aengenomen 5 de andere zijn 
minder verbaftcrt. 

N. ^ Dcwijlje , mijn Vrind , de Grieken en Latijnen onder den Kelti- 
\ fchen ftronk betrekt, zo zullen mooglijk hare Schriften ons verflag kun- 

nen doen van de verandering die in oe eerfte tijden onder haer gefchied is* 

L. Eenigermate ja , want hoewel alle hare oudheid met fabplklceden 
louter omhangen is, daer fchuik nogtans eenige ware gefchiedenis onder, 
die het Lichaem en 't ondaiverp van dien opfchik is, en die de geleerde 
oogen zo verre het in dit ftuk noodig is , hebben weten te ontdekken. 
Maer, eerwe 't Hiftoriael ondernemen, zou 't netter ondcrfcheid geven, 
^dat we 't werk in voorname Tijdperken ( 1 9ro;£«i ) afdeelden : de eerfte 

zij 



t. FerbanS. O V ]E R EUROPA. zt 

«ij van de BabdTche vcrwerring tot op de Geboorte van Chrifius^ behel- 
pende omtrent zx eeuwen: de tweede zij van dien tijd af tot ojp 't jaer 
8oO) dat is, 8 eeuwen^ de derde zy van daer tot oj) onzen tijd, bevat* 
tende ruim p eeuwen. 

Belangende het ccrftc Tijdperk., hier in tel ik ten opzigte van het Kei' X- 
tifcb twee voorname verandermgen van Tael en Volk. Tijjp^. 

De Oudfte was toen Cecrops en Danaus uit Ëgyptenland, Cadmus uit Vantoi 
Pbcnudënj Pelops uit PbrygiëUj en de Heracliden uit Lydïén niet lang na KMfibm 
den ander Griekenland met volk-plantingen bezet hebben , en toen de ÏJ^J^^"^ 
Grieken , en voornamelijk de JEolen , kort daer na wederom in Italién en ^ ^/^^ 
Siciü'én m.et Volk overfiaken , verjagende vele van de oude ingezetenen. fiéUim üi 
Ën, dewijl deze landwinnaers alle uit befchaefder oord quamen, zo is \Qrkim$* 
geen wonder, dat die oude en ecrfte Griekfche en Latiinlche Sprake, die ^^^ 
men uit het huis van yava» ftelt gekomen te zijn , door deze vermeng GriêkmiB, 
ging met Volkeren uit AJia en Jtfrica uit het nageflagt vcffl Sem chifolüm^ 
Cbam , vrij wat kreuk gekrcgen hebben : Evenwel het groote getal van *^^" ^^ * 
overeatikomende woorden in de federt bloeijoide Griekle en Latijnfe en ^cnna^*^ 
in de oude en tegenwoordige DuitTche Talen geeft geno^faem te ken^ den Zimd« 
pen , dat al het oude van die Japhetfche Sprake niet t'eencmael te leur vloed ran 
is geraekt geweeft. Hier van verhaclt vander Myle in 't agtfte ^^/^'^^^^ ff ^^^^i * 
van zijne Ungua Belgica^ dat Tbeod: Bibüander wel ^ van de Gennaiufche'dêidenn 
Git>n(fwoorden met de Griekfe enLatijnfcheoordeelt overeen te komen ^ dog eeuwea 
hy vander Myle neemt de rooying' vrij wat heulcher, namelijk op i) en ]!^, 
deze overeenkomt, al ftek men die nog vrij wat minder, (hoewel dat^^*^ 
niet behoeven zou wanneer men elks DialeS na vereifch overwoog) is e* ^ 

yeuwel bewijs genoeg van 't gezeide ^ maer nog nader blijkt zulks , als 
inen opmerkt, dat de Grondwoorden van de nog in wezen zijnde over* 
ï>lijflels van 't oude Keltifcb^ naemlijk in Bifcayen^ in Gafiogne , in Bas^ 
Bretagne^ mJVdlUs^ en in Ierland^ aen de Griekfcbe en voomaemlijk aen 
de Latijnfcbe nader komen dan onze GermamhBe^/cbe , gelijk te zien is 
bij de nadezing en overw^;ing van den 77/: VIU. in de jlrcbaiologia Bri' 
tannica door Edw: Lbuid A^. ^7^7* uitgegeven. 

N. Maer zouden de oude Grieken en Latijnen , die men van Javan af*» 
ïomftig rekent , wd net dezelfde tale gehad hebben als de oude Keken ^^ 
ie weten de oude Spanjaerts, Brittonnen, en Gallen, die men voornako* 
melmgen van Tubal noud ? 

Li. 't Schijnt mij wd toe, dat hier van niet r^ zekers te vinden is^ 
maer dewijl yavan en Tubal beide kinderen van Japbetb waren, zo is het te 
denken, dat die beide gefla^en toen ze eerft gefcheiden waren niet meer 
dan in DialeSl zullen verlchilt hebben. 

N. Evenwel Gomer was ook een 2oon van yapbetb , zo wel als Tubal 
en Javan , en no^ans verfchillen de Keltifcbe ovefblijfièlen merkelijk , volgens 
uw zeggen, van ae KimM/cbe cxxtbeutonifcbe y die uit den fbun van Gomer of 
Magogkoiosxu D L. HcC 



%S VOLK- BK TAEL-VERSPREIDiNG 4. Xetkwif. 

L. Het grootfte verfibbil egtcr beftaet in de 2eer vcrdraeide DialeR^ en 
\ onderfcheid van Letter4pdlin^ : Daesei:d>oven dewijl de kinderen van 
Tubal^ volgens de gemeene rekening, dezelfde fireek van veriprciding heb* 
ben gehoiSen als die van Javan , naemlijk eerft langs de Midd^ndfe- 
Zee 9 dat reden gaf van eenige onderhouding van gemeenlchap tuflchen die 
Geflagt^i, 20 is 't niet onwaerfchijnlijk , dat het verfcbil, ten minden in^ 
t eerlt , niet zeer groot zal geweeft zijn % te meer om de gemdde gelijk- 
heid van grondwoorden. Hoe groot nogcans of hoe klein 't verichil eer- 
tijds was, weet ik niets van te verzekeren. bij gd>rek van oude proeven, 
zo van den een als van den ander \ ik neem 'er ook niet ved belang in^ 
of men van dezen óf van dien van Japbetbs kinderen denafkomft rekene: 
ik heb evenwel de Grieken en Latijnen onder den Keltifchen arm betrok- 
ken,, om dat die Tak van over die kndmeek was uitgefchoten,' zonder dat ik 
mij daer voor fterk zou wiÜen maken y dat het Overoude Griekich en La^ 
tijn net Oud-Keltifch zij geweefl: 5 hoewel de geleerde Du Pezron ( wiens 
boekje genaemt Aniiquité de la Nation t:^ ie la Longue des Celtes ik met 
vermaek gelezen heb) niet fchroomt het ftoutmoedig te verzekeren. 

N. Maer ak die Heer met die verzekering niet beter ftaet als met zijn 
bewijs , dat de Mhmannen en Tcutonen van de Kelten of Gallen zeer vele 
woorden ontleent hebben, zo is 't niet breed. 

L. Die ziekte van alles tot zig te willen trekken is aen vele Volkeren 
eigen. Wanneer (bmmigen der l>uit/cbers en eenigen van onze Nederduits- 
fwers willen (bende houden dat de oude Kelten (£ Gallen j Spaf^aerts^ en 
Brittonnen ) ten tijde der Romeinen onze Oud-duidche tael zoudea gpforon 
ken hebben,, gaet het dan al beter? Maer, laet die goede Lieden ruften^ 
hoe bdacheUjk het zij, 't is evenwel onder dezotheden eene vroKike^ al- 
les zig eigen te rekenen : Mij aeng^ende , de overblijflclen van dat Kei- 
^^;^^,^ tifch geven mij ander bcrigt> en Taciius getuigt ook aar dè Galliftbe Spra- 
^orihut ke den Gotbinen averfirijd dat ze geen" Germanen zijn y De Duitfche Vorft 
<ierm: Ariowift kon Gallijcb ipreken , om dat hij 14 jaren onder de Gallen ver-^ 
keert had 5 en Caligula -dwon^ eenige Gallen om Duitfch te fccren ^ op 
dat die in zijn triomph voor Duitfchers zouden doorgaen y zekerlijk was 
dan de GcrmanHche en Gallifche Tael kennelijk verfchillig,, ik zjeggc ken^-^ 
nelijk omdat Tacitus^ met de andere Romeinen ^ Vremdehngen zijnde, het 
vermerkt moeten hebben y en het groote onderfcheid van Tongeflag ent 
Gedaente tuflen' onze en die gemeld Spraken is tegenwoordig zeS" zo 
groot, dat men den oorfjpronk en fcheiding van die takkeii van nu aften 
minften wel ruim jpoo jaren te rug zou mogen rekenen 5 want , zo een 
Volk van Vreemden niet verhcert word , kunnen niet y dan door een lang 
verloop van tijd, verfchillige DiakSlen tot ondeifcheidene talen overgaen. 
Maer laet ons onzen vorijgjcn text vervolgen , eer we te wijd-heen ver* 
dwalen. 

De tweede voomaeme Verandering y die den Keltifcben tak te beurt*' 

viel. 



X 



^.Ftrban^ O V E R E ü R O P A: %J 

Tid 9 is gcwecfi t niet zo zeer toeo de Cêftbé^inenfirs Spfnjin inkregen, omtiait 
«b* wd toen omtrent % oeuwca daer na de Romeimn SfUf^ en Gallién o- »6o jaem 
¥crwoiuien9 en aldaer hue zeden ^ Oe£fen-fcholen en Wetten invoerden, I^^. ^ 
•zulks dat Sttêhi^ die onder jlupiftus en^Ttèerm geleeft heeft, al ontken* ^^^.^j^^i. 
4e 9 dat men de Gêüen meer Barlmren mogt noemen , ak die reets 20 in » m/^i ia 
Tad als Lorcnswijze ^ ja ook tommigen in 't Burgerlijk-beftier tot het «/«»>«»• ^ 
Roomfche gebruik waren overg^acn. Als toen kreeg die ware Keltilche ^^J!^!^ 
«ak en Taa daer zulk een' andere gedaente en omkeering , dat die Sprar cHR: de 
hA aUengskens in een Balfoert- of Boeren-latijn verwiflbkie, dat men iolert fêmmm 
<le Btmmfdbe Ta$l noemde ^ hoewel die Tan 'CantaMm (nu Bifcayers) mee- "^^^!feL; 
raodeds haer eigene oude tad en ook eenigfints hare vrijheid tot op he- ^ 
4en hebben weten te houden. 

■ 

N. Heeft ook niet al vro^, toen de Roomfcte Rep\d)lijkV nog naeü* 
lijks uit den dop quam, de Aeltifcbe Tak van zijn kant een uitzet van]voIk 
.gedaen? zijn niet de Bayen uit Gallïén tot diep in Qermamén^ en zijn niet 
eenige GaÜen daer aae in Italïén^ Grieieniand^ Tbracitn^ en zo verder tot 
in ^^ gedroqgen? 

L. Zoo melden ^ I-fiflAriën, zegcende dat omtrent < eeuwen voor de y ^\ . 
geboorte van Cbrifius de Boyem uiteet KeUifcb^Galüén , onder 't geleide ^^^ y^ 
van eenen Segpwes^ over den Rijn^ diep in Germsmë»^ tot in het Jhfyrdni^ minderbe-» 
ffbe Büfcb trokken, en aldaer Hare zitplaets hielden, wdke hier uit den l>ng,a]s,pe 
mem kreeg if^an B^yenbam^ daer de Rcmietnen van maekten Bobemia, Men ^^^^^ 
20tt mogen twijfiücn of deze Volkeren waerlijk van den ouden Gallis- Qgrmmttm. 
KdtÜchen fiam zijn gewoeft, dan of ze wel eer van de Germannen uit- oaitreBt'& 
gi^acn, en in Gêttia Bdnca^ en van daer in GalUa CeUica gekomen wa- ^^^^ 
len. Uit de te^enwoormge Tael der Bobe$mn kan men niet zeker beflui- cHR* 
een wat Spraek deze oude Boyen gd>ruikten , Duitfch of Keltifch : want 
de tegenwoordige Bobemen zijn een deel Slavoenen^ en een deel van de Mar^ 
tematmm die de oude Bt^em van daer hebben xloen verhuizen ^ gelijk we ^ 
onder het tweede Tijdperk tez^gen zullen hebben: evenwel de eerfte naem 
van Bojenbeim pleit -er voor,^ d^it haer' Sprake Duitjcb of Belgif eb was| 
want Heim betttkende oulinks bij ons een U^omng^ f^^trUijf. Immers ver- 
ftfaeidene Volkeren uit Duitichland hd>ben in dat eerfte Tijdperk in G^A 
ü'én zig neergezet, ea voornamelijk in Gallia Se^ka^ dat naefl aenlag en 
bijna f van gantfch GalUën befloeg , ftrekkende zig eertijds vrij wat hoo« 
ger op en bieeder uit dan nu 5 want niet alleen de uitgeftrektheid van de 
tegenwoordig gienaemdc tien Spaen(che Pfovincien^ maer een* gantfch biee- 
de ftieeke kngs den Rijn op, tot aen 't Lac van Geneve toe, was daef 
onder begrepen: en dat men in dit gedeelte van Galliën Belgifch (of Ne« 
dcrduits) Iprak wijft niet alleen de naem uit , maer ook haer ooripronk ^ 
vermits aii wel eer uit Gormanièn van over den Rhijn in deze Landftre- 
ken getrokken war» , en vo^ns de getuigenis der oude Gallen zelf, bij 
JuUus Cétfar in 't be^ van zijn twewe Boek te vinden, de vorige Gal- 
lüche ingezetenen van daer verdreven hadden. 

D X Ruim 



ri8 VOLK- E>ï TAEL-VERSPREIDING. 4. Redewf. 

t>p-cnuit- Ruim 3 eeuwen later gdchicddc ccn tweede uittocht der Gallen. Ee-^ 
tocht eeni- ne grooce menigte van mx. Volk ^ uit haer land optrekkende , drong in 
gcr Qa!r jf^Uén^ nam Romen in , alleen 't Capitoüum bleef Duiten haer magt , en 
Jfö» ! ^* hebbende van daer tot in Illyriën , Panmmién , fbraden en Griekenland ha- 
wacr ie re wapenen gevoert , en roemrugtig ontzag verkregen , is dndeling door 
dennacm Nicomedes Koning van Bitbymèn eenoodi^t om uit Griekenland in^ klein- 
t»»lSc^* Afiën over te fteken, en om met haer behulp^ onder beding, van gcmee* 
gen, niim ne bedeeling, Papblagonien zijn buermsoQs land, aen den Ptmtus^ Euxinus of 
270 jaren zwarte Zee gelegen, te vermeeficren ^ en dit gelukt zijnde^ zo hd>bende* 
CHR' ^^ Gallen dat deel gekregjen, 't welk federt na haer, als uit Griekenland 
^ * komende , volgens de Griekfe naemgeving Gallo^gr^cia , of, na dezer Gal- 
len eigene tael Galati'in gènoemt is geworden. 

N. Wat Tael zouden dan deze gevoert hebben? om datje zegtnAbaer* 

tigene Tael Galati'én. 

Lu Neem dit niet verder op dan giflingj maer drie redenen heb ik, 
die elk mij zeggen willen , dat deze Galaten meerder T'euttmfch ofte Bel^ 
^S'duitfcb zouden geforoken hebben dan Keltifcb. Ererftelijk , óm dat de Oudva- 
der Hieronimus in zijn Voorreden over den Zendbrief van den H. Paulus 
aen die van. Galaten getuigt, dat deze' Volkeren nog ten zijnen tijde, be- 
halven het Griekfch ook hare bijzondere Tael fpraken , welke overeen^ 
quam met die van 7r/Vr , zijnde van ouds af de hooldftad van GaïÜA Befr 
pca geweeil , alwaer men tot op onzen huldigen dag nog Duilich of Bel* 
gifch (preekt. Dit word bevefhgt met de Tweede reden, naemlijk dat ééa 
van dezer Gallen Overften, die, kort na den tijd van Aknander^ dedap^ 
pere en ftrijdkundige Maccxloniers verfloeg, den naem voerde van Btlfus^ 
'Begifle ^ wacHch^nlijk een Vorft van Gallia Belgica geweeft zijnde. Ten der- 
Ooifi>ronk den ftemt hier mede overeen eene Duitfc^ Afleiding van dien naem , als 
^aemder vervattende de Uitnoodiging van deze Gallen : Want gelijk ecrtij^ in 't * 
Géüaten. Moefo-Gottifch Sat||On/ 4E^Cdat|^tl beteekende J^OOlieit (invitarê) en ge- 
lijk dus ook in 't Angdiaxiich t|e 4E(aIati[|0be tDOtCOtl (de geiK)odiEde 
mannen) Matth. XXIL 8. zoo zeide men ouUnks daer voor ia *t Sd* 
gikh Satttll/ 4M[aben; gelijk ook nu nog in dien zelfilen zin het woord 
Xfi^ett bij de Hoogduitichers gebi:uikt word : dus beteekende dan Gakuai 
of Galaibai t» ^E^enOOtngltt. 

N. Dog hier lijkt nog aan te fchorten dat do T iMJ^^t woord Galdtai 
in plaets van TH of D komt \ en uwe eigene aenmerkm«n brengt meé 
♦ Zie ome dajt de-Gotthifb •TH bij ons in D verwiflelt : óók hoorde ik eens van u, 
fchapTtuf- ^^^ y^^*" 1^^^^ ^^^ rekenfchap vereifcht, zoo men voorzigtig afleiden wil. 

fchen de 

Gotthifche L. Dat bekai ik 5 maer voorccrfl: hebben wij dieT, in dit woord nier 
d^^N^H*^ ontfangen uit de egte hand , dog uit die van de Griekfe en Latijnfeha 
duitfche^' fchrijvers j ^aer op in 't ftuk van vreemde woorden weinig te bouwen 
]>ag:5. is 9 gchjk oojk de Geleerde Ifid: H^fpalenfis (in zijne Grammatica Capt 

XXVilI.)^ 



ï. FerHaiuh. O V E-R EU JBt O P A. ij> 

%xmi.) getuigt 9 Smt emm fkraque Bmrbara Nimnét incógütA Latims (^ 
Gracis : ten aoderen is 't ook niet onmooglijk dat wel eer die GalaUn 
door lang omzwerven van de z^e Belgilche DialeSt tot een fcberper mog- 
ten overaten geweeft zijn : immers dit heb ik bevonden bij onze Hol- 
landiè inboorlingen , die zeer vele jaren agtereen in allerleije Landen om^ 
zwurven , datze de zi^ighcid van onze uitlpxaek bij de Dy Z^ en V, ver- 
loren«hadden 5; fprekende. die bij na zo fcherp uit als de T, S. en F. De 
reden agt ik > om dat verre de min&e volkeren zo zagt een DsakSl hebben 
al&wij. 

N« Uit deze uwe uitl^;ging over den naem der Galaten kan ik nu ligt*» 
lijk giiling maken , hoe 't omkomt dat ibmmigen van jonger tijd ak dit voor^ 
val , hoewel anderfint$ oude fchrij vers , den naem van Gallen en Galaten zon* 
der onderfchetd gebruikt heUben , noemende ook die Gatten ^ die in Euro^ 
pa en in haer eigen land gebleven waren , verkeerdelijk Galatai : want ter- 
wijle de Grieken hoorden dat deze nieulings in jifia gekomene Gallen zig 
zeLven Galat ken noemden, zq hebben zi} , als onkundig van de beteekeni» 
van dezen nieuwen naem 9 die na den ouden vrij wat zweemde , met geenV 
quaden glimp en met fchijn van nettigheid en .verbetering zig kunnen ver-» 
beelden, dat de egte naem zo wel van de Volkeren die in Gallienj als van 
deze die in ^Jïa zaten, was Galatai , vermits deze van die waren uitge- 

Maer, mij fchict te binnen, dat jenogeenigeVolkverhuizing^, hoewel' 
van klein belaog, hebt overgeflagen, wanteenige Griekiè Pbocenfen hebben, GrMin'vskt 
volgens de getuigenis der Schrijvers, ruim f eeuwen voor Cbriftus^ zig aen J^frfiUU 
deuallifche kuit uitgezet, te Maffilien naemlijk, nu Marfeitte g^^^^^^r^^^n 
welke Had omtrent een halve eeuw .^ daar na met .een nieuwe troep Griekle voor 
volkeren vermeerdert is. Wijders hebben x>ok, zo men wil« de SpaenichaCHR; 
kuften eenige Phwmciers gekregen , om haren koophandel daar te drijven , pkmnUkrs^ 
alvorens de kohifl der Cartbaginenzers , daer gij van meldde > Mooglijk '^^ Sfanjemé 
zwe^je van deze gevallen, om dat niet waertenijnlijk is , dat de bevol- ^^^^* ^* 
king van een Stad , of het aenleggien van koopmamchap , eenige verande- voor 
ring van bekng aen den Keltifchen Tak hebben tocgebragt. CHR.. 

L. Daer treft mijn Heer de;redc :. deze gevallen van geringe verande- 
ring (paerde ik tot op *t laetft, om die onder één befluit te trekken 5 en 
hierom zweeg ik ook tot nu toe van onzen verfcHrikkclijken Noord/en 
fFatervloed 'y hoewel die ten opzigte van 't Hiftoriaêl gewigtig genoeg is 
om niet voorbij te gaen. Deze ichrijft men -dat , ruim 3 i eeuw voor 
Cbriftm f de Noordfe kuften en die van Gertnanien geweldig aantafte , vele J^^ 
ftukken van *t vafte land tot Eilanden, en vele laegtens tot Meren maekte, jyife^^'^ 
waer door ontallijke menfchen fneuvelden , terwijl die genen , die 'er van arvlocdia^ 
onze en eenige verdere Noordlche kuften overfchoten , dieper in Duitfch- INoordcik, 
land inweken, om door de woede der zee niet telkens ontruft te wor- omtrent 34, 
den, vermits dijken en Terpen (datis hoogtens) te maken toen nog on- CHR:^^*^ 
iKkent' was in die ftreken. Sedert evenwel , waerfchijnlijk toen de nako- 

JD 3 mclin*^ 



|9 VOLK- BW TAEL-VERSPREIDING- 4- Rt^i^ 

xnT. meliogen «Ueu nunp der Voorzatca niet meer indogtig waren, zakten ve- 

^^'^ derom na dien grond, die ledig, en door 't afloopcn van bet water weder 

^vr^* ^ geworden was, cenige Nttkrjiaafcbe volkeren , na allen ichijn Engd~ 

Umd. ' faxi^he , volgens de ovcrcenkomft dier ipraken. Deze zijn bekent gewor* 

den en gdïleven onder den naem van Friefe» of Früzeit. 

't Is ook moog^jk niet lange daer nae geweeft, toen de oude Batavie- 
ren en Camaefaten, mede Neder/axtrj dog minder ten nooiden gdegen, 
_y. om huislijk gcTchil haere gd>roedcrs de Katte» oiKWcken} en herwacrts- 
Vomfie' ^^" "^^^ ledigen grond ini^amen , -die &dert Betattweoï Batamve^ of, op 
■dcrB«f<f- 't Romeinfchj^ariivM geoaemt wierdt, liggende langs Gaüia Beipca^ ca 
■vi*rt»en tuflchen de armen van den Beneden-Rijn , hdibeode den Oceaen van vo- . 
^""^ i'^i) de Friezen ter regter, de G^len ter linkerhand: Omtrent dezen tijd 
den' Bene- reken ik ook, dat vdc Belgm aen de Brüatmfibe kuAen zig neergezet bcb- 
'^cnJLjjn. beo, daer Jf»^ C^rydrivan mdd. -sieC/«v.- Jtitnd: Getff<^: ya^.Vf. 

N. Nu kan ik befefibn mijn Vriend, waenxn de Oud-fiielchc Spraek 
aea de Ëngeliaxifche zo wél blijkt, terwijize nogtam veel in DiéUS ver- 
ichilt van onze Belgilche of Nedetduitfche , die merkelijk tneoi- overeen- 
3comt met de FrankduitTcbe. 

L. Maer, dit zsd en kan eerft: nader 'Uijken, almicn onder het volgen- 
de Tijdperk bevinden zal, dat 'er des aeagaende geenc wezendlijke veran- 
lii^ IS voorgevallen. 

Ën, dewip ik, mijn Heer, nu *t voonuemflc, dat ik over deze ft»fiè 
znij te binnen kon brengen, heb a^cfchetft, zo Óti ik het vovotg uit tot 
ons tweede TV^dperk, t&t cennieuwcbijecnkomftvCTeifcht, en, terotHzake 
van 't werkehjke Hifiorisel , vrij wat tuflëiftijd tot ovcrwegii^ en Itidk- 
tipg van zakm van nooden ]weft. 



X. ttrhmJL lik 

Tweede Verhandeling 

'Van de 

VOLK- EN TAEL-VERSPREIDING 

OVER 

E U R O P A, . 

VyÊle RedéwilTeling*. 
L- en Nt 

L. gr^^ M gémiks wille, mijn Heer , nullen we dit ons tnveede Tlfjd^ Ttmif 
Ê ■ perk ten halve deden. -^dptrk 

^k^^ Het begin van dit Tijdj)erk was nog al gunfldg voor de ^[^ ^' 
Romeinen. Hoewel onze oude* Batav^en ^ door geledene overlafl ver- oaCHR. 
bond'* en cer-ichennis getergt^onder hunn' dapperen en fchranderen Claud: CiviÜs tot A. 8ooJ. 
in een opftand geraekten ^ die zorgUjk wierd voor den Roomlche Staet; ^ ?* . 
Cerialis nogtans {Hlde dien met het vernieuwen van 't oude bondgenoot-' en,^^^ 
Broeder^fibap van over loo jacrenv jae, niet tegcnftacndc de vooripoed op Broêdn^ 
't laetfl: aen de zijde der Romeinen gehelt hadde , ze wiften toe te ge- /^^tf/tuf- 
rcn, uit aenmerking van 't belai^ onzer Vrlendfch^, dat haer kort daer ^^^-^^ 
aen ook vrugten gaf , want' voornamelijk door toedoen en hulp van onze c^uvk'^ 
Batavieren wierd net verdere Britannia (daer Julius Cafar te voren meer rwt. 
Ichrik ak winft g|(!maekt had) tot aen Caledonia toe voor haer gewon- D^^i««w^ 

"*"• , - smmU. " 

De Roomftrhe wapenen gingen nog verder, en drongen door Vriefland^ inde»: 
en eea deel van Germamén^ tot aen de Eire toe y en tot volktemming eeuw. 
fliaekte men vafte Burgten > dit nogtans belette niet dat de Gcrmaimen en ^^ ^mtU, 
Vriezen, vermits hatig op Roomfche manieren, en loerende op gelegen- ^^^j^ 
heid , bare fchaden te mets niet duer en deden betalen. In Êrittamnen en veidcr 
cvenwel kregen de Roomfche zeden, even gelijk te voren in Gallimvocty in Ggmmi 
makende door fchijn van belecftheid dat Volk te vafter hoewel willigcf ^^ 
verflacft^ Caledoni'in (nu Schotland) floot men van *t andere Brittannién ^Pi^tfiU$j 
door wal en muer^ om de uit- en aen-vallen der Pi ff en teftuiten. Ierland ^^^ 
had de zee tot een fcherm, en bleef buiten de magt der Romeinefi. 

Deze Monarchie , dus in top , begon evenwel van toen af te dalen : want 
^gantfch Europa rackte aen 't woelen als ziedend water, en de Noordfche- 

Vol- 



^ 



^ VOLK- EN TAEL-VERSPREIDING- f. IM^ijfi 

Volkeren grepen elk. na een brok van den buit, dien de Roomiè Hgakh^ 

zugt wel eer andexen dnttoofc en onder zig 'gdfcluaept had. 

ILi riet begin van \ Spel had zijn aenvang met dt Gottben : dcte, van 

t>tG9tth(m omtient Jen Wyffel af, ooftwaerts acn door de wapenen zig va:^>i:eid 

^^*^ hebbende, overliepen ten tijde van Mare: Aurelius (die A^ 1 6 1, tot het 

ixx de 1^3: Rijk quam ) een groot ded van Sarmatien tot aen de zwarte Zee en 't 

*eQ.é^weayir,Meitifcbe Meer^ innemende het land dat de Daciërs en Gefmtocnia be- 

2it hadden. Die ten Ooften hacr* verblijf namen , noemde men Ofirogh 

thenj die ten Weften, fFifigotben. De eerften, wierden beftiert van de 

Prinfcn uit den Huize dei* Jlmalen^ de andere door die van den fbuxmie 

der Baltbes. Omtrent een eeuw daer na vielen deze Gottben in Mcsfién^ 

'^thracién^ IBIyriën en Eatmoniën^ na dat alreeds eene andere partij, der Got^ 

^hen , GepiÉcn genaemt ( mooglijk vermits ze geepfer of flaemTmoediger 

waren, als hebbende zig aen doi WyiTel t*huis gehouden toen ruim een 

<eeuw te voren de eerden van daer optrokken) zig mede bij haer in Da* 

4tén had vervoegt. 

N. Men vind Geleerden dre de 'Geten efi Gottben voor een en 't zelf- 
de volk aenzien, agtende dat die naem alleen in DialeS verfchilt. 

L. Zo vind men, maer waer vind men DiakB^regd^ 't zij in het 77>eu^ 
tonifcb 't zij in 't Kimbrifch , die zulk een verfchil tumi de zakelijke dee«» 
len goed maekt ? Immers hunne bewijzen hébben mij QDg niet kunnen 
voldoen : wat 'er van zij laet ik zijn ruft ^ want dat ten nsieuflen te we- 
ten kan ons geen' dienft doen aen de (chets, die ik hier ontwerp^ Dit zij 
ons ^noeg, dat toen de Gottben in Daden en Moefién zaten, ook deze 
^eutonifcbe oi Mcefo-Gottifcbe tael aldaer in zwang ging. Sedert dedea 
deze Volker^i verfcheidene uitloopen in GnekenlaHd <n ook in klein A« 
iiM, fbmmige rampfpoedig, ibmmigc met g^uk, zonder hare landpaleQ 
ved te kunnen verbreeden. Dit duerde tot aen 't einde van de 4^ eeuw. 
^. Midlerwijle leed ook 't Roomfche Rijk zijn aenftoot ada den Bene* 

jj^pJIjJjjj^ dcn-Rijn. In de Derde Eeuw fchoot hecwaerts aen, vanOver-Vflèl af, eea 
inde 3: en hoop Germanilche Volkeren onze geburen , vereent onder den nacm va» 
4: eeuw. Franken , dat is Fry-luiden , als belult op vrijheid , en gereed om 't Room* 
fche juk af te fchudden : de Batavieren^ vermits bondgenooten der Romei- 
nen^ moeften meê dien aenval uitftaen. Dit tobben duerde omtrent ander*, 
halve eeuw, tot eindeling Keylèr Juliaen de j^ade» (zijnde Opper-Saxi* 
DeFr40AMi fche) die wederom deze Franken ^uamen verftoren, met hen yereenjgde, 
onderde onder beding dat die beiden een lichaem zouden worden, en dat onderden 
inde^dT^' naem van Batavieren j een naem die bij de Romeinen zoo roemnigtig 
«euw:. wierd gehouden, dat ze deze onze Voorzaten vereerden met die getuigenis, 
dat ze waren ^ Hunne he(le bijftand ^ de Vroomfie Leden va» hunne magt^ 

* ^^^' Oud'Vermaerde Krygsluiden , en Overwinnaers in den ftrijd , die groot gewigt 
inzijni:cii'^^^^^^^^ ^f ^^ Vrinden of Vijanden waren^ 

* B: der 't Was ook al vroeg met den aenvai^ van dit Tijdperk , dat men in Duitfch- 
Hiftoricn. j^d onderling on-eens wi^d* De marcomannen Duitfche Volkeren , aen 

den 



I. r^Imnd. O V E R E U R O P A. j j 

4en Dfmau geKcteo^ hebben onder *t beleid^ zo men naeent van den va:«- IV. 
maerden Marobodwinj ten tijde van Überius^ hacr* geboren de Boyen uit ^^^ -*'^'*^- 
Bobeemeu verja^ \ en men wil dat deze verdrevenen haren wijk namen ^^^ 
meer inwaerts van Gtrmamëny en dat die fêdert den naem gehouden heb- Bêytrfim^ 
ben van Boharü of Bojuvarü ^ en nu bij verloop Bavari^ bii ons Beyer^ in dei: 
fcben gehaemt, dat is, Boy^mannen^ (gelijk ze ook in den Oudf-AUemanni'- ^^^^* 
ichen tijd , volgens Goldafii Rerum jtlamarmic: I. Pars ^ p: i f ^ wel ^9t* 
tnatntt genoemt wierden) want Oar of If^ar of ^er beteekende m *t 
Oud-duitfch een Man: dus was het in *t Moe(b-Gott: H^att/ in 't An- 
gel&x: 3Btt/ in 't Kimbr: l^tttiac/ iSc jftcbac/ in 't ArmoriTch Itr/ en 
in 't Latijn Fir : zoo beteekemle ook ons Batavier even ved als Bataww^ 
of Betow-man. Dog ten opzigte van den Beyerichen naem, zo vind men 
in 't Focahularium jinglofaximicum^ S?CC0ttCI^ en ^Qi^-MidXtl Bavari. 

N. Dewijl deze Beyerfcben tot op heden Germamfcb (breken, hoewd 
zwaer van tone, zou het dan wel quade güling mogen neeten, zo men , 
hier uit opmakte , dat ook de oude Boheemen , vermits hare Voorzaten ^ 
zulk een' taelc gevoert hebben? 

L. Neen, mijn Heer. Maer, om den draed te vervolg, zo heb ik 
m^ te melden, dat in 't laetft van deze 4: Eeuw, ten tijde van Keiiter y-"* . 
^Mximus ie Tyran^ eenigc Britten na Armorica (nu Bas-bretagne gensiemi) ^!^^^ 
in Galïïim overgeftokm zijn, en haer volk en tael tot op heden daer ge- deinde 
plant gehouden nd>ben. En 't waren mooglij k mée al op dien tijd overgekomen 4: eeuw. 
ne Britten, van welke Proa^pius vorhaeS , dat van een zeker Eiland , aen 
den mond van den Rijn gel(^en , door Brittons en Jnglen en Friefen bewoont , 
jaerlijks eenige trokken na de Akkers en Landen, die de Franken in hac* 
ren op- en mt<ogt ledig lieten. Het was ook omtrent ten einde van de 
4^ Eeuw toen Ulphilas der Gotthen Bifchop den Bijbd uit het Griekfch 
m 't Mafo*Gottbifcb vertaelde, waer van 't jEuangeüum^ hoewd niet zon- 
der verlies van eenige Kapütds en Verzen , noc in wezen is , zijnde door 
onzen vermaerden Franc: Junius F. F, in 't licht gegeven > uit welk kker 
blijkt , dat deze Gotthifb Tael van Duitfchen fbunme is. 

Voorts kaïi ik niet vermerken, dat in deze vier Eeuwen iet anders ge« 
wigtig^ ten opzigte van de Taelveranderine gebeurt is, ten zij men reke- 
nen wil , het gene de Romeinfche tael op & Gallüche en Brittonfche won. 
Want de Buerlcbap en vermenging der Franken en Batavieren gai! seen tc« 
de tot verandering , als beiden van Germanifchen oorfpronk zijnde , bei- 
den beminnende een z;^gte vloeying en geene hardigheid van uitfptake, 
gelijk te zien is uit de Ih^ank-THeuyche Fertaling van Te Hdrmoma Evange^ 
üca van Tatianusj die omtrent poo jaren, en uit de Parapbrajïs in Cantic: 
Canticon van fPilleramus jtbbas^ die omtrent 700 jaren oud geoordeelt word. 
Of nu de oude Daciërs en Geten nieuwe taelluiden kregen, toen de Got^^ 
tben bij haer quamen, is mij te onhekent^ om 'er iets van te zejg^en. Dog 
in de volgende vier eeuwen zal 't volk van den Oud-THeutorSchen Stam 
ccn groot veld winnen, dewijl 't mcefte verUes V4n 't Roomfche Rijk de- 

Ë zen 



^ 



54 VOLK- EN TAEL-VERSPREIDING. f. Redewlf. 

zen eindding iii dén fehoot valt. De fFitmdakn rukken in OaHiem^ drin^ 
gen in Sfanjen^ en verder ook in Jfrika. De Wefitr^Gmben overloopcn 
Italtén^ veften zig in Ofper-'GaUiën , vercfaiiven de fFandakn uit Spanjen. 
De FfMktn krijgen 't benedenfte deel van óalliën. De Oofier-Gottben rig- 
ten in Itaüen een nieuw Koninkrijk op. De Lombarden of Lang^barden^ 
• mée al Duitfche Volkeren , volgen de Oofter^ottben m 't Italifienle gebied. 
De jdngelfaxen krijgen Britannïén 'm. Midlerwijle doen de Scbyiifcbe Vol- 
kercn uit het Ooften een zwaren inval in Europa ^ en na v«fcheidenc 
togten geraekt gantfch Sarmatten onder hare magt. Op 't allerlaetfie krijgt 
de Frankifcbe Stam 't voomacmfle deel van Europa, 't Gelxnrw van *t 
Roomfche Keizerrijk , te voren acn 't waggelen , fiortte dus ten eenc- 
tnadi in. 

N. Ja zeker, zo men de zaken na 't uiterlijke aenzien fchatten, en en-^ 
kdijk op den menfch zien wilde , men zou mogen zeggen , dat het in 
die Eeuwen toeging^ ak of 'er Koninkrijken te grabbel geworpen wier* 
den voor den genen die kloek van raed en daed was, en die de verwar- 
ring van zijn Buerman wift gade te flaen. Maer laet ons deze voorval* 
Icn wat meer uitgebreid bezien. 

^ Xj. Met het begin vaxi de f: Eeuw, omtrent A®. 406 , ten tijde van den 
ïnS^ Wefterfchcn Keizer Fakniimaen de III<»«: trokken de Wandalen^ (meé al 
txLAjkka^ Duiders) met de Alanen hare Sarmatife geburen, Aoo/t Gormamtni onder*" 
in de 5: tuflchen met zig nemende vele andere Duitfchers ak ^uaden^ Marcoman^ 
^cuw. ,j^^ Herukny Sneven^ Saxen ^ en Bourgenjers^ met zware verwocftingen in- 
dringende tot in \ GalHfck'Belfien , en voortrukkende tot in 't Narhnefibt 
Galtien: Van daer trokióen ze (Ao. 40P) over \ Pyreneefebe gebeigte tot 
in Hifpania Bostica , dat federt na haer Vandahfia genaemt is : en omtrent 
20 jaren daer na ftaken eenigen ook over in jlfriha , flellende hun Rijk»- 
Aodi te Cartbago ) ondertuflên bleven de JJanen in Lufitanien ( nu Porto-^ 
Vn. gael), de Sneven in Gallieien^ de Bourgtmjers in Opper^alüen. 
^J^F Ter zdvcr tijd, toen de fPlandaïen hare overftrooming deden ^vielen in 
EmfÊtA ^\ Etfropa een croote hoop Scbjtifcbe Volkeren, als Turken^ en Avaren^ waer 
ll^^bij 2g t>o\rAUnen en^nndre Samattn rcx^en, allen ^der den i»<^ van 
Hunnen^ geleid door den trotfcn VeMovcrftc Attila^ inbrekende in Pan^ 
nm'èn , in Jtaliëny m Germamenj en zelf tot in 't hart van GaUïén. Mid- 
lerwijle hadden zig onder dien drom gelchikt Oftrogotthen , ^aden , Ru- 
mrj, Bafiarnen^ Marccmanneny BrnBerSy Saxen^ BiGepêden^ allen van Duit- 
tchen Stamme. De Fenefen hier van vcrfehrikt, vkxten op de naeft ^le- 
gene Eilanden , waer uit het berngte Fenetién zijn oori^onk nam. Dog 
na de dood van Jttüa ontfboTiA ^tf twift onder zijne Zonen, bij wdk voor- 
val de Gepiden en Ofirogottben i\g op haer zdf aflcheidende , cc Hunnen te 
keer gingen, en na haer Vaderland te rug dreven^ blijvende alleen eenfge 
weinigen in Panmmen onder den naem van if/(r»/^. 
Chwcrtuflchcn de JFifigottben , eensdeels (te Htmne» ontwijfccndc , andew* 
-4eeb door hope van buit na //^&'» gelokt, en federt om de Roomfehe ftre» 

kcft 



Ut 






i. rêfbanJL OVEREUROPA, ^f 

keo vergramt zijnde geworden , deden hnnne woede onder hun' OverAe Jlaric omtttnt 
«en Roomen gcrv^oden) vetdervende bij na alles wat *er in en omtrent was; Ao.409. 
Na zijn dood^ die 'er kort opvolgde, drong zijn navolger Adolpb van daer y^ 
tot in Galliën : waer op Homrm ( Wcfters-Kcizer ) , om flegts toe te ge- De mfer^ 
ven , dat men niet behouden kon , of om zulke Gaften van huis af te lei- Gütehoê 
den, acn deze fFeJiergotthin een deel van GalUèn toeftond, van Tóuïoufe af ^^'.*^ 
tot aen den Oceam toe j zo dat dit nieuwe Koninkrij k den naem kreeg van *# A?^. 
Gottahma^ ook wel Lant-Gotb Occitamay en federtbij verbafterin^ Langue- Utm ^ ttt 
docq j in plaètfè van Land des Gótbs Occitanes , of bij inkrimpmg Lattt^ dacrnam 
Gotb'Ocr.. Kort daer op togen zij na Spanjtn , en dreven 'er de AJamn ^^^^ 
en Sue^en uit , nemende nacr rijkszetel te Tbledo. Wijders voerde de Win- ook in ^- 
hift hare wapenen over zee in Afrika , waer door het l^tngitaenfcbe Afau^/rUfa^mdM 
ritamin onder haer mocft bukken 5 dus zag men ook een Overxeefcb-Go^ 5- cww, 
tia. De WandaUn alzo uit Spatten gebonft, hielden 't nog ruim 100 ja- 
ren in Jfriké^ tot dat Gikmer hun Êet^ Koning (A^. f340 door Belü* 
fartM wierd t'ondeigebragt. 

Terwijl de Roomfche zaken in het Zuider-oort dus rampspoedig gin- 
El, namen de Franken^ die fterk aenwiellen, haeren dag ook waer, trek- 
ende over den Rijn in C^//i« Belgica: dog, om dien verderen optogt te ihiiten, 
flond Keizer Hontfrius haer toe, dat ze haren zeet mogten houden tuflèn A^.^tS: 
Moes en B$mden*Rijn bij Keulen , en tufTchen de uitgalmen van beiden die 
livieiisn. 

IX. 

N. Macr dewijl de zitplaets der Batavieren onder deze toedceling ge- P^*^'^- 
trokken word , zo is 't niet onwaerfchijnlijk dat deze onze Voorzaten, dcT'de^"' 
vis hebbende toen aen 't Roomidie rijk geen fteun meer , en ziinde van ^ra»hm 



gen 

ken 



ken. Immers , & naem van Batavieren fchifnt fèdert in den Frankfen 
als verdwenen te zijn , ui^enomen dat het Land tuflchen R^ en H^ail 
tot op heden nog den naem van de Betuwe voert. 



X. 



L. Die ^fbïg is niet ongegrond. Dog dit toeftaen van Keizer Hb- yS^^^ 
mrius kon Mn zweDenden moed der Flanken niet dempen : Want kort jFrémkfiim 
daer op (omtrent A^. ,4^0) droi^en ze verder door tot in Braband j en 1^;*, iad^ 
hoewel men meer als 100 jaren te voren den eemaem van Koning onder ^'^^^j 
de Iranken in gebruik vond , de gem ee ne telling nogtans begint van de- 
zen tijd af met Pbarafnond^ niet tegenftaende getwijnelt word of ook die^ep ^ 
immer Koning gewceft zij: gewiflcr rekening en dooriugtiger naem vind chit,j[^ti^ 
raen in den volgenden Koning Cbhdion, die (pmtrent A*. ajo öf4ji) ver- f«.erH^: 
der een ded van 't GalHfcb-Belgien onder hem trok. Na dezen quam Me- 5f*^t'^' . 
rêwy^ (A^ 4^7.) tot de Kroon, uit wien ï8 agter-een-volgende Franfchez^^^n*^^' 
Koningen gdproten zijn, en van wien de gewezene gracht de Merwede y zircUm: 
die icdcrt de Maes in haer ichoot ontfangen heeft, gelijk ook het huis c<»«».'f» 
of Kafteel te Merwede^ wdks oveiblijffden niet verre van Dcrdregt te zien ^^; j^^^' 

^ • E * ^yïï> 



jtf VOLK- EN TAEL-VERSPREIDING. f. Ktiei^iiJT. 

zijn, \axcxi oactn, 20 fommigen willen , ontleent hebben. Deze Vorit ver- 
grootte het Frankiê Rijk met den aÉenwinft van dat deel van GêlWin , dat 
men nu Champagne en Picardyën heet: hij bragt ook die ftreek van G^r- 
tnanïén y die men nu de Paltz en Den Elfas noemt, onder zijn gd>ied. 
Na dezen begaven een groot deel der Steden tufTen de Rivieren de Seine 
en de Loire , x^'Parys^ Orleans^ Sens^ 6f^. zig onder de Franken^ vree* 
zende anderfints onder de fViJigotbs te vallen ^ dit gefchiedde ten tijde van 
Childerik Zoon van Aferawys en onder den grooten Chlad&wys , wellce laet- 
fle 't Frankiche Rijk vermeerderde met Staaben en Beyeren\ en eindeling na 
^^ *t verflaen & ombrengen van jflarik de IL^ Koning der Wifigotthtn ver- 
^* ^^'' viel het overige van Galliïn ^ van tuflchen den Ryn en de Rhtme tot aca 
den Oceaen toe, in zijn hand, blijvende alleen Languedocq en Provence aea 
72>eodorik , Koning der Oftrogottben in Italïén , die zi|n Zufter had. Chlih 
dawys had zig laten Doopen ( Ao 49f ), en übdert namen de FranTche Ko* 
ningea mceft allen groot belang om de Roomfche Kerk voor te ftaen. 
XI. Deze voornoemde Ti&e^^^i)^ , door den Oofterfch-Keizer Zenon woot Zoon 

De Ooflir- aengenomen , en vcrzogt zijiKle om den Oorlog te voeren tc^en Odoacer 
^^» in Koning der Herulen , cQc toenmaels Italïén genoegfaem in zijn geweld ge- 
éccTccuw. Inregen had , volbragt het met zulk een geluk , dat hij na verloop van vier 
A0I451), 'jaren zig meefter en Konmg Ta%vzxi Italién. Hijherudde Roomen^ dat^ 
van wegen de menigvuldige en zvraere vei-woeftingen, als een puinhoop lag. 
Hij was begunlliger ' van koniten en wetenfchappen , omhelzer van den 
Kriftehjken GodscUenft , en regeerde lofièlijk 1 alleen 't ombrengen van 
Symmacbus & Boëtbius bezwalkte dien roem: hij fticrf A^. fi6. 



N. Maer hebben we; de jtngfhSaxen niet al vroeger als dezen tijd in 't 
fpel gehad? 

L. Ja gewiflijk , ik vergat haer ook niet, dog ik meende dessen voqf* 

namen eeuwkring te voltrekken, eer ik van ijder Volk aflcheidde^ terwijl 

ik de 3 volgende eeuwen ongededt hij één gedenk te aemen. 

XIL In *t mioden van deze V: eeuw plaegden de PiSm Sc Caled&mers de Srit'^ 

De Angel' ff^f^f^ geweldig : de Romeinen waren buiten ftaet om hen te befchermen , 

Mtfsn^ dies riq> hun Koning Fortigern de Angdfaxen uit Neder-duitfland te hulp ^ 

nién fèdett dogdezendoorhunVddoverfte /2r;^^inzülkeen welluftig land ov^^bragt 

EnpUanê zijnde, en é^ Provincie van Kent 'm bezit gekregen hebbende, noodigdentot 

m!^>f^ bijwooning hare t'huis gelatene makkers ^ en kregen, dooi* bijftaad van de^ 

eeuw/ zeU) genoegfaem al het mnd,dat de Romeinen in Britannien bezeten hadden^ 

Ao. 457* onder haer . ge weid ^ dedende 't zelve in 7 Koninkrijken, die in 't begin van 

de p: eeuw onder Koning Egbert in-één-finolten. Qndec Pons Gremius. 

Magfms omtrent A®. tfoo, namen deze jfngeUaxen het Kriftelijke geloot acn«. 

Na den naem van deze Volkeren heette dit gewonnene deel van Briitan^ 

nién federt Ingeland ofEngelland , A-S , 9n0el-/ Omfsfirjiü 4Ctl|^a-{atltl (Anglia\ 

en dat deel,. *t welk buiten den muer van Severus lafi; ^ en ten tijde der 

Romeinen CaledonU genaemt wierd , voerde federt den naem van Scbot-^ 

Do 



XIV. 
De sUv00^ 



2. reriaad. OVER EUROPA. J7 

De Britten y welke niet 'buigen wilden , namen een deel de vlugt over Xin. 
lec na Jtmmca bij bare oiide Landsluiden , die omtrent een halve eeuw te ^^^^ 
voi^n zig aldaer nedergezet hadden: een ander deel kroop in 't hooge ge^'caUd*-* 
bergte van Cambriën (of JValles) j en behidd aldaer baer afgefcfaeidene ge* mri , in de 
bied nog omtrent 8 eeuwen lang onder eigene Koningen, tot den tijd vans- eeuw. 
Hendrik de ^^ Koning van Engelland^ die Ao. ixi6 tot de Kroon quam, 
en dit land onder hem kreeg j dog haer Cambrobrittannifibe of JValUfcht 
Sprake is eebleven tot den huidigen dag. De ï^Sten en Caledeniers bezaten 
met meer .^an het Noorderdeel en 't Hooge land van Cakdtmia. Dit Jn-^ 
lelfaxifcbe Rijk firekte zelf zig een iluk weegs uit iu Schotland tot aen 't 
Fjfrtbxoc'j hierom is 't óat de Taelvan de Zuider-^ e» Oofter^Scbotten ^ of 
Laeghnders nog op heden van het Angelfaxifcb , en die der Heog^landers of 
Merg'Sebatten van het Oud^Brittifcb of lerfcb heeft. 

Het Wefierfche Keizerrijk was dus met de .vijide eeuw gekrenkt , en 
\ Ooileriche kreeg met de zeide, zevende, en agtfte, ook zijne beurt vstfi 
ila^en. 

Niet alleen lllyrién en Panmni'èn maer ook 't meefte Doller- deel vanf 
Europa^ dat door de vorige luttogten der Gottben en Gepiden^ en door de in- ^^^^^ 
vallen der Hunnen teer woeft bevonden wierd, is federt in de 6: eeuw bezet zelver ^<V 
dopr de Sclaven of Slafüi^enen^ zijnde Afiatifche en Europüche Schytben o{ in JSmï^p^ 
Sarmaten^ die van de Rivieren de Tanats en PFolga afquamen. Onder do-'^^^^* 
ze Slavoenen telt men ook de ff^iltzen , mede ff^elitaven en tVitten ge- ^ jq ^ 
naemt, bcoefièns de Wenden of F eneden. Deze laetfte ti^kkentim de kant ^* 7: en 8% 
van den fFyffel^ cMntrent op die gronden, welke de /s^im^!^/»» ruim eeh^eaw. 
eeuw te voren voor haer uittogt bezeten hadden > en hier door hebben 
ook, bij verwcrring van fommige Schrijvers, deze Shvoenfe Wenden den 
naem geKregen van Wandalen : dat evenwel deze Wenden ( die ook aldaer 
in Opper-- Laufits woonen) niet van Duitfche , maer van. Slavoenfcheaf- 
komil zijn, blijkt uit haer tael, die ze tot op heden :ouderhouden, en die 
te vinden is bij de Wewdifcbe vertaling van hsx. Nieuwe fejiament A^. ijotf 
in 't licht gekomen. Seëmir één der Slavoenfe Vorften noemde zig Ko- 
ning van Dalmatién. Lecbj Zecb en Ruffe ^ Broeders, zo men zegt, van 
Selimir , hebben omtrent A^'. f f o ,- hare Slavoenfe Volkplanting -uitgd>reid 
over Servün^ Bobemen , Maravién^ Pelen en Huffiin^ waer ^or ook de 
Alarcamannen^ die vijf eeuwen xc voren de Boyen uit Bvbemen verjoeg, 
siu door de Slavoenen weder van daer wieiden gd>otft: en hier .van is 't, 
iiat men in Bohcmen Slavoenfch fpreekt, uitgenomen in 't gedeelte dat na 
de zijde van Duitfchland ligt. Serviïn^ z^nde een deel van 't oude\Mf- 
fiiny ichijnt van de ^zerkajfen ingenomen geweeft te zijn, terwijl een an- 
der deel van haer aen de Cafpifebe Zee bleefi want nog heden worden de 
Serviërs bij de Hungaren Itzerkafen genaemc. Fok beteekent in de Sla^ 
yoenfche Sprake een I^I^e/ een 9fogt)rifaet^/ en een JfctftfUKtt» als e^ 
aen dat land. De Bulgaren héyhen Me^en aen 't behedeofte i^an den JDo- 
nauw ingekregen, dat federt Bulgarien heette. De Crebaeen o( Croateny^or-- 
den bij ibmmigen als van de oude Tbractfebe oveibltjfifeien gefchat. On- ^ 
4er aUe de Slavoenen waren 'er geene talrijker nogce grooter land bezitfe»^ 

E3 de 



fl VOLK- EK TA^Et-VBRSPREIDING. f. lUitmijr. 

de dan de ii?i(^>i ^ die tot dien tijd toe onden^^norpen wareo jwweeft aen 

de Varegmy dat is, aen de Suid^m^ Fitme»j Lgfiafukrstn Pruiffjibm^ want 

alle de bewoonders van de Baüifcbt of Ooftzee noemen de Slavoenen ïn 

tk»nm haere tael fFsregen^ en die Tjgc TVurttfiMwt. Dog dezen 't jokaflchud* 

^^ ff dcnde , wkrdea magtig , verdeelende zig in vek Ucrtogdominen ; in 't 

^^'"^^ • gemeen wierden ze ondcricfaeiden in Zwart* of minder^ en in fPtu^ of 

Groot'^Ruffen. 

Op <ieze wijze heeft de Slavoenfe tael, hoewd onder veiicheidene £)j^ 

URin^ zig zeer wijd uitgebreid | want tot op heden regeert ze over Pokm^ 

RujUnd {o£ M0fc(fvië)y Daltnatiïn^ Croatiény Servië»^ lUyrïéH^ jübémün^ 

en aen den Duitfchen kant bij de Mcraniïrs , en bij de Wenden ea JMee* 

mers^ en aen de uiterfte grenzen van Silmén. 

^* Omtrent te dezer tijd hebben de Jvaren. die door de Turken uit haer 

;^ '» woonplaets ymea verltooten , zig «voegt bij eenige Humoi, Deac ge- 

ook Hnn-' mengde troepen , die men te mets ook met een ^;emengden naem Hunmvaren 

nharmge- noemde, deden in Dacién^ in 't Gepidifche Rijk, en in Pannomen eenin* 

te ^°5jïr^^' val , en bielden zig aldaer : welke Volka-cn evenwel niet moeten aei^^en 

fcfe^dtn* ^^^f^^^cxi voor de Hangaren^ die niet voor in de IX: eeuw uit Afièn opqua* 

Taode men, en als toen deze zelide Hnnnivaren uitroeiden , (Hgtende aldaer het 

Hm§Ên». Ungerfche of Hungarifcbe Rijk , en welker tad van de Skvomfibe vrij wat 

Y^. veifchilt. ' 

Korte ducr ^^ '^ midden van de VI: eeuw nekte 't OcfierpnifAe Koninkrijk 

«an 't Qof' in Ité^lïèn te niet : Want iCbeodmk de I: Koning is gefixirven A^. ^uS. 

r^^-!Ï' T>€S2jdkKkitajoQnjitbelriJkj diehem in 'tRijk gevolgt was, ftierfA^f^4. 

^J^!f» van ^^^^^^*^9 Moeder van dezen, en D<]^;tervan3^«/^A(t, maxTieadMtj eeo 

Ao.493tot baftaertzoon van haer' Moeije tot Rijksgenoot , dog wierd van dien <m^ 

Ao.^jz. dankbaren in 't kort van kant geholpen i welke zaek de Ooftcr*Keiïêr7^ 

niaen zig aentrok, zendende zijn berugten Veldoverfle BeUifarius na //#- 

li'én^ die de zaken van Theodai m 20 flegt een flaet bragt, dat fFifige.intijn 

^aets tot Koning verkoren , en deze Baftaerd met zijn Dogter gedood 

wierd. Dog , om rede van nieuwen onluft , moed: ook Kittige AP. f^p 

onder de oi^^eoade van Bellifarms vervallen : toea quam Hiidewald tot de 

Kroon : dacr na Ererijk : dezen vol^e Totiki ( A^ f41 ) i welke, tefièns 

ds4>per en (chrander, de Gouhen weer ontfachlijk maekte, Romwninns^mj 

en overgaf aen de woede der Krijasknden) dog evenwel daer na vricrd ook 

hij van Nar/es Veldoverfte van Keiaer Jufiimmn {A9. ffr) verwonnen^ . 

en kort daer op kreeg zijn navolger Teia 't zelrae lot. I>is ftond ^ 

^ Oefier-Gottldfebe Rijk geene tf o jaren. 

^1^ , y«? ^ .»<^« ^^ ^SÏ^'T"; <i«,h^A>or fchMnperbcdcn ruk 

den in lu- de Griekie Keizerm gehoont supde , de Longpiarden , die wel eer, van de 

iji^ in de Oofizee a^dkomen, aen den Jbemuem zig neeigezct hadden, uitgenood^ 

6:7: en 8: jj^gg. ^^^ Jtalfm te ve nn eefteren, Dk zag men A*. f60 voibragt , en t 

^^^^' GoUifcbe Rijk in 't Lmiardifche verwiflèlt , 't welk onder z; Koningeft 

tot A^. 774 gedvert heeft. De laetfte van deze was Defidériut^ die met 

de Roomfche Stod in twift gcradcte, waerom Paus Adriaen den Franki« 

fchen Cbankmagne <of Kaxd de Groot) te hulp riep: deze kreeg dm Koning 

Diêfiderius gevangen. ^ N. De 



1. 



F^and. O V Ê R. E tr R O P A. - %p 

N. De Froitken immers hebben ondemiflèn niet ftil gezeten^ 

. ,.,,» XVIü. 




eeuw. in tjaer jft wicra ivoning umtawfK met cociicmniing vun ucnrwiv w» w u^w. 
afgciet ^ en Pe/ne de korte , die Majifr^hmus (d: i; Oppêrfte vun 't KoninkUjko 7^ »•• 
Huis 5 ofHof-befticrder), en Zoon van Karel Mariélvf^ , in wjn plactsgekroont- * 
Dus quam 'er een tweede Stam der Franfche Koningen. Pepyn's Kinderen Car-^ 
loman en Carelus Magnus volgden hem in 't Gebied. De e«ilc (tierf na 
twee jaren, en Cbarlemagm behield alleen de Kroon. D<ae isgeweeftde 

3>perflbe en befecmfte uitbreider van 't Franfche gebied j- want Schal wn 't 
ppcrdecl van Qallien^ als naemlijk jffuitan^ en Ga/hmjey won hij ook 
Lombardyen yCnvcrdcrltaRén tot \vi\ Neder^GaJahri'én ^ nog ook 't Satcenland^ 
Pannoni'ény Daci'én^ Hiftrièn , lAhumién^ en Dalmafien. Wijders maekte 
hij het eantfche gaieelte van 2)»/(^»rf5 dat tufïcn den I)^«OT Ryny fPyffèi 
en Bah^cbe Zee lag, aen hem fchatting (chuldig. Dit Frankfe Rijk wierd 
verdeelt in Wejireich en Ofireieb ( Aufirafta ) : \ eerfte beheUüe Jfuifüniën ^ 
Büurgondiin y GaUis-Brittanmén en Neujirien% het ketfie Seigien met al 'tge« 
ne, over den Rijn zijnde, onder de Franken ftond, te weten Saxeulsndty 
Frankenlandy AllemannUn^Zivdben^ Beyéren en Opper- Panmmen^ dat nog he- 
den den nacm voert van Ofterreicb , ab zijnde een dcd van 't oude Frankfe 
Oofterrijk. Wijders bragt Cbarlemagne velen der Saxen in Brahand en VUen^ 
deren over. Dè v^eripannige Brittonnen in Armortca heeft hij ook geheel 
onder *t Fr^nfe Juk «bragt : De Schotfehe Koning jlAai toonde zig onder*^ 
danig : Vooits neeft hij in Spanjen den Saracencn en Moeren Catalonïén ont^ . , 
weJmgt. EindcUng wienl hij (A*. 8oo) door Paus Leo III. (die degens: 
^notene dienden aen hem ten tuterfte veipligt was , als zijnde door zijne- 
koi&ft verloft uit handen van de Magtigflen van Romen) voor Keiziry<s^ 
klaert van *t ffefterfcbe Roomfcbe Pipk. 

N. Zoo wafcht de ecnc hand de ander r hetPauflêltjkeHofmaektegoe* 
êt rekenine met de Franfche Koningen: de Italiaeaiche St^kunde wiü 
al Van ovenang ^e Magtigften in den arm te nemen. 

L*. De Staetkunde is evenwd gcetf Wiskunde , men taft 'er ook we! 
mis. Had mcrt in de voorigc eeuwen de tweefpalten tuflèn de Geefleüj* 
ke Hccrfchappij-voerders wat beter weten te foflcn,, men had minder nun- ^^* 
pen te vcrwagten gehad van de Vütmden der Kriftoncn. Immers de on- van^/SS* 
coiighcdcn, die'ermdc IV^ V, en VI, eeuiv ontftonden ^ verkankerdm het hmetéj^ 
Lichaem van *t Chriftendom te jammerUjk ^ en jgaven aenleiding aen Ma^ ^9m. 
bomet om onder den dekmantel van Nawr-opeirairing een nieuwe Gods- ^Ao.óiarl 
dienft, en teflfens, met het zwaerd , ten nieuw Rijk onder <ie Saraeenen 'tsaraemn^ 

I op te rigten. Deze Mabomet hebbende bi^ na gantfcn Jrabitn onder zig ge*- /U» gebied 

trokken, ftierf A**: (5 Ji . De ChaHfs zijne navolgers wonnen Egypten^ Ba-- *^ ^^ *£ 

j UJonièny Perfien ^ SyrUhfy PaleKna^tn Mefopi^amimy en verder Jfrtka ^^^^.^^ 

langs de Middelaadfe Zee , en kxxiwaexts op 'm Mmtritêaihiuy^MA aca den «taw^i 

Vigft 



^ 



4» VOLK-^ EN TAEL-VERSPREIDING f. Hedtwij: 

&e Mpêrm Niger toe. A^. 71 ; , ftaken ook de Saracenen en Moeren herwaerts over ia 
eaA^A- ^P^^^y enverflocgcn Roderik^ den lactflen der IFifter-Goftifcben Kpningen^ 
^têm.^'^ ^ ^^^ <^^ wangedrag zig yerhaet had gemaekt > zijn müHaed was van gelijke 
Ao. 7x3. natuer als die vML^arqmnms Superbus. Dus vervid in handen van dete M^^ 
bametanen gandch Spanjên tot aen 't Pyreneefcbe gebergte toe , uitgezondert 
het bergagtige deel van jlfturién en Cautahièu. Omtrent 4 jaren daer nae ko- 
zen die van Jjturi'én eenen Pelagius^ die, zo men wil, van den bloede der 
Weftergottifche Koningen was, tot hun Koning. Deze hield door zijn* 
kloekheid deze Vijanden uit zijn land, waer door hij. den> grond leide van 
• 'de twee nieuwe Kohinkrijken Liên txi jlfiurién. Eenen Guarcias Jü$nenez 
mede van Gottüchen bloede, zag men insgelijks met de Chriftenen, die in 
*t Pyreneefcbe Gebergte en in Nsvarra geweken waren, de Mooren te keer 
gaen. Dit belèttede egter niet dat de Saracenen een groot deel van *t Opper^ 
Galïïén inkregen^ en ze waren moogHjk verder get€^;en, zoo niet de beroemd- 
de Karel Martel ^ (Major Domus aen het FranTcheHof) hunLe^er, datojp 
;7fooo man begroot word, had verflagen, en 6i7///r0vandiefi^{&nbevrijcr: 
Sedert wierd die Mahometaenlche magt nog al meer en meer bekort , giwjk 
dan inigelijks niet lang daer na Cbarlemagne , als gezegt , hen Catalm'en ont- 
wrong. 

N. Nu verlang ik ook al om te hooren , wat in deze 3 eeuwen bij onze 
Voorvaderen omging. 

L. De Staet-zaken hadden weinig verandering. WtUebrordus met de zij- 
nen herwaerts gezonden om *t Geloove te verkondigen, won vele 



♦i *!»(•>• 




D ^ k* ^^"^ * waerom hij A©. 6p7 Bi(chop van Utregt gemaekt wierd. l&u&Frieztu 

fchen in^ * ^^^ naefteffebueren wierden, zo men verhaeb:,dezeBezendelingen flegt ont&n- 

Vridland gen,en wre&lijk mishandelt en omgd>ragt:De Franfcben namen hier over wiack: 

A<>.707. Pepyn de Grove ^ Vader van gemdden Aarel Martel^ verwon de Friezen A*. 

707, en kreeg Radboud hun Koning, die te Medetiük of Stavoren zijn Hof 

nield, gevangen. Deze, dus* hare vrijheid verbeurt hebbende, moeften *t 

juk, zo men fchrijft, om den hals dragen, tot dat ook gemelde Karel de 

Groot hen, ter oorzake dat ze allereerlT in Rotmen fpronjgen, toen hij om 

Paus Leo*s wil uit Catalonien derwaerts Retogen was , (ker van ontfloc^ : 

Van dezen Vorft hebben zij Wetten in Scnrift ontfingen , die mOud^Friqch 

'verhaelt iïaen in de Befibrijving vau de Heerlij kbeid van Friejland. 

. N. Nu verwagt ik, volgens uw vorig gebruik^ een optel van dentoefbmd 

der Europèübe Spraken in deze 4 laetftverJiandidde eeuwen. 
XXI. 

ler^wc^ L. Bij ons was nietsgébeurt dat rede van veranderitwr gaf. Men "hoor- 
pifche <^c ^^1 i^ <^^ rijd de THeutonifcbe Tael bij na in alle de Hoven van Europa ^ 
Spraken in als in Italiën in Spanjen in Vrankrijk en m -Germaniën , niettemin zo won» 
^5' ^' 7: nen de Gottbifche in Spanjen^ de Lembardifibe in Itaïïèn^ en de Frankifcbe in 
^^'^^^^' GalJiën op 't Roman/eb (0/ verloopene Land-Latijn) onder 't Gemeen niet 
veel, gelijk het tegen woprdigej^^&^;|^ir, Spaenfib^ Portugeefcb^ ^axFraufib 

getui- 



X. Firl»nd; OVER EUROPA. 41: 

fetuigenkonnen^ als (choeycnde tot opjieden nog al op de Romaniche Leeft^ 
oewel de Mooren in Spanj^n ook eenige wortels van hare bewoordingen ge- 
laten hebben. Dat deze Talen in die landen 20 weinig doordranghadden 
onder 't gemeen , agt ik gefchied geweefl: te zijn, eensdeek oiri dat de Over- 
wonnenen zig met goed regt zullen 'toegerekent hebben, dat de Verwinnaers 
van hacr , die in de Romeinfche zeden al bedreven waren , en niet xi] van de 
Vcrwkinacre vrij wat ife l«ercn hadden, en anderdeels, en wel voornaemlijk, 
om dat het OucUSpaenfch en Oud-Gallifch , vermits van den Keltifchen Tak, 
met de Roomfche Spraek merkelijk nader over een quam , waer van we na- 
der Proeven in 't vervolg zullen bijbrengen. 

In Cantabrién ( nu B^cayen ge'naemt) bleef de Cantabritfibe Taelj en in 't 
Brittifcb'fFaUi'én ^ als mede in Armorica in Galiïtn^ gelijk ook in Ierland^ en 
onder de Berg^Schotten , bleef de Brittonfche : Voor de reft heerlghte de jfn^ 
gelfaxifclm ten Volle in. Engeland en in een deel van Schotland -, zoo ook de 
Kimbrifche in Denemarken , Zweden , en Noorwegen > want of wel de eene Ko- 
ning den anderen beftrced, verwon of verdreef, hunne talen , veimits van 
gelijken aert én afkomff , leden geen laft. 

InOpper- en Neder-Duitfcblana en in 't Gallifcb-Belgiën , ten minfte na on- 
zen kant , ' was en bleef de Duitfcbe Sprake onoer hare verfcheidene Diak£fen. 
In Vriejland had de Tacl iet van 't Angelfapcifcb 5 en hierom is 't , dat onze 
Melis Stoke in de Inleiding van zijn Rijm-kronijk, tot bewijs dat St: Wille:^ 
krord ^vcxmits in Engeland geboren, te beter Het Vriefch kon, aldus zegt, 

W^ mmlttft/ Dan l^eterfafTen/ 
«onfle öi te ïiet We ©^iefftöe taïe/ 
^tt tnag eic man piotMtn tt)ale« 

In gantfch Sarmatten bloeide, zo toen als nu, de Slavoenfcbe tael, gelijk 
ik hier voor gezeit heb. 't Ferloopene Griekfcb vond men om en in Conftan" 
tinopolen en Griekenland, 

Dus heb ik , volgens uw verzoek , die omreis volbragt , en 't webbe van 
het tweede Tijdperk, hoewel groQes, en nogtans niet zonder werkJijkheid, 
;i(geQ>onnen. . . 

N. Het derde Tijdperk belooft u nóg al meft werk , en verdient cea 
nieuwe bijeenkomft. 

L. Datftemiktoe, want, zonder welberadenevooraéfchikking, vrees ik 
met regt , dat ik ten opzigt van 't Hiftoriael te ligt zou vallen. 



Derde 



4^ €.JlUtkwiff: 



Derde Verhandeling 



Van de 



VOLK- ÉN TAEL-VERSPREIDING 



OVER 

E U R O r A, 

Zefdc Redewiffeling. 
L. en N* 

D^iêT^d^ L. '^-V Eft dunkt mij dat ik nu de vcrhalcü van ijder Volk in 't kort en 

^oioo^ V\ ^^^^ aflianddc , dewijl die mceft zullen ftrekken om te 

tot'nutoe. JL# (iben zien dat de woning en tad der Esérapianen in dit III: 

Tijdperk, om ende bij, op gelijken trant zig gehouden hebben^ alleen de 

Noormannen bragten in Engeland de meefle verandering , gelijk ook in 

Friejland het Oud-Friefcb grootendeds verileten is , hoewel meé door lank* 

heid van tijd het verloop van DialeS overal cenigfints phets gehad heeft. 

In \ Ooften van Europa^ in 't Sarmatifcbe deel, gin^ onder de ^i(ii;a^* 

nen ten opzigte van de volk- en Tael-verplantin^ met bijzonder om, 

I. Rufiand^ te voren in Wit- en Zwart*Rufliën verdeelt, beson van naem tt 

'^•^'f.^ veranderen, federt Vorft Danül omtrent Ap. Roo eenige JLandftteken aeö 

j^^JTao. ^? ^^* Mofca ten ded kieeg , en zijn' Vorftdijken zetel ftelde aen 't 

«oob ' Dorp Afofcow , dat fint bij toevloed van Volk een der grootfte Steden 

geworden is, van welke metter tijd gantfch Ruffi'in den naem van Mofeo*^ 

vtin ontleent heeft. Men ftdt het al ver in de tiende £euw, eer de Krif- 

tdijke Godsdxenfl gants en d dan* de bovenhand kreeg. 

*t Was omtrent AP. 1x24 toen een deel Tarters (of Bever Tattersy idin- 
de Schytifche Volkeren, die dien naem federt Ao. 1200 aennamen) in Éii^ 
ropa inviden, Sarmatiénvtx^ótmtti^ en eenRijk oprichtten, dat zig uit-- 
ilrekte van de fchdding tuflen Europa en JJia af, tot aen Polen toc^ tn 
van Nova Zemhla tot aen de Cajfifcbe Zeei dus i^aekten ook de Eufen Schat* 
pligtig aen den Tarteri dit duerde ter tijd toe dat Jobannes Bajilides de I: 
Kort voor A^. ifoo, de 7ir/«' j verjaegt had: dezewiflookdeverdeekieVor- 
ften van dat land hem onderhoorig te n)aken,'waerom hij zig GrooUnxurfi 
liet noemen: Deszdfs navolger Bajiüus^ hoewel hem A®. if if de Proco-- 
fenfer ^arterfcbe Vorft verwon, en fchatting fchuldig maekte , redde zig 

aelf 



}. FirbMi. OVEREÜROPA. 4j 

zelf en zijn gantlche land uit de magt van zijn Vijand, en heeft zig ie* 
dett den caii a cm van Czar toegeëigend De Stam van dezen duerde toe 
op 't jaer 1604. Wijders , na 't mngeren van den flaet door inwendige 
g^hilien , en na het vernietigen van on^te Kroondingers , wierd Michaél 
f4dir0Wft% tot CTUtr verkoren \ deze ftort' A^'. i64f 5 zijn Zoon jtUxim 
Micbalowitz volgde hem in *t gebied s en Peter jtkxowitz , die tegenwoor^ 
dig in dit Jaer (17x1) nog regeert , is een Zoon van den laetften« 

N. De opkomft van dit aentienlijke Lichaem van Stact is derhalven nog 
jong , maer nooit wiefchen aldaer luifter magt* en ontzag zo Ichielijk en ge* 
weklig als onder den tegenwooidigen Vorft , door oe befchaeftheid en 
Krijgsoefièning die hij onder zijn v<^ brengt. , 

L». *t En zou geen wonder zijn zo de Nooixkwind nog eens <iiep na *t 
Zoidcn drong. Maer laet ik mijne verhaden veivolgen. U^ 

p0len ftond lang onder Prineen. Miei/la^ die A^. 964 be^<xi te gebie- p^Un, fe* 
den, vierd Kriften. BateflofW volgde hem A». ppp in'tg^ied, en wierd <iert Ao. 
van Keizer Otie ie III: Koning gemaekt. Om de wreedheid van Bdif^ ^* 
Ï0» de II: die 't elk moe madcte, eif eindeUng A^. io8r zig zelf ombragt, 
f^erloor dit land zijn* naem van Koninkrijk , en kreeg £en niet eenier 
weerom dan onder Primiflaw , omtrent hsx, jaer iipf . Onder Laiifien» 
de IV. is A^ 1386 Littouwen met Polen vereenigt gcraekt, enfëdertzpo 
fldblcven. 

't Was omtrent het nudden van de IX, Eeuw, dat Cyrittus de Volkeren 
l^aa MêréiviiH^ Bulgmien^ Servünj Bófiiim^ Croasiën^ en^Daimatiën be« 
keerde. • , _. 

Bobeemen^ dat federt A^ 631 9 tot A<>. io85 , onder Hertogen ftond, »tB#i&#m^ 
kre^ FMfJIaw tot haer* eerfteo Koning, en Keizer Otto de ïV: ht&te fibt Rijk.- 
aen <fie Kroon het mgt van Keurvorft. Met het fterven van Lohïs hun^en^«t* 
laecffe Koning, dat A«. ïft6 voorviel, is het rijk overgegaen, en tot mt^^^ 
toe erifetifk gd>leven , aen het Hms va» Oefienrijk. De tael in dat Rijk 
is nog hedenda^ ten deele SJaveem en ten deele Heogduifs. 

De Turken , die al A^. 76 j in AJi'én begonden te woelen , wonnen Het tmtM 
A^. lóf z een groot deel van Syriën. Dit deed den Kriften* vorften op Xf;>.Sedett 
aendniag van den Pms A«. fop<( den benden Kruisvaerf na '/ Heilige^ Ao.Soo. 
iani ot^ememen , met een Leger beftaende uit Duitfers^ Prankfen^ Span^ 
foerts^ Engelanders , en lombarden. 

't Gdnk was haer gunftig: men won Nicea (in Bitbynién)^ jtntiecbiën^ V. 
y^rnzalemy tn verfeheidene Aeden en iandftreken in \ Ooften. Hier uit ^^^^f'^* 
wierd gevormt een nieuw Jeruzalems Koninkrijk^ benefFens 3 Prinsdommen^ KnSsvénr^ 
als een van j/nfiocbiëny een vaeC 'Edejfen^ en een van Tripoli. Bij deze ge- MiA't 
I^entheid is 'er een groot getri van Weflcifdie Volkeren, en voomaefxuijk ^9^- 
▼an Pratikftn na PakJHna vohuift , waer van nog eenige af komelingen , 
2» men zegt, op 't gebeigte Uhanns woonen. Na dat wdert Edeffènaoor 
den Turtien Prins Sanpnn den KrHlmen ontweldigt was geworden , zo 
gofehiedde «een t: ümisvaert A^. 1147 , dog -met &gcen uitilag. De ag« 

F z ter 



44- VOLK- EN TAEL-VERSPREIDING- 6, lüdewif^ 

terecn-volgcridc negen Kóningcm van JeruzaleWy zijn gcwceük Gadefrid de 
Bouillon^ Baldmvin de I: en I£:^ Fulco^ BaUe^Join de lily Almarik ^ Bal^ 
dewin de IF: en F: ^ en de laetfte was Guido Lujignan , die gcnockizaekt 
wierd na Cyprus te trekken , toen A^. 1 1 87 de Mahometaenfcbe Vorft Sa^ 
labdyn^ die Egyptifch Sultan was, Jeruzalem hernam, en de. onvol waflcnc 
inagt der Kriftencn in l^aleJiiM gantfchelijk den krak gaf. 

DatdeTael, welke onze Ki-uisvacrders aldaer mede bragten, mceflcn- 
deel van Duitlchen trant was , kan men befluiten niet alleen uit de be- 
kende Volkeren die dien optógt ondergingen , maer ook uit de naemen 
dezer Jeruzalemfe Koningen.. 

Sedert het bovengemelde verlies ondernam men nog 6 2nósxc Kruisvaer'^' 

ten derwaerts, als A°. 11 pp de 3:, A^ iipf de 4:, A^ lioz de f:, in 

^ ^' welke Conftantinopolen van hen tweemael ingenomen, en Baldewin^ Her- 

tinop^fctê ^^g van Braband , tot Keizer van Cmftantinapokn verkoren wicrd , terwijl 

Keizq^rijk de verftootene Tirannen na Irapezunt weken , . en aldaer fedcrt met den 

in de han- naem van Kcisier pronkten^ tot A9. i4<Si > wanneer de Iturken dat Rijk 

Pr4;^S vernietigden. A^ itij gdchiedde de 6: Kruisvaert^ in welke toet Da^ 

orotrcftt' fniaten gewonnen wicrd : A°. 1x48 de 7: en A^. 1x70 de 8: en laetfte:- 

Ao.iioa en nicttegenftaendq men nu en dan wat wedcrwon, de.SuItamfcben behiel« 

den eindeling de bovenhand, en de Kriftencn verloren op 't einde van de 

XIII: eeuw, al wat ze in Syriën badden. 

N. Wangunft, Ecrbenijding , en Geichil in belangen hadden teveel voet 
onder te famen-loopende Ïieir-Legers , die elk niet dan van haer eigene 
vrije Vorften afhingen 3 dies was 'er ook geen.breodcn uitflag van zulke 
togten te hopen. 

L. Zeker, 't heeft vrij wat in, om Magtverbinteniflen, uit velen beftaen* 

. ^^ de , wd te doen flagen ^ daerenboven , verre van zijn hulp en toevlugt. 

*t Griekfe ^^ ^J^ ^ gevaerlijk : het vervolg vaa dit nieuwe Con/lantinopool/i Keizer-r 

Kcizen-ijk. Hijk gaf 'er jvoeven van j want in 't jaer i z6 1 ging het wederom over 

A0.1161. van de Franken op de Grieken j toen Micbael Paleologus zig Keizer wift te 

maken. Onder 't ^fla^ van dezen ftond dit Rijk omtrent z Eeuwen 

kng, tot dat het eindeUng den hurken te buit ^vieL: want deze b^ondeft 

ontiaglijk te worden onder hun Vorft Otboman^ die door dapperheid zig- 

zelf tot Sultan verhief, en zijn gebied verre in ^if;! uitbreidde. In 't 

midden van de XIV eeuw bemagtigden deze Ottomapnen een ded van Eu-' 

ropa aen weer zijde van den Donau 5 en hoewel hun trotfe Vorft Baju'^ 

zeth A^. 1401. door den grooten Tamberlan gants en al verwonnen wiod^ 

. Vilt 2e ftaken evenwel eerlang het hoofd weer op, zulks dat hun Vorft Afa^ 

"tGüdi' 'bometb de II: A^. i^f ^^Confianfin^polenintmny vr^isat doorhtt Griekfe Keizer rijM 

zc^k'^^' met al wat in £«r(?^<«.daer onder behoorde, tot de Ó//^(7«r^m^;!i overging, en&- 

handcD ^^^ onder die gcnoegfaem zoodanig gebleven is. Wijd en verre ftrekte toen dit 

van de O/- Turkfie gebied : In Jfia en Jfriea behoorde daer xHi onder bij na alles wat de Ro* 

nmannt» meinen wel eer in dat oord bezaten , en in Europa y Griekenland ^Ma^edmen,^ Rpy^ 

iJ^A^* ri^j (nu Jlbanïén) , Tbracién , en de Eilanden van de Eieefibe Ze4 -, voorts 

Sennen^ 



3. Firban4. OVER EUROPA. i^f 

Serui'én^ Croati'in^ Bulgarïén^ en een deel van Hungarieni de Princen virt 
Zevenbergen^ MoUaviëny Waïlacbyen^ en de Republijk van /?^^«/a betael- 

den fchatting^ en de kleine Tartaren waren hen onderdanig. 

« 

N. Had in den Wefterhoek die fchitterende eeniaem van Keizer het 
hoofd niet weder boven gehaclr , *t was 'er mee uit geweeft onder de Chrii*. 
tenen. 

L. Die naem was 'er al eens omtrent 500 Jaer weg geweeft ^ma^r t gebied, 
hoewel vei'deeld , was cgter den Krilienen in handen gebleven. Slegter ftond 
het aen den Ooiler-hoek , want daer zien we den ondergang van 't Griekfe 
of licvcrOofter-Roomfche Kriften-keizcrrijk in naem en daed te gelijk. IX. 

. Belangende de Tael v de Slavoenfe is * hecrfchcnde gebleven , gelijk in ,'^2?^/°^ 
Mofcovién 5 zoo ook in Dalmatiïn ^ Croatién , ServiényCn een deel vah Camioliën^ onder de^ 
wijders in Illyriën^ en den Epytus^ in Lufatién {oï Laufitshthoovttidt onder o^/ï-ekw^ 
Bobemen)^ in Wendeliépy Polen ^ en een deel v^a Boheensen : Het Honger sitamn. 
bleef in Hungaryïn. Dog, in klein Tartary'èn^ als mede in 7 braden en daer 
omtrent i& het Turkfcb gangbaer. Het Uuouw/cb en Ljflandfib heeft eeni- 
ge ovcreenkomft , zo hebben ook het Eftomfcb , Finnifcb en Laplanfch , 
dog verfchillen allen njerklijk van 't Slavoen/cb , hoewel bij de z eerften 
eenige Slavoenfcke , en bij de 5 laetften eenigc Kimbrtfvbe woorden gevon- 
den worden. 

. N. Griekenland heek evenwel, fchoon cerft onder de Romeynfcbe^ fedcrt 
onder Conftaminopoolfcbe Keizeren , en daer na onder de Turkfe magt vervallen , 
tot nog toe een tael behouden , die van het Oud-grieks omtrent zo min ver- 
fchilt als *t Italiaenfcb van \ Latijn. Dit wéimg verloopen zou men op 
rekening mogen ftdlen van de oi]óe agting van befaemde geleertheid. 

Lr. Aen gelijke oorzaek fchrijf ïk het toe, dat in Spanjen de MooTfchc sfanjentt^ 
tael geen vaft heerfchenden voet heeft konnen krijgen , niet tegenftaende Portugul 
het etlijke eeuwen leed , voor d«it de Kriften- Vorftcn van Gotthifchen bloe- 1^^^^ ^^ 
de geheel en al de Mooren daer uit joegen. Henrik van- Bourgmfen , en ^^ 
fedcrt zijn zoon Alpbims ie L verdreven de Mooren uit Portugael: de lact- 
fte wierd tot Koning gekroont A^. i ^ jp. ' Langft hielden de Mooren in 
't Koningrijk Granada huis , dog ook dit wierd hen door Ferdinandus en 
Elifaheth gants en al Ao. 1 491 ontweldigt 5 en toen zag men Spanjen wederom 
onder een Vorft. Ao. i f04quam de kroon op Phüip del^ die Aertsbcrtog van 
Ooftenrykj Hertog van Bourgogne^ en aen ét Infante gchuwt was j fint bleef 
die kropn aen dat geflagttot op de dood y^n Karel de /ƒ. die, bij gebrek 
van eenig Afkomeüng , 'Europa een' twiftbal nagelatea heeft , waerom wij 
OU (in A<>. 171 ! .) nog den oorlog voerene . 

In 't laatfte vaa de XVI. eeuw tjok 'Pb'tlips drH. Koning van.Spmjcn, Ao.isSa. 
Portugael met geweld onder zijn magt : dog A^. 1640, wierpen de ~Pör/«- 
geezen dat juk af ^ en kozen tot hun' Körtink Jobaft de IF: wiens Kindskind 
tegenwoordig daer regeert. In de twee vorige eeuwen hadden^ ondertuf- 

F 3 fea 



46 VOLK- EN TAEL-VERSPREIDÏNG, 6. Xedewif. 

kn de Partugtezen ia Ooft-Indïén^ en de Spatgams in fFefi^Inüén ^ veel land 
en vaftigheden ontdekt en gewonnen % dog in de XVII eeuw maekten 
onze H^landers hen den beften buit in Offt-^Indién afhandig : maar America , 
die nieuwe Weftindifche Wereld, bleef onder de Spanjaerts. Door deze 
Koophandel en Volkplantingen is de Spaenfe tael in America , en de Partt^ 
geefehe , gdijk ook de HoUandfcbe , in (te Oofiinéien niet onbdient gewotden. 

N. Dus moeften de Portugeezen grootendeels boeten het leed dat de Spafh' 
J0^erts onze Voorouderen aandeden^ en kort vopr dezelven zig vrij gemaekt 
hadden, waren ze de befte ftukken al quijt. 

XI 
TtéUiën. L . Die van een magtiger overwek}u[t zijn , moeten *t lot van zijn Heerich- 

Scdeit aV zugt volgen. BelangenS: Itaüëm : Ftet geflagt van Cbarkmagne bleef aldaer 

^^^ niet meer dan omtrent een eeuw lang voogd. Sedert kozen de Itaüanen hun* 

ne Koningen wederom uit het vorige g^jgt der Lembarden ; dog even 

nijdig tegen deze inlandlè, als faatig tegen uitlandfè^ wierden tïu m door 

inwendige twiften , of door vremde lCrij«volkeien zonder ophouden ge* 

3uek : van de eene zijde ovovielen hen & Hwigarm^ van de andre zijde 
e Saracenenz düs geraekte dat Lichaem zodanig aen fiuppels, dat Ibmmige 
leden zig zelf of tot een Vrije Repiblijk of tot een Onafhanklijk Vorften* 
dk>m hebben opgeiegt. De Pfloien ondotuflèn wiften de Duitfche en 
Franfche Vorften , nac dat elk de magtigfte of gunftigfte was , te vleijen , waef 
door groote giften, zelf van wereldlijk g»ied, aen den raufelijken Stoel gdchon- 
ken wictden : Hier bij cpiam nog , dat de Graviime Maibikla omtrent 
A*. I loo faare nagelatene Landen tot een PairimommB aen de Roomldie 
Kerk* laadcte. 

f^emttem^ te üaoGt gegroeit uit Raliamn^ die op deze Eilanden de gccflê* 
ling van AsttUa ontweken , wierd tot hk jaer 709 door dk van Paina 
beftiert , en , federt aenwinnende in magt , verkrop toen een Sotfiorein Vorft 
onderden naem van Doge {Dux of Hertog) 5 dog A^. 1 171 wierd de opper- 
ftt Ma0t ovei^^ragt aen een Hooffen Raed. In 't jaar 1 189 nam men daer 
een volk gedaente van een Republ^ aan , waer m de Doge^ by na zonder 
eigene magt, den Luifter van ibet veibeeld. Het gebied van deze flad is 
ondtr^UeKxgeerwijze zoo hoog gddommen, dat ''er tegenwoord^ , bt> 
halven de gewin-Areken ten Ooftai langs de Midd(3[and(è Ztee , ook land- 
waert in ten Weftai een groot dbd van ïjmbardfm langs de Po^ onder be- 
hoort. 

In *t laetfte van de X. eeuw wierd Sawyën ten S^uvereine Heerichappij , 
die federt onder have Graven en Hertogen in grooten luiïber opgeftqgen is. 

De Saraeemn .hadden Napék en Siattën in de IX eh X eeuw in^ 
nomen, en bleven daer Medter, tcyt daitaediMrde Nemmmnen onder ^o« 
bert Guichard en zijn zoon Rogier ^ die «k Nvrmandy'én derwacrts op for- 
tuin quatnen , amtrent het einde van de XI eeirw , van daer verdreven 
wieraen. Dus «mekten deze Rijken onder deze Noormanföhe Vorften , en 
quamen &dert door huwHjk aen Keizer 'Hem^ik de VI. Omtrent 70 Jaren 
haig 'bleven '2e ohder t geQ^ van dezcan : dog fint h^ben de Spcngaerts 
\ ' en 



3. r^riênJ. OVER EUROPA. 47 

en FrauftbM om 't gebied getwift. Sedert A^. ii8i, toen men in Skilün 
dien wreoien fefper zong, die daer al de Franfiaa in eenen nagt het leven 
deed verliezen, bleef dat rijk aan de Kroon van Spaigtn^ en NapeU quam 
"b: bij, omtrent het begin van de XVI: eeuw. 



te MwMrcbdU r^;ering 
haer verbroken wierd. 



Italiaenle landen in hare verzwakking 



L. Op zulk een voet kan men Duitsland nu ook vrijer rekenen als tuflên 
: iaren act-* en twadf-honderd. Want het Duitfche Keizerriik. ruim een' 



xir. 



ovcrgaende op de huizen van Soicen^ FroHksnlandytnZwabmj bleef onder elk Ge^ ^^^^ AfN 



flagtals Ërflijk, cnMonanboil^ maernadedoodvunFrtf^/^i/e//:dieA^ iifo 




Ooftenrijk was , welke die Hooge Waerdigheid bezeten had, is het Kei- 
zetfchaD, hoewel verkieslijk , aen dien ftam tot nu toe gd>]even. 

Minder verandering van Regcerwijzc z^ men 'in Jnrankr^k , gedurende wn 
dit derde Tijdperk. Konink Ij^uu de y: fHerf A<>. 987. Deze was de vtmIMi^ 
laetfb Van den ftronk der Caroüf^ers , die dit rijk r^eerden« Na zijn dood Sedert Ao^ 
wierd Hugo Capét , van den bloede van Pepyn de Grwe , die drie eeuwen ^^* 
te voren het Afaj&rdomfcbap b e diend e , tot Koning verkoren 5 en fèdert tot 
nu toe heeft Vrankrijk hare Koningen gehad uit de afkomelingen van de» 
zen derden Koning*^ftam. 

Onder alle deze veranderingen van Staet behidd het P&rtugtefcb^Spaenfcby 
Italiaenfcb en Franfcb nog al den vorigcn trant van een verioepen Land-htijn^ 
yerfchillende flegts in DiakBt. 

N. Immers hebben ook de Noermannen in yra$$krijk en Duitsland inval<> 
len gedaen, maer de uitkomft heeft geleert dat de Tael daer door geen ver^ 
-«/l^riniï kreeg. 




Li. Die invallen waren of te kort van beftand , of niet aenzienlijk ge* 
no^ om op de Tael iets te vermogen. Maer laet ons nu den Staet van 
óts dgen land bezien , om zo bij 01de na ^t Noorden te trekken. j^^ 

Sedert lansen tijd wierden onze Voorzaten door onderfcheidene Graven miUnd. 
beftierc , welke RegtéJrs waren over eenige dorpen ^ en haer onderhooHge lan- ScdertA©; 
den: want JVdlacbren in Zeeland ^ Méesland^ Kinbeim en Tirx^/had^n elk ^?^' 
bijzondere Graven. Omtrent het begin van de Tiende eeuw wierd tot een\volgw?* 
aljgemeenen Groef verkoren Diderik de I: Wiens Voorvaderen geagt wotden -rf//i»jp^N^ 
CSfraven geweeft te zijn van dat kleme Maeslandfe deel^ dat in de Oud-ftigt- ''>wG#r. 
fc kaert * met den naem van Holland bettoetot ftstóC j 't zij dat de ï)enen in !J^fJj,J/J 

harc9i&9^ 

♦ Zie in 't Werk van B$dé en Btkê. 



4». Volk- sk TAEL-VERSPRETDIN^G, S. J^deioijt 

hare bVcribrooming , die 2c onlang te voren. aldaergedaéaindden , dien 
naem aen die landftreek, cefiens met dien v^ji Zseland. aen ót Eilanden van 
(lie Provintie > in navolging van haer Halland en Zeeland he]>ben weten te> 
doen gelden 5 't zij dat die naem een andere oorlpronk heeft, als afkomftig 
TitAltings van Heiland^ dat is, het land aen de HeLof Helium , gelijk de mond van 
^T^^ • ^*^^ ^^g^g van deh Rijn en Maés ten tijde van PtoJemenssjoasfcmt wieid j 
f^teUiSi wat 'er van zij, dit is waerfchijnljk , dat deze algemecne Graef , met de 
ehpdl.f: uitbreidiqg van zijn gebied, dien naem van //d?//^;;»/ metter tijd tot de verr 
94* dere bijgewonnene landftrccken overgebragt heeft j gelijk H: de Groot in 

aijn traWaetje , ( De Antijf. Reip: Batav: ) vermeld. Graef Diderik de II: 
bragt de wederfpannige Wefifriezen onder zijn magt. Diderik de K: die A^'. 
107 f het Graefïchap bequam , pronkte aUereerlt in zijne Bullen met den 
kp. 107 c, ^^^ van Graef van Holland. WiUem deJ: verwon Zeeland A9, lit}. Na 
Flor is , de F: hragten A<>. ijoo de Staun va» den Lande het Graeflchap 
A0.1300. Qygj. „ Jobannes de H: Graef van Henegouwen 3 dit was Vier eeuwen na 
den 1: Graef Een halve eeuw daer na racktc , bij verftferf van dezen , het Graef- 
A0.135X. iclup aen Lodewijk van Beijeren , Pakzgraef aen den Rijn en Roomich 
Keizer. En fchaecs een' eeuw later, fint de dood van Vrouw Jacoba^ de laetifas 
Ao. 1436. van' dezen ftronk , ging het over op het Huis van Bourgonje^ namelijk A9, i4J<f . 
Door Huwlijken zag men onze Graven en hare Kinderen verknogt aen det 
Ao. 1482. Ma£;tigften van Europa $ gelijk dan ook A^. 148Z met Maria van Bour^ 
gonateny die met Keizer Maximiliaen in egt trad, ons Graefichap aen het 
Huis van Ooftenrijk quam : maer gelijk die van 't Bour^ondifche Huis reets 
inbreuk hadden begonnen te doen op de wetten , en tegen de Opperde Magt die 
Den Staten toequam , zo zag men dat quaed nog dieper deurbreken bij den 
Oojienrijkfen Vorft Kar el y <Ee en Keizer en Koning van Sfanjen was ge- 
worden 5 dog voornaemlijk ondernam deszelfs TLoon Philip^ aen wipn, be- 
halven Spanjen , ook de Nederlanden waren a&eftaen , om ons- het jok 
van ^jn Spaenfen onbepaelden wil , zo in 't Geeftelijke als 't Wercldflii- 
Ao,i57c. ^^5 ^P ^^^ ^'^ ^^ drukken 5 waer op dan gevolgt is, dat, na menigvuir 
dige vergeeffe klagten en vertooningen , De Staten , onder een vereeni- 

fing van zeven Provinciën^ hare Vrijheid tegen zo magtig een Vorft met 
et zwaerd verdedigden, de Dwinglandij afkeerden, en, na een Oorlog 
van 80 jaren, in welken 't ontzach van haren Vijand gcnoegfaem gekrenkt, 
en 't hare groot geworden is , deze Republijk , onder Gods hulpc , op vrije 
voeten hebben geltclt j zijnde federt door aenwas van Koophandel tot zulk 
eene vermaerde en verwonderlijke Mogendheid opgeffegen , dat de Eve- 
naer van alle de Europifche Staetsbelangen aen ons Hof fchiijnt gezogt te 
worden. Onze Scheepvaertis, gelijk elk weet^ .meerder dan die van eenig 
Volk, en ftrekt ^ig uit over &n gantfchen Aerdbodem: waer inookzeld- 
faem en merkwaerdig is , dat de Compagnie , die tot den Ooft-Indifchen 
handel bevoorregt, en hier een onderhoorig lid van 't Gemeen is, aldaer 
in de Indïén zo veel Land, Steden, en Sterktens bezit, en zo veel te zeg- 
gen heeft bij en over zo vele Koningen en Vorften , dat zf ontlachlijk 
IS voor al wat aen de Indïén grenft. En 't is door 't uitbreiden van onze magt 
en Koophandel , dat ook onze Tael tegenwoordig zo wijd over de Wereld 
zig laat hooren. N. Macr 



3. Vtriani. 



OVER EUROPA. 



,^> 



N. Maer onder deze geTchiedeniiTen van ons Land i$ ook opmerklijk^ 
^t de Vriewn^ en Stigtfen^^it nu voomacme Leden onder dete Vcrecnig- 
<ic Provinciën zijn, te voren, vele Eeuwen lang, onze hevigfte Vijanden 



waren. 



XV. 



L: Dat *s vrztr^ maer voomacmlijk de fTV^z^^i Deze maekten ook van vrhjiaud. 
ouds al grooten mem ; 't was al in *t begin van dit derde Tijdperk dat ze Sedert Ao. 
loerden op gelegendheid om zig van den band der Carolingers te ontflaen \ ^^*^ 
en, zijnde reets ontlad van de Dccnfe Vorften Rerik {ot Erik) en G^^^- taclveran* 
/ried^ waer van de ecrftc door Keizer Lodewijk , en de laetfte door Keizer dcring, 
Kard de Grove met f^riesland ibefchonken was geweeft , begonden ze op 
nieuws te woelen, terwijl de Na-neven van Cbarlemagne^ door twift onder 
idkander, de handen vol hadden. Qvcr Ryn ftekcnde namen ze fVyltte 
Duerftede jcik Uitregt in. Hare naem en magt wierd groot, en ftrektc zig 
wijd uit, 'ten Zuid-weftcn tot acn de Schelde^ en ten Noord-ooftcn tot aen 
^ Lauwer. Hare kragtigfte tegenftaoders vonden ze aen de nieuwe Gra* 
ven van Holland^ die , met het vergrooten van hun gebied , den Vrieflchen 
naem , die te voren al over den Batavifchen bodem klonk , deden inkrim<» 
pen. Sedert bij na in gcdurigoi Krijgstwift met onze Hollanders^ en cin- 
xleling inwendig over hoop door verwoede gefchillen , van Schieringer 
en Vetkooper, raekten ze AP. 1405 onder jllbert van Beyeren^ Grove van 
Holland en Henegouwen j dog nae zijn dood 'maekten zij zig weer vrij 5 
en omtrent het begm van de XVl eeuw vid Friesland onder Alberf^ 
Hertog van Saxen ^ en alzoo onder een Saxifche Hof houdiiig. Keizer Fre^ 
dr ik de Hl. vergaf Oqfivriesland ^ als een Graefïchap, aen Ulricb Sircfena% 
dus geraekte dit - deel a%eibheiden. Friesland ondertuiSen kreeg omtrent 
A®. if if- Keizer Kar el de F: tot zijnen Heer j die , met het inftellen 
van een Hof van Regtspleeing en 't mvoeren van buitenlandfe Rigters , de 
Flaen^e of Hollandfe fael aldaer deed gelden. Van toen aen nam de Oud^ 
Friefcbe hand over hand af, en fint verbannen van Hof en Kerk , houd 
2e haer herberg thans bij den Huisman. 

De Friezen waren in den Spaenfen Oorlog tefFens met onze vooroude- 
ren gereed om hare vrijheid voor te ftaen , en vereenden zig ten dien ein- 
de met ons en de andere Provinciën. Hier door geraekten twee Volkeren , 
die, gelijk Mijn Heer aenmcrkte, te voren vele eeuwen lang zo bitteren 
Oorlog voerden , in eene nacuwe en tot nog toe onverbrekoijke Vrind- 
ichap j terwijl nogtans de haet in vorige tijden zoo groot was geweeft , 
dat men in Vriefland in de Wetten haa doen invloeijen, $ttXi I^OÏÏantie^ 7. ^ .^ 
ra fcPma .Ontfaan for eit S^Urgit/ dat is, Geenen Hollander zal men ont- m^Sro^^ 
fangen voor eerC Burger. Zdf droegen ze zulk eene hevige vijandfchap te- reden voor 
gen alle Vremdelingen , dat zij die genen, welker zij magtig wierden, G[yrf«/t3^* 
en die hare 'gedraei& Friefcbe bewoording niet wiften uit te ipreken, door ^* ^f**^'^ 
dompeling in 't water ombragtcn : Dog nu , piet deze vereeniging , en ^^ ^** 
jnet den oand van eenerlei Staet-belang, en gedurigcn Koophancfel, is de 
Hollandfe tael aldaer als eigen geworden, uitgenomen, als gezegt, op 't 

G plutc 



f*^ VOLK- EM TAEL-VERS^REÏÖING 6. Redcwiff^ 

platte land , voornaemlijk na de Zuidcr Zee kant toe , (gelijk ook ia 't 
Nedemiunlterfe Saderland bij Ooft-Friefland gelegen ) , onderhoud de Boer 
nog het Oud-Friejch , hoewel dat van het Rcgt-oude cenigcrwijtc yt> 
loopen is 5 want de oude Friefe wetten trekken meer na *t Angellaxifch. 
hebbende toen de Tetminatien van de Cafus onderfcheiden , dog nu vind 
men tuffchen hare Mafculin & Fceminin geen onderfcheid 5 dus fchrijft men 
nu den Jrticulus in Nomn: Mafcu: & F»mn: tt / in Gen: £5? -rf*/: ftn 
tit/ in Dar. OOtl iie : in Neutra gebruikt men it of j^if / fm ft/ & oott 
l^jt : zijnde Nom: & Jcc: eveneens in alle de Genera. Van die befchrc* 
verie Wetten vind men voorbeelden iri de Befibrij^inge rjat^ Fries- 
land in Folio , als mede in het tweede ded van de Geeft-rijken- Gys* 
bert Jafix Friefcbe RijmJerije^ welk werk x>ok een rijkelijke proef van het 
tegenwoordige Land-Friefch ^ zo in rijm als in frofa\, vertoont; waerbijin 
agt te nemen is , dat hij aen zijne woorden een* fpelling geeft , die van de 
opregt-oud-fiïefchc vrij wat venchilt, als zijnde door hem gefchikt na de 
gedraeide huidendaegfe Uitfpraek zijner Landgenoten j de waerde en kragt 
der Letteren te rekenen, even gelijk men thans in *t Hollandlch doet. 

Nu zijn we ^er aen toe om van dfe Gcfchicdeniflèn der Kimbrifibe Noor^ 

mannen en dan ook van den Staet van Engeland te preken > van dit lact- 

fte laetft, om dat de cerften, na. haren uittogt de meefte verandering in 

dat Land hébben toegcbragt. 

^yi-. De Noordfe landen , rijk van Volk, voedden al van ouds onruftige Vor- 

hr^SkoT ^^^ ^ ^^^ ^^^ ^P ^^^^ vraren , en ftout te water en te land. ^ 
Noordfe Ten tijde van Cbarlemagne had Denemarken tot hunnen Koning den dap- 
Vêikenm , peren Gotryk , ook Gotfried genaemt , die ontïachlijk in wapenen was , en 
als Dimn {^j^gg j^ Oceaen en Ocfizee een wijd gebied voerde , die Karet de Groot in 
&c. en ha- ^^^ ouden dag een Ichnk acnjoeg , en m vermogen hem niet ongelijk 
re uittog- geagt wierd. Deze had zig al met het begin van de IX. Eeuw ten Oor- 
tcn; Sedert fog bereid om de Franfcbe monarcbie^ ware 't mooglijk , Karel te ontruk- 
• 800. j^^ ^^ -j^ Denemarken over te brengen : reets had hij vele Kimhren 9 Got^ 
ten en Noorweiers beneffens vele milnoegde Duitfcben en Frankfcben bij een 
vergadert, en bedekte de Ooft- en Noord-zee met zijne vloren: dog al- 
A0.8Q4. les te vergeefs 5 want de verraderlijke moord, door zijn' eigen' Lijfwi^* 
ter aen hem gepleegt, verhinderde dat voornemen. Het nageflagt van de- 
zen Vorft, hoewel ook niet vredig onder den ander, heeft evenwel door 
. , hare uittogten en overftroomingen bij na gants Europa doen beven. Toen 

gende^ '^ g^^ Qcr KareUngers aen het dalen was, begoften de Noordfe Vólke- 
eeuw. ren on&r den naem van Noormannen de ooren op te fteken^ eeftadig-aea 
omtrent 80 jaren de EngeUè, Frankïè, en Nederduitfe Zeekuftcn plagen- 
de. Binnen weinige jaren nekte ons 0^yk te Duerjlede , de vooi-naemfte 
onder onze weinige Steden (want toen waren *er luttel in öns land, ak 
zijnde mocft allen omtrent twee of drie Ecuwen later onder \ bloeijen der 
Graven geftigt) tot viermael toe onder haer* woede en geweld. De Friezen 
kregen ook haer' beurt. Wijders ^»/w^^w vernielden ze door brand ^ ff^aïche^ 
ren m 2tff/W krenkten ze door fchat-knevelingen j JTi?/^/^» verwonnen ze door 
befegering , zoo ook ffamiurgy in haar wcuerom kecren na huis. Voor- 
^ naemlijk 



j, FerbanJ. OVEREUROPA. ƒ! 

Mcmlijk was in dcM tijd vermacrd de Dccnfche Koning Repur Loibrog , 
^komltig van gemelde G&trik. Dezen evenwel trof het oncciuk, dat hij , omtrent 
na zo vele jaren de wapenen met groot ontzag gevoert te hebben in ver- ^^* ^5^* 
re landen, door den lerich en Schotlchen Koning Elle wierd gevangen, en 
levendig den flangen ten roof gege ven, naelatende vele kinderen , waer van iom« 
inigen de Noordie Landen als Koningen beftiert , en ibmmigen door hare 
uittogten zig tot in Frankr^k^ Spanj$n en ItdHen vermaerd en gevreeftge- 
maekt hebben. 

N. *t Was immers deze Vorft, die te gelijk een kloek Krijgsman was 
en een vermaerd Poëet , die ( volgens de getuigenis van Olaus fFormius ) 
zijne gevangenis vereeuwigde met een konmg gedigt in Deenfche of Kim- 
brifche Sprake, waer in hij zHne daden en kloekherdgheid tegen de dood 
in Heldentaer manhaftig en fcnilderagtig uitbromt. Toen ik uwe Neder- 
duiciè veitaling van dit gedigt , dat in Rumfcht of Oud-Kimbrifcbe Letteren Zie oUi 
fi;edrukt ftaet, tegeas de Latijnfc van Olaus fFürmius io vergelijking zag, J^^^" 
bevond ik dat onze Tael ongelijk meer verniag in *t ftuk van overzetten nXt in ** 
dan de Latijnfè) vermits, behalven onze uitnemende rijkheid van Woor- 4:^^^: 197} 
den , de (childeni^ige en zinfpelende (amenkoppeling, daer 't Latijn on- 
bequaem toe is , bij onze Tael zeer gemaklijk en eigen komt. Derhal* 
ven verzoek ik, ter ècrc van onze Sprack', en tot genoegen van de ge- 
nen , die even nieuwsgierig zijn , als ik was , een proeve te hebben van 
den hoogdravenden geeft der oude Noordfè Poëeten, en dat uwc verta* 
ling als eene Bijlage agter deze &menfpraek moge volgen. 

L. Ligt ftond ik het toe (hoewel ik het niet vertaelt heb met oog- Zie Bijbg4 
merk van ooit te laten drukken) maer eenige regulen zijn 'eronder, cüe^®*** 
ik niet alleen in 't oude Kimbrifch dog ook zelf in de Latijnfc verta- 
ling voor mij te duifter geftclt vond, om 'er iet na mijn genoegen vari te 
mi^en'} behalven dit ben ik in vreczc, dat de grootheid zo van deze Bij- 
lage als van de anderen , die ik nog minder ab deze voorbij kan , het werk 
buiten mijn oogmerk en boven mijn genegentheid zal rfoen aengroeijen: 
niettemin, dewijl ik het, hoe zeer gebrekkig ik het zelve agte, cgter ge- 
noeg rekene , om daer uit een fchwKgewijzig denkbeeld van de Noordfe 
Poczij* in den tijd van haren bloei teTcónhcn opmaken, zo bewillig ik in 
uw verzoek ; te meer om niet weigèrig te fchijnen in 't gttit de agting 
'Tan onze Tael zou konnen termecraereii j want zo deze mijne vertaling , 
hoewel ik die (om de gdijkhcid der grondwoorden tuflchcn 't Kimbrifch en 
Duitiich- met eenen aen te toonen) met vr^geeftig maer naeu na de woorden 
mm , nog evenwel den Geeft der Poezij veel beter als 't Latijnfc voldoed, 
niettegenftaende dat gemaekt is van een Man die zo wel in 't Latijn en bij 
uitftek in 't Kimbrifche bedreven was , zo b'Hjkt klaer genoeg dat onze 
Tael de prijs' verdient : immers dit ftd ik vaft, dat hieruit genoegfeem te 
xien zal zijn , dat de Latijnfc tad bij de onze in 't vwtalen verre te kort 
(chiet : als bij voorbeeld , in het cci-ftc Vers van 't Gezang vind men , 
in plactfe van 't Woord Slang ^ nu 43rQfbtttn/ dat is, groote Aerdgraver^ 

G z dan 



XVIIT. 
dêrs in 



fa VOLK- EN TAEL-VERSFREIDING. e. Redewi£ 

, dan Xtltgatd/ dat is, Traegkrmper^ en daa jlbtOttiar Ipftlu / dat is, Kron^ 
kehvortHy wacr voor de Latijnte woorden Serpens of Colnbris ^ daer ^6r-. 
tvm zig van bedient , in 't minfte niet de Geeftige en Hoogdravende g^rr 
dagten van den Digter uitdrukken: en van zulk ioort van ichilderagtigc 
uittingen y daer de omfchrijving de zoek verbeeld , is 't gantfi:he gedigt 
voL 

Dit fiuk kan ons ook wederom brengien op 't Hifima$l daer wc wezen 

moeten i want hier in vermeld die Vorft van den Noorwpcgfen Koning 

Harald Harfager , dien hij als een' verwiiftien uitmaekt , en nogcans was 

bet deze , die de andere Koningjes oi Vorften verdrukt hebbende , de alleen- 

XVII. heeifching van *t Noorweegfe Koninkriik met geweld onder hem had we- 

Van hare ten te trekken, waer op een laftige overneerfching en af kneveling van goe- 

**/^'^i^^'^' deren volgde, 't welk nu en dan vele voornaeme enadelijke onderdanen,» 

^Nocrwigtrs ^^^^^ van de lage gemeente was niet te halen) hacr Vaderland deod wcï^ 

vxMund^ laten, en met hare Huisgezinnen over zee, in 't afgel^;pnfte eenzame 2/^ 

in de IX: land , dat niet lang te voren door zijnen vinder Naddoc ook Sneeu^-land 

eeuw. eenaemt was , met der woon' wijken j. fedeit welke tijd zij. dat Ëüand ook 

bevolkt gehouden hebben* 

Ruim een eeuw daer nae A^. p8i ontdekten en bevolkten de Yslanders^ 
het oude Groenland , en onderhielden die vaert en G;emeenrchap omti^nt vier 
ecuwen lang > bij welken aenwafch dat land in Oofier^ en ffefier^nvoning ver- 
deeld is geworden > en, vermits de l^Ziii^i^/ tot den KriflelijkenGodsdienftwa* 
ren overgegaen , (want in de IX , X , en XI: eeuwen begon deze in Dee^^ 
marken y Zweden y N^oonuegen ea Tsland te heeribhen) , zo heeft men ook. 
aen elk deel zijne Parocbién toegefchikt gehad, naemlijk agt aen 't fFeJ^ 
ter- en elf aen 't Oofier-Groenland. De Tslanders raekten eerlang weder 
onder de Noorweegfe Kroon ^ en bleven 'er tot op heden aen sehegt. 
. Van de Kinderen^ des voornoemden Regner Lodbrog^ heboen Ivan en ^•^ 
ner Engeland, Biorn Zv/cdcn y Siward Denemarken beftiert, en Godefried 
maekte zig door uitlandfè togten beroemt. Omtrent het midden van de 

êtn vr if ^^^^ ^^^ ^^^ ^^^ ^°' y\oot na Vrankrijk , ftak bij de Seine op y 
ry*' cn^" verwoeftende al wat hem voorquam ^ en maekte Koning Kar^l de Kale zooc 
*,_:.-- j verlegen , dat die hem , als deelgenoot in 't gebied , een deel van Neu^- 
ftrïén toeftond ^ dog ettelijke jaren daer nae met de Karelingers wederom 
in geichil geraekt zijnde, bedong hij bij een nieuw verdrag tuiTchen hem 
en Keizer Karel de Grove de Dogter van Lotharius Koning van Jtaüin tot. 
een Bruid, en Friesland tot een Huwlijks gift, mits dat hij. daer en tegen 
Vra^ikryky benefFens de Keizerlijke erflanden ,. met zijn VoIk: verkten, en 
nimmer moeiliik vallen zou. Dit geCchiedde Ao..88^ ^. dog fèdert op nieuws- 
eenige onlufl brouwende,, is hij van 's Keizers wegen door flinkfè trekeix 
op £n Batavifchen bodem omgebragt.. 

Op het einde van deze eeuw kregen de Noordfe Volkeren i, die onder 
eenen. Godefried en Sigefried veel gerogts maekten , digt bij Leuven zoa 
zv^aer een nederlaeg van Keizer Arnolfy dat 'er naeulijks ijmand.oveiichoot,,. 
om t'huis tijdingvte brengen van haren. ramg. 

N. Zoa» 



XIX. 
DeDtM» 
in Zni$^ 
iendfZivê» 



Vriifland, 
in de IX: 

CCttW. 



y yerbatti. O V E R E U R O P A. ƒ j 

1 

j 

N. Zoa raektc de Deeniè OverlaA wedor binnen zijne eigene grenzen 
gedreven. 

L. Dog *t duerde niet lang, want kort hier op, A*- poi. verfcheen ^e^Dt Dintm 
NoomKinniiche Vorft RoUo , die , vol geeft en moed , eerft de kuilen ïnviermarh: 
van Nederduitsland, Vrankrijk en Engeland heeft ontnift, en daer na an- ^^V^^ ^ 
dennad op Vrankrijk aenviel, en Koning Karel de Simpk^ zoo in *t naeuw yandlxi 
dtoDg,^ dat ook die een ded van Neuftrién^ \ wdk te voren al eens aen eeuw. 
den arceren Godefried , als gczegt , verfchonken was geweeft , hem bc- 
nefièns zijne Dogter ten huwujk gaf. Hij nam den Kriitelijkea Godsdienft 
aen, en tefïbns den naem van Robbert y en ftierf A^. pio f zijnde dit Neuf-^ 
trien y dat ièdert zijne komft Normandijen heette , onder 't gebied van zijn 
nageflagt gd>]even. 

Niet tegenftaende in de X: eeuw door de* Kdzeicn Henrik de ƒ: en Otfo ^ ^^* . 
de I: en II: de DeenTche Mogenthdd vnj wat aen hare vlerken gefiiuikt J^n^i^. 
was, egter heeft ze fedcrt. A^. poo tot omtrent A^. 10J.0 die van Engel- EnuiUmL 
Isnd met haer volk en laftige beheerfching zoodanig gequelt , dat die (even in de XI:; 
als daer na den Gallen in Sicilïén , te beurt viel) bij te famenzweeringe alle de*^^^^ 
Nmrmannen in Ëngelland in eenen nagt van kant hielpen. 

N. Dog niet lang genoten ze die vrijheid. 

L« Gantsniet, want kort daer op was het, dat de' beroemde Willem de 
Con^uerant , Hertog van Normandijen ,. afkomeUng van den vernoemden* 
RoUoy Vixtyrankrijkovtïibky en Ëngelland ovaxxcnt Ao> 1066 rermecfterde,. 
aen wiens afkomelingen , zo van namelijk als vrouwlijk oir , dit Rijk ge- 
bleven is tot de^dood van. Konii]£;in Èlifabetb toe. Met de overtogt van* 
dezen Willem raekte de Normannijche Tael in 't Hof van Emelland y want. 
hij verzag dat Volk op nieuws met wetten in zijne fpraek' , die toen mceft 
al met het Roman/eb over een quam , naer uitwi jsr van het Bock der Wet- 
ten, van. dien tijd. Hier doorleed de* Jngelfaxifcbe Taely die reets na het' 
JXeens zig boog, een ma-kelijke verbaftering, en uit de vermenging van de- 
ze fproot metter djd het tegenwoordige Engelfcb. Het waren ook van deze^ 
oude Noormanniie Edellioien die de Saracenen uit Napels en Sicilien ver»- 
dreven, geUjk ik hier te Voren, vvav ItaU'én fywkcait y. verhadt heb.. 

Ierland y dat tot in de XIII: eoiw zijne dgene Vorften gehad had, moeft ifrlandotfi- 
van dien» tijd af oader Engeland bukken ,. dog behield evenwel zijne oude ^^j^ ^* 

iprs^tK. deXIlI: 

De Scbotfe Koningen hebben zig uit demagt der Engelfcben cnNorman- eeuw. ' 
nen weten te houden. In de XI V: eeuw <juam die Kroon op 'r Huis van Gwr-Br;/*- 
Stuarty dat met het begin van de XVII; bij. Ttftamem van Koningin £//- ^^l*^j^^^ 
Jabetby de Kroon van Engeland en Ierland daer bij kre^^. door. welk Huis ys^Q^^^^^^/ 
dit Gröot-Brittannitn nog tegenwoordig, beftiert word. in deXIVi; 

De Scbotfe tael behoud nog hare Jn^lfaxifibe of Duitfe vorm} alleen de^^^' 

3 -B^iT 



f4 VOLK- EN TAEL-VERSPREIDING. tf. lUdmijr^ 

Berg-fcbotten blijven /nog bij hacr lerfcb j en die van fFaüis in Engeland be- 
waren nog haer Out^Bffittimfcb^ . 

N. Dit Normandyén evenv;rel bleef immers niet altoos aen de Engelfe 
Kroon? 

L. Geenfints, maer het verftrekte etlijke eeuwen lang tot eentwifttnü 

tuflchen Engelland en Vrankrijk, die elk het regt 2ig toematigden 5 dog 

federt A^. 14(4 is het eindeliiig aen de Franfche Kroon gehegc gebleven. 

XXIL In dit derde Tijdperk bleven de Denen , Noorwegen en Zweden vrie 

^^i^oor- eeuwen lang onder elkander in twift y hoewel de ecrlten meeftettijd bo- 

^medfcht ^^^ \3i^ti ) en te mets meefter wierden van alle de drie Kroonen. 

etiDeenfihe DooT hdwlijk vervid op 't laetfi: van de XIV: eeuw Noorwegen benef* 

lijken» fêns'de onderhoorige Eilanden , als Tsland enz: aen Denemarken^ zijnde zoo 

s^en de gebleven tot nu toe ; en Finland wierd door de Zweden bemagtiet. 

a;ccuw. g.^^ j^ Z^edfe Kroon A^. ijtfj op jfliert Hertog van Meklenbarg 

overging die Hof Stad en Land met Duitfers vervulde ^ fukkelde dat Rijk 

vrij wat onder de Vreemdelingen door het Deenfche Hof haer toegefehikt, 

tot dat ein4elijk de Zweedfche Gufiaf Erikfon A^. ifii 2ijne Landgenooten 

verlofte , en de Kroon op zijn hoofd kreeg , die federt aen zijn geflagt 

crflijk gebleven is. 

Denemarken kreeg ook vrij wat Duidche Volkeren in ziin Hof , met hun 
Koning Cbriftoffer van Beyeren^ dien ze Ao. 1448 weder verloren, dog 
voornaemlijk met den volgenden Koning Cbriftiaen de I: uit het Huis van 
Oldenborgy wiens nageflagt thans erflijk dat Rijk beheerft. 

N. 't Is geen wonder dan dat de Zweed/e en Deenfe talen ^ hoewel an- 
derfints van Kimbrifchen oorQ>ronk, en fl^sin Diakü verfehilleiKle) te- 
genwoordig met vrij wat Duitfcb vermengt zijn. 

L. Gants niet: Dog de Tslanders en Noorwegers y voornaemlijk de eer* 
ften als a^efcheiden van Vreemden , en meeft allen wel eer van voorname 
afkomft zijnde, waer onder vele Liefhd3bers van Letter-oefièning waren ^ 
hebben zmverft de oude Kimbrifcbe Spraek behouden. 

De Tslanders^ van de Geeftrijkften onder de Noordelingen, leverden al 

Titüterau ^^^ ^^^ ^^^ vcrmacrde Poëten, en mackten werk , zo Ol: fVorm ver* 

^anscMfi haelt, van, benefïèns hare daden, die van de andere Nooidfe Volkeren , zo 

XXVII. Ol verre ze in haere afgefcheidentheid daer van vernemen konden, door Ver- 

^fz i^ 2en en Gefchrift bij den nakomeling te vereeuwigen. 

XXIU. De Runifcbe Letteren^ die van oude tijden af in 't Noorden onder de Sea^ 

^^u ^^^^^ ^ Uffalers (nn Zweden genaemt), en onder de Denen ^ Noorwegers 

Leitl^^, en Tslanders in zwang gingen , verfchilden vrij veel van de Mixfo^GottbiJè 

van U^>bilas. Toen de geeftehjke Klerken ook in de Nooidiè landen, 

even als in de andere Europiiè geweften, de pen voor Hof en Kerk ge- 

tK>eg&em alleen in handen hadden , ( want federt het jaer duizend heedch* 

te 



5. rirband^. OVEREUROPA. ff 

te de Kriftelijke Godsdicnft ia 't Nooidcn) flcet dit gebruik der Runife 
Letteren , dat laftig voor de van^buiten-komende Geefteüiken was , al- 
kn^em uit : hoewel men in *t jaer 1 3 z8 , nog in zulke Letteren de 
F^i Danici fclireef. 

N. 't Had zijn reden dat de Geeftelijken , om haer zelven te noodzaek- 
lijker, en hare Boeken en Schriften te meer bemint te maken, belang na* 
men om de Latijnfe Munnike Letters , die bij na door gants Europa waren 
doorgedrongen, ook daer te lande gangbao^ en gcagt te doen ztjn^ want, 
behagen deze nuttigheid, ftak 'er ook gemak in. 

L. 't Is haer ook 20 wel gelukt, dat deze Runifche Letters thans on- 
leesbaer zouden zijn , zo luet eenige Liefhebbers van de Nooidfè Oud« 
beid, ièdert een eeuw herwaerts, hun werk eemaekt hadden van dezelve 
buiten vergeet te ftellen, door vele proeven oer Noordfe Tacl- en Letter* 
oud-heden in druk te brengen j ondo- welken Ohf Worm een van de voor- 
naemften ïs. 

Eindcling , eer ik fluite heb ik nog te zeggen van de Tad der afcde- 
gene Finner^ en Lappen y dat deze vrij meer van \ Slavoens oi Ruffifcb dTuxx 
van 't Kimhrifcb^ en eenige overeenkomfl; met het Efionifcb en Lyflandfcb 
beeft. 

Dus heb ik, Mpjn Heer^ttVi korten inhoud van de Europifche Volk- 
verlpreiding en huishouding , beneffens de veranderingen , dxe de Taeka 
daer door geleden hebben , in deze Schets bij een geflelt ^ voomaemlijk 
vond ik in de twee laetfte Tijdperken vrij wat langer werk dan ik dagt, 
om de geichiedenifièn , die mij hier te pailè quamen , op te zoeken, en 
in orde te fchikken. 

N. Werk genoeg geloof ik dat je *er aen vond, niettemin ben ik nog 
orrvoldaen : ik had gaerne wat meer bcrigt van 't beloop der verandering 
van onze Tael en va;n 't ouJe , dat 'er van hacr en van hare naeft beftaen- 
den nog overig is. 



XXIV: 



Li. Maer indien ik dit hier tuflên^in gedaen had, ik zou deii draedVan't^ 
van 't IBfimatl te lan^ uitgerekt hebben ^ imsoers uit die vreeze liet ik I<x>P ^^r 
het na > daer en boven dagt ik het beft te zijn, dat men inhoudsgewijze dit ^5^^^" 
bij één zag : ik zal dan nu daer van een begin maken , en vooraf niet al- TVüb Icu ^ ' 
les, maer t voomaemfte aenroeren van de oude Frankduitfe en jiUeman^ van hare 
mfihe en ÏM^Jh-Qêtt^ Talen •, ik zeg de Meefo-Gmifibe tot bnderfcheid nacftvcr- 
van de andere ds Stam^-irottifcbe en Dano-Oottifibe , waer mede het Oud^ fchapteJ 
'Zweeds en Oud^Deetis naemlijk het Kmirifcb of Oud-Noêrdfib gemeeot 
word. 

Het Mm/b-f^êtfifcb heeft meer gemcenfchap met het Oud-Duitfcb dan XXV* , ' 
met het Kimbrifcb oi Oud-Noordfcb ^ gelijk klaer h\\]kt vax hti Evangeüum^^^^^ 
Gotbkum^ dat ook Codex Argenieus geckaemt word, 't gene lang in Bergs- en iijn o- * 
land in 't Werder-KJboüer, oaitrent vier mijleo .van Keulen, als verho- verblijffd^ 

len 



f6 VOLK- EN TAEL-VERSPREIDiNG. <ï. R9dn;ij: 

Icn en onbckcnt liccft gelegen , en 't wclfc fcdcrt door Fr: Jumus F: R 
A^.iööf^ is uitgegeven, waer voor men hem eeuwigen dank fchuldig is: zijn- 
de dit het oudfte overbUJflêl dat '«r van den Theutonifchen tael-ftronk 
tekent is , als gemaekt zijnde in de IV: eeuw, zo men wil, door t//- 
pbilas , Bifchop der Gotthcn *. Bij dit TraSaet heeft Junius ook de 4 

Evan-* 



* Dat de Tale «van dit Eium^um 'Gêthi- ^ 
xum de tael is geweeft van die Gotben » die 
wd eer van de Wyffel na Moeiiën en Daden 
verhuift zijn , blijkt uit drie of vier voorna- 
jnc Kenteckenen ; (i) ccrftelijk vermits de 
Woorden louterlij k van Duitlchen Stamme 
lijn ; ( 2 ) ten tweede vermits bet even gelijk 
het A-Sieer gemeen beeft het gebruik van 
Jt/ ön/ en ge voor aen de Woorden op 
de Oud-Kimbrifcbe en Yslandfdie manier, 
\ gere aenwijzing doet , dat deze Volkeren 
'wel eer aen de Zuidzijde van de Ooft-Zce 
ffcwoont bebben , als een weinig deel bebben- 
de aen *t gebruik van 4en Rimbrifchen Tak » 
hoe wel ze anderfints nog al vrij wat in Dia- 
iiHy en eantfchelijk in de vorming van &^ 
agter 't Worteldecl bij de Paffivas , en in 
de Termsnatién van de Geflagten der Jidj^^i- 
va"s , als mede in 't menigvuldige gebruik van 
*t voorzetfel tfsi voor de Verha , dat in 't Kim- 
Mfih geen plaets heeft yVerfcbillen , zulks dat 
men uit hare Tael niet te vermoeden heeft » 
of ze f voor hare zitting aen de Wyflel» wel 
eer uit het Noordfe Gotland mogten overge- 
komen zijn , macr veel eer , dat voormaels 
een deel van hen van de Wyffel af derwaerts 
getogen xij geweeft ; en ( 3 ) ten derde. Ver- 
mits oenigen van hareOngelijkvlofijende Vir^ 
Al., namelijk die van de IV. Cla^s (gelijk 
we nader zullen aentoonen bij onze Regel? 1 
mact en Rangfchikking ) in 't Prdt$rit: eene 
Verbuimig hebben aengcnomen , die gantfch 
▼erfchimg is van al de Duitfche en Kimbrifche 
Takken, en die, uithoofde van hdre Nabuer- 
fchap en gemeenzampn ommqgang roet de 
Grieken , toen jze in Mosfién haren zeet had* 
den , ten eenemael op den Gdekfchen trant 
k>opt , waerom desgelijks de M^Gottifche 
i})eliing haer naevdgt m gg voor ng / en gft 
voor nb; gelijk ook daerenboven de M-Got- 
thilche Letters zeer v^el van 't Griefch heb- 
ben ; en uit het gantfcbe EudngeUHm MrGothi^ 
turn blijkt , dat het oorTpronkelijk uit den 
GriekTchen Text is overgezet; ter welker oor- 
sake het ook in de Letteroefening van de 
Godgeleertheid als een voomaem oud Hand« 
fchrift te agten is , dat door verloop ^eene 
Terbaftering heeft kunnen lijden; terwijl in 
tegendeel aule andere Duitfche Volkeren het 
Kxiftendom. ontfaDgen liebben door 4e Wef- , 



ter&he Kexk, en daw door hare Overzettiii- 
gen uit de Latijnfche Vulgata ontleent hei:^>en. 
öclijk ook daerom (ten 4:) de Angel-Saxen, 
en F'THeutfdien , die haer fdirijven meeft 
van de Latijnfche Monniken gdeert hebben » 
dporgaends C/ of C9/ in fjxè yaa il/ ge- 
bruijken , terwijle zulks nooit bij 't M-Got- 
tifcb plaets heeft, al waer men eeeneC/ maer 
altoos II/ even als bij 't Griefcb vind* Waer 
bij men (ten 5:) voegen kan de M-Gottifdie 
TermiiMtu jkl agter vde Suhfiamvs, en ag- 
ter de Adjeét, Maft: in celijkbcid van de 
Griekfche urminx h 9 welke zaek bij geene 
anderen van den TheutonifcheD Tak, nog 
ook bij de Kimbrifchen plaets beeft, alsM'G» 
3fcm? / F-TH, H-D, Dan:, Angl: en Ons, SCcm/ 

enA-S,eann/ arm (brdchium); enM-G, 
SBIfnöjf/ Ki: en Yfl: SBItatie/ F-TH, A-S. 
Angl: Dan: m HD » S^tinD/ en ons ftüobt 
(coecus,) enz: 

Van dit EitanitUum M-Gothicum , 'welks 
afifchrift thans onder de Zweeds-KoninklTike 
Bodserij bemft , en 't gen^ ook C«icv Argm^ 
$ius genaemt word , vermits meeft met zfl« 
vcre Letters op Violet Francijn aefchreva4 
zegt zeker voorname Kennis en Vriend vaii 
gemelden ^nius in zijn Boekje in 8: dat 
onder den Tijtel van 't VaD£a ons i» XX 
Oud'Dsütfthe e» No0rdfiTktLBU mêt dê UitUg- 
vngên inz, A. 1664, is uitgegeven , om een 
V oorlooper te verftrekken van 't gemelde Werk 
van JumifSf in dezer voese; „ Dit fpo dier« 
baer Qelnoodje , en 100 oude ÈusnitUe'- 
boek heeft lang in DuitHand hier en daer 
onbekent gedwadt , tot dat het onder den 
Sweedfen bolt in de Konin^jke Boeke- 
kaflen , en eindeUng tot fijn gelock in het 
Oog van den Onveigdijken Heer ifiuck 
Voffius, en door fijn £d: in de Rechte ban* 
„ d^nvanfijnwaerdenOomde voorged:Heer 
Jumus geraekt is ; uit de wdke wij 't felve 
met aDe noodi^ deraed opgetooit (alfo hii 
daer nog tijdt,nodi arbddt,nodi koften, noch 
ook fijn hooge , doch ftifie , ouderdom » 
aen en fpaert) alle dagen te verwachten 
hebben. Het is op dun Violet Parkement» 
ten dede met goude , doch meeft met iil* 
vere Letteren doorgacnds fecr net gefchre- 
ven , daer van het den naem van hu Sil^ 
vnw Bfiik draegt 



9f 
99 
99 
»9 
99 
9» 



19 



99 
99 

n 

99 
99 
9» 
99 
99 
99 



j. Verband. OVER EUROPA. y^ 

Evangeliën iii •t Aftgel-Saxifch gcvoegt, welke vertaling als van de VIII 
of lA: eeuw te agtcn is. 

Onder de Oud^Duitfcbe of Frank-duiffcbe overblijflclen is wel 't voomaem- ?^^J' 
lic de vertaling van Tatiani liarmonia Evatfgetica , welke voor een werk ^rank- 
van de VIII of IX eeuw te houden is, zijn<fe niet lang geleden door Pal-- dmtfibcvL 
tbenius A®. 1705, in *t ligt gegeven > waer bij een Frankduitfche verta- -^.^w*»- 
ling van iet van Ifidarus Hifpalenfis gevocgt is. Omtrent twee eeuwen jon- JJj^* ^^^ 
gcr word geichat de Paraphrafis in Canttcum Cantkorum door pnileramus nacmftc 
jibbas gemackt in Latijnfe Verzen en in Frankduitfe Prof(è y vertoonende Ovcrhlijf-i 
de tacl van de XI eeuw. Omtrent nog een eeuw jonjger rekent men de ^^ 
Frankduitfche Rytbmus wegens St: Jnno^ 'wijlen Aertsbiflchop van Keu* 
len, Ao. i<Ï55 door Mart\ Opitius in druk gebragt. Deze twee laetfte 
Frank^Duitfè Tael-proefjes komen zo digt aen onze Belgifche of Neder- 
duitfche Sprake , dat .men wel giflen mag, dat de Schrijvers niet verre van 
den Bcneden-Rijn gewoont heboen , dog het eerfte van de drie trekt iets 
nader aen *t Gottifch, of om dat het ouder van tael, of om dat het moog- 
lijk wat dieper in Saxtnland gemaekt is> evenwel van alle drie kan men 
zeggen, dat ze nader aen onze Spraek gelijken, en vloeijender en minder , 
hara van tael zijn als het tegenwoordige Hoogduitfch met zijne jb^f 
fÜfiXi / fcj^/ ff wtn / pf/ en pflf voor vele woorden, waer voor men 
onder de Oudheid fle^ jhl/ fW/ ftt/ fto/ p/ en pï/ vind. Nog iffer vUi m fimê 
€cn Oud-Duitfch Poëet, OjTr/Vgenaemt, die omtrent A*. poo leefde , dog ^rcdmn in 
deze klinkt vrij wat harder, waerom ik die tacl de yllamannifcbe noem,?^^'^^ 
als eigender aen die van Hoog-op in Duitfchland , ' naemlijk aen de Beycr- JtmCansi^^ 
fcben^ Oofienrykers^ Zwitfers^ enz: cornm. 

Van 't ^ngel'Saxifcb , dat insgelijks als het Mctfo-^Gottifcb wel iets van .^^^^' . 
't Kimbrifib heeft, zijn iQ Enjgcfland dtatellijke handfchritten , dog van de ^^^J^^'J^ 
fraeifte proeven , die het ligt zien , is 't Bbvengenoemde EvangeUum Anglo- en denelft 
S^xomctim , *t welk Juniusoï] zijn Evat^ Gotb: gevoeg heeft , als gdchre- voomacm- 
ven in dien tijd toen de Angeliaxen in Engeland bloeiden , en op haer ge- ^^ ^^i^ 
leeidft warcn. ten- * 

Het Belgifcb of Nederlandfcb ^ dat in de Zeventien Provinciën gdproken XXVIII. 
word , en 't welk voor twee eeuwen den naem van Flaemfcb voerde , om X^'V^*? 
dat die Provincie toen bij uitnemendheid bloeide , en door Koophandel ^^J^l^ 
wijd vermaerd was, heeft, met het verminderen van Vlaenderen en Bra- duitfib tn 
band en 't opkomen van ons Land , nu bij uitftek den naem van Hollandfcb zijne voor-; 
gekregen. Wij zijn wd een weinig ondericheidcn in DiakSlen^ jae, niet "^j™q^^ 
alleen dat ieder Provincie een bijzondere DiakS heeft , maer zelf ieder fchriftcn" 
Stad heeft eenigfints een weinig onderftheiden* tongeflag^ niettemin heb- 
ben we altoos een Gemeene Scbrijftael gebruikt , even gelijk ook nu de 
Hoogduitfcher^ (fchoon de La^landers, die Plat^)uitfch fpreken, en de 
Hooglanders, te weten Zwitfers en Ooftenrijkers, elkander naeulijks ver- 
ilaen konnen) een Gemeene Scbrijftael^ die men Hoogduitfcb noemt, in ge- 
bruik hebben. Deze onze Gemeene Scbrijftael word m geene van de Pro* 
vincien zo net als in Holland in de uitfprack voldaen : want onze befchaef- 
fle uitfpraek verlchilt bij na niet vaft deze Scbrijftael: met dubbele reden 

H daa 



.X7o8. 



f9 VOLK- kW TAEL-VERSPREIDING, 6. Redèwïjf 

dan pronkt tegenwooidig onze Belpfibe tael met den naem van HoÜMdfib. 

't Is ook in 't Hollan^cb dat het * Oudfte , en voornaemfte overblijflêl 

van ons Belgifcb gevonden word, luemlijk Melis Stoké*s Rym-^Kromjk van 

. de Holhndfe Graven , vertoonende de tael van de XII en XIU eeuw. 

Nog is 'er ook een mooi (tukje van Oud-Hollands , te yfrttcxxécBybel te Delft 

A». 1477. gedrukt. Uit deze genoeglame proeven, zoo men dkwelin* 

ziet , kan men bevinden dat de ^ond van onze Tael , wat het Generale 

Gramtnaticael belangt, van dien tijd tot op heden dezelfde isi hoewel de 

Stijl van fchrijven, zo verre die den cierlijkenopfchik betreft, thans een vrij 

meer vloeijende, veranderlijke, en bevallige plooi heeft aengenomen: Sedert 

een eeuw herwncrts, toen de geleerdheid in Holland haer vermack vond, 

begon deze cierlijke Schrijftrant zijne wortels te fchieten. De Schrijver 

van de Idea Lingués Belgicit heeft dEe tijdbeurten onzer Tael' gevoeglijk in 

Zie ïijDcu >5 vieren afgedeelt : als ( i : ) de JDuiJlere of Schriftelqoze , van de wieg on* 

brief acn. „ zcr taele tot op Melis Stokers jeugd, zijnde tot de XIU eeuw toe. Ten 

H: Hoo^ ,> ( i: ) de Regelmatige in genus (s( Cajus , flrekkende van den laetflge- 

«^Botkza- » lïodiden tijd tot op het GraefTchap van Vrou Marie van Bmtrgc^e^ 

leyanMey99 naemlijk tot A«. 1477. Ten (j:) de Ferleopene in Genus ^ (^ Cafus rvi 

enjuny „ A«. 1477 tot omtrent A*. 1614, den tijd naemlijk toen uit lafte van 

„ E E: neer en Staten de overzetting van den Bybel flond ondernomen te 

,9 worden, fèdert welken onze Letterhelden Hoofd gol Vondel begcmden te 

„ bloeijen. De 4: noemt bij De Herfielde ^ in welke wij nu leven, die 

„ haren aenvai^ neemt met het einde der derde Tijdbeurte* De verdere 

lêzenswaerdige Aenmerkihgen , welke die Schrijver daer bij voegt, wil ik 

liever den Lezer aldaer laten zoeken, als mij aen 't uitfchrijven van eens 

anders werk begeven. 

Dat onze Hooge Overheden van over lange werk gemaekt hebben om 
de eerc van haer Tael, oi 't daer aen verknopte nuc der IngeKtenen, te 
handhaven , blijkt uit de zorge die Haer ££: daer omtrent ^cfaotKlen 
hebben , toen zij onze Gravinne Marie van Bourgor^e Ao. 1477 ^^ ™^* 
drukUjk , bij 't groote Privilegie Art: 10 , deden beloven van Aen de Staten 
geene Brieven te zullen zenden^ nocbte open , nocbte bejloten , dan in NE^ 
DERDUjrsCHE TALE, en insgelijks in de Privilegie van Keizer Xare 
(7 Mei ifff)^ en van Komo^ Philips ( 18 Dccemb: ifftf), Dat zy bier 
geene Dienften en zouden mogen begeven aen Inboorlingen der Landen van her-- 
waertS' overe j dan aen zulke y die de DUITSCHE SPRAKE (en wel uit- 
dniküjk die) tF ELKE MEN IN HOLLAND GEBRUlKt^ zouden vér- 
fiaen en fpreken : welke Ihikken bij de Groot'-^^accaetboeken te vinden zijn. 
Dus heb ik U verhaelt de voomaemfte Overblijf&ls van onzen Duit- 
fchen Tael-tak, die mij tot nog toe (zijnde A^ 171 1) in druk zijn voor- 
gekomen. 

N. Nu 



* Sedert het fchryven van 't boyengemel- 
de heeft ook de Heer G: Dufnbar in zijne A- 
nMle^df Ao 17 19 uitgegeven , aen de We- 
reld medegedeeld Sm Rym-Kr^nyk van euds 



liMéumi VET GESCHICHTE HISTÜRUEL^ 
RYM dêf arfiê Gravtn van Holland; vam 
Broeder KLAAS KOLTN j Monnik van Eg-* 
mond 9 gtfihrovm omtrent het JaerMCUCX. 



j. Fertand. OVEREUROPA. fp 

N. Nu heb ik, 't gene ik ellchte, maer op nieuws jchieten mij nog 
twee zaken te binneni eerllelijk zag ik gaerne tafelsgewijze deze in £»- , 
repa vcrfpreidc Talen, op den voet van 't verfiaelde, hicragteraenbij-ecn 
gevoegt , op dat men als met een opHag den inhoud voor oogen hoibe, 
want door uitbreiding word het ingedrongcDc iV/f ecnigflnts veiloren; tea 
anderen , dat ie , tot beveiliging van deze Volfc- Verfpreidinc , en tot voldoening 
van LieffaebDerij , een klein proefje van elk dezer onaericheidene Taelen 
bij wij^ van Bijlage * hier agter aen voegde. 'ZjeMt^ 

Li. Wat het laetfte betreft, die Proeven zijn te vindenbij 't boekje dat 
A^ ijoo in Engelland gedrukt is, onder den tijtel van <3[ge M.atb$ prapet 
ineifsmt a flunOreb ZangU^se^ (|C./ dat is. Onzes Heere»Gtbedm meer 

dan benJerd Talen. 

N. Die boekjes zijn in Ijders handen niet. Geef van elke proeve maer 
cene regel^ en , om de gelijkheid der Spraken tK)g klacrdcr cc doen zien, 
zo voeg de woordelijke vertaling' onder ijdcr, 't wdk bij 't Boekje niet te 
vinden is. 

L. Uwen raed meen ik in 't werk teftellenj En, belangende het eer- 
fte , ik fchik den Europifiben TaeUhoin op de volgende wijze , even ge- 
lijk ik in 't begin gezeid heb. 



EURO; 



«o VOLK- EK TAEL-VERSPREIDING, t. Xt/eaijf. 

EUROPISCHE TAEL-BOOM. 

Uit het Huis van JAPHET agt men gefprotcn te zijn 

Deze drie Hoofd^Talen ^ als 3 
JXIX. I- KIMBRISCH of Oud-Noordfib^ ook Runifib genaemt, als 

EÓropifdie 

Tacl- DAMO-GoTTHisqH o£ 0$id-Die»fih. 1 ^ 

^^°*ï [zijnde het Tegenwoordige 

ScANo-GoTTHiscH ^ ^ mec eenig Duitfch ver- 

;of Oui^Zweedfcb. \ mengt. 
J 

NOORWEBGSCH 1 

S zijnde deze twee nog minft verbaflert. 

YSLANDSCH. J 

en Örcadisch. 
IL OUD-THEUTONISCH of Oud^DuHfcb^ als 






Ti. Moeso-GoTTHiscH. rENosLscH) dog zijnde vermei^ 

I met het Deenfib^cti \ Romanjcb 
Amgel-SaxiscH) enhiervanVl dat uit Normandyen overge- 

I bragt wicrd. 

l* Oud-Fribsch. ILabg-Schotsch, dat minder 

i^ van 't Romanfcb heeft. 

Deze X bovengemddlb hebben , van wegen de Oude buer(chap langs 
de Öoft-Zee, met het Kimbrifch eenige overeenkomft. 



4 



fALLBMANNiscH : de hedendaegfe J'w/M uit welk mengfel 
OüD-^' ferfe Diak^ komt hier naeft aen. I het hedendacgfe 
I rHooG- DuiTSca 

(^Frank-Duitsch of Neder^Saxifcb. J gefproten is. 

Nbderduitsch of Belgisch 9 bij uitftek wd eer Vlabmscr 
nu Hollandsch gennemt. 



[et Jliemamü/cb en Frank-Duitfib beftaet nu nergens als in oude boeken 
en fchriften j even gelijk ook het MeBfo-Gottbifcb en Af^lrSaxifcb 
en genoegÊcm ook net Oud-Friefibj hoewel dit op *t Land nog niet 
vcfftorven is, - 

IIL KEL- 



|. Ferbênd. OVEREUROPA. <tfl 

III. KELTISCH, als 



Oud-Geieksch , voor den tijd v^nCadmus^ en uit vermetiging van 
dit met de jtfiatifcbe Talen het vermaerde Griek sch, en cfeer van, 
bij verloop, het Hedendaegfe. 

Oüd-Latyn, voor de komft der Grieken, en, uit vermenging van 
dit met het Griekfcb , het vermaerde Latyn, dat thans , hoewel 
verflorven, nog de algemeenc Tad der Gelcertheid is. Door voort- 
planting is uit dit gefproten al het Romanfcb ^ als naemlijk het 



& • 



Itauaensch 1 

l 

Spaensch > Onder dezen is iet van 't Gottbifcb geraeku 

PORTUGEESCH j 
Fr ANSCH , 1 

Grisoksch. ^Hier onder is eehig PratA^Dmtfcb vermengt, 
en Sardisch. j 

Óud-Gallisch, dat met het Oud-Srittonfcb overeen quam. 

• . . . i. • 

Oud-Spabnsch , waer van no^ oveiig is het Caktabrids of Bis- 
CAEYSCH, (hoewel 'er eenigiints van 't hedend«gfe SpOenftb onder- 
loopt), als mede het Gasconsch. 

Oüd-Brittonsch , waer van afkomftig en nog in wezen zijn, het 
Armorisch, dat in Bas-Bretagie ^ m Fnuümjk gelegen, gebruikt 
word, 

! Dat in de Provineie yan Waüis in Engelaud nog 
en CoRMVBiscH ƒ in *wang gaet. 

Ibrsch en Berg-Scbotscb. 



\ 



H } Ondet 



tft VOLK- SN TAEL-VERSPREIDING. 6. Mtétwif. 

Onder de SLAVOENSCHE TAEL , die in 't Oofterdeel van £«r^ 
heerfcht, en aldaer door de Afiatifeht Scbytheti gebragt is, behoorcn het 

RufSICH of MoSCOViSCM, DaLMATISCH, CrOATISCH, SeRVISCH) 

AlbaS'isch of EpjROTiscH, Illyrisch, Carniesch, PboLSCH, 
BoHEEMscH, en Wendisch of Oppeb.-I'Ausii-sch. 

Nog vind men in dat deel van Europa deze Vierdo-hindc Talen, be- 
ftaendc elk als op zig zdf , en TerfchÜicnde veel van de and^c Europi- 
iche , dog zijnde gering van aenzièn, als liccrichende in Laodftreken die 
woeft en fchacrs van Volk zijn. 

fLiTTouwscH 1 Tjeze komen zeer viel overeen: hier onder 
'* Ven Lyflands ƒ ^"^^ ""'Se Slavo^'^fe woorden. 

EsTONrscu. "1 

I Deze verichillen onderling fl^tt in- DiakS. 
FiNNiscH. ^ Men vind 'er ook vrij wat ÉsMhrifebt ^nools. 



i 



- Y DaitfAe woorden onder. 
Laplanoscb-J 

;. hungariscb. 

}Deft 

De Pkoeveh zijo te vinden in de volgende Bijhgi N": I. 



jTiiRKSCH Idck verfchilleo onder eilander niet andcB dan 

*^ ' ^' r ifi DUkS. 



PROE- 



Bijlage No: I. 



<fj 



P R O E V E N 



9 • 



D E R 



E U R O P I S C H E S P R A KiEN. 



• • 



• •• • •«•• 



• • • • • • • 



Bijlage N'^: I.' 

SPRUYTEN 

Van den KIMB RISC HEN TAK. 

r 
* . ■ * • • 

Zie Thê lerdsprayerh Runifcb of Oud-Noordfcb , ook Kimhrifch eenacmf. 

Ao. 1700. p.zi Vader onze, die zijt m Hemelen. 

in t zelfde boek p. 55. Deenfch. 

©o| fabör / i l^immeTen. 

Onze Vader, in Hemelen, 
p. 48. Zweedfch^ 

fatïettDat/ fom afl t ipimtmTeti. 

Vader pn?c,. die zijt in Hemelen.* 
P' 48. Noorweegfcb^ 

3©or fabet/ foniefl p I^immeïen^ 

Onze Vj^^er, <iie zijt m Hemelen. ^ 
p. 13- Tslandfcby^ 

f aörc Mor/ tï|u fem ert a ©imnum. 

, , Vader onze, gij die zijt in Hemelen» 
.' p. ^5- Ofcadifch , ' 

f abor t ir i ^Tj^imne. 

Van den T H E ü T O N I S G H E N TAK. 

Ke £i;4»^: Gi^/A: MiéfürGoififib ^ vm óc IV, Eeöw. 

-1/^/^.. vLp. ^^^^ jj^^^^^ ^^ ,^ l^uminam. 

Vader onze , gij in Hemelen, 
ter zdvcr plactfe. Jnglo-Saxifcb ^ van de VIII, en IX, Eeuw. 

fortier ure / tfyx tQe eari on j^eofenum. 

Vader onze , gij die zijt in Hemelen. 

rhe Lwis Prévytr m 4- Engelfih ^ 

y.v,^Hundraung:K,^i. ^^ fatfier / toï|it& eart w l^eatiett. 

Onze Vader , welke zijt in Hemelen, 



L^t 



64. PROEVENDER 

Zie fh Lêrdt Prsjir Laeg- of Zuider-Scbotfcb , 

^' P- ^^ <©ut fato/ \mh at toi^eMtt. 

Onze Vader , welke zijt inr Hemelen 
; p: 56. Oud'Friefch of tegenwoordig Land-Friefib. 

Ilu^ if atta/ Hn berftu l^tfl pne l|pmfl. 

Onze Vader , gij die gij zijt in Hemel. 
Zie Kkrthm. m Tack: jOkmannifib , van de IX Eeuw : in rijm bij Otfrii. 

4fG$rmania.p:i6. f attt unfer jiiato/ 

Vader onze goede , 

fBifl 'Crtitj^m tgu otmuato / 

Zijt Hecre gij gemoedc (of lieverGoedertieren), 

pin l^tmtlon to nogrr. 

In Hemelen ja . nooger . 
He orat: Dêm: Alam: jOUmannifcb van omtrent die zelfde tijd in On-rijm, 

"S^rZ!^'"- f attet imferc/ ti|tt i«.fl in Igmik 

^ T Vader onze , gij zijt m Hemel. 

Zie thi Lords PrA^tr Zwitferfcb , 

^'- • • • • P- ^7- l&atttt ttnfer/ ter öu Wfl in Ipimmefetu 

Vader onze , die gij zijt in Hemelen. 
Hoogduitfch , 

tlnfnr l^ater / m ^em l^immd. 

Onze Vader , in den Hemel. 
Zie den Ncdcr-Saxi- Neder-Saxifcb van de XV: Eeuw. 

fchcn Bijw Ao. 1494. i^aber unfe/ te tet litfl tti ten Ipemmtïett. 

tot Lubick gednikt ^^^ ^^^'^ ^^g.. ^..^ ^ ^^ hemelen. 

Zie TAtUni HurmênU Vr ank-Duit fcb oiOud-Neder-Saxifcb , van de VIII , en IX, Eeuw. 

P4iX: oi/.- XXXiV. «. Vader onze , gy die zijtmHemel. 

ƒ: 68. _ , 

Staten BybcL hdAuh\ Bélfffcb of Nederduiffcb nu Hollandfcb genaemt. 

vï- J^- ^nse ©ater/ bie in te i^men ööt.] 

Van den K E L T I S C H E N TAK. 

N. TiGrétcumtMatth. Griekfcb^ 

^ ^' riarfp ^fAtéi , ó cv t^m? tfftffon*. 

Pater beemoon^bo en tois ouranois. 
Vader onzer , die in de Hemelen. ^ 

K. T. VMlgat: Mattb: Utijnfcb. 
VI, 9. ^ ^ ^ 



P^/^ »(?/^ , ^»i es in Cmlis. 
Vader onze , die zijt in Hemelen. 



N. T: Bak trad: da Jtaüaenfcb , 
Giro: J>i9d4ti. MAtth. p^dre nofiro^ cbe fei ne' Cieli. 

* ^* Vader onze^ die zijt inde Hemelen. 



Spaenfib^ 



• • • • 



Bijlage N«; 1, E U R O P 15 C H E SP RAKE If, <^f 

Thê Larii Prayêr &c, . SfOevfch^ , - • \ . i 

♦ . . • . P^S- 3*» • Padre nuejiro , que ejlas en los Cielos. ^ ! 

Vader onze , die zijt in de Hemelen. 

* . • ; . pap l^* Porfugeefcb^ 

Padre noffby qtC eftas no's Ceos. 
Vader onze, die zijt iiide Hemelen. 



< • • « 



• • 



« • 



• • • 



• • * ê 



• « < 



34* Franjcbj 

Noftre Pers^y qui es ès Cieux. 
Onze Vader, die zijt inde Hemelen. 

P- 35- JRbatifcb o£<Srifon/cbj 

Pap . noAff , tu quelcbi Sfcb in Is Tfcbels. 
Vaderonze, gij welke zijt in dje HenieleQ. 

• ••••• P! 37* Sardifcb^ in de Steden, ' 

Pare noftru^ qui ifiasinfos ^leïos. 
Vader onze , die zijt in de Hemelen. 

, . . • ; : p:37* Sardifcby op het Land, 

Babbumftru^fughalefesinfosCbeks. ^ ^ 

Vader onze , welke zijt in de Hemelen. 

. . . . • .p:38.* Camahrifch oi BifOaeyfcb^ 

• Gure Aitay Ceruetan aicena. ' 
Onze Vader, in Hemelen zijnde. 

5 : .... p: 50. Oud'Brittannifcb j 

Eyen Taad , rbffiw wyt yn y Neofododd. 
Onze Vader, welke zyt in de Hemelen. 

\ P2 5»* Arnwrifcby 

Han 7at , pebudy'/bu en Efaou. 
Onze Vader , welke zijt in Hemelen. . 

I .'..;. p: fa Niew-Brittannifcb ^ o£ Cambrohrittannifcb o( ^alJifcb ^ 

Ein Tad , yr kum ' wyl yn y Nefoedd. 
Onze Vader, gij welke zijt in de Hemelen. 

• .P'. 5*' C&rnubifcb^ 

Ny Taz j ezynNeau. 
Onze Vader , die in Hemelen^ 

• p:57* lerfcb^ 

Jr Natbair , ata ar Neamb. 
Onze Vader , die in Hemelen, 

f Zie ook de Bcfdirijving Tan Spaajoiy in Iri: Ao, 1707. p. 41 co 4it 



« # 



• • t • 



• • 



♦ 



4^r* P^ R' O EVEN DER Mjlage K^. h 

Tti Urii TfM?i» ov. /SPiarf- of Berg-Scbtafcb , wacr vodr de Amhtur ftdt IFdïden/iu 
I f .•'•?• 5** • Oi^r Narmt^ éiaar Neamb. 

Onze Vader , die in Hemelen. 

SLAVOENSCHE DIALECTEN^ 

Zie ^i(# l0rds.pray$r Bjijjifch of Mafiovifcb.y *• 

éf. • . .P.14-V Otfcbenafihyig^ €fi na Nebfech. 

Vader Qnze^ dic ^ijtln Hemelen. 
I ; ; ; ; • p. 4P« Dalmatifcby 

m Otcfe Naskj oyi yeffl na Ntheffib. - • 

Vader oosc y dk zijt in Hemelea 
I I i • ; I f:40. Croafi/hbj 

Ozbe nasb ^ isbe e/l na Nebefib. 

Vader omae ^ die zijt in Hetnden.^^ 
i I » « I • ^ 4>« Seroifcby 

Otze nasb , «iStf ƒ ^ v* Nehejib. 

Vader onze » die ïijt in Heraeleci. • 

I i : : : '» P» 4^ Q^ttmfcby 

Od^ na&h^ kir fi v' Néie/ti. 

Vader onze y die zijt in Honden. . \ . 

I ; » ; • p. 58. Poclfcbj • 

0;Vz^ Hüiyst, &9rjrj /^ im< Nuihiefiech^ 

Vader onze, dk^ zijt in Hemelen. 
} ; ;' • • • p» 58* Bobeewfcby • . 

Ote& ib^, i^z ^ m Neiefycb. 

Vader onzr, die zijc in Hemelen^ 
k » ^ ; ; • p.42* Lafatifcb oi Laufitfcb ^ 

Wofcb nafcb\ kwfihfy na NeMu. • • • • • 

Vader onze ^ die lijtin Hemelen. 
N. T.in die Obcf^ pTendifcb o£ Opper- Laujiffcb ^ 
Laufittfche W^ififche jf^fii fy^tx , kiz fy tf m^ Nehêfacb. ...... 

Spradic 1706; Umb. (r^^ Vadf-r. die züt m de Hemelen. 



VL 9. M* *5' 

^ ƒ. - . . • P«43* 



Danpv^ 



^ ƒ• : : '. p» 41. Eftonifch % Iffa meddi y kejinna oltet Tafwas^ 
a. !• * ♦ • P' 44* Finnifch $ /|& meiden j joca ollet ^aitxm\fiet. ... 
t* • * • P' 44- Laplan(&ch $ ifa meidben y Joka o/edb Tajuabifa. 

Honga»- 

♦ In ie Orai: Domm: #*ft Jt ChamBerUyn f ** De Ruflën frUnnrcn ved io 't Slavotnfcli 
Ao. 17 f c. p: 39. vind men ook dit zelfde op d«n fchoon haer tael een bijzondere DiaU^ is. 



"itaem vtm IviUenfe uitg^eyen; dog in dat zelfde 
boek p: 49. vind men een ander Birg'Sehotfik van 
dt Hooglanders f i\s jfr KMtèé^k^ataér afeamh:\9tcr 

m bl^kt dat ^WaUk ondet 'tBer^-SdbotlcIibehooit; 



%* Te lezen de CyriiUfcin of Mofiovifth^ Let- 
ter ; niet de ondeigevoegde uitlegging , die bij voiS- 



m 

Stjtage N*. n E U R O P I S C H E S P R A k E R 

3. N. T: BmÊfin Am- Hongarüch, Mi Jtydnk^ ki vagj d Mmek^n, 

(■ót urdiPr:^. 18. Tarkfi;h , Biztum Jtamuz kih Gouglerdeb fin. 

^\. . . . p.i». Tarutfch, ri Atamtz. ïd j&hïk Qbiógbdd fen. 



^7 



Eenige jaren na t fchrijrai Tan dit boven- 
ftaende» is 'er (Ao. 1715) dhier «en nadere en 
▼ermeerderde Tenameling van dete Gebeden ge- 
drdEt en uitgegeven door J: Chumkrlsyni waer . 



tegen dit ook kan vergeleken worden; alwaer *et 
nog meer te vinden zijn (p. 84. S5. S6, en 87) 
die by 't xi$$9m»fch m Ljfk behoorca. 



TOEGIFT 



JU Httrlijkheid vém Frks' 
4éÊMd p. 4a alwaer ge^ 
^nroken word van de X 
^bodeft, hebbende toe 

Titd , 9m Me ttaen 



OMd-nrkfcby gifle van de XIII: Eeuw. 

x.3[fhd^ti|^ <0obfd^(ltu neen bfiSb mOaa/ fmah 

Kxacl uwen God zmt gij geenenbeeld maken y van ^^ 

lebaCceatura/ teerif Ha i|imel fttttcj^/ feftaojDtee 

Ie Ctcatuer , dat bi) den Hemel vliegt , ofte op der 

ta^ (toerft/ eifte in te üNttere fbomt/ toant tciittw^ 

aerdc zwerft, ende in de Wateren fwemt, want ik mij- 
ne ttttancii ttnxcii al ttba' f^atte' (|(. 

nen ondank wreke aen 't vicrae^ Lier. &:c. 



fiS^ZÜiS&X ^'^"t^itt^üih 



vervattende het begia 
van zijne vertaling , tot 
Oflirdinft hd)bende MtXk 
WDRCninR fgtiKBnntge 
fint XIU|(ti in fim 
ibttacten; dat is , £to 

x^nderUtÊ^ê VtrhmidtUni 
vmn Lrtfim m vam Sur- 



t Sisten IilueflreMoaen/ bear 1i ttt|; naet noa0 oer fiot^ 

*t Is een bijilcr doen , daër ik mij niet genoeg over ver« 

iBonberie im/ tetie6«btei^«f oerbeiber^/ if mmnea« 

wonderen kan, dat de gravers of arbeiders , bij manie- 

w fenr piuhta/ ht tin fenne Mnm fwflrWrie/ 

re vaniprckcn, den f ren "JvandcZonn' vgoibijthweni' 

ofi tetfe refi|e mogge; ^. 

op dat ze ruften mogen) Sec. 



AENMERKINGEN OVER DEZE PROEVEN. 

Dewijle Gemecnfchap van Tael eene Gcmcenfchap van Ooripronk aen* 
Aiid , 20 vind ons Vcrhacl van *t voomaemfte der Volk- en Tacl*vcrfprci* 
ding over £»rö^, beneffens de Vcrdceling der drie Hoofihakkcn in Kelri/ib^ 
^heutmifch of Duitfcb^ en Kitnbrifch ofNoordfcb^ in dit kleine beOag, een 
merkwacrdige bcveftigtng- allceniijfc zou een Naeukeurige nog meer voU 

1 V daen 



«8 . PHOEVEN DER. Jï/;&^c NM 



ENMERKINGEN. 



daen zijn , indien hij oplofïïnge kon krijgen wegens *t vierderhandc Ver- 
fchil der benamingen van Vader j als (i) Theuton: en Kimbr: J^aöct of 
fotöer/ foeöer./ &c. of 't Griekfcheen Latijnfche en d^er van afkom- 
ftige Romanfclie Pater ^ Padre ^ P^re ^ (^c. (z) Mocfo-Gouh: Sïttó/ 
Oud-Friesi^aita/ Bifcaeyfch jfk4^. (z) Sardifch Babhu^ Gril: Pap, (4) en 
't Keltifche of Britt: Taad^ Tod , of 7*at &c: mitsgaders de vierderhandc 
Uitdrukking van 't woord Hemel j als ( i ) Theut: en Kimbr:. i^ettld/ 

l^immcï/ ofmmntm/ &ct, (t) 't A,-s,»eoftn/ Angir ifeabett/ en 't 

Kei t: of Britt: iV^tj/b^ö^^, Nefoedd^ Efaou^ NeaUy o( Neamb. (j) 't Griek- 
fche Ouranos'y en (4) 't Lat: delum^ en daer van gefprotcne Romanfchc 
Cielosy Cieliy Cbelos^ ^elos^ Tfchels ^ Ceos ^ &? &>«^ ^ zijnde 't grootltevw- 
' fchil öndcr cfien Tak 5* dien wij den Kiltifcben genoemt hebben; 

Ter voldoeningc van deze Begeerte, die ook mij tot dit onderzoek aen* 
dreef, zal ik hier van mijn Opmerking en Bevinding wegens de moogiij- 
ke Gelijkheid van afkomft deswegen inbrengen, en dezdfveft dfter en oo- 
veh Aog ven^ken met mijne Bedenking over deze twee woorden in den 
Skf^oetycbeH Tak, dte;2D ;0roort een gcdedte -vam Europa ten Ooften over- 
dekt , en aen zig zelf in alle zijne , veiicheidene DialeSten nog zo wel ge^- 
lijkende gebleven is. Want, hoewel 't het eigentlijke onderwerp van Jic 
mijn Werk niet is , om bij dezen de min óf meer verwanturhap van- 
den 'Slavoenfcben Tak, die ecrft in de tf: Eeuw uit het Tartarfch-^fji. 
opquam , met de drie andere Europtfche Hoofdtakken aen te toonen 5 eg- 
ter heb ik het niet onnut geagt, om de Gelijkheid, die ik,, na overwe- 
ging van de DiakSen ea X>ii/#ff-fjprongpn ^ in deze Voorbeelden beipeur- 
de, hier onder te laten vlocyen ^alzoo mij dacht, dat deze blijken een wet- 
tig vermoeden , en rede tot een aenfpoor van verder onderzoek konden 
geven , of niet moo^lijk desgelgks de andere Jfiatifcbè Talen ,. 2ao ze na 
bare 2>r^/(^^-verandenngen benandclt wierden, mede al goede blijken- zou- 
den geven van ecnige Overeenkomft eo overoude Gemeenfchap- van bij^- 
wooning voor de Volk-Verfpi-eiding na de Babelfche verwerring. 

Tot. nader kennis van .de OVereenkomft dezer Hoofd-Takken overweg* 
men voor af, ( i ) Eerftelijk , dat, nae de Verfpreidinge , natuerlijker wijze 
een Verfchil van DialeSt of Tongeflag ontftaecv moet > waer uit met der 
tijd eene groote Verandering van de Gcdacnte der Woorden fpruitcn kan >. 
gelijk de Land-Frieiche DiateS^ fchoon een egte Tak van het Theutonifch y, 
een klaercn blijk daer van geeft- (^) ^^^ andere, dat ook, nae de Ver- 
fpreiding ,. het ;eene Volk van 't ecnc , het andere tam een,*ider Stam- 
woord , zijne verdere Benamingen van nieulijks voorkomende Zaken of 
Befchouwingen, dikwijls kan, mag^ en' moet ontleent gehad hebben^ 

Belangende ons Vader , Kimb: Yfl: Deenfch , Zwr. en Noorw: fs^ 
bet/en Angk ^atl|rt/ Orcad: f abot / A-Sax: ƒ «bet / Frank-Theutfch en 

Alam: fdOfttl fattt/ f attet/ en ^atttt/ Zwitf: ©atter/ H-D,©ater/ 
Neder- Sax. 0atet:i het Griekfche en Lat: PatiTy Ital; Hifp; en Portug;^ 

Padie y. 



\ 



i»>/dgf N». J. EU ROPiSCH E SPRAKEN. 69 

ASMMERKlNGEir. 

Padre ^ Franfeh ofGall: P^f ^Sardin: P^r^, dit vind, bcneflfens het M-Got* 
lilche jpabwttl {Parentes^ (^ familia) zijne Oploiling in ons verouderde 
-f- VADBNy A-S,jpabtan/ enKimbn jpaöa/ Ordinare^ difpenfare^ difpone- 
re^ vermits een Opperfte Beftierder van derr huize : dus ook M-<jotth: 
i^unt^a-fatl^ (Centurio) een Hoofdman over Honderd > en M-G,C|)ttfun' 
ba-fatt)^ {"fribunus) Beftierder over Duizend : Dc{gclijks (volgens ac Iris* 
EngUJch'DiStiêii: agter de Jrchaohgia Brittannka van Edw: Lljuyd) in 't 
leiich Feadbmacb^ hut: Potens', tn Feadbmanmch ^ Lat: Gubermior -y en 
Ceann-Feadna ^ Lat: Centurjo. Tac daer eene nette overeenkomft tuflchcn 
Takken , zo breed als Europa van den ander verfpreid , en die, van de eerde 
Verwijdering af, gefchciden geweeft en gebleven» zijn. 
. Macrhct M-G,3Ctt» {Pa$er) en?Itt|^ef { Mater) ^ en in 't Oud-Fries 
i^aita {Pater) nu nog in 't Land-Fries J^eite/ en Ceptt/ in 't Canta- 
brifdi cf Bifcaeifch $Clta ( elk wederom wit zeer verre van-eenr gelegene 
Takken) fchijnt mij een Klank-nae-bootiend woord te zijn> ontleent uit de 
ccrftc babbel-pract y met welke cen^ zuigeling zijn Vader begroet of aen- 
fpreekt^ klinkende na ^t/ en ta ta/ ook wel ^a pa/ waer uit dan 
infgelijks het gemeene bekende Papa voor Pater , en 't Sardifche Babbn^ 
en Gnfbhfche Pap^ beneftèns hetOud-BrittannifcheTi^rf, Arm: Tat^ Wall: 
Tad^ en Gom: Taz^ kangefproten zijn : Zelf fchijni ook de Slavoenfchc 
Tak met dit %t / overeen te ftemmen , te- weten- het Riifl: Otfihe , Dalmr 
Otcfe^ Croat-- Ozbe^ Scrv: Otze^ Carn: Ozha^ Pol: 0/V2;^,Bohem:0/2:/fi 
en met ecnc Voorwcrpii^ van W of V ^ ( die in ijder Hoofdftam , zo wel 
Tbeufmi als KeJ^cb en Slavoenfcbj i)f«/e^x-wijze dikwijls plaets krijgt) het 
JLiuiat: ff^^fcb , en Wend: fFotz. 

Edog, verkiett men Dialeétsgewnze eènc oploflïng te hebben van het 
verfchil tuflchen 5lirta/ en Pater ^ of©ater/ ^atfiet &cj men merke dan 
deze V of F, en de gelijk waerdige Bof P, (welke allen Lip»-letters zijn, 
en alleen in DialeS verschillen) flegts aen, als Voorwerpfels , gelijk ze 
meermalen zijnj even als ook daerom het andere Papa^ P^j ctiBabbu^gC" 
woodijk geUjkftammig; met het Hebn jfbba |;erekent word y in dezer 
voege zouden alle deze Hoofil-Takken eeoiglijk in Diale£t verfchillend 
blijven.. Zulk een Voorwerping van Vy F,. P, of B, was ook van oudy 
al gemeen onder den Keltifchen tak 5 aldus zeiden de Grieken dikwijls 
JiyMyvty voor nnyan^^ «Aauw voor Tr^^A^iof > zoo word het Gn ^rAarvf ge- 
lijk aen 't Lat: Latus^y zoo mede 't Gr:. ?roT»fof aen 't Lat: Utery zoo komt 
voor \Gr.AiKhj het iEolifche ^«nxtc (Felis)y zijnde het Latijnfche dpor- 
gaends gelijk*v6rmig aen de iËolüche DiakS^^ om dat die- Grieken voor-^' 
jiaemliik Itaïïén en SiciWén met Volkplantingen overih-oorat hebben \ Wij- 
ders dus ook het Gr: ^dm^ hztv jfjo^y het Gr: Evtroi ^Lat: f^e?teriy gelijk 
CK>k de ftad Fenetia wel eer JEnetia genaemt wierd 3 en 't Gr: Bvrip^r^, 
Lat; Fenter\ het Gr: ?f of f«{, Laf Ver^ het Gr: ftf-^ripof, Lat: Fefper^ 
Ixland: FeaskoTy^ Wall: Gofper^ Armor: Guefper: als mede 't Graec: tr&iff ,. 

I J, l*at;: 



x" 



70 



PROEVEN DER 



Bijk^ N*. l 



o a K. 



ASNMBRKI 



Lat: ^^//V } en ^ Gr tT«r, Lat: /^«/«xs bet Gnoit^f , Lat: Fimm^ Walk 
Go^/xi, Irl: Fin. Bij de anderen van den KeltifchenTak heeft het ^dfile 
placts; als Lat; Pijcisy Wall: Pysk^ Angl: jpl^Ö/ bij ons Visch, en Irb 
/asg\ het Lat: Bracbium^ WalL* BrAkb^ Irl: Js^^^; en *t Irland: Fvar^ 
Wall: O^ (Fnfg;^r) enz: zie jirdfaolog: BrUamn p: p. en ii« en FoJ/li 
Etymoïog : . 

Voorts j betrefiende het woord Hemel ^ in *t Kimbr: dttttl/ Deens , 
Zw: en Noorw: ^imttldy F-THeutfch en Alam: ]^M/ Zwitf: en 
H^DuitTchi^immd/ Nederrax:]^ett1ttld; Oud-Fries ||pttul / hier bij is bl 
of il/ of I geen zakelijk deel, maer flegts een 7irmi9kUi$ , waer voor ligtc- 
lijk ecne andere infprmgt > gelijk ook bij *t M-Gotth: en Yfl: ett of in/ 
^ M-Gyi^tmtn^/ Yil: l^ttncntl (Cétlum). De Grond-beteckenis van 
dit kan men t*huis wijzen aen een Verouderd f Hemen {Continere)^ en *t 
Yfl: i^em {Canüneo)^ als den gantCchen Aerdkloot en 't Werddgeftd be- 
vattende en overdekkende % gelijk mede , uit het hol en verwulfti^ overdek- 
ken, ons Ver-hemblte {FaMtftm)^ en, uit de fchoonte en reinheid van 
den Starren-hemel , ons Op-hemelen (Omars^ amcinnare^ & mMndare) 
cverdragtelijk ontlttnt is, 

Maer, in*t A-Sax: |^eofan/£nghi^e£ttetl/Laegrchots|^^ 
't Oud-Britt: Neofododd , Armor: Efaw^ W^ül: Nefoedd j Gom: Neéutj Irt 
Neambj met welken ook het Skvoenfche, Nibfecb^ Nekeffib^ NiibeJUcb^ NebibUj 
en Nebeffacb (in CétUs) zeer nae overeenkomt , vertoont zig ten einde van 
de Wortd-filb een/, "z^, of ^, in fteevan XSiy bij den voriflen tak, hoewd 
ook het lerl: de «n en i^ te gelijk voert. Op de Staerten of ÜrmmatieM bij 
dit^Slavooiich en Keltifch moet men in dezen geen ^ geven , vermiti 
feruitende uit eene Verandering van Dedhaiie^ want & Nontinat: is in 't 
WalbenCorn: Niv^ Armor: £, £«, en fEv^ IrhNeav^(^ Neamb(7At 
jircbaoli Britam: p: 4f , i8j. zo&, en 178.) enin'tRufl: in Nom: Ne* 
1^, Boh: Nevey Pol: Niebo. Dusg^jken wederom aen dkander het Brit* 
ti/cb en Slavoenfch ^ als kinderen van eene Moeder, hoewel ze (èdert de 
eerfte Verlpieiding als Ooft Oi Weft van elkander gdcheiden zijn gebleven ^ 
zelfs al de Takken komen dus nader overeen ^ alleenlijk dat de Skvoenfcfae^ 
en fbmmige van den Kekifchen Tak , de iV, in ftee van i^ bij de anderen, 
voorop-voeren. 

Dog voor eerft, ten opzigte van de Z)/^/ffiP- Verandering vanttl, ten ein- 
de der Wortel-iilbe l^eettt of ^tttt/ in ftee van f/ of b/ of ^, bij ]^/ 
ISeaU/ 1^/ en Neovy Nev ^Ev^cn Neb^ &c, zo dient, dat nt^ zo wet 
ais f/to/ of ^ ffezamentlijk Lip-letters zijn,verfchilknde in 't Klank-vormen 
de B, van de M, alleenlijk daer in, dat de oerfte niet , en de laetfte altijd 
onmiddclijk van een Neusklank agtervolgt word 1 waer dotx* 't oeen won« 
der is , zoo , bij een lang verloop van tijd of verwijdering ^ran V olk , de 
eene DiakSt tot deze, en de andere tot die zij overgegaen. Dus word ook 
^t Latiji&he Gkbus met Qlmtus voor eenftammig gehouden , en Tuber met 

7Hme9: 



Êijbgs N*; L EUROPISCHE SPRAKEN. yt 

AsKMEUKtNaSN. 

f)ume0 : Zoo vemncfefxai gevoGnlUk de £oIen der anderen Grieken M, in ff^ 
idB MfAAfiv, ^oh BtAXfiv^ het Gr: MoKy^^y in 't Mol: BoAj^or (Lat: Bul^ 
ga)^ 't Gr: Mi«», iEol: Bi«» (Lat: f7^ feu Fieo)i Gracc: juitIoc, iEolr 
^lT?•f (Lat:^V/^)^ Gfxc: ^«»^p«y ^ol: ^«?nrtf (LzZ:Fa^a)i Gr: pv^- 
^niui en ^éfiAiytmj Lat: Ftnrmka% Gnec: fitr t/AHj Mol: irtufAw, Grsec: 
ojt*jb(«9 .£ol: oinrn, waer toe*t Lat: O^) en Gra»:: /«iiwvW» iËol: ^ix- 
KvKo^y Ital: Piccohy &c. zie /'^e?^! EtymoJogicum. En, ten opiigte van de 
Brittifiiie Spruiten van den Kdtifchen-Tak, Comub: Beüny Wall: Melin 
{Lzt: Molaj bij onsMBULVN)> enWall:^f^/^,Com: Be?tkj Argl: 29ntrft^ 
en bij om Banx s^ cnAraior: Ptmpj WaU: Pyn^ & Pump^ F-TH,cnAu 
fmtf enfirnf/ H-D,ipanff/ Gracc: ^mi, enKimbr: fmt/ flltt/ Dan: 
en Zvfnftm/ A-Sax: jftff / An^iffyt/ bii ons Vypy ab mede Lat: Mir- 
«rvr, Gml: Marbri% en Lat: Saèbati^ Gall: Sameiyy en Lat: SerfyUumy 
Ital: Sermoïïim. Te minder is idk een Letterverandering onder vêrichJl- 
Mge DtakSen verwondoüjk , dewijl die van den Brittüchen ftamme , als *t 
Wall: en Oud-Britt: Bcc, elk op hacr eigene Woorden na de ConftruSlie 
en gevallen van 't onderfcheid der Eigenaers m Bezitters tot zulke Letterwiflè-^ 
Mngen overgacn \ dus in 't Oud-Britt; Braud (bij ons , Broeder) , i Bratui (haer 
Broeder )y i Fraud (zün Broeder), ƒ w Afraud (mijn Broeder)} en jrife Ktfi 
(uw Kift), i Gtft (zim Kift),, i Cbift (haer Kift), j«i G*// (mijn Kift): 
dus mede in 't WalL- Plygy ( PUtare^ 6f Ugare)^ iu Blygy (PBcare vel Zj- 
^<jr^ ///tfxi» Vil illud ) , m Flygy ( Plkare f€U ligare Ulam )^ ynjm Mblygy (Pli^ 
tans aüt Ligans me)*, daer het eerftr Grondwoord P/jigy, zo net gelijkftam- 
mig komt met het Latijnfche PUcare^ wat vreemdeling* zou 'er, ten minfte 
zo lang hig onkundig ware hoe Mb als F alhier moet uitg^^okcn» 
worden, vermoeden, dat Mblygy \ zellüe zou verbeelden, gdgk het nog- 
cans doet, en dat volgens een gercadd bdoop indicrDiaJea :. dus verbuigt 
zig ook het Wglb AM»r {Magnusj.ia Fattr^ enz: zie Arck^eoi: Britanmft 
xp, 10, 21, 2Z, en 2|. 

Ten andere betreffende Bet verïchil éa voorftc Letters ^ en TiT, in de 
gemelde Worteldbden l^fOf / en Neov , &c: hoewel ik hier toe geene Voor-* 
beelden van D/^ilr^-^verandering bij der hand heb , egter konnen ze beideo 
hier Voorwerpiys zijn,A zo wel als JV, «lijk ik ook zulks vermoeden zou^ 
wordende dit beveftigt toot het Armor: £ , £», en \ Ev\ ( Cceïum ) en in 
*t Veibogenc ^eval jE/^^tf , dat zonder de jY vooraf te voorfchijn komt} te 
meer om dat ix uit sd de DiSim : in de Archéeoh Britunn: ^eene Wortd* 
w^oordea met N voorop gevondea heb „ waes toe derzaver ooripronk 
t* huis te wijsgen isi. 

Evenwel , niet tegenftaende deze moocHiJke en niet onwaerfchijnlijke 
oploffinge en bewijzen, ftae ik mede toe, dat net A-S,|^eofan/ Engl. J^ea^ 
tKtt ook wel uit een anderen ftam dan ons Hemel, en mogt en kon ont- 
leent geweeft zqn , in welken gevalle ik geen eigener noff natuerlijker daer 
toe vinden kan,, diui't A*&,!f{tfan/ bij ons Hkffeh (S/^wm) in Pféeter: 



7* PROEVEN DER Bijlagt N». ï, 

Abmmerkingkh, 

P^rt: A-S,IBeOftn/ bij ons Verheven (^Ekvatus^ aUus)j vcnnits, ten 
opzigte van den gantfchen Aerdkloot , waer men wezen mogte , bij uicftek 
al de Verheventheid vervullende, tot in *t oneindige toe. 

Maer, aengaende het Griekfche «(«ro^ {Calum^ (^ Aér qui fupra nos^ 
6? Mundi fyjiema , 6? Palatum)^ dit heeft eigentlij k ottr of oum tot zijn za- 
kelijk deel, zijnde de red een Griekfche itaert: hier toe zullen we geen 
oplofHng zoeken in de Z)/Wr£?- verfchillen , om het met onze gemelde i^eettl 
en ïl^eof &c. overeen te brengen , vermits we die elk van een bijzonde- 
ren llam afkomflig fchatten. Dit Griekfche dat, even als ons Hemel, 
de bctcefcenis \ ervat van Coelum , Mündi Syftema , 6? Aer , £5? Palatum^ 
word gemeenlijk afgeleid van het Gr: ^»m^ Video ^ als doorichijnend voor 
't gezigt , en waer uit of waer door we 't Licht en deszelfs aendoenin- 
gcn gewaer worden^ dog de zin van Palatum moet dan insgelijks, als bij 
ons , ovcrdragtelijk van het rondverhevene vertoog des Hemels ontleent 

Seweeft zijn. Wijders, fchoon onder alle onze bijgebragte Voorbeelden 
er Europifcbe Spraken dit Griekfche zig enkel en alleen vertoont , het 
heeft egt er nog wel makkers in het Britti/cb-Keltifchj want dus ook. Com: 
Ebron^ \ Juyr (^ Air\ en Armor: Oabren^ oabr^ ^ êar \ & Walfc C7y- 
brtn^ enauyfy en aueli en Irland: jfear {Coslum^ 6f Aér)'y zie Jtrcbseok 
Briiann: p\ 41. 4^. en irf%. Ondertuflchen blijkt ook genoeg uit het ii^c- 
korte Cornifche jiir , en Armorifche ear , en ïerlandfche Aear , dat het La* 
tijniche mede tot den zelfden tronk behoort. 

Nu fchiet 'er nog overig het Latijnfche Codum of Céelum met alle de ge- 
melde anderen van Romanfcbe DialeS^zh \ Ital: Cieli^ HifpiOV&jj Portug: 
Ceos ', Franfch , Cieux ( in Singul: Ciel ) j Grifons Tjfcbels j Sard: ^uelos & 
Cbelos. Dit kan men tweefints aenmerken j EerfteÜjk , als of het van een 
bijzonderen Tak quam , zoekende zijne afleidinjg, met Vojfius , in het 
Griekfche xoiAor (Cavum) ^ózt weder van 't Gn %oê( {Cavitas) ontleent is, 
gelijk ook van ouds, volgens de getuigenis van Feftus in 't Latijn Covum en 
Cobum voor Coejum ging : In dezen gevalle zou de / tot een Terminatie van 
Afleiding, en niet tot het Worteldeel behooren , zo min als de v en A in 
'f Covum en ^ Cobum j gelijk ook die / al uitgevallen is, bij het Portug: en 
*t Franfche in Plural: Ten anderen kan ook door Dw/fff-verandering dit 
Zakelijke Deel C^J o£Cov of Cob overeengebragt worden met bet voor- 
gemelde Griekfche Zakelijke deel ir^, of 't Corn; jfuyr , Arm: Oabr^ en 
Wall: jfuyr en auel^ nemende de /^ ^', i&, en r, hier elk als deelen van uit- 
gang, niet eigentlij k tot het Worteldeel behoorende; of, zoo ze *er al toe 
behooren mogten, egter als Diale6b-wijze dus of zoo daei* in plaets hebben- 
de, gelijk ook in 't Latijn zelf zo wel de -z; , en i&, als de /, zig bevind, 
en in 't Wallifch infgelijks de / en r. Dus z<uden ook de Kretemers «vk# 
voor dKKiy en aZfog voor »Ar0f, en «vicuwy voor <êAxv<uy^ en zoo zeiden da 
ultticiy Kfl^xvq^ voor Kht^avof , en «Jfy^Atof voor oi?^y(A\ioi j dus ook in 't 
Qr; ««yi^ïjAiöf , 'm 't L^tip Cantberius 'y en in 'tOud-Latijn Pralialis voor 



Bijlagt N«.X EUROPISCHE. SPRAKEN. 

Abnmb&ringen. 

PneUaris. Zie FoJJii Etffnohgicon. De L, en R, %\]n ook beiden Vcr- 
hemélte-Lctters , die op ecne zelfde placts door de tong gcvormt worden , 
met dit onderfcheid alleenig^ dat de Tongtrilling bij de R met het voor- 
• ile , en bij de L roet de zijden van de Tong gefchied j uit deze naevcr- 
wantfchap kan ligtelijk bij 2)/W^S-verandering de eene in ftêe van de ande- 
re komen 3 dus mede m 't Wall: Kil^ Irl: Kir (Maxillum)i en Wall; Mal^ 
Irl: Mar (^ita^ Jic)\ Lat: Ulmus^ Fr: Orme^ bij ons Olm > en Lat: FIoccus 
Fr: Froc^ bij ons Vlokj en Lat: jUcbymia^ Itól: jfrcbimia', en Lat: UJula- 
re^ IxtX: Urtare^ en Lat: PaltiduSy Hifp: Pardo-y & Lat: Palpebra , Hilp: 
Parpado'y en Lat: jfngeïus^* Cantabr: of BifcacKch jingerruay en Lat: Oleumy 
Cantabr: Orioa : en , om niet te twijflfelen of dit betreklijk zij op het woord 
van ons onderwerp, voor 't Latijtifche Coel»m komt in *tCanmbr: ofBifc: 
Ceru^ (Zie Arcbéeolog: Britann: p: 31.)- Maer, belangende de voorfte C 
of K, deze kan voor een yoorwerpfel gacn , even als Dij 't lu^v. Cacumen 
& Jcumen% en 't Gr: U&^ & 't Lat: Cofia {%it Foffii Etymoï:) \ dus ook 
Lat: Rana , Gom: Kranag > en in 't Engl: ]!lucf| / &: Htdl / Irl: Kruach , 
Wail: JTr/jf j en in 't j Engl: ftOUtltl/ bij ons Rond, Wall:^r«»5 en in 't 
Engl: ftOOit/ Wall: Kraig^ enz: zie Arcbaol: Britann: p: 11. col. 3. 

Aldus konnen deze groote Verfchillen, die 'er oogenfchijnlijk tufRhen 
de Kimbr: ^euti en Keltifche (ja zelfs ook de Slavoenfchi) Takken zig 
vertoonen , overeen g^biiagt worden , ot ojpgeloft $ en dat 'er op zulk ee- 
ne of diergetijke wijze die groote verwijdering van DiakSt tuflchcn 't 
Keltifch en 't Onze , nae eeti verloop van zoo vele Eeuwen , ontftaen is* 
geweeft, verdient gantfch geene verwcmdering. 

Maer, op dat m«i niet vermoede of bij vele óf meerder Woorden zulk 
cene Ctmparative Afleiding te kort zou fchieten, fchoon ze bij deze wei- 
nigen ak Vader en Hembc beihen k|in, zoo laet ons, tot verder bevef- 
tiging van de. oudi Gemeenfchap tuflchen deze Veripmide Volkeren, op 

f^jken voet ecne Verhandeling van de cerfte tien Tal woorden, diemoog- 
jk al voor de Verdeeling in t Japhetfche Stamhuis geplant zijn geweeft, 
hier bij voegen ^ als bij ons, 

EEN, 
M-G, gCtn^; F-TH, Alam: en H-D, (ïtitt; A-Sax: %n/ Engl: %/ 
on/ mt$ Kimbr:<Cttt; Yfl: ^Kjintt & €m / Dccnfch en Zw:€n; enLand- 
Frics , 3fen : wijders in 't On «o^, Contr: «k j en Lat: Unus*, Hifp: en 
Ital: iino 5 Fr. Ün ^ als mede in 't Wall: Tn^ Tnig'y Corn: Vynyn*, Ar- 
tnor: Tunan 3 M: jton , 8c Ynar : gelijk ook Ruffich Odin en Poolfch 
deden. 

T W E E/ 
M-<Jottb: CWftj F-THeutfch Ztod; Ahm: Ztt»; H-Duitfch ZttJd/ 

K en 



\ 



I 



74 PROEVENDER BijUff N«. L 

A £ N M B m X I N e B N. 

« 

en f&m V A-S^i «ttta / ca ^toegm \ Eogl: €ttaHl / tfOO! a]^ mede 
Kimbr: €U> Yü: €udr> Danc^Cu/ Zw:<CtiW/ en L-Frics<ltta. Voorn 
Graec: ^«o> Lat: J9«^i Iti^: Due\ HiTprZ^tf, Fr: D^upc-^ gelijk ook Wall: 
•£%» ^^y^ ^^y^ & ^^9 Corn: D0su% Armor: Z^euv^ Xrl: /V^ ^ 4Ï;} en 
inigeUjlcs Rufl: Dva , Pol: Z^mn. 

DRIE 
M-GotthrChtin^i F-THj en ALit/^tk) ©rio/ W^ie? H-D,iPr^5 
A-S,. €foreo/ fl|rp j Engl: C^eee } en L-Frics Ccig ;. ak mede Kimbr: 
^fitps Yü: €||itpec> Dan; Cte/ en Zw: Cwe. Voorts Gr: Tptr^i Lat; 
en HÜp; Tres-, Ital: ;7ffi, en Fr; 2rw, jjelijk ook Wall: 7f/j Gom: Tn; 
Armor; ïr/^ Iii. 2ri^ en Jeora. En it%dijks Ruff:. Tri^ en Pol; jTr^V 

VIER.. 
M^G,f ftHnWf/ fttmri F-TH, en Altm: fitr/ fiot/ en ftW^ H-D, 

$^igXï L-Frie$,fjmrtiïeri A-s>feoioet/ fnibef/enftfberji cnEngirfonr; 

Als mede Kimhr: jftuBuCi Yfl: f tOOeeTi Dwifkti ZwifptSi^ Vboitl^ 
Gr: TiTTtfftf, Tt(rr«(K, eniEol: ntTO(«> Latr^^M^^r^ Ht&:enltai: Sfuh 
tr^y etï Fr: '^Mter. Gelijk pok W^\kPeJwarj oSP^dvary ConxiPadxffar', 
Arm: Pevary en Irl: Keatbra^ Ceitbri y K^itbre ^ & K^êiiair. Ea in$^ 
geUiks RuflT: Xfcbetuiri y en PokC»/^», 

Dit is de eerüs van de Vier Tel*woorden y die eenige nader Uitlegging 
verdient van de voorfbe Letter y alzoo men bij den eenen vind T , bij 
den anderea P, en F, of bare g(^jkwaerdig!e V,^ ca bij andeiea vcdop- 
om K of QU of C 5 &c. Dat nu de Grickfche T ,. in rt^rttfa en t%€cm^%^ y ia 
plaetfe v^n P in 't iËoi: y fiegts een Z>M(/?£f-vetfchil i^^ bK^kt uit ha J&cAi 
Xitwu. Dit laetfte nu kcnnt over een met hel BrUtifcb^KehiJcb if als 'e 
Wall: Pedvaty. Com: Padzhar , ca Arm: Pevar. Macr P, en F of V, 
%\]ti allen Lipletten y en van de naefte Verwantten 9 die , met de minfle 
Z)/49^3-verandenng , elkanders plaets kunnen inpeóien $ waer dow dux ode 
dit Keüifcb met den Oud^Duiifche» en Khnbr: Tak overcenkony: y als^ *t 

M-G,5pitrt»or/ fiöurj A-S,feotier/ feotöeriL-Fnjpiotttoeri en Kimbr: 

fiüfpxth waer van CöJ^^r: of bij inkoitin^e het F-TH,. en AL:5pter/ H-D, 
en ons Vier, Yfl: fiOtKtt/ &c. Wijders, belangende de QU, deze is 
in 't ^Latijn zelfs gelijkwaóxlig aen de C of K 1 want dus komt fuum 
voor c»m , (^c , en ia oude Lat: Infirippien vind men Lostmtur voor L§^ 
^uuntur j Cinqiue voor ^infue ^ Cendam voor ^oadfim ( zie Arcbaoh Brit: 
$ag: 14. )> en dus word het Lat: ^uatuory met Het Mlp: en Ital: ^atn 
en Fr: ^uatery gelijk aen 't lerfchc Keathra ü? Keathaify^ fjfc. En* tuf- 
fchen dit en 't vooigcmclde Wall: Pedvar tsfc. r blijft '^ §cen zakcKjk 
verfchil over dan de voorfte P en K. Maer ook dit fpruit uit een onder- 
fcheid van DiakSly die meerder onder den Kcltifchen Tak plaets heeft, ne- 
mende C of K, voor P, of F,,, of V bij anderens, als Wall: PAsk (Pafcba) 

Irb 



B^U^ N». L EUROPISCHE SPRAKEN, ff 

ABMMSRKinesN. , 

Irl: Kifg^^ en Wall: Phm (infuntes) Irl: Klamli en Wall: Pdr {Par^ bij om 
een Pabr ) Irl: Kwaidi en zoo zeer vele anderea> zie Arcbaol: Britt:p. loj 
zoodanig verwiflèlde ook de JEol: Diaie^ ^ die in Italiïn en Sicilün zig 
uitgcftrckt heeft j als Graec: fir^rof , iEol: 5'jrtwr, wacr toe 't Lat: Equus^ eo 
Gr: rsrf , i£ol: Kort, waer toe 't Lat: ^uvties. In dezer voege vertoont 
zig dan bij deze Vooxbedden al het KeUifib Kimbri en Theuton: volkomen 
goijkftammig. 

V Y P- 

M-Gotth: ffmfj F-TH^ en AI«b: fimf/ fttttfj H-D,ftMlffi A-S, 
Jfff / en Engl: jptlK. Als mede Kimbr: Dan: en Zw: Jtttl; en Yfl: 
jpüttltt. Voorts Gr; toti^ ^ol: iri/wf, Latr^/vi^iy»^^ Hifp: C/wö j Ital: 
CÜ3fue% Fr: C/;^. Gelijk ook Wall: /^>«r^ of iP««r/> j Com: en Armor: 
Pempj en W: Kaig en JT^ir. En Ruff: Pii/, Pol: Pwz. 

Het Voomaemffe verichn beftaet in de Voorfte F^ P> ^ QP of K| 
't' welk bij Vier is opgeloil: 5 en 200 men op de Terminatie van M, in 
plaets van F of V, &c, ziet> zo kan 't gezegde wegens het A-S, ^tOa 
fm {Cndum) zulks beantwoorden. 

Z E S of S E S. 

M'G,j6«®^j F-TH, cnAkm:Jtri^/ en jfcjf/^A-S, en Angl: aWjC: 
«n H-D^jtecj^. Als mede Kimbr: jliaf^ $ Yfl: Dan: én Zw: Jbtt* 
Voorts Graec: ?| {Hek$)\ Lat: 5^^i Ital: ijfi, Hifp: Stys^ Fr.Six. Ge- 
U^k opk Wall: Chvecb^ Com: /ïvji&) Arm: Hvecb^ Irl: ^i&^, & Seisbear. 
'Én inilgelijks Ruif: Scèefi^ en Pol: Szejcz. 

Deze Verandering van de voorfte S, m CH^ of H, is ook gemeen tuf^ 
fchen 't Grieks en Latijn $ als Graec: ft%oc (Henchos) Lat: Enfis*, in 't 
Gr: X#iTif, Lat: SeU', en Gracc: .^«ai^. Lat: Salix-y en Gi-aec: »Ki {bals) 
Lat: 5^> en Gracc: dficm (barpêo) Lat: ^^r/^^ en Grsec: iVm (biftoo) Lat: 
£(^0} enGracc: ïfir» (i&er^) Lat: Serpo*, &c, zie /^(^* Etymol:. Dacr-. 
e^oven verandert de G (die aen CH, en H, geltjkaerdig komt) bti den 
Keltüchm Tak ligtelijk in S) als Wall: G^rr^r^ Arm: Sbarre (bijons Gar- 
iisic)^ en Arm: Zi&^i»/ ) Yt: Geant^ h^v.Gigas ^ pgantis : zit jfrch^eoh 



Ea^bdrannacb ( Peregrinus ^ Extraneus^ Fn Etranger)-, en Wall: HfaiJj Irl: 
Syal(Fïtaj bij ons Zibl., anima) i en Wall: MaUn^ Irl: ^^/^ (Lat: A1/9 
Graec: »ac)j en Wall: i?e%,Irl: Seavak (Jccipifer^Engh^sltiikexiJ^ahtXl 
bij ons Havik)*, en Wdl: /fe», Irl: iJ^<ï» (Lat: Senex)'y Ibid: p: zp^enpi 
ca Wall: Cbwys^ H-D, ^cSUms/ bij ons ZwÉir (Sudor)^ Ibidem p: 39. 

ZEVEN. 
M-Gjjftftmti F-TH, «ft Al: jbSbmi A-S^jfcfOfWIj Engl: jMwii 






7* P R o E V E N D E R Bijkige N<^.1 

A B N M 'E R K I N G B N. 

H-D, JS>ïbm. Ak mede Kimbn J^iaus Yfl: Jhi0i Dan: Jhinifs. Zw: 
;^tO* Voorts Gr3cc: txr^ ( Hepfa ) ; Latr ^'é^^ww 5 Ital: «y^//^ 5 Hifp: Siè- 
te\ Fr: ^f//. Gelijk ook WaU; Saitb% Anhor: en Gom: Seitb^, en Irl? 
Sbeachd. En insgelijks Pol: Siedmy enRufT: Sedm. 

Het Vcrlchil der Grickfche H , in ftec van S bij jdlc de anderen , is hier 




KimbrifcbenT^ky en de lactfte met de T^ en TH,^ of D, bij den BrUH- 

fcben en Slavoenfcben. 

ACHT of ACT 
M-G,5ïÖtau; F-TH, en AL:5lht; A-S,(CaSta;Anri:€iri^^cnH-D^ 
9lld^, Als mede Kimbr: 3lltta; Yfh ^atta> Dan:3ltt;2w: #mu Voottt 

Graec:ójcT«5 L^:0£to\ Hifp:Ori&e^i Ital: 0//^j Fr: Huit (klinkende ak 
ofer ftond ouit oi/iviit). Gelijk ook Wall: Uytb v Corn: A1/A5. Arm: Eitb^^ 
en Irl: Ocbt. En Pol: Ofm^ en RulT; Tö/ï»- 

NEGEN. 

M-G,|^mtt;F-TH, en AL:|^ittnicA-S,||igptieiAngl:||Htie^enH-D^ 
j^eun. Als mede Kimbr: l^hl} Yfl: |^^ 5. Dan: |^i} en Zw: ^^. Voorts 
Gr: £f vM I Lat: Novtm % Ital: iV<9a;f 5 Hifp: iVïR^^i^^ % Fr: iVifli^. Gelijk ook 
WalhiST^^ Corn: iVIaiAt; Armor: iViiU'i^ en Irl: Nf%. En Pol: Dziewieci 
enRufT' Deviat. 

Het gene hier opmerking verdient ^is de vo(^fte i> , en* DZ^ 'm dé Slavoenr 
ïhe DialeSt^ tegen |^ / bij de anderen van *t Kimbrifch & ^eutmifcb^ea ook 
ij de meeften van 't Kelfifcb. Zoo wiflTclt ook de D, en N, bij 'titab Per^ 
nice^ en Lat: Perdix\ en bij 't Gr: aax/^ic^ en Lat: Lacinia-^ en bij 't Gn 
xAium^ en 't Lat: Cada. Daerenboven hebben D, en N^ ook grootegemeenr 
{chap in de geboorte, vermits, beiden op eene zelfde plaets voor aen 't vcr«- 
hemelte gevormt wordende, en flegts daer inverfchillende, dat bij de N onr 
middelijk eenNeusklank volgt, dog. bij de D niet ^ zo dat 'er ligtelijk zulk 
een /)w/^ff-verfchil ontfpru?»*:en kan tufichea Volkeren ,. die zoo vclc Eeu- 
wen van elkander geicheiden zijn geweefl.. 

TI E N. 
M-G,€ai|Utt; AL: en F-TH,25eöett; A-S,€ïm5Engh€e«;enH.D^ 
SeÏK^* Als mede Kimbr: Cl; en iCltt; Yfl^ Cpit; Dan: Ct> Zw: ^^Tt^O; 
Voorts Gr: ii%cL*^ Lat: Decemy Ital:. Dw/j. Hifp: Diez.y Fr: Dix. Gelijk 
ook WaU: en Corn: Digy Armor: DSky en Irl; Deicb. Eain%clijks R^^^ 
Deciati en Pol: Dzefciee. 

Niet wezendlijks is hier in , dat veel oploffing vcreifcht 5 want , dat de 
AL: of F-TH , en HrD jZ. ( die als TS , klinkt )yolgens eenc fhcekhoudfen- 

4c 



I 



BijJagi N^. L EUROPISCHE SPRAKEN- 77 

Abmmjërkimoek. 

de DisIeHy onïc T beantwoord , is niet onbekend. Maer^ aengaende de 
K, C of G, ten einde van *t Zakelijke Deel, die bi} dezen van den Kdti- . 
fchcnTak Itcrk aflhiit, terwijl de i^/ in 't H-D, f -TH, enM-G, al- 
hiei* voor een verfineltende Vloei-kttcrkomt, heb ik nog tot opmerkinge in 
te brengen, datx)ns. Tig, ( geüjk ook *t M-G , cnA-S,Ci0/ *tgeneagtcr 
de TjenhtaUcnkomt,akbijoiisTwi'NrTiG, M-G,^tDatnittg5 A-bjCtoen^ 
tW/ Fiffnfiy dat is, Tweemael-tien ) nog vollediger met die van de Kelfi- 
/cie en Slavoenfcbe i)i^/^£F -overeenifamt ^ hoewel ik ook ons Tien en Tie 
van een zelfden Wortel af komft^ rekene. Voorts^ Wall; Nau dig ( Nona^ 
pnta) dat is, Negqimael-tien o? Ncgen-tig 5 maerook W-all: DSg a fhe- 
duar jgain (^ Ntmaginta) ^ dat is Tien en viennael twintig 5 en Cbmr Padz^ 
bar iganz ba dig $ dat is , Viermael twintig en tien 3 zoo mede Irl: Deiz 
agus Keitbre Ficbid {Nonaginta)^ namelijk Tien en Viermael Twint^j 
want het Wall: Tgain^ Gom: Iganz ^ en Iri: Picbid^ beteekent Twintig., 
en is gelijkaerdig acn \ Latijnfchc Figïnti. 

Eindelijk, om verder alle overige twiifFeling weg te nemen ofwel de 
Brittifcb'KeltifcBe Tak voor een regten Taeïvcrwant van den THeuton : of Duit- 
fchen en Kimbrifchen te houden zij, om dat, ter zake van het gcoote DtakSf^ 
verfchil, beneftens de verfchcidéne LctterfpeHing , de gedaentc der Woor- 
den in den cerften opflag zoo onkcnbaer en bcmaskcrt voorkomt , dat 'er van 
de Vijftig naeulijks één gelijkvormig fchijnt te wezen , zo laet ons ten 
bcfluite in een klein Stacltje nog eens nader overwegen , welk een Letterr 
wüTcling en draeij van Tongeflag deze Brittifcbe Telgen nemen bij woorden, 
die zrj , teflfcns met de zaken , van anderen moeten ontleent hebben. 

Als Lat: Pafcha , Wall: Pdsk , Irl: Kdsg j en ons jidjeBivr SA-ksisciy 
(^Saxomcus)j m 't Wall: Saesnegy Gom: Zouznaky en Irl: Sasgynach ^ zie 
jfrcbaol: Britt: p: zo, en 25. V orders Lat: Ecclejia , WaH: Egluys^ Gom: 
JSgliZy lr\: Eaglats: int Lat: Baptizoy Wall: Bedydhios en Lat: Baptifinar^ 
Wall: Bedydhy Com: Bedzhidbian^ Arm: BadidbiOnt^ Tri: Baijfeadb : Jbidt 
K 5 2, en 44.* Wyders Lat: Petrus ^ Irh PBeadairienLzv.PaulusyhhPboi/y ♦(NB.üb 
bid: p: joo, ( NB. Pb , alhier als F. ) j nog ook Lat: Epifcopus , W^all: EJgobj alhicr^alè 
Com: //pak ^ Armor: Eskapy 1x1: Easbag^ Hungar: Ptfpok^ Hifp: O^/^^ , ^i ^^"^ 
Ital: f^e/covoy YriEvefque^ bij onsBiscHOPj IKd; p: 3*4. En, Lat.-^^r- *•''' 
cBangelus , Wall: jtrcbangelj Gom: jtrcbaiT^ Armorifch Arcbéiy Irl: Ardain^ 
el\ Ibid: p: 43. En, Lat: Cmctlium^ Irl: Koutbimol (dog Lat: ConfiUum^ 
iVall: en Gom: Kyjfyl)^ en Lat: Confeffio^ Wall: Kyfes^ en Kyyadbeviad ^ 
en Armon Kof es ^ Ibid: p: f o. '(NB, de Voor-filben Ky-^ die in ftee van 
*t Lat: Con- komen , 'te lezen als bij ons ku of koe). Daerenbovda, Lat: 
Crux 'y Wall: Kroes , Króg , Kr^cbren , Krozuydb^ Com: "f Krois 5 ArmoK Kroai^ 
Irl: Krofbykrocb (bij ons Kruis) Ibio: p: f 2. En Lat: Diabolus^ Wallr 
Dia^'olj Diauly Armor^ Diaouh, Corn: Dzhianly Irh Diaul^ en Deavan^ 
Ibid: p: f4. en 200. En Lat: Gr^ecus', Wall: Groegaidb; Arm: Grejian^ Irl:: 
Greagacb', Ibid:. p: 64. En Lat: Jefusy Wall: Jefy^ Córn: Dzeziw, Arrax 

K 3;. Sbezus.% 



i 



00^ 



geh 



7» 



PROEVEN DER Üc. Sijlagt Nr l 
Abmmbrxingbn* 



Sbezus > Ibid: p: 67} en Lat: Martyrium $ Wall: Mertbyrdodi Arm: Mmbe- 
redbi Irl: Mairtiracbd^ gdijk ook in 't Wall: Kyjfeffy Mertbyron {Confi^ 
cratioin Martyrium^ Ibia: p: 85. Nog ook in 't Lat: Latinusi Wall: Lba^ 
dinar ^ Irl: Lainne^ en Laindeavail^ Ibid: p: 77. Eu Lat: GaüicaUngua^ 
nu Fran(che genaemt ; Angl: tbe Frencb Tonguc > Com: Friniai i Arm: Gakk\ 
Irl: Teanga *Rankacb , en Teanga Gbalta j ibid: p: 61. NB. Bij dit lerfchc 
^Kankacb \s de natuerlijke F, of V, voorafgewoipen; en dit Armor: Gakk 
^eid Gallifch^ en 't Irl: Gbalta fcbijnt ook op Kekifch te paKTen ^ gelijk ook 
verder het Irl: Gallj eenFranfinan, en een Ëngelfman , en een Schot van 
*t Lage Schotland beteekent j en 't IrL- GaUta , en Fear-Galta ( Vir Gaüi- 
cus)^ zie bij de Irifch-EngtiJcb^Diaion : agter de gemcklc Jrcbaoh Brittam: 

fi E S L U I T. 

Uit dtt Voorverhandêlde is klaerlijk te zien , dat bij die van den Kelti" 
fcben Tak, en voornamelijk onder de Brittifebe fpruiten (van welken egtcr 
het lerfcb gewoonlijk naeft aen de jEolifcb-GriekJcbe en Latijnfcbe DiakS 
komt ) ongelijk meerder Verdraeying en V ervormmgen van Confinanien ge- 
vonden worden, dan bij de Onzen van THcutonifcben en Kimbrifcben Stamme, 
alwaer alles eenvoudiger loopt : waerom we ook in gevolge bij onze Voor* 
genome Afleidinge onzer Woorden ons niet zullen behoeven te redden met 
zulke onverwagte Letter- wiflclingen van M , voor B en P, of F en V 5 van 
L, in plaetfc van V, en H,enKs van T, inP, of Fen Vj vanC,ofK, 
of QÜ, in fteê van P, of F^jen V> van S, in G of CH, of HjenvanD, 
-voor N. Daerenboven is deze nu gemelde behandeling van *t Etymon^ 
fchoon wij daer bij naeukeuriger dan men gewoon is, nder Letter verant- 
woord hebben, nogthans flegts een Comparative Afleiding , dienende al- 
leen tot bewijs van de Gemeenfchab der Takken , waer toe wij ook dit ge- 
bruikt hcbT>en ; dog de Comparative Afleiding raekt den Grond en eerften Wor- 
telftam der Wooraen niet, waer op 't egter dgentlijk aenkomt, en waer toe 
zig ons Nederduitfch met behulp van de andere Duitfche en Kimbrifche 
Taelverwanten , door Opmerking, en Naefporingeyan een gantfchelijk nieu- 
wen weg , bij uitftek bequaem vertoont heeft ; en waer in we , als tree voor 
tree, voorzifftig en net langs den draed, op eene zeer geregelde wijze 
onzen arbeid konnen opnemen^ en, 't gene nog vrij wat hooger gaet, onze 
Afleiding tot aen de Eerftelingen toe vervolgen j gelijk we in onze voorge- 
nomene Proeven van Geregelde jtfleiding verhopen aen te toonen. Verder zul- 
len wc wegens deze Gemeenfchap tuflchen het Brittifcb^Keltifcb en onze an- 
dere gemelde Tadverwanten , nog een aenmerkelijk Stacltje vertoonen bij 
ons Worteldeel Wbez , in onze Eerfit Pr4^ve. 



Oud- 



I , 



B^Tage N». U. 



^ 



% 



Oud-Noords Gedigt 



VAN 



REGNER LODBROG 

Waer van gemeld is in onze VI. Redewip S. XVI., 

Bijlage N"; IL 

rki genus carmifds mod cecinit Repierus Lodbrog. 

S^iarfiamal fmt orte Hagnor Xifttoig^ 

Biark-gezang *t welk song Rcyner Lo&rog, 



♦ Pugnavimus gladiis. 

Wij^ fbeden' met iwaerden; 
Houd ptfi btmtm ttmpuij 

IHtt bar aef f^r Itmgu/ 

ïlct was niet f^^^l lai^clcdai,, 
CuiKT in Gothndia acceffimus 

€t a.45autlanbe getniium 

Toen wi] in Gótlaod gingen 
jfd Serfen^is immiufi mam,. 

91t 4E(raf-Uittii^ ittorbe/ 

Tot des Grooten Acrd-gravcrs» moord y 



^nc 



% Se Ók Wèmm Ütinux Vémkd l m 4. 

a SBiacfia was een oud Poet ,. en ^dcr 
Tan dit foort Tan Gedigten. 

b Deze was Koning der IXenen^ » die dit 
2ijnUitvaert- gezang in zijne gevankenismaek- 
te, toen de Slangen in ftêe van eenen benl 
»jn ingewand en hert afknaegden in 't jaer 
8579 zo Ol: WórmfMsTCt; dog P#ii/4iM»i fchiint 
in zijne Miftoria Dsnica te fldkn dat hij A^: 



850, al dood was. ^ 

* Hoewel we dé Nederdaitfe vertaling ge» 
tragt hebben woordelijk te nemen , om de 
min of meer overeenkomft tuilen 't Oud- 
Noords en 't Onze te netter te zien , zo 
moeden we nogtans , om de waerde van 'tt 
gedigt niet te kort te doen , de plaetsfchik* 
king daer te tVenemad hard en flrijdig tegen 
den aert van onze tad zou eeworden zijn», 
te mets. veraaderon ; ia welke gevallen wij 

Getal* 



1^ Oud-Nöords Gcdigt van ^V^if N». IL 

Tune . impetravitmu TTforam: 

^a fnnftnmtner ^m: 

Of dacr f vingen ^ wij Thora*: 
V.vcrkrq5cnJ 

Ex boe vocarunf me virum^ 

^aban hrttu ntt0 fhrbar/ 

Daer van heetten 2ij mij eenen man, 
^d Serpemem tramfodi^ 

£t Xtnoattlum Iajg(tiag/ 

Ak die den Tracgkruiper doorftak , 
ITtrfutam braccam ob Ulam cedem. 

Xob6^0 ab tftut tri$[e^. 

en Ruijgbroek^, om dat fbijds beleid,. 
Cuffide iStiém intuli in cülubrum 

* . Jht^S^' e0' a j^torbac-Inititt 

Ik^ ilak' in den Kronkelworm 

Ferre lucidorum ftipendmum. 

4kale Uartra tnala. 

Het fbel van 't blinkende krijgsloong. 

Getal-letten bovea aen die woorden geftdt 
lid)ben , op ^t 4iit de overeenkomft Ytn die 
de fiandverwifleling te yinden ware. 

c Als bij unfpeunae de Slang yerbeddende* 

d Deze xoude volgens Saxt GramtMt: ee- 
nes Gotdichcn Koning» Dogter geweeft zijo» 
die bewacrt wierd in een Hnis , dat van we- 
gen yerichüdijke Slangen ontoe^anUijk was: 
en volgens Pontam Hijk Damea pag. 803. 
wierd dne na hare verloffinge de Vrou van 
dezen Konina Ktytiêr Udhrog , mt welke faij 
'federt vele kinderen kre^. Zie ook deze 
Hiftorie ia 't breeder hij ol: Mapü Gun: Sip* 
têfUrnnd: Bifimd Br$viMr:\Lik KCdf.JtFIL 
Of die Slaiieen-hiftorie nog een Nae*gons zij 
van den oaoen Fabd-dreon» dan of die tijd 
waerlijk zalke groote Slangen voedde, heeft 



de Lezer in zijn keor om te selooven^ 

e De Zinmüng van Huifirnk komt hier 
vrij wat duifter voor, ten zij menwetedat 
hij zigmet een rujge grove wollen* krijgsman- 
tel en broek gewapent had t^en de Slai^- 
beten: zie O/: Mdpü dnt. Stfi: hiftoriht^ 
vidmmZJi: V. Cëf: XVII, alwaer nog bij ver* 
haelt word , dat hij » vermits 't een meogt 
winter was, zijne woUene kleeding iterk met 
water had overftort , en aen zijn lijf laten 
bevriezen. 

f Mtsfo-Gotth: IMgan/ ^UtmlprtrÊ, en 
Angel-Sax: -Alamann: en Frankd.* wbtgtl Bd* 
Urn , frdium , en eertijds bij ons iSp^) tm 
Prêtium » zie Kil: i>i^. 
g Namelijk het Sflnacttl* 



I L 

Pugnavimus enjihus. 

wij ftreden' met zwaerden. 
Multum juvenis f ui quando acquijivimus 

i^dlbut' Dac es ungui:' er ftingum 

Zeer* jong* was ik toen wij [^f^ \ 



Orien* 



BvH* N». n. REGNER LODBROG 

Orientem verfus in Oreomco fretu. 

Hufhtc i ^ttar-funbe. 

Het Ooflwaert in Orelbnd. 
Fulnerum anmes avida fera^ 

ïlntotm* frefeum ©arge/ 

Wonden- vloed voor 't vrckke gedierte,'^ 
Et Fhvipedi avi^ 

^8 f otmilum f tt0le/ 

Ook voor de Geclvoetige Vogds*^, 
jlccefimus , ibidem fonuerunt 

fetimimttter, bar et fungu 

Ontfingenwij, daer zij f zongen 1 

^klonkenj 

M fublimes GaleaSj 

mh Safepmba maim/ 

Tegen de verhevene Helmen, 
Dura ferra , puttgnam efcam. 

I^ocb iont, miail^ Derbav. 

Hard yzer, veel fpijze. 
Omnis er at Oceanus vuJttus^ 

HQur bat %tm foUmm/ 

Aliints was de Zee vol wonden-bloed ^ 
Vadavit Carvus . in fanguine caforum. 

<0b<i ^fn i bal-teie. 

en Waedde zig de Raven in 't bloed der gevallenen. 



8i 



y 



a Het Kimbrifche DtehH brengt m£e, te 
£^en Mnö of 4M^ voor IBonO / IHIf of 
^tf voor iBolf &c. 

b Nam: de Havikken » en Ravens. 

c Nam: den Arend. 



d. Ob is 't frdtirit. van INba {vddin) bij 
ons Waden {vadar$)^ Zie Viölion: IsUndi in 
't woord Beo / pag: 119, ageer de Gramm: Island: 
in 4; door Bick^Hs Ao. x688 uitg^even. 



III. 

Pugnavimus enfibus. 

i^ttjB0um' Wt meb j^focbe. 

wij* ftreden' met zwaerdcn. 
Alt e tulimus tune LanceaSj 

l^att barum ba «dra/ 

Hoog beurden wij toen de Lancen, 



§uando 



Si Oud-Noords Gedigt Vah B^Iagi N«. II. 

^ando viginti annos numeravimus : 

<tt tüttuger toRiutifl: 

Ak wij twintig jaren telden; 
Et cekbrem Laudem comfaravimns paffim ; 

^0 m tutium Dg[ba: 

Ook den krijgsroem voerden wij wijd heen: 

Ficimus vSo Barones , 

S^unnum attA ^atla / 

Wij verwonnen agt mroenen, 
In Oriente ante Dimini portttm, 

^ufhtr fiirit ^l^u-Mtmte. 

In *t Ooften voolr Dimmèr-httveti. 
jflquila impetravimus tune fi^cieniem 

4E^a ftijiHm ta gttdlia 

Voor den fArcnd^ vongcn'J wij dacr gènocgfamc - 
Hofpitii fumptum in ïlla firage : 

45jfitn0 a^ tnti Mte: 

Gaften-koft* in dien ftrijd: 

Suior » décidit in vninerum 

Jtitmti fm i Wtm 

*t Roode zweet viel in der wonden 
Oceanoy ferdidit exercitm atatem. 

Jboit% tptttir itb aefe^ 

Zee ; en verloor het hcir het leven. 

a Naemlijk de doode li^en. I dnlpdiae vUa hOt X;€tetlt dns CÜP Smim 

b 3lne/ IS éttm, <MiecO«it / co hier bij I b v«i geujkejeboonc ab 9e(k 



IV- 

Pugnavimus enfibm. 

Wij* ftreden* met zwaerden. 
PugnéB faCta copia^ 

i^tetita^' Üuottar twurb anbit/ 

Des koenen* ftrijds* was *er overvloed, 
Cum Helfingianos poftuïavimus^ 

^a er i^dftngtn j^nttun s 

Toen wij de Helfigneurs thuis zonden ^ 



M 



Mijlailt No. a 



REGNER LODBROG. 



«} 



jtd aulam Odini. 

Na 't Hof-verblijf van Odin. 
Naves direximus in ojiium f^ijhiïa: 

Xolttittm uppt ttlU: 

Wij ftuerden 't op na den Wyflel: 
Mucro pqtuit turn mor der e : 

^bbut' n^^ ba Iipta; 

%\ Punt* konde' toieo toebijten : 
Omnis eraf vulnus unda^ 

4^H bar rniba gtalfte/ 

Al-aen was een wonde een bloodgoLve, 
Terra rubefaSla ^alido-, 

Slftjrr^' robmr fteitui 

en de Aerde rood 'door 't neete zweet * i 

ft 

Frendebat Hadius in lorifosi 

4B^renjaba ovanbnr i brtmu^ 

en Knerfte het brandigé zwaerd op 't pantfierj 
Gladius findebat cïypeos. 

S5en-fiHbur' Mufu ^ftpHbn 

De Stricm-haring^ JkUefde de fchilden. 
Het zwaerd J 



a Httgta beteekende ook eertijds een tvr- 
hUff en woning bij ons. 

b j?ale beteekent nn bij ons een voarnagm 
êf'Vêrtrêk in 'i hnit. 

c ^Mn/ zo veel omtrent als Meremins; 
waer voor de oude Duitfchen zeiden Vdo- 
ten / en hier van onze IDoöettf- of bij in- 
kortixig 9otnjl-0ag (^< Mentérii). Aen der 
zen God wierden de gefneuyelden in den 
krijg 9 na der ouden Noorhiiden meening , 
als opgeoftrt» en in zijn Hpf ontfan- 



i Het Punt ofte de Krijgsnatldê , in. plaets 
van bet Awoêrd, 

i <^Un wierd ook 31^ genaemt: dos be- 
teekende %fm de Vrou van ^tita ditfoê- 
tic^ de SetDe verbeeldde. 

* Voor V Blo0d , dos ook ]|eitut op 't laet- 
fte van 't VI: vers, 

e SSCtl beteek: een Striemê , een Wondt p 
en &iUtnxcf een Harim: dus, om de gelijk- 
heid van gedaente aen neteerfte, en van kou- 
leur aen 't laetfte, noemt de Dichter , ab bij 
zinfpeUng» het Zwêêrd. 



V. 



Pugnavimus enfibus. 

l^mjB0um't»er^ meb ^torbr. 

Wij* ftrcdcn'^ met zwaerden; 
Memini neminetn tune fugijje^ 

^P90' eg' onguan ba fivbe/ 

geheuge* niemand daer vlood. 



Priui 



84 



Oud-Noofd3 Gedigt van 
Priufquam^ in navibus^ 

%\ml a fdtstüii tefhtttt/ 

Eer dat , in Je Roei-barken ^ 
Heraudus in betlo cadertt. 

Herald in den ftrijd • fviclc "> 



91jkgii N*. H 



findit 

ei aefnn 



i^ibeuveldcj • 
navibus 

Xunbrum b 



Non 

ülpfur 

en Kliefde <nict in ccuwighdd > met Zee-vogels 

l^nimmcr j ^ 

jilius Baro prétfiantior 

^nnac 3iaritn faegre 

Eenig Baron fheu^ijkcr^ 

l^hccrlijkcrj 

Mare ad Portum , 

XunbaHoH ttl %miil 

De tjCG tot in de Haven, 
In navibus longis poft illum. 

^% lang^ipum fpban. 

In lange fchepen ledert. 
Sic attuUt Princeps pajjim 

Jba toe J^tft-Iungur btba 

Zo bragt die fZcgcn-haddcr^ wijd heen 
jflacre in bellum cor. ^ 

Mext' fram I üpt MartaN 

Een f wakker'^ hart» in den Itryd, 
tfearigi j 



a. 't Was eenc Hêtdld die te gelijk met 
dezen Rijf mr Denemarken als Koning beftiert 
heeft: dog zij in een langdurigcn tweefpalt 
en in ftrijd geraekt zijnde » bleef eindcling de 
oveminnins aen de zijde van dezen R^neri 
indien nu deze Koninglijke Digter» dien ifo- 
rald op 't oog had , zo zingt hij nog al lof^ 



lijk yan zijnen vijand. 

b. Sbm&tr / een Zee-vogd die gewoon is 
op Zee te ruften » dus noemt hij bij zinfpe* 
linge de Schip$n. 

c. Deze regel fchijnt te fioppen , en wbet 
ik van lammighdd nog niet vrij te fpreken. 



V I. 

Pugnavimus enjibus. 
Wij^ ftrcden* met zwaerden. 



Exerci^ 






Bijlage N^ II, REGNER LODBROG. Sf 

Efcercitus abjecit clypeos^ 

Het Hcir verwierp de fchilden, 
Cum bafta volavit 

S|^a er j^ae-gasart ttntie 

Toen het met {^^^ lijf-roovcrv toe-rende 

Uc fpictfe J 
jtrdua ad virorum peSloray 

Hxifim ab gunna oHoflttm» 

Geftreng op der mannen borii> 
Mamardit Scarforum cautes 

fBat i Jètsnfm - sierium 

en Beet op der Zee-duikren klippen 
Gïadius in pugna. 

j6ltam-Mbur^ at gtalbrt. 

rDc Krijgs-Uncct^ in 't Krijgs-rumoer. 
San^uineus er at cïypeus^ 

tUiXmn Dar rantiarmam/ 

Bloedrood was f^® ronde macn-fchillO^ 

Uct fchüt j y 

« 

jintequam Rafno Rac caderet*, 

%\nxt ftaftt itonmtr fteUei 

Eer Rafh de IConing viele^J 

Fluxit ex virorum ca^tibus 

^reif ur Mba gaufttm 

en Dreef uit der fhcldcn •^ hoofden 

^^mamleDJ 

Calidus in loricas Judar. 

b i^itur' a Ivpnnmm^ fMtt. 

't Heete' zweet* op de pantfieren'» 

% füMtSit htx^licat cctLKr'tjiS'flagting, en iftorte bloed 20 dra! en onyerfaegt, alsofée» 
SftiBnit/ een Uneit, i ander van het zweet fynk» 

b Deze Kxijgshdd fpreekt hier van 't ge- f 

VIL 

Pugnavimus enjibus. 

I^iuggum' bter' meb j^torbe. 

Wij* ftreden' ^ met zwaerden. 

Xi 3 Habzrm 



l 



S($ Qud-Nooda Godigt van Mijkis^ Vf^. ÏL 

Hahere ptuerunt turn c$rvi, '' 

i^aft satu tui ^fnac/ 

Hebben konden toen de Rarcns, 
jfnfe Inürorum infulas^ 

f prir Sinfepnim etum/ 

Voor der Indurcn eilanden, 
Sufficientem pradam dilaniandam: 

9Bema tiraab ali flpta »: 

Genoeg&emcn buit om te verflinden: 
Acquifivimus , f erts carnivoris 

feti0wm faftifteftum 

Wij rvingcn '^ voor de wilde vleefchvrctcrs 
Plenum prandium unico a8u: 

f «Han \»tn aft fmnr : , 

£,en volle maeltijd in eene reis. 
JDiffifile erat unius facere mentionem 

%xm tot dn^ au geta 

Maeulijks was van eenen gewag te maken 
Oriente file. 

% upprutttta fofar. 

In den fop-rcn"^ der Zonne. 
LopgangJ 

Spicula vidi pungerey 

i&ttemg-liaumlurb fa e^ fimgai 

De Streng-ophouden zag ik toefchieteni 
PropuTerunt anus ex fi ferr^. 

MsS\ almut af fier maalttie. 

en Stak <te boge van zig de metale pijlen. . 

a; Bij ons Aljtm {terêrê^ aturin). . . , 

b. i^tctngut imvmi €21 l^aumta (c^iitiitp)^ dus noemt hij bij mfpüingt de PijUm 

VIII. 

Tugnavimus enfibus. 

I|iu08um' tiier' tmti gioiDe. 

wij* ftreden' met twaerden. 

jihum 



Jl^tfN*. IL REGNER LODBROG, g^ 

Altum mugiermrf f n/es ^ 

Siett oretmitot Itottar/ 
oog ") [knarftcn "^ (de houw-eeTets»*^ 
Louter J LrammeldenJ vde zwaeroeiii J 

jfntequam in Laneo campo 

%\m a tiinar a0re 

Eer in de Wol-akker 

Eifiinus Rex tecidit. 

etfietnn ibonnir fieQe. 

Eiftein de Koning vicle. 
PraceJJimus^ auro ditatiy 

^^n0um/ 0ttïïe faetiur/ 

Wij gingen^ met goud veirijkt, 
jtd terram froftratwum dimicandum. 

Orantittr tial^ ato Inrauntmm. 

Om de op den Grond gevallene te bevegten. 
Gladius^ fecuit . fctüorum 

l^taetttnbtfl^ fneili rantia 

De Hiik-kandcn doorfiieed der rondaffen 
Vhjk-toordè-) 

PiSuras in galearum conventu. 

Atur all l^tatma mote. 

BefchHdcrit^en in der helmen bijeenkomft. 
^ Cervicum muftum ex vülneribus 

j^ntra Dttttir ttr i&aruQt 

Der halfen moft b uit de bezeer-wonden 
Diffuftm per urebrum fiffkm. 

i&tffif . of litantft-iiletfa. 

Vloeide door de herfen-klovcn. 
a. Naemlijk het Zwé$rd. b. Hier mede word het bhtd gemeent;. 

I X. 

Pugnavimus enfibus. 

Wij* flxeden' met zwaerdcn* 
^enuimus dypeos infangMne^ 

^oftom renbur i We/ 

Wij hielden de ron^Tchilden in \ bloed ^ 

Cum 



I 

1 



88 



Oud'Noords Qedigt van 



Bglag€ N^ JL 



Cum bajiam unximus 

9^a tt Iiett-^tera {irae^tntm 

Toen wc de fwond-boren^ bczocccldcn 

^fpietfen J 
Ante Boringholmum. 

Voor Borgunderholm. 
Telorum nubes difrumpunt cJypeumi 

De f fchict-rcgcns^ vernielden het rondas > 
Lpijl-wolken J 

Extrufit anus " ex fe mttaïlum : 

matt almur affirr tnalme: 

en Stiet de bogc van zig het metael: 
Volnir cecidit in confliSu^ 

a^olnir fieH at titge; 

Volner viel in den ftrijd^ 
Non erat illa Rex fnajor. 

I^ar at aet üongnt' nidrr. 

en was *er nooit fgrootcr "^^ * Koning'. 

Lmccrdcrj 
Cafi difperji Ut e per Littora; 

l^at rait bttt urn i&t^atmtr^ 

De gevallene T^^S "^i wijd langs de Stranden j 
° LracktcJ 

Fera ampleSlehantur efcam. 

3^a;0ur fagnatie taftte. 

Het Wild-gcdiertc verhc\jgde zig met den buit 



l 



X. 

Pugnavimus enjibus. 

l^ntaiptm' ^te me)» gioiDe. 

Wij ftredcn' met zwaerden. 
Pugna manifefte crefcebat^ 

#i9tiuf bai fbnt i begfit/ 

De Strijd was ircrk in aenwafch, 
jtntequam Freyr Rex caderef^ 

Eer Frcir de Koning viele. 



iê 



• ^ 



Byiase N^ Jï: REGNER LODBROG. |^ 

/ü FJoftdrarum ferra 

% fitmin0a lantie 

In der Vlamingen landde 
Cofit c^uleus ad incid^fidum , 

Begon die blaeuwert* te tujten^ 
Sanguine ilUtus in auream 

SMobe fhieSbur t gtiltatm 

Met bloed befmet op het ^denc 
Loricam in pufna : 

l^gna-ltttff ab frtailbre: 

Wapentuig in den ftrijd: 
Durus armorum mucroi olim 

i^atbur %txmtf&i: foitmm 

Hard was de Wondgriffieb: voormaeb 
Firgo dephtaifit fnatutinam lanienam: 

JBaer miet mm0m fÉami: 

DeMaegden bekreten de i morgenfcfae^ min^ii^atff ip* 
il/«//<» praeda dahatur feris. 

smm tntafn aaffl Hoifltim. 

Dog veel tot buit [gaf men ^ yoor het Wild. 

V.wicrd 'crgcgcveaj 

1. NaeiD$|jk bet Zwurd. b. Naemlijk spiit$ ea Zwmék 

— * 

m 

XL 

PugfMvinnts enfiius. 

^ittjBOititi' btet^ ttiib j^tote« 

Wij* ftrcdcn* met zwaerden. 
Centies centenos vidi jacere^ 

9ttnti;ebttm fa e^ Itggta/ 

V de honderden zag ik Uggen , 
In Navibus. 

% €int^ aunbinm. 

In Ouderwetie rooflchuitkcns. 
übi JEnüanes vocatur 

5©at SSdndatie^ öriric 

Dacr het Einglancs heet 

M Navigêi 



Navigavifitus ad puffêom. 

JhifArmm \m t\\ fnamt. 

Zeilden wij heen ftot den vierigen ftrijd") 

\jxi de Krijgjs vlammc j* 

Per fex dies^ ante^uam exercitus caderet^ 

i&eg^ tae0um/ abut iib ftefle/ 

Zes dagen lang, eer *t gevrcgt t^rvWc") 

^ophield ^ 

Tranfegimus wucrmum fnifam : 

«ttum ^. o»a meffu: 

Volherdcn wij in dat fpits-kampcn : 
Jn exorfu Solis 

flpAt «p^una Aolaï . 

Voor den fop-rcn'^ der Zonne 
AopgMigJ. 

CoaUus efi fro nofiris gladih 

^«ctx ^ fprir tnmm fberöum 

Moeft voor onze zwaerden 

VtiMiofu^ in heïh' occumhere, 

l^albtofttt \ flpr fnraav 

Valdiefur In den fla^ bdwijken. 



Xï I. 



j i 



> • «4 



!^ti^8um' titer' tneb giojUe; 

Wij* flxeden' met Ewaerdcnj 
Ruif fïuvia fanguinis de gladiis 

l^nmbe tioga af ftiertimtt 

cnfRc^c^ deoToed-*ië|^ lió^ de s^waerd< 

Praceps in Bardafyrde. - 

25jptt 1 25a^tetote. . 

Stijl af in Bsudafurde. 
Pallidum corpus pro aceipitrihus i 

25Iet6an na fpiit j^a: 

Het blecke lijk was voor den havik: 
Murmuravit arcui ubi mucro 

llmbe^ almuc tia obbar 

en Snorde de pijlbqge alwaer het punt 



* . 

te 



<• ' m 



Acritef 



mJaii N». IL 



REGNER LODBROG. 



H 



^criter Mordebêt Lorieah 

«IfWt Utvi fS^. 

Scherp toebeet op 't borilharnas. 
In confliSu 

«tl flibuc-iofia-fenmt 

In die tweedragts-vlamme 
Odhti pUeus GaUa. 

^Mnt^b latte ttsa^m. 

Was Swolnfe hooft dekfcl de Hchn. 
Cucurrit artus ad valms: 

sentie alnmr ti{ untia: 

e» CtoJl] ^« boogpipe tot de wonden: 

«itwrptó tiii^tim ftieita. 

Het vergiftigde fcherp was bdpat met bloedig zweet. 



X I II. 

Ptfgmtvimus enfibus. 

Wij* ftreden' met zwaoden. 
. Tehmmus magica fcuta 

gttOtium j^aitar-tKtn^tmt 

Wij hielden de Toover-fchilden 

itt aft i^flmtr-büfte 

-^/^ Htadnifigum 




fprit tiabtttitjia 

Voor (fên Hiadnini 



. fimm. 

tiage. 

igcr boezem. 
^/^iPTtf licuit turn vkos 

fi^ maetttt ba fegspt 

/.len mogt men toen mannen • 
j^w ^A*irw'. iacerarunt clypeoSi 

^ n>ttD tifu' fciaïtmV 

i^ie met zwaerdén de Ichilden*, van een reten*, 

M t 



V 



fjï Oud-Noords Ge(figt van"; BgU^f N«. tt 

lm gUdiattriQ murmtre. 

Onder een ^ampvegters gerammd. 
Galea attrita virorum. 

giabn flicna^- anii gDtna^ 
c Helmen der Helden^ waren vcrflctcn». 

Erat ficut Mendidam virginem 

i^ar' at^ fem oiarta Inmtiea^ 

Dit* was* [zo luftig] als ccnc edele bruid 
In kSo juxta ft collaeare. 

91 Iim0 gta fier Irggiain 

In 't bedde ncfFens zig te leggen. 



a Stelttnir ;##/ïd ituimHiêi ftminam éUfig- 
wêtt zegt O/: iVhrm. y 

b* Het onderfdieid tuiTen %i^m / ;4«»r# , 
co Ufgtnl fpmrê » alücarê > vind men niet 
alleen ftandvafiii; bij al het Oud-Daitfch , 
maet ook zelf bij het Kimbrifch& ab naemr t 



iQk S DL t. Ugtüêl jétêfê, en hier f XIIL 
9^ leggia €oüour9, Hoe ood en ^ dit on* 
derfcheid zij , men ziet het nogtans zeer ibr- 
dig verzuimen in onzen tijd , zetb vaa voo»^ 
name Sduijven, 



X I F. 
Puffiavimus enjihus. 

9tu0sfttm' bier" tm gforte. 

Wij ftreden' mét zwaerden. 
Dura vemt ten^ftas clypeis: . 

!^arb liam dnft a ^tolbttm: 

THard"^ kwam 'er onweer op voor de fchildcn r 
Cadaver cecidit in ferramj 

0att fidinitot t&iso^bue/ 

*t Lijk viel neder ter aerde> 
In Nifrtumbria > 

9 iN^dnmlwa Tan^$ 

In dbr Nordhumbren lande ^ 
£f^ r/rrtf fnafuttnum temfus: 

l^ar at um dna ottn: 

t Was omtrent eenen ochtenditond: 
Hominibui neeejfe erat', fi^ere 

#llbum *tn)tf at fito 

Dea Mcofchen was 'c noodig te- vueden 



E» 



V^ 



^lage Ho. Il REGNERLOD9ROa p| 

Ex frelioj uii acute 

l^tax kift/ üar nr j^toaffer 

Uit het kampipel, dacr fcherpdijk 
Caffidis campoi mordebant gladii. 

i^talm-mni' ftttu' ^tomar% 

Op de rHdm-tttiBcn^ï dcScham-houwcrs'^toe-bctscn'- 
LKoppen J 

Erat boe veluti juvenem Fiduam 

l^ar' 9t fem al| ^Un 

Dit* was* [zohcuchlijlc^ als ccnc jonge Weduwe 
^ • ƒ» printaria /ede ofiuTaru 

% onttietgec iftuffii. 

Op de fhoogftO zitplaets te kuflcn. 



a. B^ ons 9etben/ £ï«ri f^«i W<r#> had 
•dinks in Prei: öotf en DOtf 

b. IHfllnrtun/ Céjfidis camfutt fr$u^ms^ 
zegt, Ol: Wêrm. 

c Dxic waetdige zitplaetfcn had mea van 



ouds onder deze Volkeren i ab de Eerfte iir 
't midden van de TaM , deze wa$ de op- 

Eerfte; de xi en 3: waren ter rttter- ea linr 
erhand aen de emdens dec Tam. 



X V. 



Pugtmnmus^ enfibus. 

Ibixffss^txC tiet' ttie^ Ifiotte. 

Wij* fbreden' met !2rwacrden« 
Hertbiofe evafit fortunatia 

^crtMope Harb* autitt'' 

Hertniefe gewierd geluk 
In JuftraUbus Orcadibus ipfe 

3i i&tttittr tf turn flalfitnt 

In de Zuider Orcadilche Klandeir, zelf 
FiSiorue m noftris bcmimbus. 

^igntp a nmtttt montnint». 

De Knjg-zegen op onze mannen». 
Ccgebatur in armarum nimbo 

ipar^ i ratitia' ngne* 

Zo moeft in. dien &otttc^a^ Taa wapenen'' 
Rogwald verdcK bezwijken :. 



M j^ ^r^ 



f 



• 



a 



Oud-Noords*Gé(Sgt van 
Ifie venit fummus fuper accipitrêi . 

Jbn Itom gaefhtt pfnr j^tilia 

Zo kwam ücrk C^^^ '\, de havikken 

V,ondcrj 



bijlage N^ n. 



LuSus 



ii^ gUuUorum ludo 



Een Rouwgcfchrci [want] in *t zwaerdenQ)d 



Strenue JaSatat 



concuJJW 

iftet 



Dapper ter neder hieuw die vcrbrckcr 
Qalea fanguinis telt. 

Van den Helm van de bloed-ftrengen* der palmpijlcn^. 



a. I^adl frtÈirit: Vmrhi fiü teCto (^«ri) vi- 1 prooi toeken» hier nogtans doet rovw bedr^* 
de Grsmmi J/Und: Cap. VIII. | ven over de dood van RÊfWéüd, vermits zij 

b. XuUt {Fêrmmd) vtdi ol: W9rm: Lii: ij mand verloren » die door Kijne^dappetfadd^ 
Damkam^ ia 4: png: 160. gewoon was hen rijkeHjken boit te verfchaf- 

c. Deze was » volgens Öl: Worm: een Zoon fen. 

van Koning R^mer ; dog Ppnunm geeft in e. In den krijg, alwter 'er vde ftcavdden; 
tijnc Hifli Ddm: geen zmen Zoon aen RMg- plag men de boogpezen of firengen met bloed 
Mr, maer wd aen den Noorwe^fen Koning te verwen. 

Hurald HMféiger; tic hem pag: 803 en 897. f. De Ouden noemden ook 't hout der 
in /#/: Pdlm-h^mm en WiUigtm » daer men de pvlen 

d. Waerlijk » eeeftig is de vinding , dat hij van maekte » l^alme / volgens de aentocke- 
de Havikken , me anderfints de lijken tot een ningen van oh Wtrm. 



Pugnavimus enfihm. 

Wij* ftreden* met zwaerden. 
^mHbct jacebat tranpverfim fuper aJium 

i^t)o^ . ia bter tim anan 

Yder lag dwers over den smder: 

Gaudehat j«^M Uius 

4EiIatntr tiajtt «tra l^i^tor 

Verheugt wiad m 't gevegt de bUjdc 
Accipittt oh gladioriem Mam* 

^emm at flKel^chïdtie. 

Havik om het zwaerden-(pel. 
Non fecit jtqmtam aut jfyram 

45iet tl Stern m plgt 

Hij maekte nogt' Arend nogte Wild-zwijn 



^m 



i 



Bijhge No. II. REGNER LODBROG. jf 

J^* Irlandiam guhemavit. 

(a et Sti^antie 

Die de lerlancfers 



^a et Sti^antie firnbe. 

bcftierde. 



Conventus fiebat ferri 6? ^^^^^ 

JlBot toa;^ malm^ 00 ntavt. 

Een rtoclpop-^ •'^ wicrd 'er van ftael en fchflden. 
l^ontmoetmgj 

Marjianus Re^c jejunis 

JOSa^fian ttmmit fafla"". 

Mariïan de Koning . » . . » 
Fiebat in Vedra fitm 

^«^ i l^etiia fijdeb. 

Wicrd in Wedntfierd 
Prada dai0 cervis 

BeStaftt 0efDt «... bjaftttc 

Tc(eea fA^-'*^^ "^ gó^even voorde hongerige Ravem* 

A.vcrvai-buitJ «^ « 



b. Ecu Zee*boezem in Uriand. 
c Bij dit woord Scaftie ( Orz/^i » Ravém^ 
behoort het woord jrdftd (Jijitnu, d: i: hoo- 



a. fStt/ (PiaȐ) komt vmi OfeWUl/ 
{ Pingen tferiktri); das heeft ook in 't Kim* 

hrifch, eren ab bij ons , het ;bc6i(tl / den 

naem Tin 't hfMutrm ontkent ^ o£ licvei- { eeriee of gevaft hebbende; ; 't welk in 'k 
dit van dat | Kiaibdfch twee regels hooger ftaet. 

XVI 1/ 

• ... 

^Pugnavimus enfibus. 

Wiy ftreden' met zwaerdén. 
Bellaforem tnuüum vidi cadere 

^' margan^ fa ei; falïa 

Menig* rHeir-man»") zag ik vallen 

° (.Krijgsheld J 

Mam ante Macberam^ 

jnsojgenfiun^ fpctc jfllaeiier 

In den Morgenftond voor Maeker 
Vimm in mucronum d\ffidia. 

jBatm» i Dbbo femtitt. 

ónder der Ipiedcn tweefpalt. - 

Fïlio meo incidit mature 

J^iKie' minum' hiMt flumtna 

Mijnen* zoon* doorftak ter veel te vroe ger utö^^ 

Cladim 



Irf 



Oud>Nóords Gcdigt van 
Gïadius juxta eor 

rf^Utia-toni \^ fiiaita 

Een f Scliedai.^looin1 bij *t harte 
Egilius fecit jfgnerum fpoliafum 

^jB[flI gtet S^narb vaentanttc 

£igil inaekte Agner 

Imperterritum virum vita., 

4^inatd}atni |^{ Ipf^- 

Dien fonhloodcft ") held berooft van 't leven, 
l^onvedchrokkcoj 

Sonuit L^ancea ' frope Hantéü 

De Speer* rammelde' i en t^[en rHamdcs 

* "^^ Vdc onvci'wiiuijKC 

Grifeam Loricam Mendebant vtxilla. 

^|ann fttft / iilfltit tttetlit* 

Grijic H«mas'^ ' blonken de fnicrk-vtaciil'' 

J vihmdaerts -/• 



Bijl4ff N«. U. 



Pantfieren 



t. Dit woord JBtami behoort bij 't woord 
l^ec dat twee r^eh hooeer ftaet; gelijk ook 
O/; Worm in ziine aenteek; vermaent , naem» 
lijk aUus y |(tC / 9Xircit9nn vêiat qtu vcx ton- 
jmtgtndd €um JMt0l1 / in tptartê v$rfm; cmjmu» 
üm, l^ermatl BêUoiünm Sfftific^. Zidk een 
verflrooyiAg van Comftfiia Uet ons Bdigifch 
niet toe. 

h. Deae was de Zoon Tan Koofng Rtpur, 



idaerts 

dien hij tot Koning oyer EwgAêMi g/dBidl 
had. 

c Dit SOdtrami (^Méumm^ berooft) be* 
behoort bü *t woord f^^ («ftf», Lerói); 
eene regel nederwaerts* 

d. I^anttc zdde men dat een Harnas ge« 
bmikte 't welk geen ftad doordringen kon : 
dus wil dit Hsmdis gyjffM béirwéu zo yed 
teggen als $nvinim9wjk$ Pémtxkrw. 



XVIII. 

Pugnavimus- enfihui. 

l^iuggitm' biet* meb Iriotte. 

Wij* ifareden* met zwaerdcn. 
Ferborum tenaces vidi difficare 

J^aüft-otta^ fa t^ p^a 

rWoord-hoaders -\ zag ik doorkloven 
V.Ttonwe Krijgslieden^ 

Hdud mmutim pro lufh 

tfftr fmatt fpr^r ulfa 

En dat niet weinigen voor de wolven 
EndiR tHarfs eufibus 

^n^i> ni^ar Iijantium* 

van Ëndils zee, met brandige houwers; 



Erat 






Mijlagf N^ IL REGNER LODBROG. 9f^ 

Eraf perbebimad4tJpÊ$ium 

a^at' at^ a a^tiiav fMt» 

Dit* was' ccnc Weck lang. 
^uafi pwlieres vmum opportarent 

jfeem tJin' hxxmt baete 

Gdijk of de Vrouwen* wijn' facnbcurdcn^ , 

Lacnbragtcn J 
.... Ruh^aHée erant navei 

. . * . i^^oötn Uac. iKgi^-afne 

Zo zeer bloed-rood waren de rWatcr-ciels^ 

l.Schepen x 

FaMe in ^ftrepitu armorum 

^fav<i t tipn 0el¥a 

, . . . in dien twift van wapenen: 
Scifa eraf Lmca 

ffimin tiar j6iiO0lav-iiapa 

en Gefcheurt was fdc Krijgsmantel 1 . 

In ScMiungorum praJk. 

SStt <j6fttollmn0a c j^taHtee. 

In de rSkioldingcr "^ zee-flag, 

V^Decfns-KoninUijkeJ "^ 

a. 9dbd (/fiMTf, houden) en <^cD (ver'- Uwoird of ^#imvr) ab tot vierige beweging 
. — jx j j^ gebruikt wordende. 

d. De vertaling van ^^fte heb ik cene re- 
gel opwaerts voor 't woord ÜM^rf^^J geplaetft, 
om 't vcreifch 'van onte woord-fchikking. 

e. j&fdol&unga/ wierden eertijds de Deen* 
fche Koningen genoemt , na Koning JÜfAxiÖ^ 



hm f di^têm , een woord ) dus noemt de 
Poëet de tfCitwi Kr'^plkdin , ds die haer woord 
en beloften hielden. 

b. Cnlrtt (DiMs Mdrinus , Zeegod) dus » peü- 
fie>, de Wêlvên vsn Endds Za, voor de Za- 
pdr9gt9n. 

c StonüntC/ (eenhrandhoQtt»cn/tf«^K>een 



XIX. 

Pugnavimus enfibus. 

I^u09um' bteK^ meti fporbe. 

Wij* ftreden* met zwacrden. 
HarfagrufH^ . vidi crepufculafc$re 

i^arfagranna fa eg ranntia 

Harfager zag ik ter levens-kimme dalen, 

.* ' , ■ • ' 

Firpms Jmatsretn circa nutuHnum 

jHetav-^^eng entt um tno^sum . 

Dien Meiden-vrind, ter morgeö-ure, 

N Et 



L- 



jjï .Oud-Nooiids Ccdig^ vaa BljUi% NMl 

Et confabulatims smkm vsdMrsm. 

^0 «ilBalDin Mam 

En cücn kouter bij de Weduwen* . 

Eraf Jlmt calidum Mneum 

®ar' at' froi Damtac langur 

Dit* was* als of cèn warm bekken 
Finei vajis Nympba urtaret 

Door een Wijn-vats-Nitnfc gedragen wierd\ 
Nos in Ha fretu 

Wij waren in Ikfond, 
jfnfe^uam Oru Rex caderef 

Wm Slum HoMpir ^eOe 

Eer Ooru de Kofiing viele, 

Sanguineum d^peum vitS ruptum 

Se^u6-mana fa e^ Iftjefta 

Hetbloedige maen^fcliild zag ik QS^**^! * 
Hoc inverfit virorum miam 

S6ra' >aö* fita ïife 

Dat* brak* <ia f Jf f? ^^^«Lil% 

'a. Kcmlbg l^anA / de ^ Motmdt m 1 b. Als zijnde; volgens de ikbcMiSuUdDgeir; 
Noorwegen » bad den b^oaem 'Van l^ttfsgte / { de JXimfin gewoon op der Hd^nwltgèeB 
to b SémhOfip; "den wijn te fcfasnken. 

XX. 

Pugnavimus enfihui. 

i^to00um' btec' meb ^dtlie. 

Wij* flxedcn' met zwaerdcn* 
Egimus ,^adiorim ad cfidem 

i^atum \m\4 ^ 9tójto 

Wij hielden de zwaerden tot moorden j^ 
-Ludum in Lindis in/uJa 

Sdg afUttbtö^rfre 

Het fpel was op .Lindis ftrand> 



r , 



Cum 



'Biflaiê N«. n. REGKËR LODBROG, ^ 

Cum regibus tribus 

^^ 1 drie* rLof-dingcrs'l ; 
Tegen j X^^oningcn J 

Pauci potuerunt inde l^ari 

f aet natie tmi fafnta 

Weinigen konden zig des verheugen > 
C^^Vi/ i«iy//iyj in riSum ferarum, 

fÜSi moxf^t i 0pn torge. 

en Viel 'er menig-een Voor den gapenden muil van 't wild» 
Accipiter dilaniavit camem cum hspo 

|tattjfttir fidt MRl ttieti Ulfie 

De Havik rvcrichew*^ het vleefch als mede de Wolf, 
i^vciflcct j 

Ut fatur inde difcederet 

9U) bcmtt wXi ^eümn buoemtfi 

Op dat zij fvan kongcr gdiedH van daer kwamen 

V^vetzadigt J 

Hjbermrum fanfftis in Qceanum 

Sdra iriW» . . . . i Slege 

Der Ieren bloed viel in den Oceaen 
Copiofe decidit per fnaSatitmis tempus. 

%reit fïdlc urn pAtu. 

Geweldig . . , 1 fom 1 die flagting'. 
i. Eenplaetsia ^pcdatib/ eaXmofCi* 

rêt. Bom in 4. fag. lóo. 

b. Naeadvk Xmmm: al» wiea 't by «t* mgae vtstaliaf > cene rqgd hooger gqSaetft, 

XXL 

Pugnavimus enfibui. 

wij ftreden' met zwaerdcn* 

Alius gJadius merdehat clypeos 

f$9i fM IMtti $6ioItittm/ 

De Hoogopgefacrene zwaerden beten toa op de ichilden, 

fune cum aurei-celoris 

9a et mtilMtlin . * » • ghtmbe* 

Toen de uoud-rodcne fpiecfe klatp:de 



ncmettflirid ptft lof-waerdige dingca te be^ 
& Dit wootd fm {dtdJit, vid) u, in 



ipp . '. Oad*Noordsi Gedigc vaa J^gloff N^^ H» 

Nafta fricabat Loricas 

.... .... op r^er Helden-baft"^ ^ 

Lhct Kijgs^haniasj 

« FiJere Kcuit in Onhfgs infula 

ibia man t ^nltM^ tin 

Zien kon men op 'tOmugs eiland <^. 
Per jfecula fnultum poft 

tlm alltium' mega^ fpban' 

[Dat},, fint* zecï* oikIc tijden', 
Ibi f uit ad dadiarum hdos 

9^av o: aft Xosbt^-leiïte 

Daier tot het zwaerdenrfjpel 
Reges procejferunt 

Softmnaar ^am-^tengtt 

De fLof dingen") overgingen; 

VKottingcn J 
Ruhicundum eraf circa infulam 

* Aatitnn tot nt ^tc eirr 

rRood-vcrwig"> was voor 't Eiland 

Abloedig > 

jlr ^olans draco vuJnerum 

%t 
Ar 



f[tt0-Mefte*-fara' 

de rvliegcndc bczccr«-drack» "\ • 
Upictfc J '^ • • 



t. ISIomiie ifimnt) nt Oh Wbrmi littrêit i bij OTcrdragt Üct Harnas; wantgel^k deBKt 
Dank: 4. f dg, 161* &er voor ftaet in 't La- 1 om de boomen , alzo is 't harnas pm 't lijl- 
Hjn eene regel verder frieahat. | van den Krijgsman. 



é. Oefc (hafia^ fpietfe) is eene regel voor- 
^aerts vertadt. 
<:• Baeftt» (if Bsfi dar Bomm) dog hier 



d. Is -één der Orcddifehi Eilanden. 

e. 't Latijn van deze zes ketfte r^ds koitt 
mij zeer diimer voor.. 



X X I r. 

« 

Pugnavimus enftHas. 

mnmm' titrt^ me^ j^iotbe. 

. wij* ftredea* met zwacrden; 

'^id eft ^iro forti morte certius^ 

l^tiati 'et « tutng^ 6ü fdgre 

Wat h [heerlijker dan} een (%per man ^e veeg ftaet,. 



£ijf^ 



èijlag0 N^ II REGNER LODBROG. tot 

Eifi ipfe in mucrönum nimbo 

9& pa i tfbfea de 

Alfchoon hij in der pijlen hagelbui 
jidverfiês coUocatus fit 

' 4^ntntrlmr f atinn berte 

Voor aen in den firijd gelaten weide: 
Séepe deplorat éttatem 

IXkwerf beweent zijnen rccow-tijd > 

V.oudcrdomJ 

^jn* nunquam premitur 

€r eSi^tsü nefletr 

Hij die nimmer fgcprangt word^ 

\jxi 't naeuw is, J * 

Malum ferunt timidüm imitare 

9[nt ftteba ar0 . antt eada 

*^t Is een kwaed, zeggenze, dat feig "^ is, op te ixekeiB 
jfquilam ad gladforum ludum 

9luru ab fbertia-Ietfte 

Den Arend 9 tot het zwaerden-kampfpelr 

Meticulofus venit nufpiam 

&U0-Mautuc liietmtc tfoam 

[Dog] De Blood-hertigp bekomt nergens 
Cardi fiio ufii 

ftiarte' fit' ato gagtte 

Zija^ hart' tot gebruik. 

X VjAVUtit N«i»fii«#nwi en heeft i« 4«-| //ftfMft door Bkkifim iiitg^cvea AP^ idSS 
Mi 99ll8t; zie Bnd: y^né RMdim: Grêmm: \fi 15. 



XXIII. 



Pngnavimus eujibus. 

Wij* ftreden' met zwacrden; 
Hoc numero ^quum ut pcoudat 

Sft tef m jafhc ab gange 

it tel ik voor billijk, dat opgae 



• > 



to« Oad*Nooidi GoJigt Via d^U^ N«. Vu 

In cotitaSu sJadiunm 

%t fam-togKt fwrta 

Tot den üxogortoat der zwaerden 
yuvenis ums. canfra aüerum 

^)3txm i mote' einum' 

De cene' Jongeling' 4en ander te geiXK>c(e^^ 

iVi^n retrocedaS vir h virê 

Stilte' ei; tiegn fj^c tegne 
at niet^ wijke' een man voor ecneo loan; 

Hoc fuit viri fortis Nobiütas diu 

^a^ tar 9^|eng^ Sl^al lefnge 

Dat was des Kloeken Adeldcnn van overleg. 
Semper debet amoris amicus virginum 

•91e pcd ailtrinnur vm 

Altijd p^ '^. een minnaer van maegden 
Judax ejfè in fremitu armorum. 

Cttiartmr i ^ ^tiecba- 

Kloekhertig zijn 0^ ^f ^| "> der zwaaden* 

a. Twee regds rch^nen 'er aen dit verttt I van deie twee ketfie legds niet té keiBüjk 
ontbreken om dat 'er gewoonlijk tien in ij- 1 aen 't vooigaende knoopt, 
der Ven zign » te meer om dat ook de am ^ 

XXIV. 

Pupiavimus en/lhus, 

t^tttgsum' frirt^ meb gto^lie. 

Wi/ ftrcden' met zwaeiden. 
Hoc videtur mibi revera 

Sitt finntft wkt rautmr 
it . Cchijnt mij cea ronde waerheid, 

^od fata feMtmyt 

^t antiiogtittt TFwnnt 

Dat wij 't Noodlot volgen : 
Rarus tranfgr»ditur fata Pereairum 

fatc gchiour urn ^ftO0 j^o^to 

^^^*^ f**^*'^"*S5 "^^ *' Ci^^'^ ^ Schikgodinnen, 



Myjap N^ n. REGNER LODBROG to} 

Non defiinavi EM^ 

Niets heb ik oefchikt bij ËUe, 
De vi$M exitu meée 

SCtt aflbuc iBge vakan 

Wegens des rymderdomi aflegging^ voor mii ^ 
*^ UcTcns einde j ^ 

Cum ego JatKuinem femnunrtuus tegerem 

^aer eg tiltffl ^sk ïicaeftiia 

Toen ik bet bloed half dood zijnde bedekte 
Et . naves m ofuas protrufi. 

4^8 96^0^11 a Io0 itflttofi. 

En de fZce borden) in *t water ftict. 
V^Schcpcn j 

Paffim impetravimus turn . • • feris 

^itt ftnfpxM lia 1M{0( 

Wijd heen vingen wij toen roqf-aes voor het Wild, 
Efcam in Scotue finuhus. 

I^er^^ i ^ftotlatibS ftojbum^ 

in der Schotlanaeren zee-boezems. 



• • 



IL Beft Sdoffdi^kefiiiKoKiiDg,4ieib!f-l b. ftaü (^4) ii Mie SEfd liooger tc»^ 
mr 'gevanmi hield, en eik , die MÊg/m Mo^ 1 tadt door Bttf^mt. 
Ui^, optet wKedfte fltaftc I. 



XXV. 



Pugnavimus en/ihus. 

Wij ftreden* met zwaerden. 
Hoc ridere me facit femfer 

l^t ||Iac0[(c twd[ lafnaitt 

Over dit lach ik immers, 
j^(^i Balderi patris fcamna 

9^ab ^dS^aHbuc-fitfmc iieldie 

Dat ik Baldurs- Vaders ruftljanken 
Parata fcio in aula 

S&una udttg at ^nm&tttt 

Voor mij bereid weet j in 'dat Hof 



Bih^ 



i 



104 



Oud-Noords Gedigt van 

Bihemus eerevifiam bnvi 

Drinken wij in *t korte* bier' 
Ex concavif craterihs craniorum: 

llr S^m0liitmm j^aufa: 

Uit de hoUe bekers van bekkeneelen: 
Non gemit vir fartis contra mortem 

Hij zugt niet, die kloek, is ^ tegen de dood: 
Magmfici in Odini domibus 

<©pri . a^ bfeoïin^ ftufnm • 

In des fdoorlugtigcn ">, Fcolins . huisverbliif ^ 
Lgrootmagtigcnj •* 

« Non venio' . iefferahundis 

<K* fiem* «0* mcö eili?u 

In Vidris Hof, en kom* ik' niet' met wanhopige 
Verbis ai Othini aulam 

4^ih tiïï l^iti|t|b ganar« 

Woorden. . 



Jfi/lage N^ n. 




a. SBaObtttfbtlUt ; is een bynaem yoor God 
9Un : om dat SEiaUDuc een zijner zonen 
wts : en tinfpeelt de Poëet verder •p 't ge- 
voelen der Noordelingen » dat de Helden na 
hunne dood met de Goden aanzaten , om 
hunne Ljckkemijen te genieten « en bier 
dronken uit de bekkeneelen hunner Vijan« 
den. 

b. f etfiq^/ geUjk ook het volgende Wbi^ift 



zijn bijnaemen van God OMtt/ Tolgens 0{: 

c. Deze drie laetfte woorden tiD Mci^ 
KaOac (In vidris Hef) héb ik» om de ]am- 
migheid te vermijden, voor de bovenftaende 
regel in de vertaling gebragt. IMm of 9b 
öac word in de Edda een Zone van ^Un 
genoemt , en in 't bijzonder E$n God d$r Wrd' 
At : geUjk ook hier S. XXVIL 



X X V !• 

Pugnavimus enfibus, 

!^ia80ttm' bier* tneb j^torlie. 

Wij* ftreden' met zwaerden. 
Hic vellent nunc omnes 

l^tinr biHtu nu aHet 

Hier wilden nu wel alle 

Fflii Aslaugée gladiis 

IBntk "^^^auflar orauntnmt 

De fgcborcne^ van Aflogre met krijgsgewecr 

^kinderen J 



Jhna* 






Bvlagi N^ ir 



REGNER LODBROG 



lOf 



jfmarum beUu^ exeitare 

S5tmtm j^iHbe tieiiitta 

Eeneo bittren Oorlog verwekken b. 
Si ixaSlè fcirent 

€f toandlige btffe 

Indien zij nacuwkeurig willen 
Calamitates nöftras 

mm tiitifarat' offat' 

Vap ons* flegt wedervaren' i 
^em non pauci angves 

l^ttt o-faec prmar 

Hoe niet weinige fSlangcD 'J 

^ CWormcnj 

Venénati me difcerpant 

<EiturfuHtt mi0 flpta 

Die venijnig zijn mij fdocn flijtcn^ 

Matrem accept fueis 

jlBotimi^ feil r0 tntmtm 

Den ^ Moederlijken aert ontfing ik in mijne 
Filiis ifa ut corda vakant. 

Jffiatt0um fUo at btoitutt huga. 

Zonen, alzoo, dat de herten deugdhaftig zijn. 



a. IMntSCt is de Haisvrouw van Koning 
Itfj^uff geweeft. 

b« Dat ook daer na deze kinderen hares 
Vaders dood op ElU gewroken hebben, is te 
tien in Pontami Hifttrsa Dameê, fol. 140. 

c Deze gevankenis en tdtgang van Reffnr 



word door Sdxo Gramnuukm üh: IX. op ge • 
lijke wijze verfiadt. Indien PcntMut van de- 
ze EMgmrs eigene getuigeniffe ware bewuft 
gewecft , hij xou over ^t fchrii ven van Saxe^ 
niet hebben behoeven te twijffelen. 



X X V I L 

Piignavimus enfihus^ 

|^tn00nm' t)ter* mt\s j^'ort». 

wij* Itredcn* met zwaerden. 
Falde incünatur ad ' hareditatem 

l^artia Hbuv at aefUe 

f Harde gact het na 't menfchelijk erflot 
VSierk nadert hetj "' 

Crudele fiat mcumentum a vipera 

45nmt ftmdur sranb afnotmt 

Grimmig ftact ' ae bete des adders^ 

O 



^ngois 



I 



lotf Ood-Noords Godigt van ^B^h^If^, IL 

^ngvis inbabifët jMam cordk 

4EH»n litssuv i(al {narta 

De Slange l)ewoont de Hofïak des herten: 
Speramus aJterius ad Otbini. 

a^aen^um ^x^ aft SNb»^* 

Wij fhopcn ^ hierom dat God Vidris 

Firgém in Ells fangmne 

Roede over EUcs fblocd ^ 

V^maegfchtpj 

H/ör meh üvefcit 

^^otmm' mintim* munefbeua 

Door mijne Zonen' zal fUcck 'ï 

^ir^ im TÜbeJcet 

^ttt titolntt nttnttn lierba 

en Zijne gramfdup p^^. "\ worden. , 
Nf>n acres juvenés 

4t\ mmnt fliarper fbeinat 

Geenflnts zullen die wakkere jongelingen 
Sefflomm tranquiUam facient. 

J^tttiiurt tiera lata. 

Hem gquft gewerden laten» 

a. WM^ tetttnc/ (G^ vidris rêêJê) voor 1 anderen, dat Gods Gramfdiap in wiack.on^ 
ker KWéurè. De zin van JRêgmêrs wenfch is I fteken xoode tot firafiè over BÏUx en. hier op 
dan , dat (i) God zijne zonen mogte doen *t 1 ziet de zinfpeling van door gnuofchap vediK 
iwaerd uit de fdiede halen ; dus zoude men i of rood te wordeot. 
de bleeke of hhnke zwaerden zien; en (i) ten | 

X X V I I L 



Pugnavimus enfibus y 
Wij^ ilreden' met zwaerden > 



Habeo ^inqtu^es 

I^ef' er pmtigum fUitia* 

Ik* heb' viiftigiMel Cyolk-twiftinge 

^ ^ IVcld-ofzce^ifc 

Praïia Juh fignis faBa 

foiït* onifrar frai ^ 

^ • » • • onder eere-tdkem v 



Extern 






MplajyN^U. REGNERL01>BA0G. 107 

Ex beïU ftivitaim* & fimel 

fiamms^fui^ 0| eina 

Op f fpitsgcdiogs acnbiedia^ ^. ook cenc. 
Lgcvcgts uitdaging" J 

Minime ■ putavi hominum 

JBinftfc Jujöt eg manna'» 

rMinft Yém. ik 

l.GccnfiiJtsJ ® 

$uod me futürui effit 

• «t mtct twra ^pfitoe 

Dat. boven mij wezen zoude 
Juvenis didici mucronem ruhefacere 

unftnr nam ra obb at rtotia 

<Want nog jong zijnde namikhetfpits om'tmetblocdterooden) 
•j^'&'w Rex praftanthr, 

%mxt itonj^ ftemrr, 

Eenig ander Koning, die rTroomer> was. 

UUoeker J 

■^^ ^fe irmtabura 

fi mrnm «efat {itotia 

Dog ons meenen nu de Schikgodinnen te ontbieden j 
^OH tfi lugenda mors 

<Cï ei f^ante (attte 

t Paft niet fte weenen om de dood'l 

V-weencnde te fterren. J . 

o/: ITorw: ifc üdm 4: /4p 166 en no. En 
jPtfB (Aj^»&tf, Volk) 21e Grémmi Iflamd: 
door «Hf*: Ao: f68S itt 4: uitgegeven pagiio 
en lO]^. dus bchooren deze woorden» JfoUi 



en ébixtm bij een ; waerom ik de ▼ertalinf 
van JfoH bij t vooigaende woord jbinita ge^ 
voegt heb. 

b. IBinff ndtina ( èimmê hcmhmm) voor 



XXIX. 

» 

t Oemoed* wd' hier van affid 



luvitant ^ J^yfg 

frim Bjote mier ^E^nfiir 

t'Huis ontbieden mij de DKnareflèa 
^Mi ex Otbim Aula 

*èm fra »ecian# l^u 

Welke uit des Heeten Hof 



O %. Ofbi-^ 



[ 



loS 



^ 



Oud-Noords Gedigt van, enz, Bijlage Ne. II. 
Othinus mihi mi/i f 

l^efut' Otnnw^ miec' frntiat^ 

Mij^ Odin* heeft' gezonden*: 
L^tus cert^ifiam cum Afis 

^labur llialeg ol meti Slfum 

Blijde zal ik f Ad ^ metdeSchik-godinnen 
In fumma fede 'bibam. 

31 onbl»0e tï^a. 

Op de hoogfte zitpkets drinken, . . 

Fita 

Des Levens ftonden' ziin' /verleden 1»^ 

LvcrloopcnJ 
Ridens -moriar. 

Saeisianbe |lial es iieia. 

Lachende zal ik fterven. 



elaf/iC funt borée 

eru' Ittinat^ fhintiec' 



EINDE. 



De TTCcmde Uitdrukkingen in 't Vertalen 
▼an dit Gedicht lulltn menig Lezer, ter oor- 
lakc van de Ongewoonheid, mooglijk meer 
gehindcrt, dan wel de Schildcr-fpelingen en 
Grootmoedigheid vcnnaekt hebben, of ande- 
die op dit laetfle meeft haren aendacht 



ren 



lieten gaen , zullen miflchien ^er den Dich- 
ter als al te vreemd , Hout , en buitenfporig 
m de Zins-Overdragten verdenken ; maer de- 
zen dienen zig te erinncrcn , dat dke Tael , 
als ze woordelijk vcrtaelt zou worden (gelijk 
alhier, zo wel bij Ol: Worm\ in *t Latijn, als bij mij 
in 't Nedcrduitfch betragr is) wd O verdragten 
zal vcrtooncn, die vreemden wonderlijk voor 
Vreemden zullen fchijnen, en dienogtaaaelk 
in hare eigene Tael , om hare gewoonheid 



aldaer, niet in 't minfte vreemd nog bniteiH 
fpong klinken : en dus zuUen mooglijk en 
niet onwaerfchijnlijk die Overdraiaen, welk^ 
ons in dit Gedicht het all<Moutfte toefcBi* 
nen, ten tijde van dezen Noordfdien Dich- 
ter in zijne Tael wel al oud , en teer ge- 
meenzaem , en derhalven al te gewettigt ge- 
weeft zijn y om die te verwerpen of daer 
van af te wij^ken Ten minfte dunkt mi) , 
dat ik dezen Oud Noordfchen Dichter tê 
kort zóu doen » zo ik verzwege % dat ik tot 
nog toe op verre na niet onder ecnig over- 
blijÊfel van OudDuitfche Dicht of Rijm zo 
veel blijk van Poëzij of Scfailder-Geeft ge- 
vonden heb« 




ONDER- 



^ 



I. Ferbandth lop 

ONDERZOEK 

OVER ONZE 

NEDERDUITSCHE 

LETTERKLANKEN 

Ecrfte Verhandeling. 

Wegens de Schikking der Letteren, gewwmfyk Spelkcmft 

genaemt. 

Zevende RedewiiTeling.. 
N. en L. ' 

• 

N. "^ yEclhcid van werk, en vereiTch van af te breken, waren oor* 
\j zaek ) dat we laeftmael verzuimden een voor-beüchik te maken 
V over welke ftofiè onze tegenwoordige Redenwiflèlinff zoa 
vallen; evenwel verwagt ik niet, dat onze bijeenkomftvni^ek>os zal zijn ^ 
overmits ik agte , dat men in het onderwerp, 't welk ik op het ooge 
heb , u niet onbereid kan vinden , ik meene onze Nederduitiche Spel-- 
konfi. 

JL. Zeg liever Sfü- of ^mhktmfi: want over al het Grammaiicael woxd Verdriet 
zo veel mondelinge kibbeling i^et gemaekt , als over die beuzelarije al- f^^u^u" 



leen. 



Tan de g^^ 



Elk fchijnt in zijne voorgewende verbetering wel daer op te doelen dat woonlijke 
men Spellen moet zoo als men fpreekt , doe hoe men fpreekt , of (preken j^^^* 
moet, is dan 't verfchil. Meeft ijder difcht zijne eigene uitfpraek, of die ^^^^^ 
van zijne Geboorte- ttad, als het. befte rigtfnoer voor, zonder acht te gtwcnDaaffijkfi 
op de vedchillige Uitspraken {JDhileRen) der celijk-regt-hebbendc ftedcn , 5/ti%. 
of op de onderfcheidene klanken, die tot (k Gemeem-lands DialeS be- 
hooten : buiten den Schrijver van de Idea vond ik gecQ eenen die in Let- 
ceckonftige LefTen zulks gade iloeg. 

Weinigen vond ik 'er, die in 't verhandelen der Klanken opmerking 
lumen op , der zelvg: verfchillige vorming , terwijlc nogtans daer uit S 

O 3 hacr 



Ito ONDERZOEK OVER ONZE %: 

h'aer onderfchcid ontftaet , co ook wciiügen , die zig teder geno^ van ge- 
hoor toonden om 't fijne ohderfcheM te lii£;terhit€|i. ' - ' ^ 

Onder de genen die , na hare uitfpraet uiiftereride , meer kmnken be- 
merken 9 dan ons Letters door *t gebruik zijn nagelaten , en dacrom nieu* 
weLettoïof Teekencn zouden willen in vocreii, vind men meeft al , datzczig 
ten onregtc flooten aen de dubbel-ledige gedaente van (bmmigen onzer 
Letteren, *al§ CH, 0£^ £U enz: $n ^yrcspxi met eene nppdelooze me- 
nigté^van oicuwe L^tt^teekeneii den Lez^r sou^d bezwaltn ^ V€>^endebij de- 
zen mifllag nog een' hieuwen , van'iiare Vihdifig oF fchikkin^ tot 6eri alm^ 
tneei^ gebruik .iJterk aen te prijzen , als geen ondericheid makende tuuen 
•t gene xbt het <Éaglijkfe balr^ vcrcift word , en tuflen 't NaeuSeürige 
( 't CriUfêe Vdat vobtl.dc.IJet^B;uq|fi^^4i6ill^^^^ M- . ^ 

Weinigen vond ik ook , die niet ot op ftrijdige of op verilxooide grond- 
flagen redeneerden , en ni^m^d die.uitcenvouc^ bc^n alle zijne reden- 
gcvingen over die ftoffe ging 4fleiden«' . ^ 

Hoe gebrekkig veelal tot nog toe over dit fcuk gchandelt zij y elk 
nogtans zil:^ eVeü hoog een toon, Ja de minlle die ooit Letter aen den 
druk vertroude, durft moederlijke tael voeren, even of hij den Goixhaen- 
kn knoop zonder ^t zwaerd van Alexander yfriA te ontbinden , en wetten , 
of ten mmfte racdgevingen, voor te fchrijyen , die elk redelijk menich be^ 
hoonfe te volgen. Ik ^voor mij ben al lan^o tüd in dat zelfde gevoelen 

feweefl, 't welk ik onlangs bij onzen Vader der Nederdüitfc Digteren 
■• V. Fondel in de Voorreden van zijnen Paiamedes vermeld vond, naem- 
lijk , dat hij ten opzigte van de SpeUin^ meeft den gemeenen fleur volgdefj 
mtgezeit in weinige dingen , als ook agtende dat V zo veel met aen gdegen 
is^ dis z^ fonmigen toél inbeelden i zegende ook een weinig vader, ^, 
tou ffkn hie¥ af iet zeken beflmten^ M noodig Toare^ dat een tweede Cad^ 
éüès vèrrezej diè nteer Letters vond ^ e» het A^Mee verrijkte-^ en dat wij voor» 
eérjf de Grièkfihe Eta^ en ie De&ifshe OE möeften invoeren^ en daer teUm 
ienigè Letters moeten verwerpen. Dog zulk een hervorming van 't ue- 
bruik verwekte ügt een bittre LettertwÜl % men houde mij ten goedri 
dat ik die kibbelingen niet veel tijd-fpilling waerdig agte > naeuUjks. zou 
ik luft hébben om rckenfchap van myn gewoonte van fpellen te geven, 
veel min om eenen ander daer in leflèii voor te fchrijven. 

N. Ik eifch ook nogte 't een nogte 't ander : maer ik doelde op uwé 
Aemierkingen ^ die gij vobi* cenige jaren over die floffe op het papi^ bragt, 
op dat we hier na met vrogt mogten fpreken over 't gene ik wegens de 
onderfchddene Spreekwijzen {DiakSen) te vragen héb. 

Li. Dat onderzoek ondernam ik wel eer om mij zélf te vokbcn ^ en 

dit opftel maekte ik ten diende van een mijner vrinden ^ die weo een 

ruuw denkbceli bezat van 't verfchil onzer I)iale^en : dog ddsc Aenmer*- 

kingen zien alleen op de Critique Spel-kunde^ zonder 't Goneene gebruik 

.. daer aen te verbinden. 

Onder- ^^ ^^^^ ^^ Letter-SpdUng twcefints aen, voor ecrft ak Burgeriijk (P#- 

fchcidtttf* lifM 



I. FerbanM NEDERDÜITSCHE LETTER-KLANKEN. rrr 

few), hebbende bacr opzicht op zulk een Algemeen en doorgaend Gc-^^^^^*^- 
braik , waer b de Voornacmftc Schrijvers mecltendeels over een komen % ^dJ^Ujyy^ 
en ten andere als Natucrkundig en Naeukeurig {Phyficè 6? Critici)^ ruf-cnmijeo 
tende op e«i natuerkundige Overweging van de ondcrfcheidcne Klank- f^^''?jV^ 
vormingen , en op een nacukeurige Rede-lchifting op zulk ecnc Overwe- ^)^^ 

gmg gebouwt. fing.^ 

öc Burgerlijke y wdke op het doorgaendc agtbare gebruik is gereft, is 
bij mij van zuUc een gcwigt , dat ik die ten emiemael aenzie als ecrr 
Gewoonte-rcgt, 't welk tot de Gemeente behoort, en dies ook voor zoo 
veiTe haer geheiligt ontfach verdient , op dat men niet vervalle in be- 
klaaglijke verwerringen en moeite, door (nijdige Spellingen, die den zin 
der' woorden veifeiJTCren $ en op dat ook met aUc de agtbace en lofVaer* 
dige fchriften onzer beroemde Lctterheldcn in hare verdiende waerde en 
ecre verkort, en voor den naekomeling minder nut Vcnien. PoUttd dan. 
ruft ik in het agtbare Gebruik zomder tegenftribbeling, zonder andere ge« 
woónte te w31en invoCTcn, 'fchoon ^er bij uitpluizit^ (Criticè) wat op te 
zeggen is. Zoo vind ik ook dat ieder Tzel polificè een eigen GdDruik 
van Spelling heeft , dat onder hare Geleerden doc»-gaet en ftand houd y 
fcboon' *êr Pbyficè vrij v^t aen hapert, waer van het Franfch ons een aen- 
zienUjke proef vo-rtrékt. • Indien f o jaren herwaerts elk onder on» op dien 
Toet ïig gehouden had, geen vreemdeling zon reden gevonden hebben om 
te klagen over de veleniande Spelling bij de hedendaegfe Nederduitfche 
Schriften. 

Dog als Pbyfietfs ^gt ik dat het elk vrij itaet om op zijn naeukeiirigft 
(criticè) deze Stofl^ te onderzoeken , ^ kunnende gefchtèden niet aUeea 
zonder hliKler<^ leed tedoenaén^t Gemeen, miiermetvr^gt, totopfcherpixig 
TUn ^ Vbrftand, om te leereh kennen,, wat Klapken tot onze Tael beboo-^ 
ren^- waer in ze onderfcheiden' zijfi ^ hoe ;die gevormt worden > welJ;:e ge-» 
mengt zijn y of niet % wdke 'Letterteekem ons door 't Gebruik overge-» 
levert zijn , om die uit te drukken ^ oif we ook voor eiken bijzonderea 
Klank een bijzondere Letter hebben , dan óf niet een zelfde Letterteeken 
te mets voor meer als eenerhanden Kknk dient, en of niet. wederom ee* 
dgp gemengde of dubbele Klanken door eene enkde Letter worden uit<>^ 
gpbedd s in weUc crifief onderzoek voor al t0 betragten » , dat 
men zo min nieuwe teekenen neme , en zo min vaü de gewoonlijke of 
meeft bekende a^ijke , als eenigfints moogliik is , op dat niet door te 
veel- vreemds de moeilijkheid meerder werde dan het nut; .Wijdere ftrekt 
2ulk een onderzoek niet alleen tot vermaek van dien^ óie luft fchent in ^t 
Natuerkundige, maer ook om door dit middel de eigenfchappen oer on^ 
dericbetdene DiakSten elkander ten netilen verftaenbaer te .kunnen voor-» * 
fldlen. 

V HL 

^ N. Ik wift wel dat we hier in op eene booj;te lagen j*^ zeker, zo laf- Nutrt 

tig en beuzela^g de gewoone kiboeling en meng'^nouding omtrent de ▼crmack 

dac^kife Spellmg mij voorkomt, zo heerlijk en waerdig agt ik dit uw ^^Sp^ 

gmeule Criticus en Pbyfique onderzoek^ vermits hier in zig openbaert de k^ndc» 

hoog- 



xu ONDERZOEK OVER ONZE 7.' Redeutrif. 

hoog-vcrwoiKicreQi-waerdigheid van de weinigte der klanken , door welken 
niet alleen de woorden van onze Tael , maer ook van alle Talen , die el* 
dexB zijn , gcvonnt worden. Dus wandelen wij laögs den weg en 't voet- 
fpoor onzer al-oude wijze Voorvaderen , die eertijds door natuerkundige 
befchouwingen en zoer-naeu*luifterende opmerking dit tedere ondoichad 
der Klanken zo verre hébben uitgevooden \ dat ze daer door. den grond- 
flag leiden van alle volgende Letter«*gdeertheid , toen zij deze vuKUng 
verrijkten met Merkteekcnen of Letters om ieder dier gevondene Klanken 
te verbeelden : hier uit fproot dan deze Onwaerdeerbjke Kennis van in ge« 
fi^hrift door weinige Teekeos onze gedagten aen een ander te doen ver« 
ftaen 5 terwijl men te voren zonder deze wetenfchap, op zijn beft, niet 
nader zig kon uitten , dan armmoedig door CbaraÜers of Merken die ij- 
der voor een woord of zaek dienen , na den tr;mt van 't oude Gebruik 
der Effpiemren en vin 't hedendaeglë der Chinezen , waqr^ toe een onna- 
fpeurliik getal van Teekens van nooden is, 91 's menfchen levenstijd te 
kort {chiet in 't Iceren , uit hoofde van de onnoemelijke vericheidenheid 
der zaken. 

IV. 
Edclhdd L. Mijn Heer wekt mijne verwondering op nieuws weder op j waht 

y^p de vinding van 't Oidericheid der Letter-klaQKen agt ik, dat in ichiunder* 
vsm 't on- ^^ opmag tegen de edelfte , die ooit uit 's menfchen^ herllerien voort- 
deifcheid quam. Om door Charafferen ieder woord of zaek te leeren uitbedklen^ 
der Letter- wierd meer Werklijkheit dan hoogen Geeft , meer Onvermoeitheid dan 
*"^ken. nacukeürig Onderzoek vereifcht. Maer wat anders had het in, die fiiellc t'famen- 
koppeling te onderfcheiden , en te vinden uit hoe weinigerlei klanken die 
bettaen> jae laet tjder vrij, hoe fijn zelf van gehoor, ( mits dat hij onbe* 
dreven zij in Z^uti^- of Speel-konit ) een ervaren' konAenao* bezig vinden- 
de op fnaer op pijp , eens na^peuren uit welke bijzondere klanken 't &> 
zang en de leiding van 't geluid beftae : ven'e van daer 1 zo de roenng 
wat (hel gaet , hij zal ze niet kunnen tellen ^ en onvergelijkelijk (heller 
dan de fnelfte Toon-leiding rollen de Letterklanken over onze tonge > ja 
2elf zo fiiel dat niemand £ klanken kan onderfcheiden van ecnen <ue hem 
een vreemde tael te voren fpreekt, niet tegenftaende hij de klanken van 
zijne eigene fpraek , die van gelijke natuer en flegts in t'iamenichikking 
verfchillende zijn, reets naeukeurig heeft leeren ontleden. Met r^ mo- 
gen wij dan uitroepen , o , hoe fijn van oordeel hoe naerftig in 't onder* 
zoeken ziin die Geeflen geweeft , die allerecrft zo edel een Klankfchifidng* 
iiebben uitgqrofichti 
V. 

^^'^fj N. Hoe komt a de bedenking der Geleerden te voren di^ de Lettervin- 
Lm^- ding ouder dkn den Zundvloed ftellen? 

vomtn^ 

ouder iij L* Zo <lic waer was , hoe zou 't begrijpelijk zijn dAt feenigbn van Nbacbs 

^^f nakomelingen, als tegenwoordig nog dè Sineefch, en eertijds de Oud-E- 

vloed. giptenaer , dien laftigen uitdruk van Charsderem zouden onderhoud^ heb- 

^ oen ? Wien zou 't geluftên , die immer geleerd had met dert% .Letter- 

tec- 



f 



X.Fèrlmniel ^lEDIalDX?IT9CHE LETTEIUKLANKEN. iij 

4:eekenen , of minder , alle zijne geds^en uit te drukken , %ig over te ge* 
ven tot eea gebruik daer in. hii xfiiA andere . honderd-duizend minder ver- 
mogen zou dan met di^ daftlg? zelf die Chara&erkonft , hoewel ilaer alle 
ichijn de oudfte^ vermits gemaklijkft te vinden, en ichoon ijder (chran- 
der Huisvader van de eerfte tijd bevoegt en bequaem was om onder zijne 
Hui^enooten zulk een konft vaft te Hellen, is waerfchijnlijk van nog jon- 
ger &ijg als Noaohs tijden ^ ware het andere ge^v^eeiV, men had hatelijk onder 
alfe Volkeren federt de Verfpreicfing «en algemeen overblijffcl daer van ge- 
vonden > terwijlc in tegendeel niet boven twee of drie Volkeren die ge- 
bruikt hebben, waer van ijder, vermits verre van een gefchciden gewecft 
zijnde, als eigen vinder van zijne 'CharaSeren te fchatten is, 

Maer om weder ter zake te komen. ' Het vermaek in de natuerkundi- 

;e befchouwingcn heeft mij wel eer tot het Criti^ue onderzoek van die 

:ofFe aengefpoorc t 

Geen hinder nogte verwarring kan 'er ook fpruiten uit dit onderzoek, 
t>m dat het gevondene niet tot daeglijks Gebruik , daer nieuwe Teckenen 
boven de Letters te laftijo; komen, maer flegts als een Natuerkundige o- 
verwe^ing word voorgemk > aUcboon men dan dwaelde in zijn' grond- 
ilag, het behoeft niet verder als Stellinger- wijze {SgftêntéUicè) aeneemerkt 
ce worden. Ên , zo *er al onder de Critifug onderzoeken metter djd eenige 
manier zig opdoen mogt , die zonder gevaer van verwarring , zonder veel 
moeite, dienitig zou konnen zijn voor 't Gemeen, die keure zou ik re- 
ioenen aen niemand beter te behooren als aen 's Lands Hooge OverèM^ 
H zij Haer EË: of *door voorgang of door laft zulk een nieaw Gebruik 
gekiftedoi te wettigen en ie docti gelden. 

N. Dit voorbmigt is genoeg oto te verwittigen met wdkc oogen men 
uw Opftel van 't Onderzoek diene aen te zien. Na mijn gdieugen , van 
toen ik het zag , hadje uit keurlij kheid de Sjpelling van 't zelve in uwe 
Critifue form gebragt, om alzoo in eenen opilag te kunnen gewaer wor- 
den , waer in , en hoe weinig u^e gewoonlijke Spelling ( die gij na 't 
agtbare Gebruik fchikt) van deze CrrV/fi^^ verfchilt. En, dewijl we 't hier 
in eens zijn, dat dit Onderzoek als een Voorlooper djen weg dient cebaenen, 
t>m de bedindin^e der DiakSen gemak en licht toe te brengen, zo ver» 
i^v^agt ik ook met anders als uw toeftemmen , dat dit uw 'Opftel onmid- 
delijk hier op volge \ verzoekende wijders het zelve nu nog eens nader 
te mogen overlezen , als wanneer ik aenneem , 't gene ik opmerk , vrij- 
borftig te zullen inbrengen. 

L, Ik zie niet hoe ik het verbij kan, als we, volgens uw voornemen, 
na dezen tot het onderzoek der Diale£ten met hope van vrugt zouden o- 
vergacn. Zie daer dan , mijn Heer , het begeerde. 5 voldoe uwen kift, 
4cn vergeet uwe beloften niet. 






Aenméri^ 



^14 ONDERZOEK OVER ONZE 7. Rukw^, 

Aanmerkingen 

Or«r de 

CRITIQUE SPÉLKÜNDE 

Onzer 

Hóllandfche Spraake, 

I. 

Yê&r^rtr^ ' ^^ SpélBng onzer déftigfle ScbrijverM ^ voldM ieettr aam d$ maarê éif^ 
tsoL fpraak dan die bij éénig ander vélk mij tekent ^ en fcb4én Z4 te mets in ge^ 
vallen van klein belang verfchillig zij ^ ze béwd égtef zé veel froeve , dat ^ 
eene uit erft e volmaaking voor daaglifks^ gebréik ^ ±owier kUm van eene agtbare 
kandy te willen invoeren ^ eenigfints reikt fia Drift tót wat Niewsj éf na On- 
tijdige Netheid. Om béiden te fcbuuwen bediene ik mij mééft al van de Ge^ 
woonüjke. Het réwt mij négtans niet dat de luft tót befiiaaving der ffdag-^ 
ten mij wél-éér aandreef tót eene vrije naafpeiring omBir Klank-künde. Hoe 
ik bet ^ond j dééle ik uu thans meéy op uuw verzoek. Het geene gij goed' 
keert y bebówd voor uu\ V geene gij met verftaatj vraag naader '^ V gisene gij 
kwaad vind , verwerp. Deeze Janmérkingen zullen ten minfte uuwe gtdo^" 
ten kennen ophelderen ^zóó weegens eene goede Uit fpraak ^ die de grondjlag is van 
^élfpreekendhéid , als weegens de tee£re onderfchéiding van Jonmige Klanken 
onzer befcbaafde Gemééne^Lands-Spraake. Deeze worden alpier aangeweezem 
door beekenen booven de Letters , oangeTuen^ ter óórzaake dat wij méér der 
Klanken als Letters in gebruik hébben ^ zonder dit behulp^ aan de Létterk^- 
dige Critique verhandeling baar voUeedig bejlag met te geeven was% nógtans be* 
doelde iky om zé min moochlyk ware van V Gewoonlijke af te gaan. 

I L 

httiifwlrp jfile de veréifcbte Klanken eener befchaefde Taele vobnnektetijk en wiskon- 
«9 ^^^^^ftig door Léttertéékenen éit te drukken y is het onderwerp en óógmérk van de 
Spélkünft , Naew keurige (Critique óf Phyfiquc) Spélkinft: dóg de B érger lijk e ^ die tót 
ntMg$n$ 't het daeglijkfe gebréik behoort , neemt de agtbaerfte gewoonte tót boer voor*- 
Critiqiic. heeld. 



tSmgi 



III. 

J'ót de volmaakte éitvoering van de Critique Spélkinde is flégts één éénige 

g'ond* 






t.Ferbandeli If^DÊRDtJITSCUE LETTERtKLANKEN. Uf 

grond/lag van nóóde^ naamlijk^ dat ijdcr bcxondre Klank 9 zó korte als lan- vm itOA^ 

¥ï , zijn eigene Léttcrtéékcn héboe , en dat ^ólchlijk ieder bezoiider ^g^ ^P*^ 
écken , zonder overtolligheid ^ in zulk ecne orde gefchikt ftaa , gelijk "^^^' 
élks vaxifchte Klanken in de beichaafile Spraak' agter één worden voort- 
gcbragt. 

I V. 

Dog zonder ivaere kennis van het onder fcbéid onzer Klanken j en van ij der s "tvmifch 
eigene Léttertéiken ^ is '/ onmooMijk deeze Reegel te voldoen, van ce Spél-**''''?^*- 
len^ gelijk men befchaefdelijk ipreekt. 

■ 

V, 

Om hier toe te géraeien , bet ik, onder eene vlijtige opmerking^ in V hóó' Twiider^ 
ren, mij bedtent van twéé middelen: het éérfie was een onderzoek van de on^ ^Sf'^^ 
der/chéidene Férming der Klanken j en bet andere ftrékte tót eene Toets en ^^i^ || 
Proeve, óf de gefielde Léttertéiiens , na élks é^ene aert éitgejfirooken zijnde, Moimn* 
V begeerde woord te faemen éitmaeken ^ deeze Proeve befiona in een' veelvów* 
dige én ongewoone Léttergreep^fn^ng' : als bij voorbeeld', het "Woord gebrui«> 
kdijk, zó het wél gejpétt :eij, lijd gééne verandering in de éigenfchap zijnet 
Klanken, fchóón de Snijding verfchillig voile ^ 

als Ge-brüike-lijk 

óf Gcb-riiikcl-ijfc 

óf Geb-rüik^fijfc 

óf Gc-bróik-e-lijk, enz: 
mits dat men 7ug wagte van eene ongewoone óf te lamme tiffenpóÓTunge im 
bet faemenbinden der Léttergreepen , en, dat men, zóó bij dit woord, als b^ 
alle anderen, gééne zagte b éitfpreeke als de harde é , gééne zagte o als de 
harde 6 , en ^énen Kort-klinker lang , nóffe Lang-'klinker kort \ nópe óók dat 
men éénig Débbeld-litter-téiken , V welk eenen waeren énkele» klank verbeeld 
{als daer zijn de öe, t,v, cvi, en wijders alk de verlangde Klinkers) , in 
de Létter-^fnijding van^éH fchéide. Door behelp • vim deeze Toetje vond ik 
misJlaegoH, die ik t^ voeren niet bedacht. 

V r. 

In V Onderzoek van de Klank-vórmingen doen zig op twéé gants onder* f^P/ff^ 
fcbéidene foorten. Bij ie ééne behówden de Klanken, van V begin tot bet éin- *p^*^^7^ 
de, hoe zéér ze mogten verlangt v)érden, een zuiver Jlérk-doorgaend en eeven-- minidir " 
dragtig geluid , welks f^órming gtfcbied zonder éénige volkoomene toejlüitin^ Klinkers*» 
i;aje Keel' , Tong' of Lippen 5 aeeze voeren den naam van KLINKERS (Vo- Mcdcklin- 
calcs). De an^en tijden gééne zuivere óf heldere Verlangin^ , als beftaande ^"* 
alléén in een zeeker Sis-gelüid , dat voor óf naa de Klinkers , min óf méér 
helder en fnél, na maat e van de onderfchéidene trapsgewijze fluit in^ van Ton^ 
en lippen , gevórmt ivord-, deeze noemt men MEDEKLINKERS ( Confo- 
nantes). 



#I« 



ONDERZOEK OVEK. ONZE 7. Rtdewiff, 



t VIL 

VAndêVér- I^ ^^ Virming der Klinkci'S hefpeure ik tiendertéye kénnelijk-mdfirfchiident 
mingdir groeden van ruimte tuffen Tong' en Ferheetnelte. 

Klinkers j//^ ^^^ éérfien , bij wélken V midden der Tong' zig opkrult langs 7 
'/ƒ ^'T ^ f^^f^^^^^ii^ 5 ^» ^^ '^ midden \ op bet hóóglie , het zélve bijna aenraekty 
(of Wy^^ ontfiaet de zagte Lang-kliaker, die men door ie uitbeeld^ gelijk bij V woord 

^^ ^^^/^' ^f^»»//r ^^ r«7«?/^ /^/ ^^ tweeden graed overgaet , *^^ w//ièifw rfi? «^/?/^ 

en AA {of f^^ der ing tuffchen Ton^ en Ferbeemelte wat agtérwaerts wijkt {gelijk bij élken 

^yl^^^ graeds-oovergang gefchied) zó word daer uit gebooren onze fcèérpe Kott-klinr 

oo-i oenj^^^ j^ ^j^ y^j ^ijj. gf^ deete tot omtrent op het dt^beld verlangt zijnde onze 

Q05 Men JLang-kKnker y {éf ij) y als bij Myn {Meus) en Lyden (pati)^ mits dat 

Jf^' y^ ^^^ ^ «/(/Jr^^*^, Wi55«»y Gemién-Lmdfe DialéR^ dég neef volgens de Riju^ 

(ofvEji ^ jjfiijteUlandfe ^ waer in ze klinkt eeven als de twééklank éy {ófm)y nög^ 

en OE. ^^^ ^y^^ ^j^ ^ plat-Rotterdamfe^ waer in ze bij na eeven ééns luid als de ib. 

De Latynfihe Y , Jcbéén die van de Griekfobe Ypfilon ontléénS is , hébben on*» 

ze Drukkers feedert eemge jaeren bet zelfde doen gelden ais onzen Laag- 

klinl^er IJ, Ik twifie hier niet oover de Gedaente der Letters , maer bandele 

van onze Klanken , en welke Léttertéikens daar voor gftn^er zijn. V Ge-- 

brüik geeft de tVaerde zó wél aen de Charaótcrs als oen de IVoürien. 

Bij den derden graad , al vérder voortzakkende , komt onze ZMgte Kort- 
klinker e ^ als bij de woorden te en de y en verlangt zijnde de eb , ah 
Week {hebdomas). Indien men agter deeze zagte e onmiddelijk den Klank 
van onzen fcbarpen. i liet volgen , zó zéw tnen een' Twéé4clank óf Dubb^ 
klinker maaken^ die in geluid wein^ verfibiüen zéw vofk onzen boovengefwmden 
Lang-klihkcr y {óf ij). 

Bij den vierden zakt de Tong' nóg al verder^ en werd onze heldre óffebar^ 
pe Kort-klinkcr b gevórmt^ als in V woord Bsl 5 en verlangt zijnde de éb 
als bij Week {molUs). De Stigtenaers fpreeken deeze ü eeven^én^ uit ais 
V Gebleet der Sebaepen^\ de Maezcnaers wat zagter ^ en minder van de 
zagt^ EE verfchillende. Dat zelfde Geluid, van deeze Stigffe eb is bij ons 
in V Jlgeméén óók in gebruik omtrent fommige woorden , ten opzigte van wel- 
ke de Spreeker óf Schrijver zijne keure heeft , óf hij den klank van bé óf 
AA {óf A^) gelieve te neemeny als zwéérd en zwavlkt^ {ófiWAAKD)$. 

RÉGTVÉÉRDIG en REGTVAARDIG {Óf REGTrAERDÏG)^. OnZ. 

■ Bij den vijfden vind ik onze Kort-klinkende Ay als bij Man y en deeze 
verlangt zijnde onze aa {óf ae)^ als bij Maan ((j^Maen). 

Onder alle de Klinkers i's de Aj {vermits die nógte door Ton^\ nógte door 
Lippen belemmert word) dé Kragtigfl-klihkende ^ waerom ^ onder de anderen 
in V vergelijken , zAlk éénen Klinker den Hélderften óf Schérpflien óf Hard*- 
jften '7^1 noemen , welks vorming naeft aen die van de a komt. 

Tót düs verre had men zig niet zéér te bekommeren met de Lippen y die 
vrij moffen oopen-jtaan , dewijl de Tong genoegfaam was voor de veréijit Be-- 
faaling* van ruimte y^ maar vérder gaamde^ ^^^^^^ deeze zig allénskensfiiiten^ 

z4^ 



i.Firhani. NEDERDUITSCHE LETTER-KL ANKEN. 117 

7&Ó de Hoon-klanky in de KeeV gemaakt^ in den Mond zifne bepaalde Letter- 
vorming erlangen zaL * 

£ij de zé/de verwijdering word de heldre éf harde Kort-klinkendc ó ge^ 
vormt ^ als bij ^t woord Slót.^ en^ verlangt zijnde^ onze óó, als btj Dóóp. 
. Me zeevende graad brengt de za^e óf dof e Koit-klinkcndc o voef den 
dagj als Uj Bot {ftupidèy^ en lang zijtfde onze 00, als bij Door {per). 

in den agtfien komt onze fcbirpe Lang- klinker eu, als bij Deun, en kort 
zijnde onze fchirpe u^ als bij Disti. 

Bij den neegenden onze zagte Lang-klinker vv {óf vh)^ als bij Zuur {óf 

ZUER. 

En uit den laetflen ^aad ontfpriit onze Lang-klinker oe , als bij Zoet. ^ 

Deeze Klanken eü en 0% ^ {boewél door dübbeUeedige Téikens üttge^ ^^^ ^^ 
beeld) héUnm de éigenfcbap van zuivere en volmaakte Ênkcl*klinkers , ^^. ^^^ , 
want , boe zéér sjder van die verlangt wérde , hij tmI in V begin en ^el-Uin* " 
einde eevenééns luiden , V welk bij géénen andren dan bij een^ waar en kenw/»* 
Énkel-klinker gefchieden kan 5 derhalven is ijder van deeze Dübbel-tééke' 
nen altóós als onverdèilt aen te merken , en verdienen criticè hunne eigene 
plaetfen onder ons A-Bee> zonder dat men zig behoeve gebonden te bówden^ éf 
te fióóteny aan ijder s gewoonlijken naam^ die bij misjlag ddbbel-klankig genoo* 
men is , ter óérzaeke van deezer Letteren gedaente. Foer omtrent één ééw 
gebruikte men dikwijls ub vow onze teegemuoordige bu , en weederom eu voor 
onzen Lang-klinker ue 5 gelfjk óók ou voor onze f hans gewoonlijke or\ en 
voer omtrent i, 3^ ééwen fcbreef men óók oe in pkfiat/r vanoo. Tenopzig- 
te van de naatnen van onze eu ^/i oe beeft mengééne anderen te zoeken^ al f 
zéials ijder klinkt j eeven^getijkbij aüe onze andere ixiktVk^vikexs gefcbied : die 
niewe naamen zullen gééne déifierbéid meedebréngen , dewijl zij de zaaken 
zélf uitdrukken. V Is óók nóódelóós dat men na andere Léttertéikenen tót deo" 
ze Klanken omzie ^ dan deeze van ooverlang gebruikelijke -y dlzó niewighéid laf^ 
tig valty en deeze bekent en . zonder dibbelzinnighéid zijn. 

Hoewél niet zonder misjlag onze fcbarpe Kort*klinkende u den zelfden ^^^ * ^^^ 
noem voert ah onze akóds-d^ang- klinkende uu {óf vk) ^ niettemin beeft ^fpf'^^^ 
^nze u den zelfden ftand van Mond en Lippen^ als onze eu j en is imgeUüd r '^ ^^ 
met anders als de eu op baer kortjl éitgefprooken. *^" 

De moeilijke vaortdrijving van Klank y ter óórzaake van de gróóte ruimte iVetrom dt 
in den Mond , en éngen doorgang tuffen de Lippen , laet niet toe dat deeze '^ > ^ oe 
Lang-klinkers uu {óf vk) en oe^ gemakkelijk {gelijk de Hóüandfe éitfpraek ^^fX^.^^ 
de vloey endheid bemint ) en teevens kort werden éitgefprooken : zóó belet óók %»#Koit^ 
de éitneemende éngfe tuffen TCong en VerheemeUej datt de Lange ie géétf éi^ klinkexs 
gen' Kort-klinkcr beeft. ^ *'^^w 

Wannéér één zalfde Lettert eiken nuu voor deezen dan voor dien Klank dient j ^f^ '^ «^ 
xtUAs is een gants, verwerpelijk gebrek in V Critiquc ,. dik als twéé of méér ^l'fS^ 

3 "^^'/ebmAAim 



♦ Het betoog van dat de Toon-klanR , in 
êe Keel gemackt , zijne bcpaclde Lettervor- 
ajog ia (ka mond moet cibogea ». is Uet 



AB» mt 

finujJin^ 
gefpaert» tet een nader Natnerkundig onder- ub. 
zoek over de Klank-makingy in de volgende 
Redewiflcluig. 



iiS ONDERZOEK OVERONZE f: JRedewiJ: 

verfcbéidene Uttertéikens nmr één' e» dem zelfden klank verftrékken , zuUu 
kan nimmer deeren^ zó min als dat twéé ivovrden éénen zin betéékenen. Op 
dien vget bedien ik ntij onverfcèilUg van aa óf ab^ en van w óf vEj 
vermits ik zé wél de üe als Ak^en de i7E als uu , eeven gelifk óók de ie, 
de OB) en eu, als ondéélbaare Téékens in deezen aenmérk^ zóó dat aa en ab, 
bij mij één zelfden Klank beduiden^ zóó Hók uu en UE : anderfims ontken ik 
niety dat aa en uu Mze éfene doargaende mtfpraek , en dat At. en nsK en ie de 
eenigfints dubbel-klankige vanfommige Züid-HóUanders nétter fchijnt éit te beeU 
den. Men zóvode 't óók daer votnr kennen bówden , dat de Geméénen-landfe 
Spraeke méér trekt na V dübbel-kJankige , als óf deeze Klinkers op de korte e 
overrólden , en dat daerom onze vermaerdjle Schrijvers van de voorige ééw , 
als die de éigenfchap onzer Geméénelanis^Spraeke bedoelden^ niet ten onrégt 
zig van de Téékens ae^ ie, en ve j bedient hébben : PMer als men daer teegen 
overweegt y dat deeze dMel^klankige üitjpraek thans bij de Steeden minder is 
als op 't platte land^ en dat de Steé^lieden Van élk befchaefder van Tael geagt 
worden dan de Landsluiden ^ en dat gevókhelijk de eevendragtigbéid van Klank de 
bejchaefthéid naeder aenmjfly zé zówden aa en vv wel den voorrat^ verdie^ 
nen ^ maer alle deeze en andere twijffelingen van ooverwigt fnijde ik af , als 
vr4gtelóós , vermits ik ij der deezer gen^mde ïï'éékens als ondéélbaer aenziey 
dit is mij eeven gemaklyk als dat ik de ItaUaenfe S^hrijf^a ^ die éit o en i 
bejiaet^ als ondéélbaer aenmérken moet. 

Wijders y wannéér in dezelfde Lettergreep géén Mede-klinker vólgf^ zó is 
wel de mééfte gewoonte der GeÜérdften , dat men^ alhoewel de verbeelde Klank 
lang zij , flégts de korte énkele Ay en énkele zagte % en o ^ na den tram 
van veele andere Volkeren fléU* Dóg dit kan niet voldoen in 't Ciiti- 

r, alwaar Lankhéid en Kortheid altóós ( en derhalven zó wél in dit gevolg 
wannéér een Meede klinker de Lettergreep Jliit) haar e aamvijzing be* 
gééren. 

Het kwam mij voor als iet mérkwaerdigs , .V geen ik onlangs bij Ericus 
Ërlcius Pontoppidanm in zijne Grammatica Danica p: 179 v^ aengebaelt^ 
dat rééds de ówde Latijnen de verdubbeling van Vocatcn ten téikm van Ver^ 
ianging gebriikt hébben ^ bewijzende zélks met de getügenijfe van Vi<9x)riftiis 
„ Ai^r, luidende aldus : Naevius fic LiviuS) cum lonea Syllaba fcribemk 
), eflet , duas Vocales ponebant , ut aara , vodcem , pelix. Sequuta setas 
9, uiurpavit pro geminatione Lineokm , qus (uperpofita ^ a^ ë^ o^ ü^ I 
Van 't ver- ^ veto longiori ngura produxit, ut FIvus^ Mdllis. 
éifchteon- Gelijk het onderjchéid van SpélMng tuffen de Lam^litdtende "Ee en ist ^ 00 
^'^f '^^ ^» óó , veeltijds bi^ de teegenwoordige Svhrijvers word nae^jdaaten , zó word 
EE ^^ÉE^^^^ i?^/ onder fchéid in de Uitfpraak bij ons, en de geenen die tuffen Noord^ 
'en taffen ^^^^^^ ^^ ^^ ^V^ woonen , niet waargenoomen , als gebruikende alléén de 
00 enoó ^^S^^ ^^S^ ®® ^^ ^"^ > waar door wij niet alléén zondigen teegens^ de Geméé' 
' ne-lands Dialéft , jpaar óók vervallen in een' Dubbelzinnigheid'^ van woor^ 
den 5 van 't welke veele Züid-Hóllandfche Steeden ^ en andren van onze No' 
fierdüitfche Provintïén 5 die dit onder fchéid in agt neemen , vrij zijn. De Vol- 
maaktheid veréift onderfchéid in de Klanken , en dit weederom onderfchéident 
Letter ^Téékenen. De agtbaarfte Schrijvers^ in 't bloeyendfie van de voorgaen* 

de 



t.FiriMd: NEDERDUITSCHE LETTER-KLANKEN, up 

Je ééw*j heikndm Tug in de Gemene SfélUng van dit volgende onderfcbiid^ 
„ Dat Z€ , wannéér in één zelfde JLéttcrgreep* géén Meede-klinkcr volgt, 
9^ voor de uete Lang-kUnkende bb ca oo eane énkele e en o , én voor 
yy de harde eb en óó, eene dubbele ee en oo, gebruikten, dus fcbreeven 
zij Wbkbh {Md?dmada) ^ en Weeken {Mollire)^ enHovES (^erare) 
en HooPEN (accumulare) ^ dóg met het iéne voer bet andere. Zó lang men 
in */ Geenééne Gekréik gééne Téékem toeven de Lettert plaetft , is dit onder^ 
fchéid nóg bet volmaaktfte 9 waarem ik , buiten V Critiquc , dat opvolgt > tnaar 
anderfints is bet verre niet genoeg 5 ^ant , bebalven dat men dan niet altijd 
een lang-tééken gebruikt daar de Klank lang is , en dat men daarenbooven , 
aan één en V zelfde Tééken nuu eene verbeelding van een korten dan van eeuf 
langen Klank toefchrijft^ zó fibiet dat gebruik óók .te kort^ om bet onderfchéid 
téjfen eb en "kk ^ en téffen 00 en 66 aan te wijzen , wannéér in dezelfde 
Silbe een Meede-klinker agteraankomt , V welk meenigmaal gebeurt ^ zó dat 
in V Cntique de 7'ééiens van nóóde zyn. ^ . , 

Onze Jmjlel- en Ryn-landfe Dialéft fieekt óók verwart in de Uitfpraek van ^A/,'^T' 
Y enRYÓfEïy als fpreekende onzen Enkel-klinker y verkeerdelijk zóódaenig üit^ derfihUd 
als onzen Dubbel-klinker (Dipbtongus) m (óf iy) : dus klinkt eeven ééns tüftn n tn 
bij ons bet woord Wyken (Cedere) en Weyken (Mollire)^ enz: waer éy (Óf 
door V ens moeilijk valt désweegen in V fihrijven niet te dwaelen-, want^ fcbéén Éi). 
wij V veréifchte onderfchéid in de éitfpraek' mijfen , nóóit was Vr Scbrijver 
van waerde onder ons , die dat in V Spéüen zocht oever te jlaen. De meefle 
Hóógdüitfchers zijn niet alléén aen dat zelfde gebrek in de éitfpraek^ vafl^ 
moer hébben ! 1 4mderfcbéid in V Sebryven óók verleer en j gebruikende overal -ri ', 
wktteegenfiaende men in de Régt^d-Dütfcbe Schriften ij en ei altóós wél nét 
onderfcbéiden vind. 

VIII. 

JÊh twéé enderfcbéidene Klinkers in ééne Lettergreep , dat is , in ééne aa- VanitVêti 
ieen-blaezing agtjsr den ander volgen , neemt men dezelve te régt Dubbel- ?'"f//7 

VI* 1 Dubbel* 

klinkers. ïdinkciSi 

Mie onze Dobbel- klinkers eindigen in onzen fcbérpen Kort-klinker i óf in y. 
JDeeze 1 4f ^ > ^S^^ ^^ andren Klinker koomende , zijn in V Geleid hier niet te 
Mderfcbétden^ vermits ze weezendl^k ^als bier voorn gezégt is^ niet dan in lank* 
béid verfchilteny mits dat men de y niet volgens de Amfl eiland fe ^ maer vóU 
gem Gmééne-lands-DialéGt aanmérke > waer om ik dan die SpélHng van i óf 
y èn deezen óók als onverfchiUig JléL ' * 

Van de heldre i ep i (óf y) efverróllende vormt men den Dubbel- klinlcer, 
wélken men door bet Dibbeltééken h (Óf -éy) uitdrukt^ als bij Leiden (óf 
Leyden) Dücere. 

De AAY (óf AEY, óf AAT, éf AEt,) hflaet 4it de^Lange aa (óf ae) 
iimdigende cp 1 (óf y)^ als bij Kraay {éf Kraby) enz: 

De 00 Y (óf 001) is itiet anders als de lange 00, op i (óf y) üitgaende; 
mis bif Pt.ooY (rff Pix>oï): 

Mj de wewrden' ep ooi éf dot ascinteerende fpreeken de Brabanders en Zéé^ 

landersy 



izo ONDERZOEK OVER ONZE 7. BMdrwiJf. 

Unders de zagte lange op, dóg de Ritterdammers de harde hmg óó. 
' De VI (óf ijy) beftaat uit den Klank j die do^r onze hrt-kUmiende irver^ 
beeld word^ agtervólgt van i {óf y)^ als Duif ((^Düyf). De Maaslan* 
der maekt óók nóg onderfcbétd tuffen eüy en uy , dóg door gééne agtbare 
Schrijvers vind ik, zulk gebruik óf gowéttigt , óf^ als tót des Gemééne^Lands 
Taaie behóórende^ ir kent. 

De OBY ((ƒ oei) ontftaet uit onze ob <^ i {éf y) oovergaende ^ als bij 
Bloeysem {óf Bloeisem). 

JVtjders^ ou en au hier onder de Dubbel-klinkers te reekenen ^ kanmijnes 
agtens gééne proef hówden-, gelijk in gevolge getóónt zal 'soorden^ wannéér ik 
van de v in plaatfe van w fpreeke. 

Dés verre van de .Klinkers^ 

IX. 

dirfihéid ^^ Mcede-klinkcrs ontfangen hün onderfcbétd üit de verfchilUge werking^ 

'van de Vor- van Ton^ en Lippen , en uit de verfchéidenbiid van de plaats , alwaar de 

mingdtr werking gefchied. 

Meeae- 

klinkers. — 

InCMUt^ /T^/ verfchil der Werking beflaet in het volkoomen óf i>nvolkoomen /o^- 
moirtvMtM^^^^ vi/f de Tong* teegen V Fetheemelte , óf van Lip op Lip óf Tan* 
Meede- den. 

klinkcnk J)e Slditing volkoomen zijnde ^ is des Meede? klinkers geleid ^ óf (Oagter" 
NcüsSét- ^-^^ ^^^ '^^ weederkéérige gonzing* in deNetis^ als bij M^ N, NG^NK, 
ters , M,N, ^i^ ^^^ Neüs-lécters ntag noemen , welke men vind bij de woorden Dam , 
NG,«iiNK;Ban , ZanG) Dakk enz ^ en van welke NG en NK ik ftraks naeder 
^ ^^^T' ^^^'tiding fiae te doen j óf (z) bot-af^breekende , zonder éénig naegelüid , 
wScrT'^^^ «/ D, T, B, P, en K , welke vijf men Stomme noemt ^ om dat 
D|T,B,R,z^5 ten einde eener Letter ff ee f koomende j géén de minjie' naefffing kan- 
én IC nen loeten hóóren , gelijk blijkt bij de woorden y Gebed , Lot , Rob 9 Op', 

Vandt -- Tr. 

01 '11 r Cf* -lik. 

MK;Vn ^^& wannéér de Toejlüiting onvolkoomen is j fpriiten d^r Óók twééderléije 
Héé£chcG/oort van Meede-klinkers éit^ als Schelle, en Hééfche. De Schelle héb^ 
•» ^ • J» ben een heldre trillende fijfin£ , ter óórzaake van de holle kromte en beweeg* 
Finw'^ ^iï^r^» ftand van V vrije déél der fonge : deeze trilling is booven aan de Ton^ 
D# Schélief^ bij de JL^ en ter weederzijde bij de L. Bij de Hééfche vind men^ van 
L r»R, weege den onfchüdbaeren ftand van Tong óf Lippen y me^ dan teneéjfene Foor* 

'fi"éf ^^ ^^-MH^ g'lyl^ ^ Foor^fpffing bij de J {als Jaar), by de Z {als 
ters (ü^uri- 2*00 ) , bij de S {als Som), bij de W {als Wat), bij de V {als Voók), 
di) gt' bij de F {als Fy), bij de (y {als Gobd), bij deCi^,{als Christen)^ 
naamt. én de Naa-Jiffing bij de Z {ah Vrbéz') , bij de S {al^ Glas) , bij de 

ïmêi ^ (^'^ ^^^)^ ^y ^ P <^^^ ^^*')5 ^y ^^'^ (^^-^ Wég), en bij de CH 

'Scherpe (4r(^^^ Lach). 

harde) Maer in béide gevallen , V zij volkoomene, óf onn)olhoomene Toefimting , doen 

' tf-^k^^' ^g ^^^^ Mcede-klinkers op , die ten opzigte van hunne- Fórmmg en tüt* 
• /prooi 



ï. Ferband. NEDERDUITSCHE LETTER-KLANKEN. ixi 

Jfraak va» den ander niet verder verfibiüen dan infcbérpbéid van affmjdtn^i 
in zóó verre koamen hij ons in aart weréén de V en¥\ 

de B en P j 

de D en Tj 

de Ta en S'^ 

de G en CH. 
van wélken de Vowfien de Zagte 9 en de apnfien de Scherpe ztjn. Van de 
laatjie CH ftaa ik in gevolge nóg iet na^^s te zéggen. 

Foor eimtrént één ééw was de Z bij ons nóg béiten gebruik j de Létterkon^ d^Tht?^ 
fteOaars erkenden welj dat 'er tét enze zagte en harde Uit/praak élk een bij- mêJebréèk 
zonder Lettert ééken veréifcht wierd', maar de ééne z^ de Z aan opde Hóóg^ vémStmZ. 
düitfche wijze ^ als Scherp y en de andere op de Franjche^ als Zagf\ düs blee^ 
ven veele Geleerden nóg een wijl bij de ówde gewoonte van S in béide geval* 
len te gebruiken ^ dóg éindeling drong bet ondtrfcbéid van Z voor de Zagte % 
en S voor de Scharpe üitjpraak fiérk door , onder de GeUérdfien i zéé dat dit 
nutte gebruik nuu als onder V aitbaare mag getélt worden \ immers in V Criti* 
que is V voor al niet te verzuimen : want ondtrfcbéid van Klank veréijl on* 
derfcbéid in Letters. 

X I. 

De plaat f en van de Fórming der Meede- klinkers vond ik in deezef voege vsmdiVA^ 

cnder/cbéiden. ^f'^^^l^^' 

Mccde* 
L Tuffen béiden de Lippen maakt men de W, M, B m P. V Fer/cbil mikm ^ 

van deezen befiaat hier in , dat de Jluiting volkoomen is bij eP , eB , en eM : ''5 meUe 
dog bij eP rad enfchérpj bij eB bolder en traager , en bij eM , mét een f^^'^' 
Neé/klank verzélt; daar en teegen is de Jliiting onvolkoomen bij de We,^^ VamJe 
óf e W en daar door mét een Jijne fijjing gepaart, Lip-Léc* ' 

IL Tijfen Onderlip en Bowentandèn worden V en ¥ gevérmf. De onvol- ïf"^^ 
. koomene Jluiting bij deeze brengt baar óók een' fijjlng toe^ dóg wat gr 00* eiJp/ * 
ver als bij eW : Radji en fchérpfi gefchiedze bij eF, traag en bol Véimdê 
bij eV óf Vc. . Lip- en 

III. Foor de derde plaats' neem' ik bet perk van de Booventanden tét een ^ y^irfp' 
wéinig opwaarts naa V hóóge van V Ferbeemelte toe. Daar worden ge* vandê * 
maakt </? R, L, N , S, Z, T ^» D. Foor zóó verre verfcbillen dee- Tand-tf/ , 
zeny dat bij Y> enT en N een' volkoomene Jluiting gefcbiedy als rad en '^«nd- 
fcbérp bij cT^ zagt en bol bij eDj zóó óók bij eN 5 dóg deeze heeft een Jg** 
Neusklank bij zigj terwijle bij ^ en T^ de Jluiting onvolkoomen is\ zagt (Dtmtaks): 
en traag bij eZ , Jlérk en fnél bij eS : de Jifjingy welke óit de oopenbéid R,L,N,S^ 
fprüit^ irnóg Jijnder als bij cF eh eVj én^ om die ftjjinge te bülp' té kfiOr'^*'^^^* 
men , krüh men V midden der Jonge wat bol opwaarts : in teegenaéél 
wannéér men 't zelfde midden wat hél laat zakken , en den punt der 
Tonge voor opwaarts krult , zó Jlaat de klank-blaazing' , welke uit de 
Ked' komt , teegens den punt der Tonge , en maakt alzóó de trilling 9 
welke bij de R gefcbied > dóg ^ wannéér de pint onfcbüdbaar gehówden 

Q^ word 






ONDERZOEK OVER ONZE 



Van d€ 
Vcrhec- 
i])4te-Lét- 
tcr,J. 

Van d$ 
Kccl-Lét- 
tersKM 
NK, G, 
CH,#»NG. 



VandilL 



Van't ^n- 

JcMJdiT 

Sifin^€n m 

trafsfiimj* 

xaKlanlh' 

verand$* 

ringen der 

Meode- 

klinkers. 



7. Redewiff: 
word^ zé JkM ze têégms de zijden der* Tonge , die^ friUha^ fiaande^ 
eene dubbelde trilüf^ óf fnor^gelAid tnaaken , V ^Ik bij de L gebóórt 
word. Bij R enhj en bij S enïy vocmaemlijk bij de éérften^ gefcbied 
de 'zetting van den pent der Tong' ter óórzaake van gemelde kremming\ 
een weinig vérder efwaarts naa 7 Verheemelte , dan bij D , T , ^« N , 
bij wélken Y voer^ van de ^ong' óf Tand óf Tandvlééfch raakt. 

IV. Omtrent bet midde^e vanÏÏ$ng^ en f^erheemeUe word de J gevórmt^ 
niet^ als te voorn ^ met den fint óf rand der Tongey maar mét bet bol- 
verbeevene: midden^ zond^ volko§mene Jléiting\ 

V. yfgter in den Mondj iigt bij de KeeP^ maakt men mét het agterjle der 

Tong^ de K. en NK, de G, en CH, en NG. Het enderfchéid van deer 

. zen is infgtlijksj dat bij cK en cbiK. de Jliiting volkoomen is-, bij de éér- 

fie zonder^ bij de laatfle^ mét een Neés-kiank j terwijl bij cG ^» cCH en 

cNG de jMiting onvolkmoen gefcbied y zagf hij cG, en febérp bij cCH , 

én y mét een Neüs-klank verzélt bif cNG. De Naa-/jffing bij cG eneCH 

. is de minft fijne van alle de Meede-klinkers. 

VI. De H is Klinker nógte Meede-klinker , maarbeflaat alléén in eetf fchie^ 
lijken opbéfy en fcbarpe üitbl^zin^ van aadem voer V begjn van een^ 
Klinker. 

£», eeven gelijk de boovengemélde Bij-Jtf/ingefi der Meede-klinkers verfcbih 
len in fijnte , -na^ maate dat sü- vmr óf agterwaerts in den Mond gevórmt 
worden y zóó veffchillen óók de trapsgewijze veranderingen van Klank ^ die üit 
de toeflüitin^ in V vormen der Meede-klinkers ontflaat^ na maate dat ze op 
deeze óf die piaatfe gevórmt 'worden 5 naamlijk minfi fijn agter in de KeeVj 
en fijnfl voor aan den Moetd. De éR en éL kinnen bij baare tril- 
Ung' eene bijzondere Naa-genzing (óf Snor^gejiid) bébbtn^ dég de éL wel de 
gróffte > béiden y ter óórzaake dat het opkrullen der Tonge bet fisgeWd ^ dat 
in de trilling doorbrak^ i)oery in V belle van den Mondj teegen fVang en Kaa- 
ken doet valtèn. Gelijke Naa-gpnzinf kan *er óók bij é W en cV tijen Tand 
en Lippen j als mede éénigfins bij eG en éCH in den Mond y blijven naa- 
fpeelen. 



Van if En- 
kele Mee- 
de-klin- 
kers, ^ 
dcpriub' 
bil^Uêdifê 
Zéfttrteé- 
kinsvir^ 
buldwot' 
dtn» 
VandeCH. 



X I I. 

* DeCHy NG,^» NK, (diemenCREf^ Ing, f» Enk mag noemen) wer- 
den in den rang van om gewoon ABee niet getélt.De waan^ uit baare gedaan- 
te opgevat , deed ij der als twéé-klankig doorgaan: Ik vond négtans baar ge* 
liid eeven zó énkel en éénvówdig als dat van G , Mj óf Ny waarom ik élk 
in V Criciqüe A-Bce baare plaats toefcbik\ én^ om niewe Letters te mijden^ 
zie ik deeze gewoonlijken als ondéélbaer aan. 

Dat de Klank van onze CH (welke mét de Grièkfe x overeenkomt) één- 
vówdig y en dér halven een" énkele Mcedc-klinker is , word kenbaar , als men 
opmerkt y dat hij op dezelfde plaats' ^ en op dezelfde wijze als de G gevórmt 
wordy verfchillende niet dan in fcbérpbéid , eeven gelijk de T fihérper is als 
D. Men neeme Jlégts ten proeve de woorden Lach {Rlde) en Lag (jace- 

bat) 



I. Fèrbfind:^ NEDERDUITSCHE XtTTER-IO^ANKEN. laj 

taf) als men téffens de weriinktmfi in aart^ en 't nitie i^erfchtid vun fcbérp^ 
te tuffen CH en G lüft te weeten. 

De twééUedige gedaante beeft femmigen van niewer tijd mifliid gebod ^ om vanJiSG, 
de CH te willen verbannen^ vermits in den Klank ^ voor valken CH dient ^'^^fi^^*^^ 
gééne dübbelbéid ^ veel min C nógte H gebóért word \ waarom ze óók SG ^^^* 
voor SCH {als Sgóön voor Schoon) zochten in te voeren : Dóg^ als men 
wél op 't veriifte geHid lét ^ zal men de G veel te zagt in dit geval bevinden. 
Indien men zig ontjlaat van dien ver bij ft er enden &wden naam van Ceha, en 
dit Uttertéiken CHi óf CHe noemt , als dan zal de gelijk';aardighéid tuf- 
fen G en CH zélf in naam en üitfpraak blijken. 

Bij aldien óf NG óf NKin eene zelfde Létterffreef {als bij Din<5, Kling, pv»#»x# 
en Dank, Klank, enz:) gevonden tvorden^ zo is ijders Geluid^ ten «»>»-NG#»NK. 
fie zó als V in befcbaafd Hollands zig . laat hóóren , éénvówdig j men zégt niet 
DiN-GBN, Dan-ken, maar Din^g-ei^, Dank-en: een Téiken dat NG en 
NK alhier anfcbéidbaar zijn in Klank , én defbalven gééne Dubbele Mee- 
de-klinkeis. Gebéél anders kUnken^ N «s G, wtmnéér die inMjzendre Lét-* 
greefen geftélt zijn^ als bij In-gbnoomrn, In*gakg enz:. De Férmng is 
óók gants verfcbill^ , want in V maaken van de Klattken NG e^ NK bij 
de woordenDiUG mDank ^ gefibied gants gééne 7ong'Zétting\ dte metNover* 
éénftémti aangezien de N voor in den M^fdy met de tong' aan bet Tandvlees 
geklémt^ «n eNG en eNK agter in de Keef gevérn^t worden ^ ter zélf der plaat* 
Je als de G en K.: en van deeze verfcbillen ze met dan dat aïtóós een' Neus- 
gonzing zó tvél eNG als eNK verzih , dat^ bij cG négte bif cK niet gefcbied. 
Deeze gelijkvormigheid bewijft^ dat onze NG ^;> NK eeven zo züiverlijk 
énkele Mccdc-klinkers zijny als N en Mj vermits éN van éD, en éM imn 
éB, eevenééns verfcbillen als onze cNG van cG, en éNK^wéK j^ 1^^9^ ^ 
de voorgaande afdééling te zien is. 

XII I. 



* • ■ • ♦ » 



Buiten de gemelde 17 z6 Kort- als Lang-k'linkers a en aa (óf At)j e vanJêé^ 
f» EE, É fn ÉÉ, i en Y en ie , ó en óó, o en ooj v en bu en uu {ófvtrtSUigf 
ü«), #/! OB, en 19 Mc«dc'künker$ ^, D, F, G, J, K, L, M, N^f^^^^'^y*- 
P, R, S, T, V, W, Z, CH, NG, en NKj waer bij men de fcbarp^ ^IcSin 
éitbérftende H als een toevoegfel kan fchikken ,' héb ik géérie andere 'éénvótV' g^rM 
dige Klanken bij ons konnen vinden *f fva»t 'd$ C ^ X, fchóón ze een bijzon^ *}f», ^s 
d^e plaats beklééden onder ons gewoone AB , verbeelden bij ons gééne andere C,Q#»X. 
Klanken , dan die wij rééts hébben verhandelt 5 aangezien onze C eevenééns 
klinkt als onze S, gelifk het agterdéél van den naam ES-SE béiden naam en 
Klank van onze C vervat. Hier in verfcbillen wij van de Hóógdüitfen^ en 
fommige andere volkeren^ dte ds Ce dübbeUklankig tiitfpreeken ^ naamlijk om*- 
trént als bij ons TSe.. Fan ówds \ toen de Gééftelijke Klerken 't gant f che 
bewind van f brijven in handen hadden , gebruikte men bij ons op de Franfe 
^ijfe voor A , O^ en \5\'de C in plaats van K *: dog dit ampt is rééds 
verfleeten^ en óók voor ons ten éénemaal onnut. 

De X **, die den Klank en naam voet^ van IKS , laatj bij de minfte 

Q^t Of- 






tt4 ONDERZOEK OVER ONZE 7. Redewif. 

üpmérkwg* boeren^ dat ze hifiitat iit eene K van eene S agtervélgt^ zó dat 
óók dit tééken bij ons overtollig is. 

Düs ftaat het óók met de QU, bij welke Q^vocr Ky enV voor W ver' 
ftrékt: fVanty bij faatnenvoeging' en éitfpraak van KW voorden de Klanken y 
door QU verbeeld^ volmaakt elijk éitgednikt %*. 



* Ifidon HtffaUnfis in zync GrammMi:Caf: 
XXVI. fchrijft aldus; K LitframAntiqui prd- 
fenthant , auoties A fequebatur , ut Kaput , 
Kama , Kalamus , nunc tantum Kartago & 
Kalendae per tandtm fcrihitur. en Caf: IV. 

** X, Liters ufquê ad Augufii tempera nci§^ 
dum afud Latinos nat, f$d fro m C m S f- 



rntur ; mtuU O* #x eifdifn litms iompêfitum 
nonun kahet, 

%* Q 9 J^tiram me Grdd nfonant me Bt^ 
hrAt : ixciftis enim Latinis nulla aiia Liutua 
hanc habtt. Hu frius n^m $rê$; tmdc Ksr ff(m 
fupêfvaeua efi vnata^ ^. 



X IV. 



Vêmék 



Vooitdrij- Onder it Meedc-klinkers is een* iigenfcbap^ dat fimmgen^ zonder téffen- 
ving'*» voeging van iinigen Klinker, aan den ander kennen gebigt en verbanden 'wor- 
Oojenóï- ^g„^ Wannéér de éér ft e een tweeden rnipept, in V begin eener Silbe, éér bif 
y^J^ tot een* Klinker komt, zó noem ik zélks Drijven 4^ Voortdrijven ; én, wan- 
Uiflkets. néér agter een* Klinker , ten éipde van een* SiW , de ééne Meede-klinker 
op den ander véJgt , z^ noem- ik zulks Ooverrólkn. Dés drijft dan de K 
de L in *t woo^ Klamp, en in *t zelfde woord relt de Mop de P oover 

In deezer voege is bet onze TaeP eigen, dat 
B, G, P «» V kienen voortdrijven L ^» R. 

, D f» T, Ik en W. 

F, . . L, N *» R. 

CH «» W, R. 

K, . h, 'tl i^, en "W, voor welke "KW ge- 

meenlijk Oy gebruikt word. 

S, ...... . L,M,N,CH,P,T,e»CHRwTR«»PR^PL» 

Z, '. ... . W. 

En kennen ooverréllen onze 

B, opDófTenSen TST. 

D e» T, . . . op S en ST. 

F, *» G, <» N, . . epS,D ófT, en ST en^gter D éfT öök S en ST. 

K en T en W, ... op S en T, en ST en TST. 

L <iöD,F,G,K,M,P,S,T,V«»Z,«»4(g/«'F,G,K,M, 

en l?,dókSen T-^en agter DófT,64k Sen STj em 
agter S éök TenST, en agter PS óf PT óók ST. 

M. 



X. Fet handel: NEDERDUTTSCHE LETTER-KLANKEN. Iif 

M tf/D,P,Sf»Tj ^» DS, PS, PT, ST,TS,ff»TST. 

R. . ; . . . . op alles, als Hf Li en daer en iovenn4g op h^'NiettW i 

e» LS,LTi NS,NTiWS,WSTiWT,e» WTST. 

S, <!/> K, P, T *« CH ^« PT. 

CH, op S e»T. 

NG ^» NK . . . op S en ST. 

jils men in V Rijmen om een Sluit woord verkegen iSy ia» dit Lijjije va» 
de f^oortdrijvenden dienfi doen , en één en ander Lijftje méér anderen dienft. 

XV. 

Dat^ om alle onze onderfcbéidene Klanken te verheelden^ niet nóódig is nie" Vémont» 
we Letters te verzinnen y blijkt üit bet voor-verbandelde. Niewe Letters zijn TSikemt^ 
van te gróót eeri naajleep , éér ze kenbaar en van dienfi konnen zijn. 7'en^^^^ 
gevalle van V Critique héb ik bij de harde Klanken mij bier bedient van ^^^^'^ 
een fchüin ftree^e booven fommige Letters , dóg van zulk één , V "welk rééts 
bij V Grieks , Latijns , Frans en andre Taaien , voor een Téiken van barder 
en fcbérper naadruk in de üitjpraak bekent is. Dit fiélde ik booven onze har- 
de i, en 6*^ én^ tot aanwijzing van haar e verlangingen , nam ik de verdub- 
beling (als iè en óó) * y eeven gelijk altóós de verdubbeling van onze zagte b 
en o gebruikt word ^ wannéér die verlaat en téffens in dezelfde SUF van 
een^ Meédc-klinker agtervólgt worden^ als Veel, Door, enz: j zulks dat 
EE en oo rééds in zulke gevallen bekent ftaan voor Lang-klinkcrs. 

De Ferfcbillen en zwaerigheeden ^ ontftaande üit de Dübbelleedigbéid van de 
gedaante der Lang-klinkcrs AE, IE, UE, EU en OE, als meede der Mcc- 
de-klinkers CH , NG en NK , mééne ik af te fnijden door een^ bloote aan^ 
tnérki^ van ijders ondeelbaarheid van Tééken. Düs behoeve ik óók bier toe 
in gééne ni'ewigbéid van Letters te vervallen. Verkiefi men eevenwél^ ten 
dienfte van Vrémden , óf anders van de geenen die zig ligtelijk door den Naam en 
de Gedaente der dingen laat en verbij ft er en ^ een kromhaakje booven óf onder ij-^ 
deTy ten téiken van élks onver deelden Klank ^ te ft ellen ^ ^/jaejiejubjev» 
OEyCH^MG^^^NC) zü^s zówdo óók zijn^ nuttigheid kunnen hébben. 

X V I. 

De Klanken en binne Téikens óf Letteren düs bekent zijnde , zó word in ^*» 'f twi 
eJe volmaakte toepafjin^ en V gebruik van de geftélde Létterté ekens niet anders ^^. ^^^ 
^eréift , dan dat men de voortgebragte Klanken wél onderjehéiden aenmérke^ Utt^^ • 
en zóódaenig in orde ftélle , dat élk Lettert eiken met zijn' waerlijk verbeelde» fthikkin^l 
JClank in kragt en plaets' overéénkoome > volgens den gfóndftag in onze III: af- 

Q-5 



* Eenige Jaren na het opfteBen yan deze 
ZjÊinmirkingin zag ik onder de Werken van 
den Biddn BMfd » die ik te voren niet bezat ,, 



déé- 

dat die Letterbeld zig op dezelfde manier van 
bovenfireping' bedient beeft» 



.. ' 



iitf ONDERZOEK OVER ONZE j.IUie^tl 

déilin^ ter neer geftélt. Dog , fcbóón veejen^ zélfs in V daegl^kfe gebrük^ 
zulks op V 66^ hadden , de ongelijke opmerking beeft bén eenigfims verfcbiltiif 
iveegen doen injlaen^ wer^ wilke voornaemfienj die ik mij érrinnerfy ik nóg.ie$s 
U zégge» héb. 

XVII. 

^Iv'^^r^ -fl^/ onderfcbéid tuffen onze harde en zagte Mecdc-klinkers , wannéér ze 
^dlzJpiZ^^^ ^/W^ eener Silbeftaan , als tuffen cF en cV j cS en cZ j cT en cDj 
Bardê Mc- cCH f » cG > «I cP «f cB , boewél V klein iSy en zonder proeve naawlijks 
dc-klüikers /e bóéren , Xwaarom V óók niet veel keure in fchijnt te weezen) word doet 
^^ ^^shL ^^^^^ ^^^ onzen vaargemélden Toets ( $ V ) voor bet gebéér vrij kénboéor. 
eener ^Uh. y^^^^^ deezen zégt men in vloeijend Hollands. 

Ró6-\r oPHAALRN, en niet Róo-f ophaaleni 
Dóg RóÓF TOEBRENGEN, en niet Rooy toebrengen. 

fFeederom L6«v en dank, en niet^ Ló-p en danks 
Dóg Lof krygbn, en niet^ Lóv krygbk. 

Insgelijks Kaa-z eeten, en nietj Kaa-s ebten; 
Dóg Kaas kóópbn, en niet^ Kaaz kóopen. 

Gla-z aanbrengen, en niety Gla-s aanbrbngbn} 
D^ Glas stóótbn, en met^ Glaz stöotek. 

^- jk#/a; Het Ra-d» omdraayen, en niet^ het Ra-t omdraaybn^ 

Dóg Hbt Rat stuiten, en niet^ het Rad stujtbn« 

In teegendéély 

Stra-f aanzien, en tüet^ Stra-v aanzien. 
Een' Ka-s opdoen, en nietj een Ka-z opdoen. 
|i. Glis. Den Ra-t^ aangrypbn, en nietj den Ra-d aangrypen. 

Dés óóky 

m 

Straf sien, niet Straf zien, nóg minder Sr ïl av ziBKy fchóón de wh 
f uur lij ks Klank van Z bij V woord Zien volkoomen zagt zij. 

liM if EtH ^^ ^^^ alles fpeelt de Trek tot een Gevallige Vitfpraak (Euphonie) een^ mééfler^ 
jhonic eim' Hjten ról$ dis willende y dat een fcbarpe Mcede-klinker , wannéér bij y zonder 
M^pê Lèt' tuffen- wijlinge , een^ anderen zagten voor óf agter zii beeft , den zagten in eeeC fcbér* 
^^ r^ ^^ ^^ v«Tt;^»^iP/?»i als meedey dat een zape Mcedc-kliDiker inéénenfehérpen 
1^ verwiffele , wannéér hij onmiddelijk agtervólgt word van eenen andren Mccdc- 
klinker , wélken bij niet voortdrijven y óf op wélken bij niet ooverróllen ka». Dóg 
> hij eenen van natuere fcharpen Mecde-klinkcr vond ik gééne gevalle» die hem 
zagt deeden vierden. Op deezen Lééft fchoeyen alle de boovengemélde veranderin- 
gen y diey buiten deeze aanmérkinge y gants in^t wilde fcbijnente lóópen. Eny om te 
weet en ófeen^ Sil^ óf woord van natuure op eerf zagten Mecde-klinkcr fimte 
óf niet y kan men dubbelde proeve neemeny naamlijk (i) mét eenen Künko* daar 

op 



t. Ferband. NEDERDUITSCHE LETTER-KL ANKEN. itj 

op ie laaien volgen ^ als wannéér zajn naiuerlijke aari een ,onbelémmerden gang 
beefi^ óf^ (r) mei agt ie geeven op bei Méérvówd óf op de Verbuiging*, óf op ^ 
dészélfs Wcrkwoora } wani zó die Meede-klinker in de éérjle proeve xagi is , ' 
Ztf/ bij V óók in de laaifte zyn. Dus wannéér bei Méérvówd en de Verbui- 
ging één óf méér barde Mcede-klinkers veréifcbi^ zó zal alióós in V éénvowd 
. die Mcede-klinker /;)&firp z/;»j als Kas, Kassem^ Straf, Straffen j 
Ratc, Ratten : dóg^ zó in V Méérvówd ^f»' zagie Mccde-klinkcri&^^f/?iE^, c. cUfl 
als Glaï, Glaazbn^ Kaaz, Kaazen^ Rad<*, Raadenj en JdjeSlivè^ ^*/^ 
Rad«, Radder als dan is die in V ÉÉnvówd als een^ naiuerlijk zagien ie ree- c. Cekn 
kenen ^ en zal zagi klinken j als een Klinker daar op vólgi^ hoewél de Eupho- 
nic, in de boovengemélde gevallen^ bém in een\fcharpen kan doen oovergaan, 
Criticè is *i onnóódig en nüiielóós j om door de /peiling ie willen aanwijzen y wan^ 
néér de Ferfcbarpin^ van Léiier gefcbieden moei , dewijl de drang van de Eu- 
phonie de 7'onge van zélf déjweegen wel rigifnoeren zal. De gewoone Spél^ 
ling der Agihaaren is wel^ dai F en S de Silbe Jlüiien ^ en dai DT albier voor 
D diene (als Brief, Kaas, Radt enz:) fcbóón de naiuerlijke Klank zagi zij *^ 
dóg naafl aan de naiuerlijke kragizówdede niewer Spelling vanfommigen koomeny 
die alióós den Mcedc-khnkcr y die in bei Méérvówd en inde Gdlixg^-hui&mg* zig 
laai vinden , , in hei É^vówd zéiien j bebalven dai de Afleiding en ae Ferbüiging zig 
dan gelijkdraadiger bówden , zó kan men óók veeliijds Dübbel-zinnigheeden daar ' 
door verhoeden \ als een Wét {Lex)^ en een Wed* {Aquarium) enz:. 

Men zówde moogen iwijffelen óf mei V f»Z, vermiis de onvolkoomene Jluiiing 
in baare Klankvorming , ie zagi en ie zwak zijn^ om voor eenflót van een* Silb 
te dienen*, dóg ons woord Wriv-velen <ƒ Ver-cróv-ven kan ons Vr uii réd^ 
deni w^»/ Wrif-velen 1$^ Ver-gróf-ven isrééds iefcharp^ en Wriffe- 
LEN Óf Ver-gróffen ^f/r/ifc/ niei-mei-al na de behoorlijke Uiifpraaki én^ onze 
TL is niet zwakker als onze V. 

AU men naaw , Ut op een^ niiie üiifpraak , zó geeven wij , zó V mij^ toe-^ 
fihijnty aan de Bijnaamen ( AdjeóHva) en Deelwoorden (Participia) op Ti ' óf T 
eindigende^ wannéér ze Onbügfaam (Indeclinabilc) en Bijwoordelijk (Adverbia- 
htcT)gebrüiki worden y een fcbarper naazét ^ als anders: Düs zówde ik Crkicè dan 
óók dit onderfchéidbéft bówden ^ dai men die ^ wannéér ze onverbüigfaamwaareny 
mét eene lifpéHe , dóg anders méi eenH^ alsHv. Beesten zyn verjaagt i dóg 
Ebn verjaagd Béést s eeven gelijk men zégt EEii verjaagde Wolf, enz. 

X V I I L 

Hei algemééne Gebruik van U inflei vanWy ten einde eenerSilbey alsKoVy Van d$Vi 
Houden, Aü, La au, Eeu enz: inplaais* van Rów , Hówden, Aw,'«»^'»f'' 
Laaw,ééw enz:y kan^ mijns bedunkens yin V Critique op verre naa géén' proef f '^^f^'^ 
nitflaani gelijk óók onze Toeis aanwijfl y als Ho-uden, Ro-u, enz: fVani zó^^anwl' 
OU een Twéé-klank ( Dipibongus )isy zó moei bij fnijding' kunnen verdraagen. Dat 
de Klanken van Rów , Hó w enz". op géénen Klinker eindigen , blijki oniwijffel- 
baary als men aanmérkiy dai dit woord y óf deeze SilbOy op bei einde gééne héU 
dr e en volftrékie verlanging^ ioelaaty V welk nógiafts alle Klinkers lijden konnen : 
énj dai de Mccde-klinker, op wélken de Jluiiing valt y een^ W iV, léértzó wél 
de aart van den Klank als de plaais en meinier van de Vorming. Hei invoegen 
van de U tuffen O enWj als Rouw , Houwdbn enziy fcbóón minder fchaa^ 

delijk 







izS ONDERZOEK OVER ONZE 7- Redewif^ 

delijk als éénige andere Letter^ ts igter niet vrij van overtolligheid *, "Mant onze drie 
Letters R , o , W , voldoen alfints in fcbikking en kragt aan U begeerde ^ als duldende 
giine andere üitfpraak dan de veriijle. De Engelfcbenbibbendeeze kragt van deW 

in zulke gevallen óók iang geként^ enfchrijven daarom ( Law Lex ) , enz. 

« 

X I X, 

VéM d€Üit' E Er ik afbreeke heb ik nog eene aenmirkin^ meede te iéilen^ weegens de Lét* 
fpra^ on- f er N, Wannéér die tn de onzaakelijke uitgangen ten einde van een woord^ agter de korte 
T^Jêr^ ^'^^^^ E, gevonden word^ als Geevrn, Mévischen enz. 
xAgteJt^ Deeze N v)Cfd méé ft ooveral in Holland , bijaldiengéénKMnkcrbaer in ^tvól-^ 
MuuUtlijkê gende woord ondervangt ^ inde üitfpraak agtergelaeten , dóg nimmer in V behoorlijk 
mitgangm Jchrijven. Dit gebruik heeft bij ons in gééne atdre dan deeze Letter plaets. FeeUn 
mmd! /w^g/tf »j onzer Neederdüitfihe ïfaebueren ff reeken baer , zAwél in deeze , ah in 
andere gevallen^ wél kérdijk uit^ zó dat dit naelaeten niet tót de Algemééne Nee* 
derdüitfihe Spraek^ behóórende is. 

Dit Gebruik onzer Naebüeren voor een gebrek y en als minder befcbaeft dan V 
. onze j aen ie zien , alléén om dat wij zulks op eene andeie wiJ2^ gewoon zijn te 
doen en te bóóren {terwijl we zélfs deeze N in V Méérvówd ^ en inden Onbepael- 
den tijd voor onze TaeV nóótzaeklijk agten tót onderfchéid^ endaer&m in ^tjchrij' 
ven die niet verzuimen) zulks waare gants niet wettig. Dóg eene andere gewigti* 
ger reeden is Vr , die ons de uitfpraek van N in deezx gevallen j zó ik agte , heeft 
doen naelaeten', te weeten de Rolling en Lieflijke vloejing van Klank ^ op welke de 
HóUandfe Tong zó kragtig gezet is: ïVant^ hoewél wij bij de woorden Gaen, 
Stabn, Slabn, DobN) Tab,^ ^ en TaHvi^ en bij allen daer de Lettere aen het 
zaeklijke Déél gehégt isj die wel duidelijk üitfpreeken^ en dat zélf zonder mérke* 
lijke ftóóting^ , zó is ^tnógtans zoeker ^dat deeze gevallen wéinig zijn in vergelijking 
van de anderen ^én^ dat de Floeyendhéid bij de Qnzaeklijke déélen ^ als diefnél en 
zagt moeten door fcbieten^ a3ierbéftpaft\ en zeeker is bet óók ^ dat desij zig 
geplaetft vindende voor een volgend woord^ dat metB^D^FjGyKjLjM^^^ 
RySjTyV^WófT^j èeginty zéér ftram van de Tong wil. Als ik ditoverwee^ 
gOy durf ik mijne óór en van Foor 'óórdééiy üitongewoonte gefprooten^ nietbefcbul- 
digen^ wannéér ze de üitjpraak 4>nzer gemelde Nabueren^ in dit ft ik alsverftramt 
aenmérken : eevenwél wil ik hén in dit geval den voorrang , van volleediger na de 
Létterkonft tefpreeken^ niet betwiften j laeten ze onsJUgts den roem van vloeyem^ 
der uitfpraek niet benijden. 

XX. 

ne^l ^^ ^^^s voor zó verre zulks bet Critiquc betreft : dóg^ tenopzigfe van ^tCt* 

mééne gebruik van Spelling^ ^ befiiit ikj gelijk ik begon ^ dat eene éiterfte votmaa^ 
kingj zonder klem van eene Agtbaere band^ te willen invoeren^ my toefcbgnt te 
ruiken na drift tót wat niews óf ontijdige Nétbéid. 

TOEGIFT. 

Tót beknopter bevatting en te vafter indruk van bet voorverhandeldevoegïkbier 
op^ als een Toegrfi^ -deeze mijne invallende bedenking^ boe men door de Léttertéé^ 
kens I,E,A,O^U^;^OE, {óf anders door de Getal- Letters i,A,3)4,f en 6> 
onze zeeventien zó korte als Lange Énkel-klinkers, en door de Letters B, V,D, 

J,K, 



1. FerèanJêl. NEDERDUITSCHE LETTER-KLANKEN. «9 

JyKjenHj(éf anders door de on^eké/rde Nommcrs tyryiyi^jSyen9)ofiza 
megentien Enkele Meede-klinkcrS)^;! de H daarenbocvén ^ mits met behulp 'van 
eenige weinige Booventéikens ^ kort^ klaar ^ en of eene Phüofophifcht wijze die 
V onder/cbéid van ijders Aart en Vérming aantóót^^ kan uitbeelden : en dat Mes 
met ïï'éikensj die bij denJDrükker voor handen zijn. 

Voor Hilp-tiikens ftille men , 
Booven de Klinkers, 
^ót aamuijziniC van Lankhéid. — .\ ^^ j^^^^ l- n -.- j 

En kooven </; Meede-kliakers,'> • 

I»/gelijks defcHitu Scherpe / , en dan nóg', \ , ... ., .. , 
tótaatnnjzing'vaneenverzéiknde Neusklank, v./* '^'^'^ '"J "" ^}^' ^Z* 
* .... v<»/»tf*»' Voor- rf^Naa-fiffing', oih\^ r ... .. .. , 

de onvolkoomene Uiting^ - - • o.f " "^ ^^ ^'" '"^'^' '''*' 
van de énkele Tong-tnlling , {als bij R) . " 

van de dubbele Tong-trilling, {als bij L) •• 

Düs dan , volgens de 6 bóófdplaetfin van de Klank^vórming der Klinkers , af" 
daalende van het Fijn tót bet Gréfj ten opzigte van des Klanks aart^ zó pas 
ik tee. 

Aan de lang^ xkigte ie , . .• . . e. de \ óf anders j. 

de korte fiharfe 1, . . . de i . . . . j. 

de lange y (e^ij), . . . de i . . . . j. 

Aan de korte ziagte e, .. . . de ^^ . . . z. 

de lange &agte ee, . . . 4/^ ê, . . . £. 

de korte fchérfe b, . .. • <^ É> . . • i- . 

de langejchéffeiky • . . ^i?e> . . - i. 
Aan de korte Aj . . . de hy . . . i. 

de lange aa {óf ais). . . de a^ . . . 3. 

Aan de korte harde ó, . . . ^ ó» . • .4. 

de lange harde 66 j . . ^<?6j • • . 4. 

de korte js^agte o, . . * ^(? o, . . . 4. 

de lange zagte 00 j . . . de o^ . . . 'j^. 

Aan de korte fiharpeijy . . . deijj . . . $. 

de lange fiharpejsxjy . • deij^. . . 5-. 

de lange sutgte MUy{df\SB)..de ijf . . . f. 

Aan de lange doffe ob, . . . de m^ . . . . -^ . 



Hit 



l^Ó 



ONDERZOEK OVEU ONZE £. lUJewij: 



Het hgm der Moede-klinken tmm ik vélpns Jk irin derVinmn^ ^ twn 
ii lippen af na Jk Kul toi% dat is^ ^mm V Jifne na V grwoe^ ten opsügfê 
van de Stffing^^ dien veet/fiélik dan^ vé^ens de f bóéf^^ifenvtmbaa^ 
re Virmin£ ' • * ^ .»•• 



Voor de 



Voor de 
Vo&r de 



c » 



ft 

Voor de 
Voor de 



en Wijdert voor de 



B, 

P» 

M, 

W, 

F, 

• » • 

T, 

2, 
$> 

h 

UK, 

CH, 

MG, 

H, 



de ii óf f. 
de i öf 'ii 

de y if X. 
de y. ^ i. 
de D «r/- €. 

de ii öf {. 

df i. 
of 9' 



de 

-de 

de 

de 

de 

de j 

de 

de 

de 

de 

de 

de 



\ 



1 

•«1 

K 

«o 

K 



Om etne preeveJe hébben ^mU véttóóning deeze Phüofophüê Letters zévT^ 
den maaken^ bib ik tét onderwerp dif névensfiaendei Zeedenrifm^ in'tmfélke^dic 
onze gemelde, A-Bee-klankea begreepen zijn , ^ jbrt en goed , aJs V éit de 
fén wilde j toegeftilt. 

EINDE.. 



"N. Toen ik laefbnael 't ^ezene stag, was •er <Jcm Toqgïft niet bij» 

L. Geen wonder , want pnlangs ia *t psmsien kieeg ik eerft dien in* 
val. Zulke Philoibphüè . kraém geef ik u. niet hooger <^ 'dan voor een' 
{peling van gedagten of voor een Herfen-fchilderij ^ niet te min , of die 
vinding beknopter gefchieden kan , laet ik anderen onderzoeken en oor- 
dcclen , zo ze flegts overwcgens wacrdig geagt mogt werden : Hoe 
vrugteloos dit onderzoek fchijnen mogt , net toont nogtans aen , of niet 
de eerfte Lettervinders hunne Leerlingen nog al beter waere ha4den kun« 

nen 



j 



I.Deel ,pB^' ijo . 



DE DDIVD DOD HEID, DO \^JU>D EDK IDKEDXABED , 

• / / / /// f y — 07 o// /•• /vo 0/ 0/ " / V 

f2 e£JZ€ €4f 92J€, e4 t3ef 2CJf Jef2f?3r2f, 
De drift tot Heul, zóó vast élk infefdiaapen. 



• * Qf 



•• ^^ 



O / 



/ y i' O 



(V Or'' 



KAV BID KEDUK,DO "D VDOKED-DUIK VAD DKAD, 

S3Z fJf F2f5?,e4 'f rf4?2f«f5J? r3f f?3e, 
Gaf vis ^eliik.,zö 't f 1 oiiie r- t tiig van fdkat. 



/ /^ • — 



/ / 



o •• 



— V 



V 0/ 



/ V 



0/ 9/ 



• O — / 



ÖV BEDD, ÖV ED, BAD AD BE ODD KIDDDK VEDKABED, 

47 f2€f, 47 2 e, f3f 3 f f2 4€f yjfCfP Z2f93f2e, 
óf -vrrtlcl, óf ëé'r, waar aan -we ons kindfdi vergaapen, 



■ / 



i)ÏD JABBEDDIK DED KEDD BEDOVEDD HAD. 

èJé *3rf2ècJs f2ê siec f2é4Z2fé 93£. 

"Niet Jamme r lu k de n Géés t betöóvert liad. 



o f 



o — 



^ o 



"• •. ^ 



• — 



BED-DADIK Hl, Dl DEKD DED DIKED B ADDE 

fif-Hfiè 5J,fJ è2?c C2r rj?2r f 3rc2 

Vël-zaaliS liy,djerégt der diigen vaarde 



— • • 



• / 



V / V y / < 



— / 



DODKDODD ED BIKD, ED DAD BA BIDD OV HAD 

f4éyf4fe 2è fi?é, 2f e3f f3 fjff4f 93f 
Poor?rond en vikt, en daar na mint óf haat 

DÏD DÜKD VEDHUKD, ED DE ÏDDE DÓDK DED ADDE 

fjf f iijf T2f 9 5? f , 2f f2 J€f2 f 4f? f 2f 3f f 2 
Dien I^eugd verheugt, en de udle zórg der Aarde 



^ y 



o / •• / 



V f 



/ . — / 



/ V 



J V 



o/ V— / OX/— / 



DID KBEDD, DOKD'ID, DAD ID DID BAKD DID DDAD 

rjf y f 2ff , f 4?f Jf, f3f Jf fJf f3?f fJf ff3f 
^iet k'VFëlt,nógt'iet, dat in zun mag t niet f t aat 

DÏ BÊD ED BIXEVD,HCE 'D HÓKDDE DÏDD-'KEDÓD 

f j fif 2f ff^tf,96 'f 94?ff2 fjff-'^2f4f 
Dieveet en proeft, hoe 't hóógfte Ziels-genót 

±D. DÜ ED DA, DE BADDÏ)ED BED DID KÓD . 

Jf, f5 2f f3, f2 r3fff2f r2f fJf ?4f. 
Js, nuu en naa, te vandlén mét zun GÓD . 



y 



/ 



1. rerhandi NEDERDtHTSCHE LETTERKLANKEN. mi 

ften opdiflcn, dan bij overlevering ons nagelaten is. Maar, om tevorde^ 
ren, Mijö Heer, nu wagt ifc al op 't vwtrekkan van uwe bck>ften. 

N. De tijd is vcrloopen: 't is te veel, dat ik te vragen heb, en in te 
breiigen : onze naefte bijeenkomft zal *er Stof genoeg aen vinden j w:jer- 
om ik deze verkies af te breken. 



R i ONDER^: 



^3« 



S. Redewiff, 



ONDERZOEK 



OVER ONZE 



NEDERDUITSCHE 

LETTERKLANKEN 

Tweede Verhandeling. 

Wegens 4e Natuerkundi^e oorzaek van het Geluid ^ benevens 
de Toonverandering^ tn de Zangkonft^ en bij zonderlijk 

van de Letterklanken. 



Agtfte Redewifleling^ 
N. en L. 



1. 



Onder- N. 
werp van 
deze Ver- 



T 



En opxigte van onze vorige ftoffc, wcnfchtc ik voorccrft uwc 
gedafi;ten te hooren y waer in Pbykci onze Letterklanken ver- 
handeling. JL Ichillen van alle ander Gduid , dat door Werktuig^ te ma* 



ken is \ want hier over vond ik nog niemand die mij eenige voldoenin* 
ge gaf. 

Li. Ik voel wel waer uwE: heen wil, naemelijk dat ik ook dit niet ^* 
noeg in onze vorige Aenmerkingen heb nitgehaelt. Die beduidins^, mijn 
Heer, icheen mij toen te breed van omfla^, en de zaken ruim hoog ge* 
noeg om bevat te worden in de niet wel rijpe jaren van hem y voor 
wien ik het opftelde. 

N. Diergelijke rede had ik wel begift y nogtans geloof ik dat velen 

nefièns mij y zonder uw nader berigt y niet in zijn kragt zullen bevatten 

*t gene gij daer van aengeroert hebt. In onze tweede Reoewifleling y toen 

de verwonderlijkheid van de Klankvorming op het tapijt quam y hoorde ik 

u wel zeggen , dat de Letterklanken alle Klankverandering van Hoogte en Laeg' 

Zie bij het te y van Zagt^en Sterk-beid kunnen aennemen y en daer en boven iet bijzonders 

VII Artikel ^^^^^;, , dat nogte door BonS' nog Blaes- nog Snaer-tuigen kan nagehootft tuoT' 

I^nerA. cn j:iu in uwc jfenmer kingen over dt Sfelkonft las ik wel^ dat & Toonklanky 

in 






X. Ferhandel NEDERDUITSCHE LETTER-KL ANKEN. 13} 

in de KeeP gemaakt , in den Mond zijne hepaelde Littervorming moet erlangen : 
Dog hoewel de wacrhdd van uw ecrftc gezeg klaer opkomt , voor elk 
die agt geeft op zijn' eigene klankvorming , niet te min het waere onder- 
icheid en de oorzaek is nog met een duilteren nevel bezwalkt , welken 
een Weetgierige liefft verorevcn zag. En , belangende uw tweede gezeg j 
buiten de ^ehen , die zig met de Zangkunft bemoeit hebben ^ zal men 
weinigen vinden die regt weten wat Toonklank is, en nog minder die naege- 
foeurt hebben, waer ter plaetfe de Toonklank^ en wacr de Letterklanken hun 
Geluid vormingen krijgen, en nog ongelijk minder, die hun inwendig en 
wezendlijk verfchil kennen , zo dat Uer een nader beduiding nuttelijk en 
wel voegl^k komt. 

L. Die , gelijk velen , geene ooren nog begrip tot PZyyf^^tf^ Verhande- 
lingen helden , zijn boquaemer om zig blindelines te verwonderen , dan 
cm *t innerlijke te bevatten % niettemin ftac ik iftoe, dat uwe aivorde- 
dering wettig is, en mij niet onverwagt te voren komt 5 dies heb ik ook 
mijne gedagten en bevindingen gereed ; zo uwE: ondertuflchen nog zwa- 
righeid of tegenwerpingen inTchieten, verlang ik die dan te hooren: want, (A0.17X1.) 
wie bedenkt alles ? *t Is evenwel nu ruim elf jaren geleden , dat ik op ei- 
' gene riemen drijvende uit weet-luft deze zaken onderzogt , en voor mij 
2elf op het papier bragt \ en federt is in al dien tijd mij nog niets in de 
Natuer voorgekomen , dat firijdig was tegen mijne daer op gevondene op- j j^ 
loflingcn. Ondcf- 

Om een goeden Grondilag te hebben, dienen we vooraf te onderzoeken, zoek wacr 
waer in de Klank beftaet. Ki^kb 

I. Onze allerminfte opmerking kan ons wel onderrigten dat *cr Klank w^ng 
of Geluid is, en dat dit ontftaet uit een. zekere beweging van Klink- der Lugt- 
bare Deeltjes in de Lucht | als mede , dat onze Lucht vervult moet ^cclen bc^ 
wezen van zulke Deeltjes , die deze of gene Klankbeweging hebben- ^^ 
de ontfangen , dezelve elk aen zijne rondom aenpalende en van bui- 
ten aenrakende makkers konnen overdragen en mededeelen , vermits 
de ervarentheid leert , dat , wacr men zij , het gcmaekte Geluid zig 
overal aen alle kanten verfpreid zonder tuflchengaping. 
IL Ten anderen is uit de Trilling der Snaren handtaftelijk te toonen, 
dat het onderfcheid tuflcn Zagt-en Sterk-heid van Geluid, uit de 
- min of meerder kragt fpruit , £c men in 't Klankmaken bijzet ^ want, 
men bonze vrij op een klok of ftrijke op een' fnaer , zo fterk men 
wiir,dcToon (Tonus) blijft de zelfde, krhoon de Klank (Sonus) in 
kragt verftcrken of verflaeuwen mogte. 
III. Dog het verfchil tuflTen hooger en la^er Toon ontftaet uit de fchielij- 
ker of. trager vernieuwingen van Trilling en klankbeweging 5 want 
dit kan veroorzaekt worden door het ftrakker opfpannen of kor- 
ter bezetten van een* fnaer , 't welk klaerder blijken zal uit het ver- 
volg. 
Maer, wat fbort van Beweging de Lugtdcclen in 't Klankvormen ont- 
£ingen , valt in dezen na te vonchen. 

R } Niet 



i 



i}4 ONDERZOEK OVER ONZE 8. Ridewiff. 

Niet meer dan* tweederhande Bew^ng beijpeur ik bij de Lichimen, 
( I ) Eene Voürtgacnde , en ( i ) Eenc rïaetS'$f Omtra^-^Uets^boudende . 

De eerfte gefchied wanneer het Lichaem van de eene na de andeie üeê| 
't zij door regte, *t zij door kromtne we^en ovei;g;act. 

De tweede in tegendeel verwandelt weinig of mets ^ en is ook twcedcr-» 
hande^ als (i) Omdraeijende om baren As of Draeifpil^ en (z) b^enUit* 
fuiknde , even gelijk de Water-belten of dunne Ring-banden ( Spbar^^) , die 
van ter zijde, als tot eenc fchijve, ingedrukt, en dus uit haeren ruftfiand of 
cvenwigt geperft zijnde, na 't ophouden van de prangende kragt, weder 
, uitfbringen. 

Dat nu de Klankbeweging onder de Lugtdeelen niet ontflaet uit de 
Voortgaende beweging leert ons de tègenftrijdige eigenfchap der Klanken, 
want het Geluid is gants niet enkel cen*ftreeks voortgaende, maer word op 
en neder, ook zijdwaerts, gelijk ook naagterencn na voren, bij na even 
ftcrk en te gelijk cehoort. 

De Omdraeijende beweging van eeoige Lugtdeeltjes op haer As is even <hh 
bequaem om Klank te maken : want , volgens de onwrikbare wetten der Bo^ 
weegkunde ( Mecbanica ) kan geene breede of wijduitffarekkende mededeev 
linjg en overgang van kragt bij zulk een Omdraenende beweging plaeti 
hebben , 't welk nostans bij den Klank vereifl: wora , als wdken men roet 

feringe kragt wijd heen kan doen verfpreiden. De waerom van de gemel* 
e Onmooglijkbeid beftaet hier in , aat geene drie ^ veel min meerder, 
lichamen , op hunne Afpunten omdraeijende , elkander onderling kunnen aen« 
raken , zonder des anders beweging te verhinderen. Bij Voorbeeld ^ 




De Bol A zij de eerfle Beweger , die om zijnen As wentelt % zijne 
werking en aenfchuiving zij op B , en C , te SeUik -, zijne diaetjii^ zij 
regts-om van i nae i, als dan zullen gevolglijk n en C beiden Zig bnks- 
om (van 3 na 4 en van f na 6 toe) keeren; want eene aangefchovene draeij 
is altoos anders-om als die van den aenfchuiver : zo drae nu B aen C, of 
C aen B fchuive, dat onder de aenpalende Klank-deelen onvermijdelijk ge- 
fchieden zou moeten , zo zouden noodwendig B en C , ter plactle van hae- 
re onderlinge ontmoeting een geftadig-tegenllrijdigen draeij hd>ben , die 
elkanders kragt van beweging vernietigen zou. Weshalven dan ijder Klank- 
deeltje , ( vermits dat niet alleen van z , nuer van omtrent 1 1 zijns-gelijken 
omiingt is) al wentelende om zijn As, terwijl het elk van de anderen eene 

om- 



LFirbani. NEDERDUITSCHE LETTER-KLANKEN. tjf 

omdraeijing quame bij te zetten, terflond zijn eigene belemmering en itil- 
fland zou veroorzaken dooc de kragt van ziine eigene medegedeelde be- 
weging : Daerenboven zou uit de gemelde Omdraeijing , zoo ze al plaets 
kon hd>ben , wd een verandering van kragt , xnaer geen onderfcbeia van 
toon-gduid kunnen ontftaen , aei^ezien de Omdraeijing maer alleenlijk of 
fiidler of trager ^e(chieden kan. 

Nu ichiet *cr dus voor de Klankbnveging in de Lujgt niet anders over 
dan dit In- en uit-fuilmg cenigcr bd-agtige ofSpheer-agtige Klank- of Lugt- 
deden. 

N. Mii dunkt ik kan nog een* andere beweging , hoewel ook maer 
eene , bedfenken , namelijk de Krwg^olving , gelijk als die ^nsne welke op 
het water komt bij *t inwerpen van een fteen of iet anders : TEn, deze be- 
w^ng is mede wijd en breed uicflrekkende even als de Klank. Ik kan 
ook uit de Schriften der Gdeerden niet anden begrijpen , als dat ze zulk 
ccne Golving {Undulatio) bij den Klank onderftel^, hoewel zonder be- 
wijs of nette t)eduiding. 

L. Ik beken dat men de Kring^olving aenmerkcn kan als een tweede 
ibort van Voortgaande beweging , die haer oor^ronk uit een punt neemt , 
en van daer bij golfwiize uitttraling , zig rontom veripreids en van deze 
had ik niet onderfchddentlijk aengeroert. Maer , dat ook. de Kring-golving 
tot het Klankvormen onbequaem is , blijkt uit het volgende. L Om 
dat deze Golvin^ niet anders gevonden wora dan bij de Oppervlaktens van 
cenige vloeibare Uoffe, boven welke een merkelijk iijnder en ligter vloeijen- 
de zweeft 9 (als naemlijk de Oppervlakte van 't Water onder tegen deLugt- 
deelen, enz:) en werkt dusalleenl^k i»//j;!i^.\de Kknk in tegendeel word 
gcvormt midden onder de Lu^deelen , en werkt op- en neder- en zijd-wacrts, 
cuhici. II. Men onderftelle vrij, hoe mis het ook zij, dat de Klank uit zulk ee- 
ne Golving onder de Ltigtdeeïen geboren werde^ in dier voe^ dat (i) uit 
de maete van de kragt &x bewegm^ in 't begin hex verfchil van Zwakte 
m Sterkheid van Klank , en ( i ) uit het (helder of tn^cr vernieuwen van 
de Golving of Golf- onderhaling het verfchil van T9imklank ontftaen zoude. . 
Maer dan moeft, tegen alle onwederiprekelijke ervarenthdd aen , het 
Gehiid altoos van een anderen T^^i» zijn voor den gene die digt bij deszelè oor- 
Ipronk ftond, dan voor dien die 'er verre af was j want de Kring^golven 
agtervolgen elkander veel fchidijka: digte bij het middelpunt, dsm verre 
van daer. 

Ik heb de kragt van mijne bewijzen niet willen ontleenen uit de me- 
nigte en grooten hoop van redenen , {choon van alle kanten , hoe men 
•t Iceerèn of wende , ftoffc genoeg daer toe zig opdoet ; Als ik flegts voor 
ijder zaek een of twee vond, die mij van de waerhdd verzekeren kon- 
«n. Zo rekende ik de reft overtollig : Ik ondcrftdle dat ik in dit ftuk 
met mcnlchen te doen heb , die de redenen wegen en niet tellen > voor an- 
deren dient deze köft bezonder wdnig. 

K Mij 



i^S 



ONDERZOEK OVER ONZE 8. ReJewif- 



4 



111. 

Waerom 
de Klan- 
ken zig 
aen alle 
kanten 
verfprei- 
den» 



IV. 

Van de 
kragt en 
duerzaem- 
hdd van 
•t Geluid. 

V. 
Van de 
verfchei- 
dene Mid- 
delen en 
Wijzen 
der Klank* 
vorming. 



VI. 

Waerin - 
hetonder- 
fdieid van 
Hoogtr en 
Lager toen 

bcitaet. 



N. Mij dunkt ook dat de gene, die al te ved de redenen bij den ftapd 
omhaelt , eenigen fchijn geeft , als of hij geene ^van die op zig zelfs mans 
genoeg moge agten, om itand te kunnen houden > hoewel ik mee nie^on« 
bewult ben , dat kófl , die alle man behoorde te fmaken , op allerhande 
wijze zou dienen toebereid te worden , en tlat het derhalven bij (bmmige 
zaken zeer nut kan zijn y dat men' behalven de kragt der Redenen ook de 
velerhande foort van kragtige bewijzen aentoone. Maer, om ons door tuf^ 
fcni'edenen niet op te houden 5 Ik zie nu wel uit uwe beduiding , dat onda 
alle de Lichacmlijke bewegingen alleenlijk de Jn-en Uft-fuiling eeniger Jüigt^ 
deelen voor de Klankvorming overfghict : Laet ons die nu tegen de voor- 
naemfte eigenfchappen van 't Geluid overwegen. 

L. Men behoeft, mijn Heer, niet lange ftil te flaen, om te vinden dat 
deze beweging alle de verfchijnfelen der Klanken kan voortbrengen. 

I. De minlte fchielijke bonzing of beknelling van die In- en Uitpuilbae- 
re Lugtdeeltjes , moet de bel- of fpheer-agtige gedaehte in een Ichijf- 
agtige veranderen , waer door de uitpuilende ronding tegen en op de 
rontom naeitSefkehde , en van gelijke natuer zijnde , Lugtdeeltjes, 
een medededende bonzing , en gevolglijke inpuiling moet overbren- 

fenj eu deze naeftcn wederom aen haere naeflaenvolgenden , onder, en 
oven, en na die zijden toe : En hier door verfpreid zig daa de Klank 
zeer fchielijk en verre uit na alle kanten. 

IL En hier uit volgt genoegfaerp van zelf, dat, hoe fterker de bonzing 
of klankvorming gdchiede , des te ki^agtiger het Geluid tot de andere 
omringende Lugtdeeltjes zal overgacn, te langer dueren , en te wijder 
af gehoort kunnen worden. 

III. Op vijfderhande wijzen kan men inpuiling aen een Lugt-bel ofee- 
nig klinkbaa- Lugtdeeltje toebrengen j als ( i ) Door een fchielijke 
Aenbonzing , in dier voege dat ze fnelder en kragtieer zij , dan dat ïiet 
aengebonscfc zonder inpuiling' ontwijken kan : aldus bonj^en de Snae- 
^ ren in haere vinnige heen* en weer-flingeringen op de Lugtdeden, 
( 1 ) Door klemming of beknelling tuficn twee andere vafte Lichamen , 
zulks dat de doorgang of uitbai'fting der Lugtdcelen niet zonder in- 
puiling' gefchieden kan j aldus word de eertte Klank verwekt bij 't 
bonzen op een Klok of Ambeeld enz: ( 5 ) Door Aenperffing van 
Lugtdeelen tegen een fcherpagtigen kant van een vafl Lichaem : dus 
worden de Lugtdeelen geblazen tegen het Tongetje van een* fluit. 
('4) Door een overmatige fterke UitberfHng van- Lugt op Lugt^ al- 
dus buldert het kanon. En (f) Door geprangde Doorperfirig : aldus 
gaet het toe in het maken van de Stem , en in 't blaezen door het Rietje 
van een Baffon of Hautbois-net. 

IV. Vermits de Lugtdeeltjes hare inwijkende beweging, eensdeels door 
die aen anderen over te geven , anderdeels door hare kleinheid , zeer 
fhel komen te verliezen , zo is telkens vernieuwing van noode , indien 
de Klank beftaen zal : en uit de mate van Traeg- of Snd-heid van ver- 

nicu' 



z. nrbanJa. NEDERDUITSCHE LETTER-KLANKEN. 137 

nieuwing zal hec ooderfcbeid fpruiten van Hooger of Lager Tcon^ijuid^ 
even gelijk inde mate van de ki-agt vaninbui^ing de Zivai- en Sterkheid 
van Klank beftact. De fnclle Trilling of Slingering der Werktuigen; 
door welke de Klank . of Inbuiging der Lugtdeelen gevormt word, is 
oorzaek van deze vernieuwingen. Y^^ 

V. En, hoewel bij een welgefteld en bedreven gehoor de minfte veran- Van'de 
•deritig van Toon te vcrmerken is, de. traegllc trilling bij den laegften Snelheid 
Toon is niettcnun zo fiicl , dat geene grooter tuflenpoozing van ver- ^^^ Klank-: 
nieuwen daer bij op 't gehoor te vinden is , dan bij een Toon van ^ingcnf 
vier OSaven hooger, Ichoon die zestienmacl zo fnel in een zelfden 
tijd vernieuwt 5 even gelijk ook bij de flingeringen van een ge{pannene 
fiiaer' daer dezelfde rede ( ratio of frofwtto ) van verniewingen plaets 
heeft , het min of meerder fnel gaen met het oog' niet te verméiken , 
fiogte te agterhalen is. 

N. Macr, hoc kan men dan weten, dat de Vernieuwingen fnelder 
gefchieden bij het Hooge, en trager' bij het lage Geluid ? 

L. VI. De Rede en Wiskonftige proeven lecren ons dit; Men . neme VandcZö? 
een zekere Snacr op een Viool gcfpannen , en befchouwe eerft het kcrhdd 
onderfcheid van het zwakker of ucrker aenftriiken van dezelve, en de u^J^^jL.- 
gevolgen daer uit fpruitcnde 5 als dan is het kI^cv voor de Rede , en fchcid der' 
tailelijk in de Ondervinding , dat die bewogene Snaer een min of meer Vernie- 
feieeden flinger-gang zal maken na mate van de ftrijkkragt , namelijk ^^?scn bij 
tweemael zo breed bij een dubbelden aendrang , en zoo voort > gelijk ^^lagw^ 
ook altoos de tegenftand of herftelkragt van Wederom-flingerinjg ge- Toonklan-; 
iijk is aen de ccrtte kragt van Heen-flingering j waer uit volgt , <£t die ken ; en • 
(naerflingering den grooter weg van beweging ook net zö* veel fnelder ^*"p**^ 
•doorwandelt, als ze kragtiger aengezet is ge weeft, en gevolglijk even *^^J/,^j^ j '" 
veel tijd hefteed in ijder llingcrgang , of ze fterk of zwak werdc aen- Klankea 

feftrekcn , gelijk ook daerom nimmej^ de toon verandert door zwak- vcmieu- 
er of kragtiger aendrang op de Soaer ^ maer 't geluid alleen word ^"*^^ 
fterker of zwakker. Maer^ ten andere, omdenaert der Toonveran- 
dering te kennen, zo merke men nu die zelfde fhaer eens tweefints aen, 
cerfteujk vrij -en pngeftopt , ten tweede op de halve Lengte met den 
vinger bezet en op de toets gedrukt \ dus dan 5 de ftrijkkragt in beide . 
gevallen gelijk zijnde, zo zal de geheele fhaer, vermits tweemael zo 
veel ftofFc vervattende, tweemael zo tracg haren flingergang volbren- 
gen , dan de bekorte : en fchoon men oc Langfte fterker aenftreek , 
;tulks zou dien gang wel verlhellcn , maer ook tevens zo veel verbrec- 
den , en gè\'olffUjk den waren tijd van Wedèroraflingering niet ver- 
haeften, nogte den Toon veranderen, gelijk we hier voor gezegt hd>- 
bcn. Op deze wijze blijkt dan j • , lyi 

( I ) Dat de ware Redigbeid (Vtoportxo) vanden 7uffcbentijd van Klank-- De Pri- 
vernietming^ tenopzigte van een zelfde onbezette , en bezette Snaer ^ even t^^ wi 
eens is als die van hare geheele Lengte tot baer Deeli en V getal van de ^g ^^^ 

S Slin-* ' ' ^^ 



Snaer ; en 
▼an haere 
onder- 
fcheidene 
ipanning. 



X. 

De Prefor^ 
tii van de 
onderlin- 

fe diktens 
erSna^ 
ren. 



XI. 

Donaek 

livTa&de 



i}J ONDERZOEK OVER ONZE 8. Rtiewiff. 

SUt^ergangm m een zelfde tijd is in de Omgekeerde reden. Bij voorbeeld) 
Een gelpannene Snaer , onbezet zijnde , zal twcemael grooter tuflen- 
tijd van vcmiewingen hebben, dan haer halve deel, dat ma den, vin- 
ger ter halve lengte bezet is : en, .wijders, indien de bekorte Iragte 
tot de onbckorte is als z tegen 3 , zo zullen de Slinger-gangen van de 
bekorte Snaer ook driemael gefchieden , tegen twecraael bij de onbe- 
koite , en derhalven de tuflèntijden zijn als z tegen 3 : En , zoo voort 
met alle de Verdeelingen. En, ten opzigtc van de onderfcheidene 
fpanning der fnaren met gewigten , zo word vereifcht, gelijk ook de 
proef van ondervinding zulks kan aentoonen , dat de gewigten geno- 
men werden in de dubbelde reden van de begeerde fhelheden der Jnaer- 
flingeiingcn, naemlijk aen eene zelfde fiiaer, tot fnanning, viermael 20 
veel gewigt gehangen zijnde als te voren, zal de Klank-makende (hacr- 
ilingering tweemael zo fnel gefchieden, en n^enmad zo vcd gewigt 
maekt die flingergangen driemael zo fnel, enz. 

(z.) Ten opzigte van twee Snaren ^ tnet gelijk gewigt gefjpannen ^ dog 
en^elijk van dikte zijnde , zal de enderlinge rede (Proportio) van de 
TuJ/entijden der Klankvernieuwingen dezelfde Tiijn ah die der Middellijnen 
van ijders dikte % bij voorbeeld > zoo de Middellijn d^r dikde Snaer' zij 
als 3 , en die der dunfte als z, zo zal de Lager Toonklank bij dedikfle 
twee vcmiewingen hebben , terwiile de Hooger Toonklank bij de 
Dunfte driemael vcmiewen zal 5 of, dat het zelfde is, zo zal de Tuffen* 
tijd bij den Lager Toon tegens den Tuflentijd bij den Hooger zijn 
ab 3 tegen z. 

N. Dit laetfte ftuk fchijnt mij van belang te wezen, zou je mij ceenklaer* 
der begrip op nog een andue wijze cker van konpen geven r 

L. Mooglijk jae. Neem een (haer met een zeker gewigt gefpannen; 
en neem een andere Snaer, eN'^en lang, dog 4 mael zo dik in zig zelf, 
dat is, z mael zo groot van Diameter *y en vermits deze 4 mael 20 veel 
itofk inheeft dan de oerftgenoemde , zo hang ook 4 mael zo veel 
gewigt daer aen , óm gevolSijk net even ftrak ge^nnen en cvoi hoog 
van toon te worden als cte eerfte. Maer wederom aen die dikker 
fiiaer in placts van 4 mael zo veel gewigt , flegts gelijk gewigt als bij 
de eerfte gehangen zijnde , zo moet die toon verlagen otde flingerixig 
vertragen als z tot i ; vermits ,de jgewigten van fpanning moeten zijn 
in de dubbelde rede van de (helhecfcn , gelijk ik in *t vorige lid ver* 
meld hebbe j en igevolgliik worden ook de Tuflchentijden der Klank* 
vernieuwingen als de middellijnen van ijders dikte, acngezien de dik- 
tens zijn in de dubbelde rede van hare Diameters. 

N. Dat begrijp ik beter, vervolg nu verder uwe Aenmerkingen. 

^ L. Wanneer de Klankvorming gefchied door Beknelling* der Luctdcc- 

t" lcn> ab bij de Fluit, of door een' geprangde Uit- of door-periing èk bij 

de 



t. Ferbanii NEDFJIDÜITSCHE LETTERKLANKEN. 13* 

de Stem , en Op riet te blaczene Infirumenten , 20 word altoos een ze- Toon-Tcr- 
Jcer vertrek of ver^crplacts van Lugt vereifeht , wacr in de doorge^ H"^^^* 
prangde klankmakcnde Lugtdeeltjcs hare oxiderfcheidene bepaling van Toon^gf^^™ 
erlangen zullen ; £n , na cnatc dat 'er veel of weinig Lugtdeclen in dat inftnimcn- 
Vang- vertrek vervat zijn, en alzoo de Klanks-doorgang na de vrije Lugt ten. 
min of meer belet vind, zo zal de vernieuwing van Klank £hcl of traag- 
lijk volgen: hierom is het Geluid eener Fhiite 20 veel lager, wanneer al 
de gaten met den vinger gcftopt zijn, dan wanneer, eenigen of allen open 
gelaten worden, vermits in 't laetfte geval de Doorgang na de vrije Lugt 
minder belemmert is als bij het eerlle. 

N. Wel meermalen vond ik bij verfcheidcne Schrijvers ter loops aen- 
gehaelt, dat de eene Toon*klank tot den ander is ak z tot i , of als ^ 
tot z , enz: maer nimmer kreeg ik daer een regt begrip van. Ik bevond 
wel dat de Inkorting of Bezetting van een* Snaer een zeker verfchil van 
Toon maakte, en gifte daerom, dat van wegen die verdoeling de Toonen 
haren naem ontleenden i dog willtoen niet, dit *er inde Klank-beweging 
waerlijk en wezendliik zulk eene Proportie van Tuflentijd der Vernieu- 
wingen gelegen is. Nu dunkt mij heb ik te veel doorzigt van den Grond- 
flag der Zangkonft,om *er niet bij te hebben een verllag van de voor- 
naemftc Tonen die daer in te paflc komen. Al wat opbouwt verfterkt. 

XII.' 
L. Mijn tijd is voor u ten befte. Onderftel eene bequaem-gefpannene Van de 

Saier in feftig gelijke deelen gemerkt te zijn, en dat op ijder <fcel de vin- Tonen of 

eer of iet anders, tot bepaling* en inkorting van de Slingering en ^volg- ^^E?^\ 

Ujke Toonvei'andering kan gezet worden: In dezer voege zal de Tuflèn- ^clkcindc 

tijd der Klankvemieuwingen bij de onbezette Snaer van <Jo deden lang , Mufyk ge- 

tot den Tijd der Klank-vernieuwingen bij de bezette op 30 deelen, zijn^^^K^ 

als 1 tot 1. Noem die plaets van 60 deelen C (of t7/), en die van ^o ^^'^^^ 

deelen CC (of de Hooge Ut) die een OStaaf hooger is. Het verfchil 

van deze twee Klanken voert in de Zangkonft den naem van 't O Raaf ^ 

om dat het den Agtften trap uitmaekt der zoo^enaemde Natuerlifke Ttmen. 

Wijders neem- cfc Snaer-bezetting of Stopping op 40 , en noem deze 
plaets G (of Sol) y zo zal de Toonklank C5 tot G zijn als 60 tot 40, 
dat is, als 3 tot z : welke Proportie eigen is acn den ^int of Vijfilen Trap. 

Stop verder den vinger op 4fj en nocfn deze plaets F, (of F^*), aso 
komt de C {66) tot F (4f) als 4 tot j. Dit verfchil ia eigen acn den 
^art of Vierden Trap. 

Men neme zoo verder voort de Stopping op f 4 ^ op 48^ op ^(Ts ^ 
3Z5 en noeme die in gelijke orde D (of Re)\ E (of Mi)% A (of La)^ 
en B (of Ci)i als dan zullen de 7 natuerUjke Tonen, na de verdedin^^ 
die bequaemft is om de meefte Harmonieuje Klanken op te leveren , zig 
in orde en Proforiie Tcrtoonen , als volgt. 



Si .Ut 



.^ 



i4d! 



ONDERZOEK OVER ONZE 8. Rednoif. 



Ut, C. 60. 

Re , D. ƒ4- 

Mi, E. 48. 

Fa, F. 4f. 

Sol, G. 40. 

Z^, A. 16. 

Ci, B. 32. 

!;>, o. 30. 



-1. 



r »5 f 



6 

V 



Z 
l 



10 
9 




> — 



5 



£ 
3 



De C tot E, gelijk ook de G tot B, zijn als f tot 4: Dezen noemt 
Bien Groête fercen j De E tot G en de A tot C*. zijn ijdcr als 6 tot f > 
de zulkcn worden Kleine Tercen genaemt. 

C tot D, als mede G tot A, zijn als 10 tot pj en D tot E > en F 
tot G^ en A tot B, zijn ijder ak p tot 8. Die van 10 tot p, worden 
Kleine Heek Tonen y en die van p tot 8, Groote beele 7'onen genaemt. 

E tot F, en B tot C* zijn de Natuerlijke halve fonen. 

En ijder van deze Zeven Tonen y 't zij C tot D , of D tot E , of 
E tot F , enz: 't zij groote of kleine y of halve Toon , noemt men een* Se^ 
iondey als ijders eerftvolgenden Trap verbeeldende *^ 

N. Die Oploffingen van zo vele voornaeme Gevallen hebben mij in u- 

wen 



^ Na 't Schrijven van "t !K>vcnftacndc b 
mij ter hand gekomen het loffdjjkc Trac- 
itetje van den Ltfênfchn PrrfiJ^r J. P. d$ 
Croufax. , genaemt Traiti du Biou, m 8; s 
Amfiêri: chêz Fr: rHoft^ri 1715- P5 iö'. en 
a6i. waer in ik iccr mcrkwacrdig vind ziin 
Vcrhacl van de groote Snelheid der Klank- 
vernieuwingen, en 't middel om het bijna 
ware getal der xclven in een zeker tijdbe- 
itck (als een Mhttet of een Stcondt) tektm- 

Ben bepalen. __ 

I. Stch hij 3 Orgel-Fluiten ; waer van de 
Eerfte verfchülc van de Tweede een Wei- 
ne Tncê , en van de Derde een groo- 
te TiTfei dat k 



E. 5 Fl: 

*E. t Fl: 






C. X Fl, 



welke gevolgilijk aüe drie te famen niet 
eerder als om de 25 tikken in harcKi- 
hratien kunnen overeenkomen. 
II. Wil hif dat' de kortfte va» dcie Flui- 
ten zij 5 Voeten : zeggende verder on- 
dervonden te zijn , dat zulk een Rait 
van 5 Voeten f oinnen den tijd van ce- 
ne $§uni$9 tiermad overeen<iuam met 

dfi 



■ 

j 



X. 



LETTERKLANKEN, 



141 



wen Grondflag zo fterk al gemacikt , dat ik mij nu in ftaet dunk te zi jji 
om met vrugt tot de Stem te kunnen overgaen. 

' L. De Toonklanken en haer Verfchil dus bekent zijnde , kan nu dit 
overgaen gevoeglijk gefchieden. 

Bij eene vrije ademhaline' word de Lucht zonder beklemming uit de yin de 
Longe door de geopende E'Ongepijp) en verder door Neus en Mond uit* stem- en 
jedrcven: maer even gelijk hij, die op etncHautbois of eene Fluit blacft, Zang-vor- 
let Geluid niet in zijn* Mond maekt ^' maer tuilen *t Rietje of op het "^fr 
Fluiten-tongetje waer op de wind breekt, zo gefchied ook deKlanfc-ma- 
king nogte in de Longe nógte in de eigentlijke Longepijp^ dog het eer- 
ile werktuig , dat daer toe bequaem is , zijn de twee kraekbeenige bin- 
nen-lipjes , Se boven-aen even onder 't keel-klapje , bij het Strotten-hoofd 
van de Longepijp, geplaetft zijn, en welke in het toeknijpen een (chreef 
maken van gedaente omtrent als de fchreef van een Rietje bij een Haut^ 
hots. 

S 3 Zo 



de twee anderen , en gevolglitk xoo vi- 
hratiên of tikkiogeh van klankvemicu- 
wing maekte in eene Secondt , en der- 
halven eene Fluit van i Voet 500 Ki- 
hrat'un , of van i duim 3000 Vibratien in 
eene Seconde of Polsflag. Dog die Toon- 
geluid» dat uit zulk een twee-duimfche 
Fluit komt , is al van *t hoogde foort 
dat men gewoon is te maken: En om 
't allcr-Iaegfte foort van Toongeloid te 
bepalen» Helt hii een Fhiitc-pijp van 40 
Voet» die gevolglijk maer ii^ Vibratkn 
in eene Secondi^An verwekken. 
Dier uit maek ik deze twee volgende Aen** 
merkingen op» als; 

(i)Dat de mooglijke^ Snelheid der 
Klankvernieuwingen oij dit Hoogfte ge- 
Imd» naemlijk 3000 Tikkingen of Vthra- 
tkn in de kleine Tuifentijd van den ee- 
nen Polsflag tot den ander » ongeloofiüjk 
en onnadenkelijk zou zijn » zo 't behulp 
Tan de Experimenten en Wiskonfl ons 
lulks niet leerde. 

(i)Ten andere, dat de Klankver- 
nieuwingen bij het Laegfle Geluid ('t 
welk ii\ Vihratkn binnen een Seconde 
of Polsflag maekt » en 't gene van 't 
gemelde Hoogfte net 8 oéhven min een 
halve Toon vcrfchilt) egier nog zo Ihel 
gaen » dat het Toon-gehiid flcgts eene 
Enkel -ftreekfche agtereenvloeijende be- 
weginge gelijkt» waer van door 't Ge- 
hoor geene Tullenpoozingen nogte Tik* 
kingen te tellen nog te vermerken zijn ; 
dog dat » bij nog lager Tonen » en ge- 
volglijk nog trager Klankvemieuwingen, 



vim welken de Goren elke TulTchen- 
poozing mogte konnen gewaer worden , 
dat» zeg ik» die aendoenmge» dan in ons 
geen eigentlijk Dcnkkeeld van Klank of 
Toon-gcluid» maer wel van enkelde Tik- 
kingen of Aenbonziagen zou verwd^* 
ken; even gelijk ook eene Ljjn» die uit 
aen-een-gevoegde of agtereen vloeijende 
Stippen geboren is , dan eerft aen den 
Naem en 't denkbeeld van eene Lijn 
voldoet » wanneer het Oqg geen onder* 
fcheid of tuiTenftand dier Stippen kan be- 
zien ; dog zo drae dat Ouderfcheid zig 
daer by vertoont , mag" het wel eene 
Rije van Stippen» maer geene eigendij* 
lijke Linie heeten. 
Dit zij gezegt tot een vollediger b^np van 

den eigentlij ken Aert der klanken en Toon* 

veranderingen. 

17175. 

NBf Naderhand heb ik verder gezien in de 
Hifteire de F Academie ReyaU des Sciences van . 
A». MDCC » en MDCCi. dat deze opmer- 
king van 3 Orgelpijpen» om daer door een 
vaften Toon» en 't getal der Klankvemieu- 
wingen te vinden » aen M': tauvenr is toe 
te Ichrijvenj waer uit ik vermoede dat H': 
Crenfax, dit ontleent heeft : alleenlijk zie ik 
daer bij » dat de kortfte pijp voor den 
hoogiten Klanktoon niet op z duim maer op 

t{duim geftelt word ; makende alzo 6400 Vt* 
ratienin eene Seconde f en gevo]glyk90^4v#» 
voor het gantfehe Toon-verfchil. 






N 
^ 



144 ONDERZOEk OVER ONZE 8. Reiwil 

Zo dra deze Tolleoaer , ( dit toej^nijpendc kraekbeen meen ik ) deo 
uitgang zo digt beprangt en bepaelc houd , dat de uitgcdrongcae 
Lugtdeclen niet tolvrij zonder inbuiginge ^ door konnen , zo word wel 
voor eerft een zeker Geluid of Klank-beweging daer door gewrocht, 
maer tot nog toe niet genoeg bepaelt in allerhande Toon of Toon-veratH 
dering. 

Deze nieugemaekte Klank vliegt niet terftond in de onbepaelde ruime 
lugt , dog geraekt allereerft in het Kamer-vertrek 9 dat agter in de Keel' 
boven den Uitgang der Lon^epijp is, en dat geplaetll is tullen Neus ea 
Mond. Dit is als het Hotdacr de vercifte V rijmbrief te halen is. Eii| 
even als in de buis van een BlaeS'inftrument door het bezetten der gaten 
de vrije uitgang of beweegbaerheid der Lugtdeden en gevolglijk óc Toon 
bepaelt word , zo moet door 't beftieren van het agterded onzer Tong 
met behulp van deszelfs Spieren, dit Kamervertrek eneer of ruimer, en 
gevolglijk de Toon hooger of la^er gemaekt worden. Dat. nu te dezer 
plaetle de Stem- en Toon-vormmg gefchied , blijkt daer uit , dat men 
alle Wüzen duidelijk kan zingen ck>or de Neus alleen , (choon men den 
Mond digt gefloten houd , en ook duidelijk door den Mond alleen , al is 
de Neus digt gedopt \ zo dat derhalven deze vorming op ecne plaets ge« 
Ichied, die voor Neus en Mond even nae is. 

N. Maer zou men ook niet door het enger- of naeuwcr-maken van de 
Longe- of Strotte-pijp, en met een door het min of meer geprangt hou- 
den van deze Keel-Sluiting , het ondcrfcheid der Tonen kónnen verwek- 
ken? Zk>uden in zulken gevalle de Luchtdeeltjes, die door de naeuwte bij 
dit kraekbeen in klankbeweging gebragt zijn , niet een {helder of trager 
agtercenvolgendc doorfchieting en Klankvemieuwing , en gevolglijk een 
hooger of lager Toon-klank kunnen krijgen ? Mij dunkt van een zeer be- 
dreven fpeelmeeiler gehoort te hebben , die op een enkel Blaes-rietje van 
een Haut^bois^ zonder buispijp daer aen vaft, verfcheidene Tonen kon uit- 
blazen. 

L. Dat dit wel iets kan geven , ftae ik ligtclijk toe , en in gevalle onze 
Strotpijp een dun en lenig geftel waer, dat zig na allerhande ver-cnging en 
uitzetting verploiien liet, even als de Kamcring bovenden Strot, men zou 
'er mooglijk al de verfcheidene Tonen van een OStaef of meer door kun- 
nen bepalen, gelijk men bij het Fluiten op den Mond, alwaerde Klank 
eigenthjk op 't fcherp van de Tanden gqmaekt word, zo wel hi 't uit- 
blazen als inzuigen de Toonveranderingen en deuntjes onderlcheklentlijk 
voortbrengt , en dat enkeliik door *t vemaeuwen of veouimen van het 
voorfte van den Mond met behulp van onze buig&me Tong en Wangen. 

Dog de ftevigbeid van de kraekbeenige Ringen onzer Strottc-pijp, 
dunkt mij , maekt dit gedel veel te onbequaem om alleenig en genDuucujk 
al de Toonveranderingen te bepalen j behaJven dat het lenige agterdeel van 
de Tong verre veel gerecder dit ampt kan waememen y terwijl de weini- 
ge min of meer verenging van de Strotte-pijp benefièos het onderfchef- 

dcnt- 



t. Feiéand. NEDERDUÏTSCHE LETTER-KL ANKEN. 143 

deotKjk gekfcmt houden van dit kraekbeeningc, ook ftrekken kan tot ver- 
TOlhnge van t gene aen 't andere te kort mogte fchieten. Dus ftae ik 
dan wel toe, dat het iets zou kunnen geven, maer niet dat dit het ec- 
makkdijke nogte gemeene Middel is van onze Toon-veranderingen j hSe- 
wel het voornaeraUjk dienen kan , om daer door te bequamer ^c ónder- 
fchcidenc Toontrappen in de hoogc. of laegc Oftavcn te kunnen voltrek- 
ï^n % ^V^\ ""^ "\r f cuw opmerkt kan ook leeren, dat een zelfde per- 
toon zijn Strot- eii Keel-flmtmg anders moet gezet houden bij een Bas. 
dan biJ een Supmus. En dus word het oploflélijk , 't gene buiten dat 
nuj duifter fchcen, te weten, waarom ijmand , w'iem geSoone Stem op 
«n5«^ of Lagen Tenor loopt, willende eens buiten zijn trant con facet oï 

d^Sin S TT^'^.' '"^ ^**" ^^^t ^°°" ^" ^^^ ^ Myvenj zulks 
«2 ^n J»P .«y^'^^-toon, en zijn Hooge Bas-toon, fchoon die beiden 

^kS ? CS^T'Ï ' # T S^""' ?y"°"^^ Stem-geluid zullen uit- 
viTii,T ï % ^^ H dcprang- of Stern-zetting van den Superms, 
voor den lachen Toon , de Kamering daer boven lp haer allerrSmft 
d^bn de ütem-zetting van den Bal voor den ho?g£n T^nlll 
aefide I^tner.ng op haer allercngft moet zijn, hoewel % beide Tonen 
\^ ^on^lerftefling, even hoog, of even' f^l van Klank-vemfeuwS 

^^^ ^ j^"*"? °°^ ^ ^ S^= S^ "^<i«- opmerking verdient, zijn vcSS 
van 't Geluid-makcn , zo wel in 't aUerlacgfte 4i zijn ^^i^Sin-'^Sef an 
zmBas ten einde raekt, fchoon die^Tonen ein oLfT^Sy^ 
fcïullcnj omdat, volgens deze Orfofüng , bij een en anier de g<SeWc kT 
mcnng reets zo niim ftaet, dat W a|^e' van de ToiS, b^^J JSl 
^Mdenng, het kraekbeenige van zijne^emfchte prana-Tc dSrom kÏÏ 
te kunnen maken , aftrekt j waer door alzo t gSuicfmSrEt^ bmSÏ 
Men vmd ook fommige Mans-peifonen , die in 't (k^üSsfficen m« 
ij^d , fchoon men ^c bij weinig v^chü van To^-iSheCn b^ 
hoeft, gcdueng ,n tweederhande St^-gduid vervaUen ; vS d?^^ 

mcme Praet-ftem te bereiken, ziJ genootzaekt woiden, omtotdePÏaS- 
«ttmg van een hooger ftem over te gacn, en gevolgl ik ^k de K 
««boven 't Strottenhoofd tevervormcf, '» gene%eh£ d^moefliiSSd 
«andere biigaende ongcvall|gheden , ligtclijc valfchc Too^SS il* 
ven kanj gelijk men die gebreken ook gewoonlijk bij zulke^wSeS 
l»«ters gewaer word. Dog dewijl we tot hirióf vo„ v 1 j 
^ W:hdd van dit ^L «Ah^^i^^'f^^^ 

«^JlSS^? "^ ï ?°S "^ " "^Bm, uwc beduidim; hteft mii ii 

VOON 



144 ONDERZOEK OVER ONZE 8. Reimijf; 

voorzorg, zooder welke alle ooren vergeefi waren: en alle (praekVocriog 
onmoogUik ! Dwazer dan dwaes mocft nij zijn , die dit kennende , zulb 
aen een los geval , of aen een blind en weteloos Noodlot zou toeichrij* 
ven. 

L. Ja de verwonderli)khdd van ijder klinkbaer Luchtbolletje verdient 

nog naerkclijk grooter te wwden, als men overdenkt, cenldcels hocftcrk 

en onfliitbaer <fet ijder Deeltje zij, dewijl door geene knelling, fcheuring 

of kerving nog vemrandii^ de klankveripreiding verhindert of vermindert 

wordj en anderdeels, hoe dun, fijn en min-ftoffelijk nogtans ijder dezer 

onflijtbare deeltjes zij , dewijl de Ligtdeelcn allerwt^n zo vrij en enge- 

fleurt met hare bewegingen daer door heen foelfen , dat men geen de min- 

fte verandering van Licht befpcuren kan, or de klankbare Luchtbolletjcs 

door een Luchtpomp uit een fles uitgezogen zijn of niet. Maer laten we 

yiy onzen Tcxt vervolgen. 

' Van de Zo men zonder Letterklanken , even als de Vogelen, luft te zingen, is 

Letter- !er niet anders als 't befchrevcnc noodig^ dog, om fpraek te voeren , moet 

Khnk-vor- j^^n *t Hof van den Mond nog een fchik-brief afgcvordert worden , die 

"""^* den Toonklank zijn SpraekgeTüid bijzet 5 in den Mond zeg ik , want, 

deze gefloten zijnde, fcnoon de Toonzang door de Neusgaten al vrij uit 

mogt* , kan 'er' geen eenige Letter-klank veel min eenig woord gemackc . 

worden. ' ' 

« 

N. Maer, waer iii beftaet tog dat Eigentlijke der Letterklanken; ik 
weet niet dat ik ooit Schrijver over Zang- of Klank-konft ontmoette^ 
die defwegen iet op het' papier bragt. Dog , wie heeft alle boeken g^ 
lezen? 

Li. Immers ik niet 5 ik vermije den breeden omflag van boeken zo ved 
ik kan 5 en om te vrijer te denken, en voor mij heffpoedigft te vorde- 
ren , heb ik mij doorgaends niet qualijk bevonden bij mijne gewoonte , of om lig- 
telij k beter té fpreken , bij mijne kinderlijke Grootmoedigheid , van op mijn ei- 
gen' bcenen te loopen , zonder fteun van een Leiband , of nandreiking , zo lange 
Sc niet meene dat behulp van noode te hebben. Nog heb ik 'er iet anders kinder- 
lijks bij , ik knutfcl gaerne zelf wat , hierom beminne ik bijzonderlijk 
allen die mij eenig becjuaem timmerfl:of verfchaftenj hoewel ik tevens dezul- 
ken , die mij zulk iets , dat mijn doelwit treft, reeds bewerkt te voren 
brengen, hertelijk de handen zou kuflenj dog ontbreekt mij dat, zo blijf 
ik gemeenlijk zelf al voortknutfelen , verkiezende dat ondertuflthen het 
werk van anderen een weinig ter zijde ftae, ik zeg een weinig .ter zijdc^ 
namelijk, wel van onder de handen, om ruimte te hebben, maer niet uit 
het oog , op dat ik eenfdeels in het haere hulp zou konnen zoeken , 20 
drae ik in 't mijne fl:uiten mogt, of anderdeels, zo drae ik 't mijne ten 
er de had, door vcrcclijking bij dat van anderen, mijne gebreken en ver- 
betering mogt vincfen. Dus heb ik ook wel eer , na 't afloopen van 
mijn onderzode over de Klank-kunde, toen ik van de Schrijvers wat be- 
ter 



z. Ferband. NEDERDUITSCHE LETTER-KLANKEN. ï^f 

eer als te voren oordeden tnogt , mij van de voomaemfte die ik vinden 
koB) voorzien 9 om vergelijks willen ik vond egter tot nog toe niets daer 
van gemeld , fchoon ik veel vond , dat ik overliep als de hacn over de 
hcete&olen^ vermitsik'ervanmijnfpde-goed niet vond. Dog, belangende 
mijne gedagten : * De verwulÊ^ige gedaeate van 't Verhemelte leert mij , 
dat de doorgedrevene Toonklank bij de minfte nader-bepaling; in den 
Mond, een loort van Wedergalm (rtfcnantie) moet ontfangen > buiten de- 
ze ken ik nog geene andere eigentlijke oorzaek van de Letterklanken. XV. 

Hoc naeuwer nu dit ons Wulftvertrek van den Mond door Tong en Lip- Van het 
pen benaelt word , hoe fijnder van aert gevolglijk de Wedergalm of Let- fch^j^"^^ 
terklant zal worden j en zoo de bepaling ruim is , zal de Wedergalm gro- fchcn den" 
ver zijn^ en dus ontilaet 'er onderlcheid tuflchen Klinker en Klinker^ dateenen 

Om klinkers te vormen word *cr vcreifcht, dat de zetting en nadering j^ ju^^j^ 
van Tong acn \ Verhemelte noq^t naeuwer genomen wende, dan dat de ren. 
Toonklank , in de Keel* gemackt , zonder van Toon te veranderen , vrij ^'v, 
door kan j hierom is *t eigen aen de Klinkers (of Focalen)^ dat tnen^ ^/ J^o«. 
ieder van ben , ^ Tonen alle Wijzen kan zingen , zonder df^t of Toon- (?/dcrfchcid 
Zetter^Jdank iet verlieze van zijff natuer ^ en hierom is het ook , dat ijder tuflenx/jin 
Enkek KUnker^ boe zeer hij verlangt werde^ van V begin tot bet einde een- ^J''{^?jf^^' 
fireeks en van V zelfde Geluid is. oïv^ 

R^t anders is het bij de Mede -klinkers (of Cen/onanten) 5 deze fprui- en C0»/0« 
ten uit de Overtreding van *t voorbefchrevene vereifch : want , zo dra de nanttn. 
bepaling zo naeuw genomen werde, dat het Toon-geluid niet ongekreukt 
mag dooiglijden, ziilks dat het (vermits tuflèn vlec(chige declen gedron- 
gen zijnde) in een zeker traps-wijzig verminderend of toenemend Sis-ge- 
mid verandere, zo ontftaet daer uit een Mede-klinker (of Confonant). 
Deze enge en fiiel-voltrokkene bepaling is ook de rede , waerom op een^ 
Mede^künker geen 7'oon-gcluid of Zang kan gehouden worden. Bij Opening 
geichied deze Vorming der Mede^klinkers ^ wanneer we een Conjbnant voor 
oen V^cael willen voegen , én bij Tocfluiting , wanneer op de Vocael de 
Confonant volgt. xvih 

Maer , bij deze trapsgewijze naeuwer bepaling , die niet langer duert Van het 

dan van de vrije ruimte, die bequaem voor ^en* Klinker was, iif, tot opöïï<ï«'- 

dc volkomene of bij-na volkomehe fluitiog töe, moet een fchielijke Over-^^^^ ^'" 

gang zijn van grover tot fijnder Sifling. ncniS#^ 

T Deze */i»*<r en 

• denande^ 
ren. 



♦ Ecnige jaren na 't fchrijvcn van 't bo- 
'venftaende heb jk van een naeukeurig Ana- 
tomift nog iets geleert , 't gene zijn opmer- 
long verdient , en tot nog verder Ophelde-^ 
tingvan deze ftofFc verflrekt. namelijk, dat 
ÜQ de Mchfchen het Verhemelte-vlies in zijn 
iittucrliiken of gewonen ftand agtcrwaerts na 
de Keel merkelijk verder dan 't Verhemelte* 
fceen luifclwijzig affchiét , en met de Huig 



door hare fpieren wat opgetrokken zijnde, 
een nieuw befchut en leimng geven om den 
reedsgemaekten Klank uit de Toon-kamer 
niet zo Itdit door de neus weg te laten fchie- 
ten , maer haren meeften gang door den Mond 
langs 't Verhemeltc-wulft te doen nemen: 
zijnde mij daer nevens berigt, dat de Spraek* 
looze Dieiien van deze beichutttng verfteken 
zijn« 't is de Heer i>r: Sirmes aen wien ik 



gemeenfchap heeft 9 en dat dezen te famen^ldeze opmexlcbg vexfcbuldigt ben. Ao:i7ii« 



I4tf ONDERZOEK OVER ONZE 8. Reiewijf. 

Deze Owrgang kan (helder gefchieden en tnger y na mate de fluitui^ 
of nadering fchiclijk acngevoert werdc : en hier in beftaet het yerfi:hü tul^ 
'fen Scbarpe en Zagte Mede^klinkers. 

Het gantfe Samenllel van Siifing moet bij den eenen Mede-klinker gro* 
ver of njndcr vallen dan bij ded anderen, na mate dat ijder agter of voor 
in den Mond gemaekt wcrde 9 vermits voor aen geene , agter aen vele 
Lugtdeelen voort te fhiwen xijn, eer ze in de vrije Lugt komen^ desfad- 
ven 2ijn de Lip-Conf&nanten de fijnibe en die van de Keel de ^rofibe. 

Wijders in 't Volkomen of Onvolfcarmen fluiten , en dacr uit volgend? 
Voor- of na-fiffing en bij-gonzing beflaet het verdere verfchil der Aif* 
de^klinkers. 

Welke Tong- en Lip^zetting nu tot dezen of dien Kënker of Mede^ 
klinker behoort, heb ik in 't VU, X, en XI: ulrt: van mijne Aenmsf^ 
kinpn verhandek. 

Dus agt ik uw verzoek voldaen. 

N. Ten dezen opzigtc ja, macr nojg fchört *cr iets, te weten, dat «r* 
we Aemnerkingen niet fpreken vm oe Qeldtng oi IVaerde (Fahr) onzer 
Letteren of Letter-klanken, t^n die vaii andere voorname Volkeren, als 
Franfen, Hoogduisfers en Italianen: Zulk werk is te gewigtig om over te 
flaen , behalvcn dat het ook ftrekken kan om de Klanken van onze Ge'- 
meevUndfe £>ialeS te netter te doen bevatten* 

L». Als die Stofïc tot de Drukpers voor In- en Uit-lander gidchikt 
'w<»nd, agt ik zulke vergelijkingen van belang, maer in mijne jienMerkin- 
gen , die wel eer tot een ander einde opgeftdt wierden , waien ze over* 
tolhg ceweeft. 

De vVaerde der Letteren kan men tweefints aenmerken ; ( 1 . ) Eensdeels 
Ortboff'apbicè , voor zo verre deze of gene van onze Letters bij een an- 
der V olk van verwantfchapte Tad met eene andre Letter of altoos of ge- 
meenlijk beantwoord word: Dus fchrijven de Hoogduitièrs 4Ü^ben/ ftO^ 
Itett/ alwaer de Hollander {chrijft Gevsn, Loven, en zoo komt gewoon* 
tijk bij hen de B tuilen twee Fecalen ^ende , terwijk wij de V hd>- 
ben. In zulken zin z<^ ik dat de eene Letter den ander beantwoord, 
z<mder dat men uit dit Ichrijven, of befluiten, of cmtkennen kan,, dat de 
eene en aadre eveneens in Uitfpraek klinkt, (z.) Ten anderen ê de Waer* 
de ten opzigte van de ware. Overeenkomft van Klank aen te merken, 
ichoon de Letters van verfehillige gedaente mogten zijn: En, hier op is 
het, gdoof ik, dat Mijn Heer net oog' heeft, vermits hij eene vetgelij* 
king tegens levende Talen bc^;eert. 

. N. Zoo was 't ooki en ik twnflfel niet of je zult de vergelijking willca 
bouwen op de agtbaerfle Uidpradc , die als Gemeenen-lands T^e moet 
erkent worden , zoodanig als een Geleerd man eenen Vremdding raden 
zoude onze Spraek te leeren, of zoodanig als ijmand van joi^s af, nu op 
deze dan op die plaets van verichilligp DialeS wonende,, en tteeds met oe 

Deftig* 



t. Ferbanth NEDERDUITSCHE LETTER-KLANKEN. ,14^ 

Deftigften verkeerende zig viui zelf en on^oelig. zqu geweaneo te fpreken» 

. L. Wel zekerlijk, want anders was de vcrgeUjlang oneindig werkelijk, 
dewijl elk bekent is , dat overal , niet alleen in de Landflxeken van een en 
^t, zelfde Rijk , macr in ijder Stad op zig zelf, |a, bii Hooge en Lage 
Gemeente in ijder Stad , een bijzonderen DialeSl neerfcht. 

Op dien Grondflag komt dan de ffaerde en Uitfpraek overeen , van -j^^^^'^' 

Korte A, .• met de korte a der Hoogduitfcrs (als. in "J&tatt) en der. I- oVctccq-' 
taliacnen en Fntnièn (als in 't woord Grande)^ en met de Franfche komft vsui 
E, in en. Uitfpntek 

Lange aa (of ae, ot in gemeenc Spelling ook wel enkele a, wanneer ^^"^ ^^^ 
in dezelfde Silb' geen CohfofMnf .volgt ) ^ . . met de a , in de Fran- gdekén te* 
iche woorden Perf^dc^ Aiirack^ en in de Italiaenfe Ordipwioy Fór- gen de 
mare : De Hoog^duitfe lange a voor welke zij zetten ah ( als bij lJ^^^^.'* 
3i^d0I) word bij fommigen wat óó-agtiger uitgeff roken. cnH^oo^^ 

Onze Korte Zagte e . . klinkt als de zagte e in *t Icaliaenfe woord cbe , duitiche, 
in 't Franfe que^ en in 't Hoogd: "^ngel/ Aculeus^ Hamus. 

Onze Lange Zagte ee . . ( of in Gemeene Spelling ook wel een enkele * 

E , oij aldien die Silb met deze Vocael eindigt ) i is gelijkiuidig 
aeri de e in *t Italiacnfe woord Prefa en Fedire , en in 'r Franlè 
Donner. 

Onze Korte Harde e . . klinkt als de harde c in 't Italiaenfe woord ^ueUa^ 
in 't Franfche ^uel^ en in 't Hoogd: <BttDa;^. 

Onze Lange H^e i£ . . (of in gemeene Spelling de di^bele eb zonder boven- 
ftreping , wanneer geen Mede-klinker in me zelfde Silb te volgen heeft), 
luid omtrent als de Franfe ai, in 't woord MaiSj of oi, in 't woord 
jivoif^ en als de Hoogduitfe 'é 'm jfttpnit/ en i^ inXe|tea^ ca 
als de Italiaenie e in de middelfte Silb van 't woord Penfieri. 

Onze Lange f e .. als de i in 't Franfe woord Dhre , en 't Ital: Dire en 
Sentire^ en de ie in 't Hoogd: ^tefftll* 

Korte Scharpc i , -. komt over een met de korte i der Italiac- 
nen en Duitfchers bij 't woord /i, en der Franfen bij Jncefte. 
y of IJ, •. met der Franièn i ia Fm. De hcdendacgie Hoogduit* 
fers gebruiken, in plaetfe van ij, zo wd het Letter? teeken als de 
Uitforaek van onzen tweeklank ei of b y , niet tegenrtaende de lan*^ 
^c Enkel-klinker fj of u bü den Oud-Duitfchen in gebruik was: 
^e Neder-Saxifchen evenwel zijn in de Uit^raek aen dat gebrek 
niet vaft. 

Onze Korte zagte o, .. met de o in 't Franfe woord N0nj en 't Hoogd: 

Onze Lange zagte oo (of in Gemeene SpdUng ook wd o alleen, bij, al* 
dien die Silbe geen Mede- klinker daer agter heeft), klinkt even 
als de o i)ij 't Italiaenie woord JV&, co bij 't Franfe Propre en 't 
Hoogd; SS^Ogttt. 

T Z Xoitc 



Onze 
Onze 



g 



14» ONDERZOEK OVER ONZE g. Redetiil 

Onze Korte haide 6 ^ .. als de o in 't Icaliaenfe woord Ferma ^ en 't 

Franfè Forme^ en 't Hoogd: 25O^0- 
Onze Lange harde óo, (of in Gcmcenc Spelling de dubbde oo zonder bo- 

venltreping, wanneer deze Letter de laetftc van die Silb is) , als det 

Franfen au in Qrtginaux^ of eau in Eaux. 
Onze Korte fcharpe u . . als de Franfe u in Jufte , ïïurbe , &c. De Hoogd: 

& Ital: kcHte u klinkt wat dofier als onze korte zagte o 3 omtrent 

als of men onze oe kort en fchielijk uitfprak. 
Onze Lange eu > als der Franfen eu in D&uceur , of <eu in Cteur , of u in 

Un s en als der Hoogd: ö|^ in jKgtKtt* Dog de Hoogduitfe <EU 

is een Dipbthongus^ en klinkt als bij ons uy of ui. 
Onze VB of uu , als der Franfen u in Dury der Hoogd: ffl^ in jf^ 

WH- 
Onze oB , als der Franfen ou als in Doux , en der Hoogd: U als fa 

(Cl^tt (faeere^y en der Italiaenen ik als bi^ Püè^ Uum^^ en süs der 

Grieken ir. 

Dus veiTe van de Enkelde Focaïen. 

Onze ConfinantenB^ Ö, F, H, L, M, N, P, R, S, Ten V^re-^ 
ken wij even eens uit als de Franfen en Italianen de hunne ^ dog de B, 
D en V , klinkt bij den Hoogduitfchcr omtrent even feharp als onze en 
als hare-P, T, en F, voornaemlijk bij die genen ^ welke 't Hooge va» 
Duitsland bewonen, dog die van den Neder-5axifchen Kreits komenr ons 
merkelijk nader. 

Onze G luid altoos eveneens , en even als de ItaKaenfe en Franfe^ G , 
wanneer die voor A of O of U ftaet. Macr de Hoogduitfe trekt , (voor- 
naemlijk ak 'er A, O, of U volgt) eenigermate na onze en na hare K> 
na de Pomerfehen en PruifSfehen kant komt 'er , als ze voor de E of I 
gaet, noff een draei van de J bij, als of het ware kj^ of gj. De'Fran* 
fe en ItaKaenfe G, voor een E of I komende, is geen Enkele Klank y maer 
verdubt^elt , gelijkende aen onze dzj , of sj. Hierom is ^t ook geweeft , 
to ik giffi^ , dat onze voorname Letterhelden van voor omtrent eene eeuw, 
als Kilianus &c. te mets GHE en GHI in plaetfe van GE en GI gebruikt 
hebbra> op dat niet de Vremdeling denken mogte, dat onze G, voor E 
of I ftaende , mede op de Franfe of Italiaenfe wijze moeft uitge(prokea 
worden. 

Onze J, gcKjkt in de uitfpraek aen de J der Hoogduitfcheir, als bij 
3}a. De Franfche en luliaenfche J, is een twee-klank, en klinkt als bij 
ons zj zoude doen. Voor onzen Klank hebben de Italianen en Franfen 
geen bijzonder Letter-teeken , hoewel ze hem in famenvoeging' te 
mets uitfpreken, als bij 't Fraiic woord Befognej en 't Italiaenfe Bijognai 
s^waer gn volmaektelijk ia Klaofc over een kennen met een n van onze 
ƒ, agtervolgt. 

Onze K klinkt als. der Hoogd: K,,ea Italianen en Fmnfen C voor Ay 
of O) of U^ en als der Italianen CH ea der Franfehen QU" 

Onze 



1. Ferbandeh NEDERDUITSCHE LETTER-KLANKEN. 149 

Onze CH) is enkel-klaxikig even als der Grieken Cbi (;t) en niet dub- 
belklankig. Dog de Franfche CH is geen enkele Confbnant, en klinkt ab 
of wij fielden Sjb of Sgjh : Zoo klinkt ook de Hoogduitie CH , wan-' 
neer ze agter eén S komt , als bij j&tj^tl^ 

Onze NG in een' zelfde Silbe, klinkt als der Engeliehen NG in ^j^ing/ 
en der Hoogd; in ^ing* 

Onze N K in dezeli^ Silbc , komt overeen met de Franiê NC in \ 
woord Onc-que , en met de Hoogd: NK in ^attfl / en Engelfcbe in 

Cj^anlir* 

Onze W klinkt als de Hoogduitfc W> en ds de Italiaenfe Ï7 agter de J^ 
(mits dat men de j^als K aenmerke), of als der Fran&n Hu bij 't woora 
Huit. 

Onze Z als der Franfen Z in Onze^ Douzei dog der Hoogd: en Ital: 
Z klinkt niet enkel ^ maer als bij ons fs. 

Dus verre van de Enkele Mede^klinkers. XIX. 

Dewijle wij in de Klank-vorming de twee uiterftens, naemli jk de fijn-* Van ome 
fte en groffte Vocalen (als ie en oe,) en Confonanten (als W en IC) ,*«> verheid 
en wijders alle de duidelijke Tuffen -graden in onze Gemeenen-landfè Dia- fJ^^j^ 
kót in gebruik hebben, en zeer zuiver, zander bijklanken, gewoon zijn Letteren, 
uitte (preken, zo is 't geen wonder dat de Hollanders boven ved andere Vol- en 't voor-i 
keren bequaem zijn om de vreemde Talen in haer eigcnfchap van Klank ï^n^^> 
te konnen leeren > want weinig Volk is 'er dat zo veel enkele Klanken in omyreem^ 
hare Tael kct hooren. de Talen 

De Hooglandfê Hoogduitièr, gelijk ook de Italiaender mift in uitlpraek ^^ Icecea. 
onze lange y of t t , onze harde lange 00 , en korte fcharpe u. 

De Itaiiaen heen geen Letter-klank te^en onze bu en knge uuof ub^ • 
en kan ook niet wel een L agter B ot P uitfpreken , veranderende de 
BL of PL in BJ of PJ, waer voor zij zetten BI of PI, als' Bianca^ af- 
komitig van het Gotthifche of Lombardifchc 25Ianlt 5 en P^^^^af komftig 
van 't Latijnfè Placere. 

" De Hoogduitfer mift door^aends de zuivre uitfpraek van onze B, G^ 
V, en Z> de Itaiiaen ook die van de Z. 

De Uitfpraek onzer J j komt nooit in Franfch of Italiaenfcb , dan bij 
een anderen Cenfonant gekoppelt> zo dat het dien volke moeilijk valt de 
J , enkel voort te bren«n. 

Nog Itaiiaen , nog Franfman j nog HoogduitTcber heeft onze enkele 
en zuivere CH > zo dat ik die niet als bij de Griekfè Chi kan vergelijk 
ken. 

Met onze enkele NG, en NK, en W^ kan nog Franfman nog Itaiiaen 
Hgtelijk te regt raken. 

Daer eh tegen komt alleenlijk ten onzen na&-deele, dat de Franfen en 
Italianen onder hare te (aemgezette Klanken (hoewel ze die door enkele 
Letter*teikens uitbeelden ) hunne 7 en G hebben , die een weinig moeilijk 
zijn voor ons, om dezelven net ophaerbdiooaraivaerdiguit te fnreken, ver- 
mits , zo wel zj ^ dzjy ixi onze Tael' zelden of nooit in zulk een' fchik*^ 

T3 king 



ifo ONDERZOEK OVER ONZE- .»• fUdniff. 

kihg bij elkander gevonden worden* Even eens is 't gelegen met de 
Franfche en Hoogduitfe CH» vennits mmmer de iix)eili}ke koppeling van 
Sfb of ^Sgjb in onze Tad te pas komt. De TH der Duiders en Engdfea 
klinkt tuflèn onze D en T in $ en is derhalven ligtelijk te leeren. De ^oot- 
fte moeite voor ons. is van zig te gewennen tot de Zakelooze bijklan» 
ken 5 als Tand- of Lip-fiflingen , en Keel-rochelingen, die veel' andere 
Volkeren onderworpen zijn , m waer tegen onze zuivrd Tong-flag ten cc- 
nemael ftrijdig is. 

Dit gebrek van Bijklanken houd al een opmerkenswaerdigen (beek $ wan^ 
de Engelsman lifpt voor op de Tanden^ de Volkeren van de Noorder en 
Wefter vafte kult van Em-opa (dacr onder ook wij) forekcn vrij en midden 
uit den Mond 5 dog van ons Nederland af, na 't Hooge van Duitsland 
op , tot in Ooftenrijk toe, ziet ,mcn dat de Diale^en in hardigheid en 
Keel-klank aenwaflen : maer verder opgaendc vind men een* Rommeling 
van laftige Cö;;yö»^»/-lchikking zonder tuflenkomen van Vocalen onder de 
Volkeren van Slavoenfcben Diakli. 

N. Nog heb ik met u te overwegen , hoe men *t beft aenle^e met 
de Spelling der Baftacrt-of Konft-woorden, die van andere Talen ontleent 
zijn ^ zal men die nemen volgens onzen of haien trant ? 

Wesensde Lr* Onze Tael is wel zoriikvan egte woorden, dat ze dooi^ends geene 
SpdüDg Baftaerden behoeft : dog door den ommegang nogtans met andere V okeren zijn 
taa^' 'er eenige zulken bij ons ingeflopen, wacr van de nette vertaling, ofnaeu« 
woorden, lijks verftaenbaer, of ten minften duifter en laftig zou worden. En, e- 
ven gdijk een verftandig menfch niet fchroomt zig van ten Vreemdeling 
te bedienen , wanneer nem die merkelijk meerder nuttelijk zou *konnen 
ztjn dan zijn Mede-inboorlins , hoewel de fchuldige en natuerlijke Liefde 
tot zijne Landzaten hem &n laetften zouden doen kiezen , zo hij met 
den eerften gelijk ftond , zo vind ik ook dat zelf de deftigfte Schrijvers 
in gelijk geval zig niet ontzien hebben van eenige weinige Baftaert-wooi^- 
den te gebruiken. Haere voomaemlle gewoonte van Spelling^ die. in dit 
Huk naeft aen de rede komt, loopt daer op uit , dat men Éaftaert-womr^ 
den^ voor zo verre zij baftaert zijn^ die Spelling^ gsv^^ welke de Tael mede 
brengt van welke zij ontleent zijn , en dat men aen V Foor- of agter^deel 
van dié^ voor zo verre zij door de Ferbuigjing en in de Uitgangen de onzen 
geworden zijn^ eene Spelling^ toepaffe vorens onze gebruikelijke wijze. 

N. Ik zie wel dat de Liefhebberij onzen tijd (tilletjes heeft weg ge- 
ftolcn , even als de jonge Bengel Met kuur uit bocrterij den Pijlkoker van 
jfpol beroofde, terwijle die zijne Moeder Maia klagtig viel over de kort 
te voren weggevoerde Oden : vro^ quam ik , en laet is het (geworden eer 
ik het wijs wierd j ja zelf , terwijl ik 'er over klaeg , verlies ik nog al 
meer tijd. Ik heb tot nog toe mtgefielt te vragen *t gene waer op het 
begin van dit ons Onderzoek gedoau: heeft , en 't welk ik weet , dat zo 

fchielijk 



4. rfrbanJ. NEDERDUITSCHE LETTERKLANKEN. ifr 

fchielijk niet af te handelen is, ik 'mccne een Nader berigt wegens bet ver- 
fcbil tuffen oazen jSmftelian^iM « Gemtetutüandfen DiaieS j maer dit ver- 
fchuivc ik agt dagen, alzoo het nu hoog tijd. is om af te breken. 

L. Pjftjyï^* Verhandelingen koften Aendagt en Tijd. Dooruweafgeverg- 
de vragen hebben wij 't agterftc voor gewerltt, en den Grondflag later be- 
zien dan den Op Aal. Dien 't Phyfiqut dienlt heeft gedaen, mag de jten- 
vurktHgen over de Critiqne Spelkunde herlezen, zo 't hem nut kan doen 
en veróiaken. 



ONDEK' 



Ift 



9' Redraif. 



Derde Verhandeliog 



V A N T 



ONDERZOEK 



OVER ONZE 



NEDERDUITSCHE 

LETTERKLANKEN, 

Te» ojfzi^e van het Onderfiheid tuffen de Gemeene-Landfcbe 
iJMleSit en die van ons Amftelr' en Rijnknders. 

Negende RédewifTeling. 




N. en L. 

I. TSJ 

ringvui 
nadcrbc- 

ngt en v^ ^^ ^^ gebrek van ondeiicheidene Uitipraek ons in £^zwaereniflë hoiïd , 
g^^hcT ^^ ^ ^^ ^^ ^^ ^^ Geopeenenlandfche DialeS te voldoen. 

Onder- 

fclicidtitf' L^ »t Is ook alleen hier inj want buiten dat word (volgens Phndel in 
^^^ zijne jtenkiding ter Dkbtkunfij Ao 1 6 j'o gedrukt) in Amfterdara en in dcH 
EB,ooSC{|_^ bij Lieden van goede opvoeding het Nederduitfch dlervolmaekll 
^^^^g5proken. 

N. Maer, dewijl uwe Opmerkingen en eigene waememingen, (choon 
uwe geboorte en opvoeding u hier in even zo arm en zwak ab ons an- 
dere Amftel* en Rijn-landers geftelt en gelaten heeft , u daer in op de 
been fad>ben geholpen, zo verlang ik na uw nader bdcheid en onderrig- 
tinge. Als ik lieden van de Maes, of anderen , dien vojgens uw zeggen 
dit onderfchdd van uitfpraek in haere pap is te eten gegeven , over d^ 
ÜO& (prak of hare fchriften las , vona ik wel IchoolmeeAerlijke zeggin- 
gen, maer geene beduidingen wanneer en waer dat ondericheid plaets heeft , 



^: Ferhand. NEDERDUITSCHE LETTERKLANKEN. ifj 

reel-min door welke regels men zulks faequaemlijk kan te weten komen 5 
ja ^[ic\& ontbrak hen bewijs of zulks tot den oud-egten grond van onze 
Gemeene-landfê Tale behoorende is. Ook verwonder ik mij niet , dat 
ik bij deic Luiden zo flegten heul vond^ want die üit de natuer, of door 
van jongs af ingewortelde gewoonte , iet bezit , bekommert zig zelden hoe 
een ander dat zelve gevoeglijkft kan bekomen* Maer ondettaflèn , hoe 
fober een toeverlaet is 't voor bejaerden ouderdom , wanneer men in za« 
ken van wijde uitgeftrektheid geen anderen toevlugt heeft dan tot den lang* 
wijligen weg van gebruik. En , hoewel het gene gij hier van in uwe 
Aenmerkingen hebt aengeroert, genoeg zou kunnen zijn voor ijmand die 
der zaken kundig is , en ook genoeg om aen te toonen, dat dit onder- 
fcheid , waer van een Letterkundige niet behoort onbewuft te zijn , van 
u gekent en ^/csl^ word^ evenwc»» om rond uit tefpreken, zo dunkt mij 
dat het te min is voor ons en anderen , welker moederlijke DiaUS hier 
in te koit fchict. Gij hebt ons wel den ftaet van ons gebrek verhaelt, 
maer 't bewijs , en de genezing ichort 'er nog aen. 

'm 

L. Dat ontken ik niet 9 de géboorteplaets van den per(bon, voor wien 
ik die Aenmerkingen opfldde , ontfloeg mij van zulk een vertoog , ver- . 
-mits die hem 't voorregt gegeven had om met zijne eigene uitfpraek' hief 
in te rade te kunnen gaen. Maer , belangende uw verzoek ; Immca:s heeft 
de Schrijver van de Idea Lingua Belgic^e oij :gLJn' Brief aen den Heere D: 
van Hoog ff raten y over de Focael^fpelUng^ Ap: 1708 inde Boekzale van Sep* 
sember cnO^obergcphcx&y geleerdelijken in 't breede hier over uitgeweid. 

N. Hij heeft > maer ik verlange na meerder Regelen, na zujke die de 
Dood of 't gebrek u heeft doen zoeken, terwijle hem het ruftige ver- 
rtrouwen oj> 't vo'eifchte onderfcheid van uitfpraek , dat zijne geboorte- 
Xlad hem geleert heeft , nootwendig minder tot begeerte van Reddering 
moet aengedreven hebben* 

- L. Wij zullen nogtans bezwaerelijk die flofFe konnen ondei'nemen, zon* 
der ook eenige dingen te zeggen die de zijne zullen gelijken ,^ vermits wij 
in dit fl:uk op één jpunt uiuoopen. In zulk ftelcn of pronken met ec- 
nes anders veeren heb ik altoos een weerzin gehad 5 liefit wees ik elk na 

zijne lezenswaerde fchriften* 

N. Verfchil van Leidinge 9 vcrfchil van bewijzen , en ook onderfcheid 
van zaken en toepaffingen verwagt ik zekerlijk uit de vragen , die ik u 
voorfteUeo zalj waer" uit dan opheldering; van <kuflcrheid, bcveftiging 
van Waerheid, en vermeerdering van genoegen kan ipruiten« 

T 'IL 

1-1. Ik ftae evenwel bezet , hoe ik het uitvoeren zal , niet uit vrecze Welke er- 
voor Dwaclfporehj in tegendeel, het bewijs heeft zo groot een overvloed ^^^^^^^ 
van welgerigte toe-wegen , dat alleen mijn -ijver tot de kortfle en khcr&c ]^l^^'^ 
jmij in twijffeling' houd , wic& ik van die zal inflaen 5 maer , om door worden. 

V wikken 



ff4 OKDEUZOEK OTER ONZE p. Smk^iffl 

yfnkkexï' en ^ivcgen niet mee rder t^d te veriieïeo dan ik met de koitlieid 
uithalen £ou, wil ik de xaek opvatten^ zq ak uw gemelde voorftd mij 
de gel^entlnid aedned , mks (ocngckeert van onk : want op uwe h^geei» 
te van Dewijs patl: iset aen te toonen, ccrfleüjk, dst de vrngi^evene zoêk 
V isj éaitr taExim xt isy en dan ool^ b0B 4k U hetèomm is. 

N« Die oude vokloet aen «sfjae gemgentlieid : ook Adi ik vaft dat mijn 
eifch u niet odsdUt^ te vorenkomt, dewijl dieigelijk een ipoor van onder* 
%oek inj n 2xif moet bewandelt gcweeft 2iin , oewiens deze kmntg ü gh» 
gen wkrd. Zonder bewijs of fferqg^ onderzoek eene zaek te omhelzat 
veiUed ons de voorziccigiieid. Hierom zal ik niet laten kunnen mijne te- 
genwerpingen in te Drcngcn ^ zo iange ik (chijn van rede kan vinden ^ 
op dat iknaemads, overtuigt zijn^^ te vi^in mijne fckoenen Aae. Ik zal 
n evenwel niet tragten op te iiouden met haer* warringen of beuz^bgeo 
^ie niet kunnen voortkomen dan uit den mond óf de penne van een, lóat 
gants onbedreven zij in ichrijftak, of van een, die, door digen belK^en 
vervoert , alle andere gewoonte dan de zijne cMilmakelijk en verwerptSjk 
hoori s dits jmI ik óns gd>rek niet willen voMftaen met eoi glimp van 
Vt>orrqgt , als of wij Amftel- en Rijn-4aader6, vennits het Voornaemiïe 
lid zijnde van de Voomaemfte Provincie , gevolglijk een Rigtfnoer voor 
anderen ixhoorden te verftrekken^ vtnt van daer: daexeiiboven zou mijne 
dgae overoftigiTxg ui gevalden van gelijke natuer mijne ftdlingen dooden^ 
CD ik dievj^ke redenen voortbaRi£;t : want ik weet al te khA^ dat bij al» 
dien wij eenen vrecm<feling ons oebo^jk onderfcheid van Klank tuflên 
de harde en zagte korte e, (ak bij Kbldbr, enz: ) en tuilen onze za^te en 
harde korte o (ak bij DoihSb , enz: ) in welk ftuk gemoe^em ^le de 
Nederlanders, zo verte ik weet, overeenkomen, booren vcrwao'kxHBeil,. 
zulk gebrek ons als 'Baftaert-tael in de ooien klinkt , die Ifa^g is met 
het .eigen onzer Spi^e$ wacrom we ook zulk een als verbijftert van zinnen 
zouden agten, di? uit waen, als of dit onderfcbeid onnut ai verwerpelijk 
was, zou willen ftaende houden, «dat het ^>ed Nederduitfch moefl: faeeten,. 
ak men e$u B4ik i»ind zeide {voor bbn Bollb wihd) , ^en Rende Sof 
(voor SBH Ronds B^)) of %' Kerf bet ffmn (voor ry Kokf) oiten 
urne Korf (voor Korf/, o£ lAp voor Höï>, Höl voor Hót , en Dól voor 
Dol (if^fanus) enz. En hoewel hij Mggen kon en mog^, dat zijne oo«* 
ten dit ons onderichcid van klank niet vermei^ken konnen (gelijk ïk inder 
daed zelden een vreemdeling vond die ^t hooren kon , (choon het voor 
ons kcnlijk genoeg is ) , en noewd 'hij ook zijne ftelling bekmgtigen kon^ 
met te zqggen dat zidks bijna door g^e agtbare Geleisrden in fpellime 
isiei^pvezen 4S , en diesholvcn geen Muk van gemeene erkcntenifle heeïr, 
niettemin , tnmt :zi^ne onbcdreventheid of flomfdiekt van ^^ehoor, noH^c 
ook het agterWijven van 't onderfcheid in 't fpellen ( vermits teekens ^o- 
ven de JLettess nog taxnt onder <ms ecsi dlgetMenen ëom]gang in 't gc^uik 
hebben gekiegen) ^zonden bij andetien of mij eenig gew^ toebrengen toe 
tw^ffidUcg^ in een' zaek waer van onze octen zo verzMert ons overtui* 
1^. in gdbgkenigraed moet ons venoiim daer we van.^iraken aenfbo» 

teEjJL 



j. Fhrbgmhf. NïDKRDUrrSCHE LETTER-KLANKEN. fff 

tcüjk kliokcQ voor de andere NederkoderB ^ die nooit dat gebrek onder 
hare Medeburgers hooitn. Maer nader Bengt of Bewijér verlang ik of 
deze KJank-onderfcheidingen bij onze andofe I^ederhnders wezendlijk in 
de Uitfprake plaets hebben , en of die van onze agtbacrfte Schrijvers, zo< 
dan^ als je in uwe Aenmerkiagen hebt aengeroert, in hare SpeUing zijn 
aengeduid. Dit zo zijnde, hea ik voor de reit daer in eens met de Ge-: 
kerden van Oordeel , dat geen eene Stad zi^ beroemen kan volmaekt te 
zijn van DiakS^ en dat men daerom de betehavii^ moet opmaken uit de 
Schrij&ade, voor zo verre die genocgiaem eenflemmig bij de beroemde 
Schrijvers in g^ruik gebnigt is , of voor zo vene die op de tonge zou 
vallen van ijmand van €>pmerkiiig9 die van zijne jonge jaren^indevoor* 
cacmfte Steden van verlchillige DiakB^ nu hier dan daer zig badde ont« 

;(le Lieden omgang gehad. Ik erken ook 



houden, en fteeds met de d< 

dat elk die voor atte Nedeiiaodérs Taelkundig en keurlijk tragt te fchrij^ 
veo. , u^ dient te (]uijten om aen de Gcmeene-landiè DialeSt te voldoen , 
hoewel ijder voor zig volftaen kan met de Dü^kS van zijne eigene Stad , 
S90. hij geenen anderen Lezer op 't ooge heeft, dan die vim zijne Mede* 
burgers^ ja dat meer is, de tad van de agterlbaten zou men voor genoeg 
konnen houden, hk\ ald^ 't gcfchrevene niet anders zal dienen dan voor 
hitden van die buerten. 

la. In den eerften en noodigen Groifdflag hebben wij dangeenverichils 
Mijn Heer erkent met mjj dat ijmand , die na de Taelkunde dingt , cfe 
kenniilè van een Gtmeme^ands Tafe moet beoogen : Maer of dit gemel- 
<le Onderlcfaeid van Klank hier toebehoort, ofvanonzeAgtbaerfteSchrij'- 
vcrs daer voor erkent zij, is uwe vrage die te bewijzen is. m^ 

Tot een b^in van *t vrak kan ik u zeggen ten opzigte van het Onderr- BewijsVan 
£bheid van KJank tuilen ei (of fiy) en t, dat het noe; heden onder aUeim^ 'tvereifc^- 
Ë3C Nedetlandfehe Provinciën , en zelf onder ijder lid van die eenpaerig en 1^95^ v' 
«c op <i«cl£ac woorden wok k agtgcnoJn, «itgezondertS^ln. ^S^iJSf;,. 
Aellanders en die van Rynbmd, (ak welken de v eveneens uidpreken als en desielfs 
den DifèMm^s by), gcüjk roede in *t Plat-Brabands (slwaer beide by en OudbeicU 
Y, als AI Idinfcen) : De 7«acii1andcT ipreekt wel ide sy tut als aay» ctt de 
Y als BY , dog 't ondericheid blijft *er noecans in gelijke waerde. Dus 
zijn 'er vele woorden, welke bij ons dubbel- of twijnèl-zinnig luiden, bij 
de anderen ondeiicheidcn van Kkak^ en, buiten boeiterij, die modlen 
tijd misflagen tot onderwerp neemt , is verwarde beteekenis geen kldn 
jpbvdi in een TaeL ' 

« 

N. Mtfr die Ondericheid in Uidpraek , inmoei Ondtrfikeid tem p'00-^ 
feimgdü^ i»0rmumUjk ak V Mbebsimt^beid meJe verbied werd^ ver- 
Icrijgt juifl: #een' gcmeene erkentenis : onze geboorte flad Amfterdam heeft 
^een tweederaanden Tongeflag op ]vde woorden welker kieratoom op aa 
cfF ae dringt, ak Gabk, Staen, Nab, Radbv ( ZTïoiMfv ) , Vabrt, 
^€!ekrifas)^ Babrben (Bariée)^ Wabrmtn {Hojptes,)^ enz: welke onze 
I^Ege Gtü^ente ook aog gewoon ii voort ie brei^^ met eeft gehiid als 

Va ^> 



tf6 ONDERZOEK OVER ÖBTÜE p. ReJtwif: 

M^ wat harder als bé : ik zegge op vele woorden ^ want bij alle ge- 
fchied zulks niet, nacmlijk nooit bij Varen, Maan, Graat {Spina)^ 
Graad {Gradus)^ Zaak, Baten, Daad, Graan, Haag, Kaax^^ 
Kaak, Laan, Naar {Horndu&\ Raden {Rota)^ VaaIit {Canalis^fif- 
fa) ^ Zy baard&n (Pepererunt) j Zy waarden {Obfervabant) ^ enz; 
Dit Onderfcheid is nogtans niet als een- Gemecnlaads Eigen erkent. 

\j. Dat van ei en y' is al erkent j want het is vanouds af,, en aen al- 
ten zo fprekende en oveituiglijk geweefty.dat ik federt onzen oudftcn Schrij- 
ver Melis Stoke^ van A®. 1300 af, geen een onzer Schrij veren (zelf hoc 
geringlcn ongeleerd hij wacr', zo hij flegts voor A®. i6fo fchroef) ont- 
moet heb , die 't zelve in de Spelling' niet heeft waergenomen j zo dat 
dit gemelde Onderfcheid bij alle Lieden van oordeel , kJioón Amflcllan- 
ders, is aengezien als iet, dat in geenerleije Schrijftael, veel min nog in 
befchaefde öemecn-lands Tale, mag verzuimt worden. : Ik heb ook (wtt 
opmerking meer als eenmael gade geflagen , dat perfonen die van dop 
jeugd af in vcrfcheidene- onzer I^ederduiüche Provinciën zig hadden opgc^ 
houden , en welker Uitfpraek , zelf buiten hacr weten , aldus als tot een 
Gemecn-landfen- Tongeflag was overgeg;aen, op een* lieflijke en niemand 
ftootelijkc wijze dit vereifdhtc onderfcheid in agt' namen. Van Luiden 
van jaren ben ik infgelijks bcrigt, hoc hen nog duidelijk voorffaet , dat 
ze in haer jonge trjd bn den acftigen grijzen Ouderdom van Amfletdam 
dit Onderfchdd (hoewel op de Zaenlandfe wijze) nog in gebruik vonden^ 
20 dat ons verzuim van jonge gd)oorte i^. Zoo getuigen ook die van 
Leiden ten opzigtc van haer Stad.. VaaHaerlem, ab Hooftftad van Ken^ 
nemefland, waer onder de Zaenlanders behooren, is 't zelfde te denkens 
Dus heb ik mij overtuigt bevonden ,. dat niet alleen acn onze- Gemeen- 
landfc Sprake dit Ondcnchdd eigen is, maerdat alle onze Schrij veis van 
Agtbaerheid door haer gebruifceBjke Spelling^ zulks pok gewettigt heb* 
ben, van den oudflren. tot den jongflen toe: riny toen ik mde Oudheid 
bezig was , bevond ik dat bij *t Moefo-Gottifch , Angel-$axi&:h , Fnmk- 
Duitfch, Alamannifch, en Kimbrifch dit onderfcheid al diep en onwrikbaef 
is gewortelt geweefti zo dat meadüizende jaren te rug voor den oorfpronk 
mag rekenen; 

N. Is *èr gecne rede te* begiflèn van- dit ons verloop T 

L. Ik wij te het eenfdeels aen de menigte Hoogduitfêrs. die onder ons 
fig federt een eeuw hebben neergezet j en dezen , gelijk gezegt , fleken in^ 
t zelfde gebrek, ja nog erger, dewijl ze in *t' fc&ijven zdf het Onder- 
fcheid verloren hebben 5 andenleds aen onze woon^daets-, als gel^ea 
tuflenr> Zuid-Hóllander en Zaenlander % en eindeling aen 't vermengen 
van deze twee oorzaken onder eenj want toen ^ we van onze oude NoonL- 
Hollandfc. Uitfpraek (die de y even als bij den Zuid-Hollander de ei , ca 
wederom de ei als ai deed klinken) begoften af te wijken met het a^ 
yan^ Ai,.om alzo nader aen de Sclmjftale te komen, en om 'meer 



5- Verhaniel NEDERDUITSCHE LETTER-KLANKEN. f J7 

tnet den Hoogdoitfer, daer we fterkcn handel mee dreven, en ook njeer 
met den Zuid-Hollander en die van de andere Provmcïèn over-een te ko- 
men , zo vervielen wij van zel£ in dit gebrek, dat ons geluid voor y en 
EY even-ecns wierd. 

Maer kct ons onze ftoffe vervolgen om niet te lang te verwijlen. iv. 

Ten opzigte van 't behoorlijke Onderfcheid van Uitfpraek tuilen EEBcwrjsvaff 
en ÉÉ vond ik onder onze Nederlanders geen andere makkers in ons ^^"ly^-l^^r^ 
2uim dan die van Over-Yflfelj doe de Zui^ Hollanders, Stigtenaers, Zeeu- j^^^Éen 
wen, Vlatningea, & eenige Bn£ahders ftaen 'er beter bijj zo ook onze gg^n 
overbueren de Zaenknders ; de Vriezen voomacmlijk de Land-Friezen on-^ mflchen 
derhouden 't delgelijks, hoewel op eene andere wijze; want voor de ^^ ^^^^oo' 
fprekcn zij een klank als ie > wdke Friefche DialeSt bij onze lage Ge^ ^ wcgcnj- 
xneente in dit.ihik nog in wezen is $ als zeggende ün voor één, bien^voot des zelfs 
JDÉÉN, 'wiek voor wbbk (mollis)^ ftitn voor steen,- gien voor geen- ( »/^/* Oudheid^ 
lus ) , enz: gelijk in t^oideel bij de woorden daer de Gemeisn-kuidie Dia-^ 
led de zagte lange es hoeft, ak bij wbbk {Hibd^mas) «een of genb 
{ille , ifte) y dit gebruik van ie nimmer piaets grijpt : een zeker teeken 
dat ook eertijds dit onderfcheid tuilen eb en éé bij onze Voorvaderen in 
aijn' waerdc te vinden was ; hoewel otó tegenwoordige verzuim al een 
eeuw lang ingewortdt fchtjnt geweeft te zijn \ want de Nederduitfcbt 
Spraekkonfi van 't Konftgenootlchap De^ Kamer in Liefde bloeyende van Ao. 
>f84-, daer niets van vermeld y hoewel ze vennaen doet van óó cnoo on- 
depfcheidelijk te gebruiken. Die jgee& fchijn als of die laetfte onderfcheid 
van Klank tuilen oo en. óó noff later dan het eerfle bij onze Amilerdam- 
mers (evens als nog heden bij oen Zuid-Hollander, Zeeuw enz;) in zwang 
gebleven is, ichoon thans niet alleen wij Amflel- en Rijn-landers , maer,. 
20 veel ik hd> konnen vermerken , gants Noord-Holland y Vriesland' en- 
Over-YiTel met ons het zdve verloren hebben. 

N. Evenwel bij de Rijm-Krmjk va» Ahlis Sfoke (die van de jaren 
7300 is) en bij de verdere Schrijvers tot A®. 1600 toe, bevind ik Mt Je " 
SfelUng van de Lange Klittkers- wanneer in een zelfde Silbe geen Mede-klin'- 
ker (MerofFOol^^ ep de^ Latijnfe wijze doargaends • enkel genomen werd^ zo wd 
bij ck A ais B en o : zulks^ dat 'er toen geen onderfcheid van Spelling 
was ten opzigte van dé lange bb en> léjé, en 00 en óó: zou men derhal- 
ven niet wel mogen twijficlen', of niet> het gemdde ondericheid van Uit- 
fyraek van jonger geboorte ware.,, en gevolglijk niet verre boven ecü 
eeuw oud? 

L. Men zou, maer met geen fchijn van goede rede. Ik zd eerfl uwe 
vrage beantwoorden y en : namaels fpreken van 't Hijloriael waer op die ge* 
bouwt is. . 

Ten opzigte van uwe Vraegkan dienen, dat Verzuim van ondericheid 

10 Spelling geen de. minfte bewijs is van 'c gebrek in de üitipraek, even 

gelijk Mijn Heer zelf ten opzigte van dft korte o en 6 een weinig te vo- 

«töiverhaclt heeft,. . Dog twijflfid eens of het nieuw warej. zou JMijn Heer 

. * y J. v^eli 



r* 



\ 



i]-8 ONDERZOEK OVER ONZE 9. XOéwif, 

wel kannen tg^ü/oofea, das dit- als xmtw onderftdde Ondttfchdd van lüt» 
ipraek) door Hooger Mi^, naemliik toen wij nog onder Karcl en tim 
lips ftonden, onzen Grootvadoren ftiptelijk waa aenbevolen gewoeft? 

N. JStccQ ik f mijn Vrind ^ waat bdnhren óél van 2iilks geen gevrag 

S^maekt word^ zo had men toen met Scaet* en Godsdientt^Zaken de 
anden zo vol j dat geen Ovoigheid om zulke Letteivlief hebbcii) koa 
denken. Daer en boven zou ik geca Overheid ter Wereki, al waer het 
een Afiatiiche , die als een Afgod -^eëert word ^ magtig geno^ kennen 
om hare Gemeente zulk een Oiidedcheid van Uic^iaek (Ichoon 't in 't 
fchrijvea gelukk«i moffte), daeglijks te leeien waememcn: vant^ al wienl* 
tot noodzaeklijk behuj^, bij een opetdiare lijft van wowden^ zulk ondcr- 
icheid aangewezen^ en, tot prikkel van oppiflën , de dierfte ftn^fen ge* 
dreifit, alle pl^ing van die , of alle invorderiag van botten zou moeten 
ftil mm in zaken» daer de gantfche Gemeeote^ ouden iong^ Wetgever 
en Onderdaen^ de beftm niet uirgozondert , da^Üjks onteliijke reizen moef^ 
ten zondigen^ zelf t^ea wil en dank« 

L. Wat dunkt u? zou dan wel zulk Ondericheid van Uit^raek , bij 
Opftetnmii^ en Oveieenkomft van Gemeentens ^ en, dat zelf van geheele 
Pr4>vmiek^ onder |j;ioot en kldii, op 't knd en in Stee, zonder bevel óE 
kennis van Overheid, kunHen fland gekregen hebben? wsmt, gdijk ik ge- 
tnekl heb) het is 'er t^enwoordig , en moeft derfaalvcn, zo ^ nieuw wa« 
ie , of met of zonder toedoen van Hooger hand zijn ingedrongen ge^ 
weeft. 

• N. Ik beken *t, nog immen zo min} ik merk al dat ik door uw* vra- 
gen het net 'over 't hoofil faebw 

L. \ b zektf i mijn Heer , dat deadfik zwarigheid die ^sr nu zou 

zijn , om in een groote Gemeente zulk eene Spraiek'^veraükfering in tt 

breiisen, 'er altijd was, en noc; m e e rde r van ouds txxn Druk* en Sdmjï^ 

konft nog te zoeken waren. Vene is het van daer, dat dit OadeHS^cid 

iueuw zou idju^ in tegendeel heb ik ba] de Oud-^Duiiicbe en Eranküidie 

Schriften^ van 7 , 8^ en 10 Ëeuwents rt^, als mede hijhetKimbrüchevatt 

voor omtrent 10 Eeuwen, |^li)k ook bij 't M(cib<«Goithüch , dat ofl iti tu t 

14 Eeuwen oud, en een Lid yan tien Owd-Dindctam Stan^oom is , en 

wijders bij de tegenwoordige Tale der Yflanders (die, ruim S Eeirwea 

van aUe andere Volkeren afgefcheiden , *t Oud-Kimbrifch of Oud-Noordfirh 

vrij fetsiver beWaert hd>bai) dat Onderidietd eendSxmttiifiHjk óp dezel&te 

woorden, eenige weinige verioopene uitgezondert , in gdijke waerde b^ 

• Zicagtcr vonden j gelijk ik in een beknopt lijftjc van vergdijking u vertoonen kan**. 

aen in (kze Welke Overeenkomft aenwijft , ckt al voor duizende jdPen , bevorens de Kim«- 

Redewif- bnfche en Duitfche Volkeren verdeekle Takken waren , in de eerfte wor* 

icliog. telii^ namelijk van Dnzer alkr gemsene MoederQ>rake^ een oude en kn^* 

tig ii^^e^bmte E^genickip moet gpMcn hdrbea^ ^ de» geitijkaeaK%heid 



I 



f f^rêêmf. NEDEItDUrrSCHE LETTE&^KLAMKEN. tfp 

am 4leii Sttim , «fi v«n dacr «en ijder der TVikkeoS zo eenpafigl i j k heeft 
hij^;eKt, éac gKn eene dier oen Terftckeo isj een s&ij bij coeval van ver^ 
lom of m-ienciag yinoogri^kflAitiiges even ak dk, (èderc rakn eene Eeuw^ 
te oeoite h gevtdlen aen ons Amftd* en Rijn-ianden, als welken grooten-* 
dprii uk «en «oevloed van Uithnders hefiaen, waer van de mcefte Hoog^ 
duit^ z^, die <Ut flreekbeudende Onderfebeid en de waerde van dat al 
óOR witle voor ons vertoren hebbon gehad. v. 



Ter^^det^ gel^;entheid kan ik fnet voorbij te z^gen ^ hoe ik ten ui* Gtwi^g^ 
orfte m^ verwonder, dat ik , onamginian een vei^p van zo vele ecu- ^JÏJ^Sf 
wen egter*een, gedisende welke U] onase Vooroudexen h6t Schrijven ^crwtgmsiê 
Met^ of wat sseilzaems was, dien tedeien Grondflag van ons Onderfdieid ^orae cm* 
der Kknken, wdke niet anders dan op de tongen van Ongeletterden zijn ^f^^"^"* ' 
heiland moeft houden, zo min, of genoeg&em nict-mer-al verbaftert heb omtnS 
bevonden? waer uk blijkt eenfc^èls dat onze Ael-oude Voorvaderen, hoe .het bdtanf)^ 
onbefchaeft men hen verdesdcen mag, itiet loflelijk en onbedagt met haredigbewa-. 
Tale hebben ge(peek , raacr akoos weric gemaekt van hare ToM;cn met crond^ 
een nette tederheid te beftieren na den ^ond van hun VaderlijËc over* Uankea 
leveringen $ en anderdeels ^ dat onder zulk een' voorzor^e, zo .geen Volk- bunnei 
^ermef^ing daer tuflfeh komt, een TwA vde ecuwen kan verdueren, ^on- '^^^ 
der te Vctwopen^ waerom dan ook wfi met volfben kisnnen met dat oud* 
egte Onderfcheid , enkd uit kkinagtinge <»qi dat nu onze uitfpradc het 
reeds <piijt geraekc is, in den wind te men : ten imnAe paft het óns oietaua* 
Kjk, aso wij voor Nederduitfchers in 't Gemeen, en taelkundig wnlen 
fchrijven , dat we in nsnrolging van -t voorbeeld onttr Ag^acrftc Schrij- 
vers , door de onderfcheiüene fpdlinge van dubbde en enkele klinken , 
op den voet hier voren in mijne Aetmerkingen • gemeld, dit vereifehtc 
ondericheid van Klank tragten aen te duiden. 

En ten opzigte van 't Hijimael of feit , daer uwe vrage uitgefjffo^en 
18, £o bekenne ik, dat die maniere van korte ^>eiling tot niet lange voor 
A*. i6oo, de gebruike^)ke Was. Zij had ook tw«e redenen > eerftelijk 
om <ht in die 3 eeuwen, namelijk timen 1300 en itfoo, bij na niemfahd 
dan Geeftdijkcn de penne voerden, die aen de fdioolfe Lyijnie fpdling zig 
v^ hielden 5 ten anderen had men voormaels , toen alles bij gebrek van de Druk- 
konft op de dadelijke penhandeUng aeiK|uam , reden om die inkrimpende ^ 
en bekorte manier te handhaven tot befparinge van moeite en tijd. Dog 
mct.het vert>reiden der Dnik^.kunft^n hot doordriogcn der Refmnatit^ toen 
tSk gelegenthcid kreeg om met kleine keften zig op te queeken in kemnffi? 
en wetenfehappen , en 't onderzoek der zaken niet blindelings op een an* 
'der te laten iiiften , toen hebben onze opmerkende Sehrij vers getn^ , om 
dk in 4clmft verzuimde Ondeifeheid tuflen de lange hacde eè en zagto 
ee, en langie harde óö en zagte 00, in de ipdling, zo verre ^ulksxoisaer 
l>övenflrepmg te doen was, o6k aen te wijzen* 

Hier 

^Tit ArtiVn^ \Tk'SitAinm0Ungm 9mr i^j wcJoig verder f. TI, .tiwaer $e agtibaerfb 
0«^|M MfdkmUê', €0 wiidcrs alhior $m l wijac <aa Sprili^t j» 't^fciariaiirihaèfc^gtir 



1 



i6o: ONDERZOEK OVER ONZE 9^' Stdmip. 

VI. Hier toe hielden ze T^ig, eenfdeéls, ten opzigte van de Jange zsgfe e e» 
Vcrhad^^ o, wanneer in dezelve Lettergreep geen Mede^kiinker ep den Klinker vei^ ^^ 
Sdkder 5ï *^^ ^^^ bovengenoemde verkorte (peiling, gevende als dan aan dezelve 
Agtbaerfle )> ^'^ ^^^ ^/-^ ^^^ f;i^^/^ b tfii O} naemlijk Hopen {Sperare)^ en Helbn 
Celeerden ,, (occultare) enz: dog anderdeels ^ Bij de moorden dse ep de harde hmge 
^?.^^^. 9, É£ ^;» 06 accente^den^ gebruikten ze in zulk gev^ de-^ubtele ee en qo: 
het^ndcr- ?» ^'^ Heelen (Sanare) ^ en Hoopen, Ophoopen (acervare) enz. Dit 
fdieidtaf- is dat agtbare gebruik ^ dat ièdert van onze Allervoomaemücn gevolgt is: 
fen de har- hoewdi anderfints , uitgenomen bij d^&e hardklinkende eé en ó6 • onze* 
h»Ke" «tt ^^^^^hclden zig nog lange wijl gekant hebben tegen het verdubbelen vsm 
o^oon f^ocaleny bij alcfien at aecent-Jübe door geen Confenam gefloten wierd; in 
2ijnifi 't dezen ijver flak ook Vader Fondel^ toen hij Ao i6f4 zijn Noodig berecht 
^^rak ^^ ^^^ ^ nieuwe Nederduitfcbe Misfpellinge mackte 1 al waer hij de verdubbe- 
ld * )mg verbant, hoewel hij met gooi oordeel zig ter zdver plaetib, wanneer 
in 't Gemccn-lands de Klank hard, viel , zig van de dubbele ee en 00 
bediende 1 dog bij drukfouten floop 'er ook wel ee en 00 onder^ op ver- 
keerde plaeticn tegen zijne eigene fbelUng aen. 

N. Ik héb langen tijd niet geweten, waerom ik nu een enkele dan een 
dubbele e en o , £choon bij . beiden de Klank lang was , in de {chriiten 
van onze voomaemfte Lettergcloerden vond y het icheen mij toe, of 'er geen 
heftoidigheid ^ nog vaile Gr<Midjlag van Spellen bij haer was : anderea 
wilden mij wijs maken , of dit opzjgt had op den Singularis , en of de 
verdubbeling beteekende dat in Singulari een La^gklinker was, terwijl de 
enkele zou aen wij zen , dat de Singularis een korten klinker had : dog dit 
vond ik vals bij menigte van woorden^ maer nu begrijp ik uit al uw.be- 
rigt, dat zulks op 't on^erfcheid van Üitfpraek ziet. 

Vrugten L. Zo doet het : en dit onderfcheid van Üitfpraek en Spellit^ heeft 
van het ook deze nuttigheid, dat hier door in Gemeene-kmds Sprake vele wooir- 
fh^M* ^" onderfchcioen van zin worden of blijven, die bijons Amftel-cnRijnlan- 
door t ver- ^^^ eveneens kjjnken, en daer door dubbelzinnig zijn: als de bovenge- 
hoeden noemde Helen en Heelen, Hopen en Hoopen, wijders Lyden (pati)j 
van Dab- en Lbiden (Ducere) enz: van welk ibort ik geen geringe Ujft kanaen- 

En behalven deze f^rugt is 'er nog eetie andi^e, die voor een Tael-lief- 
hebber niet minder waerdig is , naemlijk in 't lluk van de Afleiding* 
( Derivatie ) ) want zondep de regte kennis van dit gemelde Onderfcheid 
zal men vele woorden verkeerdelijk en ook fommige als eenerleije aen- 
zien, welke nogtans waerlijk een bezondere Riede van Afleiding' hebben. 

N. Maer ten opzigte van 't eerde , zou die Dubbelzinnigheid door de 
omfhmdigheden niet wel meeflen tijd zig ontwarren ? 

Vïll. 

Vcrei'fch L. Dikwijls ja^ eti fomtijds gantfchelijk niet, ten zij door een konfli- 

^^9j^- ge fchikking', of gemaekte'Omfchrijvinge, 



3, f^erhafuk NEDERDUTTSCHE LETTERKLANKEN. itfi 

Dog (choon genotnen dat 'er gccnc Dubbelzinnigheid der woorden door xdf bulten 
verhoed wierde , bet Ondcrfcheid zou niet te min moeten gcagt en bc- aenmcr- 
tragt borden als een Eigen tot onze Gcmeene-landfe Sprake behoorendè ^ jic Vrog- 
eveneens en met gelijk regt als , volgens uwe en onzer aller gemecne flel- tciu 
ling , het onderfcheid van Uitfpraek tullen de korte harde en zagte o, 
even noodzaeklijk , en niet meer moet waergenomen worden , bij de woor- 
den daer zulks Dubbelzinnigheid vxgpeemt (naemlijk bij Bol. en Ból^ 
Dol en Dól enz:) dan bij den grooten hoop anderen omtrent welke geen 
zin-twijfieling plaets heeft. 

N. Bij welken onzer Autheuren vind je dit gemelde Onderfcheid vaa 
Sf>elling opgevolgt. 

IX.' 

L. Op dat Compas zeilden federt meeft alle voorname Letterhelden , Vcrhacl 

tiic den opboirw en befchaving onzer Tale , bijzonderlijk ten opzigte van ^er voor- 
ócn Cieraedftijl , zo manhaftig bij der hand gevat , en loflijk uitgevoert "^^^^^ 
hebben. Onder de eeriten was Dirk Folkertfz Kacrnbert^ voomaemlijk in^^clkedit 
zijne laetfte Ichriftcn van omtrent i f 80 en 1 f po ; van dezen man getuig- Onder- 
de Lapjius^ dat meeft alle zijnp ftukken fiibtijl en wijflijk gefchreven zijn , jj^hcid van 
-en dat het hem mishacgde , dat hij eens met Coornhert getwiftet* hebbe/Sg^gj^"^ * 
voorts J: Uitenbogaert , die kort daer na befsicmp wierd 5 Wijders Kiliaen hebben ge- 
in zijn Woordemwek , dat zo berugt en bij alle Geleerden geprezen isjtragtacntc 
voerende den Tijtel van Etymologicum Teutomae JJngua^ five DiStionarium ^^^'''^^^ 
^Tmtonico-latinum ^ waer van de Plantijnfe druk van A9. i f pp door hem 
zelf vermeerdert en verbetert is. Vorders Ever^: van Reyd in zijne iW- 
derlantfche Oorlogben: het Europifche Liet van Geleertheid Hugo de Groot 
in zijn traótact van de Batavijcbe Repuhüjk A9. 1610 in *s Gravenhage ge- 
drukt : De Verhevene en weergalooze P^• C: Hoofd , al in zijn Acbiïlei 
en Polixenas^ Ao. liJoo" gefchreven 5 dog in zijn Hendrik de Gróót alsme- 
de in zijn Baeto^ beiden van A®. i5z<J, heeft hij zig van bovenftreping 
bedient, om ook de onderfcheiding van Klank aen te wijzen bij die y/^- 
cent'fiWen , daer een Mede-klinker agter de Vocalen komt : Wijders ook 
de Rechtsgeleerde Antbotiius de Hubert in zijne Pfalnten^ A^. KJ24 uitge- 

f even: P: Meruia in zijn ^ijdthrefoor ^ A^. 1 614 tot Leiden: D: R: Kamp^ 
uizen in zijne konftige Rijmen : de Geeft- en Zin-rijke Conft: Huygens in 
2iijn' Koom-hloemen en Zeejiraet 5 van 1 6x4 tot 1 66j. als mede onze Ne- 
derduitfche Virgyl , Jooft 'van den Vondel in zijne Ir erken bij A: de Wees 

fcdrukt^ voomaemlijk die gemaekt zijn (ëdert de vergadering over de 
-etterkunde, hier te Amfterdam'bij eenige Dicteren voor A*>. \6i^ ge- 
houden , waer van gemdde A\ de Hubert een lid is geweeil : nog ook de 
J>7ederduitfcbe Overzetting van den Bybel^ uit lafi van de EE. Heeren Sta- 
den Generael Ao. kJJ/^ volbragt: Daerenboven de nette Dichter Jeremiat 
de Dekker in zimö Werken: en eindeling behalven nog verfcheidcn* ande- 
ren ^ ook veel-al de Placcaten en Ordonnantien van den Lande. 

m 

N, Mag 



i6t ONDERZOEK OVER ÓNZE p. lUdmiff: 

N. Mag de gene, die zig hier in zoekc te quijten^ den ibeek van de- 
ze Voorgangeren onbezorgc opvolgen? ^ 

/ 

L. In die woorden wel , omtrent welken ze nogt' onder den ander, 
nogt* in haer zelf verüchillen. Het oogmerk was wel eenerlei , maer dat 
ze te mets verlchillen had meer als eene rede> want die waerneming was 
toen nog ongewoon voor Schrijver en Drukker, de Lecterzetter ging 
ook wel toen , gelijk als nu , met de uitkomft van zijne regels te raed ^ 
daerenboven was de Geeft van onze Tael-liefhebbers , voomaemlijk die 
van onze voorname Dichters , toen ter tijd ak in een ftrijdperk met een 
krijgel acngczet , wie de meefte en waerdigfte fteenen zou toeleggen tot 
het nieuwe Nederduitfche Gebouw van keurlijken Cieraetftijl ^ dat ge- 
bouw , dat thans zo veel aenbidders heeft , en reets hoog en trots het 
hoofd in de lucht fteekt, pronkende met de Konftfhikken van onze ver* 
ftorvene Letterligten , als van den Droft Hoofd , van Vader Fondel , en 
vin onzen Nederlandfchcn Ovidius J: Jntomdes van der Goes , als mede 
die van de Branden. Dus is 't geen wondpr dat die ongewoonte , en an- 
dre bezigheid van Geeft , oorzaeken zijn , dat men in dit ftuk van fpel* 
len nog vele ftruikelingen bij hen vind, die het blindelings navolgen on- 
veilig maken. * Van dit gebrek zondere ik geno^^iaem uit dat allerkear- 
liikfte fFoordenboek van RiUaen , to even genoemt , als mede de gemelde 
Overzetting bi} den Staten Bijbel ^ als door welker overzieoderen neerftige 
zorge hier in niet dan weinige Drukfeilen ingeflopen zijn i en zo verre 
ik de IVerken van Huigens , dtn Druk van A^, itff 8 , nog onlangs hier 
op inzag, zo verwagt ik , dat ook die doorgaen^^ vrij goede proa kon* 
nen houden. 



N. Nu zijn we tot aen 't Hoe ccvordert, en aen 't overwegen van de 
Middelen^ om (kt gemaklijk te bdcomen. Bij eene lijft van ijder ibort 
van woorden kan je 't Hoe aenwijzen , en , zo je de Regelen daer agter 
voegt, zo hebben wij de b^ecrde Middelen^ maer of het niet beft zij, 
dat net eerfte onder ^t laetfte betrokken wonde , om bekortii^ wille , geef 
ik u in 'beraed. 

Vande L* Verre w^ beft, mijns agtens. Het Onderfcheid tuflèn et (of bi) 
Middeleti en Y vind men Dij alle Schrijvers van agting waergenomen. 
d'rf^^^d" En betreffende de lange e en o, wanneer die zagt of hard klinken, 
op ijdcr ^ T£io&i men de woorden tweederhandc aenmerken, als ( i ) zulke, wel- 
woordte ker acf/nt-Jilbe geen Mede-klinker agter zig heeft, alsLEBREN, stbkek 
J^cren^ enz: , en ( z ) zulke , welker accent-filbe door een of meer Mede-klinkers 
gefloten word, als Spéék-sel, Leér-zaem enz. 
Ten opzigte van de eerfte foort kan ik u geen korter acnwijzing doen 

als 



kennen. 



j. Ferbund. NEDERDUITSCHE LETTERKLANKEN. 16^ 

als tot het gemelde IFowdenboek van Kitiaen en tot den Staten Byhel of 
de Cimcordantie van Trommius , alwacr in zulk geval de dubbele eb en 00 
geplaetft zijn, wanneer de Klank hard komt, en de enkele e en o wan- 
neer die za^ komt. 

Ten opzigte van de laetfte foort , zou een bovenftrcping bij de hard 
klinkende van noode zijn , zo men 't onderfcheid wilde aenwijzen , en 
hoewel men deze kenms fchiint te kunnen mülen , zo lange de boven- 
ilreping Uj de ichriften der Geleerden nog geen doorgang vind , niette* 
min in Letterkundige verhaoddingen , en tot een welgegronde Afleiding 
(derivatio) der woorden, is ze ten uiterfte nóodigs en daerenboven dient 
men bij die woorden, die niet meer dan eene Mede-klinker tot flot hun- 
ner accent-filbe hebben, dit vereifchte onderfcheid te kennen, vermits die 
Mede-klinker bij onzen Plttralis tot de volgende Silbe overgaet , als Léér 
{Doürina) in Plur: Leerren, en Stsek in Plur: Ste-ken 5 want de- 
wijl onze woorden , zó ze in Singal: op een harde lange eb of 00 val- 
len in Plur: die blijven behouden , of zo ze op een zagte accenteren ook 
die in Plur: zoodanig blijft, zo word veieift, dat men bier van ook be* 
wuft zij , zo men 't onderfcheid in 't fpellen , volgens 't meergemelde 
-Agtbare gebruik, wil in agt nemen. Dies was het dienftig, dat dit on- 
derfcheid van Klank met behulp van bovenftreping wierd acngewezen , . bij 
een' Lijftc van zulke woorden , welker lange eb en 00 door één or 
ttieer Confonanten 4n dezeUüe Silbe agtervolgt worden. Zoodanig een 
Lijfte was ik voornemens voor u op te maken , uit het Ligt , dab 
bet onderzoek van de Afleiding , en van de Regelmatigheid , be« 
neflèns de kennis van de Oudheid mij gaf j alles vergeleken en beproeft 
tegen 't berigt en de Uitfoi'ack der zulken , die dit Onderfcheid van Klank 
met haer opvoeding , zonder les of regel geleert hebben , en op welker 
tongen 't gebruik van Ouder tot Kinaeren in wezen geblevoi is % welk 
alles gezamentlijk ik niet dan zelden verfchillig vond. Uit dufdanig een' 



Ï"ft trek ik dit gemak , dat ik mij in deze Verhandeling nu niet (ge- 
te voird in mijne Geméénfibap tuffen de Geftbifche Sprake en de Neaerr, 
dmitfcbe^ om ook in dit-ftuk aen de eigenfchap van de Gemeen-landfi Dia- 
hst te voldoen, gefchied is) met bovenftreping heb te bemoeyen, dewijl 
ik dus eenmael ijder woord op zijn plaets in orde fchik, 

N, Dat gemak of. roosdqd zoek ik niet weg te nemen , maer ik hope op. 
breeder verf&g ^ naemlijk een Aenwijzing niet alleen van de laetftgemelde foort . 
van woorden, dog ook van de eerftej want die eerfte door 't gebruik te 
leeren , is te laftig > bij de Autheuren zulks op te zoeken ,, is al te wcr- 
kelqk s 2elf ccn W ooifaenboèk is naeulijks gereed senbeg \ dies veiwagt 
ik uwe Regelen of Acnmcrkingcn over cèn en aticfcr foort, en dunkt mij 
hcfl dat agter ijder Regel of Wacmeming* de Rije gcvoegt werdc van 
die woorden, welke daer toe paflèn^ op dat de waerde van ijder Regel 
met hare Uitzonderit^en te klaerder blijke. Dus zal niet alleen ijder, 
dien het met ons Amml- en Ryn-landers hier in hapert , ftofie van ge- 

X 2 noegen 



Itf4 ONDERZOEK OVER ONZE 9. Redewif. 

noegen vinden in een gereed hulpmiddel, macr ook, die fterker zijn, zul- 
len rede hebben van vermaek ^ dat ze hare Moederlijke DialeS hier onder 
Regelen betrokken, en met de Oudheid bewezen kunnen zien -, 't gene 
voor dezen niet gedaen is. 

L. In tegendeel vreeze ik dat de Eigen liefde, dat algemeene Koeftcr- 
kind, al het bewijs , hoe omftandiger en kragtiger het zij, te onzoeter 
zal maken voor velen mijner Mede-burgeren ^ want wie ziet gaerne zijnen 
minder-ftaet ten toon geftelt? 



N. Dog die 't Verheven beminnen, zijn daer onder niet te tellen. *t Is 
zeker een teeken van lage gedagten , te wanen dat 'er geene gewoon* 
te beter zij , dan juift die van ons en de onzen : 't is ook een teeken van 
onedelen drift, niet te willen hooren van 't fraeyer van een ander, en de 
middelen te haten , die ons de hand reiken tot verbetering. 

m 

I 

L. Schoon ik de redenen goed keure van 't gene mijn Heer mij aen- 
raed, niettemin fchrikt mij de azbeid no2 af^ ik heb in 't klein beproeft, 
wat werk het Woorden-zamelen in heeft , - wdk een tijd het wegfleept .• 
ondertuflên, welk eene Rije van Lijflen zou- zulk eene Bijlage uitmaken? 
Immers weinig minder dan een boeKJe ? Want over menig du&end Woor« 
den valt 'er te handelen» 



N. Gewilligheid maekt arbeid HgL 

L. Maer, (choon ik oppafTe om alle woorden, daer toe behoorende, 
bij-een te gaêren , ik wil nogtans niet aennemen , dat 'er geenen mij ont- 
flippen zullen. 

N. Wien zou geen eene VÜcfa ont&appen, 'die een groot water* zocht 
ledig te viflchen. 

L« Evenwel, eer ik die groote Bijlage bij der hand neme, dunkt mij 
beft , dat ik vooraf hier tuflen-in- voege mi}i} Lijftje van FergdBJJün^ tuffmcn^ 
ze en de Oude met ons verfnaegfchapte Talen yfen opziffe van dit gemelde- 
Onderfcbeid van Klank 'y benefièns de ftreekhoudendei)/V^/f£f-<er£^/, door mij 
hier op gevonden •- op dat alzo *t bewijs van de Oudheid voorgac voor- 
het tegenwoordige gebruik. 



j. VirhandH. NEDERDUITSCHE LETTER-KLANKEN. i(5f 
De Sfreekhoüdende DIALECT-REGEL is aldus. 



Onze 

BY, of ElV 

Har:lan:ÉÉ/ ^ 
Zag: lan: eb ) of e. 

Onze Y 

Har: lan: óó. . . 
Zag: lan: oo , of o. 

Onze OE. . . . 



M-G 
at. . . 

i/ of e. 
ei/ ofi. 

au. . . 

O/ofu. 

0. . . . 



Ki:&Yn: 

ei. 



• • ♦ 



e/ of t. . 
ï/ofii/ofp 

au. 
0. 

100. 



• « 



• • ♦ ♦ 



• • 



AL: & F-THr A-S. 

«/ of a- 



et. 



i/ of t» . . . 

t/ of 11/ afp. . 
Al:au/F'TH,OU 
0/ of U. . ♦ ♦ 
Al:ua/F-TH,U0 



XI. 

Korte Didf^ 

op welke 
^ ^ ^ wijiebijde 
p / of ( / of e / of eö. Oude Vcr- 

t/oftc mets CO/of p. "^^«g- 

Talen on* 



ea. 



o/ofu / ook wel p, 2c vccak» 

0/ of c/ of oe* '>«*nt- 

woord 

Bij de Mcrkteekencn beduiden M-G, Moefo-Gotfifch^ Ki: &Yfl: Kim- 
brtfcb o£ Oud'Noordfcb ^ & TJIanJfcbi AL: &F-TH5 Jhmannifch & ir^»>fc- 
THeutfcb > & A-S , Angel-faxifch. 

En ) bm de Lijft niet te groot, macr te gereeder voor 't onderzoek 
te maken , heb ik voor eerft die Woorden bij een gebragt , welke gevon- 
den worden in 't Ghjfarium Gothicum^ dat Jtinius agter zijn Gethic: £uan^ 
geUum gevoegt heeft 5 waer in ik met eenen betragt heb ook die niet o- 
vcr te llaen, bij welken of eenige ftrijdigheit of Verloop van Drakcl fchijnt 
plaets te hebberk 

Ondertuflen zal ik de Spelling van deze onze Woorden, waer van wij 

handelen, zo hier, als in de volgende Bijlage, ten opzigte van der lange 

£E en 00,. op den voorverhanddden * voet nemen, namelijk ♦Ziebi| 

dexeRc-: 

De dubbele bb en 00 , voor de Harde "ï wanneer geen Mede-klinker ag- j vL 
De enkele e. en o, voor de Zagtc - j ter hen. die Silbe fluit. 

Dog de bovengeftreepte eé enóó voor de HardeVbij aldien hen een Mede-khn- 
cn de ongeftteepte bb en 00 voor de Zagte/* ker in- die Silbe volgt. 



LYSTJE VAN VERGELYKING. 



fPegens onze E Y cf EI. 

i^RBBiDEN. M-G, avl^altyjan I AL: 

en F-TH,arïietten/ {labtfrare). 
Bereid. M*G, Qftratil^ {Conpitu-- 

ttfs). 
Beiden (amio) M-G,ltiai/iia>A-S, 

• Vti/ ftegm; AL:lKiOu$ Kl: iia^ 

^u^ 

Beider (marari) M*G, be£tiatt ; 

A.S,(>i. 



Wegens onze Y. 

Dyn {tuus) M-G, tÖein^/A-S: 

tJltttj AL^Wlt. 
Gelt K. M-G : ïeiM/ gaïtiïl^ 1 A-S, 

ïtt/ gtïitr AL: ïm ifinalh). 
Lyk, {Cadaver) M-G,!ctïl; A-S: 

ïtt (corpus). 

Myn (Meus) M-Gjmein^/ A-S, 

min/ Yfl: mm. 

X j Nyp. 



Lijftje Ta» 
Vergelij- 
king tuuei» 
onzeTale^ 
en de Oor 
den die 
met ons 
verniae|t- 
fchaptujn;^ 
ten opug^ 
te van 't 
gemelde: 
Onderin 



t6^ 



ONDERZOEK OVER ONZE p. Rèdiwif, 



fcheid Ytti 
KUnk^of 



Wegens onze EY of EI. 

A-S,1&it»an /aWöan/ Ki: Utim Yfl: 

btbia entiptia> dog AL: MtOtt /pti' 
ton en ptCOn (morari). Hier wijken 
we af van alle de Ouden , behalvoi 
van 't ui lam: mei et } want de andren 
duiden onze vaen: dogoulinks had 
men ook bij ons Byden. II. CL: 
(Morari). 
Eigen, EIGENOOM (j>rofrium). M-G, 

at0tn i A-S , asen j AL: etgan -, Ki: 

eïga > Yfl: epga {proprium) : en A-S , 

otgan/ agan {pjftdere): 

Heioe (ericetum). M-G: ^ait^a» 

A-SjöCfthi F-TH,ftcpi>. 
Heiden (Éthnicus) -, M-G,5atÖ^= 

na; A-S}gcrt|^e} AL: j^eitiane; 
Ki: geitiner mann. 

Heil, M-G,öatl^j A-S^aï/ AL: 

l^eil (faluSf /anus). 
Keizer (Cét/ar) j M-G üatfari AL; 

fttifarj A-S,€afere, 

Neigen. M-G , ||ttattO|att / Sttöifl' 
jan I CL; AL: ||mt0en (/rw^- 

Rbin {mundusypurus)', M-GIprain^} 
AL: rdn} Ki: en Yfl: \fCmXii en 
ons Reinigen , M-G. j^atttjan ; 
(mundare) } en ons Onrein (imptt- 

rus) M-G utigraln^. 

Scheiden. M-G patliatt } A-S fccfs 

hm/ fcattan/fcea^an} AL:f(gd- 

tian/ fltett^an (dividere). 
Wette. M*G||tt)altei* A-Sgtocrtej 
AL: ÖttrfjSe/ toeftfe (Tritieum), 



Be- 



Wegens onze Y. 
Nyd (invidia)i M-G,nritÖ^iA-S, 

nitli) AL:ntt!^/ mitg. 
Nygen. M-G: i^itnan/ foietaan 
n.CL: A.S||ni0ani F-TH,fnfc 

0att} Yfl:|^p0a (inclinatum effi). 

Pye ( /««ra ) } M-G, patba- Hier 
(chijnt een verloop* bij ons plaets 
te hebben , 't en ware, bij druk- 
of pen-foute, pattia voor pettia ge- 
zet was ge weeft. 

Ryk, (Dives, (^imperium) AL;»* 
t^/ riCÖe; en M-G ttS0 (prin- 
cepsy primus )i A-S rtce/ ttca / en 
Yfl: rp6ur {dives). 

Vry {liber)i M-Gj fttjanl en ft^e 
(Jiber): en A-S, fttan {LJherare). 

Vyand {inimicus)', M-Gftanll^} Ki: 

ftand} Yfl: flantie} A-S fmib en 

f^ntl } AL: f!am/ tritnOe (inimicus) : 

cnM-Gf^an/ A-Sfïtoanengjftan 

(odife). 
Vyp, M-Gflntf}AL:finf,ftolf/A-S 

fifi Ki: fmti Yfl: fïttttn (quinfue). 
Wy, M-GtiJei|}A-Stöei Yfl;Dttr 

(nos). 
Wyhen, wyden. I. CL (inittari) 

MGtOetgan LCL: AL: cnF-TH 

tof^an/ tttgen* 

Wyk (vicus, caftettum) j M-G totff|/ 
A-S ttn'c/ töpti en Yfl: tjpji/ m 

Wylen ( morari) i M-G |)tOeflatt. 
W Y LE (fpatium temporis)-, M-G gttttt^ 

te} A-SM[) AL:t)to0|a/ tmla. 

Wyn. M-Gtörini A-S,ttjmi AL: 

tiHn; Ki: iWnj Yfl; tipn/ {«»■ 

YzER , (ferrum) j M-G dfattt} AL: 

ifet} A-S ifecn/ ifeni Ki: iants 
Yfl: <aam. 

ZwYN (poreus) i MoGfkDnn» AL; 

fuitti A-sOJbpn. 

Zyne} M-GjfHn^j A-S fint (yi«M). 



5 



F^land: NEDERDUITSCHE LETTER-KLANKEN. 



itf7 



Wegens -onze harde lange éé. 



Bbgbbren i ( cupere ) M-G , gatmait^ 

A-Sgeomian, gvmtati/ het A-s 

komt overeen met de Rotterdam- 
ich'e DialeSy welke heeft Bege- 
ren ) dog het MrG met Kiliaen 
en den Staten Bybeï, 
Brééd (Latas)y M-G iljat6$> A-S 

Ii;ati 5 Yü; Ijjeibur. 

Deelend M-G batljatl / A-S bdtlatl/ 
AL: tdlen/ Ki: qi^etta idmdere), 

EÉ05 M-G att|[>,é 5 A-s atö > AL: etbi 

Ki: en Yfl; etbUt^ (juramentum). 
EÉN, EBNE. M-G ema I AL: dn; 
A-S atti Ki: eitls Yü: rpHt! enfin 

Ebnig. {unicus ^ folus) M-G:ain|/ 

ainaj^a/ ain^gun* 

EÉs^uLDiG (Jimfïex)*^ M-G: aW- 

faïtö^i A-S,anfeaïbsAL:emfaït/ 

Yfl: emfaïïbur« 
EÉR (frius)', M-G. air. 
EÉüwiG (^emusy, M-G, aitoeinas 

AL: (ttwO aternus : en , I n eeuwig- 
heid, M-G, inaitnin. 

GwLwkkti^{c(mmunis)y M-G,gattiatn|) 

A*s , geni<{nc / ntctnc. 

Gehéél. M-Gj^l$} A-SgaUAL: 
Qeill Ki:géilv {lanus^ integer). 

Heblen (Janare)i M-G|^{|ani 
A-S gdan / AL: l^fon (fanarey cu- 
rare) i do^ ons Helen (celare) 
heeft ook m 't A-S j^Q; zodat 
zagte en harde lange b wel onder- 
icneiden komen. 

Heeten (juberey mminari)\ M-G, 

^aitan/ A-S gcetan/ getan/ get^ 
tan. 
jLeeren, M-Glai^ah/ A-Sï«ran 

(Docere), 

MEERDER, MÉÉR. M-Gtttai5a,A-S 

matt/ ntare (pJuSj magis^ majóry, 
dog ons Meer (loc, mare) heeft 
de zagte lange e> gelijk ook in 

't A-S 



degens onze zagte lange E. 



Gevel i M-G gttda ( Pinnaculum) . 

Gretig (avidus)^ M-G, gcotbag^/ 
dog A-S , |^etri0 en gtfleWg : zo 
mede oul: bij ons Greite (avtdi^ 
tas ). 

Hemel. M-G , ][pnrin^ ; Kirj^imin» 

Yfl: gtmemi 5 AL: j^meï / ö»t«iï 

Leger. M-G, ïtjr/ Yfl: IcgUt (/f^- 
tus^ cubile). 

Levtenj M-G,liïian/ AL: ïeftm, 

Ki:lifa3 ArS, itbiian/ (vivere)t 
en A-S,ïif (wV^). 
Leveren (tradere^ prodere)i M-G, 

Iet»|an/ odetDjan; dog A-S^ht^ 

lattian/ fatnan (prodere) j hoewel 
ook A-S,lirICÜ)a {proditor). 
Meer (&^, mare)^ M-G,marci/ 

A-S,mn:e/ AL:ttinx. 

Menig (»*«///>, M-G, manaj^j AL: 

tttenige} dog A-S,mamigenme- 

ni0. Wijders ons Menigte {muV-^ 

tttudo) M-G , managet / A-S ,m«== 
n{0(o/ en nuntgeo. 

Nevens } M-G mj^a (J^xta): e& 

A-S tteSt»an.(^^i&^^^) : 

Negen. {No'uem)% M^G:en AL: 

ninn; Ki: niu^ Yfl: npui A-s 
ntgen/ ntgon. 
Regen> MG,rign>A-S,trfln/rce0tti 

Kimbr: regg/ 9te00; Yfl: ï)reö0/ 

regns AL: reoen {pluvia): en ons 
Regenen, M-Grijsnjan (pluere). 

Stege, {via^femita afcendem) eer* 
tijdsookSTEEGE, steige, M-G> 
ftat0a; AL: A-S, en Ki: fH0a. 
Het Gotthifche komt met ons Ou- 
de , en de drie anderen met ons 
' Tegenwoordige Gebruik overeen. 

Vele, veel {multum)^ M-GfilUi 

A-SfWa; AL:fïïu/ feïo. 
Wederj M-Gtottötai A-Stoitönr^ 

AL: tOtbat) {contra^ obviam). 

Wei>u* 



tSi 



ONDERZOEK OVER ONZE ^^Jbti^ijf. 



tf^^gens onze harde lange éb. 



't A-S , tttm (palus , mare ). Wij- 
éas MÉÉsT(/>/»r/ffir0j),M-G,tnatfi9/ 

A-S m«fl/ en mefl. 

RÉÉP. MG , xsa9$ i Ki; en Yfl: 
mpf A-s, tape (ƒ«»«, rudens) 
en A-S, tftpan (vincire). 

Snééüw i M-G fnattol j A-s jfnatö ; 

AL: fnCi dog Yfl: ftltOOC {Ni»). 

Stéén. M-G ftatn^/ ftatnaj A-s 
dan/ AL: fhïn: KL- fitixn Yfl: 

fWm (/«/>«): en A-S,flaHan (A*- 
pdare). 

Teeken} M-G,tatïtnj$} A-Stactn/ 
tacn/ AL: jeicöan/ jeicön C/%- 

»«M ) : en ons Teekbnen , M-G 

tatïtnjati} A-Stcecan/ tacntan} 

AL:5d0nan (Jgnare). 
Teese, (Firga) i MG tattl^ ) en 
A-S tanri/ AL:3dntta {corbis)\ 
en A-Stan (vimen, virgultum). 

Twbej M-G tt»ai / A-s tu / wa/ 

ttueo/ttoa/ ttoi/ cnttup (duo): en 
ons Twintig, oulinks ook Twbén- 

TIG , TWEINTIG ( vigtttti ) } M-G 

ttoamti0i A-SttDentis/ttwomis/ 
ttnpittts- 
WÉB} M G toai i A-S toa/ tD«} 

AL: toe (v<e/) 

Weenbn. M-G toainon » A-S toa^^ 
ntaii) AL: toeinon {Lugert), 



Wegens onze zagte lange E. 
Wedwe (vidua)f M-GtottlOtoOs 

A-S toeobetoe/ topdetoe/ entot^ 
toe» AL:totnttoa. 

Weren, en Weeren. M-G tturc^ 

jan } A-S toerati / toeriait} ook 
A-s , toarati / toadgan / AL. toe? 

ren. (def endere). 
Weg, wegb (v/tf)} M-Gtotgös 
A-S, toe0/ en tooeg» AL: toeft/ 

toec/ Ki: en Yfl: tjemw. 

Weten (fctre), M-G tottan» A-S 

tottan, AL: totsan/ totsjan» Ki: 
bita. 

Wezen (efe\ M-G, totfan/ A-S 
en AL: toefan » Ki: ,cn Yfl: te? 

ra. 

Zegelen, M-G ftgjQan {figilUre): 
en Zegel A-S figel » AL: xnfit' 

aöiïi Yfl:innfide/ (JigHium). 

Zetel, M-Gflttïg, A-SfatA(eathe' 
dra, nidus). 

Zeven, M-Gft6nn»AL:ftl^) A-S 
feofbn» Ki: fiau/ Yfl: fï0: fTêp- 
/«») .' en Sevbntig (Jeptuaginfa) 

M-Gfiönnttg/ A-Sfeoftmttg. 

Zweoelbn (tilfifs canere) i M-Gf\|its 
j^On } en A-S (\lK8an (fonar€}i 
en F-THf\ittgdara(//W«jwj). 

Zweren, en z weeren. M-G fVna? 

ran » AS floedan. AL: f^oeten 

(Jurare). 

ZWEVEL , ZWAVEL } M-G f\l)iMa. 

A-S f\»efeï/ ftocrtf. (.$•<?#«ƒ■). 



0>«»«»C»«»0>«»«U»«1»«»«Q»C»€1»«»«S»€I»«»C»«»C 



fFegens onze harde lange oó. 

BöÓM (arhor)i M-Gfiagm^i A-S 
team i F-TH en AL: fioum / 

pauttt. 

DóÓD (mortuus)i M-GtlOtlti^» A-S 
teati/ Ki: en Yfl: tiautiur / dog 
AL: tiote i welk laetfte van ons al- 
len a;^ijkt. DóÓD 



fTegens onze zagfe lange o , o/f mede 
wegens eenigen van de ob, om oen 
te toonen^ dat va in 't AL: em uo 
in 7 F-Tff: tegen onze oe kernen^ 
dog AU en ov tegen onze óó. 

Blobd, M-GlUot(|/A-S,enKi:IiIob/ 
AL:enF-TH, pïUt/Wuat/WlU«l 
(Jangttis).. Blob- 



\. 



^, rerhitndi NEDERDUITSCHE LETTER-KLANKEN. \6» 

fFegmi Dttze harde lange 66. 

DóÓD {mors) , M-G,tetttÖ«^/ Vil: 
tiatttK ! en ons Dood en, M-G , 0a= 
Itan^lan {ocHdere) : gelijk me- 
de M-G, jafbau^att {morti tra- 
der e). 

DooPEN {baptizare)^ M-G, tiaup- 
|an/ dog A-S , bepan : enonsDóöp, 
Doopi NGB ( hapttfma ) , M-G , tian== 

pdn^/ A-s, beapnng. 
Celoovenj M-G,galauli^n} A-s, 
feafati/jjdeafati/engeïdfatijF-TH, 
gtlooftan > H-D, glaulten {ere- 

dere)i en ons Gbloove, geloof, 
ijides)i A-S,0eïpfaj AL:,0iïOtt- 

fio/ Mauiba en Maupa. 



HóÓFDi M-G, ftaubitöi AL: ftatt= 
W/ F-TH,8oulWti A-S,|fa- 
fiOtl» Yfl:, hmi (capKt). 

HóÓG, M-G,öaU8^iAL:enF-TH, 
toucl)/ 1^0» A-S, gtt^y ^i 

Ki:|)aU (aitus). en ons Hooghbr- 

TiGHEiD, M-G, liaugliattd. 

HooKSfi(audtre), M-G, gau^att} 

dog A-S, li^an/ gitan/ ^an. 

Koopen, {emerey vendere)-, M-G, 

itauplatt i F-TH, cou^n / cou* 

fim ) Yü: en ICi: ftaupa $ A-S } 

• ttttfion en cppan^ AL: (aufhi} 
H-D, liauffini. 

L.ÓÓN (premium) i M-G, iautt; Ki: 

- ca Yfl: ïatin » A-S , {ean j dog 

AL: loon/ tol. Dit jilam: wijkt 
af van ons en alle de anderen. 

jLoocRBNBN} M-G,{ati0n)an/ AL: 

en F-TH, ioU0tten/ (ft^are). 
luooviti (currere) i M-G, ftenpatl} 
en A-S , papatt (/altare) j en 

F-TH, loufatt} AL: fottp|en; 

Yfl: |Ianpa (currere) j en Yfl: pnqi 
(carjisy. 
Löös (pofipofi Expefs^ facuas, ina- 
ms)i M-G, ïatt#7 Yfl: en Ki: 

lan^s A-S, lea^ (faifus)^ dog 

AL: 



Wegfins <m%» za^ lange O en OE. 

Bloeme , MG , {rifoma , AL; en 
F-TH , Muom i AL: , Wofwa 

Yfl:Mottia(/w)- 
Boek, M-G, bolta; A.S,6ot} AL: 

Ibuacj^ / buocg > Ki: doa ; Yfl: 

Hooft (Uber). 

Door, deür (per)y M-G,tÖair0/ 
A-S, tÖOtÖ / tÖUrÖ (/er) } dog 
ons Deure , oulinks door (oC" 
Hum), M-G, tiant j A-S, HuiTi 
AL: tmtttj Ki: tptj dit M-G 
%oude DÓÓR vercifchenj maer de 
anderen ftemmen overeen met on- 
ze EU, of zagte oo. 

Doren, doorne (Jpina); M-G, 

töawmu^ } doe; A-S , töorti/ tSprWi 

AL:tlOtn} tgOCtt} dus pleiten ze. 
allen voor onze zagté o, behalven 
't M-G. 
Geboren (natus)', A-S, fl t B oit ll ; 

F-TH, Biöotati/ oftttrait} Yfl: 
60renn: dogM-G,Battran^/ ga* 
iiauran^. 

Goed (bonus), M-G, gotl^. 

Goden (Dn), M-G, jJuDa. 

HoBRBR YE i M-G , gOVtnaffu^ (for- 
nicatio)-i en Hoer e, A-S, fiors 
AL: öuae/ F-TH, guoP} Yfl: 
j^ra (Meretrix), 

Horen, oul: ook Hooren (comu) 

M-G, gannt j dog Yfl:'00rtt 

AL: en A-S, j^imt} het M-G is 

voor ons oiide , de laetfte drie 

eijn voor ons hcdenda^fe gebruik. 

Koren (frumentum)i M-G, ftattt^ 

110} A-S, fom/ AL: feorn. De 

1 laetften komen overeen met on- 
ze zagte o } dog de . Gotth: aU 
zou de harde oo vereifchen. 
Moed , M-G, motl^} Ki: tmbüt/ 
A-S, en FrTH, mo5/ AL: tttuat 
(tra, mens, animus). 

Oven , A-S: , Ofm i AL: OUdtl / OUetl; 
• Y dog 



#79 ONDERZOEK OVER ONZE p. Rtiniiiï 

Wegens mze èarde Uuige 66. 



AL: lo^/ loe^; welk AL: afwijkt 
van ons en de andren } en over- 
eenkomt met het A-S , {pfïnt / 

Joefen/ AL; ïoffeit/ en Ki: ktfa 

( Uberare ) , bij ons ook Lozen , 
LossBN ) oulinks mede Loozen, 
even als in 't M-G, latl^han/ 
SaTau^an {Uberare );en Yfl: Uiufn 
(redeutftiOf felutio). 
Loo^EREN ) LÓór (folia)y M-G, 

laub / lauto ; A-S , loJT/ icafi 

AL: lottil/ lOUf ) Ki: lauf. 
MóÓRD, en MOORD (c^Jes)i M-G, 

m&üttffei A-s,mort|^-ticetiienons 

Moorden, moorden } {occidere) 
M-Gj maurtj^CÏan. Die de har- 
de lange oo sebruiken , hebben 't 
M-G voor nen j dog de zagte 
oo komt met het A-S overeen. 
NóÓD {neceffitasy, Yfl: ttaub) A-S, 
mati; en ookmotl/ nptli en AL: 
not) wijders Yfl: attautl {éerum- 

tki)%ca M-G,ananaut|Manynau: 

t|hjatt {ai^eariare)i ep. Yfl:tiaul}- 
tgUtfft/ bii ons Nóóo-drufz. 

QoGE , M-G, att0O j A-S, ZdM\ 
AL: enF-TH, auga/ OUga; Ki: 
att0} Yfl: aU0a (oculus)^ en M-G, 
antJaugjO {palam) ^eamf^it {vul- 
ttu, facies). • 

OÓK> M-G, auft) A-S, ea(> AL: 
am|| {etsam)i en M-G, auHail} 
Yfl: a^ (augereyadjieere)y A-S, 

cacan / ftan / AL: att^^/ on- 

RooPEN) M-G, taujpjatt {vettere) i 

Angb tta$* 
Roovbn , BEROovEN {fpoüofe ) , MG, 

raulton/ Iitcaittott; A-s,rtafan: 

en ons róóf, A-S, naf (jpelium). 

ScHÓÓT (gremitm), M-G, (iMUtl)^ 

{fimhria)^ A-S, fceat/ cnfcpte/ 

fme» Yfl: fiiaur. 



Wegens onze zagte bu^e O en OE. 

dog M-G, attgn^ {farnax). 
Over , MG, ufat > A-S , ofétj 

AL: nliar/ ouir» KI: ofitr (/u- 

per^ trans). 

Roepen {ciamare)^ M-G,|^n^'an$ 
AL: ntafini/ rttOfimi en ons Geroep 
Ki: ^Op; Yfl: gn»p {clamêr). 

Verloven {permittere) i M-G, U^ 

ïatibian/ A-S, alp^/ ïffftsM/ 
\pfm / en ook leafe fpUa»/ Ki: 

gtefa Ittfe {veniam dart), AL: 
terfaWtDail. Het M-G: en AL: 
fchijnen ons een verloop aea te 
duiden j dog het A-S pleit to wd 
voor de zagte als h^e o ) en 
't Kimbr: keurt onze zagte goed. 

Vogel, vevgbl } M-G, fngfö} 
A-S, fitgï. AL: fiogal/ WgWi 
Ki: fugl {avis). 

Volen, VEULEN} M-G,fk|{a) A-S, 
mul mti AL: tMdc» Ki: foie 
{PuUus). 

Vloed i M-G, flobt^» A-S,flO^} 
AL: tiïiiot / Yfl: flooè C^mwj}- 

Voeden } M-G, ffftjail} A-S, fé: 

tan / fiMiKin} AL: fuattn/ nm^ 

ttcnt (mt/m-tf, pafiere). 
Voet j M-G, fOdl^ ; A,-S, fUtj 
AL: fitaj / fUl^/ fttOt) Yfl: fdQs 

tur (^j). 

VoLTOGBN} M-G,fitSatO0f$ {pet" 
.feüus). 
Voor , veur {ante, pm) j M-G, 

fianr/ fanra» dog A-S, for/ fi[^ 

Xt. Hier wijken wij van 't oude 
M-G, macr het A-S is tnet ons. 
Vroed j M-G, frotl^} A-S, fkoUs 

AL: fhiat } Yfl: froiAnr (^ 

pens). V 

Zoeken, M-G, folnan j A-S, ffcs 
ÏWI/ fbecan/ AL: en F-TH, 

fUac^/ fuoc$(tt} Ki:f(6ta (f»^. 

Zoen 



?. fVAr^. NEDERDUrrSCHE LETTERKLANKEN. 



«71 



IFègem onze harde laAge óo. 
Stootbn ( trudere\ M-G , flatttatt j 

dog AL: fio55an. 

WóÓRD en WOORD .(^verbum) , M-G, 
tuaurïi^i dog AL: toort j A-S, 

tDOrb h Ki: Otti I Yfl: (ÜtH. Het 
. M^G pleit voor de harde ó6 j dog 
alle de anderen (preken voor de 
zagte: gelijk mede het A-»S, atltl- 
tUprt {refponfum). 



Wegens onze zagte lange O in OE. 

ZoBN (reconciliatio) i F*TH, fuona^ 
dog M-G, faun: en ons Zoenen, 
VERZOENEN \reconciHare\ Ki: fona^ 

AL: ftafuannan/ F-TH, aifuon- 

nen> Behalven bij het Nf-G, is 
hier geen DialeS^ver/Ml. 

ZoLB} M-G, fttïjas A-s, foïe C/S- 

Zone j MG, fltntt^i A-S, funa/ 
fUne 5 AL: fin j Ki: fon i Yü: 

fonur (fiiius). 



Indien men hier bn voegde alle de Gelijkluidende Woorden, welke bij 
de oude Frank-Duidche Alam: Angel-Sax: en Yfl: fchriften of boeken 
gevonden worden , en welke ter dezer ftoffe zouden dienen , het getal 
wicrd ongelijk grooter, dan het hier bij een beknopt Vertoog zou voe- 



Dog , om deze Vergelijking en 't Vertoon van DiakSl^egel ten over- 
vloed met een dubbelen* wal te verfterken , voeg ik hier bij eenige O»- 




^unii Obfervationes in fFtlkramum > Voorts bij het Focabularium Jnghfaxx 
3l&: Benjonisi en bij de Grammatica IsJandica van H: Jonas door ffic^ 
kefius uitgegeven : op dat blijke hoe net deze DialeS-^regel ftreek houd 
in de verandering van ij dei: Verbum op zig<zel£ 



Ons 

Dreef. 
Gedreven. 



M-G. 

<P^/ {inplur. 
i. voor at). 



F-TH. 



A-S. 






Yü: 



ten). I I 

(tyO^ / ( in ƒ/; i. I ^^^öf / ^«af/ j ?Djeif (in //: i). 
voor ei). 



<0ttn3(ian/ 45i' 



On tl: i). 



tiifm* 



Aldus veranderen mede 



Bbgrypem. A-s iMtdpitt; F-TH iradfiEin. 
Bbschynen. A-s fcinan. F-TH JWfcmttan; M-G ^etuan, 
Besnyden. M-G ftiri^atn F-TH iiiftti^ati; A-S fni^att. 
Bytbn. a-s Wtati. Yüi fam. 

Y X Bly. 



ijx ONDERZOEK OVER O^ZE' 9, RukvnJS^. 

Blyven. A-s Wifati/ «fa«. Yfl; Wp^. 

Dryten. Yfl: lljpta. 

Grvpen. M-G 0|lt)Km. F-TH püe»- A-S gc^. Yfl: tSPm* 

Inglyoen. mg tngaldti^n/ ««/mre. 

Lyden 0<»/i» & olim irO- M-GliJtSatt {»')• F-THUtÖan (/rr, 

(«f ^/i). Yfl: Ipba (iw/i)» 
Mygen. Yfl: ttima- 

NYGtN. MG j^nritoan. F-TH ||iU0fiin; A-S gntgatr. Yfl: gnpgicu 
Ryden» a-s ribati. Yfl: rpba. 

Ryzen (furgere). M-G tofau. A-S Ctfatl. Yfl: tpfa. 
Ryven. Yfl: ri^. 

ScHRYVEN. F-TH fcniian. A-S fcrifatt 

ScHYNEN* M-G ^ettiati* A-S fctnati/ Yfl: ppna» 

Slypen. A-s flipan. 

Slyten. a-S flitan. 

Spygbn. MG fpdtoati. F-TH ffHtuatu A-s fpttoatt. 

Stryoen. F-TH fltitan. 

Stygbn. M-G flxigatt. F-TH (Hgatt. A-s itigan. Yfl: ftpga. 

Wykem. A-s tDÜatl. Yfl: t)^ta. 

ZwYGEK. A-S ftoiaan. F-TH Ontgan j dog 't F-TH heeft ook 

in praterit: fanofta. 

Zygen. M-G ftgati. A-S flgan. Yfl: f^aw 

en zoo voort. 



Ons 
Geven. 
Gae. 

Gegeven. 



MG. t F-TH. I A-S. 

45tBam t^EHban/grton* NDifian/ gpfan/ gefan, 
e^n^* i C^tg^an» [ ^^foi / gpfm. 

Zoa mede 



Yffr 

<S^af. 

^ftttu. 



Eten. M-G etatt/ itatt- F-TH ^a«/ tuml & <5ja«. A-S ttatt» 
Yfl: eta. 

Genezen. M-G gaidf^tt. 

Lezen. M-G «fan. F-TH ftfatl. Yfl: ïefa. 

Mbten. M-G tttitati. F-TH tttej^an. A-s twttttf: 

TaEDBN. F-TH twtatt A-s treöan j dog. 't Yfl: heeft ttOfta/ 

ix^l tratwuit. 

Zoo ook dbze participiai 

Gbbbden. M-G !itton#- F-TH gOittati/ giftetati. A-s gtdttei/ 
lieten. Yfl: fKtenn. 

Gelegen. F-TH gflegait. 
Gezeten. M-G fitan|. F-TH glf(5$att* A-S fetttt. 

en 200 voort. 

Bab- 



^.Ferhand. NEDERDUITSCHE LETTER.KLANKEN. vyy 



Om 

BftBKBM. 

Brak. 
Geb&okbn. 



I M-G. 

1 95raft. 
r25rnltan^ 



Nembn. ] i^imatt. 
Nam. I i^atn. 

Gbnombn. \ $tvmaa$' 



F-TH. \ A-S. 

j;9cf|gan. ! Sdttean/ l^att / Itecetati. 

23cra. 1 5&rac. 



I^cttiati. 
\ 4^tnomatt. 

Aldus mede 



[lotman. 



Yfl: Hema. 
iNti. 
I^otnetttt. 



Sprbkbn. f-TH fi[)|tMlAQ- A-s fpocati/ fiiitcecfltt. 

Stekbn. A-S fücan. 

Stblbn. M-G fKIati. F-TH fhlan. A-S fteïan/ ft«ïa«. Yflr (Wa. 

en zoo voort. 



Ons \ M-G 



GiBTBN. 4^itt(att. 
Goot. 1 ^aut {in pi: tt). 



Gbgotbm. 



4^tttati^0atita»$. 



4E^itt(tt/0(0M)nt< 



Yffi 

45toota. 
45attt. 



<B(ot(ttit. 



F-TH. J A-& 

4E(iuBan. j 4E(eotan. 

0OU». 

4&tgt^)ati/8t: 
0U35an. 

Dus infgelijks 

Bbdriboem. f-TH ]bttnu0an 8c Ibt-bnuaatt. A-s arteco0Éit'. 
BiBOBM. f-TH Ibtntati. A-S>to)tian. Yfl: lUute/ iiaiiti/ {KHiemi)^ 
Gebieden. M-G ïitutian. F-TH gitiuitan. A-S g^Matt^ 

Genieten. M-G tltntan/ gatlttltatt. A-S tliOtMt. Yfl: tliOOta; 

Kiezen. M-G {itufan. F-TH fimfatt/ citifan. ApS tnceofatt^ Yfl:: 



Klibtbn \ F-TH Mpfni/ Mtttfatt> A-Sdeofan. Yfl: »[^fa/ftla»f/' 

Klviven ƒ ftiofeott. 

Li«GBN. F-TH fingatt/ Uogatt. A-S leotffit. Yfl: {inga / \mtüi 

lOQenti- 
ScHHCTBN. Yfl: pitootac A-s* fcptan. 

Verliezen. M-G ftaltttfan. F-TH fnrlmficltl. A-S fodtffaif. 
Vlieden. AL: fUoj^n. F-TH fltugatl. A-S ffeon/ dog Yflrfïtta// 

fbtfie/ fliKiiit' 
vliegen, a-s fl»0ati & rmirr: fleoit. Yfl: fUii0fi. l^TH'fUttaast;. 

Vriezbn. Yfl: frfoof^ 
Zieden. Yfl: fu^. 

enzoD 



Y r 



f Luuk 



f74 ONDERZOEK OVER ONZE 9. JMntif, 



Ons J M-G; 

t LütKBN {clauden) ■ SnlMlt. 
Look. Jllanil(m^/:tt). 

Geloken. ] Xuluai^ 



F-TH. . I A-S. I Yfl: 



25tluo(/t0(/{tt(. 



Xoc. i Xanii. 



5&tIo(||att |<(Mb;jcar. XoiKntt. 



. Zoo mede - • 

BmoEN. FrTH fmf^OXl. 
Besluiten. F-TH llifimjjan. 

Druipen. Yfl: bdupa. A-S ^Dtppatt/ bripan; teop; brotKnn. 

Kruipen. Yfl: ftritÖM. 

Sluiten^ F-TH flh^aO. 

Zuigen. F-TH ftugan. A-S fu0an. Yfl: fhtga. 

Zuipek. Yfl: finpa. 

en zoo voort. 

Ten opzigte van de Pr^erita onzer Verba ^ op y^ en ie, en ut in ƒ«- 
jMt\ accenterende ^ valt aen Ce merken, dat dezelve tegenwoordig van ee- 
nigen der Oude Vermaegtfchapte Talen verfchilkn) alzo die in Singttli bij 
den Indicat: de harde lange bé of ey en ö6 willen aenduiden, hoewel ze 
ook in Plur: tnét onze za^e b en o overeenkomen. Dat wi| eertijds ode 
in Singi (k harde eé en 06 in de uitfpraek hadden, blijkt uit velen onzer 
Subftanttva^ waer bij de harde eb en öó nog plaets hebben, en welken 
oorfpronkelijk van zulke Préeterita ontleent zijn geweeft. Dog ièdert on- 
ze V ooroudecen voor den regel hebben laten gaen , dat Singulari en Plu- 
rdk bij onze Ferha op een zelfilen klinker vallen , ( uitgenomen dat bij 
Nam, Brak, en diergdijken, de korte a wel in een lai^e verwijt), 
zo hcsSt de zagte o (bmd gehouden. Dat ook dit laetfte gebruik van 
zagte Ê en o al vele eeuwen oud is, ten minfte ten opzigte van de zag- 
te 00 in 't Praterit: , is geno^ af te meten uit het F-TH , alwaer door- 
gaends 10 of uo of o , op welken onze zagte 00 paft , hoewel nu en dan 
ook OU , die onze 00 beantwoord , zig vertoont s zulks dat dit voor een 
en ander gdbruikfprdèkt . : • - 

L. Dus heb ik u getoont, mijn Heer, hóe ik mijn Onderzoek geno- 
men, en in *t overwegen de zaken gevonden heb. 

m 

N. Nu fchort 'er niet meer aen de voldoening van mijn' vragen, dan 
dit de Bijls^^ vf^tvaittende ót begeerde Regelen tot Reddii^ , hier op 
volgc j waer acter ik eene verzameling verzoek Van Üe gewuikelijkfte 
Woorden , weiKe bij ons Amftel- en Rijn-landers ; dubbelzinnig, dog in 
Gemecnlandië DialeS onderfcheiden klinken } bp dat de nuttigheid van *t 
onderfchcid met een' opflag van 't oog te vinden zij. 



L. Dit 



j. FirbanJ,r: NEDERDUITSCHE LETTER-KLANKEN. tyf 

xnr. 

L. Dit laetfte kan ik u ligtelijk ^en, want' dat heb' ik voor eenige Maniere 
jaren al op 't papier gehad. Ondertiaflen zal ik in mijne Redden of "»'''«- 
Aenmerkingen cenigfints bedagt zijn op de Afleidinge der Woorden } 5« Rmc- 
om dat die, bchaivcn dat ze de gcdagten opheldert en vcrmaekt, ookienofAen- 
hct geheugen vcrfterkt , en, even als bij een' Regel, het eene door het mcrkingcn 
andre doet onthouden: wacr in zig fchetsgewijze een naeu-gezetter bc- ^=51'"''^ 
handeling van 4fieidings dan dë gewoone zsJ op doen , als onderwerpen- "p5jj^jj_ 
de mij zelf (om zo voorzigtig te gaen ak moochlijk is V acn zo ftrcng re2)W«fl:.~ 
een Wet, Dat ik geetC eene Letter zeek te' veranderen, te verplaetfen ^ nog- 
te toe of af te doen^ dan uit krape van een" firtekboudende Roei of Regel i 
*t bewijs van dit alles nogtans overlatende voor oiijn' voorgpnomcnc vollft- 
diger Verhandeling van de- Woord-ontworteKng*, op dat niet de Aenlei- 
ding het werk in grootheid te boven gae \ om, welke reden ook ik bij na alle 
ztüke Afiphiitelii^ea mcene agter te laten ^ die zonder nader uitl^ ea ver- 
toog te zeer van verre gehaclt zouden fchijncii. 



n 



«7* * B^iagjt N», j. 

R E G E L E N 

V A N D E 

GEMEENLANDSCHE DIALECT. 

Dat is 

REGELEN OF WAERNEMINGEN, 

Wétnneer men Y moet gebruiken y en wanneer EY (i?/ EI); als mede hij 

welke IVoordenj o f de Harde , of ^le Zagte lange EE, ^» CX), i» 

Gemeen-landfe Dialeft flaets hebben : tot redding voor die ge^ 

nen ^ die in de IJitJpraek het Onder fiheid mtjfen ; en tot 

beve^ging voor hen^ die t hebben. 

NB. Behalvcn de hier voorgemelde Mcrkteckenen fan verkorting op pag: i6fy 
2ullen wij nog ook deze volgende gebruiken. 

( ) T*^ E invoeging van een Focael of Diphtongus , tufichen twee haekjes betee- 
I V kent 9 dat het zelve woord ook zoodanig word gdbruikt , zonder van 
JL^ zinbeteekenis te veranderen ^ als. Vogel (bu) wil zeggen, dat Vo- 
gel, en Veugel. het zelfde beduiden. 
-}■ Dit Kruisteekentje ftrckt tot aenwijzing, dat het woord, bij welk het gevoegt 
ftaet, thans bij ons veroudert of in onbruik is ^ hoewel meeft-al te vinden bij 
Kiliaen's DiHionarium ^ A^. f f pp uitgegeven. 
I. CL: Beteckent Eerfte Claffis^ van weScc de Ferba Eenparig- of Gelijk-vloeyend 
zijn, zonder in de Tijd-veranderingen van Wortelvocael te verwifleleni als Lei- 
den (ducere) y Leidde (duxi)^ Geleid (du^us)i enz: 
n. CL: Beteekent Tweede Clajisy welker /^fri^ Oneenparig- of Ongclijk-vloCTend 
zijn, veranderende van Wortelvocael in Prater: Imperf: en in Particip: pajp bij 
ons eveneens } als bij Lyden (pati)^ in PréPt: Leed, in Part: Geleden^ en 
Schieten {emittere telum 6?^:), i» Prat: Schoot, in Partic: Geschoten ^ en 
Sluiten {claudere)^ in Prat: Sloot, in Part: Gesloten: enz* 
tr: of b: o: Beteekent translativèj of bij overdrast, of oneigentlijk.vrafkomftig van. 
d: v: dacr van komt af. w: v: waer van afkomftig is. h: t: hier toe behoort, 
w: t: waer toe behoort, en contr: beteekent eontra&è of ingetrokken. 



Rcgp- 



BiMèlJo.fd GEMEENLANDSE DIALECT. 177 

Regelen of Aenmerkingen wegens de Y ^ en de 

EY (of EI). 

/• Regel} wegem de T. 

De Oneenparig- of Ongelijk-vloeyende yerba , èit van 
Wortel- klinker veranderen, en wij van de II. CL: noemen^ 
vallen ixx Infintiwo^ nogte in 't ProffenSy nimmer op EY (of 
EI), maer wel op Y. als Lyden (pafi)y in P tiet: Leed ^ in 
Prater: partic: of Partic: pajffiv: Geleden. En de Y blijft 
heerfchen bij het Praf: in Sing: & Pluriy zo in Indtcati 
als in SuhjunBi. Aldus dan ons. 



BSOTDBN , BbDYBN 9 BeDYGEN I. & 

II. CL: froficere^ augefcere\ F-TH, 

tjM^an/ geti^sati/ funtj^'gati profil 

cerey augejcerei A-S,^^eOgan/ confr: 
t^ton proficere *^ zo mede bij ons Dyen 
&c: proficere 6?r. 

Bbdryven, yfgersy con^ittere j exercere i 
w: v: Bedrijf ya^Oy commijfum , zie Dry- 
VBN, bij deze RcgcL 

Be*k# YDEK , cmfiteri , van f Lyden, fmrra^ 
Til dus bij Melis Stoke in den nieuw- 
ilói druk v: A®. i(Jpp, pag: %j en io6, 
Lyen, voor Verhalen 9 ai|S ill j^et 
Ipcn/ en fioertie üfe ïpm/ w: v: t Be- 
leid, nu Belijdenifle, cmftffto. 

ZiG Belydbn , pargi fi fuftinere aliqua re^ 
van Lyden pati^ Yfl: Epba /^//. 

Benydbn, -["Nydbn, imnderej I. en 
II. CL: w: v: Nyd iwiV^i , M-O , 

neititó/ Yfl:n|ib/ A-S, nié / AL: 

tlttt g 6c nttj^ : en ons Nyd-nagcl , H-D, 
ndd-najBd/ redttuia. 
Be-zwyken, t ZwYKnSydificere^ F-TH , 

ÜfVott^an/ A-s, (Wfatl. w: v: ons 

•fZwijk, defeSlio. 

:-zwymbn, -fZiWVMBN, ammo defki^ 
rey I. €n IJ. CL': w: v: Zwijm, Zwij- 
mel 



m^yfopoTy vertigo', & d: y: Zwijnie^ 
len I. CL: vertigine laborare i wijdere 
Verzwijmen, hallucinari\ enOntzwij- 
melen, expetgifii. 

fBYDBN IL CL: morari^ A-S,allttiatl/ 
IL CL: dog nu bij ons 'Beiden» 
L CL. 

Byten, morderey mandere^ A-Sj \At6Xil 
Yfl: Ilpta , mordere \ w: t: ons Iet toic* 
bijten , procaci lingua quid proferre % 
M-G, atltllKttan / increpare % en ons- 
let in 't Oor bijten, in aurem aïiquid 
dicere j Wijders h: v: Bijt , apertur^ 
gladeiy cuneo vel fecuri faSta^ en d: v: 
Bijten, I. CL: gfaciem fran^ere fecuriy 
voorts ons Ontbijten II. CL: jen f are j w: 
v: Ontbijt, jentaculum^ en zig Verbij- 
ten II. CL: continefcert fe mordiais. 

Blyi^bn, patere^ w: v: Blijk, indiciumy 
èn BKjkelijk, confpicuus. 

BlYVBN>, tBfi-LYVKN, tLYVEN,«af- 

nerey/tfiere', A^S,ïiettfatt/ ItfaU/YiL 
ftftïfa- w: t: Lyf, Corpus vivens^ A-S, 
ïtf/ vita ; en WfAt&ft inammus. 
Dydbn, Dybn, Dygen, zie Be-dy-* 

DEN. 

Dryten , ped^rè , ^acare^ Vfl: tirpta/ 
Z w:*v: 



.£iM'^*'% 



■79 REGELENVANDB 

/. Regeli wegens de Y. 
w: v: Drijt) Stercus j firJes % Yfl; Kryten^ II; dLx phrare ^ ijuJar§. 



turft. 

DryveN) agere^ impeïïere ^ fluitare^ & 
calare^c.i M-G,tl?eiïiatt/ A-S* b|f- 

fan/ F-TH& ALzttiliöii/ érftati/ 

Yfl: iirpfa/ zie ^ïag: 171 | h: t: ons 
Drijf- hamer, nkurculus^ en oos Bedrij- 
ven, agere^c:*y zie hier voor. 
fDwYNEN, difp^rerts A-S,tt0tnan & 

tituinanf zie Vbrdwynbn; 

Ge-lyiten I zie Lyken. 

Glyosk^ Glyei^, Lahi\ A-S,0Uiian/ 

lahi^ en M G > tn0aIeit|N> / i^^^ir^ > 

en A«S , gitti / lubricus. 
Grynen, j?er^, plorare^ w: v: "j"Grijn, 

Grijns , os diftortus , nyij falfus , G? 

Jarva\ w: v: Grynen I. CL: fubri^ 

dere > en Grijnen L CL: en Grijni- 
" ken 3^ I. CL: ringen y fiere putrorum h* 

ftar^y A-S, grentan/ griniatt. Wij- 

<Iers ons Grijnkel, rifus efuinus% w: v: 

Grijnkelen I. CL: Jubriaen. 
Grypen , prébendere^ proriperei M-G, 

jjretpan/ Yfl: 0rppa$ w:t: ons Grijp. 

vogf\y.G%yps\ en Bc-grijpen, compre* 

hendere , coniinere , intelligere % w: v: 
' Begrijp, comprehenfio y captus', en Kort 

begrijp des inhouds , argumentum % enz: 
Hygen, L en IL CL: oul: ook Gygbn> 

anbelare. 
Hyscubn I. en tl. CL: fuilevare ^ troch^ 

leA fufiollere. 
Kyken, videre y circumfpicere \ w: v: een 

Kijk-uit , fpecuja ^ en Uit-de-kijk , ex^ 

tremè % en Kijker, Verrekijker, Tekf' 

copium. 
Kyven, rixariy w: v: Kijvcrije, rixa, 
Knypen , coffiprimere , arUare j w: v: 
* 'f Knijpe , knip , decipulum lSc.\ en A- S , 

tnif/ cutter *y bij ons Knip-mes, novtt* 

€ula. 
Krygkn, U.^Liacfuirere^ w:v: Krijg, 

helium % en d: v: Krijgen I. CL:, bello 

concertare% en Krijgel ^ Z^A^i 5 t^perti* 

M0X. Krytem 




IKI- 



LtDBN, pati% i^otimire^ tr^terirey fuiê 
etiam narrare j M-G, teitj^tt/ galtt? 
t|an/ A-S en AL: ItthaO/ ircy traih 
fire^fimauarei F-TH,titiptl/ ür^, & 
patii en Yfl: Iptia/ pafii h: v: onze 
(breekwijze Het ltd zo lano^ tam 
au efij Yfl: tftab Iptat^ en ons Lij- 
de, lije* lij, dolor j angufiia \ en 1"Lq* 
de, lijdj, lije, trm^tus^ $Heatus\ gra- 
duSy grejfus^ enLijde, Uje,liie*boort, 
latus navis deprejfuniy en deur-lija -j- , tréM- 
fitusy van fDeur-l^en IL CL: ^£1» 
tranfire y nune perpeti : VocMts Lij 
WiOOt^ermagnè^cti Lijd* den* tijd,o 
^d , homo ignavus: zie verder Be-ltdeit, 
Over*ltdbm, en "fVERLTDEN: dog 
Leiden I. CL: ducere ^ zie bij £ 
II. Reg. 

Lyken, Geltken. IL CL: JJ^nuikrt 
(^ placere j w: v: GcBjk , fimilis 5 M-G, 

mn ttomi A.s,iic/ mOicj au 

& F.TH,ïtl^: w: v: ^t M-G^toftail/ 

saletiian; F-TH,j|dtcgan/ A-S, & 

teatt/ geudatt L CL:, plaeere. Wij- 
ders h: t: ons Gelijk, ƒ »iJ, afuaSsi 
^ jufium^y en Ongjclijk, injuftum y i$A* 
mum. Doff "f Ltkbn , fumrare^ zie 
bij de IL Keg: 

fLTVBN, manere} zie Blijven. 

Mtoen, Mten , Vbrmtdbn, L &IL 
CL: Evüarei A-S, ttltti&ail/ iij/ew. 

MioEM , Jkfc/Vr^ % A-s,mt8ati/ geni^ 
0an / Yfl; miva. 

Ntobn II. CL: inclinatum ejjky pr&pen^ 

dere; MG, finettöaii & fpiftaait/ 

II. CL: Yfl: jpipga. Dog ons Kei- 
GEN I. CL: fieSere 1 zie bii de IL 
Reg: en bij de Lijft vaa vagel^ 
kinge. 

Nypen, jfrSart , comprimerey A-S, }gOk^ 
patt/ ctmciderei w: v; ons Nijp-tang& 
forceps dentaius. 

Ompbr-wxzbn^ dêcerti w: v: Qadcr- 



Bijlé^i llé^l. G E M E E N LA N D S £ D I A L E C T« tTf 

. fartitusj w: v: Rijfden I- CL: r4*- 

reyfcalpere^ raperc, 6c tr ituderitejiris. 

Ryïbn , yï^^^, afurgerei M-G,lttfail 

n. CL: A-S, arifan/ Yü: rpfaj w: 



wifiy $itftrHai9% van Wtzbn» nm/fra^ 
re} zie in *t vervolg. 
Oktbyten^ w: v: Ontbijt^ zie bij Bt* 

TKN. 

OvBR-LYOBH ^ vstA deceders , tranjire % 
van L YDEN j , ire. Dog OvBRLBiOBir 
L CL: traducerey zie oij Lbii>bk on- 
der de IL R^el. 

Pryzbn.9 laudare^ w: v: Prijs, laus. 

QuTNBN L en IL CL: lai^uerei A-S, 
CtDtnaQ. 

QüTTEN, filvercy fr^ft^re^ accepto f$ney 

. w: v: Ouijt, folutusy amffksy perditus\ 
w: t: Quiit maken , miffufH facert \ en 
Quijt geraken, ^M»/ï/^rf, diftraber€\ en 
Quijt zijn, deJiUui^ fruftrdriy difperde- 
re 5 én Quijt fchelden , remttere de*- 
biU. 

Rydbk, equifar$y nMitarey A-S,dt>att/ 
Yü: rptta. h: v: ons t Rijder, fRid- 
dor, tRij<ï«r>A-S,girtte/firiWttl:m- 
brumy enonsfRjjde, tRidde,A-S,ris 
te-n^/& j^tj^-aU/^^mien ons fRr* 
DBR, RiDOBR, A-S,tiU)a/ Yfl:ritM 
ten/ ^f^l enRijdo*, mmmusaureus 



mm;} en f Rijder, ttóier, mdTpeire, 
fi^men\ en f Rijde, fRijc, tremu- 
lm\ w: v: Rijderen, Rijeren, I. CL: 
tremere , (^ fufflaminare. Wijders ons 
Bb-rydbn il CL; inefuitare. Dog 
Bb-rbiden L CL: parare ^ zie bij de 
IL Reg: 

Rygbn, Ligare^ ardine m&ere% w: vs 
Rijge, Rne, Orde^feries^ regula^ en 
Rijchel, Richel, reguJay repagulum. 

;Rytbk , Ftndere , rimas agerei M-G, 

MfiHcettait IL CL: fcindere% w: v: f Rijte 

njMw, canaUsy A-S, rit/ VStj ffie^y 

' Vil t: ook ons Rijtrr, erikr$tm\ als met 

reet-wijze openingen. 

R^vBH L en IL CL: radere ^ fricare^ 
Yfl: rpfa/ Ai^é^ff , w: v: Rijf, Rij- 
ve, rafirumy en Rijficl, fa[/&m, & tn 

fertU 



t: ons Verrijzen, refurgere *, en w: 
v: Rijzig , procerusi en Rijs, Rijze- 
ren, farmetitay virgulta^ ALi ttl^s & 
A-S, riff / & ftrt^ , >«:kj, frenies^ 
en ons Rijs , Jurculus , w^^ , & tr: 
yirfa viriUs ) w; v: ook Rijzen !• CL: 
mejere % als mede Rijflèlen , Riffi^Iea 
L CL: A-S, j^jifHan/ ftrefitu Uvi mo- 
vere furculerum infiar \ w: v: Rijffider , 
leSus è ftrametao. Dog Reizen LCL: 
proficifiij zie bij de IL Regel. 
'ScHYNBN, Mendere ^fulgere ^apparere jVi* 
derii M-G, flinnan IL CL: A-S, 

fctnan / AL: fctmn / Kimbn en 

Yfl: flipna / w: v; ons Schijn, 
fplendor , /onw j Yfl: fïrtil / ƒ«ƒ- 
gori A-S , fdtt / pbaneajma , nebuJa% 
en ons Schijnfel , fplender , ^£ft?ri ea 
Aenlchijn, ook t v oorfcbijn , Facies % 
Mf: t: te voorfehijn, in afpeOuy eeram% 
Voorts Verfchijncn IL CL: eêmpare^ 
re \ ebire tempus conftitutum^ cadere% 
w: t: Verfchijndag, dies filutiomsy Csf 
dies convemendi. 

ScHYTEN, pedere (^ci w: van Schijt i*,' 
contr:$chit,foria% A-S yfotta / ftereus^ 
en A-S, fcttatl/ cacare, 

ScHRYDBN, Bcfchrijdcn, Oveifchrijdcn> 
varscari', A^S, fQitftatt/ v^ari^ cm^ 
meare \ w: v: ons t Schrijde , paffus. 
Dog ScHRBiDBK I: CL: phrare^ zie 
bij de IL RegeL 

Sghryvbm , firibere\ F-TH, fcritelt/ 
fCtitatl/ & ftOffyaXi/ faiherei A-S, 
firifait / deü&erum cenfeffiones exigere % 
w: v: ons Schrijver, f Schrijve, ftri-- 
fel, auO^Ty fcriptari Yfl: ffirifait/ 

6c YPEN , nnMrr, anerere\ w: r. Slijp , 

^itg^ ferri^ Mbina^ Dog Sleifbm 

Z * L CL: 



tS^ 



REGELEN VAN DE 



Bgkp N^ f. 



I. CL: trabere t^c. zie bij de II. Re- 
SlyteN) l'erere ^ confumere % vindere % 

A-S, flitan/ flptan/ F-TH, flisan/ 

Yfl: flpta / rumpere^ fcindere^ finder e -^ 
w: v: ons SKjtc , flijt , Tritus ; tabes j 
confumptio , dtftraSio , venditio frequens 
mercium ; A-S 9 flftf / y?^^« ) nVw^, 

Smytbn, Projicerej percufere; (^ cUtnin'^ 
qmnare ; A-S , fmttan / befltrittttl II. CL: 
infuinare , polluere , & M*G , ilifltKi^ 

. tan II. CL: ungere^ linere. 

Sn TOEN, fcindef'Sj fculpere; metere; caf* 
irare; AL: fnitatt/ /eindere; M-G, 
fhdatt II. CL: metere; &c fntit^m 
IL CL: maaare; A-S, en F-TH, 
fh^an/ fmtdan/ fecare^ putare^ mac 

, tare^ dêlarei w: v- ons Snijder, /ei/ 
fcoTj /culptoTy &? /arm; A*S,fmtiere/ 

. /cif/vr: en ons Snijdfcl , yJgi»^» : Voorts 
h: t: ons Be-Ihijden II. CL: eircum^ 
cidere. 

SplttbN} Finderey biükare^ debi/cere. 

•J- Sptgen , t Spyen , Spuere ; M-G , 
fjpettoatl II. CL: en A-S, F-TH,, 
en AL: fptttiatt > w: v: ons t Spijgc,* 
-]~Spije, cataraSla. 

Spyten, indignariy pigere ; w: v: Spijt 
indignafio. ; en Spijtig , indignabundus , 
eotüumetio/us y mijeramlus. 

Stygbn, /candere^ elevare; M-G, ftd^ 
gan; A-s, en F-TH > ftijna»/ BC^ 

. mgati/ afcendere; Yüiftjl^l pede pre- 
merel w: v: ons t Stijg, acclivis\ en 

Stijg-bogel; A-S, (Hga-capa/ A/^^i 

en ons t St^g , vicenarius ; als een 
Stijg Eyeren , vicena ava ; zijnde een 
bequame opftapeling om te koc^ te 
ftacn. 

Styven, Firmare^ amylo hnteum /ubige" 
re ; w: v: Stijffel , amylon ; en Stijf, 

. riffdus y durusy oèfiinafMS; A^S, fKft: 
w: v; ons Stijven I. CL: A-S , fh- 

ftony 



fian fiiÊtendere^ rigidumfacere^ carroberare. 

Strydbn. certare; F-TH, fbrttan: wr 
v: Strijd, Jcies^pugna^ bellum; A-Sj 
fhritöe/ Yü; ftm/ fertamu- AL: 
fttm/fiflée. 

Strykbn, ftringere^ palpare; ccUinerei 
tendere y vergere ; remittere; confidere*^ 
A-S, flritan/ vebi y tendere ; w: v: ons 
t Strijker, Strijk-ftok, Hoftmitmi 6f 
radius Cbelydis^ Wijders h: t: om 
Vcr-ftrijken , relinere ; 6? abire ; dit 
ketfte Z£gt men van de Tijd. 

Tygen, Tyen, \Ti[sxwi ytrabere iteu-^ 
dere , vergere \ & tr: narrare; (^ ac* 
cu/are; M-G, gatei||aa/ IL CL: lur- 
rare; en A-S, ttOttJ ducere^ trabere^ 
protrabere ; &f accujare ; F-TH , ji^s 
tlian / trabere^ Germ: jiej^ett/ trahe^ 
re; w: v: ons Be-tijen, uherius tende* 
re ; en Be-tijg^ II. CL: accu/are^ 
Wijders b: v: ons Getijde, Tijde ^ 
Getije, Tije, JEJius tnartnus ; tempus^ 

' opportunum ; ftatio anm ;preces berariét ^ ea 
Tijd , A-S, tfib/ tjSbtf tempus opporfumm \ 
als 't beloop der dingen aenwijzende^ 
w: t: ookTijdinge, uuntium', en Tij* 
dig , opportunus , maturus ; en Tijdige 
koe. Tijd-koe, vkulay bueuh^ jumx% 
en Tijd- verdrijf , Ludicrum , deleSa^ 
menfum ; en f Tijd-lijd , ObUBamentum^ 
(^ b^mo diem ignaviter tranfigens; enz. 

Ver-dwynen, evane/cere^ zie "f Dwr- 
KBN bij deze Reg: 

+ Verltden, tranfigere^ praterire ^fran^ 
Jire , & tn ebire merêem , quhi et tam 
cMfiteri; van "(' Lijden, ire^ (^ narra- 
re ; zie Ltden 8c Beltdbn hier 
voor: Wijders h: t: ons -f Verlijd, 
Cen/effie; tranfitus , mors. Dog ons 
Vbr-leidbn t. CL: deducere^ zie bij 
de IL Reg: op Lbidbn. 

Verwtzen, Damnafe\ v: Wijzen j^^#* 
dicare', zie ia *t Vervolg. 

•J^VlDEN, -J-VlEN, tVTGBH, odio bo^ 

berii, 



^Zf;« N». |. GEMEEN1.ANDSE DIALECT. 



*»l 



r Regel ^ wegens de Y: 
iere^ M-G, fïtttatt/ AL: flttl/ A-S, 

fitpan/ fïan/ figanj wj v; ons Part: 

' pTéf: Vijand, immkus; M-G,fklttfl^; 
Kimbr: fiatfbi A-S,^t>/feOtttl> AL: 

fïant i F-TH, Dienbe 5 Yfl: ftanbe : Wij- 

. dcrs ons Vijandinne , inhnsca. 

V«TBN L en n. CL: feJere^ w: v: 
-fVijftc, Jlaius ventris ; en Vijfter, 
f»eretum aliatum , vetitris flatus pr&vo^ 
cans. 

Vrtden, Vrten I. en II. CL: amare^ 
tflandimentts deprecari ; M-G, frijOll/ 
I- CL: amare ; w: t: ons Ontvrijen, 
ambiendo frétripere amicam ; en w: v: 
ons Vrijdcri", Vrijer, Procus^ & tr: 
jseuents \ en Vrijfter , Jmafia , virgo nU" 

biUs\ als mede -f Vrije, i"Frij^> f^^" 
nus Dea % van de Heidenfche V oorou- 
dercn als ecne Godheid ge-ccrtj wav: 
ons Vrijdag, A-S, fdge-tlttg/ Dies 
venerisy F-TH, ipri)e-tag- Dog ons 
Vrtdbn, Vrten I. CL: Uherarei zie 
bi] de IL R^: 

Vktten, Wrtvem, terere y atterere yfri^ 
carei w: v: Vrijver, tritor. 

'Wtkbn, cederen A-S, toic&ti/ Yfl: tltt^ 
ina: F-TH, tmtöail/ w: v: ons Wijk, 
Perfugium , propugnaculutn ; Ö* 7?f x/^ , 
^^()> M-G, tóetg/ wVi/i, caftettumi 
en A-S, toiC/ ttjpce; Yfl: lipfe/ tȕl/ 

Wttbk , adfcribere^ imputare^ incu/are'j 
A-S 5 tDttatt / ^tDttan/ inculpare; en 
M-G, itttDfJtjan / I. CL: exproh-are^ 



w: v: ons +Wijtc, Verwijt, wrn5j/i* 
tio , reprebenfio ; en ons Verwijten, 

II. CL: M-G , fartpdtjan I- CL; 

- inculpare. 

Wtzen , monftrare , indicare^ eftendere^ 
Sc tttjudicare^ decernerei A-S, tDifatt/ 
docere^ manere \ w: v: ons Wijs,yi* 
/rf^»j, prudens^fagaxy A'S y Wijt/ ttJt:^ 
fe/ Yfl: bp^3 w: t: ons Wijze vrouw 
objietrix \ en Wijs maken , perfuadere 
^ . doSum facere \ en Wiis-hcidj A-S, 
tDt^-tlom / fapientia. V orders b: o: 
ons -wijs, -gewijs, infiar i en WijzcJ 
modus y mosy f mm ; A-S , tolfa / lötfr. 
Wijders ons Wijzer, monfirator^ in^ 
dex; ö* index borologii; ^ olim judex: 
en ons Verwijzen II. CL: damnare. 
Dog ons Wijzen , judicare , vind men 
ook als I. CL: gehrurkc , en h: v: 
ons Gewijlde , res judicata , dus ook 
A-S, ttrifmtl I. CL: docere ^ monerey 
en Yfl: bpfflt^C / nwnjlravit^y zie ver- 
der ons Onderwtzbn II; CL: ia^ 
ftruere^ hier voor. 

Zygek , Percolare ; en Zijgen , Neder* 
zijgen, \mx]ffXi j labefaSare ^ dejicere % 

M-G, figan lll. CL: AS, fifian/ 

0ef!0att; AL:geft8en/ Kimbn en Yfl: 
JpQjSL I cadere , excidere , labi : h: vr 
ons Zijge, colum. 
ZwYGEN, tacere^ F-TH, en A-S, fttti^ 

jan/ ftopjati. ^ 

tZwYKEN, zie Be-zwijkea. 
t ZwTMEN,. zie Be-zwljmcn.. 

Voorts dezer aller verdere Ferba Cempofita^ en Derhativa Nomina. 

NB. De bovenftaende Ferba , agter welke !♦ ca II. CL; gcvocgt ftaet, worden 
thans meefl^ntijd in de Steden als L CL: en op *t Lana nog sjs II. CL; ge<^ 
gebruikt.' 



Zi 



I 



V 

\Zt REGELENVANDE t^ltgn N*. |. 

r 

_ • « 

//, Regel i wegens ^êuze EY en Y. 

I. Het gaet vaft, dat de Ongelijk-vloeycnde Ferba (ge- 
lijk bij de I: Regel vermeld is) nimmer op EY accenteren^ 
en dat alle die op EY aenflaen , van de I. Qajps , dat is , 
Eenparig- of Gelijk-vloeijende zijn , zonder Vocael-verwif- 
ièling , als Leiden (éiucere), in Prat: imperf: Leidde, Sc 'm 
Part: paffi Geleid. 

II. Evenwel zijn *er ook etlijken onzer V,erha , welke op 
Y den Klemtoon ontfangen , en niettemin mede tot de I. 
CL: behooren, vermits afgeleid van eenig diergelijk woord, 
als Byten I. CL: (glacsem frangere fecuri ) , in Prater: Bytte , 
& in Part: pajf: Gebyt; zijnde ontleent van Byt (jipertth 
ra glaciei) enz: 5 gelijk ook alle onze Ferba dgrivata altoos 
van de I. Clajjts zijn. 

Om nu deze beide . Waernemingen vrij te houden van 
verwarring , voor den genen die in de Aneidinge niet vaft 
;enoeg ftaet , zo zullen we deze tweederhande Verba van 
Ie I. CLr, ij der bij zijn fbort, onder twee Lijften betrek- 
ken ; terwijl de medegetuigeniire van de Oude Vermaegt- 
jchapte Talen de egtheid van 't onderfchdd beveftigen zal; 
alles te fchatten volgens de D'taleB'Regel hier voor in onze 
9. KedewifT: § XI. bijgebragt. 

Weitm onze EY (»ƒ EI). Pfegm <fe Y. 

A. A. 

Arbsidbn, LaèoraretMoUriiM-G^^Kit» 

hedhiM/ I. CL: AL: en F-TH, at« 

ibeitett/ w: t: om Arbeid, Lahr, & 

' tr: taxus > ea Arbeid£Kin , laboriofus > 

zie ook in de Lijft van Veigelijkin- 

gc. 

B. B, 

Be-lbidbn, Dir^erei w:t: Be-kid, ü- Bbdtbn , Dtbm I. en ook IL CL' tic 

■ re9ioi bij de h Reg: B&* 



I 



Bykg^^ N«. ié G£ ft EEN L A N D S E D I AL £C T. 

II. Regel j ^egms de EI en Y. 



tS^ 



fTegem de EY (t/EI). 

reBio*, £ie bij Lbiden^ ducere^ onder 
deze Lijft. 
Bbidbm ^ Ver-bbiobn , mararij exfpec^ 
tarty dogM-G,iiettiatl/A-S,atttiatl/ 
!!• CL; enz: Zie bij de Lijfte v: Vcr- 
gd: als ook de voorg: Regel op f B y- 

DEN. 

Bb-reidbn , "|- Reiden (t éi^^arareyfra'- 
parare *y A-S,rCEtian/ regerey w:t:ons 
't Reid , Rééd , ^//0 9 ^^f ^/fij $ en Bereids , 
jam jam % en Be-reid(bl ^ apparatus > 
zie verder f Rbiden \ als mede de 
Kanteek: op Reed bij de I: Reg: 
\^^: de E. 

Blei KEN {ii) Jlbefacere\ A-S^Uaciatt/ 
palkfcere\ v: Blbir (éé) candidus^ al' 
iusy pallidus^ A-S^tnac/ pallidusi en 
ÏAoitt/ palier-, w: t: ons Bleik (éé) 
Selariam } lecas albefaciendi. Zie ook 
de Kantteek: op Bleek bij de I: Reg: 
weg: de E. 

Brbidbv (be) Amplificare^ dilatare^ Sc 
tr: neSere telam ^ contexere rete ^ voor 
welk laetfte we ook zeggen Br eten 
(ae), A-S)fl^Ott»an/ extenderel k: t: 
ons Breidel , babena , ftue in retsculi 
mode contexi folet \ w: v: Breidelen, 
l.CL: frenare \ en Ontbreidden I. CL: 
frenos detrabere. Zie verder ons Breed 
in di; Lijft van Vergdijkinge. 

C. 

Dejlen (Éi) Videre y partire y Sc tn 

judkarey M-G, ttatlfatl/ I. CL: enz: 

w: t: deil ( éé ) pars 5 Zie verder Deë^ 

LEN bij de Lijft van Vergelijking* 

Deinzen 9 Deizen, retrocedere ^ tncHnarL 

Dreigen, minariy A-S,t$1t0in0e/ cer^ 

reptie% & tf^agatt/ tgmgati/ mr#. 

pare. 
Dweilen, tergere\ v:dweQ) voordwe» 



Wegem de Y. 

Bb^dyrek, aggere mxmre\ A-S,tritilllt/ 
vaUarci v: ons D^k, aggery en A^S» 
tric/ valium. 

Be*-rlyvbN) adbarere i & cenerefierey 
proficerei A*-S, dpfiail/ adbarere; van 
ons Klijf, fKlijve, hedetay lappa % 
A-S, tMftl Üml agrimemay lappa. 

Be-nyden I. CL: en ook IL CL: zie 
bij de L RegeL 

Bb-^lvxbn, hao macximrei v: Sltx^ fe* 
t$an. . ... 

Be^vlytioen, zie fVLYTiGÈM in deze 
Lijft. 

Bytek , glaciem fraagere ficuri ; v: Stt 
Mertura glacieiy fecuri faSia | dog ons 
Éytbn il CL; mordere i zie bij de 
I. R^eL 

i^BYZEN) ^ftttariy v: Büyity tempeftas^ 
Bereas; w: t: Bijzig^ ook fBdzig^ 
étfixefu^y en Bij(n»r, enermis^ demeusy 
firusy necemi ws v: Verbijfterm L CL* 
eenfmderey defiruere; w: t: ook *t It^ 
Bixzarroy eit - 1 Fnujlcfae Bizarre^ 

f Buy zzn y friare i A'S y fupfsM/ cen-^ 

, tereret'^: vx ons Brijzel, Brnzdken^ 
mka ; en d: v: BrUzelen I. CLxfri^ 
are , ceafringere \ en V^brijzden I. CL: 
cenfringerel w: t: ons Brij^ ^;, pul^ 
mentumi A«S> brft»/ "bpi^. 

Gyffbrrk^ zie bij de VIL Regel» 



^Frt. 



fH 



REGELEN VAN DE 



Bijl0g0 No. 5; 



RigeK 



TTegm i€ EY {of EI). 

j|el, piniculusy afkomftig van 't verou^ 
Qstdc "t" Dwegen , i" Dwag , gedwo^ 
gen , lavare ; welk particip: bij Kiüaen 
nog te vinden is : M-G, t|)tOa|an/ 

#DeSati / tgtoean 1 Zie ook bij de 

V. Regel op Dwbil. 

E. 

Eigenen, proprium ditare^ trilmire^ vz 
Eigen , proprium : M-G, atgttt/ enz: 
Zie verder in de Lijft van Vergelij- 
king. 

Eindigen, énmoEiiJ ^ fimn i v: Eindig, 
ctkiig^finitus^ definensi v: Einde, en* 
de, fims'y A-S, cmtK: en f Einden, 
cndenf , fimrei en Vcrcindcnt, finem 

. ^^»/^^ , pervemre. 

EiscHBN, pofiulare^ A-S, Cefctatt^ w: t: 
Eifch , A-S, (Kfhl/ poftulatioy requifi- 
ttim*, oulinks ook Heifciaen, pofiukre. 

Eizen t, zie Yzbn, borrore perfundi % 
M>^G, atfian/ reverm% en A-S, tfjff^ 
ïtC/ en F-TH,(«fItCg/ terribiUs. 

FfiJUtN (ab) €rruri% v Fcilc fae) err^, 
vrimeni A-S^fc^S^/fcaudélizare. 

Feilen, tergere^ peniculo mundars pavi» 
9nenium% v: Feil, poni^ulus. 

G. 

i~G£REYEN , -f GrBIDBN , f GrBITBN, 

flandr: , placere \ en Mügreiden f, rf{/^ 
placere^ w: t: f Greite, avidiUks. Tm 
Gretig bij de Lijft van Vergelijking. 

Geiler? , lafcivire\ van Geil, lafcivusi 
A-S, gflrifa/ Luxusi en 0«ltipffe/ 
^ir^/öTj cóF^TH^^gfÜA/ /uperhiai dog 
bij ons oul: ook Gijlen, Gijl. 

"J'Geinsterbn , Genfteren, fcintillarei 
v: Geinftcr , Genfler , fcinitlla. 

•f Geisen, curare^ medm. 

'J-Gleisen, nitere y fplendere y enfGlei- 
fcncn, fingeren v: Gleye, terr^ figulina 

fciu'- 



IFegm Y. 



El 



F. 
f Frtten , Froitbn , Friger^ 1 v: Frjjt f , 
friSum. 



G. 
Gbryvbn , zie Ryvbn , hier bij deze 

Lijft. 
Gylen, fervere^ cbylum emittorewi Gijl^ 

cbylusi zie bi) de VIL Reg. 
GycENt , /<ï/fer^, ludificare; w: t: At 

gijlen -f , eblandirt , expalpare ; en Be« 

gijlen "f, deerere. 
G\ ZELEN, obfidem €aper^\ v: G^zel^f, 

nu Gijzelaer, obfes\ A-S, glfH/gif^ 

Ie/ 0pfeïj w: t: Gijzeling, cuftodue^ 
•fGLYSTEREN, fciniUlare-'y v: Glijfter, 

ook Gleifter , fcintiJUi A-S, gtifijf 

na/ corufcuns. 

Gry- 



JfvlBg€lS[^.,h GEMEENLANDSE DIALECT. 



!«ƒ 



Il Regel. 



mgens de EY (?ƒ EI).' 



fcintillans i w: t: Olcyc pot, urceolus 
fiSiüs: tTiGléAtt^^Jcinttila. Zie ook 

de Kantteekening bij Gleed , bij de 

I. Reg: weg: de e. 
\ Greinzbh , ringere j van -f Greiks , lar^ 

vay (^c'y zie de Kantteek: bij Green 

bij de I: Reg: weg: de e. 

Heiden, Heideren, caru/iare , claref" 
cer€. 

He yen, fiftucare*j w:t:Hcye, Hei, ƒ/«- 
cai oul: ook Hyen, en Hye. . 

Heilen (ée) Sanare , mederi^ curare } A*S , 
tlOCÏan : w: t: ons Heil n^falus \ en On- heil, 
inalum\ en -f Heil(cé)yi»«j, integer^- G, 
i|a«^/ AL: liefl/ A.S,ft(rt/ falus^ 
fanuSy integer \ en Heiland, A-S,|^<)($ 
ktlb / Sahatifr 5 en Heilig , fanUus^ 
A-S, l^ttjKs vr: v: Heiligen, fanSi* 
ficare j en Heilig-avond , feriés prace^ 
dania , 6? /r; tempus remittendi labores % 
en Heilige dag , Diesfejius , y&r^. Zie 
verder in de Lijft van Veigelijking. 

Heimen, HEïfiKVy /epirejoSvaJlarei "w: 
t: Heim , Heiraing, Heining, Sepesy 
fepimentuwi en "fHeim, Domus •j Pa- 
tria j 6? locus natalis 5 A-S , ftattl / 
1^ / habitatio j Ki: en AL: géitM/ 
Frif.tS Sici^^tgni/ manfio^ domus \yR\y 
ders óns Heim-raed , Curator , PrafeSus 
aggeribus curandis i M-G , |)attttQ/ ager^ 
mcus^ cafielïum% tc^iXVSUit^aj^/ agros^^ 
en ons Heim f , Geheim , Jecretus j w: 
t: Heimeien f, ab/condere-, w: v: Hei- 
melijk, occuUu5\ enGeheimenifle,i0r/^ 
terium j en Heimfch -f , Inheimfch (eé) 
indigena j en Uitheimfch . (éé ) extra^^ 
neus: dus ook de namen van plaeden 
op Heim eindigende. 

-fHEiTTEN (ÉÉ) I. QXai fervefacere \ w: 
t: Heit ( éé ) fervidus \ en Heite (éé) 
Hitte, ardoT'^ A-S, |j«et/ |Kmo/ ^^- 



Wegens de ¥• 

Gryzen, canefcere^^ v: Grijs, rtf»«j. 
GRYZENf) borrerey v: Grijze 1 5 horror\ 

w: t: Afgrijzen, horrere \ en w: v: Af- 

grijfelijk, borrtbilis. 
f Gr YNKELEN, y«^ry^^i en Grijnzcnt 

ringere \ zie Grtnen I. CLrcnII.CL: 

bij de I. Reg. 

H. 
Hyen f , fijlucare , £5? /fv v^j^^ir^ , zie 

Heyen, Jijiucare. 
Hygen , jGygen I. CL: en ook 

IL CL: zie bij de I. Reg. 
Hyliken, HvvnAK^iïi ^ Matrimonio jun- 

gi 'j van Hijlik, Huwlijk, conjugium^ 

A-S, j^tUmtig & llito/ familia. 
Hyschen, I. en ook IL CL:, zie bij de 

I. Reg. 
•f-HvsEN, praecidere \ v: Hijfc, tomusj 

carnis portie. 



Aa 



Yde- 



tU 



REGEL EN VA K DB 



Mijkg$ N^ ^; 



IL Regel. 



Wegens deiEY (of El). 

hfi en ons fHcitfe, fax\ en f Heit- 
&1 ( éé ) Firguüum Jiccum , ad arden* 
dum idoneum. Dog Heiten (éé) n(m> 
nare , jubere ^ 6? promitiere , is niet 
van de I; CL:, hoewel Gelijkvloeyen- 
de: Zie ten einde van deze IL Reg;. 

L en Y. 



K. 

Keilbk, lamellis vel ftlkihus aquas qua* 

tere luforiè 5 v: Keile , Keijc , ^lex | 

öul: Kegel: w: t: ook Kei ken ^ par^ 

^üus ftlex 5 zie ook Keile bij de V. 

Regel. 

Kladdeyen, ;.CL:> j t,jjj yj^ 

Klappeyen, L CL:/ ^ ^* 

Kleinen, Verkleinen, diminuere*, w:t: 

Klein , parvus j en d: v: Kleinfèn y. 

klenfcn L CL; percolare^ mundare^pur* 

gare^ AS , ritttifan/ cïctnfïan; en 

ons Kleinfcr , klenfer , cobim ; en mede 

Kleine t»./^/r/»^i A-S, tïan/ CÏattt/ 
nmndus , pm'us > wijders ons Kleinfte- 
ifcn L CL: minutas emttere fcintWas. 

t Krek 



Wegens de Y. 



L co Y. 

YDEi:ttN, confri Ykn, inantre^ deUrare*^ 
v: Ydd, eenSr: Yl, manis , wuuets^ 
(Namens; A-S, iW/ pbd/ vacnus. 

YhtUy properare ; vanYlc, Yi, /^^»m* 

Ykem 5 tiKBV) tHvKEN, menfaram 
i§ pondus in vafe defignare ; v: Yke, 
't* Ickeylii}kCyfignumjufféemenJkréevafis. 

YvEREN, zelari; v: Yvcr, zebts. 

YsEN, berrere\ aal: ^ook tEUeo, zie/: 
184. w: v: Yfelqk y berrikiUs i vn xx 
Y&f , bukusi CB Yiên-knüd, v^^f- 
jMTtf , pufrida nleera mtigans. 

YzEN+, glaciarè j geJare ^ (^ rumpere gla-- 
ciemi en Ver-vzcof , eenglaaari ^ v: 
Ysy A-S, ii^/ i(t/ glacies j en w: vr 
Yzd , Hijzd 9 /f««M glasiaUs ; ea 
d: v: Yzelcn, Hyzelen, //(^re prm'^ 
nam glacmlem. 

K. 

Kastyden, Kastybh, caftifare, 

Krygbk, béüem gertre\ v: Krijg, heU 
lam j pugna , certaenenx w: t: krijgel, 
pettinax $ en Krij^l, kitgel, émala-- 
fio'y zie ook Krtgen IL CL: acfnke^ 
rey bij de J^ Regel. 

Kryschei?,. exclamare-, vanK]*ijfi:h,Ge- 
krijfch, clamer *y v; Krijei", clasner^ 
en Krijenf, elamares w: t: ook KrijC- 
ielen, infr endere denfihus. 

Kryten, Bekryten , creSa fuhUnere^ 
v: Krijt, cretay w: t: Krijtig, ereto^ 
fuf'y dog KRYTfiNlLCL:4/«£irf, zie 
bij de L Reg: 



, V 



•*• % 



M^Uffll^.%. GEMEENiiANDSE DIALECT, 



t«7 



U. JUffk 



mgem i0 EY (ef EI). 

f Kreiten , Krbbtbn , irritari^ pro* 
vocare » w: v; "f Krcitfcr , f Kreifefy 
f Kxcefer j /editia/us bomo , zie de Kant- 
teek: op Krb£t bij de L Reg: vfiig: de e. 

Lavbyen I. CL: zie bij de VI. Reg. 

Leiden 9 ducerti A-S^ latans v: Lei« 
de 1 9 duSlus , meatus ^ w: v: Beidden 9 
gerere , adminiftrare 5 en ons Beleid , 
admimjiratio \ en O ver-leiden, tradme^ 
re^ zie de Kantteek: bij Lbeü) bijde 
I. Reg: wegens de e. 

Leinbnt (ée) inniti y w: t: Leinef 
(éc) fuïcrum^ zie de Kanttedk: op 

. Leed bij de I. Reg: weg: de e. 
- , M. . 

Mbinen (bé) A-S., tnorhatt / putani 

. w: v: Mciningc ^ 9fmiQ% ca V^mei- 



NfiYENt, hinnire, A-S, j^ajatt. 

."f-NEYEN, nu NAEYEN,yï^^^. 

Neigen, ^SfT^, mlinare^ M-G,|^tUl^^ 
|an/ 1. CL: Sec. w: t: Afneigen, pro* 
dinar e j en Geneigt zijn, propenderey 
inclinari >en Neiging^Geneigtheid ^nitni 
ittcUnatio'yZit wijders N ygen IL CL: bij 
de I. Regel, en Neigen bij <le Lijft 
Van Vergclijkinge : als mede de Kant- 
teekening bij Neeg , bij de L Reg: 
wegens de e. Ont- 



/^J5^w ii Yi 



L. 

fLYKEN, funtrare^ v: Lijk, futiui^ ca* 
davert M-G, ïrill / A-S, ïic / cor* 

£us. 
»YSTEN, Belysten, circumducere ori 

vel lymbo ^ v: Lijft, fimbria^ margo y 

margo tabuU diftinSa. 
Lymbn , agglutinare; van Lijm, vijcus^ 

gluten ; w. t: Joden- lijm , bitumen y Af* 

pbaltes. 
Lynen, limas ducere'i v: Lijne, Unm. 

M. 
Myi>en L CL: en ook IL CL: ^ zie 

hij de 1: Reg: . 
Mynek, Omdeemynen, agere cumcu* 

los ^ f^foderé i v: Mijne, vena^fodinaj 

zie bij de VII. Regel. 
Mynen , venditione publica rem Jibi adfu* 
• mere cerio pretiQ , elamando , AÏAi% 

van Müne, Miini meus-j A-S, ttlitte/ 

v: ons Mij, milt. 
Myten, ftruere metasy v: Mijtc, metaj 

firues in altumy dus ook Mijter, mi* 
. tray w: v: Mijtercnf» ^nate mifrdy 

zie bij de VII. Regel. 
Mymerbn, detirare. 

N: 
NYDENf» obtundere dammi zi^ Nijd^ 

-nagel bij de VIU. RegeL 



Aa t 



Ont- 



m 



REGELEN VAN DE 



ifjlage N*. j; 



ƒ/. HegeL 



fTegens onze EY (^/ EI), . 

O. 

Ontweiden, Ontweyen 5. w^fr^r^; 

v: Weide, exta-^ zie Weiden "f". Dog 

Ontwyden , profanare ; zie in de nc- 

vcnllacndc Lijftc by Wyden, facrare. 



P. 

Peilen, penfum proponere; 6f ffutiri pro^ 
ftmditatis , «rf/ir; ^ f iv^^ ^^/rV/^ ^ v : Peil, 
p€nfufnJ}ohs-ymenfura defignata\ contr\ voor 
Pegel , menfura ftatuta. Dog Pijlen 
I. CL: profunditates metiriy diende niet 
gebruikt; -te worden , ten zij de me- 
tin^z met Pijlen ( Pilée ) of lange roeden 
gefchiede: zie ook Peil bij & V. Re- 
gel. 

Pbinzbk, petzenfm^;, eogitare^ pe^n^ 
den \ en Bepdnzen y perp€nd9rc \ w: t: 
Gepeins, cogitatio. 

JÜvbÏÏn} I- CL: ^le bij de VI. Reg: 
Pleiten I. CL: Utigarey zie bij de VI. 

Reg: 
.Pre yen (ae) Navi obvtsm profidfcen^ 

tes Nautas alïoqui , fcifcitare unde vr- 
4 nianty qui vadant. 

CL 

QuEiKBN (ÉÉ) Nutrire y favere \ w: v: 
Quieikerijè (éé) ^ feminarium. 



R. 



ff^egens de Y. 
O. 



Oktlyven 9 occidere j v: Lijf, corpus y 
w; t: Lijvig, c&rpulentus; en Aflijvig, 
mortuus > en het Aflijven en de Aöijvig- 
heid , obitus \ zie Blyvbn bij de L 
Reg: 

ONr-RYKEN,.tfAfirfftf divitiisy regno; eo 
zig Verrijken , -fRijt^i ^ 7^ ditare*^ 
v; Rijk, ^/wj, imperium; AL: ttt|e/ 
A-S, ritt/ &c. w: t: Deur rijk, ^^- 
^fiwjj zie Ryk bij de Lijft van Ver- 
gelijking. 

P^ 

Zig PYNEN,VERprNEN,yJrnra^r^;A-S, 

pman / pMan/ Yfl: ppna^ van ons 

Pijne,Pijn, jpo?M, dolofy torfioy moUf* 
iiay opera , labori A-S, pitti en d: v: 
Pijnig f, QH Pijnlijk^ dohrofusy labth 
riofus y cruciabilis j w: v: Pijnigen^ 
torquere y cruciare\ en Pijn- bank, /öt- 
mentumy equuleusy extorquendét veritatU 
gratta : wijders h: t: Gcpijnt , t&rtuSy 
prejfus'y en Gepijnde Honing, melpref^ 
fum > en Ongepijndc Honig, mei eü^ 
quatumy non prejfum. 
Pryzen"!", pretium imponeren waer voor 
meeft d met een Baftacrd-ftaert ge- 
bruikt word Pryzèren : komt af ^ zo 't 
ichijnt , van Prijs , pretium j zie bij de 
VIL Reg: dog Pryzen II. CL. Uu- 
dare% zie bij de L Reg: 



RammeyeN) zie b^ de V. Reg: 



Rei- 



QüYLBN y falivare 5 w: t: Quijl , JaS* 
va } vr: v: Bequijlen , /alivA madefa- 
eere. 
QiJYNEN I. CL: tanguere\ ook II. CL: 
A-S , Ctlrinan / II^ CL: zie de L 
Regel. 

R. 
Ryfelen y radere , &r. 3 zie Ryvkn L 

eii 



i 



SjjügsNo.^^ geMeenlandse dialect. 



itfi 



IL Regd. 



Wegens de Et {of El). 

Reiden t) Bereiden (ée), parare ^ 
w: t: fKeid, (cé) , cito ^ Bereids 
(éé) , jamjam', en Voor-gcrey, anti^ 
Una ; A-S , taWif / cito j dog Rij- 
den , Berijden II. CL;- zie bij de I. 
Reg; 

Reiken, tendere^ extendere manus ^ A-S, 
«Kttatti w: t: zig Verreiken, longius 
extendendo membrum luxare ; en Ver- 
reiken j- , difiendere , fertingere , exti^rque* 
re-y h: t: Verreiken den fchuld, debi- 
turn liquide probare j 20 veel als den 
fchuld deugdlijk doen blijken, en alzo 
in weerwil van den verweerder met 
r^* geding hem ontwringen: zoo me- 
de Verreiken den Pande, in/idre ut 
Jibi addieatur fundus obügatus ^ en 
Verreikt van Schuld, conviStus de- 
- biti i en Verreikt en uitgewonnen 
good, Bona in nexu peffeffionemque ju- 
re data. 

Rbtbn "f" , choreas ducere , 6? fubfi-» 
lire i en Reye , ook f Rije , Cbo- 
reay A-S, ro^Uia/ ordo\ zie de Kant- 
teek: op Reeg bij de I. Reg: we- 
gens de e. 

Reinigen, Purgare^ mundare^ (^ expia* 
re-, M*G, htramjatl / I. CL: v: ons 
t Reinig , Rein ypurus ; M -G , j^aJtl^ / 
AL: win; w: t: ons Rein- varen, par- 
ibemum j als zuiverende de ingewandea 
van de Wonnen > en Reinêh, fince- 
rus^ ab/que doIo\ zie verder Rein bij 
de V. Regel i en bij de Lijft van 
Vergelijking. 

*f RfiiTBREN, cribrare-y v: Reiterf, cri^ 
irum \ ook fRijtcr, en Kijterenfj 
2ie Rytbn II. CL: bij de I. Re* 
gel. ^ 

Reizen, iter facere^ prqftcifci; v: Reize, 
/VtfT, O? tr: vicei A-S, r«fe/ cur/us^ 

zie 



• _ 

ffegens de Y. 

en IL CL: bij de L Regel. 

Rymen , cemponere rbytbmos , t^ convenire } 
van Rijm , rhythmus j 6f finis verfus cum. 
altero concardans^ A-S, riltt/ numerus i 
& innan / numerare 5 w: t: ons Ge- 
rijmt, rbytbmici compófitus^ &? tri de-' 
censy en Ongerijmt, abfonus. 

Rymen , Rypbn , pluere p-uinam % v: 
Rijm, Rijp, pruina^ A-S, j^m. 

Rypen , maturefcere j A-S , ripfatt/ v: 
Rijp, maturus'y A-S, tipt/ w: v: ons 
Onrijp, pr^ematurus^ enacur-rijp, per* 
maturus. . 

Ryven"!", nu Geryven (ie), accommo» 
dare j v: -j-Rijve, Rijft > largus\ w: 
t: het Gerijf ( ie ) , commodum , copia i 
A-S, rpfe / frequens', en Yfl: rpfitt:/ 
liberaUs\ en tpftl/ Uberalitas. 

Rydbren , Ryerbn, tremere^ 13 fuf-* 
flaminari\ zie Rijden IL CL> equita- 
re*y bij de I. Regel» 

Rysselen, RüTèlen, ^r^^//4rf ; zieRY« 
ZEN II. CL: furgere\ bij de I: Reg: 

■["Ryzen I. CL: mejere\ V: tRrjs, rij- 
ze, yirga virilis y penis ^ tri pre 'oirgay 
furculus % zie verder Ryzen IL CL: 
furgere\ bij de I. Reg, 



Aa % 



Sly. 



If<» 



REGELEN VAN DB 



M^ksi N*. f, 



• M^0l» 



fr^ens Je EY (of ET). 

zie de Kanttedc: op Rebs bij de I. 
Rcg: weg: de e. Wijders h; t: ons 
f Reizig , itineri accindus ; nu Reis* 
vacrdig 5 en f Reizig , nu Reis- 
baer ^ pervius % w; v: f Reirigen , pe^ 
regrinari ; w: v: Reiziger , peregrind- 
tor i voorts ons Verreizen , in/umere 
itinefi. 
RoTTsYBK , L CL: zie bijv VI. Re- 
gel. 

S. 

Schreiden^ Scheetsk, >&r^; en Be- 

(chreiden^ deplarare. Dog Schrijden, 
variofrif en Beichrijden, pajii per^ 
tingtrt^ zijn van de II. CL: zie de L 
Reg. 
i'SuKiKEN» repere\ wi t: Sleik (éé) 
f oio aquatus , buini ftpetu ; en f Slei- 
ker , vulpes , & «rr»//^ invaJens ^ 
en Blind Sldker , r^«& , firpentis ge- 
nus Césci^ A-S, fl«t/ fkac/ /^r. 

Slbipbm (éé) trdhere^ verrere reptatim^ 
w: t: Sleip (éé) fraSus^ fyrmsy £5? 
/f: ^^m^^i comitum ; en Sleipe, mvürVr 
tardigrada | en Sleip , Sléép*len« 
den , 'elumbis ^ lumbos trsbens ; en 
Blok-fleiper f , anteambulo. Dog Slij- 
pen, acuere , is van de JI. CL; zie 
bij de I. Regel wegens de e , bij 
Sleep. 

SpELE-MEYEK, J/nV^r/J zicVERMEYEN 

hier onder , en Meyb in de Befluit- 

lijfte. 
SPBYBREN,/tf»i:, difringere; Scfparge^ 

re^ di/gregare; zie bij de I. Rcg: weg: 

de E bij Speeg. 
Spreiden, Spreyen, Verfpreiden,^^€f- 

gerej difpergerc, A-S, fpraOail. 
•}"Steigem 5 m altum tollere ^ elevare^ 

fiafflare\ van Steig (cé), acclivu\ en 

Stei- 



Wtim * Y. 



Slymbk, kie Vbrslymbk, hiér onder. 

Smydigbn, nmUere^ moUire\ van Smij- 
dig, Gefinijdig, wtollis^éuStilis^ v: tSmij- 
de, Geftnijde^ macbitm fabriUs ^ 6f 'ta- 
nilia en fiettUta fnaifa; vr: z: Gefmijdc 
^cr Peerden, pbaieray en Arm gefoiij- 
de, bracbiale% en Hals-geihiijde, me- 
mk , colli & gutturis omamentum i 
F-TH, ftaftöatl/ mollire^Yüi^^nfl^f 
fabricatie, 

Spyen , Spykbn (ie), infpicarei vm 
Spije ( ie ) ^ Spijke f fp^^ » ^^i êffnU 
i» acumen attenuata ; cla^us in modum 
fpica acutm; w: t: Spijker, chvusfer- 
reus; en d: v: Spijkeren, clavê figerey 
A-S, fpitpUQ/ clavMs. 

Spyzen, cibare^ mttrire; v: Spijze, #ĥ 
ca^ W: v: Spijzigcn I. CL: cibare. 

Styvem , iffteniere , reborare \ v: Stijf, 
ripdm 1 A-S, fHfif/ we ook Styvbm 
IL CL: bij de L Reg. 



Tey- 



$ijtage N^|. GEMEENLANDSE DIALECT. 191 



//. Rfgel 



fTegens d$EY (of El). 



Steige f^ femstay w: v: Steigpr, tol- 
Itrnn^ gradus five afcmfus rip£^ A-S, 
fl«q|ar » en d: v: Steigeren, ilruare^ 
af eender e , pretium ampUficarei & fiag* 
nare-, en Steigering, farij pegtnata-, en 
Steig-réép y Stciger-récp (ee) f af ia ^ 
dog Stygen U* CL: fcandere *, zie 
verders bij de L Regel weg: de b, 
de Kaotteekening op Steeg, 
STEiLENf, ekvare y erigere \ v: Steil, 
accUvis > contr: voor Stegd : w: t; Deur- 
ileil , valdè pr^eceps > zie ook. Steil 
bij de V. Regel : wqgeos et ; en Steeg 
bij de L Keg: weg: de b, in de 
iCantteek; 

T. 
Teikenek (±k)J^fua'eydejSgfiare;M<ij 
tadhnfM/ &c; v: Tdkcn (éé) M-G, 
taÜW^ / Jigiff^j neta^ charaaer^ en 
A*-S, tCtten/ dgcerey zie ook Teekbn 
bij de Lijft van Vergelijking. 
"f Teinen ( ik e ; ceneumare feria ; v: Tei- 

ne (ae) ptJvis certkis quercina, 
T&EiFBLEK , blaaim , imftire > w: t: 

vertrcifiden , hUmdüiis alHcer^. 
Treilen "f, /em navem trahere. 
TwEiNEVf cóttdufJkare fila% v: Twöin, 
filumdn^ex'y v:Tweit> Tsatwté ^duo^^ 
M-G ,ttoai /A-S ^ma/dae j zie Twee, 
bij de Lijft van Vergelijking: zie 
ook Twijnen 1. CL: in de* nevcn- 
flaende Lijfte ^ h: t: 'fTweimig, 
^-Twijntig, nu Twintig, vigimi. 

V- 
.Veilen, vendttarej venum exponerey v: 
Veil y venalis ^gelijk mede Oiu'qü ^non ve^ 
nalis% h. t; ook Veile, litderay ber- 
ka venak vinum indkamy dog VWlen 
I. CL: Jimarei zie in de nevenftaende 
Lijfte, 
Veiligen, Beveiligen , yiwKriww reddere^ 

tueriy 



fPigens de Y, 



T. 

Tryzelen, meraere j crUrare frumen^ 
tum-y ö" tr: kmi 6? fegniter agere-, v: 
Trijzel , cribrum frumentarum. 

TwYFFtLEN, dubitare^ v: TwijfFel, 
dulnum\ v: tTwij, duo*^ A-S, ttöï? 

aan / ttopati / Hééft are. 

tTwYGEN , plantare^ inferere^ fangere^ 
imculare^ v: t Twijg, A-S, «110/ 
ttlliga/ ramus^ virg/$^ tdmen ^furculusy 
w: v: Twi)gert,yr«r/^X5 A-S,nmg- 
^Sk/ paimes. 

TwYNEN, DupHcare^ A-S, ttDtttailiv: 
Twijn, A-S, VomI filum dupkx^ v: 
j-Twij, duo'y zie- ook Tweinen^ 



V. 

Verblyden, gaudere; v: Blijde, A-S, 

Witïie/ l^etus. 
Verbryzelen, zie Bryzen i", /rwr^, 

I. CL: hier voor in deze Lijft. 
Verbysterbn, zie "f Byzen, ^eftuare^ 

\. CL: hier voor in deze Lijft. 
Verf YNEN , tnagis perficrre , atienuare y 

v: 



I9£ 



REGELEN VAN DE 



JSiJiagi N«. ) 



X 



Wegens de EY (ö/EI). 

tueri\ v: Veilig, tutus ^ fecurus y w: t: 
Onveil , Onveilig , infecurus j A-S » 

f«ïe/ MA'j. 

Veinzen, "tGeveinzen, diffimulare\ w: 
v: Vcinzaert, Hypocrita\ en Veinzerije, 
dïffimulatio. 

Ver-beiden, zie Beiden, hier voor. 

Verkleinen, zie Kleinen, hier bo-^ 
ven. 

Zig Vermeybn, Spele-meyen, apri- 
cari , vere mvo recreari i van Meij , 
Majus menjts ', dog Vermyen I. en 
IL CL: evitare-, zie bij de L Regel 
op Myden. 

Verpeizbn I.CL: reconciliarei vanPEis, 
zie bij de IL Reg. 

Zig Verreiken , zie Reiken, tendere 
6fr., hier voor in deze Lijfte. 

Verreizen, infumere itinen\ zie Rei- 
zen hier boven in deze Lijfte. 

Vertreiffelen (be), blanditiis allicerey 
zie Treifelbn. 

Vespbreyen L CL: zie bij de VL Re- 

gel- 
Vleiden , Vleybn , blandiri', en Ap- 

VLEiDBN , blanditiis deprecari i dog 

Vlydbn, Vlyen, accommodare 'y zie 

in de nevenftaende Lijfte. 



Wei. 



jy^egens de Y. 

' v: fijn , purus^ perfeclus^ exaSus^ exi^ 
Usyfiikilis*y zie bij de VIL Regel. 

Verryken, ditare; v: Rijk, dives-, zie 
hier. voor Ontryken. 

Verslymen., limo obftringi\ van Slijm, 
Umus\ A-S , fitm : w: t: SlMmig ea 
Slijmerig , lime/us ^ {ƒ tr: tardiffimt ver- 
ba proferens. 

Verwydbn, "f-WYDEMj amptioreyvi 
Wijd, A-S, tDib/ toibe/ amplus.^ w: 
v: Wijdte , amplitudo j en Wijden, 
parrh. 

Vbrwylen, Wylen, Möftfri jM-G, 
gtoeilan/ v: Wijl, Wijle, mora^ wo- 
ment urn ^ fpatium temporis^ (^ vice^ 

M-G, fttöttla/ A-s,ötoiï/ AL?ïnau 

tó/ tona: w: t: Wijlen, olim^ On- 
derwijlen , huerim ^ Som- wijlen , inter- 
dum\ Bij- wijlen, interdum\tnlCcrmy' 
Ie, Terwijl, interea^ dumy en Korcs- 
wijlen;LCL:^örfj tranfmittere tempus. 

Verwyven, effmminari ', en "|- Wijven, 
duxere uxorem ; A-S, kDlftait/ tölfv= 
gan; v: Wijf, iWir/r>r,«xörjA-S,\mf: 
w: t: Bij-wijf, amcubina^ en Ontwij- 
ven I. CL: uxorem fubducere. 

Veilzwymbn, Bezwymen, en-j-ZwS- 
men, zie Bezwymen, L en IL CL: 
bij de L Regel. 

Ver-yzbn-|", conglaaare; zie YzENf, 
hier voor in deze Lijfte. 

Vyzelen, Opvijzelen, j^ Vijzen, cocb- 
led. fpkatim attoUere % van -fVijzc, 
fchroeve, cocblea ^ A-S, fpfatl/ £f' 
ferre. 

Vylenj afvylen, limare ^ delimare\ v: 
Vijle, A-S, feol/ fi»^> w:v:Vijlfel, 
ramentum. Dog Veilen , venditare} 
zie in de nevenftaende Lijft: 
Vlyden , Vlyen, ornare^ concinuare^ 
aptare in ordinem , accommodare 5 van 

Vlij, 



i^/^e:N^j: GEMEENLANDSE DIALECT. 



m 



IL Regel 



JFegens ie EY {of EI). 



Weioen , Weyen , pafcere i en Ver- 
weiden , dUero impellere prato j w: t: 
Weide, pratum^ pafcua\ ai Na- wei- 
de , fcenum ferotinum % en Wei- 
land , ager pafcuus i en Weiman , 
Weidenet, Weider, venatinr ^ paftor j 
auceps i en Wei- vogel , accipiter y en 
Wei-taflche, peravenatoria *^ dogWv- 
DEN, Verwyden, amplificarei zie in 
de nevens^ende Lijft. 

Weiden, Weyen, Uitweiden, ^jrfn/^- 
rare > en Ontweiden , evifcerare , w: t: 
Weije, weide. Geweide, exta^ nrif- 
cera fnimalium ^ en Kraeij-weije, en 
bij letter- verzet, Karweije, Korweijc 
en Koreije, exta. ovium^ parccrutn^ ^c. 
vulgb cornix ; als een buiten gewoon 
Lekker- geregt voor de Kracijen; en 
Karweije , tr: Opera qi^e gratis auf 
parva niercede faRitatur ; 6? opera ex' 
traordimria parvi temporis \ dog ook 
Her-geweide; fymbolufn^ quod diens no- 
vo patrono adfert; Dog Wtden, /w- 

tuin I 



ff^igens de Y. - 

Vlij , Gevlij , accommodatio ; dog 
Vleyen I. CL: blandiri ; zie in da 
nevenftaende Lijftc. 

Vlymbn (iis,\JiaIpello pungere j van Vlijme 
(ie) fialpeUum , phkbotomum. 

"t* Vlytigen , Bëvlytigen, en -f" Be- 
VLYTEN, diligefHiam adbibere \ v: Vlijt, 
diligentia ; en Vlijtig , ditigens ; A-S , 
flttatt/ contendere. 

Vryden, Vryen, I. en II. CL. ama-- 
re \ zie bij de I. Reg: 

Vryden, vryen, Bevrijcn, Bevrij- 
den , ïiberare ; A-S , ftiOQ \ van ons. 

Vrij, M-G, frpe/ A-S, freo/ frt/ 

& ftp/ liber &c. \ w: v: ons Ont- 
vrijeni" , libertatem adimere \ zie ook 
Vry in de Lijft van Vergelijking, 

■fVRTTEN, WRTTENt> tornare. 

W. 

't Wtden, ^Wten, Verwtden, ant' 
plificare; van Wijd, A-S, tolt»/ tDI- 
tit I amplus ; zie Verwtden , dog 
Weiden, pafcere > zie in de nevens-, 
gaande Lijft. 

Wtden, Wten , en fWYHEN (ie) 
initiarij M-G, tDrifiatl/ I. CL: ALr 

& F-TH, toiöan/ toiöenjvant Wij- 
de, tWije, tWijch,y&^^;F.TH, 
tDiftO/ en M-G, tiïeffia/ todj^^; w: 
t: ons Wije-water , ajua luftraïis ; ea 
Wij-róók , thus \ w: v.- Wij-rooken 
I. CL: Jpargere tbura ; en Ontwijden ^ 
profanare ; wijders ook hier toe ons Wij- 
chelen , augürari ; w: v: Wijcheler, 
at^uri en Wijchelerije (i) auguriai 
als eigen aen 't oude Heidenfche Prie- 
fterdom: zie ook Wthen in de Lijft 
van Vergelijking. 

Wtchblen , zie Wtden, Wten hier 
boven. 

Wtlbn, zie Verwtlen, morari; hier 

boven in deze Lijft , en Wtlen 

Bb in 



»»4 



REGELEN VAN DE 



mjUff Na. ^; 



//. Regeh 



Wegens de EY (ö/ EI). 

iiari \ en Ontwtden , frofênate ; zie 

in de nevensgaende Lijft. 
Wbikbn (éé) emollire ^ wacerari^ v: 

Weik ( éé ) me^/ZiV ^ maceratus y in-' 

firmus , A-S, U)ac / löace/ Yfl: W^ ^ deze Lijft. 

Itor. Dog Wykbn il CL: eedere^ 

zie verder bij de I. Regpl wegens de 

B, de Kantteek: op Wbek. 
Weifblbn, vacillarej vagari$ A*S,tDCU: 

ftan > van Weifel , Weivd , viaeor i 

apparitor \ A-S, \Xieif\xn^l dubiSatio^ 

vr: t: Weifeler^ boma vagus 6f i»ai»- 

Wfansi 6f wtf/tfr. 
BiGBREN, negare^ ahnuere^ recufare. 
WBiNDENf, nu Wenden, vertere. 
,Weinen (éb) fiere ^ doUre-^ v: Wtinf 
' (éé) dehr^ fletus^ A-S,.||tt}an/ cola- 

mitas; en M-G, toatttOtt/ A<S, Ua? 

nian/ AL: tmiWm/ lugere^ phrare. 
Wbintbukn "X y tox Wentekn , volve* 

re. 
-(-Wbisteren, mobiütare ante octdes. 
WRBiK£Nt> nu Wrikken, exterquere. 

Z. 
Zbjkbk, mejereyvfi t:2^eike, lotium^ uri^ 

na. 
ZBYBNf , nu Zaeyen ^y5rtfr#> A-S, f<X^ 

toatt/ fatoan. 

"f Zeigbn , cohre-j nu nog Zyobn ILCL:) 

zie bij de I. Regel. 
Zbilen ,. velificdre ; 6? tr: diftringi per 
aérem aut fuper aqu£ éeqmr vdiferis 
inft^yrj w: c: Bezeilen, veUficando appel* 
Ure ; v: Zeil , oulings ZÜegel, vehmi 

A-S, fcBd/ fegï/ 'oeium\ & fegUati/ 

veïificare > h: t: een bezeild ickip ^ na'- 

visvetivola*, enZeil-bóóm, maft, ma* 

lus \ en Zeil-ftang y antenna ; en Zeil- 
, ftéén, magnes 'j zie bij de V. Regel. 
ZEiNDEsi", nu Zenden, mstterei w: t: 
. Zieinde f , Jynodus. 

Zeinen Fümdr: contr: voor Zegenen, 

bme: 



fTegens de Y. 



in de Lijft van Vergelijking. 
Wypbrbn Flandr:^ indignarii v: Wgpcr 

Flandriy indignatio. 
Wrytbm, zie Vryten, hier voor iu 



Z. 

Zypbv y Zypblbn , ftiJlare y manare^. 
fittere ; v: Zijpe, loens fttUandi^ cloacas 
w: t: Zijp-óoge, Uppus^ ff^amioJus\ en 
Af*zijpen , defiuere\ w: t: ons Zijpe, 
Zipa^ vadum Holk aggeribiu cinRum. 

ZwYMBLBN , Ontzwijmden $ zie Be- 
zwymen, I. en IL CL: bij de I. Re* 
gd. 

Zwynbn, Vbrzwynbw, tdbefcere^ de*- 
crefcere ; w: t: Zwijn-puijfte, inflam- 
matio tumcre cum rubore ; en Zwijn* 
zucht, Zwijn-ziekte, ^tifis. 

En wijders alle de verdere Compofita ta\ 
Derivativa van dezen. 



Sijkff^^.i: GEMEENLANDSE DIALECT. 



m 



Il Re^a. 



PFegens dt Y ♦ 



fTegms ie EY {of EI). 

heni precari^ zie de V. Regel. 
En Wijders alle de Compofita en Deri-' 

vativa. 
Hier kan men bijvoegen ons Heiten 

(ée), Heittb^Geubiten, jubere^^* 

minare^ & olimfromtten; en Schei* 

DEN) Scheidde, Gescheiden , //m* 

dere y zijnde dezen mede Gelijkvloeyend y 

dog niet van de L CL: als eindigen* 

de in Partic: op ew , in plaets van t. 

Zie verder Heeten en i~ Scheeden, 

bij de VII. Reg: \y^egens de eé. 

HL Regel i wegens de EY (<ģ!). 

Deze EI vind men bij onze Uitgangen -HEIDen -LEY, wacr 
van de eerfte vcrftrekt om het hoedanig tot een hoedanig- 
heid te doen overgaen, en de laetfte om het hoe-veel def 
(borten aen te wijzen. 

als Barmhértiobbid. 
Gbrbgtiohbid. 
STAND7ASTI6BEID ) ciiz:. zccT vclc dicrgelijkcn. 

en Ebnbrley. 
tweederlby« 
Gbbnbrlet. 
Allbrlbt. 
Mbnigbrlb^* 
Vei^erlets en zoo voort nog zeer vele zulken. 

IP^. Regel i wegem de Y. 

Door de Terminatie YE (of nu veel-al bij inkrimping 
maer Y) maekt men Naemwoorden om eene algemeene 
bediening , ftaet , of werking aen te duiden , welke Uitgang 
mij ontleent fchijnt te zijn van 't Latijnfche IA , in de 

Bb 2 Mid^ 



..*. 



fpi . REGELEN VAN DE £iM« ^*- V 

If^, Regefi wegens de Y. 

Middel-Eeuwen , door toedoen der Monniken i gelijk ook 
de Baftaert-woorden , in 't Latijn op IA of in 't Frans op 
IE aenllaende, bij ons op YE of Y den Uitgang hebben. 

Hier toe dan. 



Abdyb, jtbbatia. 

Alvbrye , prafiigue. 

Artillerye, Gall: artillerie^ 

"^Beulerye, "J-Beulye, carcer. 

Borger YE, ctves^ civium Jus prof erentes. 

Haper YE 9 b^Jïtatio. 

Haverye, Avaryb, jaSura communis 

in mari^ Gall: avarie. 
H ASPELBRYB , ifitricatio, 
Héérschappyb, donünatio. 
Hobrbrye , ftuprum. 
HoNGARYB, Gall: Hof^arie. 
HiPOCRis YB 5 Gall: Hipocrijie. 
i^ANCBLERYE, Galh cbancelerie. 

'fKASSELBRYB, tKASTELBRYB, ClinU 

Kastellen YE 9 territariumur bis % Gall 

cbatelenie. 
Kladder YB, inquinatio^y &f maculofat^ 

inepta piSura. 
KoPPELER YE , lanocinium ^ dog Koppel- 

-reije, chorea jugum^ begeert e y of el 
Kramerye, merx. 
Landvoogdye , fairapid. 
Lazerye, lepra. 
Ljbrye, libraria^ Gall: librairie. 
Lombardye, Lombardia. 
"i~ MEESTER YE 9 magifierium^ & turatio. 
Meyeryb, Gall: mairie^ Laf: pr^tura. 
Malvazye, Galk malvefie. 
Marye, Marijke, Maria. 



•j- Mbissbnye , familia. 
Mengelerye, mixtura. 
Mblancholyb, melancbolia. 
Mblodyb, melodia. 
Normandyb, Narmandia. 
Plakkerye, opus te&ort'um. 
Pavyb, Paviay Gall: pavie. 
PtCARDYB, Gall: Picardie. 
Poster YB, angaria. 
QyisTERYB, prodigalifas. 
Ruiterye, turma equitum. 
RoovBRYB, latrocinatio. 
Sacristye, Gall: facriftie. 
ScHAELDSYB, Jjovan: nu Waterftcen, 

impUivium. 
ScHAPBRYB , Tland: pafcua ovium. 
Slavbrn YB , fervitudo iltibera. 
Spbcerye, aromata^ Gaü: epiceries. 
Stafblbrye, tabula fartoria. 
Strooperye , fpoUatio. 
Tartarye, fartaria^ GaU: Tartarie. 
Tresoorye , gazopbilacium. 
TüRKYE, Turcia^ Gall: furquie. 
Vlbybrye, adtüatk. 
Vlybrye, adcrmtio^ accommodasie. 
Vryzkybj jtrocatio blandula. 

En zoo voort meer diergelijken, bc» 
nefibns derzdver Compofita. 



r. 



V 



éijlagf No. j. G E M E E N L A N D S E D I A L E C T. 197 

V. Regel y wegens de EY («ƒ EI). 

Zo EG op D of L of N komt te ftuiten doet de Tong- 
rolling {Euphontd) dikwijls EG in E Y of EI verwilTelen: als. 



Brein, cerebrum^ Sax: C$? Sic: bjegttt/ 

A-S, ftjoegen/ ftiejen/ Injagen/ cn-e- 

brum. 
Dweil , penicuïus \ voor ^ Dwegel , 
fDwEGLE., t^WELEj vrfDwcgcn, 
IIL CL: abjiergere\ w: v: Gedwogcn, 

lotus ^^ zoookM-Gjtötoaöan/tötooö/ 

tÖtoaÖan^/ III. CL: lavare-, & AS, 

tus ; & thVnceafe / ablutio : ondertuf^ 
fchen v: Dweil komt Dweilen I. CL: 
mundare ^peniculo% zie de IL Regel. 

-f-KEiLE, Keye, Jilex\ voor f Kegel, 
+ Keglc : w: v: Keilen L CL: epoftra^ 
cifmum agere , lamellis aquas quatere: 
w: t: ook Keizel- Ilcén , minima JtU^ ^ 
ces % zie ook Keilen bij de II. Re- 
gel. 

LrBiDE , ponebat % Sc Leiden, ponebanty 
voor Legde en Legden, Pr<f /f r; v: Leg- 
gen, f onere. 

Meid^ voor fMeged, Maged, zie bij 
de VUL Rceel. 

Peil, penfum^ %olis\ voorV^gA ^ ftatuta^ 
. menara j w: v: Peilen , metiri aquas 
bobde t^c. } zie bij de II. RegeL 

•Pleiten, voor ons oude en nu nog Gel- 
derfche Plcgten, üt es agere. 

Rein, Fhndri Sic: & Frifi voor Regea 



Pluvta > en Reincn , voor Regenen ^ 
pluere: zoo mede Angl: ïMXi/'pluvia. 
Hier toe komt niet vreemd ons Rpin, 
Reinig , purus , mundus 5 w: v: ons 
Reinigen I. CL: mundare , purgare*^ 
bij de II. Regel. 

Reinsborg voor Regensborg , Regina^ 
burgum \ urbs Germ: ad Danub: fluvx 
dog ons Rynsborg , Rbenobtirgum ,^« 
gus Holland: prope Lugd: Bat: 

Steil , accüvis , praceps •, voor -f Stcgcl , vr 
Stijgen, Steeg, geftegen , afcendere^ 
w: v: *fSteilen, elevare ^ crigerei 2de 
de II. Regel. 

Zeide , dicebat ; enZsiDEN , dicebant ^ voor 
2^gde en Zegden 5 Pneter: v: Zeg- 
gen, dicere. 

Zeil, oul: -f* Zegel, velum i vrrv: Zei- 
len L CL: velificare j en w: t: ons: 
Rae-zeil, majus navis velum -y en 2^il« 
boom, Zeil-ftang, en 2^il-ftcén ; zie* 
bij de IL Regel. 

Zeine , voor Zegene , Zecgne, Zegen*. 
fagena. 

Zeimen Flandr: voor Zegenen ^erèprecan^ 

Aldus ook de verdere diergelijken j be- 
nefïèns derzelver Compqftta 3c Z>rri* 
vativa. 



FI. Regel i wegens d9EY(of EI ), 

De BsAsLctd-iermiftat/eft f welke in '^t FranfcE op at ofee 
of é de Stem-kragt ( emphafn ) laten vallen , en de Baftaerd- 
woorden op aï accenterende , veranderen bij ons op EY o£ 

Bb 5 Eli 



1^8 K E G E L E N V A N D E BS^lagi N*. j. 

f^L Regel i wegens de EY {of EI). 

EI ,• gelijk ook de Latijnfche tert^inaüe in tas (waer voor 
"de Franfen té hebben) bij ons in Teit verwifTelt. Onder 't 
eerfte betrekken wij ook de Franfche Terminatie ée door de 
Walen , Vlamingen , of Brabanders agter Duitfche woorden 
gevoegt , en ons mede gedeelt met EY of EL 



ARMBYB-f , nu Armeb, Gaïh Armee, 
CicoREYE (ay) Gall: cicarée. 

"CoNTERFEiT , Galli coHtrefatt j w: v; 
Conterfeitcn L CL:^j^^/iare, a£imlare. 

CoNTREYEy Galh contféc. 

CuREYE., Gall: curie. 

Deik, Gall: Dain. 

Digniteit, dignitas^ Gaü: dignité: dus 
ook Majejleit , graviteit , perplexiteit , 
fqualiteit , en verder alle diergelijken, 
als boven in de Regel vermeld, 

Domeins / dominie , Dominium ^ Gall: 
Domaine. 

Fontei NE, Gall: Fontaine. 

FoRNEis, Gall: Fornaife. 

FüSTEiN, Gall: fu/laine. 

FüZE YE , Gall: fufie. 

Gbleyb, Jblbyb, Zjelei, Gall: gelee. 

Grein , Gall: grein. 

Kapitein, Galh Capitaine. 

Kassbyb, Gall: chaujfée.^ 

Kastellein, Gaü: cbattelain. 

Kerwbybn I. CL: infcindere\ v: Kcr- 
wcije, JVdll: kervée^ incifurai v: ons 
Kerven, in/eindere. 

Kladdeybn I. CL: diJjUpare maculandoi 
van 't Wall: Claddée ^ feemina fordida i 
ontleent van ons Kladden, maculare. 

Klappeybn L CL: fakulari iff/iar 
mulierum^ v:Klappeye, garrula^ Wal- 
lonfch clappée^ ontleent van ons Klap- 
pen, garrire. 

Laveybn L CL: vagari otios^i van *t 
Wall: lavée^ muiier ignava. 

LïVREYB, Gall: livrée. 

Lakkei, Gall: laquai. 

Ma- 



Majoleine , Magcleine , Margeleine, 

Gall: Majalaine. 
Massepein, Gall:' majfepain. 
Mei, Mai, Majusmenfis^ GaU:maiyw: 

t: Meiboom, Mei-doome, oxyacantba^ 
menfe majo fpe^atijfimi florefcens % en 

w: t: niooglijk oók Zig Vcrmeyen 
I. CL: apricari > zie bij de IL R^: 

en zie ook Mei bij de Befluit-lijft^ 
Meybr, Gall: Madrei v: 't L^t: Major. 
Paleis, Gall: Palais. 
Paveyen, Plaveyen L CL: favimen- 

tare^ Gall: paver-y v: Paveyc, Plavc^e^ 

Gall: pavi^ pavêe\ w: t: ons P^veifel, 

Plaveifcl, pavimentum. 
Pasteye, Gaü: pafte ^ patê. 
Peis, pax^ Gall: paix; hier van Vcrpei- 

zen I. CL: reconciliare , Gall: appai^ 

fer. 
Pbistbren L CL: Gall: paiftre ^ repaif- 

tre. 
Vleii^ y planum ^ Galhplain. 
Pleiten , Pleideren f « Pleycren -(" > I- CL: 

Gall: Plaidoier jr v: Pleit , //ƒ , judicium , 

Gall: plaid : dog hier van zie ook bij de 

V. Regel. 
PoMEYE, Pommeye, Gall: pommie. 
PuRREYs , Porrcye , Flandr: jusy five 

eremor piforum^ Galf: puree. 
PoRCELEiN I portulaca \ quin etiam va/k 

murrbina , . vafa Indica , Gaü: porce* 

laine. 
Rammbybn L CL: arietare , 6f veOi^ 

bus munire ; V: Rammeye , aries , veSis i 

Wall:/?^m»/f, ontleent van ons Ram , 

aries j veHis. 

Rb. 



* wt- 



Mijlagi N*. 3. GEMEENLANDSE DIALECT, ip9 

FL Regeld wgem ie EY {of EI). 

Vbspbreybn L CL: merendam fumerey 
V: Vcfpercyc, merenda ^ antecomiumy 
van 't Franfchc Vtfyrie. 



RBFRBIK9 n)erjus^ üaü: refrainy w: v: 

Re&cbcn L CL: reftm verfus* 
RoTTBYBN L CL- amcurfare^ v: Rot- 

teye , tumultus % WallonU:h Rottéi \ ontr Vilb i n , Gall: vüain. 

leent yui ons Rot ^ turma^ gren bomt^- 

num. 
SiSBiNB ) GaJl: fikain. 
ScHRiVEiH, GaUi ecrivam. 
Tbbin, 6i9//:/rai;»^w:t:TreinercnLCL: 

Galk traiiter. 



En wijders derzdver Compofita en 7?^- 
rivasiva. 



NB. Van deze Regd is uitge^ondert^^ 
DoZYNy GaüidouzMm. 



VIL Regel i wegem de Y. 

De Baftaerd-Woordcn , of Bafterd-gelij kende , die in dc' 
Oude of OorfpronkeUjke Tael op I den nadruk hebben^ 
vind men bij ons wel met Y , maer niet met EY- Hier toe 
betrekken wij ook de Eigen-namen , en andere ^ die in 't: 
Latijn (fchoon in de Middel-Eeuwen of later eerft opgeko^ 
men) bekent zijn geworden met I of Y. 



fAcFTN ntt Alfen, Jlbinima^ 

fAMYE^ amicaj Gall: amie* 

Antyk, anUquu$* 

Armezyn, pannus fericus ^ ormuzinus. 

Armynb, Érmijne, Hcrmijne, mus ar-> 
menius 1 en Armijnen , pelüs a^in^y 
vulgo jlrmeUna^ Gall: herminc.- 

ARTYKBi", morbus articularif. 

Aktyki&i^ ^ articulusj Gall. arficle. 

Begynb» virgo vefialiSy v$i^è beguimfi 

BaldewyN) Baldumus. 

Bandyt, Ital: Bandita^ 

BybbL) BiUia. 

"^ C AMYN , caminus. 

Cappblyne, Gall: capelim. 

Carlynb, vtéJgh cartina^ Galk carlint, 

Carbynb^ Canibijne^ GaJl: carabine j en 
Carabyn, eques expeditus ^ Gall: carabiny 
w: v: Carabijnen, I. CL: Préedari. 

Ca&mozyN) Kiermezijn, viftis purpurea^ 

vulg^ 



vulgb carmefinum^ Gall; cramoijfh 

Cas^ynB) Gall: cbaffis. 

CHiRuRGYN, Galk cbirurgiené 

CoKETRYs, Jngk Cocatrice, 

CoLYK, coJica. 

Clbmyn-Stéén, Kalmyn-StebN) lé^ 
pis calaminaris ^ Gall: calamine^ 

CoMYN, Gall:coPttn. 

CoNFYT) Confituer^ Gall: confity c^nfi-^ 
tures\ w: v: Confytcn,. L CL; confire^, 
GaU. 

Gyfbr, numerus jfritbmeticut^ vulgo ci^ 
fra^ zipbera} & zepbyra Hebr: nume* 
rus > h: v: ons Cijferen , computare y 
8c Cijfifer-fchrift , literit Jecretiores per 
notas occultas vei mimerarias /criptse i en* 
Cijfer 9 prapriorum nomim^m prim^ li^ 
tera ab utroque latere interfe context 
tée. 

DylE) Dilia^ Fl: Brab4 



zoo 



RE G EL E N VA N D EJ 



BiJUge N^. j; 



FIL Regeh, 

itvN , Gatt: fin j w: v: ons Vcrfynen, 

I. CL: zie de II. RegcU 
Flüwyne^ +Fouwijne, GaU: fouine^ 

Latin: mufida damejUca^ vulgo fouina. 
Gardyn, Gordijn 9 cartina. 
Gyl, cbylus'^ w: v: Gijlen I. CL: cby^ 

lum emittere-y zie bij de ILReg. 
Gysbert, Gys, Gifobertus. 
Heremyt^ Eremita. 
HfiRPTEN, Harpijen, HdrfyU. . 
Htsop, YsoPy Éyffopum. 
Jasmtn, Gallijafmyn. 
Javeltn, GaU: Jav9Üne. 
YpERBN, Ipera^ app: Flandru 
YssEL , Ifala , fii Germ: in/er. 
Karptb , Gall: cbarfie. 
KoNTN, cwüculusj Galhconin^ hoewel 't 

FraaTche van 't onze Ichijnt ge(pr^- . 

ton. 
LbvtN) Levinus. 
Ltplamd, Uvonia. 
•f Ltn, linuftty GaU: lin^ w: v: Lijden,^ 

Linnen, Lijnden, Linden, Unteus^ 6f 

linteum > en Lijn-waad , Unteum^ fin^ 

dony en Lijn , ƒ iir;»/V tortus^ Hehium. 
Ltne , Ltnib , Linie , Uma % w: v: 

Lijn, Lyniad, Liniael, reguhy amuf" 

fis; w: v: Lijnen I. CL: Uffeas du^ 

cere. 
Ltm, limus^ argitta^ 6? ir: vifcu5\ w:v: 

Lijmen I. CL: zie bij de II. Reg. 
LuPTN, Lupinus. 
Medictn, Medicina. 
Magaztn, Gall: Magazin. 
Mylb, Mitliarium^ Gall: mik. 
Myne, Beig-mijne, /<?<//;!W, Gall: minei 
Mynbn , Gebaerden , geftus , Gall: mi- 
nes. 
M ytb , acarus , Gall: mife ; 6? <>Mi vilif' 

finri genus ^ vulgo mita. 
Myter, Miira^ vulgo 5 GaU: miirei^: 

v: Mijteren L CL: ifrnare mitra 5 zo 
't fchijnt, van Mij te, firües in ahum 

M^ta'f zie bij de IL Regel, 

Mo- 



ivegens de Y. 

MoTYP, Galhmotif. 

MusYK, Muficas GaU: Mufique. 

Nyl, Nüus.GalkNil. 

Olyve, Oliva. 

Onykbl, ênyebium^ GaU: émele. 

Paradys, Paradifus. 

Parys , <iaU: Paris. 

Patrys , Pardrijs , GMi Perdrix^ 

Perdix. 
Parvys, GaU: paruis. 
Pelbryn, GaU: Pelerin. 
Pbrykbc, Periculum. 
PiPYtij Pipinus.' 
PoLYT, PoLYST, Galhpotite^ poUfte^yn 

v: Polijften L CL: Gall poUr. 
Practizyn , Gall: praticien. 
Profyt, GaU: profii. 
Pr Ys , pretium , GaU: pris. 
Prys, prada^ Gall:prife. 
VyUj /agitta^ pila. 
Pyler, Pyl abr , /i/{f , GaU:pilier. 
Pyn-bóóm , Pinus | w: v: Pijn-appd, 

nux pinea. 
S^ Qü I MT YN , fanum ^intini , opp: GaU: 

Belg. 
QüiRYN, ^irinus. 
Razyn, Rozyn, Galhraifin. 
Rbspyt, GaU: re/pit. 
Retor YKB , GaU: Retifri^ue. 
Ros-MARYN, Rofinarinus. 
RoBYN, Robijn, GaU: RuUs. 
Ryga, Riga, Rige, Riea^ oppi Lhih- 

niét. 
Rys, mfii\ Gall: ris. 
Ryssbl, InfuU^ vulgo Lila ^ opp: GaB: 

Fland: 
i'RYSTE, Riste, Refiis^ Racemus. 
Sarasyn, SaracenuSy GaU: fairaden. 
Sardyn, GaU: Sardine^ Lzt: Sarda* 
Satyn., Gall: Satin. 
Sausyze, ificium^ vulgo falfifium ^ GaU: 

/audfe. 
ScHRYNB, fcrmium; w: v: Schrijn- wer- 
ker , firiniarius. 

^ Sylb, 



Jy/^ No. r- GEMEEN LA ND SE DIALECT. 

VIL Regel\ 'Mgens de Y. 
5rL£, fSiLLB) en Ztle, inale y aqua- 



lot 



lium\ waer toe vele plaetsjes van uit- 
watering in Vriefland &c. met Stc 
eindigende, als Blokfyl, Delflyl &c. 

S0DOWTT5 Sodomita. 

SopHYE, Sophia. 

S?YKEj /pka nardii w:t: Spijk-olic, ^- 
Uum ex foliis Spicis Nardi\ zie verder 
Spyen, Spyken I. CL: bij de II. Re- 
gel 

Stetynbr-land, ierritmum Stetinenfe. 

Stvl , ftilus \ pila; 6? fcribendi forma % 
w: tr ook Deur-ftijl , pojtica. 

SuBTYL*, Galhfubtil. 

SüBYT, Galh fibit. 

Tamboryn, Gall: Tambourin. 

Tapyt, Gall: Tapit. 

Tarryn- VOGEL, Gall: Tarin. 

Terbentyn , Terpentyn , en Ter- 
mentyn, Terebintinus. 

Term\n, Gall: terfnin. 

Trafyk, GaU: trafic. 

TuRYN, T^urinum^ opp: Sabaudise. 

Tyber, Ttberisy Fl: ItaL 

Tygbr, Ttgris. 

Tym, Thijm, tbymuSy Gall: tim. 

fTYNE, nuTonne, Tobbe, tina^GaU: 
tiM'j w; t: Tijn*bóóm, veSis^ vulgo 



TtnaU'j waer meê de tonnen gedragen 
worden. 

Valencyn, Gdlh Vakncin. 

Venyn, Fenyn, venenum^ Gall: vemn. 

St. Vyt, viti fanum^ in Luxemb: ö* in 
Nmcis. 

Vermalbdyoen , L CL: MaUdicere^ 
GaU: Maudire^ en Lat: MaledtEtum^ 
Gall: Maudit. 

y YGE , ficus , Gall: figue^ 

Vyver, vivarium y Galhvivier. 

Wynand, Winandus^q:d:JmansiArSy 
tDine/ dileSusi Yü: \nmt/ amcus. 

Wyn, vinumi w: t: Wijn-daede, dac^- 
tylus recens ', en Wijnig, Wijn-achtig, 
vinofus; A-S, toinïic. 

Wyk, vicusy regio y urbis iraSus^ (^ju* 
risdiSio > w: t: Wiik-mééfter, tribu^ 
nus , magifter vici : noewel ons Wijk 
ook gevoeglijk kan afgeleid worden 
van ons Wijken II. CL: cedere^ rece^^ 
der e \ zie bij de I. Regel 1 h: t: ook 
alle de namen van plaetfèn met Wijk 
uitgaende, als Beverwijk, enz« 

Zyle, zie Syle hier voor. 

En dus andere diergelijken % als mede de 
Compojita & Derivdtiva. 



Vllh Regel; wegem de EY en Y. 

Behalven de reeds gemelde bij 't Lijftje van Vergelijking 
en bij de voorgaende VII. Regelen , kunnen de volgende 
Woorden ij der onder zijne eigene Lijft haer licht en bevefti- 
ging ontleencn uit de Oudheid, en voorn aemlijk uit het An- 
gel-Saxifch , vermits daer van eengroot Woordenboek is j alles 
volgens de voorgenoemde Dialeaf- Regel y naemlijk tegen on- 
ze EY (of EI) in 't Angel-Sax: iE-of Aj en tegen onze Y, 
in 't Angel-Sax: I , of ook EO. Zijnde dit Angel-Saxifch 

Cc ge- 



iQg REOELENVANDE Bvb^t N«. ). 

f^IlL Regel} wegens de EY en Y* 

getrokken uit het l^ocabularium An^faxomcum , Tb-. Beuf: 
waer bij op te merken valt, dat te mets twecderhande Z)w- 
le£i zig op doet, ter oorzake zulke Woordeboeken niet vrij 
konnen zijn van Woorden , getrokken uit Schrijvers , die 
niet zeer naeukeurig waren , of die geichreven hebben ,' /è- 
dert het verval van 't Angel-Saxifch , toen de Noormannen 
in Engeland meefter wierden. 

. fTegens de EY («ƒ EI). Wegtm ie Y. 

A. A. 

B. B. 
Bbtb, Bezie, Bés, jScinus; A'S, ll(g; By, apud\ A-S, Irf. 

h: t: ons Acrd-bcyen, fragum\ en do- Bye, apei\ A-S, 6(0. 

rcn-beziën , Knus-bcyen , Krocs-be- Bl y , Lóót , Pluntbum j w: t: f BKj-va- 

Tïén, ttVét cri/pa. . ge, rigt-lóót , amuffs\ & Blij-wit, 

Bbyeren, Bavariai A-S, S^Otgeta^ & Lóóty^it, eerufai lil: 6Ip/ fluwbum. 

SÖCtgÖt-ttaw/ Bavari. 
tBBiR (Èéyurfus, aptr\ A-S, liat/ 

Beitel, cuneus^ cahn ^ fcalprumi A-S, 

ïioetan/ /wr<»r^ . . 

Boekweit , fagotriticum > zic Weitc, 
A-S, pöOftte/ Ö^ÏCït/ frumentum tri- 
ticum , bij de Lijft van Vergelijking > " 
:üs mede verder bij deze Regel: h; t; 
ook ons -t^Weitcn-bróód, fanis triti' 

'eeus. 
Brein , ook f Brijnc , cerebrum i A-S , 

fijowm / ftjejm / blagen/ cirebrumi 

en A-S, Bjegeatt/ terrere\ Zie ook de 

V. Regel C 

D D. 

fÖY , fu, SctiH, Sc Ui A-s, tö»/ 
/« s v; c: ons fDvNE) /mm > A-S» 

Dye , Vm«rj A-S, t^O / t&ioj^/ ^ 
tÖCJÖ. 
E. E- 

Ey » •w«» A'S, «0/ w: t: om Tas- • 

-eye, "^> 



V 



JUMflfJ^.h GEMERNLANDSE DIALECT, 



ftot 



FIIl Rfiel 



mgens d€ EY (^ EI), 

-cyc, maretumj übum $m p^mis ^ fyris^ 
berbis^ Of avis confeStum. 

Eik, (eé) qumns^ A-S, «/ w; t; ons 
Eüc-lóóf, Ey-lóóf, hedera% enz: zie de 
VII. Reg: wc^. de Éé , Wj Ëcke. 

Eiland, InfuUi oul: fEu» fEijIc, 
A-S, «oe. 

F. 
G. 

Gbleizer, kalant, commercmm exercens % 
cnGclcizigt, affuetus^ en fGclcizen, 
"f Kalleizer , cmcuhims \ w: t: f Ge- 
Iciftcn , facere , présfiare\ A-S, gfïflfi 
flan/ impUre^ perfolvere. 

Gbite, r^/r^ij A-S, B«te/ gate. 

tl. 

Heide, Hbye, ericetum^ M-G, ftaf^ 
tida/ A-S, gflttö/ F-TH, gepti/ zie 
ook de Lijft van Vergelijking. 

HiiKE, Fland: Toga^ A-S, &«fife/ Ö«s 
da/ paUium. 

Hbie., ^i^^j^J^^y ÖCtttlttffe/ ^^ii^^« 



K. 



Kleye, Klbt, argiUai A-S, tl«g. 
K2.BIN , parvusi A-S, dcm/ purusi en 

ons Kleiafen, A-S, cCoenfian / /wr^^a- 

r«| zie de II. Reg. 



fPegetu (U Y. 



P. 
G. 



Gt, r«s, nuncetiam tui hrSt^J V9S, 



MeQ), 



H. 

Ht, ilki A-S, 1^} w; t: ons fHyt- 
kcn , pattr v & ^r«j major ; £9* «k;» juy<e> 
libet ex mafculo genere. 

f H YNOB , nu Hinde , ceroa \ A-S , 



I. en Y. 
Y, Yb, 'tY, Ta , ftuv: Hollandia iiiyci. 
de van 't begin tot het einde Eb en 
en Vloet onderworpen. A-S, pti^a/ 
teftus marinus. 

Yp-bóóm , Ibbn-bóóm , Ibven*bóöm, 

taxus i A-S, Ito. 
fYoEC, Ylb, Igel en Egel, etbinusi 

A-S, ttï/ W/ & iï. 

K. 
KtN'BÓóm , Kien-bóóm , pinus\ tada i 
als harft uitbottende } van Kynen, 
Kienen , Kenen I. CL: gertftinare x 

A-S, cinan/ dittan/ biare. 

KYZBLrSTÉBN,Kezel-ftéén^;^x } A-S,df9? 
fiSXlIfahulumi ook bij ons Keizd-ftéén , 
zie op Keile, Keye, bij de V. Reg. 

tKLYTE , Klijtt, arffllai en fHyf- 

ter, gluten i colkn A-S, Cfiti^/ dps 

Cc * t^l 



X94 



REGELEN VAN DE 



Bijlagi N». j. 



FIIl Regel. 



fFegens óuze. EY (•ƒ EI). 



L. 



M. 
Meid, tMsGEDi tMAOBD, 6f contr: 
tMAtD, ancilla , puella; virg<n A-S, 

ni«bett/ m«0öcn/ mató, & maiös 

ben / WM , puella } w: t: ons Mcif- 
fen t , Meidfen t > en Mdsjc , paeüa , 

Mbin-ébd , perjurium\ A-S, tttont-dt^/ 

man-atj^/ f-TH, tmin-ett|^) v: ons 

f Mcin, Maïmy faljiu j A-S, ttUKtlf/ 
ffM/iy^} & man/ fadtm, fielus. 

N. 



O. 
P. 



^<g«»; </(f Y. 

rïja / plajh» , maïoffna. 
t Knyf , aUter^ gladius-, A-S, Otffj tic 

Knypem in de II. Rcg. 

L. 
Lyk-tbbken, eicatrixy vulneris perfima' 

ti fignum corpori inhttrens \ M-G , bt* 

Itd^/ A-S, ie(a/ m«</xV«j. 

M. ' 

My, mibiy & ffit^} v: t: Mijne, meun 

A-S, nrim. 



Rei 



•N. 

NtD-NAGBL, Ny^NAGEI-, DwaDg-IB- 

^cl, reduviai A-S, nptft/ W| moog- 
iijk vennits het op&hcurcn van 't vd 
aen de nagels zo fmotelijk is y dat 
men bij wijze van pijni^ng , de bc* 
kentenis van begane mifdaed ijmand 
daer door kan afdwingen. Zie ook 
Nijden I. CL: bij de IL Rcg: dog 
cigentlijkft behoort dit mijnes agtens, 
tot ons Benijden j zie verder in onze 
Proeven van Afleiding. 

O. 

P* 
fPïK, Piek, ba/la ^ A-S, pik/ aci- 

cula. 

Pype, Pyps, fifiula^ tuius*^ A-S , IKf/tl 

fifiulay w: t: ons Pijper, A-S, ptpete/ 

fiftuïator j en on^ j Pijpen - L CL: //- 

bits canere 5 en Pijpe ttellen , circum- 

curfitare^ (S perfanare ^ faltando ^ cfneih 

do , refque obvias iwuadendo > en wijdos 

Armpijp, pecbus^ uïna^ radius kacbii% 

en Rietpijp, canna^ buxus. 

: • Pynt, 



tfflagtN^.i, GEMBENLANDSE DIALECT. lOf 

P-Jlll Reg«l 
fTegm de'EaY (of EI). ff^^gens de Y. 

Ptht, PiMTE, A-8, jppnt/««^4e^#- 

nas, w&igq finta, 

R- . R. 

Reiger, Ardea^ A-S, fprawra. R»», ^f»f , Fi- A-S, titi / rilW/ 

Reinette, barbicafrs\ A-S, tatt/ «- «ffti» ^„,^'^ .'> ^^' ) ^- *• °"» 

^« i & raï»a/ «/ww/^ff » & roje/ «- Rijnfchc Wim, ^««w rhemnumi w: 

S^^^ . v: Rkjmch , Rinlch , Juhaetdus j ca 

Reipei. , ligamentum j w: v: Agtcr-rei- Rijnfchburg, Rhemburgum^ pag: OM: 

pel , foftikna j en Voor-rcipcl , ««///*- 

nai A-S, r<epan/ vincire i zie ook 

Réé^ (ei) bij de VII. Regel weg: 

de eé. 

S. S. 

Stein (éé) , üi^^; A-S,(la«/-.(lceïi/ Slye, Zedt, ookfSLEYE, //wa; A-S, 

£>^5 } zie verder ons Stéén bij de ' flttO* 

Lijft van Vergelijking; h: t: behooren f Styp-gat , Broei-neft , loculametttum 

alle de namen van tPlaetfên op StciA avatmi A-S, iiipttt/ fukimen. 

uitgaendc, als Tfel-ftein^ enz. ^Stye, Zwijn-ftije, bara , porcile } A-S , 

flMal item. 

Tyte, Tytken, pullus gaUinaceus ^ vul- 
go 7i/^, TiV^Xi A-S,tptt/ txmiubery 
fMmma^ pulticula. 
V. ^ V. 

•j-Vey, /%»^r; Vigens\ A-S, fKgett/ t^ERZYK, periculumj quafi^ cadens in 
Uetus. lacunami w: v: i* Vcrzijkelijk, fcricu^ 

lo/usi A-S, ftc/ lacuna. 
W. W. 

Wey , Mclk-wcy, /erum laSlis y A-S, Wy, nos^ M-G,toei§t/ YflrWer/ A-S^ 
, |^lUff0/ ][|b)cege. ÜJe/ zie ook ons Lijftje van Vergclij- 

Wbinig (éé) paucus y A-S, tDatlian/ king. 
Jecre/cerej rntnuii zie ook f Wcenigbij f Wyck ,' prétUum \ A-S, tiji0/ tOiï|/ 
de VII. Reg: weg: de éé. helium \ & töiga/ her os \ AL: tolBf/ 

Wbitb, triticum-^ M-G , j^toaitet / A-S, praelium ^ en M-G , tUtgatl/ bellum 

ïjtocct/ ötoflrtte/ AL: ötoeijje/ todt- ij^^r^. 

fe; w: t: ons Wcitcn, triticeu5\ A-S, Wysel, vijfuh , /7/w; Borujfi^e*^ A-S, 

j^t»«tene : zie ook ons Lijftje van Ver- tiïlfle. 

gelijking. 

Z. Z. 

"f Zbidb , nu Snaer , cborda , nefvus \ A-S, Z yde , Zijc , Zij , fericum , vtilgo fefa , 

faO / faöe/ üif^mj & featga, /«»^i- /^^^j A-S, fili/.fïöei w: t: ons Zij- 

^k//!(^> Cc 3 den. 



lotf R B O E t ïi Nf V A N D R ^A^N^ ji 

Wffm i(f EY (ö/ EI). Weim de Y. . 

^^&M3 w: t: bus tZcïdeii*fpcl,>fc/, den, Zijdcnc, A-S, fSitazI fericm. 

lyra i eertijds ook Zijte , ca 2^jten- Zyde, 2^je, 2Ïij, latus^ pa^nay (^olit» 

fpcl. /r; r^^iK^, /im/M ; A-S , fUl / fltie/ Ai- 

Zeissen, tZeifTel^en fZeine, fecula^ tus i w: t: ons Bezijden , ter zijde, 

A-S, fxjf / & f«r/ tr«//er, & fccgetie/ >Atf^, ^^^ ^WJfMi. en Ter wjdc siUeeo, 

fo;C0/ gladMu5\ & firfijt/ cuUer^gla- Aen een tijde j Ji^fum. 

dius. t^YD' ook -j^Zcul, /u;/4«i A*S, fi^/ 

tZwBiDELBR, Knapzak, mamica^ via- & fltj^att/ vi^^ s & Ot|ce fj^/ 

toribw inufui A-S, f\D<Kt|)/ vefiigimny . ^;to tempon. 

femita, & ftoOftP/ /^y^/^. 

Voorts d^rselvec Ctm^fitê en DiriM- 

Voorts derzclver Compofiu en Deriva^ tiva. 

tiva. 

BefluH'Lijfien i wegens de 'EY j, en Y. 

De Overigen , welke te weinig zijn om onder Regelen 
of Waernemingen te verdeelen, zullen we hier onder , y- 
der in zijne Lijfte^ befluiten. 



If^egens de EY {of EI). IFegm de Y. • 

' A. A^ 

Aksleye, jfquihgiaj Ital: JquiUia^ Accys , Accijns, Ciim , Cijs, cenfus^ 

accenfus^ w: v: Vercijnzen I. CL; 
eenfum folvere. 
B. B. 

Balleis, carbtinculus candidus. ^Blye, trutim ^ fiattra ^ haïüfta. 

Beyabrd, Beyerd, Baeyerd, chaos. Bryne, Zout-brijne, Pekel, nmria^ 
Beyaerd, badius color^ tBRYKB» Brikke, loter. 

Beyaekj} ^ frequentatnentum tintinnoJndo" 

rumi w; v; Beijaerden I. CL: modu* 

lari tintinnabulis . 
Bleye, alburnus^ pifciculus^ Angl: IblcpC- 
Blei NE, puftula\ Angt: blapiU. 
Breissem, 7^)»^ ïetbaüs^ 
Brei NE, Brenmay oppid: Hanmn: do] 

Brein , cercbrum s zie bij de VIII 

Reg. 



SsJbiiN^.t. G£M£ENLANDS£ DIALECT. 



107 



BeJbdt'lMften. 



fFegem it ^Y (t/Y). 

C. 

CoNDBiT , Cottdetum , opp: . Hannon: 
CuRBiT, Curatus. 

D. 
Deinzb, Deinza^ dotffa^ opp: Fland. 
Dein, eucïioy homo avarus^ Jordidus% w: 

v: Dcin-agtig , avarus , jfbrdidus. 
Dein Fiand: Korenbijter, dardanarius^ 
DeiningE) fiuSlus decutnanus i 6f tumu^ 

lus arenarius. 

E. 
Et! ecce! prob! en Ei- lieve, /J^ifj. 
Eye, Sicamkr.j foceri & Eidom, gener. 
Ei F F e L , Rigodulus , valïis prope Confiuenti 

in Germ. 
EiGSTAD, Aureatum^ opp: Germ. 
EiL-BOT, Heil-bot {iè) poffer pifcis. 

F. 

'\FK^is%iLt,^ Jpuma letbalis^ 

G. 



Wegens de Y. 

C. 

Cys, Cynze, zie AccijSr 
Cyskbn, Cijsje, Sijskoi, acênfbis. 

D. 
DozYN , numerus duodenariuSj Galh dou* 

zaine. 
f Dyssel, Dissel, Temo. 



E. 



F, 



fGEZWEYE, ook tGezwije, gïos^ &? +Ge$my$, Sax: infeSa^ orum. 



nurus. 



+ Gygb, cbelis^ 



St: Gislein, GuvKiv^fanum GiJIeni^ -fOKYMBLy fuJigp^ 

opp: Hannon^ 
Gleyb, GiAJYEyftramen arundinaceum. 
Glbye , terra figuUna fcintittans % zie 

Gleifên bij de II. Reg* 

H. 
Heidelbbrg, Heidelhergaj opp: Germ. 



H. 



Hytkbh , Flandr: , menfura aridée ge^ 
Heigdb Fland: ^ bij ons Egjge, rajirum. n^/. 

Heil-bot, éélbot, zie Eil*bot« 

Heil, In^avium. 

"^Heil-ower, ciconia. 

Heinse , Einse, Hei se, anfa\ w: t: 

Heins-koif , corbis anfata^ 

l. 

JoRNEYE, ySrgi^Mr, tunica militaris j wlgb Yp, Iep, Ypen*b6óin, uJmus^ 

Giornea. 

K. 

Karsbye (ae) panni genus^ 

Kbrweyb , zie Wcye, 

Kléérschapprey (ae) vejiiarium. 

Kreits, 



I. 



K, 



KameRsyb, Cameracejium^ opp. 
Ka SS YE, viafiratay w:v:KaflyenIXL: 
fternere lapidibus. 

Klye,^ 



loS 



HEGELEN VAN DE 



BijJagê N«. J. 



BBjluitrLijJlcn. 



IVegtm de EY {of EI). 

Kreits , Krcit f , en Krijt f , circus , tf^o/>. 

L. 
Lampreye, Lampreta^ Gall: Lamproie. 
JLauweit , preludium ^ ludus ntatutims*, 
w: v: Lauwciten I. CL: gefticulariy 
GaU\ jouer Paubade. 
Leidb, Leye, Schalie, ïamina ^ 6f tf- 
qfue duUusy aquagium^^ behoorendc tot 
Leiden I. CL: ducere\ bij de IL Rcg. . 
Leiden, Lugdunum Batavorum. 
Leye, Legiay flu: Flandr. 

M. 
Mazeik, Mafacium. 
Mey, MnyB^amusfrondofuSy frons fefia: w: 
•v: Meijen l. CL: defeHis ramis ornare \ ca 
dicrgelijk ons Spelc-mcijenjZig vermeijen 
I. CL: apricari y aperto ccslo fpatiari ^ 
vernifquè obleStationibus uti; hoewel dit 
ook op Mei , Majus , kan zien. Wij- 
ders hier toe ons Berken-mei , ramus 
betulaceusy five faginus\ w: v: Berkcn- 
mcijer, poculum faginum % tn\hxnmt\]c y 
obex y veSlis , clatbrm j v: f Hamc, Ham , 
- poplesy of Hamt, feptumy en Meije, 
ramus defeHusi en tr: Hammeije, w- 
culus 5 als onder eene koppeling van 
geboomte betrokken , of met ee- 
ne Hamme afgefloten : dus ook 
Olm^meije, Olraeije , Almdic, cla- 
tbrus , v: Olm , ultnus : als mede Kam- 
meije, Kameije, Balken- vlot ^r^j/iVy^tf- 
dia 5 als Kamsgewijze door groote tak- 
ken bij een vcrknogt. 
Mein, Menusj Fl: Germ. 
tMfiiN, ftuifmecl, pollen^ 
Meinard, Meindcrt, Meinardus. 
-j-Meinkel, mutfus. 
Meissen, Mifnia. 

N. 
Nerein, en Norein, Noreus. 

O. 
Omeisse, Sicambiy formica. 

Pa- 



Wegens de Y* 
Klye , ook Kley j furfur , acus^ paka. 

JU. 

Lynen, Rics, viburnum^ genus fruticis^ 
lentum imprimis (^ ftexibile i w: t: 
Lijns, Lijnze^Lins, kntis^ knisj mi' 
tis. 

L YST , lymbusy margo tabula , norma yferies^ 
catalogus y elenchusy w: v: Lijften, Be- 
lij ften ) ïymbo circumducere 5 zie bij de 
II. Reg. 

Lyster, turdus^ 

M. 



N. 
O. 



Py- 



BiM9 N". 3. GEMEENLANDSE DIALECT. to> 

Befltat'-Lgfim. 

fFege»s de EY (^ EI). fFegens d$ Y. 

P. P. 

Palbtb , PoLBT» , Plbtb , tTocbUa , Ptsbi», Fri/i CuUna. 

climax^ trocbita erucuU/iüs. ^ Pladots, poffer, fifiis. 

PbrwbUs, Pervefia regfo, (^ papu Brak Prtb, cadaver. 

GaU: 
Plbits, navis ebh%a 6f plana. 

POLB'YB, pttlegium. 

Poa&BYB, V%x.\ZiPorrim,GaU:poiirtM. 

QuiNTYNB, Dracbma. 

R. R. 

Reims, Duroeatfarum y urhi in GaUi Belg. Ryster, Ploqgfchuerder , ruVai ook 
Reinic^i , Regnerus. Rbistbr. 

Reinkbn, viupis. 
Reis, éequus^ planusj folum. 

S. S. 

Sc& Ah,M^Y^yti6ia^mplexyGaU:cbaIum0au. Schaverdyneh ^ Schüivbrdtnbm i 
ScHARLBii borminum fativum ^ falvia ro' fchaetièn, calopodia f errata, 
tnana^ y\Ago ScarleaiGerm:^i^d}Aos!^' Syskbn, Cyskbn, acantbis. 
Seinb, Sequana^ FJ: Gall. Spyb, Spie, clavus; zie Spyen bij de II» 

SiZKii4Kj quarta pars unci^. Rcg. 

SvBi'VoGEL,^ /annio, Svykrk j armamefaarium jfgricol^. 

Stbigbr-walD) jlbnoba^ mons Germ. '\ SvyLs^n ^ fiipites intergerini in alveariis» 
Steir, Gejidurum y opp: JuftrU. SPYNDEt» Spinde y prompfuarium. 

•fSxRYPE, SrtLEVE y ftria. 
T. T. 

TEILB9 ^fffa^ w: t: Vier-tcfle, ignitabu^ Tyke, Tyk, Beddc-tijk, oikitra. 

lam. Tryp, beteromallum. 

Tierbtein, DfBRETBiM 9 ^;^»^j //»^- "fTRYP , inteftinum ^ w: t: Trijp-zak,' 
laneus^ Trip*zak , Trijp-buik, venier ^ aid(y*^ 

Teis, Ttbifcus^ Fl: in Dacia. ' men infaturabile. 

+ TwYNT, nibilum. 
V. V. • 

Veil, H^dera^^ zie Veilen bij dcII.Reg. -j-Vylk, fa^itta acuminata\ dog Vijl,' 
VEiN-NOOT,Vei-noot,y5ri»/i/r/y: Veint, lima% ziebij de II. enVIII.R^. 

Fcint, rufticusy jwuenis. Vyt, Fyt, bulcus digitalis. 

Vi^jL\%suUy fpuma Utbalis. Vyve, Fy7e, Vyvek yverminatio^mcr*^ 

VoGELHEiN, mocrotalmiaiviscygnojimilis^ bus atdmalibus pericukfiffimus. 

"f ViscU'-'WYEK^ vivarium j pi/cina. 
t Vlymb , Vlibmb t > nu Fluimb ^fbleg", 
ma» 

3Vas&< Dd Wok»* 



REGELEN VAN DE 

Mtjltüt-Lijjien. 



Mijïait N». j, 



WTeim d» EY (o/ Et). 

W. 

Waerdbin, cu/loSyfrdtfe£lus,GalI:Gar- 
dien. 

Weide, Geweide, Weyb, exta^ a- 
«imalium vifiera j w: t: Weiden , Weyen, 
exenterart't zie bij de IL Rcg: alwacr 
ook Karweye, Korwcye, Hcrgcwcide. 

■f Weidel "YK, magmtij w: t: Weidfch, 
Zwierig, amiêtus' fafiofis vejiimentis. 

Weipe, cornus. 

"Ws-iTE-L., fiarabeus. 

Wbitok, graculus. 

Weid*kruid , Wcit-kruid , Wcite, Wei- 
de, Wécd, Weetc, ifatts. 



fTegtM it Y. 

W. 
WoisTYNE, ooktWoeftcinc, iefirtm. 
Wyde, WyEj faiix. 
WvB, Wywb, Wouwe, Kicken-w, 

milvus i dog -f Wye , facer ', 2ie bii 

Wijden I. CL:, bij de If. R^. 
Wyle, WiELB, vtf/wBj dog Wijle, w* 
• mettium,, zie bij WYi,BNbi]dc II.R^. 
Wyme , pumiïa jatix ^ £«? faiix vimmaiis; 

6f locus vitmnalis , (^ tranfenna vimsu. 
WYM-BRAEUWE,Wijn-biaeuwc,'Weiit- 

braeuwCf palpebra. 
Wvp, Wijpe, Wip, /<wf, 
Wytino, Witting, aJtUus moïUs. 



En de verdere Compejita en Derivatèva. En de verdere Compoftta en DerivatM^ 



REGE- 



jl^iHS«^"*)* OEMEENLAND8E DIALECT. t^^ 

REGELEN 

o F 

AENMERKINGEN 



/ / 



Wegens de EE en EE. 

NB. De Spelling te rekenen na den agtbaerften trant, ge- 
gelijk even voor 't Lijftje van Vergelijkinge 

p: i(Jy. vermeld ftaet. 

ƒ. Regel} wegens de E (o/EE). 

I ■ . 

IN 't algemeen is de lange accent-^ (of EE) bij de On- 
-eenparigvloeyende WerK-woorden t|ians niet anders als 
zagt , zo wel de Natuerlij ke die in Infintt: en verder 
zig opdoet, als de Ingelijfde die door verandering van Wor- 
t;el-Vocael inkomt: uitgezondert dat Scheeren en ZwEEREif, 
op beiderhande wijze met de zagte en harde lange EE ge- 
bruikt worden. 

Dog om dit wat meer in 't bijzonder in te zien, betrek 
ik zulks onder deze twee Hoofdwaernemingen op de Onge- 
lijk vloeyeade Verha, . 

I. HOOFD WAERNEMING. 

Wegens de Natxierlijlce E (of EE) in Infinit: welke altoos zagt komt, enge- 
volglijk ook zagt in 't Prof. Particip: en in 't Pfafens Indic: ^ Suhj: en in Im^ 
per at :^ want die, bencffcns hunne Afjgclcide benamingen, hebben bij ons dezelfde 
Focael als de Infinit: , uitgenomen bij Wezen ; c£t in 't Prafx Indic. &f Süb^ 
junSlivi van gedaentc verandert als ik Èék 8cc,, ik Zy enz. 

Dd z (L) Som* 



i» REGELENVANDE Bèjkge N*. j. 

ƒ. Regel ^ wegens de E (of EE). 

(D Sommigcö dezer Verba verliezen deze E (of EE) alleen in *t Pr^eterit: bh 

ferfi Indic: ö* Subj: Als 

Eten, eertijds ook wel fEBTEN, comedere^ dus ook A-S, crtatt &ftan; dog 
M-G, itan/ etan/ Yfl: eta$ AL; rjm/ ejjett. Ons Part: Prést\ was 
■f Ge-eten, is nu Gegeten, ^j^ hier van, ons Suhft. het Eten, cihm^ tf^ 
ca\ efus'y Na den Eten ^~ poft céenam^^el frandium. Ëteli]k, Eetbaer, eftd 
apfus ', Eter, efter; 5? fr: Eip ^ j>ardaMrius \ en tEet-mael, Et-mad, 
dies naturaüs 24 b&rarum , i^ prandio ad prandium , v^/ h c£na ad ctenam \ enz. 
Wijders hier toe ons Compofit: Vreten , als of 't ware Ver-eten , of over- 
matig Eten , vorare^y M-G. fretatl; A-S, ftOttan/ ftttaUs AL: fw^j 
w: v: ons Part: Prtet: is, Gevreten, voratusi enz. 

Geven, Dare^ préehere^ donare\ w: v: te Geef, dQnb\ Gever,^/örjenGevigf , 
dativus'y in Partic: Gegeven, datiis^ donatus', h: t: de Cómpof: Ymand Be- 
geven, deferere aïiquem\ zig Begeven, fe conferrey Een ampt Begeven, a/- 
dicere neunusi Vergeven, condonare^ 6? inficere venene •, en Vageefs, tVc^ 
gevens , ^»/fr<j > als qualijk g^even j en Vergevinjg, condonatio; Wijdos 
Voor-geven, Préttendere^ prabere^ Hier toe betrek ik ook ons Gevel, /tfjK- 
r/««r , & frontifpicium \ en Voor-Mvcl, fronfijfidum ', even als 't M-G, gt^ 
ma / faftigium s van 't M-G , gtuatt IIL CL: dare ; als vertoonende hoe 
't gebouw zig opdoet envooraeeft, enz. Voorts F-TH, gibatl/ gAan; 
A-S, Jjlfan/ flrfatl j Yfl: gefa/ dare ; zie bij ons Lijftje van Vergdij- 
kinge. 

Gewezen, yiiwftf , t^fanari^ oulinks t Nezbn , in P^rf/V: Genezen , y&M/w, 

M-G, gantfan/ aana^^/ ganifan^/ lll. CL: fanari; Jervari^ en 0ana# 

|an/ na^atl I. CL: ]ervare^ faivare^ & ya»^r#) & F-TH, gpmefail/ rw- 
jervare; h: v: Genees-drank , ^//^ medica*^ Geneeflijk, medicabilis ^ xa G> 
nees-héér, Genees-raed, medicus^ enz. 

Lezen. Colhgere\ Ö* ^f: ^^^^5 t^afi litteras colligeren juin etiam puhÜci doceUj 
profiteri^ w: v: Lezer, küor^ colleSor'^ ProfeJfor\ in Partic: Pr^t: Gele- 
zen, le^us i3c. , enz. , M-G, ïtfatt IIL CL: colli^erei Yfl: fefa/ legere -^ 
zie verder ons Lijftje van Vergelijkingen 

Meten, Metiriy en Gemeten, menfusi w: v: Meter, menfir^ M-G^ tttttatl/ 
tnetiri% en A-S, tttttatt/ metiri^ pingerei invemre^ h: t: ons Vermeten, ft* 
menfurare i en zig Vermeten , yf^i arrogare \ als of 't ware zig toemetcnj 
w: t: Vermeten, Vermetel, arrogans % en Vermeten-, Vermctel-heki, ar- 
rogantia. 

Treden, gradi , fuhigere^ calcare^ &? tr: contumelüs aliquem perfequi ^ AL: ttttSAf 
A-S, ttetkait/ gradi ^ pedibus preterere ^c.\ en bij ons Getreden, conad-' 
catus , Ö^f. , A-S, ttedeits h: t: ons Trede, bij inkort: Tred, en bij in- 
finelt: Tree , paffas , g^adus. 

Vergeten, oblivi/ciy A-S, fargttatt; en Vergeten, obJitus*, A-S, forgftm^ 
van ons i"GETEN IIL CL: obtinere ^ intelligere ^ cognofcere ^ A-S, getatl/ 
Sptatl/ obtinere^ confirmarel & {K0eten/ obtentus-y afiptan/ cognofiere^ & a^ 
gpten/ »0/<<x, an0ptan/ intelUgere\ fipttup^/ cognitio , acjuifttio : h: t: ons 

Vage* 



BijUigt N^^ GEMEENLANDSE DIALECT. £i} 

/• Regeh^ wegens tmze lat^e zagte E {of EE). 

Vcrgetig, Vcrgctcl, Vcrgctelijk, Vergctel-agtig , obliviofus'^ en Vcrgctcn- 
hcid, Vergctel-ncid^ en Vergctcniflc, oblivio. 

Weten, fcire % en Geweten, mtus-y M-G, en A-S, \xAtiiXil fcire\ h; t: ons 
^ Wcte , Weet \ , notificatie j dus de Weet doen , notificare j en Wetclóós , 
infcius i en Wetig \ , fciens , prndens , ingeniofus- % en Geweten , Medeweten , 
confcientia; en i" Ge wetig, confcius^ wijders. Wetens, ex induftria^ en Wc- 
tcnifre-f , cognitie 5 tr: Teftis^ teftimonium^ en Wetenfchap,yZ»>»//Vi j en Tc 
Weten, ww^^. 

Wezen, ejfe^ M-G, toifan/ ?^, exifiere^ manere-^ F-TH, tdefatl/ ?^, A-S, 
tDCfan / e£e ^ fieri ^ futurum e£e\ in /^r<f/: Partic: Geweest , oulinks Ge- 
wezen 1 M-G, tnetfiti^/ F-TH, gttoefan/ Gm»/ getiie^ / getoefl. Ons 

oude Pikf /: Particip: gebruiken .wij . nog als adjeS: dus Gewezene Raed , 
quondam Senatus conjfifltus. Tot ons Portie: Pr^f: behoort ons Wezcndhcid, 
ejfentia \ Wezendhjk , ejfentiatiter \ Wezendlijkheid, ejfentialitas \ van een 
jonggeboren kindje zegt men. Het ziet 'er Wezcndiijk uit, mtitiam préshet 
vultu. Tot den Jnfinit: is bchoorende , ons Wezen , Jlatus , conditie ^ (^ tr: 
gefius^ mores '9 vultusy affe8us\ dus ook. Van iet Wezen hebben of maken, 
affici aliquA re: Wijders Wezenlijk 1 9 modefius^ cempojitus^ decens^ medicus^ 
\ Bij wezen , prafentia^ en 't An^ezen, abfentia. Dog ons Weezen, ƒ ir- 
pilli^ zie bij de Befluit-lijft weg: de éé« 
(II.) Sommigen verliezen de E (of EE) in Prater: Imperf: en in fr£ter\ Partip: 

als 

Be-velen, mandartj commendare^ committere^ infperare; w: v: Beveiei", nu Be- 
vél , mandatum , munus dfc. 1 in Plur: Bevelen , mandata (^c. 

Bewegen, movere ^ commovere^ incitare\ w: v: Beweeglijk 5 res qua permovet; (^ 
mobilis *j w: v: Beweeglijkheid, mobilitasj motus animi*j Bewcginge, agita- 
tio j motio 6?^. Het f^erbum Primitivum is -f Weg^v^ olim ^Movere ^ meti^ 
tare > nunc Trutinare , librare% AL: Uiegatt / movere ; M-G 5 gatDtgatt 
Hl. CL: cencutere\ A-S, tltt^att/ movewcj trutinare^ portare : Hier toe ons 
Wcgci" , nu Wég, via\ in Plur: noc Wegen, viie\ als mede i*Wege, 
modus ^ ratio ^ motie ^ caufa nwvens % M-G, \XU^/ motus \ dus, Derwege, 
Dierwege, illê mede^ talimode; AUerwege, pajjim^ ubique locerumy van We« 
gc^ obj propter; Zijnentwegen, ejus cauja^ ejus nemine; en Te wege brengen, 
efficere; w: v: ons Wegen 7, I. CL: dirigere in viam^ infirucre^ commovere 
aliquem^ als mede ons Bewegen, commvere^ dat te mets als I. CL: gebruikt 
word; waer toe ons Beweeg , commotus : Wijders Wegefchaelf , Weeg- 
fchael , lanx ^ bilanx-, en Weger, ponderator. Voorts ons Compofit: Ovcr^ 
wegen , reponderare , prapenderare ; (^ perpendere j en ook hier toe ons f Ge- 
wegen, penfiiSj expenfus^ appenfus. 

Breken , frangere^ infringere^ dijfehere^ deficere \ M-G, tl|tïian/ 0ab;i6att/ 
II. CL: frangere^ A-S, {ntcatl / tirorcan/ AL:, Il|r(I)an. Hier van ons 
Brekef j faSura*y en Breek-fpel, dijruptor lufus \ en Brék-ijzcrt , breck-yzer^ 
aries ferreus \ en Brék-, Breck-ftéen, fraSurét^ materia lapidea vel camenti- 
tia , qua murorum interfiitium iwplet i en Brckclijk , Breck-baer , fragilis* 

Dd j Wijdcw 



114 REGELEN VAN DE £ijl^$ No. jv 

/. Hegehy wegens onze zagu Umge 1^ (ef ££). 

Wijders van Breken, Gebreken, Ontbreken, deficere\ komt ons i^Brckc, 
Gebreke t, nu Brék, Gebrek, egejtas^ defeStus^ ifiliRum \ in Plur: als nog 
Gebreken, deliSa^ vitiay dus ook In Gebreke zijn of blijven, deficere^ de^ 
ejfe\ w: t:Gebrekig, gd)rékkig, Indigens^ defeSivus^ morèiduSj fnancus. 

Helen, Verhelen, CeJare^ A-S, j^dan/ AL: j^detl. Hier toe Heler, Hed- 
der, occult at oTj receptator^ celator: dus zegt men bij ons, de Heler is Eo goed 
als de Steler , aquè probui fui celat , ae fur. 

Nemen, Capere , fumere -, Yfl: Uema/ MG, tttmatt II. CL: 5. A-S, trittian. 
Hier van ons Nemer, acceptor^ raptor*, en Neem-agtig, rapax; en Aen-ne- 
men, accipere^ recipere^ fufc}pere\ accrefcere^ addifcere^ &c.^ w: v: Aenneme- 
lijk , acceptakilis , docih's ; en Aennemelink , difcipulus ; & adoptivus i en 
Voor-nemen, decemere ^ animo proponere ; & tr: aüqmm ohjurgarei w: v: 't 
Voornemen , propofitum , decretum ; en Voomeemlijk , pf^cipui : en Veme- 
men, intelligere^ comperire^ accipere^ fcifcitariyMf\ v: Vememingej indagaiio, 
jperceptio; en Vernccm-agtig, cttriojits fcifcitandi i en Vememelft j- , .^^e^^^^. 
en W^-nemen, auferre. 

Scheren (bij de Rottcrd:) en Scheeren (bij Kiliaen, en Staten Bijbel) Pa- 
rare^ praparare*, vr dinar e; agere ^ 6f arSè ex tender e } tonder e ^ radere i (^ tn 
ludere^ nngari-, (^. detondere ^ exuere pecuniis. Dus, Scheeren den Raed, inire 
ConJiUum % een Webbe Scheren , extendere ftamina , praparare telam ; ccn 
Touw fcheeren , funem arSè extendere. Hier toe , Scheere , Scheere f ^ 
Schaer , /ör^i?x j en Scheere, vomer-, en Scheeren, Krab- fcheeren, acetabuïa^ 
cancrorum forcipata bracbia j en Pacrd-fcheere , fcarabeus 5 en Scheere , Ad- 
fchere, fufiina; en Scheer-békken , pelvis tönforia\ en Scheer-draed, Schcer- 
garea, ftamen^ als regt langs 't Webbe gefpannen, tuflên welke de Schict- 
Ipoelen met den inflag doorgcfchoten moeten worden. Voorts de Compof: 
Éefcheren, detondere ^ attondere; (^ prafimre^ ordinarei dus, Ymand ofovcr 
ijmand eenig quaed Éefcheren , coquere malum alicui $ en Beicheringe , Be- 
Icheret, ordinatio^ difpoJitio\ (^ Fatalis necejfttas\ en C5ék-fchcren, luithrie 
habere \ w: v: Gék-fcherer, morio\ Wijders Schcprlcheeren , /nS/«r atton- 
dere pannumj ut probè attenjus fartorij qui -j- Schepe, •{" Schepper, quaji con- 
ditor , dicitur , vejti conficiend^e aptus tradatur. Even als de Primitiva , 200 
zijn ook de Derivativa 6? Compofita deze twecderhande Diaieëi onderwor- 
pen. A-S, ftearan/ fceran/ fciratl/ tonderey raderei Yfl: Pera* Voorts, 

A-S, fccer/ vomi5\ & fcare/ fceate/ tonfura. 
Spreken , loqui ; A-S, fprecatt/ fpr«can/ F-TH, fpmgan/ fprelgan. Hier 

van ons , Spreek- woord , diSium^ adagium^ proverbium *, en + Spreek-, "fSprék- 
barig , affabilis \ en Geïprcke i" , Gcfprék , interloquium : Wijders deze Compo* 
fita^ Befpreken, condtcere\ ö* legare \ 6? obloqui^ calumniari\ w: v; Bcfpre- 
kef , Befprék, ftipulatio yfidejujfus^^legatum\ en Aen-fpreken, alkqui\ Voor- 
fprcken , def endere verbis \ en Verlpreken , condicere ; ö* labi dihis 5 w; v: 
Vcrfiprékj ^ipulatioy condiSiumi en Verfprekinge , lap/us ïingua. 
Steken , pungere-j tr: verbis pungere ; fiimulare\ figere^ fcalpere , ö* ir: heer ere ^ 
j^V.j A-S, fltcan/ confoderex £5? barerey w: v: Stekc, St^ck ^ punRio ^ ie- 

tus 



Svlage U'. $. GEMEENLANDSE DIALECT. itf 

L Regel; wegens onze zagte lange E (ef EE). 

tus cu/pidis'^ 6f tr: verhorum hefio\ en Stckcf, decipulum^ aucupium% en Sl^* 
kd^ftimulus^ aculeus*, Stekc-blind , excacaiuSy exoculatusi Steek -bij tel, fcal- 
prumi Steck-ijzer, caïum^ tridens\ Stekel-bezie, uva crijpa-, enz: en Steek- 
Sték-ballen I. CL: datatim ludere pilA-j als naemlijk Steeks-gewijze langs den 
grond elkander de ballen toeflaen. Voorts , Den fpot fteken , ludibrio babere. 
Wijders de Compofx Befteken , c%rcumfigere\ punStatim prafimre*y 6? moUri^ 
tenaere plagas ', w: v: Befteke"f , Befrekj opens delineatio*^ en Aen-fteken, 
incendere^ accender$\ inflatnmare; en In-Acken^ infigere;inder e; /uggerer e %Ont' 
fteken, ac endere \ inflammari; JUmukre-, Het ligt Onttteken , Op-ftekcn , ü»/fe- 
minare\ een vat Ontfteken, Op-fteken, reïinere doüumi en Verfteken, abde* 
re. Bij het Partic: Prat:^ het welk accenteert op o, gebruikte men eer- 
tijds ook E : even als in Infinit: ; en hier van Befteken en Beftoken werk , 
opus macbtnafum \ en Deur-fteken , infidiis &? fraude in/lruSfus , enz. 

Stelen, Furari^ M-G, fWïan/ II. CL: A-S, mm/ ftdan/ Yfl: fWaj w: 
v: ons f Steler, Steelderf, /«r^ welk woord nog gebruikt word in deze 
Spreuk van de Heler is zo goed als de Steler. Wijders h: v: ons.Steels- 
ftelcnds-gewijze , en Stelender- wijze , furtm^ w: t:' Be-ftelcn, Ontftelen, 
furto auferrey enz. \ 

Wegen, JUbrare; i^ olim movere ^ 6?r., zie Bewegen. 

Wreken, vindicare; ferfequi\ M-G, toriftatt/ jatüriftatt/ II. CL: A-S, Wt^ 
tan. Hier -van ons Wreker, ultor'^ 6f tr: Homo permagnus (^ fortis torvi- 
do vUltü. 

Zweren (bij den Rotterd:) en Zweeren (bij Kil: en St: Bijbel) (i) Ju- 
rare-y fc? (i) ulerare^ doleren M-G, Oxjaran/ A-S, ftotran/ AL: fteerftt/ 
fberretl: Germ: fcötoemti Yfl: fOtca/ jurare. Hier toe (i) Bezweren, 
juramento confirmare ; Ö* conjurare ; en Bezweeringe , adjuratio ; incantatio > 
en (i) Zwere, Zweer, Zweirf , dolor^ hulcusy apoftema\ en Zweringc, 
Zweiring f , exulceratio , apoftema. Deze tweederhande DialeS heerfcht ook 
over de Compojita en Derivativa. 
( ÏII.) Onder de Natuerlij kc zagte lange E behoort ook ons 

Heeft , babet ; contr: voor Heveff, 3. Per/: Sing: Pr af. Indici van Hébben, 
babere , oulinks ook -f Heven : waer van nog overig is ons Onderhevig, 
obnoxiuSj fubjeStus^ ajfuetus. 

II. HOOFDWAERNEMING. 

Wegens de Inge-ëntte lange zagte E (of EE). 
( I.) Ik en Hij Deed, faciebam^ -at^ Ik en Hij Dede, fecerim^ ^it; Gij, en Gijl: 
Dked j faciebas j -atisv (^ feceris ^ itis -, en Wij en'LijDRDE's /faciebamusy-ant 
(^ fecerimus , -int 5 van Doen ^facere : Hier van Dedig t , aBuofus , a^u juvans 5 en 
Dedingt-»////g//;^w;ö*/^<if?«i»3end:v:f Dedingen I.)CL: en fDedigen I. CL:, 
litigare^y i^ componere ^actum ; enDedings-lie<fcn"t-, difceptatores y(^ jfrbitri ; en 
Verdedigen I. CL: def endere \ £5? olim^ Cofnponere caufam^ en "f Afdedingen , 
tranfigere^ controverjiam dirimere. (II.) Zul- 



1X6 R È G E L E N V A N D E Bijl^fN^ j. 

/• Regel i wegens tmze zagte lange ^ (of EE). 

(II.) Zulken die thans in Pfiff: Partidfii inge^^et woiden, en mede altoos zagt 
znn: als 
Gebeden 9 rogatasy orafust vati Bidden, oul: BitDent, orare j petere *, M-*G,ttl)s 

tan / Yfl: ïntija/ A-S, Wtóan/ & atietian; AL: tirtott^ pittttis F-TH, 

b^On/ pfton/ Dan: fJtUt / precarij petere ^ & M-G, bitiamS/ A-S, fes 
ten/ F-TH , Qilteton/ rogatusy h: v: ons Bede, precatio^ en Bede, Be(t 
geld, exaSiOy cenfus^ en Bcde-zétter, cenfir\ en Bedc-vaert, /^égr/«ï/w ^^ 
Tigionis ergo; q: d: iter pr^cationum gratia; en Bedelen I. CL: mendicare; ca 
Gebedc-f , Gebed, oratio ^ preces ^ precath; in Pbtr: Gebeden, preces ; & in 
ca/u obliq: in den Gebede, in precatione^ enz. 

Geheven, Opgeheven, I^evatus^ elevatusy en Verheven, elevatus\ fublimiss^ 
convexus \ en Ontheven, /«Ww^/z/j; van Heffen, oul: Heven, levare/fulh 
ïevare > M-G, ftafian/ Yfl: |>efïa ; Germ: j^ebetl: F-TH, ï|tfan/ Ö*«»/ 
^^gi'* laatje* Hier toe ons Heve f , contr: Hef , elevatio , fermentum \ en 
Hcvef, nutrix'y als den Zoog-laft verligtendc j t Heve- moeder ^ Hevel- en 
Hé P-moeder, objietrix^ qua mat ur urn ut er o moUiter aufert onus\ en Hevel, /ftr, 
fermentum > w: v: Hevelen L CL: fermentare \ en Hevel-garen , inflag, 
' trama 5 fila quée fiamini intertexuntur j als de Verhcventheid aen 't werk ge- 

vende j en Hevig, Heftig, fervens^ tr: vebemens j' iracundus y w: v: Hevigheid 
wbementiay iracundia: Wijders 't Verheven , de Verheventheid, y«Wi«rö«j 
en Verhcventheid, convexitasy exceljttasy calatura* 

Gelegen , fitus ; M-G, Kgan^/ F-TH, gtlegan/ Germ: fidegni; v: Liggen, 
oul: \L.zoK^yjacere\ M-G, {tgatt IIL AL: «JttI/ F-TH, Itgan/ A-S, 
aïeaan / Usgan/ Yfl: en Kimbr: Itmfa/ Germ: Ifegfa/ lt0ett. l>us van 't 
oude Praf: of van dien Infin: komt Leger, lufirumj cubik ferarumy firatm\ 
en Heirleger , Leger, cafira ^ ftativ^e y en d: v: Legerai L CL: en Lcgcr- 
flacn, caftra metariy ponere 6fr.; en Béd-legcrjg, clinicusy ita morboaffeSus^ 
m furgere i leEto non pojfvt \ en Belegeren 1. CL: objidere \ w: v: Bc-lcg^ 
ringe. Beleg, objidio. Wijders Lege f, Gelege, contr: Légt, Gclég, ^Z- 
tura^ fitus \ en d: v: ons Leggen I. CL: ponere \ m Pr^et: "f Legde, & fer 
Eupbon: (ziede VJ. Rtg: weg: de EY) Leidc , mPruet: Part: Gclect: Wijders 
Ge-lege f^ villa , habitat io. En van 't Prat: Particip: komt Gelegen , pofi- 
tusy fitus y en Wel gelegen. Gelegen, opportunus\ w: v: Gelcgcnthcid, pui\ 
fc? opportunitas % en Verlegen , depofitus ; ö* tr: importunus \ difficultate kbjh 
rans 5 dus Verlegen zijn met geld , incommodari pecunid % en Verlegen zijn 
om geld , premi inopid pecunia -, en Aen-geiegen , victnus , attinens ; en 'er 
Aen-gclegcn zijn, pertinere; enz. 

Gezeten, Situs y M-G, fitatt^/ jafïtattjS/ A-S, fftett/ F-TH, giftjfttt/ 
Germ: gef^ffen y ^^n ons Zitten, oul: jZeten , federe , babitare\ M-G, 
fttan/ jafttan IIL CL: AL: en F-TH, fijjatl/ Jisatl; A-S, fïttanj Kimbn 
fitia i Germ: fttjett. Dus van ons oude f Zeten komt Zete, T^ety fedeSy 
ftatioy habitatio\ en Zetef, Zet, pofitura-^ w: v: ons Zetten I. CL: fene^ 
rcy coJlocarCy ö*^.; en Zctei", Gezetef, TAt'\yfedeSy anus% en Gezctcf» 
Cezét, confiitutioy lexy w: v: Gczéttcn I. CL: conftituerei en Zetcl,yW/f) 



*yAi^ N«. J, GEMEENLANDSE DIALECT. ïi^ 

/• Regel 'y wegens mm zagte lange E (of £E). 

catbedra^ tbr anus \ en 2^te, zet, zette, j^f?^fr rufticalis denticulatus ^ que ager 
pifisj glandibus Öc. conferendus^ fodituri van 't rartic: Prat: komt Bezeten , 
fojiffusi & tr: damamacusi en In-ge zetenen, incoUy enz. 
(UI.) Zuiken , alwaer deze zagtc lange E (of EE) in 't Praterit: Imperfi in 
Singul: 6? Plural: en in 't Pr^et: Particip: plaets krijgen j als nacmlijfc de l^erba van 
de II. CL: op Y in Infinit: aenflaende , welke in de I. Rcg: wcgensde Y ver- 
meld ftaen ; gelijk de Prater: Lbed in Indic: , en Ledb in SubjunS ; en *t 
Portie: Geleden, van Lydbns enz. 

Oulinks nogtans , geUjk ik agter aen bij mijn Lijftje van Vergelijking ver- 

maent hebbe, had de Singul: vTXi \ Prateritum Imperf: Indicat: ook de harde lan- 

• ge EÉ, of de EY ( of ook na de Oud-Fliefche DialeSl de ie) j hoewel bij den 

Plural: , eclijk mede bij den Sing: & Plural: van 't Prater: Imperf: SubJunSl: 

de zagtc lange e (of ee) even als nog heeft plaets gehouden. 

Om dan in de Derivativa van *t Verouderde en van het Tegenwoordige Pra^ 
terit: . niet te verwarren , zullen we de laetfte Ibort , als hier onder de zagte lan- 
ge e (of ee) behoorcnde, de voomaemfte plaets laten bekleeden, terwijl we de 
eedlen ter zijde ^ ,sds^ een kantteekening tot te meerder opheldering van zaken , 
hier nefiens yo^;en. 

, En , om niet telkens de benamingen van Praterit: Imperf: Indicat: ( i ) , en 
Praten Imperf: Suig: (z),.cn Prater: Particip: (3) te herhalen, zullen we ag- 
ter de Wooiden van ijder ibort » m elfcs rang, als hier nevens, tuflcn twee haek- 
jcs ftelko I, z,'3j terwijl we hier door met gemak zullen kunnen aenwijzen 
van welk Lid ijders Afgeleiden fpruiten. 



Van 't Verouderde Pr</#- 
rit; luiiei m Shtg: op 
ÉÉ, of ET. 



' t BÉÉT , morfuS , infeaus 5 
vr: t: Béét- water , Nau- 
tea j aqua coriariorum i als 
door Kalk enz: fcherp- 
bijtig geworden 5 en w: 
V: Beeten I. CL: inficc' 
re ^ officefe , . 6f firapara- 
re cotia\ 'w: v: Beetc, Fland* 
• ■ " fedïle J 



BEOEBotCOj BEDEGEt(i)> CnBEDEGENf (}), 

van Be«dijgen , proficere j augefcere. 

* 

B£DRebf(i),Bedreve (z), en Bedreven (;), van Be- 
drij ven, ager e ^ committere^ exercere\ w:v:(3)Be- 

• dreven, agendo doSus-^ en (3) Bedreven zijn, exper'- 

• turn ejfe^ 6f olim anxiumejffe \ en Bedreven Weg , vic^ 
trita i en Bedreventhoid , experientia , eruditie. 

Beet (i)^ Bete <z), en Gebeten (3), van Bij- 
ten, morderej mandere ^ pungere ^ A-S,bit9n/ Yfl; 
ïlptaj w: v: (i) Beet, morfio: (1) Bete, fruftmm^ 
morfu5\ BucceUy bolus y A-S,ïrfta/ö/tf JenBetigf, 
Gebétig't", mordax^ dentatus^ infeftus*y en ^Ge- 
betige Woorden, verba dentata^ acuïeata^ enz. 



Be« 



tiS 



REGELEN VAN DE 



B9H* «•. }. 



/. RegeU ««W MZt zafft Umgi E (•ƒ EE). 

Vaa 't Veroodode Pr*U' 
tK JaMti i» Smts op 
EE, y EY. 

fediU avium , om de 
Scherp-bijtende drek i en 
d: v: Bepten I. CL: def- 
iendere , Jidere , confidere % 

A-S, ÏMrtftn / Airar^ \ & 
iKltan/ in-efcare. 



fimmefa Jlmtitud^y w: v: 
Zweemen L CL: affimkm 



Bleek 



Beleed (i), Beledb (t)) en Beleden (^). Eer- 
ftelijk van Bö-lijden, fa$m y ctmfitm y a^fim\ 
v: 't verouderde Lijden , narrarci ziede I. Reg: 
weg: de Y: als mede, ten tweede van ZigBc* 
lijden^yJyisWwre, Gf^.j ▼: Lijden^ fari. 

Beneed t ( O 9 Bbkedk f ( i) , en Bbkbdén f (}} > 
van Besnijden , i-Nijden, i$mHdere. Hier tjoe niet 
ott^ocffiijk ons f Nede , Neden ^ ^ Beneden, 
in^a I A-S, J^IMtj^dll/ nW^n/ Girm: tltbni> 
en ons Neder, neer, h^ifm^ hffra^ bumiÜSy ir- 
prefusi A-S,tlit|^/ Yfl:|«tee: Want den Nij- 
digen is *t c^gen te morren over zijne la^;tc t^jen 
eenes anders voorfpoed, zoekende altoos *t gduk 
vanzijnevennaeften tedoendakn: Wifders van oos 
Neder komt Nederig, bumiHsy fubmiffusi eoNe» 
drigheid , bumhtas ^ en f Nederen I. CL: nu 
Vernederen , I. CL: demitterey fubmitterey hum* 
liên^ w: v: Nederingef , valKs% en mooglijk <» 
i" Dorfch-nerc , voor fDorfch-nederc^ areai m 
Dorfch-vlocr. 

Bezwbex (i), Bbzwekb (i), en Bezweken (2), 
van Be-zwijken ^ f Zwijkcn, dificere 5 F-TH, 

InfMcliati. 

Be-zweem (i) \ Bb-zweme (z) , en Be-zwemen 
(3), van Be-zwijmen, Zwijmen, anitM deficm^ 
"Dertigine kkorafi y & if0ar fimnianiium f alfa vt* 

Bleef ( i ) , Blevb (1)3. Gb-blevbn ( f ) , van Bli> 
ven , -f Be-lijven , + Lijven y msnere , 'jftÊpere/ii 
A-S, Ufati/ Mifm; AL: pMftetU Hiertoe 
ons(z) Lcve-^ y reliauum \ Q tr: vhm -, A-S^ 

mi 



BiJkstJ^'*.^ GEMEENL^NDSE DIALECT, 

./. Xegeli vegm omu zêff9 lêÊff £ («ƒ EE). 



Xl% 



Van 't Verouderde Ptm^ 
rit: Indk: in Sèng: op 
4 £É, of BY. 



I 



Jidusy faUidus\ w: v: Bke- 
ken (ey) I. CL: paMere^ 
palkfeere > & i^fokre \ 
enz: , A-S , filac / ^/&** 
dusy ScWaÜani paUe/ce^ 
rei en lAtttt/ fMor% w: 
t: ook ons Bléck (ey), diül- 
haiorium. 

JDiÉG (ei)y vm£k^ forma 

fubaaai A-S, ba0e/ tsU^i 

als 't welke tot uit-<hren 
bereid word: w: v: Decg- 
bróód , fanis tnalè depfi'^ 
ttUj nanfrobiexceOusi als te 
Déég-flgtig en niet wel 
geleezen : h: v: Déégibm 
(ei) 9 Dééflon (ei), fer- 
n$entumy en d: 7: Déeflc- 
jDCü (ei) L CL: fermewta^ 
re-. Tic wijders bij de VIL 
Reg: wegens de ee. 



\ml AL: a-ktten/ Yil: Wff/ r^/^«/^j cnA-S, 
lif/ viia\ w: v: ons Leven I. CL: vivere^ A-S, 
ÖfÉTO/fc-li^ll/M-^ en 't Leven, 

vita > en Levendig, ^itaüs^ vividus^ vivace y agi*^ 

> ^^^^^1 enz* 



Blbbk Ti), Bleke (&), en Gebleken (3), vUi 
Blijken, /tf/^iv, fifff/i/^ confiaroy kfodim tjfr. 



t DRésT , 



Deeg (t) , Dsas (&) , GEDBasK (3) , van Dyen , Dijgen, 
froficeti , augefc&re : A»S, t^ftMlfrojken: h; v: (t)Dc- 
ge 1 3i/ito ƒ > prof per ités j w;^ (v- , <s|ji!f iv^»i/jm| deceniia^ de* 
eorumi ProHtaSy honeftasi virtusy w: v: te Dcge^ 
ter D^, probèj infignitery decenter; w: v: Dege^ 
lijk, proèisj bonejiusi eximius^ i^fig9iis% A-S, ^e^ 
gWC/ vtrUiter^ w: v: D^dijkheid , frobitasj 
fr^ftsntia^ (^c. s en t Wederdegi^, r^jicuhsi & 
t Wedcr-dege , wis rejkula : Wijders mo^jk 
h: t: Degenv f^g^Oj ffuubera; om, vol^nMËdei* 
fiians tael, zijne Degelijkheid en eer te bdEchcr* 
men: w: t: Degen f? Degen* man f, p¥Zii^ aib^ 
kt ai vir préeftans^ jirenuus^ Voorts OndcgcKik^ 
improbus \ en (}) Gedegenf, fermofusi en On- 
gedegen t, defermis^ 

DRBBr <ï), Drbte (i), Gedreven fj), vanDrij- 
veo, agere^ impélkres fiipare^fiuttare^ ealare\Vfi 
v: (2) ï>ic^^ (i) Dreef, pulfus^ atapa^ iter^ 
//«t , aOus j 6? yJfrVj lof^a arborum^ en Dreef 
(i), metbodm reBa^ concimai dus. Hij is nog 
niet op den Dreef, mndum in reSlam incidif nu^ 
fbpdum\ en Drcrigt, catuliensi voorts Drevel, 
pi^Jaterium % & maUeus ftipatorius 1 & Drevel , 
tnediafiinus , juippe buc 6? iUue ndjfus 6? impuU 
fm \ en d- v: Drevelen L CL: Hare 1 frejuen» 



119 



R E G EL EN V A N D E ' JBüjIaie N«. j; 
/« Regeh, ^egm onz$ zagfi iangi E (^EE}« 



Vaa 't Verouderde Préiê' 
rit: JnduéU: in Sinf. op 

ièy of EY. 



-^ Dréét ) crefitus ventris. 



Gleye, GLEY,y?rtfWf» 

iarundinaceum \ £5? TiT''^ ƒ- 
gulifM fciniillans j om de 
Gladdigheid; w: v: ook 
t Glcidfen, f Gleiffcn F. CL: 
nitere , fplendere j en d: v: 
fGlciflenen I. CL: fingt- 
re^ en tGlciftcr^ fcintilla. 

•j-Greikze, t Grcins, öj 
Jlifiwrtum^ larva j en d: v: 
•j-Greinzen !• CL: ringere^ 
ês diftorquere 5 fiere t^c. ; A-S, 
grantan / gemere > zie ook 
Grijnen IL CL: bij de LReg: 
wegens de y. 



ter ire. Wijders (3) Bedreven, agendo doSus^ 
(^c: zie Bedrijven: en ( j ) Verdrevenling , exuh^ 
M*G , b^dbatt !!• CL: agere , tundendo excavarey 
A-S 9 bjtfatl / agere , expeUere , ^i^&r^ 1 AL: en 
F-TH, bjttfdn/ trtban/ ^^^r^, expelkre-y Yfl: 

b;pfa/>ff^fi. 

Dreet ( I ) , Dretb ( 1 ) , en Ge-dreten ( 3 ) , van 
Drijten , pedere^ cacare; Yfl: b^pta; w: v: (i) 
Drctc, crepitus ^ 6? merda\ en- Dreet (i), crepi* 
tus^ merda. 

Gleed (i), Glede(i), Gegleden (3); vanGlij- 
den, Glijen , lahi^ proldbi: w: v: jGlede (ij, 
Goud-gleae , Goud-glid , üihargyrum , cbrjfitisi 
om de Gladdigheid, A-S, glibau/ labii & f^tl/ 
lubricus. 



Kréét 



GrAen fi), Grene (2.) , Gegrenbn (3)$ van 
Grijnen, fiere ^ phrare-^ w: v: •)" Grene (z). Green 
( I ) , os diftortum^ laroa\ en d: v: Grenen I: CL: 
Jubridere^ faljh ridere; en Grenik, rifus falfus^ri' 
fus equinm ; en d: v: Grenikken L CL: fubridi* 
re-, A-S, greman/ grimatt I. CL: rif^ere. 



Greep (i), Grbpb (z). Gegrepen (3); van 
Grijpen, prebendere^ prenfare^ 6f^ó M-G, ffltt 

pan IL CL: A-s, jïipan/ FTH, «tfati/ Yfl: 

gtppa» w: v: ons Greep (i), prenjatio^ raptus% 
en Grepe ( x ) , manipulus , barpago , fufcina , ^- 
//eT^x; en Hand^grepe , rapinai anfa ^manubriim^ 
& /r: babitudo. 

fHEBGi (l), ^-HrGB C2) , tGsHEGEN ( j)| VaO 

Hijgen IL en L CL: anbelare. 

Hbbsch ( I ) , Hbschb ( 2 ) , Gehbschbn ( 3 ) ; van 

Hij- 



Bhiap N». jv G B'ME EN L ANDSEDIAHECT. 

ƒ. Regel i wegens onze zaffi Itmgt E (^ EE). 

Van 't Verouderde fruf 
tir: J»duét! i» Sint: op. 



n^ 



Éé) ^/ EY. 



Kreet ( ei ) , cUmor , 
provocatio\ w: v: fKrccten 
(ei) I. CL.' provocarty ir^ 
titaréy txafferare'y en Krei- 
tir^e, irritamentum. 
' Van Lyden , path ons 
Leed (ei), dokr^ tnolefiidy 
caJamitas'y w: t: Icéd-doeo, 
nocer0\ en. Lééd-zijn , doje- 
re ^ en Lééd -wezen , , poeni^ 
feniia'y en Lééd- wezen heb- 
ben , parntere j w: v: -f Lce- 
dcn, en "f Verleeden I.CL: 
t/edére , w^^r^ , fajiidire \ w: 
v: •{■ Lieedig , Lcedclijk "f 
i ei) j f afiioiojus y tnifer^ w; 

v: 



Hijfchcn II. cü L CLi fublevare ^ fuftolUre trocb- 
ied. 

Ke^F (O, Keve(z), Gekeven (Osvan Kijven, 
rixari^, w; v: (z) Kevef, Kéff, Gekéf, gan- 
mfusy latratus% w: v: Keffen L CL; gannire^ la* 
trare : wijders mooglijk hier toe ons fKevidc, 
pellêx , concubina ; ak oorzake van allerhande twif- 
tcn 1 en t Kcvifdom , t Keefedom , adulterium % en 
d; v: tKevcfen, Kecffcntj /^'w^^^^'i I. CL: zie 
ook bij de. II. ^eg. 

Kbek (i), Keke (z)> Gekekek (3)j van Kijken 
II. CXéX fpeSarty videre ^c. 

Kneep (i), Knepb (z) , Geknepen (j) j van 
Knijpen, arSiarey comprimere; 6? fr: decipere% w: 
v-.J^iiccp (i), compreffio\ en Knepe (i), r(?«»- 
prejfura \ en Kneep, *yöj^, i^^/ ^ff/^ dccipiens^ d^^ 
iusi wijders Galgen- knepei, ///rri/Jr. 

Kebeg (i), Krege /z), Gekregen ( j)i v: Krxj- 
gep IL CL: acquirere^ 6ff.i w: v: Kregel, zelo^ 
typia-, en Kregd, pertinax y 6? Ktigiofus^ facilè in^ 

Kreet (i), Krete {z)y Gekreten (3)5 vart 
Krijten II. CL: pUnrarey w: v: Kreet ( i ), voci^ 
feratio , exafperatio j w: v: f Kreten I. CL: '/>rd^ 
VQcarey irrHare^ exa/perare. 



u 



» . 



ED (i). Lede (t). Geleoen (3)^ vanLvDBN,; 
e/Ji» /r^, prajerire^ tranjirey &f narrarei fwnc tn 
pati\ M-G, fettlianlL CL: /W , difctdere\ A-S, 
en AL: Ittj^n: en ook Yfl: Ipba/ ƒ<»// 5 zie Lij- 

' den &c: bij de I. Reg: wegens de Y^. w: v; 
.Het Leed %o lang, tantum temperis perfluxit-j en 

' (3) Geleden; Verleden^, ./r<ff f r//«rj 5 en hij Over* 
leed , of Is Overleden , ^ortuus eft , dejtif , decejjit^ 
Wijders van 't Ptétti Subj: (1) ons f Lede, gra-* 
dusy grefusy (^ duSuf'j A-S, Wt^tf frabsy w: t: 
Lede- kant, le^us caftrenfis viatariuSy als met weU 

Ec 3 kca 






n 



fi» 



ii^EGELEN Van de 

/• Regjd^ *mesms onxê langi zsfie E (^ £E). 



üij^ii No. f. 



Van 't VcTouderdt PréUê- 
riti India in Sinf op 
ÉÉ, of EY. 

v: Belecdigen I. CL: no- 
cercj ö^r, ; Wijders , Leider! 
prohdokrl A-S,'{at|^/ do- 
lor^ mjuria \ &f odiofus -, voorts 
/r: Leedelij k f, contr: Lec- 
liik , deformis ; Want de 
fmerten mis- maken een 
menfch ; w: v: Leeliken, 
Verleeliken ï. CL: defor ma- 
re , deformari. 

Van LvDBNi", ire ^c.% 
otis -f LEED ( ei t ) j dulfusj 
fradusy grefus-, A-S, ialï/ 
Tabe/ migratie^ iter^ 6?^j 
en Yfl: l^b / 'z^^ï^ i en d: 
v: ons Leiden I. CL: (éé) 

i/i^^^^; F-THjïeitatt/A-S, 

loban / ïelian : w: t: mede 
betreklij k Ichiint ons f Lei- 
denc 9 contr: Leine f , yi/^ 
tentatuUm ; w: v: f Leinen 
i. CL: iü^xi^'; om de Lei- 
ding en fteun in 'c op- en 
af-gaen vafi tmppen. Wij- 
ders van Leeden f , Leiden 
iuc^e\ ons Lééd-toge \.^dux*^ 
en ons Leider f » Leeder, 
contr. Léér, fiala% als den { 
op- en af-klimmendcn een 
Leider ( duSlor ) vcrftrek- 
fcendei A-S, Jtoiica/ j^- 
. ifttj fcaU ; . en evenals A*S, 

fbr-toratt/ & foclosbatt/ 

feducera zoo mede van ons 
Léévyfcala^ bij overd:ons 
Léér , doSlrina , A-S , {(K^ 
te / lat / als een Léér of 
Leider tot de Wijsheid ^ 
w: v: ons Leeren L CL: 
difcere ^ (^ docere j A-S, 
ktratl: als w^er bij de Leer- 
ling 






ken men over al gien kan : Voorts Ledigf , 
Ledenigt) contr: Lenig, über ^ fdiutus y lenis^fn* 
cilis^ vrij enligtlijk fiaendeen beweende; A-S, 
liet]^/ itti^/ lenis^ futetusi en tr: Ledig, otio/us^ 
vacuus , c^Ieh i Q inams ^ als vri'^ hier en dacr 
gaende , en zonder ^étte bezigheid | even als 
van 't Pr^f: afdaelt ons Tijd- lijd, bomo ignêvnsi 
dus ook t Ledige Vfouwe, vidua: Wycfers vaa 
Ledig komt Ledigen contr: Leégen I. (JL: evéh 
cuare; en Ledig-gaen ccntr: Leég-gaen, otia age-^ 
re: en i&ig Verledigtn I. CL: vacare aücui reii 
en i" V^erledigen , Jotvere , expedire i voorts oob 
f Onlede, mgotium^ occupatie \ w: v: Onledig, oc^ 
CMpatus. Ten andere van f Lede, grejffus^ duBus^ 
ons Ledet^ contri Lédf, nu Lid, menArumi in 
Pbar: als nofi" Leden, membra-^ als ziende o^ dea 
gang en de tniigfame beweging der Leden in de 
gewrigten , en op deü Overgang van *t eene ded 
tot het ander , A-S, lietj^ / {ttn/ artusj nervnsi 
dus ook Lede, harre^ cardol als waer op de deu- 
re hangt en dnieit of gaet. Wijders Lede-I66s, 
mutilus; en Lede-matt, Lid^txMt ^ fiatt&a ^ figurs 
membrorufHi en Lede-maet, Lid-maet, confocius^ 
momhtim fidetatis. Hier toe koint ook niet on- 
gevoeglijk ons fLedeae con$r: Lêne, fitkrumi als 
m den op* en af- en voort-gang een iteuaiêl , en 
ftil-ftaehde een rofting voor de Leden zijnde : w: 
V: Lefien L CL: innitij incumbere; A-S, Mtnatt* 
Gelijk mede hier tot betreklijk is ons Leder, 
^»/r: Leert j ttrgus^ petUs\ exuvia\ als de Leden 
bekleedendes end: v: b: o:'Leder, Leer, corbmi 
'A-S 5 Irtj^/ Yfl: WlUt : ak van 't Vel gemaekt^ 
en (kcrenboven lénig zijnde; w: v: Lederen, Lé- 
ren, coriaceus; wijders Leer, vagina^ als van Leer 
gemackt ; w: t: onze fpreekwijze Van Leer trek- 
ken , enfem ftringere , educere gUdium è vagina : 
enz. i de verdere Derivat: on Compojita. 



LÊEC y 



mi* N«. j, 



Van 't Verouderde Pm/#- 

rïr; InéUt: in S'mg: op 
iky of BY. 

ling den Leeder gebruikt, 

co de Leeraerdienaenwijft; 

en d: v; ook Leertercn 

I. CL: docere. enz: de 

verdere (^mp^f: en Deri^ 

vat: Voorts tot Leiden, 

ducere^ behoort ons Leide, 

Leije , aquée duSlusj aqua- 

giumi ^ tr: lawina ^ fcandu- 

la 1 Qndieling onder dezen 

rans ook ons Leyf, via^ 

modus j Jpeciesy qualitasi ^ 

bij Mcfïlgw-Ieii , Eenpr-leij , 

Tvoodericy: &c;; alseengwg 

of leiding der gedagten kngs 

ijder (bort der dingen» 



GEMEÏiNLA^^I^SE IJJ^JtiECT. 



WJ 



./ 



I 



MBBDBt, pufiuJa^ tfétri 
moelijk als^ om dfc fmer* 
re, te Doifdett zijnde : of als 
iec, waer van 't quacd nog 
mrboif^ en beflocen is. 



t Neia, procSnath ; end: 
v: om Neigen L CL: Jfec^ 
tere ycurvare ^prodinan genuj 

t^ci. M-G, ftnaitDjan & 

illiaitfan L CL: recUnare^ 
bumtUare % A-S , 0e-||liar<' 
0an/ !• CL: fubigere^ ex-^ 
ttnguere 5 AL: gRe^/ de* 
miitire , frofiernere. 



JRiK 



L^EK, GEt^EK (1)9 LVKE, GrLEKB (z), GeLB« 

KEN (3.); van Lijken, Gelijken, affimilare ^ Ji^ 
mikfu ejfe \ iS tr: heneplacito convenire , flacere^ 
zie verder bij om Lijken, in de L Regel. 

fMBEO (1), tMjBDB (2), tGsMEDEN ()); TMl 

Mijden IL CL: evifare; A-S, miti^atl/ ^ray^Sr^* 
, //, Ai/iTif i 8c )h Partic: mltj^/ ahfconditus. 

Me«.o (i), Mbgs (t)) Gb'Mbgbn (^)} van Mij> 

gcQ» «r^/r;» A-s,mi8an/ 0emt||aii/ Yfl-mpga. 

N»» (i ) , Ne<?e (z) , Ge-kegen (5)jvan Nijgen,/«r/rw- 
/irm efeypropenderty M-G,|^nntt)an/|^0ail/ II.CL: 
enA-S, |lli0an/ Yilrj^nma} alsmed&M-G,]^ 

toan^/ A-S, Irnigrn / xd: gnigeim/ incUnatus^ 

bij ons ( 3 ) Geoegen , incünatus , ^wi^^ fropen^ 
fui\ w: v: Giïnegentheid , ituiiuatio ^ ammi /r#« 

NüEF C 0> Nepb (1), Gb^nepew {1)5 van Nijpci^ 
eonfrimêre^ t^^.\ w: v: oosJNfeep <i ), velücatUy 
fOêfjfreJfio digUorfim ^ mil) N^^ impttjfuta , fo* 



r ^ » 



fM 



REGELEN VANDE Bijles» No. f, 

/ 'Regel i wegens onze zagte lange "E {of EE). 



Van 't Verouderde PrdU* 
r$: Indic: in Sing: op 

Zé^ of £Y« 



RÉÉ 9 cerva ^ caprea ^ 
en fKéédy feMs^ en oul: 
f Rei , tremulatio ^ w: v: 
Reyen I. CL: yi^&V^, rr/- 
pudiare ^fübfaltare j en Reye- 
rcn I. CL: ttemere-y Yfl: 

rritie/ 



fUs j en ( 3 ) Önvcmepen , non contraSus % en 
Vemepen , nims contraSus , valde exilisj Ö tr! 
pareus } w: t: t Vcmcpcntlijk j pdrcè^ avarè. 

Ondbrwbbs (O) Onderwbze (i), Ondbrwbzbk 
(3)j van Onderwijzen y inftruere^ iocere% v: Wij- 
zen, monftrare. 

Ontbeet (i), Ontbetb (i) , Ontbeten (j)| 
van Ont-bijten , Jentaeulum fumere % yan Bijten, 
mandere. 



Overleed (i), Overlede (t, Overleden (})i 
van Over-lijden, vitA decederoi viJi f Lijden, koy 
tranfire. 

^rees ( I ) 3 Prezb (t ) , Ge-prezen ( 3 ) van Prijzen, 
laudare. 

tQpEBN(l, tQ?ENE (i), t GeQUBNEN ( 3 ) 5 Vaö 

Quijnen II. en L CL: latenere % w: v: (z) Quc- 
net , veftis lama fuperior \ zo ved als een Ver- 
fléns-kloed : cxi Queoet, muUer fierilis^ langÊoda^ 
& 'Vacca fterilis 5 6f tranjl: MuUer vanaj prêcax\ 
Gf meretrix > quin et tam vetuftiertbus Uxor^ Mater 
familias % en h: v: iQii^^ L CL: ineptirt^ en 
Quenen L CL: languere , tabefcere y wijders nog 
ook Quene , Flandrx , tibia utrkularis y om den 
quijnenden uitgang van de lugt uit de Z.akkc- 
pijp, A-S, (ttmmtt/ iabefcerèy éü ctoOt/ i|Ueiia/ 
fiemÜM^ uxoTj Regina$ & tnef^trixi & OCttttlKIt/ 
txtinStus. 

QüEET (i), Qüetb (i), Geqjjeten (3)j tan 
Quijten, folveroj praftare^ ^c^ 

Reed (i). Rede (1), GB-RBDBNf|); vanRijden» 
olim Motitare ; nunc Equitare \ A-S , ribait / Yfl: tjglttAl 
equitare^ w: t: (t), fRede "f Reder, cribrumi 
om de fchüdbeweging 5 w: v: ï" R^n I. CL: en 
+ Rederen I. CL: aibrare^ incernere % zoo mede 
Sax: (^ SiciK^Cy fufflamen i bij ons Wagcipanj 

. Rad- 



\ 



Bykgt N^. 3. GEMEENLANDSE DIALECT. 



iZf 



ƒ. Regel', nvègens $nze zagte lange E (of EE). 



Van 't Verouderde Pf4/#- 
nf: ïndki in Sing: op 



EE 



of EY. 



atite / ira% & t»ttlUtl0Ur/ 

epbippium \ & A-S , röö/ 
ratie/ equitatio y invafio : al- 
len ziende op de fchielyke 
fchud - beweging* en o|>- 
iproog. Wijders ons Récd 
(ei). Gereed (ei) estfedi- 
tus , celer , cito % fcf tr: pa^ 
ratus'y en Aireede, Rééds, 
Bereids , in promptu , jant- 
fomj modèi omdefcldelijk- 
en vaerdig- heid der beWcgin- 
ge , als of 't ware, als op 
eeniprong,a/(^^^^ of met 
een wip, gelijk men zeid. 

A-S, taü/ rato/ f«tÖ^/ 

j^flrt»/ ratge/ protinus^ ei- 
/3, expeditus', èctC^/tom- 
modum% & rffUtC/ j^ftUHce/ 
r//i , • prompte % h: v: ons 
f ^Reiden (éc) ,Bereidcn (éc), 
I.' CL: parare , expedire 5 
A-S, mton/ ff^^^j en 
ons Reeden I. CL: navigia 
parare aut inftruere j w: t: 
Reeder , exerAtor navium^ 
partiarius 5 deze draegt ge- 
woonlijk deel in de toeruf- 
^;^^t]ng en kotten van 't fchim 
A, ^*èn ir.^ t: Reeden I. CL: 
?^; farti^re^ qtkefium qpuer^e 
ifx re nautica ; en Reederij , 
partidipatio. Voorts Reede 
' sontr: Ree , fiatio navium % 
als een bcquame plaets om 
gereed te leggen voor de 
Schepen : w: t: Réé-zand , 
fundum arenofum^ enz. 



Rey 



Rad-Q)erre, om de (chudding: ingelijks f Rede, 
contr: Redde f, febris'y om de bevinge en fchud- 
ding in *t begin van de koortfe 3 gelijk ook A-S , 
gritll-a&i & riÖe-n)Jte/./?*r/jj & ttha/ paraly- 
ticHS : Wijders tot ons tRcdc, cribr«m\^ of re- 
den , cribrare , fchijnt betrekkelijk ons Rede, 
Redene, Reden, ratio ^ oratio ^ fermo^y F-TH,W^ 
6a ; als 't goede van 't quade (cheidende ; w: t: 
ook ons Rede-ziften , ratiocinarii en d: v: Red- 
den "t"'» Redenen L CL:,ratiocinnriy fermocinari^ 
w: t: ook Reder f, en Redenaer, orator ^ Hke* 
tor\ w: v: Rcdenaeren, Redeneren I. CL: ora-- 
tsonem dicere , fermocinari \ wijders Rede, ratio'^ 
cauja^ rerum proportioi w-r t: K edelijk, rationa^ 
lis , rationi confentaneus , aquus , & tr: fnoiücufj Juf" 
Uisi en Redelijkheid, ratio ^ aquitasy en Rcdig^ 
proportionalisy en Redigheid , proportionaïitas , rerum 
mutua ratio , enz. gelijk mede \ Aenreden I. CL: 
alloqui j affariy en -fAf-rede, EpiIogus\ en f Af- 
reden , I. CL: perorare > en t Be]:eden I. CL: p#r- 
fuadere ; en i" Op-reden L CL: incitare verbis. 



Reef (i), Rcve (2)^ Gereven (3); van Rijven^ 
radere^' fricarey Yfl: ïpfia/ lacerarei & rifa/ n- 
ma» 

Ff Rbeg 



l 



ttó 



REGELEN VAN DE Bylage N^ j, 

/♦ Regel} wegens Mze z^e lange E'^(^of EE). 



Van 't Verouderde Prdti- 
ris: Jndic: in Sing: op 
ÉÉ, of EY. 

Rey, cborea inlot^amfe- 
riem , crdo ; Jeries ; A-S , 

r«toa / ordo^ jca {)r«0el/ 

veftimentum > ügamentis fci- 
licet connexum-y en Reiger, 



Reis , i^er ^profeHie ; A- S , 
t«fé / curfus ; Yü: wpfa/ 
i/^ ^ als nergens in ruil zit- 
tmde, macr gcftadig op-en 
neer-rijzende; end: v:Rei- 
sxn, lJCL:frafidfci',w: t: ons 
ReizC) w«5 en Rcizigf^ 
itineri accin^s , expeditus > 
€n een t Reizig paerd , ^f »i5r/ 
iellatar \ en een Reiziger, 
wVi/^ , (^ feregrinafor ^ t^ 
êh eques ; en t Reeze , i»- 

•f Reezen , "f Aen- reezen 
I. CL: invadere cum impe^ 



-f Réér jrima j föjfflo *, en 
Reete , inftrumentum denta- I 
turn quo ftringitur linum \ * 
vri v: Recten het Vlas 
L Ch: firingere linum *, Yfl: 
repta/ deglubere% w: t:ook 
Opreeten , infiigare % wij- 
ders Reitert> cribrum\ m 
door de Reten of gaten 
doorlatende; en d; v: Kei- 
teren t !• Cl: cribrare. 

ScRBÉN , umbracuUm y 
y forma » C^ //*/« > en 

Rad- 



Rebo ( I ) , Rege ( i), en Gerboek ( 3 )^ van Rij- 
gen , ardine neSiere ö* ligarei w: v: (i) Rcgc, 
ordo j feries; linea; & Regel, canon ^ norma\ w; 
v: Regelen I. CL: ordinare^ ad normam iirifpt\ 
w: t: Geruit leven, ordine decenti vivere^ A-S, 
Ce0l / amiSmum , /;]^ik//V y?ï/irr/ adfiriBum \ wij- 
ders fcbijnt hier toe betreklijk ons Rq&;en , pk- 
via ; als oij Regen nedierdalende ^ en £ v: R£g^ 
nen I. CL: pluere^ enz* 

Rees (i), Reze (z), Gerezen (3H van Rijzen ,/«f- 
gere^ afurvere^ M-G, rtifatl/ II. CL: Yflrtpfa/ 
A-S , attfan : w: v: f Rcze ( z ) bomo procerus^ bah 
gusj gigas; w: v: Rezigf, Rczelijkt,/rwmtf} 
en f Reziger, eques^ (^ defultor\ Yfl: rife/ji- 
^tfj. Wij&:s -[-Reze, aJfurreSio f$tbita\^ aJfuUuSy 
invajio cum impetu ^ even als een opihzxi : A-S, 
Wfe/ violentia^ impetus^ en d: v: t^R-czcnLCU 
tre^dare\ tremor em injicere. 



Reet (i), Rbte (z), Gb-retek(3); vanRijtOL 
findere^ rimas agere\ w: v: (z) Rcte, rimêjfcifi 
furay (^c: Öc/rtRetc, ahoeus navigahiUs \ w:r. 
Reten I. CL: flumen è virgultis purgare. Wij- 
ders Retei", inftrumentum dentatum quo ftringitur 
linum; en d: v: i'Reten I. CL: ftringere ümm\ 

enz. A-S,rit/ m/ ff^^^ « ^-Gj Oi|tefttatli 
IL CL: /eindere. 



Screen (i), Schbne (z), en Grschbnen (3)} 
van Schijnen, fplendere^ apparere^ videri} M-G, 

fftnian/ 



S^Jagtl^o.h GEMEENLANDSE DIALECT. 
• /. Hegeii ^»0gens tnzi zagtt langt £ (i^^ £E). 



»*7 



Van 't Veronderde PtéU^ 
uu Jnitti m Singi op- 

ÉÉ, of EY. 

Rad-fchéén , cantbus ; en 
Kacs-fchcén , forma cafea- 
ria*, met gelijk regt als hier 
naeft. Dus vind men deze 
Benamingen tefïëns met de 
harde en niet zagte lange 
EE y de Rotterd: bedient in 
dezen zig van de laetfte, 

A^S, fceanc/ fcatwa/ crus. 



Suksiv (ei), traStusyfyr^ 
ma; ^ confequéntia rerum^ 
(^c. i w: v: Sleepen ( ei ) 
!♦ CL: trdheroyverrere y(^c.\ 
zicSlepeA, hiernaefl: Wij- 
ders d: v: Sleipe , Sléép* 
^lénde , muiier tarügrada^j 
deze DtaUü vind men bij 
KiliaeiÊ^ Wilden Sleepen- 
de 



ffeinan/ U. CL: A-s, fdnati/ Yfl: fftpna/ >/- 

gere^ corufcare: w: v: fSchene, umbraculum^ 6? 
tegmen umbraculiy als cene befchutting voor de 
llcrke Zonnefchijn : w: t: om 't befchermen, 
ons Rad-fchene , canthus^ abfts. Wijders "f Schc- 
ne , forma , fcbema rérum j als de fchijn en ge- 
daente bevattende ; dus Kaes-fchene , forma cafea'- 
ria 5 welke zin toepaiïclijk komt op ons Schenc, 
Scheen , tibia , cruris pars anferior j als bij uiftck 
de voorfte gcdaente en vertooning van 't gant- 
fche been bepalende. A-S, fcitl / nebuia ^ phan- 
tafina s & fcina /^ tibia ^ en fcitt-ftan/ os tibi^\ 
* bij ons Scheen-béén. 

SCHEBT (t)) SCHETE (l), GeSCHRTEN (3)9 VaH 

Schijten, pedere^ cacare\ w: v: Schete, Scheet, 
trefitus ventrisy Ö* foriay A-S, ftttatl/ cacare. 

'fScURBBD (l), -f-SCHREDE (l) , 'I'Ge-SCH REDEN 

(3), van ^Schrijden, varicari^ w: v: (2) Schrc^ 
de , puJfuSy graausy £5? fr: olim calopodia f errata § 
w: v: Schredelinks , grallatim , difiortis pedibus i 
A-S, fedtj^an/ 'oagari^ commearey Scfcritfi/ cur^ 
rusy fctttia^/ vehiculas i^^VCXXiSAtl gyrovagusy ^ 
fcrtb(-f!nnajQl/ Scandi^ populi Finnas nuncupati^ calo* 
podiis ligneis quam vehcijfimi fuper nivem vagant es i 
bij Ons Schrijd-Finnen. 

Schreef (1)9 Schreve (1), Geschreven (3)1 
van Schrijven , y?r/*fr^ ; F-TH, ftvïbon/ w: v: 
(z) Schreve, (i) Schreef, linea j norma^ terminus^ 
rima tine^ JtmiUs; Yfl; ffewf/ paj^us. 

Sleep (i), Slepb (2), Geslepen (3), van Slij- 
pen, attertre y acuere \ w; v: Slepe (z) j Sleep 
( I ) , fyrma , traSlus ; als fchuerende langs den vloer 
en b: o: Sleep , nae-fleep , confequentia rerum ; tur^^ 
ma y pwnpd Comitum\ w: v: Slepen L CL: tra^ 
her e , verrere y rapt ar e*, 6? ifa rem aliquam trabe* 
re y $a uon fujlollatur ab id , quo connexa aut cui 
adjunRa eraty 6? etiam repere; (^ fegniter incederey 

\ van deze J>ialelt bedient zig de Rotterdammer. 

^ Ffz . Wij- 



\. 



2l9 



REGELEN VAÏ>*"DÊ, Bylage N». j. 
ƒ. Regehy wegens onze lange zagte ^ {of EE). 



Tan 't Verouderde Pr£Si^ 
rin Jndic: in Sinf op 
BÉ, of EY. 

de ziekte , mot bus diu ad* 
horens; en Sleeping (ei) 
van Recht, procrafiinatio^\ 
t^c.\ zie ook de VILReg: 
vreg: de ee. 



Wijders (5) Geflepcn, Dooi fl epen, ajliaus^ acu^ 
tus ingenioy enz. 5 voorts, van Slepen yprotraberej (^c, ^ 
Sleping van Rejgt, ampUatio^ dilatio ^procrajiinaik'^ 
en Slepende ziekte, mor bus diu adb^trens^ enz. 



tSPBY,SPÉÉGt,SPEEKt, 

fputum-^ 



Sleet ( i ) , Slete (1) , Gesleten (^)« van Slij* 
ten, ierere^ confumere; vender€\ A-S,flitan/f!pt^ 
tan/ Yll: flpta/ rumpereyfcindere^Jinderci w;v: 
ons (i) Slete ^ (i) Sleet, tritus^ confumptio^ veih 
ditio mercium frejuens i A-S, flitt/ fijjiiraj rimay 
ruptio\ en ons Slete, contr: Slet, Slcttc, Sléts, 
Hernia \ linteum tritum ; ^ tri MuHer ambubaia , vef 
tintenta tcrens % wijders Sletig , Sleetlch , attri- 
iofus. 

Smbet (i), Smetb (&), Gesmeten (z), van Smij- 
ten , projicere ; 6? verberare j ö^ o firn inquinar€\ 
A-Sjftoitan/ inquinare^ & geflttitnt/ imtus\ w: 
v: (i) Smeet, projeSlioy iSuSy verber; (z) Smc* 
te 1 9 contr: Smet , maculay labes adjeSa; Gf tn 
infamiai w: v: Smetten L CL: injuinarei f^ in- 
famare. 

Sneed (i). Snede (z), 'Gesneden ft), vanSmj* 
den, /eindere j fculpere-^ caftrare% M-G, fHdaO/ 
IL CL: tnetere • & fneiti^att/ II. CL: ma^are^ 
en A-S, fnitian/ fnit^an /fican^ putare; moBa- 
re^ dolare \ en A-S, gefttiSetl/ dolatus^ en AL; 
fnihaXi/ /eindere 'y w: v: (z) Snede, incifura^ feg* 
meny tomusy (^ tri Acies-y A-S, fmtï/ Otttïe/ «ƒ• 
fayjerray inc%J%o\ én ons Snedeling, f<f/3$ ais uit 
den lijve van de Moeder gefneden^ en Sn^g, 
acutus ingenio \ en Snedig, ötijjimè\ en (^) Gre- 
fheden , prdtcifus ; 6f incifus ,. ö* caftratus ^ en Be« 
fneden, fréecifus\ & circumcifusy Jud^usi Befhe- 
den , /i9riKr4 venufta ptésditus 3 Befneden van Aeo- 
eezigt , vuUu venujié , formA gMtio/i ; en Belbe» 
dentaeid, forma praftans (^/ ffratiofa. 

Sfebg (i), Spbgji (z), Gespeobn (3), van Sp$* 

gen. 



MS». 



ÏTcn j Spyen , fpuere ^ vomer«\ M>G, f])dttatl/ 
I. CL: A«S, en AL: fpiUian / ^»«re , tvomtr«. 



JBijJagt N*. 3. 'GEME-EKLANDSE DIALECT. 

/• Rig€l% "wegim onzi zagti lange E {of £E)« 

Van 't Verouderde Pf4ti^ 
rit: Jndk: in Sinf, op 

£É) of EY. 

Jfutum ; en Specgfcl , Spéék- 

iéi^ faliva; w: v: Spcégfe- 

Jcn en Spcékfelen I. CL: 
Jalivan y/puere : en f Speyen 

I. Ch: Jpufo maculare^ eji^ 

cere fputum j w: v: Spccte , 

Spcite, Flandr: Sifbo \ A-S, 

fpCCtan / ^^tf ; en ons 

Spcvcrf , Jputum difpargettsy 

w: v: Spcyercn I. CL: 

Flandr: ffargere , difgregare > 

v^oorts Spey- , Spéék-vogcl, 
fnnnioy ]cufra\ en Speek ti 
fcurrilisy prêcax^ ^ontumelio" 
fiis^ enz. 

S^BET (i), Spbtb (1)9 Gespeten (3); van Spij- 
ten, pigerêy indignari. 

Spleet (i), Splbte (1), Gespleten (j); van 
Splijten, findere y hiulcare^ debifcere: w: v: (i) 
Splete , rima j fcijura^ crena', en d: v: Spletig^ 
hiukus-^ fiJfuSy fatifcens. 

Stbef (s), Stevb (1), Gesteven (:); van Stij* 
ven, firmare^ ö^^.j w: v: ( i ) Stevc f, fcipo^ ba^ 
eulus\ A-S, ffef/ baculus^ literai en Steven, «r^* 
»/V4 aratri i en Stevc van 't Schip, als Voor-ftc- 
ven, prora; en Agtcr-fteven, puppisi ea Stevcl„ 
ocrta-y allen tot ftijving en vaftigheid verftrekkeni- 
de: vnjders h: t: Stevig, firmus; en Stevigheid^ 
firmitasi Yfl: ^affn/ prora vel puppis. 

Stebo ( I }, Stege (£) , Gestegen (3)^ van Stn^- 
gm^fcandere^ elevare^ (^c.\ A-S, fliaan/ gefftV 
gatt/ M-G, fletgan/ afienderei Yfl: ftpga/ /e</r 
/)r^««(? ; w: v: Stege, Jhnifa ^ g^adus y via angufta 
fii& afcenditur , vel dejcenditar y ad aggerem fcili'' 
eet ad rtpam y (Se. Toca Amfterdam nog kkia 
was, en geene andere enge toegangen gemaekt wier- 
den, dan dwen afleidende ter wederzijde van de 
hooge. dijkftratcn , ala Nicwendijk y Warmoes- en 

Ffj Kalvcr^ 



STCiG(éé), aeeUvusi w: 
v: tStcigcn (éé) L CL:. 
elevare\ afcendere^ (^e.; w: 
v: Steiger ( cé ) , gradus , 
(Sc; A-S, flof0cr/ w: v: 
wederom Steigeïen I. CLr 
afeendere , pegmata facere \ 
(S lieitari > wijders Steig- , 
en f Steiger-reép , ftapia^ 

Voorts 



^ 



13CK 



REGELEN V A N ,D E • BijUig$Vlf. ^ 
I. Heg^li weffftt onM zagti I^$ E (rf EEX 



Van 't Verouderde PrM^ 
ris: IHiUcx in Sini: op 

ÉÉ^ of EY. 

Voorts in fteé van Steigel 
coHfr: Steil , acclivus • fir^ 
fum^ prac6ps\ w: v: fStei- 
kn, I. CL: erigere^ eleva* 
u , A-S , fl^ffllan/ fait ar e. 



fSTRÉBK (ci)| traShiS\ 
vn v: %ttot\n<Acontr: Streel t> 
bofiarium^ radius*. Zo mede 
tStréél, Stfcilf, radius^ 
feSen , ftrigiüs \ w: v: Strcc- 
len, l.CL:peSer$^ & pal* 

pare-, 



I 



Kaiver*ftraet,gebruikte men daer toe meeft den nacm 
van Stege; hierom vind men in dat oudiiemiddenon- 
ter Stad die benaming* zo gemeen : ondertuiTeii 
gaf men aen de voorname Dijk*wegen den baf- 
terd-naem van Straeten, ter oorzaKe die voor 
pacrden en wagens ^ en om de aenzienlijkheid , 
allercerft met Iteenen wierden beftraét , fafidibus 
fhratum ; terwijl de St^en nog laqg ongevloat 
lagen; van welk gebruik men in de Dorpen hui* 
dendaegs nog voorbeelden ziet. Do^ ièdert A^ 
ifSf , zijnde geweeft de 4. vetgrooung, maekte 
men de Royingen op efïêne cronden ^ en de be« 
timmerde wegen binnen de Stad over al beftraet| 
waer door de naem van Stege in de niewer Uit- 
leggingen geene plaets kreeg , en die van Straet 
pam tnen toe aen allen , die geen watergragt 
nadden. Dit gnderfcheid tuflên Stegen en Stra- 
ten fchijnt eertijds zo algemeen bekent gewecft 
te zijn, dat men nog een Tpreek woord heeft om 
eenen Plomp-aert en Weet-niet aen te duiden, 
als men zegt , dat hij getne Siegen -vowr Siraitn 
keni^ hoewel \ hedendaegs weinigen (bhijnen te 
wetei:|f, wat een' Steeg maekt. Wijders vafi ons 
Stege, A-S, fHga/ ftige/ trames \ komt t Ste- 
gen, L Ch: fcandere ^ w: v: "|"St^er, gradus^ 
JcaU i A-S 9 fhfllt Igradus 5 en Stegel ^fukrum } A-S, 
fii^ Ipaxilbts^ &:fH0eI/ gradus^ w: t:onsStcgel- 
' reep ^ftapia ; en Stege , Stijg , numerus vicenarius ; als 
een Stege eyeren , vicena iva \ zijnde een bequame op 
ftapelmg om te koop te flaen , hebbende in de on- 
derde lageix, in de t Y^eede tf , in de derde i cyeita 

Strbsd (i), ST|^^DB (z), Gestreden (3)^ van 
Strijden, certare^ (^c; F-TH, (Irttftll. 

Streek (i). Strike (z), Gestreken (3)]^ van 
Strijken, T^rii^^rf, celfwre^ pé^lpare; tendere^ ver^* 
gerei remitteren confidere\ A-Sf (Itic^n/ 'oeld^ 
tendere ;>r: v: {%) Strckc , linea , 'verfus , traElus j 'uia^ 
plaga^ regio j limes; (^ iSlus^ verhr; 6f ftria-, ö 
vikexi w: v: Land-ftrckc, //^^iji», regio % en Strc- 

kelt. 



Sfjlase ti». $, GEMEENLANDSE DIALECT. 

/. JiegeJi wegens vnze zafft Jange % {of ££)• 



*5< 



Van 't ycrondcrJc Pr4t§* 
riti IniUat: $n Sing: ep 

éi^of EY. 

fofiy adulari i^cn S treilen, 
I. CL; Frif: Sic: mejeri', 
fuafi radhs emittere. 



VÜD ( ei ) , en Vécdtc, 
êdium ) en d: v: Veeden, 
Vcédten I. CL: odium ge* 

Tere\ en Be* vecden -f* , *<?/^ 
//// animo ment : lie ook 
de VIL Reg: wegens de 
ÉE ; ' A«S , foej^ / inimicitia\ 
enfaö/ /»/i»/^«i}enF-TH, 
fntia/ fal^a/ cajitaUs tnir 
mcitiée. 



kclf, bofiorium^ radius \ w: v: Strckdcn L CL: 
leviter tangere. Wijders ( i ) Streek , motus linea^ 
lis ', traSus $ & tr: aSlio vel diSio ambiguitate de^ 
cipiens- en bij inkrimp: Strek "f, laqueus. Voorts. 
( 3 ) Verftreken tijd , tempus coïlapfum. 

Teeg (i)., Tege fz.)j Gbtbgbn (})j van TijMn, 
Tijen , f Tijden , tendere , vergere (^c. , cf /y": 
ttarrare'^ Of accufare. Hier toe Ichijnt te behoo* 
ren ons (j) Tegen, Teeens, contra^ adverfum^ 
\v: v: i"Be-tcgencn I. CL: obviare \ want sdlc 
Tegen fluit eenig Tijgen in , en vice verfa ; M-G^ 
gateigan IL CL: narrare^ en A-S, ttOtt/ ^i^r^- 
re , trabere , protrabere i accufare. 

tVEED (i), tVEDE (i), + Gevbden ( 3 ) j van 
fVijden, fVijen, t Vijgen, odio baierei^ A-S j 

^0an/ fïan/ fïtóatt/ M-G, fi^m/ AL: flen. 



W£ÉK 



Veest (i), Ve-$tb (i) > Gb-vb-sten (3)j vatt 
Vijften,/f</(pr^f w: v: Vcc&y Jlatus ventri s. 

Vbrdweem (i), Vbrdwenb (2), Verdwbnbii^ 
( 3 ) j van Verdwijnen y oul: Dw^nen > evanef* 
cere. 

tVERLEED (l), fVERLEDV (z)y VeRLEDBN (j)}; 

van t Verlijden, praterire^ tranjir$y 6?^.;, v: Lij» 
den i", /re, ö*^. 

Verwees ('i), Verwbze (i), Verwezen (})> 
van Verwijzen, damnat e % zie verder bij Wees. 

fVREED (l), tVREDE(2), f GeVREDEIT ( J ) 5 

van Vrijden , Vrijen IL CL: en L CL: amare% 



I 

/ 



15« 



REGEL EN VAN DE 
L Hegeti wegtm (mze zaffe Ungp E {^f £E)» 



Bijlag9 N*. j. 



Vaa 't Verouderde Prêt§* 
ri$i Induatx m SingL op 

ÉÉ) of EY« 



Wmk (ci)Yfl:teiïtttr/ 
moUisy cnWcckclijk, mol^ 
liter ^ teneriter% als wijken* 
de voor allen tcgcnftand 
en d: v: Wdken , Wec- 
ken L CL: emoUire^ ma^ 
cerare » mactrefcerts ^ ntade^ 
fieri: en d: y; Wdke, «r#- 
ceratio^y A-S^tDCCnatt/ (?ƒ- 
frimere \ en tnac / toact / 
fiexthïlU ^ lentusj infirmus\ 
zie ook de VII. Rcg: wc* 
gens de i£é. 



& bUndimentis depreMri ; M-G , 'frilon/ ^MMr^j 
w: t: ons (z) Vrede, /^atj niet alleen, vermits 
ten uiterfte beminnens waerdig , maer , als de gene 
die den band der Liefde weder aenknoopt: h: c: 
Vredig , pacificus > en d: v: f Vrcdigen I. CL: en 
Bevrra^en L CL: ^^(^r^ , reconciliare ^ A-S,frit|/ 
paxi Yfl: fritiur/ Germ: frttï/ Pax. 

Vreef, Wreef (i) ^Vrevb, Wreve (x), Gevre- 
VEN, en Gewreven (})j van Vrijven, Wrijven, 
teren , atterere^ fricare j h: v: f Vrcvel, en + Wrc* 
vel , petulam , temerarius i als die uit dertdheid 
Wrijven j en d; v: Vrevdig, Wrevelig, morofus^ 
ftomacbofus \ even als die van jeuking' Wrijven : 
w: v: Vrcvelen , en Wrevclen I. CL: jruare^ 
radere \ ^pedihus , matdhui^ vel aliqua corporis partt 
motitare. 

Week (i), Weke (i), Geweken (j)j van Wij- 
ken, cederes A-S, tfflcatt in Infiy ,tD«rC U»t 
in Pnet:, & tDtcen/ 9(tOt(en iu Prat: Part: ca 
Yfl: f^Ui/ <^f<^«. 



Wees (ï), Weze (i) > Gewezen (j); van Wij- 
zen, moHfirare^ èSc.\ A-S, tDlfatl/ </(0C^^, iwji^ 

r^5 w: t: (j) ons Verwezen, damnatus^ enz. 

< 

Weet (i)^ Wete (x), Ge-weten (5); van Wij- 
ten, incufare ^ aifCrihere\ zo mede Verweet (i) 
Verwete (z) en Verweten (5) van Verwijten, 
inculpare 5 A-S, jtOitatl/ inculpare-^ en M-G, tiM 
tDet^an/ ï. CL: e^cprobrare. 

Zebo 



Bijbs' N». i 



GEMEENLANDSE DIALECT. 

/. Rwli vtegms «nxe zap* kmt "E (of EE). 



H% 



Vin 't Verouderde Pra$» 
rit: indut i» SMj;t op 

2^16 {i), Zbgb (z)j Gb»qbh^(3)i Tan Zijgen^ 
percolare^ & dtjkere\ M-G, fioan/ III. CL: ir- 

Ai^i) A-S, ftgatt/ gefigan/ ALigeflgetii Kimbn 

co Yfl: fff^J cadere^ laM. 

ZWBEG (t), ZwBGE(t), GeZWBGBN (3), VSÜQ Zwij<» 

gen, tacere*, A-S, ftxriUM/ J/ere. 
fZwBBX enz: zie Bbzwbek enz: bij deze R^ 
t ZwBBM enz: zie Bbzweem enz: bij deze Reg. 
Dus vent van de I. Rcgd. 

//. Regeli wegens onze zagte lange £. 

De dubbelftaer tige yerba , welke in Infintt: met twee zagte Sil-« 
ben (als -enen, -emen, --igen, -elen, -eren, -uwen, -jken, 
en -esen) eindigen , hebben de lange E in de Accent^ilbe 
zagt: en, dewijl deze Verba altoos Gelijk-vloeyende en van 
de I. ClafT: zijn, vermits afgeleid van Nomina i zo blijft de- 
ze lange E zagt en onveranderlijk in alle de Verbuigingen 
van het Verbum ^ gelijk ook bij alle de Af-ipruitelingen , en 
alle Samen-koppeling. Aldus dan 



Beoblbk , mmUcare ; v: t Bedel , tiÊen- 
dicusi w: t: Bedel-zak, tnatUica men^ 
dici% A-S, feoMi/ pTMO % zie Gbbe* 
DEN bij de L Rcg. 

Bb-jegenbn, Qbviare\ verbis aHquem ag^ 
gredii v: Jegen, contra y adver/usy w: 
t: fjegene, repoy hcus^ G^icmürie: 
als mede Jegen-woordig, frétfens. 

Bb^nevelbn , oimmbrare , nebulis obfiura* 
rei v: Nevelen, nebulam exjpirarei v: 
Nevel , mbula j w: t: ook Ontneve- 



len , nebulam difpergere , ^hfcuritattm 

adimere^ 
B^TBBBN, emendarei v: Beter, meliusi 

A*S, iMtttt' 
BfiZiGBN*, yhs», utiy van Bezig, aRuo^ 

fus\ A-S, ijpfig/ occupatusi en A-S» 

Ilif(0lttl8/ ne^otium. 
t Dbdigbn , zie Verdedigen bij deze 

II. Regd. 
t Deluwsn, zie Vbrdbluwen , bij de- 
ze Regd. 
Gg tE: 



^H 



REGEL BN VAN DE 



B^kff N^, j. 



IL RfgfJ^ vesms 

-f Edelen, 2ie Vbr-edelen, bij deze 

Reg. 
"f^EGELBN, zie Vbr-bgeleN) bij deze 

Rcg. 
fËvBNEiff , adéeptari', v: Even^ ^ums^ 

&r.; zie de III. Reg, 
Fbmelen, veUere^ carperc lifmmy ^ ir: 

nugas agere y (^c. j v: t Fcmcl , linum 

"fFREVBLEN, wêUfucerij fitfurhare^^ v: 
Frevel, frruêhs. 

Geluhten 5 2ie Ver^geluwen, bij deze 
Reg. 

T Grbmblbn , mquinare , mdculare i v; 
Gremelty guttstus^ maculis diftinSusi 
w: v: Gremelingen 1 9 fyrdes , maculét, 

Gaenikbn, /uMdere; (^ fiere puerorum 
infiêr\ v: Greaik , rifns falfus y (^c.% 
zie Green bij de I. Reg. 

Hekelen , carminare \ incejfere aliquem 
n/ferè ; v: Hekd, firreus pelten y guo 
peUiSar Unum. 

HemelbnI) eUm jtbfimiere y veUrey te^ 
gere y €$kre \ van Hemel f y tegmen com- 
vexum y umbella , cadurcum ^ tr: céclum 
erts y palatum > w: t: t Hemdik, clam\ 
mfter dewijl de Berg-plaetfen onzer 
Voorouderen Wulf-kelders waren, zo 
quam 'er ook Hemelen t, Verhemden-f , 
Gmo^merarey comxxum faeere^ w: t:ons 
Gehemelte, Verhemefte, c^lum arisyi 
palatum i en Verhemdte , opu$ conca-' 
nteratuMy convexum^ en VerhemeUël, 
eadurcumy tegmenfuperhêsadnüsauttbro" 
ni. Wijders dewijl het bergen *en be- 
dekken voomaemiijk te pas komt bij 
dingen , die of in Reiiugheid of in 
iraeyen opfcbik uitmunten, zo ooE« 
ftond gevoeglijk hier uit ons Hctne» 
len. Ophemelen, m^miare ytmarey cofh' 
iinnarcy cempenere. En, bet zij mea 
opzigt hebbe of op de wezendlijke o- 
Terdckmgy of op de gedaentelijke o<- 
verwelving , of op den zeer leinen en 

cier- 



Qn%ê zagfê ïémge £. 

cierlijken pp(chik , zo vind ons wooid 

Hemel, c^lunty éethery zijn eigenfchi^ 

hier in natuerlijk uitgebeeld: en d: y: 

Hemdenrl*, c^lum petere. * 
Hbvblbn , fermemare y v: Hevd , /er- 

meftium i zie Gbhbvbn bij de I. 

KegA. 
Jegbnen , zie Bb-jbgenbn , bij deze 

Regel, 
't Ketesen eontr: Keeflèn, formcari^ van 

Kevefe, Keviflc, A-S, Üfeft/ pelkxy 

emÊCubüia; en dit van Keef bij de HL 

Reg: of van f Kevie , cavea , cersy 

aviariumy & tr: ganea. 
Kegelen, ludere trunculis^ comSy t^€.\ 

van Keeel, conuiy metay ftiria^ w: t: 

Ys-kegci, ftiria. 
Kikkeren, balbutke i v: Keker , garru^ 

lus\ v: Keken I. CL: garrir e. 
Ketenen, catenare; van Keten, caiena^y 

zie ook bij de IIL Reg: 
Knevelen , vincuUs confiringere & tn 

grajfarii v: Knevel, n^iusy vinadmay 

nervusy marnes \ dentes venakutiy mjf^ 

tax ; w: t: Af-knevden y vi detor-- 

quere. 
Krevelen , Krewblbn (ie) , hviter 

fricare out mobiütarey v: Krevd^ Kit» 

wel (ie), pruritus. 
Ledigen, Ontledigen, evacuarey &r.^ 

v: Ledig, vaamsy ^thfus^ zie Lbbd, 

bij de 1. Rm;, 
Legeren , cafira metari , cólhcare \ rt 

Leger , cafira , /4/nur) ^ie Gs-^e- 

gen bij de I. R^. 
Lever en, trudereyinpoüJUtem dare^M'Gy 

letDian / galet^^n/ traderey pTiubrei 
Meluwen, Vertnduwen, teredme exe* 

di; v: Meluwe, acarm, 
^-Nedbren, zieVERNEDBRBN, bijdc- 

ze Reg. 
'f Netelen, Vernetdcn f, mere mrticis% 

v: Netd, urtka\ A-S, «rtd/ tteÖ/ 

urttca^ M*G,netftIa/ êciÊS. 

fNE- 



MiJhV N^ |. G E M E B N L A N D 8 E DIALECT. i|r 

//. M^eli wigem wsu ia»g$ zëffe 'E. 



fNsvBLSKy ïicBb^kbveXjen I bij deze 

Regel. 
OP-HEMBLBN9 tieHcMBLBN, hier voor. 
Ont-^zenuwsn, enervarst v: Zemiweii, 

nervus. 
'PfiKBusN, in mÊiriamcmverti\ (^ muria 

fiv€ faljugine ctmdire s v: Pekel , mu^ 

ria. 
tPBMELBK, firpOrcè dure. 
rfiPBREK) fipirt c$ndirc% r: Peper 5 //• 

pREOiEEN^ pTéêdkare^ eoncionarii contr: 
Preken I w: V: Acnpreken, c^mnwnda'- 

pREVELE^7y muffitare. 

QuBDELBN, comri Q1JEI.BN9 garrirêi 
& modÉdarii v: f Quedel, ikatti A*S , 
HnèttOl / d$$a $ en AS, CtttetK / die- 

/urn, A-S, (toetj^an/ AL: (iiidian/ 

Kimbr: IttKfta/ M-^G, ^^n/ ^/i- 

Qy EZELEN 9 traSMre nugas ferih i v;Que« 
zel , r^nvw frivüJarum curiofa. 

Regelen, in &rJiMtm dirigeri ^ WEcrvoor 
men veel al y niet een baflaert-ftaert , 
zc^ Remiléren , alwaer 't accenf op 
de voorEctfte Silbc tn 't ènzaek* 
Üjke deel valt:, kcnnt van Regel ^ ré^ 
gHla^ ordoi tXc Reeg bi] de I. Rf« 
gel. 

Regen en , pluère % v: Resen, plwvia i 
zie FtsEG bij de L Regd. 

Rekenen, rmr/»i/»re^ coltigere ni/mrés^ 
vatfi Rekent y cMécHo , (ffdo^ fitks\ 
van *t t^^ï^^n I. CL: corrdi^te^ coU 
ligere rafiro\ w: t; Ont-rekenf, def^ 
4mere; en Reken f, Rekenen het vier, 
cinêrilms ipam bonden , ig^s iolligere 
6f aijlntderei «n Om-rekenen, ^£//>totf- 
re dolofi' calcuk^y en zig Ver-rokenen , 
€9mpu$andQ f Mi \ en Af-rekéaen 5 ir*- 
numerare\ 6? expungerè rationes % w: t: 
oók -fReke, coIleMiö^y raftrum\ ïinea\ 
ab mede Rekel, hmo êvêrm% ^ ca- 

m 



nisrufiicusy inghtviêfuSi mdoglijkonide 
inhaeligheid. 

'f KEMUi^zn y delirgre y m»ffitiire\ A-S, 
nma/ 9ray lêhrum% en t Jttl-fiafei^ / 
incantationes \ de Heidenfchc Bezwerin- 
gen beflönden veeltijds in Remelin» 
gen, Geprevel en Gemompel van hei- 
melijke woorden binnen's monds. Ver* 
zelt met gcmaekte gebaerden van va:« 
nikkmg, den razenden gelijk. 

^Rbsemen, fREBSSEMEN, cenghtare^ 
colhgaff'y v: fRdcni, fRedlèra, rj« 
^emusy uva. 

Revelen , delirarê , numeraré m^o , inep^ 
fire % v: Revel 1 9 nntffitansi delirami 
v: Revolt, diUratey ineffirey mmeréh 
re anime* 

t Schbmelen, \ealigarey imtmbrare ; v: 

ScHBMfeÈEN, j t Schemel, t^^^^^ 
mer , umbra vana apparitie. 

SMEDtGEN, fficllire\ v: Smèdig^ rnoUisi 
v: Smedets Smédt j Smid, mulci-' 
ber\ in Plur: Smeden: w: t: Smeden 
I.CL: eétdérey eènfiarei 2ie bij de IIL 
Reg. 

SneveLèn (<ni) , deejfey defieerey malis 
avibus morte (^ui , animam amifferei 
v; Srtevel t » ^^7^^ adverfus j v: Sbe- 

• Vcft \ y lahi , vaciUare , frnfirari. 

SFEKELENtj Spikkelen, variegare y gut-' 
tarum injlar maculis diftinguere $ van 

■ Spekd t , Sj>ikkél , macnJus parvns , 
pnnStmy pytifiha^ fpuU levis irrigatto. 

tètEOiOEN , ftabHire % v: StM?gtf 
Steeg , firmus y pertina^ 5 v: Stede^ 
Stad , locUs firmus , 6f tr: civitas 5 fai 
plur: Steden : w: t: ook t Steden 
I. CL: Jiftere\ 5&ie bij de III. Reg. 

Stekelen, //;9ii^/^r<} v: Stekel, //;»ir« 
lus. 

Steperen, Flandr: infiipare^ wr t: Stc» 

• pcr-quaed Flandr: inJUgattn" ad Pmlum^ 
A-S, ftipttt/ falcimen. 

t TREKELBN, Irviter ta^erei r: Strc* 



Gg z 



kei 



«36 



RE GELEN V A N D e 
//. R^eli wegms onze zaffe lange £• 



Bvtéige N«. ^ 



kei, Strijkitok) boftarium. 
"f Vbderen 9 flumas emittere\ phtmare % 

Van Veder, /&«w: w: v: Gevcdcrt, 

pbtmatus , fennatus 5 zie ook de XI. 

Regel. 
Verdedigbn , def endere % oul: Dedigen 

en Dedingen, van Dedigt, aSue/usi 

en Deding , UtigiUm , paSum \ zie Deed 

bij de I. Regel. 
Verdei^uwbn, livefcere\ oulrDduwen, 

van Deluwe, decohr^ üvidus. 
Ver-edelbn , ad nobiütatem adfcifctrey 

vulgo Nobititarei van Edel, nobilis. 
-^ Ver-^bgbi.bn , contrabi \ van Egel , fan^ 

gui/ugai Sc ecbinui; zie de lil. Reg. 
yBRGELUwEN, i^ericum fieriy van Ge- 

luwe, fnerbus regius^ iSerusi zie ook 

de XL Reg: bij Gbeu 
Ybrmbuuwbn, vernÜ0ilari\ zieMELl^> 

WEN. 

yBRNBDBRBMi t Nederen,i&i^MJ&9r^,</«^ 
mittere j fubmittere i van Neder, infrai 
zie Bb-nebd bij de I. Reg. 

yBRWBOERBN, ^<^«^: VBRWBRBN,/imr* 

pefiatibus refineri \ quin etiam fpüs Jive 
aërisviffffkjfcari; van Weder, en Weer, 
tempefiai j C4elum\ A-S, tXUiitt/ \Dtf 
t^i w:v: ook omimperfonale verbum 
Wcdcrcn, contr: Weren, e^U tempef" 
tatem yrofmrey Jive foMftamfive infauf- 
tam^ 

Verzekeren, aj[ev$rare^ cavere^ affere^ 
re% oul: Zek^en^ van Zeker, certus. 

VetbrbN) ligutis confiringere *p (^ cate* 
nare', v: Vetei-j ligula*, (^ catena. 

Yezblen , feftueas dejicerc j 6? leviter 
virgarum extremis cafillameniis Jive fi" 
bris cadere nat et ^ van Yeze , Vezel, 



fibra , feftuta. 



EZiKEM , fuftirrare\ kvifufurro inatt* 
rem aliqwd dieere^ van Vezik, fufur^ 
rus i zijnde een Woord dat het geluid 
der Mompelenden , en der genen die 
iet in 't oor luifteren naebootft. 



•j- Vcederên ,^^/tfr^, voUtare \ van View 
der , Jla j w> t: Vledercijn, Fledcr- 
cijn, artbritis\ zie ook de 111. R^. 

Vlegblen, ftageUare\ van Vl^d, Jla^ 

' geïlum^, AL: fiead* 

WEPBRENf, r^jï/r: Wércn, rejiftere^ 
eer tor e \ T-TH,' llltbafatt/ averterey 
rejiftere\ van ons Weder, c^»/r:Wcêr, 

M-G, imtöra/ AL: tutter/ f-th, 

tOttoa / A-s, tnitj^/ cw^a^ adver^ 
fuss en ons Weder, Wederom , Weêr^ 
Weerom, iterum^ akmede -f Weder, 
nu centri Weer, en f Wcir, en Wéér, 
A-S, UKtgec/ H-D,toiter/ Saxrtoe^ 
ber/ artes. 
^ Wemelen, terebrare ; palptare yjrejuem- 
ter ö? Uviter movere 5 v: Wemc f , tere^ 
bra V en Wemelt , Gewemel , meti* 
tatie^ 

"("Wepelen, v(^arii van Wepdf , w* 
w, vacuusi vn t: f Wepel, fWepc- 
ler, privdtus^ vacans- munere. 

Wrbmel.£N, motitare^ 

Wrévelen, Vrevblbn, ^/narr, &r.$ 
zie Vre£f, WrbIbf, bij de L Reg. 

Zegelen, fiiiüarey v: Zegel, y%i2toi0^ 
zie bij de Vl. Reg. 

Zegelen t , nu emtri Zbilbn , veUJi^ 
care i vanZegdf, Zeglf, iwZol» 
velum > zie de V* Regel wegens de 
BY. A*S, fe0ff/ f(0l/ vehtmi & fefi* 
Uan/ velificare. 

Zbgbnbn, benè^ precari* vr Z^en, hna 
precatió ; w: t: t Zegen L CL: v^tcerei 
v: Zege, viOofiay triumfbus*, Yfl: fU 

Bur/ A-S, ftoe. 

Zekeren t» zie Vbr-^bkerbn bier voor. 

Zemelen y Jrivela fimpnlo/i agere , & 

^<M;ïa ignaviteri bij overdragt van Ze^ 

mei , /i»r/#r , enz. . 

ZsppLBNi, nu Zitjpelen, y/iftar^, bmm-- 

. ndre^ perfluere. 

-):ZwBGBLBN , tibUs canere % van Zwe* 
gelt^ tibiai. M-G,. ftetglatt/ /iMr^^- 

9fre\ 



Mijlage No. i* 



GEMEENLANDSE DIALECT. 
* IL Regil', wegjms tmze zagfc l/mge E. 



*57 



{^aUg^Xkl fonare. . 

Kb, Exceftkn van dpze Rcgèl ^uja^ qns 

B&-ESDtGEN ^ Be-LBEJDIGKN p Bs^TEE- 
KENEN (ci),D£ÉS.SEMEN9GfiÉSSELEKjr 
tScHEEOELSN (Ct) , SP£ÉK$EL.EN> 



Steenigbn, Teekenen (ei) )+Ver- 
beliken, Veebenigbn 9 Ver-eeuwi- 
gen, t Ver-hébtsteren , Ver-le»w 

liken , Vermeerderen , Vermébs- 

TEREN ^ VERTWEBFELENt} CXl ZEE- 
VEREN (ei). 



///. Regeli wegens de zagte lange £• 

Daer de lange E bij inkortinge, of bij Naem-vcrbuigin- 
Vfé. (deciiuatioy ,in een korte Icherpe é o£ $ verwiflèlt, is 
die lange £ zagt : dog de harde lange éé in een korte ê 
te doen overgaen , fehijnt bij onze Voorvaderen weinig ia 
gebruik geweeft te zijnv 

Onda: dezt Regcf behooren ook onze Naem-woorden , 
die in 't Meervoud (fk pUtr:) en in 't verbogene geval (/» 
ca/ii M^uo) de lange £ hebben, dog in 't Eenvoud (m 
fi»^:) in 't Onverbogène geval ( ift ca/u re&o) een korte icher- 
pe é of $ i >als Spel, JSpelenj e;n Lid, Lede^j, enz; Vèr- 
imits bij. iükórtinge van 't volledige gefproten zijnde. 



Witml en A-S, mmi w: v: Ver- 



rugirei A-S, bjtmm^/ MtMl^/ 

rugiens , ftrvtns. 



beelden I. GL: reprefentare % efi tig 't '^^'^bamstBR ^ -f I^^°*^^)"t^i'3'^>'> 
Verbeelden, zig labeelden.' inuteinan: ohfcurm \ ook -Déémfter (d) , A-^, 



BbemD) "fBÉMb. prafum 



lltm /' ohfcurm: 



Bs»£ vBNs , BendKins ^ /ixif^ § 2sie 'ook Deken , Deke, Dek ^ ugtmeu ; v: Dekken^ 



NfiVBKS alhier« 
BEVBLtfN 9 mandje \ phtri v: Bevel, f Be- 

▼ele s zie Be- velek hij de I. R^. 
Bbzsm 5 t Béflcm ^fiopée j A*S^ tefntt / 

iiiftm 8c ïieftti/ c^m: tófeii / liefem. 

BEKiüiy Besje, Béflhi, acinus^ bacca^ u^ 
va % -X ook B«6e ^ en Bekken. 

-f Breemstic^ 9 't* Brémftiff , ardens defi- 
derie ; w: t: Bremenf , Brémmebf 

rugirci 



j ■ A 



f Deken, /^^^^^ A-S, bccatt/ i^^^re. 
'I'Dene, ^^r, tabulai enDctmc j tdiu^ 

latum j pavimemum \ A-S , tKQ / titltt/ 
. valüs^ JocusJSlveJiris. 
-{-Ebmmer, tEmer, en Emmer ><i^- 
- tfTMr. 

^ESTER, Efterf, Hcctter ^ frutex. 
f ËEXM AEL , Etmael , dies naturaUs 14 Ho* 

rarum; zie Eten bij de I. Regel. 
, Éjcchdi y /aTtgui/i^a ', w: t: VcPt 
Gg } -cgc- 



^ 



t^B 



REGEL EN V A N D E 

ƒƒ/. üigefi wej^em tmu Tiagte Umge £• 



Aé;^N^|» 



•^Icnf , contrdbi^ tabefcrre; ziedetL 
Reg. 
Even, Effim, JEquus ^ pJams ^ éequatis\ 

A-S, efan/ rftn/ efin/ tfnftfne/ ^- 

y»»^ , itfuaKs ; w: v: ons t Evcpen , 
EfFcnen , f Vcr-cvcnen i Vcr-éficnen , 
allen I. CL: adaquari ; en Evenaer, 
t EfFenaer , jugum , y?^^j bilancis : wij- 
ders on$, t'e vens , t*éfièns ^riUr ; M-dr^ 

iftttsf/ /»i^/Mr^, iejualisi entbn{an/ga« 

tl^tt)att I. CL: ^f/y^i s zie ook de II. 
.. R^: bij EvBKEN. 

GsBrDBN I Beden , pr.eces^i fluf'*^ van 

fGebcde, Bede, Gebed, précafh; in 

r^ oU: nog, Rode, Gebede. Komt 

van Bidden , oul: Beden ^ zie Gkbe- 

' Dew bij de I. Reg. 

Gebreken , deliSa^ vitia \phin van Brék, 
Gdbrék, fBreke, f Gebreke, t^eftas^. 
defeSus^ deliSlum^ in eafu ohliquo ook 
nog Breke , Gebreke : zie Brekbm 
bij de I. Reg. 

Glede , Glid, litbargyrum\ w: y: SiU 
ver-Glcde , -ölid, argenti /puma ; en 
Coud-ghsde, -Glid , aui^i /hêma ^ cbff- 
fitisi zie Oi^eed, bij. de II. Reg- 

Heester, zic Eefter. 

Heve 1 9 contr: Héf , elevatio , fermentum^ 
v: Héflèn, t Heven, levarey (^c.i w: 
v: Hevel, f^x^ fermaUum^ w; v: Hc- 

, vekn L Ch\ fa^nefri^rei zie Ge-he-* 

; VEN , bij de 1. Reg. 

t Kepel, t Képpcl, piravUs. 

tKitELEW , tlCéttelcn , nu Kitte? 
len, titiliafe^, A-S, Cttelail/ titil^ 
lan. 

Keten, Keting, Ketting, catenay vr: 
v: Ketenen I. CL: caUmirei ^ ooki 
de II. Reg, 

jKevesen, tKebefenj t Keeflcn , f Kéb* 
fcn, f9micuri\ v: tKèbüIe^ tKcvific, 
f Kébiè , t Kébs- voif , c<m€ubina , fel^ 
I^xi zie bij de II. Kegel. 

Klepel , Kiéppel, maUexs ÜMimuiMi^ 



Kreeft , f Krm, cancer% t^ éUm tft 

thorax , peSorale , i Jknibtudin^ tm^ 

mmHcancr9rum\ v: v: Kreeft- , f Kra|« 

-Kraid, béUcfnpmmj berba cancri. 

LEDfeN, mevibra% phf: van Lid, fLéd, 

en f Lede, ffmiMMi) & in cafu oHi- 

juo als nog Lede : dus ook Lede* 

maet^ Lid-aaet,'AV^rïffri A-S,{iet|/ 

Ht||/ artus^ nérv'us% zie verder Lbbd, 

bij de I. Reg: , h: t: ons , Leed- woord* 

jel, 'artftUlus^^fré^pfVus. 

Legb^ , ' t ^ggcr , ' cubik fera^um % en 

' iLXpTycaftra; w: V: Legèitto J. CL: 

-^ê/ffw fwr^i v: Liggen, ^hcffxi^ 

jacerèi zie Geleqbn, bij de L Reg: 

^ M^G,ïtfit / hShis^ cubtlei & YO: 

LEKitNf, lékkeo. Zwikken I. CL: tiih 

,' gcre^ deJing»ey lambere^ A-S, IttSM/ 

' privar$ i enïtttxatt/ regare; Zt Mtm 

atf/ lamberei w: t: öok ons Lekken, 

t Leken , f Vcricken , Vcrlékken , <*- 

jfHUare^ gunatim effluenyea Af-ldceo, 

tLEME,Lémte, Lén^pte, f9mHlati$i vr: 
V: Verlemcn y Vetlémmen, , I. CL* 
mutilare , truncare x A-S , littt / mem- 

brum ^ & ietttp-fttcdt/ & ttnt|h|aii:/ 

€Uudus\ en Yfl: lettl/ C£d$i w: t: Ons 

tLrEPEN, lappen » ihéfSMj en Lép- 

Ïeren , 1. CL: lallare^^ deUba^^f^ vtü 
L^pe, tl^épP^, Lippe,.iMiM| en 
d: t: ons Lepel, cocbleair; w; v: Le- 
pelen, L CL: cocbleari bêufttumdére. 
MpDE , Mee, méd, mét, CMm% A-S^ 

Meer , fffltti , oUm Mfire^ nxm Im\ 

A-S, tttete/ ALmho»/ m-g,»»»!/ 

pdlus^ Ja^us^ marei en ons Mero-inin , 

SyreMy A-S, mtttmm* 

Menio, Ménnig, mulfus^freaumfs; AL: 

«•ttige/ A-S, inemt/ & 1^^ 



i^ii^'N^ ji GEMIIENL ANDSS DIALECT. 

///• JUg$l^ W€ffM de zagfe logge E. 



aji^ 



U-Gt WsmBÊl ^^ v: ons Menig- 

' te, muitüudorM-Gymanagti/ A-b, 

f MsR^iji 9 t Mérrcn , Marren , rentdrari, 
refarJare-, A-S, tl^tOll/ mpedire ; vn 
t: cp^ Mcer*paei , tMfilU^^ en Me^r- 
touwe, rudens^ retinacujum. 

N&v sm 9 Néfioas, jux/^, ^n^xv y M»G ^ 
nej^toa/ ju9ctayprapii A-S, W&/ /r- 
r*, /r^/^5 & ttd^tvan/ adb^ere. 

fP^BGE, tPiég, fPl^gt, Plicht, 0^^ 
mm^ 6?^f ; w: v: Fkg^ I. CL: «r^r- 
cere^ agere , .^j;i, & foIere% dus ook 
Pligt*plegqif , L CL; officia préefiare% 
en Raed-plegen , I. CL: cmfuüarei 

^'^> ^%^l Merei & plCjQmt/ ac- 
tor. 

tQyEKEM , Quékk^ , ckmgere^ infiar 
anferis, 

t QuEi^iNG, Quélling^^xrgii^, éegfitudo^ 
v: Quelen L CL: languere^ gemere. 

fRKDB , f Redde, /?MV | zie Rbbd, 
bij de I}. Reg: 

t Reke 9 t Rén , gjraciHs. 

Schemeren, f ochemelen, Schimmeren, 
inumbrare ^ealigare % A-S ,fcpmi1an / fcfe: 
man / van ons i Schemer , f Schemel , mi 
Schemering t umbra^ vana opparitio. 

Schepen , naves \ pluf: van Schip, 
t Schép, tSchcpe, navis \ w: v: Sche- 
pep, Iii^ch^en L CL: Mm navigare $ 
mme in nai^em immitf^e i w: t: ook 
te Scheep, im navetn^ i$ in navi^ en 
Scheep- volk, Scheepfi-volk,Mi«/if; & 
f Schcpii^e , mavigütio \ & Chffis ; Yfl: 
en M-G, f Wp/ A-S , fcip/ fipp/ fcp^ 

pe/ j»<»w. 

Slede , f Slédde, tf^0 v :vf: . t: t Sléd- 
dcar^ft L CL: laki^ prolabi lubrfci^tei 

A-S, flilnn/ flilimciii;.en A-s, flli:: 

Smeden, fabrijerr.mi'p pluri van Snud, 
t Sméd , + Smcde , mulciber \ w: v: Sme- 
den I. CL: endere^ conflarei en Sme- 

dig, 



dig , molUs , lenis ^ vr: v: Smedig^n 
. I. CL: mellire } zie bij de IL Reg: 

A-S, fmctöe/ ^^f^^i & fmetöneffc/ 

kniias ', & ftnitll/ faber ferrarim^ & 
fmitgian/ L CL: fabricare. 
^NBKEj, Snik f, Sneckjc ^ fiapb^ geMH 

A-S, fnacca/yp^M^. 

tSPBKELEN, Spikkelen, zie bij de IL 

SpBtEN , ïudicrai pinr: v: Spel, Spe|e 
lufus;'w: t; Speel- tuig, Spde-gpod 
crepundia y Speel-kind , f Spel- kind 
partbenius ; en Speelfch , Speel- en Spel 
ziek , ludi cupidus j Ö tn catuUens 
en Ge-fpele, /bdalisycn Ge^ipelinne 
/bcia lujusi en Speelgenoot, Speel 
noot , Jodalis , compar > en Speel-nöot 
)€S, parunymphi^ & prenubée\ wijdeiv 
van Spele + , ludus > komt Spelen L CL: 
ludere^ tsa tr\ de beftiis^ catuïire^ (^ 
eoitufriU: Yfl: fptï/ lufus^ A-S,fpeï/ 
fabula. 

^PBNB , f Spenne, papillay loc muUebrei 
tr: cnpdax; (^ bésmorrbeisy & condylo^ 

/mai (^ broncbocele; bij fommi^en ook 
Speene , Speine : w: v: een Kind Spe- 
nen , fubducere la^e^ en zig Spenen^ 
/e coniinerey abfiinere; en De vrugten 
Spenen wel, fioribus amiffis fruSus eer'* 
roberefcunt ; bij ibmmigen ook Spee- 

, nen: dus ook A-S, ())8tta/ mamm^f. 

Spetbn , bafta , veruta^ fubuUty t^c. \ 
pkr: van Spit , t Spet , t Spete : w: 
v: opeten L Ch: figere ^ offigerei en 
Deur-fpcten , transfigere j en w: t: 
Braed-fpete, -Spit, 'veru\ A-S, fpttlt/ 
veru^ paftinum^ en Yfl:f))tOOt/ bafta. 

ST^DEisr, ci^iiatesj loei*, plur: van fSt^ 
de , t Stéd , lecus firmus , civitas \ liu 

. : Stad, ,dvitas^% dog in cafu oUifuo Sing: 
ook nog wel Dezer Stede» of Van de- 
ze Stga , bujus urbis ; zoo mede In 
ftede , In fteé , loco , vice 3 en Stede , 
Stee , locus i en Bédftede, Béd-ftcê, 

heus 



1 



i4o 



RÉG E LEN VAN DE 



Bijl4i4 m j; 



IIL Regel% wegens 

' 'heus toro deftinatus ; Yfl: ftOnit/ civi- 
tas-, MG, flftö^/ (latö^/ A-S,fteÖ/ 
flrte/ fof»^; & ffeba/ wV»; van pns 
Stede komt + Steden L CL; fifiere\ 
en Be- (leden I. CL: heare , impende^' 
Tiy &e.\ en +Stedig, Sttèg^firmuSy 
pertinax\ A-S, ^\itl fiscus % w? v: ons 
•j-Stedigcn I. CL: ftcMtire^ zie bij de 
IL Reg: wijders ons Stedes , Steeds, 
affidui. 

Teems, Témsf, eribrum. 

Tber, jTere, t^TéiTe, pi(üqmda\ ook 
f Teere : dus ook A-S , t<Xt / fiti^\ 
en tOtt/ teot/ fix liquidai w: vi Te- 
ren, fTérren, Unere pUe. 

Tegel, Tichd, Tegd- en Tichel- ftéén, 
tegtfJaj laSer. 

Temen, nimia proUxitate veri^ proferrey 
y: i"Tcm, deur. 

Tevb , Teef , cant's fcem: j en Téf kenf , 
TeeQe, canicula. 

Treeft , f Treft, cbytrofus. 

Vedel , Viddel , Veel , parva fyra , 
pandura^^dicula; A-S, fW^t 

Vbew, Vent, paUis bittminofai M-G, 

fatii/ A-S, fmn/ lutum. 

Veer , Verre , Vérde ^proeul 5 A-S , fttxcl 

fgenf AL: foto/ uewo; dog M-G, 

fattra : w: t: ons Verent t. Vemen, 
mnno prsterito % en Verent- , Vémen- 
wijn, vinum anHotinumy A-S, f^/ 

Veers, Vérs, verfusy ook Véérs (ae). 
Vebr2e, Vérze , bucula % ook Véérze 

(ae). 
Veest, -fVéft,' crepitus venfris i zie bij 

de II. Reg. 
Vleder, tVlédder, tVkdei-ik, Vfc- 

rikt, Vlerk, ala ; w: t: Vleder-, 

Vlcêr-muis, vefpertilio; zie ook de IL 

Regel. 
VuEBMD, Vrémd, pereQrinus ^ aliemm 



onze loiige zagte E. 

rarus ; AL: fretttfter / A-S, ftotttb/M-G, 
frantatii^} w: t: ons Vreemdding, 
Vrémdding , advena } en f Vreemden, 
fVrémden, Vervreemden, Vervrém^ 
den, allen L CL: alienarey oh^alienÊrei 
en Ont-vrèem4en, Ont-vrémden L QL: 
abaUenarej & admere. 

Weelde, | Wélde, vehtptssj 6f opes\ 
A-S, toda/ felieitasi \Stdan / (pesi 
\XMW^/ divesi w: t: Wecldrig, 
f Wéldrig , voluptuo/us t3 opulentus \ en 

' ^x^gyluxuridns^ vigens^% A-S, ttflM 

\kf tueKg/ opinm$: 

•f Weepsch , t Wépfch , infipidus. 

Wegen , v/> , t3c. > pluri van W^, 
tWcge, w, f^cs A-S, ttiqt/ Yü: 
tKgltt: zie Be- wegen bii de 1. Reg: 
W t: Wég-biéé, W^e-blad, ^Au^a- 

ge% A-S, tt»tt-li;cefte. 

Wereld, Wend, mundus ^ olim /ecuümi 
moo^Ujk voor tDf(r-Oftt/ dat is Oud van 
duermg; dus ook A-S, tDtOrttR»/ tW^ 
rottl/ mundus & fecubim; & AL:ttK^ 
rdt/ mteUt/ feculsm; & F-TH,!!» 
tolt/ \mcüh / feculum j & inundusi zie 
bij de IL Reg: ons Wbderen. 

Wevel, WéfFel, Flandr: vibex. 

^Zeende, f Zéndc y /ynadus. 

Zenuwe , t^^e, fZénwe, iwfTWj 

A-S, finu/ fiann/ fnitor/ fïtftoe: w: 

v: ons Ont-zenuwen L ClL: enerveren 
zie bij de IL Reg: hier toe Zcne- 
groen , bugula \ als de Kiimping der 
Zenuwen genezende. 

tZsNE-scHALK, ^ Zinncfchalk, frépO' 
fitusfamitiai en f Zin, Gezin, /^^m/w* 

Zete , Zette , pedlen agricohe% zie Ge- 
zeten, bij' de I. Regel. 

Zevb , Zcf T , Ziftc , eribrum ; w: v: 
i" Zeven ^ Ziftcfh L CL: crïbrare 5 A-S, 
fif / eribrum \ & flftatt/ eribrare^ w: 
t; ons f Zever, Zifter, eribrafer. 



JF.Rei 



^ < 



£iM« N». \. G EM EE NLANDSE DIALECT. 

IF, Regel*y wegens onze zapt lange E. 



X4^ 



Óns meervoud van den Uitgang op Heid verwiffelt de EI 
in een zagte lange E j als, Lieflykheid, Lieflykheden , enz: 
Het zelfde geknied in 't verbogene geval van 't eenvoud, 
mits in Verhevenen Stijl, als der Lieflykhede, enz. Aldus 
met alle de anderen op Heid uitgaende. 

y» Regel i wegens onze zagte lange E. 

De Baftert-/f /w/iifl//^» onzer Ferba op -EREN , die ontleent 
zijn van het Franfche of Walfche ér^ en welken ook, tot 
teeken en bewijs harer vreemdheid, den accent op de voor- 
laetfte Silbe van dit Onzakelijke deel laten vallen , heb- 
ben deze lange E zagt j en dit niet alleen bij de BajF- 
terd-woorden , als Failjèren , Fatfoenèren , enz: , maer 
ook bij die Verba y welker zaeklijk deel, Duitfch zijn- 
de , door toeval een Wallonfchen ftaert gekregen hebben, 
als ons, 



Braveren , oftentan ; ö? ferocire \ v: 

Braep, comptus; bellus^ &t Brave, 

ferox ^ feroculus\ 6f bellus^ comptuius. 

Hanotèrbn, traBare^ &f verfari •^ v: 

Hand, manus. Hobriuibn, farmca^ 

ri^ matchari^j v: Houke. i meretrix i 

Kleineren, parvi facere'^ v: Klein, 

farvus. Prysèren , of Prvzbren, 

fretium imp$ncre ^ v: Prys, pretktmi 

'RxDSMÈREN, ratiocifkiri; v:^ Reden, 



- rafwcinium. Schofferen , violan^ 
VS rapere ;v:'\SciiÓFj raptus^ vis^ vio^ 
lenfiaj opprobrium\ en Waerdèren, 
éeftimare , pretium imponere % v: W aer- 
DB , valor , pretmm % en Waerd» 
gra^usy pretiofus. 

En alle deze Ferba , vermits a(ge« 
leid van andre Nomina y zijn van de 
I. CU 



Hb 



ir. Rci 



# • 



n 



*4t 



REGELEN VAN DE 



Vl. Regel; wegem de zagie lange E. 



B9U1& N^ ^ 



De Baftaerd-woorden of Bafterd-geliikcnden , welke in 't 
Latijn of Franfch (al na ze ajfïpniiten) op de / ofte e (of 
ook wel a ) ^ dog bij ons op de lange £ ëcceftteren y hebben 
die £ zagt : als ^ 



ArsbniG) Jirfenicum. 
Bbvenbllb, bifinella. 
BrembN) Brem^^afp. 
Cedel 9 Schedel , yfér^/jvi^. 
Ceder, ceirus. 

CoLLEGiB» Galh CoUge^ Lat: Coüegum. 
Crimineel , Gaïl: Criminel y Lat; Cri- 
minatis. 

pBBM, Dautis% en Denemarken 9 Doms. 

Deken, Grsec: iêxsvU^ Lat: decanus. 

Dbvbntbr, DaveftMa. 

Discretie, difcretio. 

Dur-megen, DuromaguSy Pfp: German: 

Elephant, Elepbas. 

Ebmsb, Amafia^ fiuvi. 

Genbvbr, Jenbver^ GaU: genevre jL^t: 

juniperus^ 
Kemel Gr: «ifiifX^f Lat: camelus. 
Klbvb, Klbbf> Cliviéy 0pp:*y en Kle- 

venacr, UJipius. 
Lblib, Ulium. 

Magnbtb, Magnbbt^ magfM0. 
Mberlb, Mérlcy mertda. 
Mbkbh, Meninéty opp: Flandt. 
Menie, mimum. 
Meter , promater y mater initialis , Ai^- 

Nbgbl-bloeme, nigeUêftrumy Galh ni'* 
elk. 

INlBUMBGBN , NiMMEGBN ,' NoWOfM^ 

gum , opp: Gelria. 
PASSB-MEZEy Ixsl: pajlh-^mezza ^ Lat:r^9- 
rea progrediem pajpi urn & dimidtato. 

PflPBt^ y 



Pbpbl, papilioj Caüipapillon^ &^Lat: 

Ornithes folio levL 
Peper, Piper^ zit Peperen bij de II. 

Regel. 
Pere , Peer \ Ttal: Pero , Gall: Poire 1 

Lat: Pjrum % bij Kil: ook Peae (d). 

Zie de VIII» Rq^ bier volgende. 
Peru, Peru^ regio in America. 
Pbtbr, Paur, initiaUsy & olim imfiricus 

fiUolus', ^: t: ook Pete, mater imtia^ 

lis i matertera i Gf , olim lufirica fiUelai 

qmn etiam Avia. 
Pbtbrselie, Petrofelimme, 
Poetb, Poëet, Poëta. 
Prediken , Pradicare f zie bij de II* 

Regel. 
Prophete, Prophbbt, Prt^eta. 
Reëel, Rejêlik, GaU: réély Lat: rea* 

iisj reaüter. 
Rbmbdib, remedium. 
Rbtbl, Revaüaj RivaUay off: Ltvouiée. 
ScHBKRL , Ceclus , mous ffuf^ariéc. . 
Secreet y feeretum. 
t Sbkbl , Sikkel , fecuia , fahc. 
Sbnb y Sem^ i mrbs Senenfis im Itaüa. 
Silbsibn (Slbsibn), SilefiayGerm: regio. 
Slbbswtk, Slefvicum^ opp: (^ Ducatm^ 
Spbcbrten , Hifp: efpeceria , Gaü: ef- 

petes. 
Speer, Sperb, ^rirj, lancea. 
Spherb, Sphbbr, Gall: Spbere , Latr 

fpbéera. 
Strepb , ftria j w: 'v: Strepen I. CL: 

ftriare. 
Treve, Trevb$> Galh Trevei Lat:/»- 



J^i^N•.^ GEMEENLANDSE DIALECT. 



•t# 



, vidgö Treuga. 

fVBDE) mentula^ fenisy Gall: vit, 

VbluwB) Felua^ p$rs GeU: 

Venetië, Vemtia. 

•J- Vbschb , t Vefchic j^i/?i> \ ook f Vcc- 
fchc, en d: v; i"Vcfi:hcn, -t^Vcfchiea 
L CL: imf$heri fuerum fafciis , faf^ 
ciare. 

Wezel 9 Vefalia^ opp: drca Rbeman. 

Wbzbr^ Ftfurgus^ Ftfaris^fiwoxinSM. 

fZEDBLB, contr: fZele, Galk SeUe^ 
oüm Sedk % *Lac: fedik 3 wi t: ons 
Slaep-2de, enbile. 

Zegbl , Gall: fiau , Lat: figülum s eer- 
tijds in 't Frans ook figk^ w: v: Tmre 
Jigeléi (Gczcg^dc aenie)| en nog 



\ Rsgeh ^fgp» 0M# zagte la$^a E. 

ook JiUer voor f/^/w', ^fiif^ > bq 

ons Zqgelen. 
Zegene', f Zégne, Gall: Seine^ Lat: 

Sagefta 5 zie ook Zeinb bij de V. Reg: 

wegens de ey. 
Zbne-bóöm , fena. 
Ze VBN-BÓÓM , Gall: Savinier , Lat: Sahi^ 

na ; Germ: j^ttett-tottttt- 
Zweed , Suecus \ en Zweden, Suecia^ 

Suedia. 
ZwERiN, Severiamm ; opp: Paunm:. 



NB. Hier van is uitgezondert Bbetb 
(ie) Beta\ zie in de volgende Re« 
gel. 



f^IL Regel i wegens onze harde lange EE. 

Onze harde lange EE heeft plaets bij zulken onzer woor- 
den, die tefFens EE en EY j[ot EI) in gebruik hebben, of, 
die y volgens de Amfteldamiche Sttzct-DialeB ^ met ie (voor 
éé) even als bij 't Oud-Frieich, worden uitgefproken : gelijk 
men in tegendeel deze ie , alwaer de lange E zagt komt, 
nimmer gebruikt, ^t en ware bij eenige zeer weinige woor- 
den van tweederhande DialeB. 



Alléén (ie) , /blus } modb^ dta^axaty 

Genaz eiOxixi: en Al-ééns ^ JtmiUtir ^ zie 

verder bij Eén. 
BÉÉN (ie), osj offify Yfl: Ildtm/ A-S, 

liatl: w: t: ons fBéénte, Gebeente, 

offa. 
i'BeEREK (ei), bacca ^ ook tBcren, 

A-S, ïKticQ/ Ittt0ni- 

BEEST (ie), beftia^ animal ferum\ w: v: 

Vcr-bééftcn, brutefcere. 
Bbbtb (ie), Béét-wortcl, bèta. 
Bbgsbrbn, i" Geeien (ie), peten , or^ 

peret 



pere \ zie Ihj ons Lijftje van Verge* 
lijking I h: t: ons trierig , avarus | 
Y £1: agiam ; en ons Gierigaert , ho^ 
tno avarus \ en Gieren, fGieFfen, 
avidè petere cam clamore \ en Gier, 
vuUur : wijders Ael-géér , fufcina tri-* 
dens^ qua petimus anguillas colleBfas ; en 
Géérne (ae) , géém , lubens ; A-S , Qeortl/ 
ftudiofè. De Rotterdam(che DialeS is 
voor de zagte e, als Begeren) gelijk 

ook in 't A-S, geomtan/ (mmtan; 

dog 't M-G, gWCnan/ w/4», vebe^ 

" h z mttt 



H4 



REGELEN VAN DE 
FIL Rigdy ivegem mz» harde langi éé« 



BijUge N^ }• 



minur cupere\ pleit, beneffens het Yf- 

landfch , voor de harde bé ; gelijk ook 

onze RegeL 
i" Berebden , Bgrdden , parare ; 2ie 

RéÉD, bij deze Regel. 
Bléék (ei, en ie)*, pallidus ^ candidusy 

w: v: Bleeken ( ei , ie ) , palier e , pal-^ 

lefcere ^ candidare y infolarey zie de I. 

Reg: wegens de Ë , bij de Kantteek: 

op OLEEK. 

Breed (ei, en ie), laius^ afHplus\ A-S, 
firaÖ / ibratie^ w: v: Breedcn (ei), 
Verbrccden , en Uit-brceden ( ei ) , 
dilatare , • amplificare , extendere ; A-S , 
tltC^an^ 2ie ook Brééd bij 't Lijft- 
]c van Vergelijking, en Breiden bij 
de II. Regel wegens de ey. 

DÉÉo ( ei ) , offaj majfa , farina fubaSa , 
A-S, baj^/ Oage: en hier toe Déég- 
fem ( ei ) , Dcéflem ( ei ) ; w; v: Dééf- 
fcmen (ei) !• CL: zie bij de Kant- 
teek: op Deeg, bij de L Reg:, we- 
§;cns de b. Wijders hier toe i^Ver- 
eegen I. CL: maJfa Jive turunda ^x- 
faturare , ö* faftidire offam , Jive maf- 
fam\ (5? pertadere. 

DÉBL (ei f en ie ) , pars , portie % A-S , 
tWrie/ bert: w: v: Deelen I. CL: (ei, 
ie), dividere-y M-G, tiafliatt/ L CL: 

A-S, ^(dan/ AL: tolan / tetïen/ 

Kimbr: Oeila / Germ: tl)eflett : waer 
toe ons f Deel (ei) , judicium ^^ w: v: 
"f Deden I. CL: difcernere , Judicare% 
dus ook nog Oór-déél , judicium ^ & 
fententia Principis vel Magnaium\ w: 
v: Oórdeelen I. CL: judicare^ dtvide^ 
re fententiam% want aUe goed Oordeel 
befbet in een goed onderfcheid van 
2aken : wijders hier toe "f Ver-dcelen, 
nu Ver-oordeelen I. CL: condemnare^ 
en Ver-deelen (ei), dividere. Voorts 
nog, Aen-déél (ei), portie '^ en. Ag- 
ter-deél ( ei ) , incommodum , damnum , 
^ trajudicium i YfliteJH^/ lis. 



-j-DÉÉMSTBR (ei), ohfcurus\ w: t: "|-Bc- 
deemen, i" Be-déémftercn I. CL: tó- 
fcurares ook Deemfter, Démfter, zie 
bij de III. Regel wegens de b. 

Dbbren, Deireni", meere; ook Dereni 
en f Deere ( ei ) en -f Dere , nocumen* 
turn , (^ difpUcientia. Deze tweeder- 
hande DialeSt was ook al in 't A-S, 
alsA-S,boetatt/ &bertan/ nocere,^ 
IVXtt/iieXt/ èchmmq/ damnum. 

Drbegen Flandr:^ Dreigen (ie) Heiïi 
Mimri\ A-S, tj^ro^gtttge / correpttoi 
& t)^rea0an / increparei Jngh tÖWa^ 
tnt/ minari. 

EÉKE , Eike , quercus y A-S, ac/ OEC/ 
Yfl: eiïtf/ quercus\ en ook Yfl: elft/ 
arbor \ en h: v: Eekd (ei) , glami 
A-S, «cent/ aC-Cpnt; en onsEekel-, 
Eiken-bóóm , quercui ; en Ecjkel- , Ei- 
ken-loof, Hederai en Eék-horen (ei), 
muftela quercuum. 

EÉL-BOT (ei), Hcil-bot, ^tf^, pi/cis. 

£Éh7 , EBNB (ie) , umis% M-G, 01X1$/ 
AL: tin/ A-S, att. Ki: en Yfl: tin/ 
epn/ Germ: ehl; h: v: cenig (ie), fo- 
lus\ M-G, atn^s w: t: Ver-ecnen, 
Ver-eenigen I. CL: convemre , recou^ 
ciliare j en Eenig , éénzaem , fotitarius\ 
6? oh terribilis \ w: v: -^ Vcr-eencn , 
t Ver-eenigen T. CL: perterreri ob fih 
litudinem ; Wijders ons Eréns , jemel\ 
6? concors \ en On-ééns , dijcors ; en 
Al- ééns. Even-ééns, perinde ^ par\ en 
Alléén yfiflus \ en Alleenlijk , folhm y en 
Néén , non ^ en Géén , nullus. Voorts 
onze artic: indefin: Een , Gall: un^ 
dog dit, vermi^ altoos Eonder nadruk, 
verlieft zijn hardigheid van de ee; 
en h: v: Eenig, Enig, aliquis^ ullus% 
en Eenigen, Enigen, quidam^ A,^^ 

mn/ omtg. 

EEST (ie, en ei), uftrinai ook Ecft, 

fEft, en tAft. 
Fluweel (ie), bohfericum. 



ï 



iijtage No. )* 



GEMEENLANDSEDIALECT. 
F/I. R^el% "wegens onze harde lange ée. 



*4r 



Gbbn, nuïius% tEghéén, entNcgécnj 

Germi ftetti/ A-S, nati/ nam. Hier 

. toe, Gcénfints, tmlk modo^ zie wij- 

. dcrs Efn , hier /vooF. Dog Gene, 

ifte^ iV/dt, heeft dö lange e zagtj v-óor 

wölkc, géltjk.onze Regel behelfl, ook 

* nimmer de ie iel de Straettael komt^ 

.dus zegt men nooit y bft giene^ voor 
HET geMe, fuod^ nog ook^ niet, de 
giene^ voor dè gêne, fx^/> maer^vG^el, 
daer is 'er gien , voor, daer is 'EFt 
GEEN , nuUuseft i zie ook G&ne bij 

j de XI. Regel. • 

"f Gebrek, zie Be-geeren. 

Gbbssblbn (ie) y fiagellare } v: Gééflel, 
fiagellum, 

Gjéést (ti)i^mtus^ anima^ ntensy in^ 
geniumi A-S, 0afï/ göfl: w: t: óns 

. Gécftelijk (ei),>5w-i/iw/ïi> A-S,ttftft^ 
ïlt ; en ons Gééftig (ei), ingeniojus: 

GcBTB , Flandr: , Geite ^i»/^ , cafra; A-Sy 

Ijortt/ jatt/ Yih'afit. 

Gb-heél, zie Héél. 
't Ge LÉÉSTEN, zie "fLééflen. 
GfiMÉBN, (ei, en ie )y comnmuis^ vulga^ 
risi trivialiSy (^ familiari>9 M-G,ga:: 

inatn^; A-S, gemoHte/ monte/ com^ 

. munis \ w: t: ons Ge-méènzaem ( ei ) , 
famiüaris^ cm:. Voorts Ge-méénte (ei), 
communis refpublica \ t3 Eccïefia \ en 
Mcént {\c)^ ager ctvïhus commune. 

Gb«*R£Éd (ei, ie), zie Reed. (ie;, bij 
deze Regel. 

Gb-w£br (ei), zie Weeren (d), bij 
deze Regel. 

Hbbl> (ie), Geheel (ei, en ie), /o^üv', 

/aruis j integer ; M-G , ||ail^ / A*S , |>öï/ 

AL: gei!/ Ki: j^iïl / fanus^ integer -^ 

w: t: ons Heelen ^( ei ), ySrxmra^ A-S, 

Irortati/ AL: gctlon/ M-G, j^aüjan: 

zie ook bij 't Lijftjc vaft Vergelij-^ 



Hbbm-rabd (ei), prafeSus aggeritus eu- 
raeedsis > M-G, |aitl)a / ager^ vims.v 

zie 



. zie verder p: i8f. bij ons Hefmbn. 

"fHÉÉR (ei), exerdtus. 

Héét (ei, en it) yfervidus;vir: v: -j-Hec- 
tcn I. CL: (ei, ie), fefvefacere-y Yfl; 
.j^etta-/ calefacerey A-S, j^at/ calidus^ 
en l^crtO/ calor^ fervor\ en j^atatt/ 1^- 
rtan / éefiaare , incakfcefe^ & gepCtt/ 
calefa^us ; w: t: ons "Jf Verhcetftercn 
(ei), imalefcere. 

Hebten (ei, ie), jubere^ mminare% £ƒ 

t ^//>tf Promittere\ M-G, j[)aitatl / >^<?- 

' r^ , w'r^-^ , nondnare 5 en A-S , j^CCtatl/ 
liatan & j^ran / jubere , mminare. 

. Ons Partic: prat: is Geheeten (ei , ic)s 
zo ook M-G, j^attatl^; en A-S, fle^ 
haten / j^aten; h: t: ons tBe-héét, 
T Ge-héct , jujfum ; en ons f Ver-hcc- 
ten , pomittere j M-G , sagattatl/ 

• AL: gtj^jen/ fuj^jen/ promittere^ 
dus ook A-S , j^ten / promijjus ; en 
0e-Öat/ promijftm^ votum^ Yfl: gdta/ 
vocarij & vovere. 

Hbr-gbwebde (ei), ook f Hergewcde 

• (ae), fymbolum , ^'//^«i^ ^//V/v ^y^t;^ pa^ 
. trono adferti zieook Weiden, Weyen, 

exeuterare ^ bij de II. Regel wegens 

de EY. 
Kandeel (ie), cyceon^ Galli chaudeau^ 

vulgo caldellum : h: t: Kandéél-fééft, 

Flandr: repotia. 
Kanbél (ie), cinnantomum ^ vulgo ca^ 

nella^ i quadam canaliumfigura. 
-fKATEELEN (ei), Flaudri ^ bonamobiliaj 

fupellex. 
Keel , Kiele, tegula deliciaris vel colli" 

ciaris; ook Kedel, Kcle j fupparus.^ 
KÉÉN-.BÓÓM (ie), teda^ pinusy als harft 

uitbottende , van ons Kienen I. CL: 

germinarei A-S, COmneti/ Scceniieb/ 

prodn&us \ tmnatt / producer e s &: Ct^ 

rtan / iiare 5 cinu / rima ; & rinm/ 

generatio. 
fKsEZp, nu Kieze, dens ntolaris *, w:v: 
, tKeezep, Kies- kaau wen, i^iir^iv^m/err. 
/. .Hh 3 Kbb- 



H^ 



REPELEN V A N D E 



M^ïagi N«, j. 



K^BSSL (ci) ie) 9 eti Keezd-ftééD (ei» 
;cn ie), parvus fikst \ ook Kezcl: even 
gelijk 't A-S, teofl/ OfOl/ tWf-/ 

ttftt-/ & cpfeï-dati/ yiAW»w. 

Klééd (ie), wyïiis in f/i^r; Kleederen, 
€ontr: Kleeren, vefiimenta; w: v: ons 
Kleeden I. CL: veftire 5 Yfl: feïate/ 

vf^/i j A-S 3, dato/ ^^«'«^ 5 en da- 

tga/ vefiimnta; & dtttietk/ vejiitus. 
"fKLEBMBN (ie), Bekloemen (ie), en 
Lcemen , Beleemen , . linere argjiUa \ 
Tan fKIéém (ie). Leem, ^rr^, /tf- 

^^M ; A-S , dam / /^i^j^ » en d«tman/ 

eblimare-y & A-S, iattt/ iame/ limus^ 

lutumi & A-S, Iffttiette/ lametie / lu- 

teusj fiSiüs. 

Klben (ei), parvus \ M-G, illagtt^: 
w: t: t Kleenen ( ei ) , Verkkenen (ei) 
L CL: dmiwure , parvi facere , cm* 
temnerel zie Kleinen, bijdelLReg: 
en Kleine bij de VIII. Reg: wegens 
de ET. 

Kreet ( ei ) , cUmor ; w: t: WapefHkréct, 
excitatioj clamor êd arma ^y wrvifKree- 
ten (ei) , provocan^ 6?^.; zie de IL 

. Reg; wegens de b bij de Kantteek: 
op Kreet. 

Leed (ei), dohr^mohfiia^injuria^ A-S, 
iatfl \ w: v: ons t Leeden , f Verleeden, 
Be-leedigen, técdere^ nocere; zie verder 
de II. Reg: wegens de e , bii de Kant- 
teek: op Leed : h: t: ook Herten* 
lééd (ei), dolor animiy & mterar. 

jLbeden, Leiden, ducere^ w: v:tLee- 
der (ei) , aMr: Ijécty en d: v: Le^ 
ren, difcere^ dacerey zie de ELantteêk: 
ojp Leed ; hij de IL Res: w^: de e. 

Leem, en Leembn, zie tRleemen (ie) 
hier boven. 

Lbbk (ie), ntutuum% (^ ir. feudumy w: 
%: Leenen (ie) , iHufuo dars \ en Be« 
kenen, pignerare^ pignerari% en Leéns- 
man , cUws ^ en Léén-héér , fatronus 
pff^ms diMekrii^ vulgo ftudêrius^ 

\ A-S, 



A-S, glom/ icma/ nmtMm% & 1^ 

nan/ Ia nan / mututm dar e , cnd^rt I do/ 
voor ons Lenen , imumhere^ dat 
:;;agte e heeft, is ook in 't. A-S , |^ 

nan/ pnan/ & lil^ian/ incumben. 

aÉsT {\t) ^formula ^typus % w: v: fLéés- 
ten, fGeleiften, f VoMééilen , pré^fia^ 
re^ perficerei AS 5 teflt/ F-TH, ktfi/ 
cahpodiimi en A-S» teftatt/ préfiarei 

M-G,1taiflian/.^j«». 

Leeuw (ie), Uo^ zie ook de volgende 

y IIL Rcgd. . 
Léeuwerk, Lééuiik (ie), alauda^ A-S, 

latnait. 

tLEEZE(ie), Wtgexir]ec!K.^ fidcus ^ arü* 
hitai A-S, laft. 

Mbbnen (ei, en ie), putarei .A-S, ttlOt^ 
nan/ Jintire. 

fMBÉNTE (ie , en ei) , zie Gebééén 
alhier. 

Meest (ei, en ie), potiffimum% en Mééf- 
te , maximus ; A-S , ttiorft & mefl/ 
M-G, maifi^: w: t: Mcéftcr, mapf^ 
ter^ artium preceptor^ doSor; en d: v: 
Mééfteren , I. CLidirigfre^ curare *y en 
Vermééfteren , fitperare^ (^ ok curare ^ 
en Mééft-al,. Méé&cn^ééh j pIeruÊÊ$f§ie^ 
plttrimum. 

Mbéuwe (ie) , larus , gavia » A«S , VMOif 

ntotttttott* 

f Mebten (ie) , ttxoriius ac nympüs urn* 
nufcuJa mistere^ ui folent aliqui dsr Z>. 
Agneta. 

fPÉÉMs (ei) , pumex\ nu Puim-ftéén, 

A-S, jpumig-fian. 

Pbsrb <ei) , pytum\ ook Pere, zie de 
VI. Reg: wegens de e , A-S, per/ 

Peetbr-maii (ie) ^ Jraneus^ pifcis ge- 
nus. 

QuEEKEN (ei), Opqueckcn (ei), nutri- 
rcj foverei en Hcrqoeeken (ei), re- 
fociUarei Yfl: imctlta/ accendere. 

RjkUrZBfOL (ó)y acafium^ mofus mrvis 



N 



ByUi» N». 5. GEMfiENLANDSE DIALECT. 447 

bii de V. Rcgi w^: de ey: chRab- 



ZEBL, bij de volg: iX. Reg 

y Gereed (et, en ie), t^cpcifitus^ 
fÊMfus y en Al-rééd ( ie) , Rééds (tsi) , 
en Ber^ds (d) , in pwnptUy jatHfémy 
6f^. j wc v: fjR^ea (ei), Berecden 
(ei), parure^ ê^Ure^ enReeden, nd^ 
vigiafatsriy C^ particif^re } w:v: Ree- 
den), participatie; voorts Reede, Réé, 
ftatio navwm ; en Réédichap (ie) , Ge- 
réédichap (ie), apparatusj inftrumenta^y 
en t Reede-have yfupelkx^ fnoHüaytm: 
zie verder bij de I. Reg: weg: de e, 
de Kantteek: op Reed. 

•fRÉÉN, Rein, purus ; w: v: f Reinig 
ea d: v: Reinigen , zie bij de II. en 
V. Regel wegens de by, en bij het 
Lijilje van Vergelijkinge. 
(d), rangeer. 

"fRÉÉN, Imes y terminus y c$nfimum\ w: 
t: fRéén-bóÓM, arhor terminaKs -y Sax: 
rdn^auttt > en ons f Réén-genóót , vici^ 
nusj conter minus \ en f Réen-ftéén , Z^- 
fis termtnalis j w: t: t Reenen I. CL: 
conterminum effe % (^ terminum confii^ 
tuere. 

RÉép (ei), funiSy rejHs\ 13 ctrcuJus^y 6? 
figmentum ohlongumy teUy corii^ étris^ 
i^c. I A-S, rapé/ Yfl: en Ki: telp/ 
reftiSy funis'j en A-S,raptncle Scwp^: 
Ïitl0/ funiculus; & rcepan/ vindre-, en 
M-G, raip^/ vinculufn-, en fiftatitia* 
raiJJjS/ corrigia. [ Wijders Germ: rrfff / 
Sax: rep / repe / drcuïus , orbis 5 w: t: 
ons Recpen I. CL: confringere linum^ 
Tot het eer fte fbort behoort ons f Ree- 
pen I: CL: ludere circulo Kgneo x en 
Fck-réép , malleolus \ vermits de jonge 
algefhedene Wijngaert - tankjcs voor 

- Pck-kransjes ofPek-hoepcltjes gebrtljkt 
worden; en fRatcl-récp, cret^uw-y als 
kopere ringen zijnde , on welke men 
klopt om een flerk geluia , als dat .van 

een 



óitze bardè lange éé. 

een Ratel , te maken. Voorts , gelijk 

het A-S, repdng/ en 't Sax: rep/re^ 

pe / de zagte e acnduidcn , 20 m^de 
bij ons ook f Repe , circulus $ 6f infiru- 
tnentunp fertiutm quo fttingifur liÈufn % 
' w: v: Repen I. CL: firingere femen li- 
niy en Repen, Fi^if: ^ gefticulari ^ injnie- 
turn ejfe. 

fScHEBDEK, Scheiden, dividere ^ diJHn^ 
gueres M-G, fftólban/ A*s,ft<rtïan/ 

fca»ön/ & ftcabatt/ AL: ftM%ml 
f teitöan / f-th , f&ciban , Germi 

feftcttKn. Ons Pr^t: Partic: is , Ge* 
^ fcheiden , A-S , gefcatietl/ Germ: é^^d^ 

tiett& geftöeilïet; gelijk ookF-TH, m- 

f Seibft / divifus. Hier toe ons f Schcccte , 
t Laiidicheedc (ei) , terminus; en Hélft- 
fchcede , medium j en Scheede (ie), 
contr: Schéé , Schie , vagina. Wijders 
t Scheedel ( ei) , r (?«/r: Scheele , Schéél, 
difiinUio ; w: v: t Schecdclcn ( ei ) , nu 
contr: Scheelen I. CL: difcriminare ^ 
difcernere , 6? diffefre 5 en Ver-fchee- 
len I. CL: diferrey w: t: ook Schee- 
Ie, finciputj^ ö* difcrimen capilhrum; en 
Hóófd-fcheele , calva , cranrum \ en Oóg- 
fcheele, palpebra^y enfScheele, cilium. 
Voorts Scheel, obliquus; ö* limust w; 
t: Schéél-óóg, Scheele-wip,/r^(?. Ver- 
der ook ons Be-fcheiden (éé), condi- 
cerej £5? 0I: difcernere ^ definire^ re/pon^ 
dere j w: t: ons Befcheid ( éé) , refpon-^ 
fum , Of ^ oh decretum , conditio , ra-- 

- tioy (^ argumentum^ en *t Partictp: ad^ 
jeflivale Befcheiden (éé) , dijcretus^ 
moderatusy modeftus-y (^ praftitutus % w: 
v: ons Befcheidenhcid (cé), modeftiaj 
difcretio 56?. ol: difcrimen. Nog ook 
ons Ónder-fcheidcn (éé), difcernere % 
wf t: Onderfcheid (éé) , diJiinStiOy va* 
rietas^ en Onderfcheiden (éé), dif* 
tihSfus. Eindeling ons Vei--fcheiden 
( éé ) , cedere vita , ol: disjungere^ fepa* 

• fart\ w: t : Verfcheiden , varius , diverfus , 



t^% 



VIL Regfhf weffm 

(^ tr: mortuus % 6? oh fegregatm , cpz. 

Scheep (ie), obliquus \ w: t: Schééf- 
béén, Schééf-voet, loripes^ compernisy 
en Schééf-hals , obftipus j A-S , fwf- 
fbt / panfa > w: t: ook 't Vlacmfchc 
Schcevcn I. CL: cavillari; met die ge- 
brekigen te fchimpen is niet dan al 
te gemeen. 

'f Sleek ( ei ) , planus 6? ^equus , /ilo <f- 
fuatus , bumi repens \ w: t: f Sleiken , 
reptare ; zie bij de II. Reg: wegens 
de EY. 

Sléép (ei), traUus^ fyrma\ t3 ponftquen^ 
tia rerum% w: v: Sleepen (ei) I. CL: 
en Slcép-lénde ( ei ) , en Sleepende 
ziekte , en Sleeping ( ei ) van Récht j 
zie de Kantteekening op Sleep bij de 
I. Reg: weg: de k. 

Smeénte (ie)) penelopsi avis atMe mi'^ 
nor. 

Sneeuw (ie) , Nix j MG , fnaitö^/ 

A-S^ fnau/ fnato/ Yfl: fmoot & fna/ 

en AL: fne. Hier toe ons Sneeuwen 
I. CL: niHgere s A-S , fliatQan / & 

fttitoan. 

Spebnb (ei) y papilla i ook Spene, 
t Spénne, zie bij de III. Reg: wegens 
de e; dog A-S, fpMA/ mamma. 

"f-SpREEDBN^Spreiden^y^^rgertf, extendc' 
re, A-S, fprcetian & fpretian/ ext en- 
dere > w: t: ons Spreede^ Bédipreede 
(ei, en ie), tora.le. 

"fSTEEGE (ei), femita ^ pracipitium^, en 
Stéég (ei), acclivisi w: v: fStcegen, 
Steigen I. CL: en fSteeger ^ei), en 
Stéeg-réép ( ei ) , en^: zie de Kant* 
teek: op Steeg bij de I. Reg: weg: 
de B. 

Steen, fStein (ie),Ai/^i/j M-G^flahl#/ 
iioim/ A-S, ftan/ ALienKi: fbtn/ 
Yfl: fhtrtts w: t: ons Sccenigen I. CL: 
lapidare '/A'S y flanatt) van ons. Stee- 
nig^ lapideus , faxeus > A-S, ^omtg: 
en ons $teenen (ei, en ie), lapideusy 

A-S, 



REGELEN y.A N P fe :• > Bijlage N^ 5. 



..A-S, flamai:.dog nimfMTzegxenwe 
fiieneHy voor Sitsasa^ gemne %jds^ de 
B, za^t komt. 

t Streel (ei), radius^ peSe»j C^^.j w: 
v: Streelen ( ei ) , peStere , palpare j ö 
adtflarij enz: zie de Kantteek: op S 1 rbbc 
bij de I. R^ weg: de b, 

Teekbn (Gi)jJgHumi M-G, t0ilbtt$/ 

AS , tarot / tam / AL: aetcj^/ 

itit^n : w: v: ons Teekenen (ei), 
Jignare^f oji endere^ detineare i figms m^ 

ftruere^ M-G, tatftn)ati/ gatatfttnan/ 
AS, tamtati/ taran; AL: yag^i 

w: t: ons t Bij-teeken, exemplar. 
tTEBLE (ei), iejhi A-S, tal-6n»lt>/ 

ofirifer^ 
■f" Teems (ei) , nu Teems, enooktTéais, 

Tamefis j fluvius in jfttglia^ A-S, CC^ 

mefe. 

TÉÉN (ie), virga^ vimen-, M-G,taltrii 
A-S , tan : gelijk ook AL: jetttlia / A-S , 
tatiel/ carbis: w: t: Teenen L CL:/r- 
rifarey virgis ^cilicet *yQn Teenen, vimineus. 

i" TÉÉR , i" Tier, ^rbar ; w: t: ons Eglen- 
tier^ cynosbaton-y ^uafi arbcr echinanimj 
propter fpinas ramarwn & caulis. 

Tberbn, zie Vbrteeren (ie), alhier. 

Twee , tTwei, (ie) , duo ^ oul: ook 
Twijt, en fTwaej M-G, ttoai/ 

ttoa/ A-S, tttia/ ma/ & ttoeo/ 

ttU^/ & ttOtm/ Yfl: tiwr/ AL: 

3i»io/ jtoein/ jtten/ f-th, jna/ 

ym/ Jtnei: w; v: ons tTwéén I.CL: 
differre^ ecnf endere ^ en ons f Tweelcf^ 
nu Twalcf, Twaalf, duodedm^ M-G, 

ttoaïib/ ttoaïif/ A-S, ttudf. £n 

ons tTwééntig (ei), bok tTwijncig, 
nu contr: Twintig, viginti. Voorts 
tTweenen (^) -, en Tweernen, comiu^ 
plicare fila % zie ook Tw^inbn bij de 
II. R(^: we^: de by. 
't" Veedb,'Véedte, ^en +Vbb (ei, en 
. . ie ) , odium , fimuUas\ w: v: ons "f Vee- 
den, Véédten L CL: odijfe } ra Be^ 

veoden 9 



jj/jfta;^ No. ). GÈMEENLANDSE DIALECT. 

. VIL Regih vfegem êmu bard€ Ion ff bé. 

reeden , boftili ammo nocere : zie de Kant- 

toek: op Vebd bij de I. Reg: weg:.de b« 

Veeg (ei) m^rti fropifipius y tvmkmdusi 

f Vebjlbn 9 Veilen , venditare ^ w: t: 

f Veelc, Veile, HeJeray berba venak 

vinum iiidicansi zie ook bij de II. Reg: 

w^;ens de by. 
VisM , Veen (ei) > fodaütiumi w: t: 

Véén-nóot (ei) , fodalis^ ficius% ook 

f Vén-nóót. 
f VjBÉR, nu Vier 9 quéUuori M-G, fitk:: 

toot / fitlttt/ A-Sy ftotj^/ ftxAxktJ 
firtoer/ f^ber/ AL: fioc/ ftor/ Ki: 

fiognr/ YfL- (iOOtrr^ Deze allen paf- 
fen \crel op onze ie , dog van onze 
ÉÉ hebben wij nog overig ons Veer- 
tien, fuatuaraecim ', en Veertig, fM" 
draginta ; waer bij de ie , zo wel in 
ichrijf- als ipreek-taele thans' in on- 
bruik is* Wijders hier toe "l" Véértel, 
V^rtd, fuadrans menfura. 

fVBRTBEREN, Vertieren, confinHere^ 
6? divendere^ tranfl: van Verteeren, 
Teeren ,' confumere , conterere 3 en Tee- 
re, confun^tto > bi) den Rotterdammer 
Teren ; zie ook Teder bij deXL Reg. 

Vlbésch (ei), cafo\ A-S, f[«ft/ flOtt/ 
& fiere; w: t: ons Vlééfchlijk (ei), 
A-S, ffafc-Kf/ & fïeft-ïlt/ camalis^ 

& A-S , ffcefc-ntangere / lanius j en A-s, 
ftofc-ffarate/ fïa»-ffrm/ maceiium. 

Wbbdb, Wéédtb, t WÜT, t Gwcct 
(d) , glaftum^ ifatis^ Germ: tOa&/ 

toatb'firaut/ A-s, toati. 

Wééd-asch (ei), fineres fmegmatici ^ 

jcambufti ex aricre fffifüfera 3 vel ex of* 

fibus animaUum* 
f Weedb-mabkd, f Weid-maend, Wie* 

de-maend , juUus menfis ; ook 't We- 

demaend, met welke DidleSt overeen- 

ftemt het A-S, tlttOb-ntOttat| / mnjis 

tWEBDBH , Weiden, fafcere^ trrare^ 

vagarij 



^ 



vagarty Yfl: tefiia/ venêrii w: t: on$ 
Weide, pafcua^ enz. 

Week (ei, ie), moUis^^c.^ A-Sj\Siac/ 
tnact I toaac / infirmus y langmdus yfiexi* 
hilis; w: t: ons Weekclijk (ie), mol' 
liter y^c. yen waer van ons Wecken (ei,ie) 
emoUire , (^e. y A-S , tOttCeatt / ofprmere \ 
en Yfl: tinltur / infirmus , langftidusi 
tic verder de Kantteek: op Week bij 
de I. Reg: w^ens de e. 

t Weele , t Wéél, Wiele, vertex a* 
fusrumy A-S, tnofï/ vortexy eOyJiuA 

Wbenen (ei), lugere^ plorarey M-G, 

tnatnott / A-S, tnanian/ AL: toei^ 

non: w: t: ons Bé-weenen (d)yfie$m 
frofefuiy van fWecne (ei), Jteixs^ 
dolor ; van Wéé , v^ 5 M-G, toai/ 
A-S, toa/ to«/ AL: toh zie Wj 't 
Lijftje van Vergelijkinge. 

Weenb, fWiene, Vienna^ cêfiraFUk^ 
vianay op: jtuftria. 

t Weenig , Weinig , parum , paucus% 
A-S, toantan/ decrefierey mimiiy zie 
ook bij de VIII. Reg: weg: de ey. 

Weeren (ei), def endere ^ probiberey du* 
rare ; cMere 6? callefcere j w: t: ons 
i" Deur-weeren ,^fr//»r^^ 5 en f Wéér, 
Gewéér (ei) , arma 5 en Wéér 
(ei), aries j vervexy w: t: Weercn- 
vlééfch , earo verveeina , ovilla } en 
Wéér-nat , Wéér-nat-fóp , Jus eamis 
wilUes zie ook ons Weer, WBRB,bij 
de XI. Regel \ en verder ons Weder 
bij de II. Keg: , welke DialeS bij de^ 
ze woorden ook placts vind. 

Wbbtb (ei), glafiumy zie Wbbdb, bij 
deze Regel. 

Wrééd (ei), aufierus y ncerhusy A-S, 

torat||/ toratge/ /r^; &tomtg/ in», 

dignatio. 

"f'ZsEKE (ei), arina. 

Zeep (ie) , lomentum , fapo ; A-S , fape ; als 
mede A-S , fccpt/fkccusiw: t: ons Be-zee- 
pen (ie), fypone linerey A-S, fapan.^ 

Il ZWBEM 



<tp^ 



REGELï^N V AN D E 

F/L RegiJy ^egem onze bande Unge es. 



^iflHf *!•• J, 



2wi£M (ei) 9 fimiUtudo^ frrm^ iie» <of$' 
gruem^ w: v: Zweemcn L CL: (ei), 
affimilim effi^ fimititudinem referre^ rie 
d^ Kanttcck: op Rs-zwjësm , bij de 
I. Reg: wegens de e. 

ZwÉÉP (ie), fiageUum\ w: v: Zwcepen 
{ ie ) , flageliare ^ A-S , fYOdpatt / fcopis 
Jvrdem auferre; & (YwoyAn/ verrtre% 
& Oottpe / ftttep / flagellum •, deze A- S^ 
eO & tO beantwoord de i]^ volgens de 
Oüd-Fricfche Diifeff, 

ZwBBT (ie), yi^«>r j A^, fwat/ fmt^ 



tt : w: v: ons Zwwtcn Cic) I. 
fmiarn^ A-S, ftooetafR: w: t: o» Be* 
ewóét , fii4éhmi»s % ea Be-Twceceiiy 
xviy//^ A^^or^ fudare \ i3 fudcr^ rigati. 
2»W«EtEW (ei ) , ^vagarij JtoÉhMW^ ook 
Zweven bij (feu RetterdamiB». De- 
ze tweederhande Dialeft was ook ai 
bij 't oude, als A-S, fmt^vngtl fi- 
pvr^ & fimffm I {Mmmmi & fteftell/ 
yo/fVif . Hier toe mede ons Voor-twee* 
ven, obverfari. ' 



f f 



VUL Regel i wegens onzefcbarpe lange ££• 

Bij allen , die op EEU of EEUW den Afdruk Hebben, 
komt de éé hard^ als. 



fi0^' 



Eeuw, ficuhm % M-G, ftitu/ fecuhmi 

& »t te attt»/ ni in attoa/ m»quam% 
& tot atoa/ in aitoin/ unti aite/ 
& aitoatiagey y^i^^/er^ A-S, idoa tp 

tAtnt/ i^ étvum; w: t: ons Eeuwig, 

£éwig, M*G, aitoeina/ AL^ euutfl/ 

étUrms t w: v: ons Ver-ééuwigen 
I. CL: aternitati cmfecrare% & A-S> 
a/ 9Al fmper. 

, ^ojcitare. 
j Uo^ zie de Vil. Reg: bier voor* 
«^j^jUbbuwAerpen, Lewarda^ 9pp: in Frif: 

^ ' " LÉÉUWIUK , LÉÉÜ WERK 5» tfi^^^ | A-S, 

latocerc t zie de VIL Rêg: bier voor. 
Mbéuwe, Urusy gavia; A-S, tlUCftt/ 
IllOtttttoes ziedevoorgaende VIL Reg. 

dere. • 

Frééuwen, /uffiirarij Jurriperjf. 

Reeuwen , cadofupra curare:^ pcümere% 
'w: v: Rééuö,. paUinSufa , 6? Jpumê 
ktbalfsi A*St raUie/ cadaver% ca ons 



RÉÉusiiff , Sêiim acer^ Mckitr it ubmh 
^émodim faUict^ ' 

ScffaéÉvwEjN, Vifdjtrsri^ exdamare. 

SuééySt^vWf tetms y üUtmiatMs ^ titU' 
fiiSi w: v: Slééuwea L CL: decrtfu* 
re , extemtêri^ w: t: ons 51éé-&p, ^ 
catM % en Sléé-dorea^ 61ééuw«domi, 
Sléé-pruioEic, prunm filvefiris. 

Snébvw, tSneé, ir/x^ M-G, ^UÉO/ 
&c. w: v: ons Snéénwea L*CL:»> 
gerey A-S, fnatttaoy /8cc; xie bi| de 
VIL Reg: hier voor. 

t Spreeuw , a^us , /y^i^ 

Sprééuwe , fiunms» 

tTÉÉuwE.^ bemfivilis^ 

ZÉÉ, iZÉwwB^mare^eSmlacusi'bMj^ 
tttarifaitO / ftagnum ^ Arfi, fte/ Yfl: 
fiOOe/ Ang^: fea/ emare^r w: t: oqs 
"f Be-zééwen , madefim mua nunina: 
étts ode bij ons , «en Zeeuw , Zéé- 
hodpr^ Zéelê9uU^ hwlus:; £n 'Ijéé4scDr 
land, Cadanonta^ Zelandia m Dsmaz 
ta Osdcr^Zéé^ iua f^e^fetus. 

IX. Rt^ 



IV;i^N^$. GEM9EN(.4NtDSB DIALECT. 



*r» 



/ / 



IX. Rfgeli viHtgens onze harde lange ££. 

De Uitgangen op ££L> (welke mij in de Middel -eeuwen, 
of fédert , van het Latijafche elhtm of dlum fchijn en ontleent 
te zijn , en waer roor de Franjfen doorgaends eau zetten , 
hebben de fcharpe lange éé: en, gelijk ook een groot deel 
dezer Woorden, ten minfte aen dit einde, baftaertzijn, zo 
hebben zij mede den klemtoon op dezen Uitgang flerket als 
op het zakelijke deel gekregen. 



Abeel, populus aJha^ Gall: jiubeau. 
Bar&éel , mdlus harbaius > Galh bar^ 

beau. 
Bekkbhjbél., cranium^j ^vaa ons Bekken, 

peUvis\ om de holle gedaente. 
BÓRDEÉJL , vul^ bütdellum. ^ . Gali: büT' 

Brandrréél , tragula , telum recipra* 

cam. 
Fakkbsl, Vakkéél , /^^^t cofUignatio^ 

ipan oas Vak, pars, 
*fFARi>ÉÉL, onus^ GaU: fardeau. 
Ï^Fascbbl, fafcii^ fafcimlus^ Grsec: $^ 

%tXKQ(y Gaüifaifeau \ h: v' FaTcéélbout ^^ 

fa/cis ligncrum\ (3 Ugna quernea \ en 

Fafcéél-més , f ah arbararia , filvatica i 

en Fafceelen I. CL: fafcia ligare. 
"fFsRNBBLE, feguÜÊ dd^dans. 
Ï^FLiAMBÉÉL, ƒ1x, Gall: flambiau. 
Flu vnsét. , bolofericum , vulgo fluetum. 
Garbbl», Gorrébl., iBÏaunk. 
Gravbed y glarea % calaüus , avenule veji» 

ca^ Galh gjravelh. 
GasMBBjL.BN, Flandrifabridere^Galhgrt- 

macer^ van om Grimt, infi^s falmu 
"fHAFTÉBL , bipalium i van t^ftfCm/ 

( Germz & Sax: } tenere. 
J^otrwBBc. , bipatiam.y pafiimim\ vl: oib 

Houwen I. CL: fecare^ infecare^ (Sc 
JuwEJSL) JouwBBL, cimelium^ resfretio^ 



Ja gaudio afficienSj Galhjoiaid. 
Kameel, camelus^ Gaü: cbameanu 
Kandeel, cyceon^ zie Uj de VIL Reg^. 
Kaneel, cinnamomum^ vulgè caniüa% 

Gall: eamüe \ zie ook bii de VIL Reg. 
't'KANSirwlbELB, prumjakrmm. 
Kanteel , finna , niina\ €ain$trim\ en 

Kantteelen, acrateria. 
Kapiteel, ca^ulum^ Galk cbafiitatt^ 
*^Karav£Él, fKARBvÉBL, f Korvéél| 

nuBoe]^er, cilax^ vvi\^ cara/veUOi. 
f Karbbél , Krabbbel , tigmm 1 en 

Karbéélftéén , wi^Ius > en Kocfoéél, 

mutUa trabsj Galh swbtau. 
i" Kardeel, Saxi nubijonsKabeitouwe,. 

prymnefium. 

"fKARÉÉL, f KORÉÉL,KARÉÉL-STéEN, 

* /Uet, laier c^Uusy Gaik quareauy Ical: 
', quadrelh. 

Kartbél, Quarteél, quéoia par^ 
Kasveél, cajknumi gaU: ehateau^. 
"J^Katebi^bn (ei), bofia mobma^ vulgft^' 

catalla% zie ook bij de VIL Reg. 
Krakeel, r/x^^ ontlbent van ons Kra«^' 

ken, rumpere^ crepairey en d: v: Krab* 

kcelen L CL: rixare. 
i* Kt7SSBNF.ÉL , epbippiumi van ons KuP; 

(èn, pulvimtr. 
Lamprébl, amicuksj Gall: tApreatu 
Makreel , Galk macqucreau. « 

li z tMAN-i 



*r* 



REGELEN VAN DE 



IX. Regel% wegens 

"f Makgbneel 9 macbifue bellica genus. 

"J-MartééL) walleus ferreus ^ wAgb maf'' 
tellus ^ Ttal: MarteUo^ Gall: marUaui 
nu Diflel-hamer. 

"f- Na VÉÉL 9 nu Steck^rape, napus^ Gaik 
ndveau. 

Pannéél ) tympanum y tabula , faieHd , 
vidgó panellum , Gall: panneau. 

Pakcéél , particula ^ Gall: parceUe. 

Pénséél y PÉNCÉÉL y fenicillus ^ Gall: 
pinceau. 

Pyzéél, Zaland: tbecaveftiaria^ van ons 
Pije^ tunica. 

Plattéél , Ital: piatello , Lat: patina y 
van ons Plat, latusy planus. 

PriééL) umbracalumi Gall: prieau. 

QvARTBÉL ) quartarius , quarta pars % zie 
ook Kartéel bij deze Reg. 

Rab-zbel (ei) 9 i" Rak-zéel , /tfMrV ) quo 
ad malum antenna adftringitur \ Rae- 
2cél (ei) 9 Razéélfchip, pbafelusy ra^ 
tis\ Gall: rafeau\ komt va^ ons Rae,, 
antenna y en Zéél, funis \6f Zeil, w- 
lum. HieF heeft nogt* fi jf nogte ag^ 
terdeel iet van *t baflacrd^ zo dat het 
Franfche Rafeau (beneffens vele ande- 
re benamingen tot de Scheepvaert be* 
hooiende) ontleent is van *t onze. 

RÉSPÉBL} Flandn Nebuh. 



r r 



Bghge No. f. 



cnze harde lange 

RoNDÉÉL , drcuUts , ntagisj vulgo tm. 

dellumj Gall: randeau^ van onsRond, 

rotundus. 
R6ssÉÉL , rubellusj Gall:^ Roujeaui van 

ons Ros, ruffeHs. 
ScHANDÉÉL, muiier maledica; van ons^ 

Schande, ignominia. 
StapbÉl^ Fïandr: pluteus^ appendix far-- 

teriê\ tabula in quA farter opera amfi^ 

cit $ GM, Efiahtier ^ gifle van 't La* 

tijnfchc Tabula j tabellum. 
Tafbréél y Jabula ptOa y Gaü: 5ta^ 

bleau. 
Toonéél, fbeatrumi van ons Toonen, 

ojlendere. 
•fToRNÉÉL, trocbusy ^ pinnamuri. 
•fToRRÉÉL, Tlandr: JurriSy turriiula. 
+ToRSEELEN I. CL: Kgare y fajciare % 

van i-Torflccl, fafci£y llgamen y Gaff: 

froujeau ; van Torflcn, Flandn Uga^ 

re y Juccingere , Gall: troujfer 5 bij ons 

Torilcn 1. CL; bumeris deportare far* 

einami w: t: fToiffééU fTroflecl^ 

/arcina. 
Trovwéél , Truweel» , en Troffel ^ 

TnifFd, trulla. 
Vakkbél^ zieFakkééL 
"f ZuBRÉÉLy acerba muiier y vanonsZuc% 

aeerbus. 



JK Rf^el; wegens onze fcbarpe lange EE* 

De Woorden bij welken wij EE en AA (of AE of A) 
in \ i^eken of fchrijven onverfchillig gebruiken , hebben 
de harde of fcharpe èèy in dier voege, als ik in 't 7: Lid 
mijner Aenmer kingen over de Crittque Spelkunde vermeld 
hebbe. Bij dezen vind men in KHïaerfs Woordenboek door- 
gaens A in fbeê van ££ , wanneer in die zelfde Silbe geen 
Mede-klinker volgt: als^ 

Bbdsjbsx^ 



Bgimt N«. 5, 



GEMÉENLANDSE DIALECT. 

X^ R^eh '^^gms onze fcbarpe lange ikL 



*n 



Beeren (ae) \. Gefiire% £5? harritumi- 
dere; & oUm etiam z. utij in ufu ba- 
hen ; w: t: (i) ons Gebeerde (^c\ 
geftus % en Hand-gebéér ( ae ) , exercita* 
tioj occujpatio: Wijders (i) óór-bacr, 
órber, utilitas^ ujus\ en tóórbaeren, 
orberen, uti^ utilitatemcapere ',cnOnt^ 
beeren ) indig^e^ carere. 

BLEETEN(ac), ovium inftar halare \ A-S, 

lircetan/ tilatan: ook bij ons Béé, 

voM oviumy halatus', A-S 9 fCOEp-Moet- 
fDwÉÉP (aé) , fatuus ; w; v: Dwec- 

perijc ( ac) , fatuitas., 
EERDE (ae), terra 'y M-G , ailt|^/ 

A-S, eojti. 

EÉRs (ae), «;i«J> A-S, ar^-gdttg. 

j- GÉiRps ( ae ) , Gvd , virga , fiagrum^ 

A-S, gerti/ v/fg<^, virgultum. . 
Gebrek (ae) , /?/«i»; A-S, gat/ /^- 

lum. 
*f Gberen, Gaeren, Gaderen, cengrega- 

re j colligeren A-S, gatiettdn/ galnrtatt. 

GÉÉRNE (ae), lubens'j zie Be-geeren 

bij dcVII.Reg. 
Qbveerte (ac), moles , macbinamen^ 

turn. 
HéÉRD (ae), focus\ A-S, SeartÖ//?- 

4:usi M-G, j^anrla/ ig:wx. 

Kebxblen (ae), gUcke^ garrhre. 
Kbbrkl (ac), virfi^tis^firenuusy virj 

homo , rujiicus s A-S , (Ctti/ nutfculus > 

Sc tad-cat/ ^^/i^i ma/culus, 
KÉÉRSB (ae), candelaj lycbms. 
Kbeze {zc)ycafeus. 
Kreemer (ae), tahernarius. 
LÉÉG (ae) bumiüs , depreffus \ w: v: 

f Lee^en (ae). Verteegen (ae) L CL: 

fummntere^ dtfrimere. 
Lbërze fae) > LéérS}(ae), 0;^^^, w: 

v: t Lcérzen , ocreas induere , ö* /r: 

Xylegogio caftigare ; ö^^4 , ^^re , vel ru- 

dente ferire nat es \ en Geléérft (ae), 

ccreis inJlruSus. 

Mkért 



Meert ( ac) , menjSi Afartius ; A-S , Wat^ 

ttge. 

NÉERSTio (ae), i^^wx» 

Peéro (ae), fj^/zt^. 

PÉÉRLE (ae) , Pcercl (a), Margarita\ 
'A-S, pCKtl/ gemmuïa* 

PÉÉRSCH (ac), vhïaceus. ■ - 

ScHÉÉR (ae) , Mex \ A-S, fttdxa/ 
forjices 5 fCCtr/ w«>/V| zie verder ons 
ScHEREM bij de I. Regel weg: de e. 

4'Spf.éke, Spacke, 'ytf^/j, impages ^ ra^ 
dius rota\ A-3, fpat/ r^^/W, &,fpap 
tan/ r^/iï r(?/^. 

Stéért (ae), cauda , fjrmat 13 tr: re* 
üquum alicujus rei-, en Stéért-béén, os 
cauda , os facrum 5 A-S , ftcXCt /. als me- 
de A-S, /ttort/ fhrt/ ^««^^. 

Tbelino (ae) , ^uerquedula minor*^ avis. 
ex anatum gfnere^ 

TEERLINK (ae>,?^/«5, tejfera. 

VfiSGEN (^ae), purgare^ tergere ^ verrere j 
radere t ook Vegen > gelijk ook A-S,fa:? 
BW/& ftWtt lpulcber\ waer toe ons f Vac- 
ger, t Veger, qui ad quidvis aïacritate 
expediendum efl idoneuSr 

VÉÉRD (ae), tnotus celer\ (^ oUm lier^ 
via, expeditioy w: t: Véérdig (ac), 
expediius ; w: v: Af-véérdigen (ae) 
I. CL: expedire; A-S, fflft/ g/rejfusy 
S^XtJ fubHaneusi & fate/ ftat/ itery 
& fflfran/ faran & ftX&al ir e: Wij- 
ders hier toe ons Rcetvéérdig (ae), 
jufius , éequus r en Veer, f Vaer, /r«- 
jeclus*, ook Vere, Veer, A-S, fatu/ 
tranfitus \ als Kamper^veer , campoFOe'^ 



rtaj enz. 



Véérs (ac), verfus; ook Vcers, Vérs, 

zie bij de III. Regel. 
VÉÉRze (ae), bucuta j' ook Veèrzc, 

Vérze, zie bij de III. Reg. 
"WÉÉRD (ae) , dignus j w: t: Wéérdc 

(2cyj vahr, pretium r dog A-S ^\XittKt^f 
dignus^ & vakr. 

WÉBRD (ae), bofpes\ A-S^Ws^f 
li 3 ^«/wj 



1 



»)•♦ REO ELEN V AN DE ajiés^li^.f^ 

e^/tosi Sc ttMTte/ toare/ eauteia. A-s»tMartj^/ tnarfttl/ \Ma^/eftur^ 

fWÉBRD, t Wéérder, fWéért (ac), Wbbrelo (ae), mmlusi ooJc Wodd, 
/x;/2(£> i fropugnaciUum i dus- Keizers^ zie bij de Xf. Regel. . 
wéért (ae), q: d: Cafarh infula, enz: Zwbéro (ac), gUuUus. 

XI. Regel-^ 'wegens onze karde en onze zape langf EE. 

Vaa de Woorden, die nog overig zijn, zullen we ijdcr 
onder zijne Lijft (even gelijk bij de VIII. Reg: wegens de 
EI en Y gefchied is) de zulken betrekken, die uit de Oud- 
heid hun bewijs van onderfcheid ontkenen kunnen; alles te 
rekenen volgens onze voorgemelde DialeB-Regel in de IX. Re- 
dew: §. XL, vervattende onder anderen, dat der AneeKaxen 
Aoï Aèy onze icherpe lange ééy en hunne E of /(of 7* of 
EO) onze zagte lange EE ( of E ) , enz: beantwoord. 



fPegens de zagte lange EE ( of E )» 
-fBEBL 2YN, pdtmtere alicMJfts faSi i A*S, 

Ma/ H'^^* 

tB»R, BEREt, ur/usi A-S ylttXa/ ht^ 

nl Yü: mxni Sc A-s, fttrenb/ >• 

rax^ effwtusy gerulck\ en ÏKratl/ pro- 
f ene ; ook bij om Beer \ zie hier 

Bekb, fvouhs% A«S, fiecc» 

BftVEN I. CL: tremerei A-S 9 I^IOfiatl/ 

liflati/ F-TH, Iietati/ erMian. 

Brvrr, /^, ^j^r^ A*S, tpefW. 



D. 
DsiiV) Deel, affer^ & 0/1111 ^r^^^ j)^- 
vimentum \ A-S, tj^tttlS/ <9r^tf$ w: t: 
onsDéllc, Deling) ^éfttr» Ai^wms en 

Deel- 



Wegens de harde lange ££, 

B» 

(OfBÉER, Evencwiju, aper^K-Syfiatl 

jtore; enA-S) iiar-fiprnt/^treM»«AMVff 

en ( 1) ons Béér , Béér-vcrken, ver* 
res , f^o^s ifo» xaftratu^ s w: t: ob» 
jfdag: Ten Beene gaen , fubare i en 
(3) Béér 9 vimay mfhrumemum Mli* 
cum ; & <^^ v^^ «ri^iy; exfirnSas^ 
foo aquarum cemmumcatio exclndttar^ 
als een aengebragte hoop Aerde of 

Steens A-S, ti«raii/ M-G, feamm/ 

portare^ en (4) Béér^ urfus ^ ook 
f Bere. 2^ wel Béér, aper^ en Béér, 
verres , ^ Béér,, «r/i^x, zijn betrek* 
lifk toe ons Baeren^, fBeeren, g^nt- 
rejpr(ferrei M*G, ïtóiratt/ II. CL: 
om hxuine ongemeeoc geilheid, enz. 

D. 



tEE', 



siM' N#. h 



GEMEEïïLANDSE DIALECT. 

XI. Jie£eL 



»rf 



fFegms ik xn^ hngs ££ (vf £). 

Dccl-wijn , vinum convallium. Men 
vind ook bij Kiliaen Déél , Deil , 
afer', dog dan word dat ontleent van 
Deelen (ei)^ dividere. 
Deze, bic ^ béte y M-G , tS<#/ A-S, 

E. 

Edik , r0;y/r: Eek , acetitm-y M-G, a^ 

Mi^/ A-S, ecet»/ ecete/ & «ceO/ <»* 

r^/«fx»;en A-S, CCt/ dolor. 

EvEL, euvel, pravus^ 6? malumy A-S, 
efa / ^/sg/: etttff/ Ottïï: G>m: uïieï ; 
h: t: St Jans Evd (cu), VJleodc E- 
vel, fmrims miucus ^ epilépfiayaxLMk' 
ierelt Ueos^ vu%o n^firer^ m$ls en £*- 
vcl-daed (eu)^ jtmhfc^Sum ^ falus % - en 
ia Evclen mooie, i»/ir^ 4Ip^/Vmi# ^ en^ E- 
vd-moedig (eu), fimHtiofusy en t Eve» 
len, fEvd doen, mc$re. 

£zEL^ i;;?««j} & ir: fiateut ^Slms , m 
^almla imUitttr; Gom: efei/ A-S, eo^ 

fW/ efW: dog M-G, flfiftt?/ ^/«^^ 
Hier . toe om £zd-achtig , aJfmMus , 
fioüdus. 



n 



, G. 

Crl, ook GÉÉL, fiMvm\ A-S, ^e^^ 
tUe/ 81^ &: ^SjS^litml jUivus^ w: t: 

• om , Geletije , fymfhonitt , ^miêfan^ 
tJuu trkokr f om 't Cchoone geel dat 
onder 't Rood en ^oen van die Bloem 
2eer uitfteekt, "W ieders ons Gduwe, 

- iSertts , nmrbus repus ^ w: v: Ver-ge- 
luwen L CL: iSericum fièri 5 ric de 
IL Rcg: w^sgens cfeisr^ ;ik medft Géétr 
hier naeft. * . 

Gbmblyk, ookGeemelik, i9!r^4^/%i,^;ƒ- 



degens dt barde Ja^ ££. 



E. 

f Ei ,7br,»tf#WMrtó>«i ; ^ 

wacrroepns Éé«gae, E^-gade, .Ëé-ge- 
mael, conjnxJegitima ^en «f Eé-^étter ^/m/^ 
latpr^Eé'bPDakCj adiüferiMm^ en £é« 
lóós , On-éébk , cwlebsy en £é*(o6sy 
On-éé, ^;^/?Af, illegitimus} en £6- dom 
(d) S'/V:, gener. 

Ebd, junmmtumi M-G, Aitj^, A-S, 
at§/ AL; ett>/ Ki: & Yfl: riti«rj 
^wiaer vanods, |Be-«eden, Be-éédigen 

. L CL:Jurar€y Yfl: eg Cttit/ Juro. 

Eer, ^w, ütf^s MtG, air; en Wei- 
éér, (?//»;. M^, aki^j^: W:t;eok 
ons Eere, Aöwjj Yfl; «ra/ A-S, a^ 
W / anje : w: v: ons Eeren I. CL: 
bcnorarey A-S, adatl/ Wml bonara^ 
re j ^ honoris gratid parcere y en óns^ 
Eeren-féft, honorabitis^ boneftus^ pi^sy 

A-S , ar-f«fl / & cfr-feft. Wijders 

ons Ver-eeren I. CL: boneflare} ^ bo^ 

noris gratta donare-. 
-fEÊRB, ^/, *r/V; A-S$ \Xtt SXj actz 

w: t: tEcTcnc, ^ereus} A-S, Cttntf. 
- G. 
-Ga -owÉÉ , 'Gedwef.^sabm , ook f Dwii^ 

mBllk j f'ufithmmus^ manfitetiisy A^Sy 

t||t»enan/ mlhre. 

Geel, oök Gbbl, jfavusi w:v:^Geefca, 
Vcr-geclen L CL: flavere^ flavefcere^ 
A*S , 0oeïO / & groIO / ^JT^^j ? & Germi 
^al / gad/ ;?ifvcr5^s Ital: ^i^i/c, Gsfll; 

' ƒ «ir/ii^ , J0une : zie ook Gbbx. hiet 



HÉ1ÉBG0 



tf$ RfiOELENVANDE 

If^egens mze zagte ïai^i EE {^f E. 

t Genen , y^^i/fff I A-S, fffxAaXi & 
gmnatt/ hiare. 

Gbnb , ///(?, ifte*^ w: t: Génder, Gin- 
der , Gindwaerts ,* i//ï^ , iftic % A-S » 

gfottre/ /Wj & geonti/ />^, uitra^ en 

gona/ ^^1^. Wijders hier toe ons, 
e gene die, iüe qui^ qmcunqite. Doig 
ons , Géén , Gwne , nullus% zie bij 
GÉÉN, onder de VIL Reg. 
f Gb-^vlbgbn , excoriatusi A-S, fUSM/ 
voor fiegatl/ exccriare. 

. H. 
Hedbn, bodie% M-G, ^tA% AL: j^u^^ 
tn/ Germ: |êltt/ en bij ons ook Hui* 
den. 
Hbnbn , Heen , i/Jmt , £^^ 5 als Hier heen , 
binc% enDaer heen,i7/iiKr; Waerheen, 
quó? ent: A-S, j^eOUdlt/ ^/)Xf. Wij- 
ders ons Henen gaen, abtre. 



Mviéff N«. §: 



^P^X^ffx ^/KSf fcbarf€ Uu^eHÉ. 



H. 



K. 

Kblb, Kbbl, guttufi ook Kecle} v: 
v: ons Keien, Keelcn L CL: jugula- 
re ', ^ tranjl: Keelen , Keel-beulen 
!♦ CL: trucidau fwnnfe. Wijders Ke- 
Ie, Keel, en Keele, fupparus% ttgula 
4eliciaris , CQlHciaris ; als aen den nals 
toegebonden of vaft gemaekt , A-S , 
ttX&l faucesi en dolott/ guttur. 

i" Kepen , tenere , retinere , fervare % A-S, 
tqiatt / cwrare , captare , feil: quée fer- 
» v^;»^^ 6f obfervanda fint ;. w: t: ons 
Keper, fuftentaculum ^ retinaculumytig'- 
nus i (^ Norma ; quin etiam , w /^jt- 
turis ^ obliqua Csf narmalis fubtegminum 
ixbibitio : w: v: Keperen , I. CL: cofh^ 

tigm^ 



Hééb, Hbbrb, dümhtusi A-S,|^m/ 
& ]^^ w: v: ons Beheeren L CL: 
regere^ dirigerei en Overheercn, Vcr- 
heeien L CL: dtminari^ (^ fulgugarei 
en ons Héérichen L CL: dmmari^ 
imperare*, & Overhéér{chen, tffrime^ 
re , fubjugdire % en ons , Hééiichap , De* 
minus ^ frimarsusy imperandifetensy w: 
t: Heérichappije, Jmimum ^ imperiitmi 
en t Héér-lcnikl , fymbolum beraUtm: 
(^ fiatusfive diftinaionobiRtatis. Voorts 
Héérlijk, magmficusy infigms. 

Heésch, raucus\ A-S, j^ai^; w: t: ons 
Heesheid, raucitasi Vfl: jtoft 

K. 

Kbble , en Keelen , ook Kele , en 
Kelen, zie hier naeft. 

Keeren, vertere % ö* tr: Perrere *, A-S, 
atcntaa/ vertere ^ & OCdXtÜi/ flexusi 
w: t: ons Keeren, Af- keeren, probibe* 
re , arcere ; en Bekeeren , coftverterei 
en Verkeeien, mutare & nmtarii & 
frequemare^ verfarL Voorts ons Kéér- 
weer, repotia; en ^ Kéér-borftel , peni^ 
cillus i zie ook *f Kbren in de neven* 
ftacndc Lijft* v 

Kbetb, ea/a;-^: t: Zout-keete, yïi»M^ 
purgatorium falis\ en w: v: Keeten 
I. CL: fociUare^ purgare. Dog A-S, 
ttVtl celtêi mtjtt/ mtt/fofai'tvrdk 

van 



Bijkgf N^. J. G E M E E NL A N D S E DIALECT. tfj 



fTegens $nze zagt€ la$ig€ EE {of E). 



\. Rtfgil. 



tiffu^e*, & ai narmam ffn^mare ^ A-S 9 
ttp/ tabernactdum. 

-f Keren 5 v^/^^ 5 Ö* verrere.i zie Kk- 
REjQi inde Lijft hier naeft , A<S , wnM/ 
cpran &Cpn:an/ ver f ere ^ canvertere. 

Ketb, ca/a; en Keten L CL: f ocillare% 
zit Kbbte hier naeft. 

Ketei. , vaeabus , abfnum^ cMarium 1 
MG, liatiï^/ A-S, mö/ <e«:.w: 
t: ons, Zout-ketd , cortma ftriaria^ 
teSum jaiariwn* 

Kever , f Refer , fiarab^us , hrucbus % 
A-S, (eafOt: w:t:ons. Goud-kever, 
4antbari5^ JufeQ auri colote lucensi Wij- 
ders Kevcr-kin, Kever-bék^ foei^o^ 
en Kever-békkeo L CL: menium afu$ 
ïangius epctendere. 

Klevrn L CL; gïütinariy adluerere ^ fi-^ 
gere% A-S, deófati/ difiMl : w: t; 
XKlcvc, vifcm^ gtuten\ Germi Me&i 
en A-S, flm I Cttf-toprt/ agrimoniay 
lappa ; en w: v: ons t Klcve , ï Kle^ 
irer , • hedera 1 en f Klevig, Kleverie , 
tmex^ vifcofusi w;t: fKlevercn I.CÏ-: 
fcandare. 

Krbkb , veraio incurva ^ foffa verticafa ^ 
trepidoi A-S, Ctecca/ crepido. 

Lekr 9 Lening (cu), fulcrum*, A-S, 
||ttnta0ïl : w: t: ons Lenen I. CL: 
(ea) , inclinarey incumbere% A-S, j^:? 

ttan/ j^Ieonan. Dog ons Lebnen 

L CL: (ei, ie), mutue dare % A-S, 

glornati/ icetian/ 2ie bij de VII. Reg. 

Lever, >r«rrA*S, ïififW/ GermilÜXtJ 
Angl: ïttwr/ YÜ: Ufttï : w: t: ons 
Lever-kruid , bepatica , agrimonia , i&^« 
pafarium\ berba jec^is obftruSliones ex* 
purgans. 

Mede , Mbe , midfum , aqua melle mxta% 
A-S, ttttóO/ meoUn: w. t: ons Me- 

dig 



fTegens enzê harde Jaffge EE. 



van onze DialeS in waerde verfchil- 
len zon , zo we niet ook en hadden 
Ketb, cafa^ en Kstevt, fociUare. 



\ 



4 



u 



Meed, Méé, rubia\ A-S, tttorbmi wi 

t:oai, Mée-k^ppC) r<»M<e r<»i/iV«f cm», 

Kk " winti' 



Xf9 



fFegms ^nz£ zagte langf ËE (of E). 

dig Bier, muftia cerevijla. . 
^fMBDBN, ookMfiEDENi ziefaieriiaeff. 
Mebl , farif$a; A*S , tttde / ItldltDe/ 

mdtoe/ tAeolDtOe/ farina^ Jtmlago% & 

Y{i;mt0ï/ A-s,mealett»e//<»rw^,/^i 

en Yfl: titd/ minutim tundo. 
Mbklenburo , MegdUburgtm ^ opp: in 
Germ: M-G , nWlfl^ AL: tlltCp/ 

tntliliti/ mtftd/ A-s, micd/ tnp(d/ 

Kimbr: ttlthtl/ m^^mxx. 
•j" Meren , Marren , r$tardere 5 A-S, 
ttieran/ impedirel z\% bij de IIL Reg: 
vegcns de' e. 



REGELEN VAN DE «s^^ N#; ^. 

fFègiHs onze: xape lèt^e ÉE. 



N- 

Negem , «^vm V A-S, nioatt/ ttlgett/ 

M-G , 8c AL: ittttn / Kimb: tliu/ 
Yfl: vsgnx en ons Negentien, xi^m^ 

decim^y A-S, tttgontine. 

i* Nbrb , viUus , qu4ejius \ ook Nbbre |^ 
w: t: ons f Neren, Ge- neren L CL; 
fafcere , nufrire j 6? quaftum feSuri ho^ 

• »^^j ook Gc-nccncni Fi-TH^ nerotl/ 

' aleray. 



fmnutte ^ en w: v: Mééën , Mcedea 
I. CL: rubiè tingert ^ iftfeOu rubU 
ffétptKfêift» 

"fMBEDfcN, ook fMki>Bfr, fMiedeo, 
iMkrteti, hcnrt^ conducert\ mier toe 
TMeedc (ie), fntmum^ merces^fii^ 
pendium 1 A*S, ntCtlK/ & ttHb/ tOe^ 
)ie : to dat deze cweederiiande Dk^ 
led l>ij \ AngcBax: al te Tiaden ^ras: 
Wijders ons -tMcdelkJc, menenarius. 

Mbbr, Meerder, M«ó,inatsa/A-S^. 

motrt/ tnatf/wara/^fex, magts^m- 

Jory oog Meer, fMer, Ucus^ ntare*, 
M-G, mam en A-S^ mtnl en AL: 
tttCtet zie bddbn bij *t Ltjflje van 
'Ycfgdrjkirig, en M: bctfte bgdc IIL 
Reg: weg: de is^ • . 

t Meere, Meer f, termihmy mefSj U* 
mis i A-S, morra/ Imitesi w: v: 

• f Mééren L CL: €onftifuere Bnrites. 

tMEBTB, erenai M*G,tttaitatl IV. CL: 
comdere ; 8c afttiattatt / alfthfderei 
8c IMtttattatt/ circumciderei w: t: ook 
ons t Mcete , pajfum ; als een ibort 
van Weeg^bk^ren bij de Onden gp- 
bruikt om *t lichaem in de kerven 
mede te befineeren , en alzoo Ujktee* 
kens in te vrijven : zie rifffii Étjmdi 
in vcce Glafium. 

M^BZft , Méésje ^panis ; A-S , fttflfè; w: t: 

* ons, Brahd-niccze,/ir»j n/rr^enKool- 
meêze, parus tnajori en Rmpel-meczc,. 
parus minor y 6f tr: bomnncio debilis. 

N. . 

Neere , en Neercnt, Ge-nccren, zie 
hier nacft bij Neue. 



Res- 



2^;^#N«. j. G£M££NLAND$E DIALEC.T. 



*f» 



XI* Rfigcl* 



fFegens anzi zagU iangê EE (^/ E). 

aïerey A-S, mtian/ 0r-wrlatl/yi/w- 
f^, fervar0\ & gf-mc/ ge-ÜMC/ rt- 
fugium. Wijders ons Nering , Ncc- 
ring j aUmentum ; & tr: c$mmereium % 
vr: t: Neringrijk, fGcneerig, almtu^ 
quétftuofus : zo dat hier tweederhande 
JDiale^ plaets heeft. 
Nbvb, Nebf^ cQgnatus^ nepos ^ &f cw^ 
fanguineusy A-S, «efft/ tieofi^/ «!^X| 
en ons. Neven, f Gê-iievcn, patrmdes^ 
confobrini% en oulinks f Nevinne, m^ 
4is^ nu Nigte, en fNifte^ A-S, ne» 

fene/ nift/Gem: mfïti- 

IC 



/ / 



s. 

t ScHREPBL , macikntm^ /Mgofus; van 
f Schrepen Flandr: , r^M^f ; A-S , fcre^ 
pan / ^r^/Jfr* 5 & fcrqKtl/ aufterus^ 
icftmfftl ftrigil^ radula^, CCfotOpan/ 
fiabere. 

Sbdbrt , ab iUo tempore , ^^/n^ ^pofi ; A-S, 
(ib/ fStnl latus^ longus^ & fttie attt» 
fUtt/ longi latifue i &feOt^an/ fltg^ 
tftan/ YüifpbM/deifkieypofiypofteai 
& A-S, fitgeft/ mviffimus\ & Yfl: 
l&Öte/ fpfcft/ pofterior^ pofterius. 

fSLEVB, mamca^ A-S, flief/ f!lfie/ flpf/ 
fTef/ flpfa/ brachiale^ mama. 

fSMBRB, Smber , tfiif/x, &^. zie hier 
naeft bij Sm ebben. 

Stebl , Stele , ftipesy fcapus^ caulis i 
A-S, fWe: w: v: ons f Stelen I. CL: 
ftipHem five capulum (^c: immütere aü* 
cui rei. 

Stbkbk , gBmere^ ^jpw 9^ merè Ivoasi 
Yü: itpxf doleê : dog ons Steenen, 
iaphhusi zie b^ de VIL Reg: cp 
Stjbbn (ei). 

Stbb- 



ff^egem onze harde lange JS£i^ 



R. 
RftBRBK, ioare^ rugirei i3 cUmare infiar 
eervi eervam appefentis 5 GaU: reer^ 
. A-S-, tarait / rugire ^ iarrire , fre^ 



S. 

t Sleep, /«£m£». Potlepel} YA: ffepf/ 
coebleare. 

Smberen, iUmere^ ^g^^; (^tripopma* 
ri; w: t: ons Sméér, aJeps^ abdomen^ 
mipte»^ Jrotm^ 6? tr\ popirMios w: t: 
ons Smeér-buik , pantex , 'oentri (^ ab* 
domim ferbiens y en Sméér-kalk, gyp^ 
firn , jjuo parietes obducmUur^ en Sméér- 
kruit , ofvbancbe } fiandfflaca ^ berba pin* 

. pd (^ mollL cauüado ajirgem : en 

. Sméér-marad , November ; akde Slacht* 
maend zijnde: en Sméér- wortel 9 faba 
cngs , erafula^ teiephivm% q: d: radix 
unguemai^. Oulinks evenwei gebruikte 
men ook de zagte lange b, ab fSme- 
re, nu Smeer, adeps^ ^c.y met wel- 
ke Diaka ovettenkomt het Yil:filtpr/ 
omgo; en 't A-S, fHlfW/ f&tltont/ a- 

depsj 6ff.} enfttttran/ fHrtrian/fï«p^ 

• nam/ mgere: 



Kk 1 



Tbe- 



Atfd 



REGELEN VAK DE 

XL Regil 



Bijlagtt N*. 3. 



fFegens onze zagte lange EE (0/ E). 

Strbnb, Strenge 9 Stringe, vinculumy 

uftis , ligamen ^ lorum , cborda , Ugula , la* 

queus i ital: /mg^ i A-S , ffarene/ fhétlgf 

w: t: ons ^ Strenc ^ Strenge garens^ 
«r^/j filaceus , filorum congeries^ 

T. 
Tedkr, Teer ) Uner^ exilis^ gracilisy 
cnTeocrlijk, delicate y teneriter ', ex cor-^ 
de ^ ex animo ^ intimi \ A-S, tetldatl/ 
tenerefeere : Hier toe mooglijk ons 
Teren I CL: attenuare^ terere^ tabef- 
ceroj decoquere^ canfumere^ & epulariy 
en d: t: ons Tere, confumptio $ en Te* 
ringe, confumptio y (^ tabes% A-S,tm^ 

rung / lanpm $ & teortan/ Hriati/ 

ttfdSM /^ fatifcere j deficere: dog oulinks 
bij ons OOK "fTocder, tenery(^€:\ 
w: t: mede ons Teeren , attinuartj 
confumere , &?^. } en Verteeren , Ver- 
tieren, confumere^ divendere^ (^c.\ zie 
bij de VI I. Reg: , zo dat hier twee* 
derleye DialeS placts heeft, hoewel 
'c AngeUax; voor de zagte e pleit» 
Telen, gignere^ procreare^ ö? olim cok* 
re agfum ^ ook Teblen : Dog de 
Rotterd^nmer gebruikt hier de zagte 
B : waer mede overeenkomt het A-S , 
teolail/ tikati/ tilAan / procreare ^ mtiy 
w: t; ons Teelt, TeUnge, provenfus^ 
t^c. y en fTed-man ^ agrieola^ A-S> 

tilta/ ttttgea/ é^n^oia. 

Tenen, FUmdr:^ Hritare ; ook Tebnen^ 
Zie TÉÉN bij de VIL Reg:. A-S, 
ttonan/ irritarej convitrari^ enteotl/ 
ttona/ teone/ irritathj calunmia. 

TsPEb^ capitulum manuiue.', A*S,.tt)Kt)/ 
caput. 

V 

Veder, Vbbr, IVbrb, plumd^^ f^n-^ 

na 5 Yfl; fïb«r/ A-S, fcber/ frtéer/ 

fitÖtt & fptj&ec ook fortfter / penna^ 
êhi yr: v: Vederen L CL: plumare % 

zie. 



/ / 



JFegens onZBfibasfe lange ÊÉ. 



T. 
Tebder, /^ff^; ziehiernaeft bij Teder. 
Tbelen, Téélt, en TeeÜnge, zie hier 

naefl bij Telen. 
TÉBN , di^tus pedis j A*S, ta/ Gcrm: 

Teerem, Verteeren, enz: zie hicrnaeft 

bij Teder. 
•f Teezbn , earpere , velkre , trabere*^ 

AS, tfffan. 



V. 

VüitVEBCH^ pv^; ook Vee, Vcecfrr 
diisM-G, fwött/ ^/»i| &A*S,ftö||/ 
petunid j & pecuf; icfa/ fé^/fta/ jfe- 
cuniai Yfl: fle/ pecunia. Het Vee was 

der 



Ay&ig^N^.J. GEMEENLANDSE DIALECT. 

XL Regel, 
ffegem onze zagte lange EE (of £ \ fTegens onzifcbarpe lae^ EË.. 



ttfl 



zie bij de II. Rcg:. Wijders van Ve- 
der , penna j komt tranjl: Veder , Veer 
van een Slot y [era pej/ulus. 
V£E, fVsECH, pecus'f zie hiernaed bij 

V£BL> Vele^ muit urn % en Veler-hande 
Vclcr-lci, multifariusy M-G, fiïu/ 

A-S, fela/ ftoïa/ AL: filu/ fdo/ 

Genn: btel/ tnultum. De Stigteiiacr 
zegt ook VeeLi waer mede overeen- 
komt het A-S , fatïa / Ma/ »^^^^% 

Vleke , Vleken , Sicqntbri ypapiUo \ A-S». 
fItCCedan/ motitare* alas. 

W. 

•fWBDE, w^tf, vimenyfdUxy Yfl: W- 
tittr/ arboTy lignum^ fruux\ w: t: ons 
t Wede- winde , i&r^ifr^ > als windende 
zig om de boomen en takken : en 
ons Wederik , faUcaritk. 

WbbK) Weke, bebdomas\ A-S, tOIC/ 

toeo(/ttmce)Sax: tD^e/ Angl: tuefte/ 

Germ: tDOCJ^/ behdomas : en M^G , MiU^ 
hO/e^do rerum^ viciius/iüs recurrentium '^ 
dog ons Wéék (ei), mollisy A-S, 
tOa(/ toare/ zie bij de Kantteek: op 
Week bij de I. Keg:. Voorts ons 
Wckdijk, per finguhs feptimanasy en 
Goede- weke, bebdimu^ fanRa. 

Wekr 9 ea Weer, eallusy nodusi zie 
hier naeft. 

Weer , Were, F-TH, toew/ defen- 

fio > ons Weer bieden , reftftere ^ en 

A-S, toer / en toat / fepimentumy w: 

v; ons Weren , ook Weeren , en 

fWciren , AL: of F-TH, VOttdXi/ 

A*S, tueran/ tDertatt/ toorcatt/ Ki: 

tfttiêi/ def endere y prohtbere\ w: t: ons 
•f Weer, Geweer, Yfl: bcria/ armay 
en A-S, Mm^Vil caftra. Bij Kiliacn 
en St^ten-Bijbel vind men ook Wee* 
RBK9, dat de harde lange ée, aenwijft, 

dog 



der Voor-oudci^n fchat en middel van 
wifleling en betaling % dus ook in 't 
Latijn pecunia van pecus. Onze harde 
en onze zagte e hebben beiden hier 
voorfpraeken bij de Oudheid. 

VÉÉL, zie Veejl hier naeft. 

Vreeze, timor y pavor'y w: v: Vrec:^n 
I. CL: timere , 'vereri ; en Bevrééft^ 
Simidus', M-G y f taifoa / tentare y Vcr- 
zoekii^ bacrt Vroeze , of komt 'er- 
uit voort: Yfl; fftiiiixi^/ tcrJati^ 



W. 

WÉÉ, wj M-G, toai/ A-S, toa/ toa/ 

AL: toe: w: t: ons Hérten- wéé , hén- 
wééyicardialgiai en t Wcehen I. CL.-^ 
'ifagire ^ want om beuzelingen maken 
de Kinderen Wéé-geichrei : zie ook 
Wbbnen bij de Vfl. Regel. 

fWÉÉo, paries y. lutantemum y A^S,. 
toaaV toaJ^/ 5 w; t:. ons Wéég-luis, 

• dmx f en Wcég-luis-kruid<, XyriSy 
iris agf^efiis , fpaiula fmtida \ wiens blad- 
den tuilen de vingeren gewreven zijn- 
de als Weegluizen fl:inkcn. Wijders 
ons Lccmenrwéég,t , paries ctatitiusy 

. Qu.Leemenrwandl 

Weer, ea Weer, ASyMitex/ \»tQX^ 
ttl tbaiP/ callus^ nodusy iuber^y w: v: 

. Weeren , , Vcrwccren^ en Weren , . cal-^ 
lerey. caÜefeerei 

Weer , t Weir , en Wcre ,. deftn* 
Ji<k% t Weeren*, fWciren, en Weren,, 
defmdere , ^c^ j zie ook hier naeft ,. 
^ als mede bij de VII. R^l. 

WERR£LD,.enz:, munJus^xic in de Lyft: 
hier naeft, als ook bij de X. RegeL. 



Ki }; 



Zbbu 



>5 



zCz R E G E L E N V A N D E SijUge N*- 3. 

XI. Regel. 

fTegens onze zagte lange EE {of E), , • Wegens onze fiharpe laeige EE. 

dog bij de Rotterdamfche LHaleS vind 
men de zagte ; met welk laetfte de 
mecfte Taelvcrwanten overccnftem- 
men , alleenlijk pleit het A-S , voor 
beide gevallen ; gelijk ook ons f Wei- 
ren , Weeren , bij onze VII. Regel 
te vinden. 
Wereld, Wérld, ook Wécrld, en 
Waereldt 5 mundus^ &f olim /eculum% 

A-S , toeonrtb/ toeroto / AL: & f-th, 
tueroïb, toeraït/ Wtü^l ficuhm^ (^ 

mundus. Onze algemeene Sprccktad 

pleit voor de harde lange éé , dog de 

Verwanten, en de gewoonc Schrijf- 

tael, zijn voor de zagte. 
Wevel , Wevel-worm, r«r«rf«^, «w* 

das^ fcaraheusi A-S, Hfffl/ ttttfÜ» 
Weven, ttxere\ AS, Üttfan/ ^OHO^tKil 

tneflan: om Pr^/^r: is nu Weefde, ons 

Partki Prat: Geweven \ zoo mede 

A-S , atMbett / tenius j wijders Yfl: 

W tjef/ telum texoi in Prétti OOf: ge- 
lijk ook Yfl: eö tief / circumvolvo ; in 

Prat: t)afbe> en in Partic: Pféet: ta^^ 

fenn / iniplicattts I ook A-S, ttKCffttt/ 

obvólvere. Wijders hier toe ons f Wc^ 

ve, tela\ nu Wébbc, A-S, twft/ 

Mie: Yfl: iKfitt: en ons Wcvd- 

draed , Wevel-garcn , Mtegmn^ fra^ 

ma\ A-S, tMft§/ l«fta/ tóft/ tWft- 

tat» I en ons Wever, tenter \ A-S, 

toe&bas en ons Wevers-bóom, ftVia- 
^ torium\ A-S, toell-lKam: cnonsWe- 

vers-fpoelc, radins textoris^ patmelmm% 

A-S , Uirfla J en ons Weeflfel , textm- 

ra-, A-S, tDtOftmg. Voorts ons Weef- 

getouw, machina textoriay en Werc- 

lye, textrina*^ en ons Af^wcven, per^ 

texere. 
Wezel, muflela^ vulgo vi/eto, d fono^ 

A-S, loeoffeïe/ toefle. 

Zede, ^'él, 



JijJagi N^ i 



GEMEENLANDSE DIALECT. 

XL R^eh 



»«j 



JVegens 0$zi z$gt€ lat^e EE (pf E). 

Z/ 
Zede, mos f AS ^ ftte^ Yfl: fUttlt: w: 
t: ons Zoiig, inodeJlus\ A-S, fibdice/ 

Zev£| Zbef, lufius difctrnkuium^ A*S, 
\t^9il finfus. . 

Zeven, Jeptem \ M-G, flïlttM / A-S, 
ftofbn/ Kimbn ffen/ Yfl; ftfl; w;.t: 
ons t'Zcvcntig, Stvcaüg^ fepttu^ima\ 
M-G,, failttttl0/ A-s, ^fbmig. 



// 



Wegem $nz$ bardc hngê ££, 



Z. 

ZÉÉL , /tf/i/i , rtf//x ; AL; feiï/ feï; en 
A-S, faï/ faïa/^Ie/ nexushabena^ 
w: t: oos Bind'-zéél , Ugatnen^ vinculumi 
en Rae-zéél , anquina , /wx/j ^«9 ^i/ n^^* 
/»«i antenna adfiringitur \ en f Zeelea 
I. CL: ligare fune^ A-S, gefceltl/ <»/- 
%/«<5 s en unfaïa»/ dijjreher$ ; en M^G , 
infOJIiaii/ fumbus dimittere. 

ZÉÉR, doior^ ulcus ^ fcabies i A-S, fftr/ 
Yfl; faar: w: t; oite Zéér, Zccrig^ 

4/0/^/1/, i^ij A-S, fawg/ far/ r««/ 

4fo/(j/ij, triftis^ en ons Zeer, Zéérken, 
cruftula ulceris \ en w: v: ons Zéér 
doen , f Zeeren L CL: dokrt^ dolore 

afficm^y A-$, firta»/ faejjtan/^i^Ar^,. 

/(T^/ö a§ici % wijders ons Be-zeeren 
I: CL; Udi , vulnerari 5 A-S , l^efargtan/ 
condolere : Voorts ons Hert-zéér, an^ 
mr , dolor mentis \ 13 cordis dolor^ en. 
Xlein-zeerig, minimum dolorem magni^ 
ftndens. 

Zéér, n)aldh ^ perquami A-S, fatïice/ 
grétviter. 



Beflmt 



I f 



Vetmits de Overigen te mm zijn om onder Regelen be- 
trokken te worden > zullen we ijder onder zijne Lijft hier 
onder ichikken^ 



Wegens de Mpe. lange EE («/E). 



/ A 



A. 

fBEHBN, flosjevis. 
B«KBR9 eaiiffi Itsil: bieUtr». 



Wegens ie fibappe langf ËË> 

A. 



Béé, vox (tvium i vt v. Boeën.1. CL; 

halM^, 

Bkren^, Bbbnbn,, 



t64 



REGELEN VAN DE 



BfiJ^gi N*. y 



JTtgens tmze zagtt JaHge EE(cf E). ' 

Bbrbii, Flandiy deffere^ fubigtre. 

D. 
Degbi. , hbes ; en Degel van de Pers, 

G. 

tGE-ZEX«BN, confiigere. 
fGREVEL, Grevinkj, nu Dafle, «r^- 
AV« taxus. 

H. 
Hbde , Frif: , Sax: , bij ons Wérk , ftufa. 

Krekel, dcada^, van f Kreken tiu Kra- 
ken, /rr/^e^ Angl: crdfK« 



/ / 



M. 
Mbgbr, Flandr: ^ferum taBis y enMege, 
Megel, Megen, eoagulum\ en Meger- 
kruid, gaWum^ 'vim coaguü babens* 

N. 
Nbte, lens^ ovum pediculi. 

P. 
Pee, Pene, radix edulis. 
Pezb, nervus i vn t: Pezerik, nervus^ 
pems vfrvecis j Ö taurea , fiutica ex 
mrvo taurino. 

S. 
Schepel, modius^ modiolus ; Germ. f^tf^ 

W AngU VHCfffft. 
Schepen, Judtx^ wigo Scakimts, 

Stre* 



Jf^gem 'Onze fcbarfi ïatige 



, Ver-beenen, Flandr:^ vitufi» 
rart^ 

D. 
Dréél, Flandrij e&ncuhinus^ amcubina*^ 
vr: v: Dreelen I. CL: palpari , ikn- 
diri. 

G. 
-^Geeze, Geuze, Ganae, an/er% Angl: 

tOEEZE, meretrix. 

H. 
Hbepe , Gtrm: Sax: Sic: ffoBt , falx mhê- 
raria. 

K. 



L. 
LiéK, laicus^ Graec: a^ix^, iUUeratusi 

Germ: jfep/ Angl: lap. 
Lbemb , Lebmer , bepioïa quadrupes in 
Norduegia^ mapdfudine forici ^ ptllivêi- 
ria^ per tempeftates (^ imbres decidem^ 
tmniafue virentia depafcens mare k^ 
cufiée. 

, Uppus , & tr: vaf0r^ afiutiK*^ en 
Leq)e Oogen , oquü fiuentes ; w: u 
Leq)en L CL: üp^e. 

M. 



N, 

P. 
PÉÉL , PééUland, P^M^^vVi, Bet^crum 
r^gio in Brat. 



S. 
Scheelb, ook Schele, operculum^ eh^ 

turamentum^ orbis. 
Smeeken, fStneekelen, blandiri ^ peU 

pare j 



Bykgf No.j. GEMEENLANDSE DIALECT. 

BefiuU-Ujfim. 
JVegem onz$ zagti lange EE (of E). fFegem onzi harde lange £E. 



X6f 



Stremb, linea j (^ ftria^ & radius % & 

tr: vibex , Jignum verberis ; bij ons ook 

Strieme, vibex*, Germ: fitiettl / Saxi 

fltyitie : on h: t: ons Stremen I. CL: 

ftriare^ ftrias facere. 

StrbveN) niti^ moTtri\ (^ olim Jhnul am^ 
huUre-^ Germ: fkcWiml Angl: fMt»/ 

T. 
Teem 9 Hooj-tcem ^ fertica f loenaria. 
Tekb 9 ricinus y & lumbricus terreftris% 
Angl: tpfie« 

V. 
Vekbn, repagulum^ dydihyrum. 
Velen, /«ri, perferre% w: t: ons Ver- 
velen, ^/MT/ effe. 
Vi^STB , Vleet , rete pifcaterium^ 

W. 
IVbdb-, Weed- hoppe 9 upupa\ Germ: 

IVezbmot , plumbum cinereum % Germ: 



ZsBi^T j tinca , p{/?/x. 

Zbvbr-zaed , Zewbr-2^abd , fanSoU' 

numj ah/yntbii /fecies> 
ZwEi^BN net hooy, ver/are fienum fur^ 

cittis. 
ZvTBZBRiK, eoJeuSy tejlis. 



pare : w: t; ons Af-iïneekeo , Ont' 
fmeeken, eblandiri. 
Snees, vicensrius. 



V. 



w. 

WÉÉK, anas mas. 

Weezen, pupilli\ w: t: ons f Verwec* 
zen I. CL: eriari: dog ons Wezen, 
^ , en ons Verwezen , damnatus , 
dacr de zagtc e plaets heeft , zie bij 
de L Reg: wegens dé E : Germ: \3t&U 

ft/ & to&igïm0/ Sax: toepfe/ pupnius, 

z. 

ZÉÉM, Sic'y bij ons Barbeel, mullus. 

Zbbm , mei è preffis favis j w: t; 2lec- 
men, melleus\ en Zeemen I. CL: li^ 
nere vel imbuere melle j en bij overdr: 
Zéém-ftrijken , adulari , bhndiri-, en 
Zéém, Zééra-leder, aluta^ pellis moh 
lior^ fiava , mellea\ w: t: Zéém-tou- 
wer, Zéém-bereider , alutartus. 

2»Euy ER j faliva^ oris pituita^ eris excre-^ 
mentumi w: v: Zeeveren I. CL: fali^ 
vamfacere; en f Zeever- boezem. Zee-' 
verdoek , falivarium , tegendd infantis 
pepere j en Zeever- wortd , pyre. rum, 
berba falivaris. 

ZwBÉM, ZwEEMER, Gollinago major.: 



LI 



REGE^ 



atftf REGELENVANDE M^gp N*. ), 

REGELEN 



o F 



WAERNEMINGEN» 



/ / 



Wegens de OO ( of O ) , en OO. 

NB. De Spellinge te rekenen volgens 't agtbaerfte gebruik 

in de 9. Redew'tff: §. VI. en XI. vermeld. 

ƒ. Regel i wegens onze lange zagte O (of OO)* 

IN gelijker voege, als bij de I. Regel wegens de E ge- 
fchied is , valt hier aen te merken , dat bij de Ongelijk- 
vloeyende f^erha onze lange O thans niet anders als 
aagt komtj 20 wel daer ze Natuerlijk in Infin: y en verder, 
zig opdoet , als daer ze ingelijft word bij verwiffeling : uit- 
genomen ons KoopEN , LoopEN , en Stooten vereiifchen de har- 
de lange óó. 

Van de Natuerlij ke en Ingelijfde zullen we elk bijzonder 
{preken. 

I. HOOFD-WAERNÉMING, wegens de Natuer-^ 

lijke O of 00. 

De Natoerlijke O ( $f OO) in Infin: heeft onder de Ongelijkvlo^ende Werk- 
woorden geen pbets dan bij eenige weinigen , als 

"fDoGBH, nu Deugen, valere ( oul: ook Doogbn, A-S, bUj^tt/ ons Pr^e/: is 
Dogt , ons Part: Gedogt : en aldus verandert, onze lange O in een korte 
in deze gevaHen. Wijders hier toe ons fDoged, "fDoogd, nu Deugd, 
virtits; A-S, tMüIXt^/ virfusi (^ bonus. 

Komen , t Kommen , venire , conyenire , aecedere i & «|rw éKcidere $ M -G, 

QitttaA/ 



l 



5i;A8i N^ J. GEMEENLANDSE DIALECT. I67 

/. Fegfhy wegens owze zagfe lange O (of OO). 

Qiman/ tioxpman/ AL: coman/ cuman/ gueman/ Yfl: en Kimbr: itotna/ 

-^»g/: COme / ^enire j in Par/; bij ons Gekomen , M-G , Quntan^ / ga^man^/ 

F-TH , guiuoma»/ A-S , gecomen / 0ecumen/ Yfl: ïiomenn. Deze onze natucriij- 

kc o vci-wiflclt wel bij de i. en }. Per/i Singi Prsj) Indic: bij inkortinge in 
een korte zagte O , aas Ik Kom ^ enz. : do^g bij *t Pratx Imperf: Indiei 
& Subj: in een a ^ als Quam , en Quame. Hier toe ons -f Komelijk , con^ 
gruens y aftusi en de Compofita Bekomen, ajfequi^ 6f occurrere; A-S, becu* 
ttian/ occurrerct tngrediy en ons Bekomen, Verkomen, revalefcere^ in vete-' 
rem redire ftatum ^ en Wel Bekomen , frodejfe ; en Herkomen- , revenire £5? 
' frovenirei en Op-komen, evadere^ frodire', en Over-komen, pervenire^ fuper^ 
venirey tolerare^ convenire^ & olim vincerey A-S, aCUtnatl/ fervenire^ attin" 
gfrei y toUrare. 
J4oGBN (eu), poffey valere^ dele^ari*, licerei oul: ook Magen; dus M-G, ttia^ 
flan/ F-TH, mOj^n/ mugan/ Yfl. tnetoa/ Germ. möfletl: Ons Pr^t: 
Imperf: is^ Mogt , Mogte, M-G, 'tnaSta/ F-TH, ttiaj^ta/ mOfiftta/ Yfl: 
ttiaattt/ Germ: Xnüt^/U' Ons Partie: Pratij Gemogen ( eu) en Gemocht, 
M-G, nta||t^/ Germ: oettl^t Deze onze Natuerlijke O verkeert in een 
korte A bij *t Praf: Indic: im Sing: , als Ik Mag , en Hij Mag j Wijders 
hier toe ons Mooglijk , pojfibile \ & fertaffe \ en Mogendheid , Vermogen , 
fotejlasi en Vermogen, pojffe^ poteftatem babere^ ö* licere. 

II. HÓÓfD-WAERNEMING, wegens de Inge- 

lijfde O (of 00. 

De logeliifiie lange z^e O (of OO) komt, 
(I). Eeritelijk bij ^^^a die in Infinit: op e, aenflaen, ab 
Bbvolbn , mandatus'^ Parüc: van Bevelen, maud^rey ^e bij de I. Regel we« 

gens de e. 
Bewogen, Parficjcn Bewoog, Prat:^ vanBewqgpn, mwere^ (^ci zie bij de 

I. Reg: weg: de e. 
Gebroken, fraSus^ (^c, MG, Itettftan^/ F-TH, 0tlirotftan/ AS, ff^tm^ 

een / iltOten $ zijnde 't Partic: van Breken , frangere , &c. j zie bij de I. 

Reg: weg: de e. En hier toe ons fBroke, nu Breuke, hernia ^ fraSura % 

en f Broke , curvatura > w: v: f Broken I. CL: imurvare , (^c. 1 voorts 

-fBrókd.friabilis. 
tGEöwooEN, lotus ^ abfierfusi A-S, gttgttnittt/ Yü: t^UOffm / M-G,t|llia^ 

gan^/ van ons fDwegen, A-S, tfjtte^/ t|)ttKOn/ M-G, t|^i»a|an/ 

Uevare. 

Genomen, captus ^ fumpius^ M-G, OtttOaM^/ F-TH, gtWMnait/ A-S, gratie 
ttint/ Yfl: notttcnn/ P4f//V:-Pr4f/: van Nemen, capere ^ fumere \ zitpag. 114. 
;cHOREN, Parfic'j en Schoor, Schoer, Pr^t: Imperf van Scheren, radere i 
parure i arSli ext endere ^ ö'r.j zie bij de I. Reg: weg: de£: w: t: ookBe« 

' LI z fchoren^ 



168 REGELENVANDE Bijlage N<^. j. 

ĥ Regel^ wegens onze zagte lange O (of OO), 

fchoren, prafinitus; v: Befcheren, ffétfinirei A-S, fcotttl/ rafus^ en beftos" 
leil/ /ö»/i^J \ als mede hier toe ons i-Schore, Schcure, fe^r^, rima-^ w: 
v: T Schoren , Scheuren I. CL: rumpere. Tot het oude Pratx Ind: van 
Scheren, arSe extendere^ is betreklijk ons Schoor, fulcmen\ w: v: Schoo- 
ren L CL: fuffulcire\ w: t: Scboore, ripa^ alhevies^ en Schóórftéén, cam- 
nus ) om de ondcrfchraginge. Sommigen gebruiken ook hier de zagte o^ 
en als dan is *t afgeleid van *t Prat: Subj: , dus ook A-S , fcote / Uttus , 
ripa. 

Gbsprokei^, tocutusi Pêrtir. Ptétt: van Spreken, htjui^ ^c.% zie bij de I. Reg; 
weg: de e j hier toe ons -f Sproke, nu Spreuke, Proverbium^ diBerium*, ea 
Sprookje^ puerilis fabula i F-TH , d[tfprOC|tan / locutus. 

Gestoken, punSius^ ftimulatus\ ook f Geftekcn, Part: van Steken, pwtgere^ fii- 
mulare , i^c, j zie bij de I. Reg: weg: de e : hier toe ons Beftoken- , Door- 
ftokcn-werk, opus macbinatumi van Befteken, Deur-fteken, punSatim prafi- 
nire : Wijders fStoke, infiigatioi w: v: Stoken, Aen-ftoken, Toc-ltokcn 
I. CL: mfiigare^ ftimulare% en Stoken 't vier, ftruere ignemy en Stokc-biand, 
incendiarius ^ (^ infiigator: en Tande-ftoker, dentifcatpium. 

Gestolen , furto ablatas , ^e. % Part: van Stelen, furari^ ^c; zie bij de L 
Reg: weg: de e : A-S , ftUÏOt / furthm % en A-S, g^fiofett/ fitrtim fnr* 
reptus. 

Gewogen , Tartte: (ook Gewegenf), en Woog (oe) Pr<f/: van W^en, fi- 
brare , perpendere , i^c. } zie Ëew^en bij de L Reg: weg: de e« 

Gewroken, Partic: en Wrook (ook Wreekte) Pratter: van Wreken, uJcifiiy 
zie bij de L Reg: weg: de 8, M-G, tOtOftan^/ ultus. 

Gezworen Partic: ^ en Zwoor (oe^ Prat: van Zweren, i. jurarei Sc z» üUe* 
rare^ dolerey zie bij de L Reg: weg: de e. 

Verholen ook fGeHOLEN Partic:^ en Verkool ook "f Hool Pr^r/: van Ver- 
helen , Helen , eelare^ oecultare^ zie bij de I. Reg: weg: de e. Hier toe 
ons Hot, fHole, cavus^ cavema; 'm Plur: Holen: dus ook A-S, Ada/ 
ftaïe / F-TH, & Yü: l^ola / MG, fittlunW/ cavema^ fpecusi & YüT^ 
r Uit/ cavus\ en hier van ons Holen, Üitholen^ en Hollen , Uithollen ^ ex^ 

eavarei allen I. CL: A-S, j^Han/ excavare. 



(IL) Ten andere gefchied de inzettihg van onze zagte lan^ o , bij FerPa , 
in Infin: of ie ofuY tot Wortel- Vocacl hebben $ en dat in Prater: hnperf: en 
in 't Prat: Particip: beiden thans eveneens; hoewel oulinks ook bij den Singid: 
van *t Prat: Jmperf: en te mets ook bij *t Prat: Partic: de harde lange óö plaets^ 
had; gelijk we op *t einde van de /. RedewiJT: $. XIL vermeld hebben. Om nu 
niet te dwalen onder de Afgeleiden van 't Oude en van het Tegenwoordige , zo 
zuUen we bier de Mlfde ordre houden als. bij de L Regef wegens de e. 



JBedroos 



J!è/;«e N^ 3. GEMEENLANDSE DIALECT. 

/. Regel i wegens onze zagte lange O (efOO). 



stfp 



Vaa 't Verouderde Prsti^ 
rit; Jndiir. in Sing: op óó* 



' "RóóG^arcus^cerena^lfi"^^ 

iKaSe /. feöfr/ €erenn\ w: 
v: ons -j-Boogen, fNcdcr- 
boogen ^ incurvare , inclüia'^ 
r^s A-S) btagiaif; en ons 
i"In-boogcn L CL: arcua-- 
rei F-TH, tKWCgttatt/ in- 
wemr mtu , capite fiene.' 



* 



t DaóÓF 



Bedroog (i), Bedroge (z)y Bedrogen (t); van 
Bedriegen , f Drieën, f aller e y deciperc, F-TH, 

lbttnn0an/ m Part: bttrogan. Hier toe bij in- 

korting ons ^-Dróg, -f Gcdróg, nu Bedrog, /«- 
poftura; en ftirogeiwr/ Sax: y bij ons Bedrieger, 
impofier. 

Bood (i), Bode (i), Geboden (j); van Bieden,. 
A en- bieden, offerre\ en van Bieden -f, Gebieden, 

jubere^y M-G, biuboti/ atiaWttöan/ AL: ilQieO' 
tan/ F-TH, Wutan/ öiWwtan/ A-S, fteöban/ 

Oel^Otian / jubere^ mandare- Kimbt: ïlioira/ Yu: 
DtUtld/ offerre\ zie derzelver Pr^: & Part: bij 
*t Lijftjc van Vergelijking. Hier toe ons Ge- 
bod, f Gebood, mandatum -y in P&r; als nog Ge- 
boden, M-G, anaftur«|8/ A-s, jeftob's ; Wijders 
ons Bode , Dienftbode , famulus , 6f famula j en 
Bode , nuncius , legatus , tabellarius , &fr. ; A-S , 
boiia: w: t: ons Boden-bróöd , Boden- lóón, mu'- 
nus , qued Uta nuntiantibus efertur : en Bood- 
fchap, i-Bodc-fchap , nunctum-, A-S, ïlObe/ en 
ÏIOtl*fdp / & gebobfctpe. Wijders ons Verboden, 
Flur: van Verbod, wtitum\ en Bód^ oblatio pre^ 
tify Ifcitatio.: 

Boog ( i ) , Boge ( i) , en Gebogen ( 3 ) ; van Bui- 
gen , ook tBiegen, fleStere^ carvare-, A-S, 6tt=^ 
gfO/ Yfl: fmgmn/ curms^ flexusi F-TH, gtïw> 
^ 0att« Hier toe ( z) ons Boge, Boog, arcns^ fer- 
tumy fCTMdi A-S, tuaa/ ifl: kO0e/ ^ïr^Ji wr 
v: ons 't Bogen I. CL: fteSere , arcuare % ook 
Boogen •}■ , zie hier naeft : wijders hier van ons 
Bogen L CLz JaSare^ ghriariy als of *t ware tot 
roem den krans uithangen |^ een gebruik bij den 
pochenden gemeen. Vorders ons, Bogel (eu),, 
hemicyclus > n^amellaj & annulus\ en Bogel-bane,. 
area^ fpbarifterium\ w: v: ons Bogelcn , I. CLi 

: : iudefe fpbara per amtulum 3. ö* etiam arcuare. 



\\ 



ti • 



.DÓQK (I), Do&tf (z) i Gedoken (j); van Dui- 
^ ken ^' inclinare fe , capitis verticem dimittere ; ai^ 
fiondcre fi\ 13 mergere^ smmergere/ 

LI 3 Dr-oof 



f • 



tf9 



REGELEN VAN DE! 



Bijl0ge m }. 



/. üigeli wtgmi 9mB$ zafft lange O {óf OO). 

Van 't Vetoodd'de Pr4/f- 



W/: Jndic: In Smf, op óó. 

■f Droop ^ ftiUa^ w: v: 
Droopen L CL: inftillare^ 
confpergere finguedine ut dif" 
tilleti w: v: Dróópfel, //- 



• 

Ge*nóóT) compos ^ foetus^ 
€wnpar \ A-S » lUat/ ro/^- 
MV, fervus ^ iarafitus i dus 
•ook , ons Genooten ran 
Vnnkrijk , ^infj . patric'ü 
Franciéei en Speel-genóóCy 
Speel-nóot, fodaUs^compar^ 
en Speel-nóótjcs ^ paranym^ 
fbi^ e? pranubée , enz. : wij- 
ders hier van ons ^ Genoo- 
ten L CL: fimul uti^ con^ 
cubere^y coire^ en ons Veen* 
noot 9 confocim* 



Droop (i), Drope: (t), Gbdropek ())$ van 
Druipen, A-S, tmopatt/ \xe^9Xil fiillare. Hier 
van (i) ons Droop 1 9 nu Drop, fitüa^ A-S, 

btoiia / trp)»; w: v: 't A-S, broi»an/ \. CL: 

fiillare ^ en nier toe ook ons \ Propighod , Wa* 
terzuclit, Hgdrops\ en F-TH, tMTOp^/ L CL- 
ftiUan. 

Gbbood , enz: zie Bood , in deze Reg. 

Gbnoot (i)) Gbnotb (z), Genoten (})} van 
Genieten, ook i~ Nieten, uti^ potiri^ fruSvrn ca^ 

pere\ M-G, nttttatt/ 0«tttitdn/ A-S, titotany 

Yfl: ntOOta : zie derxdver Pr^: & P4Nrti bij *t 
Lijftje van Vergelijking. 



t KooZE, 



Goot (1)9 Gotb (&), Gbootbn (})§ van Gieten, 
fündere^ effunierei M-G, ||;illtan; F-TH, git^ 

tan/ A-S, gmtaa/ Y^fl: atooTa & fisoca : zie 

bij 't Lijftje van Vo^l^king. Hier toe om 
(z) Gote(ea) canaRs^ tubus^ chaca^ farêbs^ im-^ 
irex^ & fy/irsi Yfl: giaCa/ firUsi ea A-S, ^ 
ttf' immJatU, Voorts ofis Goidjiric^ vês fyfiUs^ 
fnfitis hemhairia. 

Ktoor (1)9 Klove (z) , GekcxiITem (^%)\ van Klui- 
ven j ook tKnuiven, -fKnoof, t Geknoven , rp- 
iert^ aiTüdert^ ambederey -w: v: ^Knovel, Kno^ 
fel. Knobbelt, nodHs offis. 

Kloop (t), Klove (z), Geevovbn(3)5 vanKUe- 
ven, findere^ t^ rimas agere\ A-S, cfeofatt/ dl' 

f^n/ F-TH, Miifiui/ ïifiufan; Yfl: ftïpiifa: zie 

de Prat: & P<ir/; bij 't Lijftje van Vergelijking, 
Hier toe (z) ons Klove, rima^ fifuray Yü: 

itloft/ 



1 



Mijlagê N^ j. G E M 

/. Regili 

Van 't Verouderde PtéUi* 
rit: i$dh: in Stn^i op óó. 



. -f KooZE, eleéljol 6? fr: 
•fKcwzc, fellex; h:v:Koc>- 
2cn j Lief-koozen I. CL: 
farHicari^ fed moüiore fenfu^ 
hJandiriy adulari; enM-G^ 
iiatt^on I • CL: gufiare j ten-^ 
iare y prohare , êxferirU 



-f ^oocHSN j diffifttulatio ^ 
negatto ^ vel qua ad nega* 
iionem pertimnt % co d: v; 
ons Loochenen I. CL: ne- 
garev M-G, laumt/ ^ccul- 
tumï en M-G, imtgttjan/ 

falaitmtjatt L CL: negarey. 
-TH , fb?ïouïinan/ AL: 

iOttgnm/ negare.. 



tPLÓës, 



EENLANDSE DIAEECT. 17» 

w^ens 0nze zagte lange O (of CX>)^ 

^ [ . 

fÜO^: w: v: ons Kloven L CL: fiftdere. 

Koos en K!oor ( i ) , Koze en Kore (1) , Geko- 
zen en Gekoren (j) ^ van Kiezen, en f Kie- 
ren, eJigerey M-G, Uj^ïttufan IL CL: 4, rejice^^ 

re-, A'S, ceofan/ AL: ifttefett/ F-TH, Bjufan/ 

Ciufan / Kimbr: ftiofti/ Yfl: Woofa/ ^%rfj zie 
verder bij *t Lijftjc van Vergelijking. Hier toe 
ons fKpj&e, Keuze, f Kore, Keure, eJeahy en. 
d: v: f Koren (eu),.I. CL: eligcre; gujiandoy ö* 
Untando eisere j w: t: ons Bekoren I. CL: ten- 
tarey tentatione deduceren en Bekoringe, tenfatioy 
A-S, COdian/ tentare^ & (pre/ arbitriutn^ & a- 

toten /gecoren/ euaus. 

' * ' • 

Kroop (i)>Krope (z). Gekropen (5)5 van 
Kruipen, r^^^r^i A-S; frppail/ Cteopatts w: t; 
ons TKropel (eu), claudus^ en Kropel-gras, f<^ 
lygonum. 

Loog (i). Loge (2,),. Gelogen (3); van Liegen, 
mentirii 6? olim differre^ A-S, izOQAn / AL: ftO- 
0an/ ïlttjan/ Yfl: ïluga. Hier toe ons Logcnt 
(eu), mendacium\ AL: luohie/ mendacia^y en A-S, 
lOgatl/ mendaces*^ wijders ons t Logen-wcrk ,, 
Schets , fcènograpbia > als het Verzonnen werk dat 
tot VoorbeeW verftrekken zaK Voorts tot Lie- 
gen, differrey fchijnt betreklijk ons "fLoge, dif^ 
Jèrentia^ dijjidiumy w: v: Oorlog, Béllum^ in Pk 
Oorlogen}, w: v: Oorlogen, I. CL: Bellum gererei. 

Look (i), Loke (z). Geloken fj); van f Lui- 
ken, claudere^ occJudere\ M-G, ïuftatl / Sa{tt6an/ 
A-S,. lucan / IbeïUCan/ AL: WlUthan/ daudere^y. 

(5) en M-G , luïtatts / flaïuftait?/ A-S, M^ 
tm/ Mogfn/ AL: Moegan/ riï«/2^j; dus oofc 

bij ons Ontloken, Opgclokeq, afertHS\ £5? viribus 
refumtis V en Beloken , occJufus j en Beloken van- 
geziet, oculis contraRii 'y en een Verloken Bocht f,. 
fféejepei Wijders (z) hier toe ons Loke "f , y?/;- 
mentumy Yfl: ÏOC/ opercuIum\ en A-S, lOCe/ ÏOC/ 
claufura , , claujlrum > en ons t Loker , loculamen^ 
turn y conjervatoritmx w: t: ons + Loken L CL:- 



Tft 



REGELEN V AND E 
L Regehy 'wegens onze zagte lange O (of OO). 



Ajlaff N*, jl 



Van 't Verouderde Prdtê- 
rit; LMciUi im Simf. op óó 



"f Ploos , decorticatio > w: 
t: het Vlaemfe Ploofchen , 
I. CL: decoriicare^ en d:v: 
Ploofche, ftliqua. 



RÓÓK5 vêpor ^ fumus\ 
A-S, teat/ exhaUhat \Y^i 
X9Xa^|fumabat^ Germ: caUCJ^/ 
f umus i w: v: ons Rookcn 
1. CL: futnare 5 £5? ad fu^ 
mum ficcare % w: v. ons Wij- 
róók ^thus , incenfumi F-TH, 

ttrig-caid^/ -tonj^. 

Schoof, Schoove, /i/^ 
eis fegefum , merges i A-S, 
fteaf / w: t: ons Schóóf- 
hnd , ager , qui ultra deci- 
flMS fextum etiam manipu- 
lum tribuit \ cnw:v:Schoo- 
vcn I. CL: colligere in f af- 
ciculos ; w: t: ons Schoo- , 
ver-zeil , velum magnum \ \ 
vermits inbundel-lacg jes op- 
gelchoven werdende. 



claudere. Dog Yfl: Itt^fi / aperire ^ abfolveri% 
A-S, Ittcan/ abfirahere^ avellere^ en YÜ.UAam/ 
apertus; en A-b, iOttU/ alocm/ avulfusy w: t: 
ons 't Lokc, Lok, '\Lé6g^ foramen-^ AL: lod^/ 
loj^ } en ons f Lokerig , foraminofus ; zo dat ook 
ons Luiken eertijds van tweedcrleye Ziri>eteek&* 
nis ichijnt gewteft te. hebben. 

^-Ontploken Partic: Préttx van Ontplaiken i* , ex* 
plicare , aptrire , expander e -^ van f Pluiken, /)&»- 
re', (if claudere i w: v: -fPloke, pUcatura^ clat^ 
furai en d: v: fPloken L CL: plicare ^ & cUm^ 
dere. 




Rook (t), Roke (i). Geroken (3); vanRoiken, 
en Rieken, olfacere^ olere*, A-S, ttOCOn/ fifffire^ 
fumarei Yüitiü^A/ tavkf Xtfyxmi fumare. Hier 
toe ons ( 1 ) Rook f , Reak , odor \ en tranflt 
fRook, Roekf, A^w^ï A-S, wc/ Yflrmfcttt/ 
Sax: rofti welker beider zin begrepen is in ons 
tRook-, Reuk-werk , yi^iftr^ff, Thymiama. 

■ 

Schoof ( 1 ) , Schove ( i ) , Geschoven (3)1 van 
Schuiven , jpr(?/r»^fr^ Uneatim^ loco movere^ peUe^ 
re i A-S, fteofan / fOtfiail / & afOtfatt/ agere^ 
detrudere^ abigere\ in Prat: fceaf & fcof / i» /^r-m 
P^rr/: ftoftn / fCUfim. Hier toe ons t Schovcr- 
link , calopodia f errata ^ om de Schuif-beweging ia 
*t Scliaets-rijden : en ons .Verfcho ven-link, boma 
rejeSlns^ cof^emptus^ è plurims repulfus* 



t School, tScHOQLE, School (i),' Scholb (z) , Gescholen (3)} van 

nu ' Schui* 



Bijlage N*. 5. G E M E E N L A N D S E DIALECT. 

ƒ. Regel i ^wegens onze zagte lange O (of OO). 

Van 't Verouderde Prdtê' 
rit: IndUi in Sing: op óó. 

na OrcngafFcl, infarniiu" 
lum\ als waer mede 't ge- 
knede deeg in den Oven 
word weggedoken. 



*7I 



Schoot 9 gremiam ; als 
met een kleol beichoten: 
M-G, ifbrnxt^l fimbriay 
Yfl; i^aut/ peplum^finus', 
A-S , ff rate / veftis , hmeum^ 
Iwnay w: t: Schóót-klééd , 
caftula 5 en Schóóts-vél , fuc-- 
^inHarium peUkeum. Wij- 
ders Schoot van 't Zeil, 
fes wlii w: t: Schoot- vie- 
ren, laxc^^ pedem veli^ & 
fn rcmitter^^ amcedirje. 



firindm 



SlóóPjOvbrslóóp, /«- 
rindumentum , amiculum , 

fuper^ 



Schuilen , latitare 13 tr\ dormitare > w: t: ons Scho- 
le , School , coetus , congregatio Jingularis j fecret^ 
congreffio '^ A-S, ^tXSAtf ccetüs magnus: w: v: ons 
Scholen I. CL: congredi y congregari ^ convenire^ , 
en oi OV& Sc\\o\c y fchola y gymnafium y A-S, fcol/ 
ftOÏe/ & fCOltt/ hier van, of van 't Latijnfch ont* 
leent is, ftaet twijflfclagtig, 

Schoot ( i ) , Schote ( 1 ) , Geschoten ( } ) ; van 
Schieten, emittere telumy globumy lapidem\ éf /r: 
fcomma m aliquem projtcere ^ en Schieten, Op-fchie» 
ten , exurgere , . fuiiió fiirgere j 6? germinare 5 en 
Sthietcn, In^fchicten, imfnittere% en Af-fchieten, 
delabi , r«tfr^ j en Befchietcn , jaculis vel globis im^ 
petere % ^ accrefcere , procedere ^ fcf circumdare , /J- 
/iir# > en Verichieten , ejaculari j m«^/^r^ locum 5 
fr(?g^r^ j Ö^ conftemarii enz: A-S, fcptatl/ fteO« 
tan / 'fagittare , pereurrere j rir^r^ , pracipitare % & 
A-S 9 fatrn / ^«(^^ , lanceatus. Hier toe ( i ) 
ons Schoot (eu), jaculatio y, 6? tr: fcotnmay ca^ 
villum% en (i) Schote, Schot, Schcait y jaculumy 
.prm£tura^ mffile 5 A-S , ffOttt / jaculay fagitu% 
Yfl: ^fetttUÏÏ/ miffile telum. Wijdere ons f Scho- 
te, Scfaeute, fuYculuSy ramusy talea\ w: t: Scho- 
tig , Scheutig , furculofus , procerus ; 6f /r; fubito 
furgensy promptus^ en een Vierlchotig man, bemo 
procerus 6f fuadratus. Vorder ons Voorfchoot, 
pracinffmum-, A-S, fcptr/ f[ttttl findóny veftis^ 
en ons "f Overfchote (eu), traduxy rumpusy pro^ 
pago vifis ah arbore in arborem produSa : Nc:g ook 
, ons "f Schote, Schot, laxamentum rei tenfa\ w: 
t: Schot geven, laxarey renntterey eoncedere^ ce^ 
dere. 




» 

Sloop (i), Slopb (t). Geslopen (5); van Slui- 
pen , teSlè fug^edi , prorepere taciü 5 w: t: ( 1 ) 

M m Slope , 



*74 



R EGEL EN VAN DE 
ƒ. jRegeh, 'wegm mzi zagte lange O (of OO). 



SijUge N*^. 5. 



Van 't Verotidcrdt Prdti- 
riti Indic: in Smg: op óó« 

fuperpeUiceum ; w; v: Sloe- 
pen, Ontfloopen I. CL: 
deglubere^ dtfiruere^ als Een 
Schip Sloopen > nwitnah* 
rumperey iefirmrt. 

Sloot, foffa ^ paluflris % 
als tot afïluitingc van Huis^ 
Hof, Land, en Vee. 



Slope i SIöp, latibulum ; cti Slope, Sloop, ng* 
men piUvinaris^ F-TH, Sefl0p|)ail/ erepius. 



tTÓÓG, 



S14OOT (I )» Slotb (z), Geslotbn (3)5 van Slui- 
ten, clauderej ferarey (^ tr: convenirey w: v: (z) 
tSiotc, S16t,4r>r, caftellumy 'mplmr: Sloten: Yfl: 
flut/ 4f#; en fSlote, S16t,y6r^ , elMftrèm fer- 
reëm , in pjMn Sloten : w: t: ons Slote-maker, 
faier ferérius^i en ons tSlotel (cu), 4hw^ tSe. 
w: t: Sbtel^Üoemen , verba/culumj frinmU verisy 
als Ofitfhiitersvan de Lente: F-TH, InfhiSatl/ tti 
ftaj^ait / ekufus; wijders ons Stót, emmlufie rei^ 
waer van 't meervoud niet in gebruik is^. 

Snoof (i), Snovb (2), Gbsmovbk (3), van Snui- 

' ven, naribus fpirare\ foBicare^ w: t: (2) fSno- 

vü , Snof , Snuf, fingultus , percefti^ cêoréOmi & 

Rbeumay (gc.% Germ: fcj^ttff / Saxi fcj^t/ 

A-S, OlOfid/ mttcus^ pgnM^ rbeuma. 

Snoot (i), Snotb (x), Gbsmoten (3^» van Snui- 
ten, emungere nar es % mungere ; & tr: verf uti pal* 
pari , emungere pecumis j w: t: ons f Snote , nu 
Snot , mucus , gravedo % A-S , fnote / OeftlOte/ 
Germ: ftgttUteV / Angl: fitOtte : w: t: ook het 
Vhemfche Snoter, Snoteringe, rbeuma. 

Spoog (i), Spoge (z), Gbspogen (3); van Spui- 

§ en yjpuere^, A-S, fpptDatt: w: t: ons fSpogc, 
póg, Uitfpoogfel, jaliva j fputum ; ook oulinks 
Spugc i w: v: 't Vlacmfche Spogen L CL: m 
ons Spugen L CL: emütere Jpusum. 

Spoot (i), Spotb (z). Gespoten (j)i van Spui- 
ten, ex^mere; w: v: f Spoot , Spot, FlanJr.^ 
maculaj navusy en d: v: Spotten, Flandriy afper^ 
.^- -— '-' - thans bij ons tropicij Spot, bjksj 

Spotten L CL: ludikrie baiere. 



gere maculis % 

en Sp 




Sproot 



Mijlage V[o^ l, GEMEENLANDSE I>1ALECT. 

ƒ. JRfieli v)€gem pnze zagte lange O ((ƒ OO). 



I7f 



Van 't Verouderde Vrêf^ 
riii Indic: m Sing: op óó. 



I 



t Tóoo , BETÓ069 Vbr* 
TOOG, duBus^em^firaihiw: 
v: ToogeOy Betoogen , Ver- 

ftrare\ en tnnfix Toogen, 
Tooycn , Optooyen, ador^ 
tmre; als om te vertoonen. 
Wijde» 'tGctón ^^oger, 
é^ifus index. 



Sproot (1), Sprotb Ci)> GespR0TEN(3)j van Sprui- 
ten , exfurgere ^gertmnare , pullulare , jruticare ; A-S, 
fjinrutan/ fprpCan: w: t: ons fSprote, t Sprot, 
pullus ^ germeB; A-S jfpxtttt / farmenta-, w: t: ook 
ons Sprot , apua infumaSa | balecis pullus ut qui^ 
dam futant. 

Stoof ( i ) , S^tovb ( 2 ) , Gestoven ( 5 ) > van Stui* 
ven , fiemere , pulver em fpargere , excitare j 6? olim 
pfonum jacere\ w; t: Stovet j proJ€Stura% w: v: 
•f Stoven I. CL: proflernerei en w: t: een t Sto- 
vende Kote , of een Koot die Stoof ligt , tahts 
pTMusi -als wordende bij dit Jongens- (pel betragt, 
dat in 't uitwerpen de Kote Stoof, dat is, met 
den icherpen rug boven en met de neus als in 'c 
Stof kome te lejKgen. Wijders ons Stove, bypo^- 
cauftum-y 'A'S ^ ftofa/ balneum\ Germiftüfi/ Sax: 
Haat / Gall: eftuve > Ital: /lufa , Hifp: efiufa f 
Ancl: flttto/ fleto/ ffetoe/ balneum^ bypocaujiumi 
en Yfl: fioo / focus \ geUjk ook bij ons Stove , 
Stoof , atbraaon , fediu pedes f ovens $ want door 
middel van verwarmingen maekt men vogtige 
fioffen droc^ , en tot iluivinge bequaem \ en dus ook 
van Stove, bypocauftum^ vulgo fiuba^ Bad-ftove, 
balneum , komt Stoven I. CL: fovere y & vapo^ 
rarej ^ fiiffir^i Voorts bij inkrimpinge hier toe 
ons Stof, puhisj M-G, ^lljlt^/ aS ftuivende 
om de droog* en ligt^^heid : w: t; Stof- regen ^ 
pluvia tenuis ^ hebbende dropkens 20 klein als 
Stof: en Stöflè, Stof, materie % id ex pto aliquid 
fit % ik beftaende uit een verzameling van Stof^ 
jes, of van deeltjes nog kleinder dan ftofjes. 

« 

Tooa (1), T06E (2), Getogew (t)i van fTui* 
gcn^ trabere. f endere^ vergere^ (J profici/eilM-Gy 

tfiij^n/ tanl/ nigan^ & taRJ^tt^/ A-s,reon/ 

teag / 0ftO0ni / ducere ,. trabere w: t: ( i ) ons 
tToog, contr: Tógf, duUor^y w: t: ons Her- 
toog, Hertog, dux y in ^/«r: Hértogen , A-S, 
toga/ F-TH, geri^Ogfn, dux. Wijders Toge, 
Toog 5 Teugc, baufiusi en Toge, Toog, traRus^ linea 
curvay arcuata^ (^ arcusi w: v: f Togen ICL: 

Mm X . traberei 



^ 



tjt 



REGELEN VAN DE 

ƒ. Regeh^ wegens onzi zagit langt O {of CX>)- 



^ij^'^ N*; J. 



Van 't Verouderde Prétê** 
rUi IndU; in Sing: pp óó. 



Ïa66s j eMpers , foJutus , 
vacuus^ inanis^ M-G,Kimbr:, 
en Yü: ïau^/ A-S, \td$l 
dog AL: lO^/ ioe^: w: v: 
ons f Loozen L CL: per^ 
dere , amiUere y en Vcr- 
Waer*loozen , negHgerey en 
w: t: ons Haven- lóós » 
»»^//, incultusi A-S^ j^Cf:? 

^n-Iea|$/ im?^/; dos ook 
M-G, aiirana-Iau^ / fruc- 

iuum expirs^ dog AL: j^ltl^ 
pÜO^ / inops ', mis ook bij 
ons Looze Tcrwc, /nVi- 
n^i» inane'y en LpozeBloe^^ 
me , fios fterilis \ en Looze 
neut , »/M^ v/^'^yS^ V en I)t 
Looze van 't ZitkuiTen, 
pulvini pars adverfa^ five 
rudis y ofnni ornatu vacua. 
"Wijders bij ons "f: Lóós ^ 
faljus./ub fpecii pükbra^ 

A*b, mtl \t84J W^^l 

falfus 



trabere\ Yfl: tOga : w: t: ons Togcl (cu), ha^ 
bena , retinaculum % w: v: t Togclcn , 1'eugclca 
I. CL:fr^narey refréenare^ en Toger, Togcr-ga- 
ren, Viflchers trek- net, fagena \ en Toog- , Teug- 
nagel , Trek-nagel, cuncolus. Voorts (3) Bcio- 
togen, Betrokken van aengezigt, /r^^i vel facies 
contraSaj oculis coticavis % en Opgetogen, educatusy 
nutritusi F-TH, gtJOgati: en Geen Onvertogen 
woord, nuUum verbum immodejlum. 

Verdroot (i), Verdrote (i), en Verdroten 
(5); van Verdrieten , tadere^ nuUeflumeffe-^ M-G, 
U^-t^itttan IL CL: in Prétn u€ tj^aitt/ \nPart\ 

it|-t|rutan|$ A-S, aiftreotan/ in Pr^/: at^reat/ 

in Part\ at^COtett/ atgrutetl/ moleftum ep^fêf- 
tidire\ & A-S, atgm/ tfiPPt/ t^^dety w: t: ons 
i" Verdrotig^ nu Verdrietig , VcrdrietÉiem , tétdior 
fus.^ A-S, atfttOtfttttt 

Verloor en ^Verloos (i), Verlore en -j-Ver» 
i;>oze(i), Verloren en -f Verlozen (;)$ 
van . Verliezen , t Verliezen^ en ook i* Liezen,, 
ea i" Lieren , per dere ^ damnum accipere^ amitterei 
M-G, öttfan/ fraïiufan/ II. CL: inPnet: ïaw^i 
in Part:_ ïufan^; en F-TH, fwHufatt/ AL: ftlt^ 

Itofan/ AS, forlpfan/ focleoran/ & tofati/ 

periUre y en A-S , fodOtetl / perditus. Tot ons 
' Prat: Sub/: van Liezen ir is bcEreklijk ons i" Lo- 
ze, Lós, folutusy libery vacuus; 6^ fr: inconJiéSHsy 
w: t: Lós'ból , Lós^bóófd , homo inconftsusi en 
w: v: Lozen L CL: dimitterey lax^re 3 en Ló& 
fcn", Jhlvere y redimere ^ laxare^ exonerare-, A-S, 

ïoefan/ Iofïatt/ipfan/AL:ïofen/arlofm/Kimbr: 

hifa/ folvere-y w: t: tLpzig, Lcuzigf» remijksj 
P&^ y igfsavus 1 als ledig en zonder aibeid : en 
^ tLoze , Leuze , jocus^ a&, 't is om de Leuze, 
per jocum efty^ zonder emft en om niets : ^- 
ders Loze, Loos, Leuze, teffera militaris y Jfm^ 
bolum , ftgnum agendi y als. waer op men vrij en 
Los mag toegaen. Tot ons Prat: Subj: van 
't Lieren behoort ons Lore, Leure, dammm^ o- 
miffioi A-S^ lOlt/ live: dus bij ons, te Loor of 

te 



SijlttffN^y.' GEMEEN LAND SE DIAXECT. 

ƒ. Jitgtli vfegens otize zagtt langt O (.<ƒ OO). 



»77 



Van 't Verouderde PrM* 
rU\ Jndk: in ^gs op óó. 

fal/usi leafian/ mentiri*^ & 

tcafo-ïecan / fimuian % & 
lea^-fpd / fahuU i & ïea^ 

fe# rpellc^ talU / confieüa- 
tiOy Ut re veri fabuïis coth- 
fifiem i dus bij ons , Een 
loozen glimp aen de zaken 
geven , Jpecie concinnA^quan" 
qudm jalfa , res obumbrare \ 
ca tranjl: bij ons Löós^ af- 
tutus i als fchrahder om zij- 
ne fchade te verhoeden en 
den valfchen fchijn te ont- 
dekken j of om. van dien 
zig te bedienen : Voorts 
van Loos , expers ^ folutus , 
komt ook '\ljyorjtn I.CL: 
folvere^^ laxare j M- G , lau^- 
jatl/ I. CL: w: v:ons Loo- 
zc, puimo', als geftadig in- 
en uit4oozende» 



t • 



- - . f 
te Leur raken 9 difperdi^ perire ^ als tot niet Ioo« 

pende ^ e^ , te Leure of Lore ftellen fruftrc^re j 
als door ydjelecn valfche hope ymand ophouden 
tot deszeïis fchade. Wijders Lore, Leure, Lor- 
re , res fiHilh. j inanis 5 merx frivola ; als zonder 
deugd o£ waerde : w: v: t Lorcn , 'X Leuren 
I. CL: venales ferre tnerces frivolas^ en -f-Loren, 
f Loeren I. CL: imponere aïicui^ fraudare aliquemy 
nterce fcilicet fiivola tjfc. w: v: "j-JLorer, "fLeurer^ 
frivoïarius ^ impofior \ gelijk ook "f Lore, Lorre, 
Leure. en Zeur , tiuga 5 w: v: f Loren L CL: 
carptm iê iffmiiè alimid facere 5 als met Leurea 
zig ophoudende : Voorts tot Loren, fraudarej, 
heeft opzigt ons Lorendrayen , Lorrendrayen L CL: 
lucri^ caufa mentiri nomtn^ patriam , merceSy enz« 






i" zóóG ) 



Vlood (i ), VtoDE (t)» Gbvlodem (j)i vanVlic* 
deatfifgerei AL: fUl^/ F-TH, fltttgatt / Yflr 
fhia/ Kfi»l>r: flpa. 

Vloog (i), Vloge(i), Gevlogen (x)i van Vlie- 

fn, w/^r^j.F-TH, fHtt^an / A-S, fïtOjjatt/* 
fl: fWttfla/ Gcrm: fUrgetl: zie bij 't Lijftjc van 
Vergelijking: w: t: (2) fVlogCy -fVleugey 
Vlagt, vohUtSy volaturaivr: tl TVlogd, Vicu- 
«1 , al0^^ Germ: fluS^/ Sax: flogd: w: v: ons*^ 
jVlogelcn, Vleugelen L.CL: conjlringere alas^, 
è? fran/l; minus fofi terpt* cofineSerè. 

Vloot ( i ) , Vlote ( i ) ,: Gevlote» ( j ) , van Vlie* 
ten , fiuere , manare^, F-TH, fltQan/ AL: W^ 
jan/ Yfl: füOOta/ A-S, fleotatt: w: t: (z)ons 
t Vlote, Vlot, ratis y fcedia y (^c.^ in P/«r; Vlo- 
ten: en d: v: Vlotten !• CL: ftu^uare 5 wijders 
"f Vlote , room , cretnor laStis 5 als boven op 
drijvende V A-S, firte/ cremar la^is} w: t: Vlote* 
melk, 5^.v: Flote-mélk, ïac Jim fremon i £ƒ lac 

Mm } gel 



/ 



«7» 



REGELEN V A N DE 
/. Reffh ^efffis 0izi doff kt^e O (ef OO). 



Bijlagi N*. y 



Vtn 't Vcroudctde PrUê- 



CD d: v: Zoogen L CL: ku^ 
tare i F-TH, fOUgati: w: 
t: ons Zoogelink) /«ir ü^i^- 
tnZLoógfel, Juccusku* 



timi en 



faOfi/ firbiüum. 



Yfl: 



I 



gélêtMm ; w: v: Vloten I. CL: crem^em JaSis a£* 
merei Voorts Vlote, Vlootjc, Vkutc^ lairum mi* 
mmés frtfundiiatis \ allen opzin hebbende op hcc 
drijven en Vlieten. Vorders Vlote , Vloot , claf* 
Jlsj mvHm muhitudo ^ A-S,f{Ota: gelijk ook A-S, 
fiOtatl/ fimtml fluStuan^ 8c flotmati/ n^utai 
& F-TH, flOi /fluxus; 8c YO: fiot/ üfuamen. 
Voorts ons (3) Vervloten Room, cremor lac^ 
fis. . 

Vroor en Vroos (i), Vrorb en Vrozb (z), Ge* 
vRCMiBN en Gbvrozbn (3)1 van Vriezen , en 
tVricren, olim algere^ nutte gekre^ A-S, ftpfait/ 
in Part: geftOtm / en Yfl; fnOOfa / in Pr£t: 

ftaxx^/ in Part: frofettn. 

ZooD (i), ZoDB (z), Gbzoübn (3)1 van Zieden, 
baUirei feruere\ elixarei aquA coquere; A-S, feo^ 

tlan/ afeotj^n/ in Part: gefirtKit/ mm/ afOF 

ten; en Yfl: fioba/ in Pr^/: fauH/ in Part: ^s 
tmttl; w: t: ons Zode (oe,en eu), ebulBtioj & 
tn alkr tS ferv^r ftomofbi; (^ fortio pfiium ofuA 
caquindarum | & tr: acervulas rerum ^verjknm^ 

» 

Zoog (i), 2>>gb (i), Gbzooen (3)^ van Zuigen, 
fugere^ Uf^are ^ firben y F-TH, fb^att/ A.S,ftts 
JPW/ Yfl: fitt{a: w: t: ons. Zog, Zoge (eu,en 
oe), fusy forca i A-S, fll0a : als vnigtbaer 
yan 2«og om vele jongen te voeden : en ook bi| 
inkortiogc Zógy/uccas laSeat. 

Zoop (i), ZoPB (1), Gbzopbn (3)i van Zuipen, 
firbiri^ petare; A-S, ftijpati/ fppatl / F-TH , fi»?: 
fm t Yfl: finiHI / in Pr^tt: faup / in Part: fo^ 

Sn; w: t: ons (z) Zo^, bauftus^ ecSffM; Yü: 
r : en ons Zopcf » j^t^ bij verfchcrpii^ en 
oitinae S^p , jus , üquameuj firbilium ^ w: v: 
Soppen I. CL: infuccare^ (^c. 



: JU^ 



Bijlade N*. J. G E M E E N L A N D S E DIALECT. 179 

II. Regel 'y wegem onze za^e $f doffe Unge O {of OO ), 

• * 

Eerftelijk , gelijkerwijs de DubbeUtaertige f^erha , die op 
de E accent er en , geen harde lange ^i onderworpen zijn, 
als bij de II. Regel wegens de EE vermeld is , 20 behooren 
ook de genen , die op O aenflaen , onder de zagte lange O -, 
uitgenomen Noodigen, Loochenen , Ontlooveren , Toove- 

REN. 

Ten anderen worden of wierden nieeft alle die f^eria kt 
de üitfpraek en in 't (chrijven ook gebruikt met eu of oe 
in fteê van o (alzoo die klanken genoegfaem van' eener- 
leyen oorfpronk bij ons zijn, als afdalende uit de Prater: 
Jmperf: Suhj: van Werkwoorden, die op uy of ie in Infim den 
klemtoon geven , waer van vele voorbeelden bij de voorgaen- 
de !• Regel te vinden zijn)j gelijk ook doorgaends, overal 
waer eu of oe bij ons het zelfde doet of deed als o , onze 
lange o dan dof of zagt komt. 

Welke tweederhande Aenmerkingen , vermits dikmaels op 
een zelfde woord betreklij k , wij nier in eene Regel beflui- 
ten, en de woorden tot de eene en de andere geboorig, hier 
onder zullen voegen,. 



Bajonb (oe), Bajena cpp: Hi^. 

Brkozbi^bn (eu), firMm maadan. 

Betomik (eu;, bitm€a. 

i~BBTOTBRBN (eu), ommê tariare. 

Be^bb (eu), formidohfms •^ dog bn Ki- 
liaen en bij den Rotterd: ook Öloo- 
i>B , inraer mede overeenftemt het Yfl; 
fAaaStlUX/ famineus^ ttmidm. 

"f Bo , Beu, fafur. 

Ï^Bo, Boe, cuêuttushguhris ocuUi fackm^ 
fue obfifUins\ w: t: ons Kijke-boe, 
lufusfuirilis^ in quo aUcujuÉ ocuü^ manu 
UmtMove t^c. ohteSi^ Jubitl infantis in pa^ 

tiank 



tiam detegunturi 
i'BoDBL, fBeudeL, maamtr: Beul, car-^ 

mfex\ 
BoGEL (eu), bemicyilus; w: v: Bo^eleni 

( eu) I. CL: arcuare , &c.i zie bij ons 

BooG in de L Regel. 
BOKBi., BoekeL,^ nêdulnsy umho^ Gall;. 

tBoRBK, Beuken, tundere^y w: t: Boke« 
lerf) Beukelaer, ancihy clypeus. 

BoOTSBRBN (oe) deformore^ van Boot*^ 
fe t , Boetfè f , adumbratio géftutm , pic^ 
tnrét , t^c^ j, w: t: om Nac-bootfen,. 

gefii:^ 






tSo 



REGELEN VAN DE 
ƒƒ. Regel*, wegens mzi zagte lange O (of OO). 



Bijlage N*. j. 



gejiicularij adambrare. De Rotterdam* 
mer gebruikt hier ook de fcharpe Ö6. 

f Boren, Beuren I. CL: levare. 

Bot BR (eu) en Botter, butyrum^ A-S, 
fMttttl w: y; ons Boteren L CL: bu^ 
tyro condire ; 6? butyrum conjkere^ 
enz. 

I Brokb , Breuke , fraSura , &f^. ^ zie 
Gbbroken bij de l. Regel wegens 
de o. 

Broos (cuf) en Bros, fragilis \ w: t: 
ook tBrozclen (eu) !• CL: in minu^ 
tas frangere micas\ en Brozcmef, bo^ 
iusy fru/tulum; w: v: Brozcnien I.CL: 
minutè frangere ; de Rotterdammer zegt 
ook Bróosch. 

Dogen (eu) , valere ,* enz:> zie bij de 
L Regel wegen$ de o. 

fDoNEN (eu), tonare^ 6?^; v: jDone, 
Deune , tonus , modulus , l^c, ; A-S , 

Imnunge/ crepitus. 

Door (eu), jp^j M-G, t|^ait||/ A-S, 

t&ocö fic töurg/ F-TH, tïiutuö* 

fDooR, Dors 1 9 en Deure, /^mm, of- 
iium\ A-S, tiur/ AL: 0ttru/ Kimbr: 

tpr/ Yü: öpr/ dog M-G, Haut. 

DoRENE , Doorns (eu t ) , fpina , ^^ff« 

7^ •, AL: Hom/ toorn/ A-s, ttórti/ 

t^ni/ Yfl: tÖ0n»/ F-TH, ijom: 
dog M-G, tdaucmi^/ h:t: ow 
ne (eu), acicula fibuUe\ en Meidoorn, 
Hagedooren, oxyacantba. 
IDronen, DreUloen, contremere* 
t Folie, foelie, ƒ 0J nucis mufcat£* 
Geboorte (eut), nativitas \ F-TH, 

gifiurta/ A-S, dorentipfTetdogM-G, 

galiaucl^a* Wnders ons Geboren, 
fMtus^ geftatus', F-TH, ffffman/ 0^ 

Imran/ & geboran, A-S, geïmtit & 
boven/ Yfl: htmm; <iog M-G,toii^ 
tan^/ gal^auran^. 

t Gebogen, Geheugen, commemorarei 
M-G, galMon L CL: cogifarey pu-^ 
sarei A-S, QOgan/ j^fitatt/ conftdera- 

rei 



re ; van om f Hoge , Heuge, Men;, 
fenfus; zie verder oi) deze Regel. 

fGEPoPEL, t Popel, 't Gepeupel, /i^« 
iusy plebs y Gafl: peupk. 

Gewoonte (eu), ^onfuefudoy A-S,Unt^ 
na / getOUna i van ons t Gewonen 
I. CL: ajfiiefcere , confuefcere -, A-S, 
getmtntan : komende van ons f Woon, 
ue woon , /iiefus i wacr toe ons Wonen 
(eu), olim manere y nunc habitare ^ nufh 
Jionem habere-, AS, tDUntan; F-TH, 
toonan/ man^e. Dog Kiliaen 2et 
WooNEN en Gewoonen , dat niet 
alleen met^de oudheid maer ook met 
de Rotterdamfche Diaie&l verichilt : 
zie ook Wonen bij deze Rcg. 

f Gobelen (euj), vomere^ eruSare^ 

GocHBUiN (ui), dexSeritate quadam ie^ 
cipere ^ van | Gochel , ludicrum celeri* 
taf e fallens ; van f Góch , celer j w: t: 
ook mooglijk brt oude woord Go* 
GR A E VB , judex pedaneusy mi plamo /e* 
di judicat , neque tribunat babet \ als 
ecne die bij de oude Saxen gekoren 
wierd , om op den zdfden oag van 
't 'gepleegde Leed ichielijk en op 
flaende voet te oordeelen. 

tGooM,tGoein, euftodia^ cura^ zie ver* 
der de VIL Regel bij f Gomen. 

fGoRE, Geur, odor^ nidor. 

GoTE, Geute, canalis^ tubusy 6^r.> zie 
Goot bij de L Re^l w^ens de o* 

f Goze, Goeze, Geuze, Myb*; A-S ^go|p/ 
0Ofe / anfer. Bij Kiliaen vind men 
ook GoosB. 

Groningen (toe, en eu) Groninga^ Frifx 
urbs. 

jGrope , Groepe, fuUus^ foveal A«S, 
groejK/ latrina. 

tHooE (eu), celoxy navis veSoria. 

tHoGE (eu) ,. dekSaiio , 6f olim mensy 

fenfnsi w: t: ona Hoog- tijd (eu), dies 

foUnntSy Uiusi gelijk ook f Voiiogpi, 

Verheugen , ook t Hogen , f Heiden 

I. (JL: 



j 




tijlasè N«. f 



GEMEENLANDSE DIALECT. 

ƒ/. jRegiJi wegens onze zagte lange O (of OO), 



281 



I CL: Utari ; en van f Hoge ( en ) , 
•9nens 9 fenfus , komt f Gebogen , Ge- 
heugen , meminifci , hier voor ge- 
meld. 

fHoGEL, Heugel, cUmaSler. 

Holen (euf)» Uitholen I. CL: excava- 

re , perforare \ A- S , ||Oltan : zie ons 

. Verholen bij de I. Regel , op pag: z68. 

Honig, Honing (cu), m€l\ F-TH, 

j^nig / A-S , J^unig / guniae^ w: v; 

ons Honigen (eu) L CL: comire meÜe*^ 
in Préttv Partic: Gehonigt, melUtus. 

Horen , cornu , cochlea , maferia cornea , &f 
^nr^^toj j A-S,ÖOm/^/«r*r;|)Ormt>j A-S, 
Wn/ hpcn; GVr»; i)^»: £5? ^«g/: 
jorn. Dog M-G, liaurti: wacr me- 
de overeenkomt ons tHooren , cornu. 
Wijders hia: toe 'ons Geborcnt, cor^ 
nutus j Prat: Part: van f Horenen 
cornua gerere\ & Flandr: canere ^ornu} 
M-G, ^mtnjan/ tuba canere. 

f HovBi. , Heuv-el , colUs ^ tnonticulus^ 
A-S, I^Ott/ monsi en ons f Ho vel (oe), 
Gibbusy tumor i A-S, &Of(t: w: v: ons 
Hovelen , Heuvelen L CL: extubera- 
roj excrefcere in collem. 

't'HovEC (oe), Sicambriy bij ons Scha- 
ve, JOoIabrai Germ: ||OUc. 

J0DE9 ^ooj> (eu), Judaus. 

JoKi^N, Jeuken, /rmrfj Gerw: )UC{ien« 
En /r«ii/2: bij ons, Na ietjokerigzijn, 
avidè altquid impetere. 

'J'Klomrn , tvERKLOMBN, Verkleu- 
men, rtgefcere. 

'j- Klonen tcu) , tundere \ w: v: ons, 
Klontc , m^ffa , gkba j A-S , CÏpne/ 
fMfa^ & Cïptlt0an//w^r^. 

.^Klotbren (eu), tuditare*, w: t: ons 
EJotcr-boek , Kloter-papier, adver/a^ 
riaj 'Orumi en Klotergdd, pecunia eni^ 
nufuia i en Kloter-meUc , lac coaguJa^ 
turn 9 en Kloterf, Kleuter, puella nu^ 
gatrtx , futilis. 

.KnaKEL (eii)Kn6kkd, condylus^ nodus 

fnetn^ 



memhri 5 A-S , mttcl 5 van 't verouder- 
de Knoken, pulfare\ A-S, cnonan/ 
cnttcian: w:'t: ons fKnoke, nodus in 
arbore , tuier , ^«/fcj , /^/«^ , os offis > en 
van ons Knokel komt Knokelen J. CL; 
pulfare nodis digitorum^ (^ tr: indecen- 
ter tradlare manibus. 
Knoteren (eu), garrire j minurizare^ 
6? murmurare-y w: toe Knoterkcn, /i- 

furinus , garrulie avicuU genus. 
. lNozen, Kneuzen, quajfare ^ frangere^^ 

. A-S, mpfan/ percutere. 

Kogel (oc), globus^ w: v: Kogelen (oe) 
\. CL: globos projicere. 

Koken (euf), coquere^ W: t: f Koken, 
Keuken, coquina% A-S, COCe/ CQCnun^ 
ga; w: v: ons jKokelcn (eu), nutri-^ 
re five fovere culind j en w: t: Verko- 
ken, decoquere. 

Koning (tu)^Rex\ F-TH,fnmitt0/ ni^ 

tijng/ AL: fuinic/littnins/ A-s,c{in0/(p;: 

ni0/ (pnmg; w: t: ons Konink-rijk, 

regnum^ A*s,(pne*rk/ qmebottt: Vfl: 

fiongitt / Rex ; en bij ons Koen , au-^ 
dax^ animofus. 

fKoRE, Keur, en fKoze, Keuze ^^ 
eleSlio '^ en Koren (eu), en Be-korea 
5tie bij Koos, Koor in de L Reg, 

"h Koorde, f Koerde, bibulcus. 

i"KoTEL, Keutel, pilula ftercoraria. 

Koteren (ca) ^ f odicar e *, van f Koter, 
inftrumentum ad fodicandum \ dus Tan- 
de- Koter , dentijcalpium j en Koter- ftok, 
rutabulum. 

Kovel, Keuvel, cucullus ^ capttium i k-^S^ 
Cttfït. 

fKoZE (eu), zie fKorc (eu), bij deze, 
€n Koos , Koor l)ij de voorgaoKle 
• Regel. 

f KozEL, tKeuzel, turbo ^ trocbus\ w: 
v: Kozelen, Keuzden I. CL: ludere 
gJobulis^ nucibusj i^c^ (^ tranfl: fabu» 
lari. 

f Kroken y itreuken 9 plkare ^ curvare^ 
N n rt^a^ 



2SZ. 



REGELEN VAN DE' 
7A Regel', ^wegens O'/tze doffe lange O {of OO)^ 



Bijtsge N^. j. 



fugaroy Ö^r. ; van |Kroke^ Krcuke, 

fluaturai ruga^ Cff^.j w: t: ons Kro- 

ken , Vcrkrokcn , quajfare. 
+ Krönbn , Kreunen y gemere, 
•f Krop EL , Kreupel, claudus \ zie ons 

Kroop bii de voorgacnde Regel. 
+ KRozen , Kioczen < potiure. 
•f LoCHENE (oe) , flamma-j Yfl: fojt/ 

Jlamna j & logatltie / flammans > & 

A-S, \t^l ftamma. 
LooBN (cu), mendaeium; w: t: Giet- 

logen , pfeudocbeus ; zie ons Looq bij 

dë voorgaende R^. 
"f Lok E (eu) 5 fepimentum \ zie bij ons 

Look , onder de voorg: Reg. 
Loon 9 Loen, comitatus Loffenfisvel Loeu* 

fis , in Diocoefi Leodienfi. 
LoYBR,^ Locyer, contr: f Loor, tLoer, 

coriarius. 
Lor E) Lcure, Lorre, enz: zie bij ons 

Verloor onder de voorgaende Re- 
cel. 
•fLoTEREK, Leuteren, morarij differre\ 

Ö* tranfi: f altere j £^ vacillare , (^ olim 

provocare adjudicem. 
LovsK, t Loeven, Leuven, Lovanitm^ 

opp: Brabaniiée. 
LovESTEiN (oe) , Lovefiamumj arx in 

Hollandia: 
Loze (cu), fythholum^ ö^r.j ook Loo- 

ZE ^ zie bij ons Verloor onder de 

voorg: Rcg:} zo mede tLozig (cu), 

remiffusy &c. 
i'MöKBN, Meuken t, modiolus. 
Molen , Meulen, molay A-S,, tttplttl/ 

mpin/ AL: muien : Hiertoe onsMo- 

lenaer , molitor ^ en Ban*molen, mola 

pubUcé , int er termims jttrifdiSlionis y 

enz^ 
•f Moor ^ Moer, palus bituminofa y &? cee* 

num palufire ^ A-S , VaXCtf palus% & 

Yfl: tttOOr/ leca terra mufcofas w: t: 

ons t Moor-afch , Moerafch , palüs. 
tMooR* y Moer«^bczicn , nwra \ A*S, 



tmit-toian : dus ook Moer-bczic* 

boom y morus j A-S , imtt-beam / tnor- 

ïieatn : w: t: mede ons Morellen, 
Moerellen, cerafa acfia', als hebbende 
donkerrood fip , acn dat van de 
Moerbezien gelijk. 

'f Mozelen , f Meuzelen , f Bbmozblek, 
Bemeuzelm L CL: maculare lutoy akt 
/brdibus ; van -j-Mozel (eu), macula-, 
van f Mozen , Bemozen I. CL: kto 
inquinare \ van fMoze,'/K/ff)», ceemtm 
piatearum ; 6f olim palus \ (S travfii 
Moze, lavatrinay coquirue fuforium:wi 
t: Moze- janken, perditè amare i ad k'- 
vatrina foramen gannire ; en Mozemcycr, 
prafeSus flateis iuto purwndis. 

+ No YEN, tNoeycn, ojficerey moïeflum 
effe: w: t: j Vernoyen (oe), tadert^ 
& t Nooize , Fiandr. , nocumentum 5 
hier toe 't Franfche Nuire , Ö* «k 
nuier. 

•fNoLE, tNoele, nu Wafel, laganum. 

"j" NoosT , Noeft , nedus in arbore. 

NoRENBERG (cu), SegodunuM y Norihet^ 
gay Germ: opp. 

Noot (eu), nux. 

•{■NozE , nu Neuze^ na/us$ A-S, HUM 

ftt/ nefe/ nofe/ Yfl: «0^/ jngu 

■f OoD , t Ocd , vacuus , incultus i nu Óód, 
gelijk ook Yfl: autmt /' vacuus % w: 
t: ons Oód-moed , bumilitês^y F-TH,, 

dmmtota/ A-S, eati-mati Scea^-tno^/ 

bumitis. 
Ooft (oef) 5 Pomay fruRus arborum. 

F-TH, OatS/ JruSus. 
Openen L CL: aperire', A-S, opctttatt; 

F-TH, Oppïiaiail/ OfTiman: van ons 

Open, apertusy pandusy A-S^ <9tB/ 

F TH, offatt. 

Over (oef), trans y uJtray ^e.y vr: v: 
Veroveren I. CL: exjuperarey vincere% 
w: t: ook Overfte, PrafeSus ; en O- 
verhcid, Afo^M/^ij en Overig, reti^ 

pmsi. 



J 



^»yiii* N». j., GE MEEN LA ND SE DIALECT. 

II. Rtgtli v«gei$s onze ioffe la^ O (^OO). 



*»J 



futü^ M*G,itfar/ ufaro/ A-s«ofinr/ 

AL, en F-TH, uïiat/ OUW & Ote/ 
Kimbr: ofur / Gnmx VÜfUt/ Sax: (^ 
Jlngl: auer/ fi^per^ trans, 
-fOvER, nu Oever, iittus ^ aSlaj ripa% 

A-S, ofer* 

i*PoLE, Pexüc / füUkub^s feminis ', w: v; 
f Polen !♦ CL: dicartkare\ w: t: t Po- 
Ie, fPoluwe, Peuluwe, ^€1^/^^/^ A-S, 



fPow 



^oLrBN (oe), escavare. 
PopECEH, Peppelen \. CL: tremere i van 

fPopd, Gróopel, sremuluSf murmnr. 
-j-PoTEJBLBN , Peuteren J. CL: fodicarei 

w: t; t Vcrpoteren , Verpeutereo, ö/- 

fendere* 
j" Proots , Preuts , fafiofus , fnperbus j 

Gall; ^^«x> A-S, prut/ ptpC/ /uper- 

husi iCIftUtian/ /uperbire. 
i*PROTELEN, Preutelen, murmurarei 6f 

iullire cum nmrmure ; van tProtel, 

t Preutel, nutmmr ; (^ turba^ (^ c$n^ 

geries. 
fItoDBN (eu) , Roycnt, curfitare^ ca* 

tuur e ^ Gall: r^dtr\ van tRode, Reu- 
de, canis mau 
t Roden (oe) , Reyen (oe) L CL: 

radio five virg4 tensau d$lH cafocita^ 

temy van tRode, Vioeóc^'virga^ (^c.y 

Germ: tUtt/ Satc: xUXtt/ Jnik ttitfitt/ 

en Y<1: VOM / £suda. 
-f Roden (pe)^ Royen (oe) , Üitroden (oe) 

Uitroyeo (oe) L CL: extirpare^d^kre^ix* 

pH^gere^ en tra»fi: tRoyep, tRoeyen, 

Roeden, jacer^^ impeUerei w: t: Op- 

royen, impelkrt. 
"fRoKB , Reuk , en tGEROKE (<ea), 

odor; zie bij ons Rook onder de voor* 

gacndc Rqi^l 
Roice4C^k , FUndr: , tBtalmh prorttere ; 

van Rekel, Rokel-ftok, rutabuium. 
i-JU^MBR , RocKBtr, caiix vitreus ; bij 

Kilia€H ook Rqqheü. 
tR^ITELEN, Reutelen L CL: ffrunnire^ 

mur^ 



murmurare , (Sc. i Van f Rotel , Reutel^ 
grunmtxsj Ö*^.^ Ö* ^r: crepitaculum y ö 
prohofcis elephanii. 
RovE, Roof (oe), ^ufta^ tepnen^ A-S, 

Örof/ tof/ tofe/ ^/^/»tf», /tf^w»j zie 

ook bij de VIL Regel. 

tRoZEL, KciXutXj arvinai A-S, rp(H/ 
rpfl/ pinguedo. 

"f Schor E (eu) , ruptura y rima ^ w: v: 
t Schoren, Scheuren, rumpere y(S rutX'» 
pi ; w: t: ook Donderfchore ( eu ) , 
fulgUTy vis timitrui\ & M-G, piura/ 
A-S, fhlt/ imtiTp nimbus ', zie^verder 
bij ons Geschoren onder de voor- 
gaende RegeU 

Schot E (eu ), projeSuray (Sc.% & d: v: 
Schotig (eu)> zie bij ons Schoot on« 
der de vorige Rqg;el. 

ScHOTEt^EN L CL: patims indere cilmm% 
van Schotel , Schottel , patifta , fcuteU 

la; A-S, fntteï/ fCtttttï/ G*m:fc||ttf^ 
fel : zie ook bij de volgende IlL Re- 
gel. 

Schromen (eu), timefcerey abbomrei 
bij Kiüaen ook Schroombn. 

'tSxiOVEN (GU) , frondarcy putare arho* 
r$s. 

Sloren, Sleuren, tréhtrty verren \ w: 
t: f Sloor, Sleur, traOuSy & canfiutu^ 
do \ bij Kiliaen ook Slooren \ w: t: 
mede f Sloorig,tSloocdig,tSlordig,/2r- 
|jll/^x> q:d:bumoprott^aShis, en Sloofc, 
Sloorken , firdiaa anciUa , fenuf viiis i 
en Sloove, Sloor-koole yhraffica cumana , 
ifraffica vulgaris fativa foliis extenfis^ 
A'S, flarlan/ brafficét genm. 

tSLOTEL, Sleutel, clavis^ ;ue bij ons 
Sloot, onder de I« Regel. 

Slove, Sloof, Sieuve, rma% canaUcu-^ 
lus. 

^MoiiEN Ccu) j fumar4 y vaparare \ (Sex* 

tinguerey fufocarey A-S, fteioraili van 

f Smoor , t Smeur, vapofy fumus^ bij 

Kiliaen ook Smoorxn. 

Nn 2 , fSNo- 



1 



z84 



REGELEN VAN DE 
IL Regehj wegens onze db ff e Im^c O {of OO). 



mjUgt m j. 



f SKOvfci^EN, Snaivclcn I. CL. deficercy 

labL 

tSoREN, Scwvcti^pravaricari^ malequid- 
quam admwiftrare , Ö* fallere j A-S ) 
feortoan/ infidiarl. 

Spook (oe) , fpeSrum , bij JT;/: ook Spoo- 
kc: hier van ons Spoken (oc)LCL: 
larvarum ludibria proferre. 

fSpoREU, Speuren, t Bcfporen , Bcfpcu- 
rcn I. CL: calcare , ittveftigare 5 v: Spoor, 
Spore (eut), calcar^ veftigium-, vr: t: 
ook Ridder- fporc , cwmitmm fiheftre^ 
fioscakarh j A-S , cnF-TH , f^Ot / Yfl: 
fp0t/ veftigium^ cnA-S,fpOra/ fput/ 
ealcari Yflifpjïre. 

Sporie , Spcuric , lathyris ^fpergula \ Gall: 

efpurge. 

j Sproke, Spreulcc,*en Sprookje (eu): 
zie bij ons Gesprokbn onder de 
voorgaende Regel. 

\ Stoken , nu Steunen , w/i. 

Storen (eu), turban y perturbare ^ A-S, 
(||H;att / dog Kiliaen en Staten Bijbel 
hebben ook Stoorbn , dat de harde 
óó aenduidj wacr mede overeenkomt 
het M-G y anDfiaurratt / fremere in 
aïiquid. 

j Stroom (oet) doe nu Stroom, trac- 
tus aqua ; A-S, ftltam / iteml en d: 
v: ons Stroomen L CL: fiuattéorei 

A*S, firtanriatt* 

ToG£ (eu) , bauftusi en Togel (cu) , 
franum , kibena \ w: v: ook Togelen 
(eu) L CL: zie bij ons Toog onder 
de vorige Regel : w: t: ook ons Hals- 
togel (eu): krmn. 

ToKELEN, Tokkelc^i L CL: fruderejo- 
candoi v: fTokelj en dat van fTo- 
ken, truderey arietari. 

•J-Toterbn, Toeteren, en Toten > Toe- 
ten I. CL: btucinare\ van iTote (oe), 
ttaulusy carnu'y t^ extretnitas inftar cor- 
w, & trwfi: rt^rumi (jf papiJiay & 

CiffUl-^ 



euculkis : w: t: ons Fontein*-tote , fi^ 
pbunculus. 

•fTROBEL, Troebel y /««»//«ƒ, Gall: /nwt- 
ble. 

""Troren, Treuren, moerere. 

' ' Troosten ( oe + ) , hortari 5 zie ook bij 
bij de VIL RegcL 

Vb R BODE MEN L CL: fundum reficerey, 
6? in aJterum transferre fundum ^ contr: 
Vbr-bómens van Bodem r^)f/r: Boomj^ 
fundus j A-S , Imm/ Germ: ïlö&cm/ 
Jngl: IlOttOtne ; w: t: ook Bodeme* 
pye, fcenus nautioêm , fundo navis fn^ 
perfliii obïigatus\ dog Verboomen,yi/- 
ver e veStigal portitari , van Boom , ar^ 
bar y (S tri portus repagulum , quo hci 
0djtgnatur veüigaly heen de^ harde lan* 

f 5 óó. 
ERKLOMEN (CU), Zie fKLOMEN bij 

deze Regel. 

•{"Verhoren, nu Verbeuren, inddere 
in mulSldm \ w: t: t Vcrboorte, Ver- 
beurte, mulSla. 

Vbrkoperen I. CL: ésrarty tegere éert\ 
van Koper, cupruniy a5\ dog Kooper^ 
emptoTy vereift de harde lange óó. 

Verpoteren (eu) zie Poterbn alhier. 

t Vlogel, Vleugel , ^jAi ;en daer van t Vlo- 
gelen^ Vleugelen I. CL: zie bij ons 
Vloog, onder de vorige Regel. 

Vogel ( eu) , avis^ M-G 5 fltlfl^/ jKimbr: 
Yü: & Dan: filrf ; A^S, mOeT/ ftl^ 
fiOÏ/ fud/ ftltfte/ AL: en F-TH^ 
nïjal / n»0a! ; Germ: Sc Sax: tJOjjd. 
Hier van ons Vogelen (eu) I. CL: 
aucupari; A-S, fug^atl: w: t: ons Ge- 
vogelte (cu), v^lucris-. 

•f- Volen, Veulen , puUus equihus % A*S,. 
fbïa/ fWt/ AL: bofe; dog M-<J, fn? 
Ia / puUus ^^/ina I ca Kimbr: frir/ e* 
quus. 

Voor (cu), aniey pr^% F-TH, fiwa/ 

fmij fUorij A-S, fw/ fmt: dog 



BijUtgt IS^J. GEMEEN LANDSE DIACECT. 

//. Refjfh vegem onze zagf* iMg* O (of OO). 



tSf 



M-G,faiir/ fattra. 

Vroom (fos) , gnavas^ ftrenuusy pro^ 
busj frugi^ bcnus^y pius^ A-S, ftttm/ 
ftome/ from / fortls , ftrwuus*, Yfl: 
fcCHttttUC/ probus'f wacr van ons \ Vro- 
men 1- CL: mvalefcere , prodeffe ; A-S , 

freomtan/ fromtan/ Scfremian/ fra^: 

mtatt: en d: t:. ons f Vrome, /r«ff«f, 
ufi^ruSlus. 
Wonen (eu), nMnfiMembakere^ C^Qlim 
manere j F-TH, tOOltatl/ manere % en 

A-S, iDuman/ \mniqan/ babüare-, 

toe 'de oude Zinbeteekenis hehooit ons 
t Woon , Gewoon ( eu ) . fuetM y ca Ge- 
woonte (eu) , confuetudo*^ A-S >UHina > als 
een blijvend gebruik zijnde: tot de heden- 
<laeg(è beteekenis behoort ons Woon , 
Woninc,. en Woon-ftcde (eu) , babi^ 
tatio , mbitaculum^ als een v^fte ver- 
bli jiplaets zijnde ^ A-S , ttlttnfietie / 
Uninutm/ manfio^ mara; Kiliaen heeft 
ook Woonbn; dat met de Oudheid, 
met de Rotterd: uitipraek , en met on- 
ze EU ftrijd, 
Zo2>£ (oe, en.eu|), ebulliiit^^ (^^.; zie 
bij ons ZooD , onder de vorige Regeel. 



2^E (eu) , /usy porcai zie bij Zoog, 

. onder de vorige Regel. 

ZoLUWEN (eu) I. Chi' Flandr: ma^u- 

lare GaIU j fouilkr *, Angl: foifej A-S, 

fdan/ macularc. 

Zomer (eu), A-S , futttet/ fittNera/ 

Yfl: futnar/ ^eftas^ w; v: ons Opzo- 
mcren I. CL: aftroare. 
Zone , Zoon ( eu ) , films j M-G , fUHtt^; 

A-S,funa/ fitttc/ funu: F-TH,fttn/ 

AL: fim/ Kimbr: foilj Yfl: fotiur. 

tZoRE (eu), uleusy dolor^ ^»f^i A-S"," 
fir/ Yfl: faar: w: v: fZoren (eu), 
ulcerarey doler e ^ angere-y A-S^forgtatl/ 
fatgtan/ dolere^ iriftari^y dog M-G^ 
flutrsan I. CL: dolere^ trijlariy waér 

. toe ons tZorig (eu), moleftusy maro^ 
fusy anxiusy curiofusy A-S^faxifl/ trijr 
tk% w: v: tZorige conêr: Zorge, an^ 
gor animi , erna ; A*S > forge / cura ^ 
doior; w: v: ensi Zorgen L CL: cara* 

re^y M-G, fauKjan/ A-S, forjtan/ 

oulinks bij pns ook Zooren , dole^ 
re 5 waer mede 't M-G ,. overeca* 
komL 



ƒ//. Regel i wegens onze doffe lange O (ö/ OO}. 

Het gene in de UT. Regel wegens de E vermeld ftaet, is 
la gelijke waerde betreklijk op onze zajgte lange O : dus 
dan , alwaer de korte O , bij verboiginge of afteidinge tot 
een lange overgaet (als Gód, Goden), of waer de lange O 
mede ingekort gebruikt wosrd (als Boter, Botter) , aldaer 
▼alt doorgaends die lange Ö zagt of dof van geluid: 
als- 



BsLOVBK, oul: ook LovENt, promhter$i ' tei fLófte, ffofHtJJtOi w:t:ookBruid- 
Vciriovcn , devovcre > ^acr, ym Bdóf- "lóft , nuptite. Van gelijke natucr is oos 

■ = te, Nö j • • ■ Vcrlo- 



iZS 



REGELEN VAN DE 
///. Regili 'Èfeg/m atm ékfs Jattge O (^ OO). 



Bijlage N*. j. 



Verloven ^ Ver-oor-lorcn, pirmitUre y 
en Verlof 9 Oorlof, permiffio j conpmfiês^ 
en Loven, éeftimare-^ en^Löf, ajHma^ 
ti9 mtrcmm'y dus, te Lóf en te Bod, 
indieante una & Ucitatue aliero i F-TH, 
jgrittttt / confenfus j en A-S , Wa«/ 
toncederi. Dog ook F-TH , tWItt^ 
iOUfïi/ mptia^ en A-S, kflfe/ wiwtf i 

§ slijk mede ons Gelooven, crederej 
waer de oo hard komt, tot Subfti 
heeft Gel6óf, fldes^ met Gel^f. 

Bloxb, Blos, rub9r^ furpurijfum % w: v: 
Blozen I. CL: epubere genis; en BIo- 
fem , Bloflèm , Ji9s > A*S , Mofotl/ 
• jfios. 

t Booste, Boibl, Bollet, ƒ /i9Mtf,Gall: 
Mfle ) w: ▼: i Booften I. CL: gla- 
bere. 

Boter , Botter , butyrum \ ïie ook de 
II. R^: wegens de o. 

l^oosGH , BroTch, fragilk% zie ook de 
II. Reg; wegens de o. 

•f Door, Oof y Jubfwrdus ^ abfqut vigpre*, 
dog zie verder ons Doof, fitrdus j bij 
de VII. Reg. 

Doom, tDom, Domp , vapar*, w: t; 
Domen , Dompen , vaporare 5 dog de 
Maeflandor en Vlaming gebruikt nier 
ook de harde lange 60 , en dus ook 
bij KiliaeH y Poomen J^landr:^ vapth 

' rare. 

Doornik, fDomik , TunMcutn^ epp: 
Flandrue. 

DofiBNB, DooRKB, t Dom , ^AfM ) «je 
ook bij de II. Regel weg: de a 

•f DoTBN, en Vbrdoten, Dotten, Dut- 
ten, deUrar€% defipene^ Gsdl: radoter, 

i" Droop , Drop , ftitt^i zie bij de h 
Regel weg: de o. 

El-horen, Elhóm , fambucus. 

.Geboden Plur\ van Gebod, mandatum \ 
zie ons Bood bij I« Rejgel: dus ook 
Verboden Plur: van Verbod , wtitum. 

Goden Plutx van God, Deus\ h cafu 

'^ W/f/ 



ohlif. ook GoDE, M-G, 4^0^/ in 
Plun ^MtlAX dus ook bij ons Gfxles 
Huis , Temfium % M-G , 4E^ttit*fR^/ 
A-S , ^éiV^ l^n^ ; en A-S, ^0ti/ 
Deus^ en ^^^eil/* Dea^ en ^|lbnta/ 
Dea^ \m ons Godinne, Dtax zome- 
de, F.TH,4^0t/ Dettss en fora ^ 
te / apud Deum % en oulinks bij ons 
ï'Gode-man, mendicusi als om Gods- 
wiUe brood tmidende. Wijders h: n 
ons Vergoden I. CL: referrt inur 
Dees. 

t Grove, Grof, crafms^ ^^^^ ^ fpffati ^ 

mfoliius } dus ook een Grove Stem, 

vex gravis 1 en van Grove komt ons 

Vergroven I. CL: condemjkrey amfj^^ 

fire, 

Hbrtogrn /^/i^:vsmHért6g, f Hértoog, 
Dusii 7it bij ons Toog, onder éc I. 
Regel. 

Holen Pim: van Hol, cavema^ zie bij 
ons Verholen onder de I. Rc^. 

i'Hoop-MAN, nu Hop-man , préeftStu 
multUudim^ van 't oude Hoop, A-S, 
j^KK/j^OJp/ muUitude ^^ acervus * nabij 
om Hódp gelijk mede A-S, |NE^/ 
catusy cumutus. 

Horen, f Hom, tmrm^ c9cbUa% mate- 
ria cornea % (^ aeigulus ; AL: gom/ 
A-S , ÖOnt / Öpm / Kimbr: ÖWttid/ 
Yfl: 00»/ G^/tw: tor»/ Augl: IfOcml 
cernu ; dog M-G ,|aum / cerm , 6? >f- 
^ua^ ca d: v: /t M-G, Daittn}Cm 

. I. CL: iuka tonere ^ igeH^ ook oer* 
tyds bij ons fHooREN, atmm. Tot 
ons tegenwoordige behoort Horen- 
pergaiBBOt^ m e m r ma mtM^ia peüeia- 
dal zijnde doorfchijoend ^Is jiet Ho- 
nen, mat er ia cornea i v^wrts Horendm- 
ger, cornutusy fef tr\ adultera fnaritms% 
en de verdere Compofita : zie ook Ho- 
ren bn de vorige R^el. 

Hov^N thr\ vaa Hól^ tHovE, «iffis, 
bortttSy auhy fubdiaUy 6f olim fundus\ 



#*- 



Bijlage N*. J, 



GEMEENLANDSEDIALECT. 
J/l Reifly wegens ie deffe lange O {of OO)^ 



187 



in cafuebk ooknogHovB : A-S» j^fe/ ^(^ 
ntusyvn v: Hoven f CL:,als Ymand -fHo- 
ven en Huizen , dom five bojpitio slijucm 
excifere^ en "j* Hoven, Hothoucien,^;/^ 
tic» mare fpUndidè vivere ; en t Hoven , 
colere bortum. Tot het tweede Hoven be- 
hoort ons Hovelink, auüeus; enHovefch 
(eu) eotftr: Heuich, en Hofich 9 en 
Hofiijk,' urbanus Gall: courtois. Tot 
het hetfle ^ ons Hovenier ^ bertur 
lanus ( w: v; Hovenieren L CL: co-' 
lere bortum. Hier • toe mede al- 
le de plaedèn en Steden uit Hof, 
Hove ontleent , als Dietenhoven, enz. 

KsiOEUi (eu) KnókkeU en d: y< Kno- 
kelen, Knokkelen I. CL: zie bij de 
vorige R^d. 

t Knoop ^ Koióppe, nodusy nu Knoop, 
zie bij de VII. Reg. 

KoKBN ) cofuere % en Kok, co^mus; en 
. Koken (eu), cofmna^ enz: zie onder 
de vorige Regel. 

KooRTSE, Kortfè, /tf^/^. 

KontN-BAVBM, Kópfmi^haven, ££i//»Vi, 
JJsmiét metropolis. 

K0RBN9 tK<>n^9 frmmmum^ gramtm % 
A-S & AL: ttttl/ F-TH, ftoctt/ 
granums Yfl: ïtJJni/ fruges^ & ftttUa- 
inidc/ os vel mmtmn berdeaceumi dog 
M-G , fiaurOQ / )^«^e/ , frumentmmy 
granum. 

*fKoTE, Kot ,' cavemy ïatiBtibmj ca/a^ 
tMguriumi Yfl: hH/ prfdiêbm; A-S, 
& jOfigk ttttt/ eafiii hier toe Honda- 
kote, Honda-köt, pagus Flandriét Oc'» 

^ cidentalis Hondfcbpta , Pleumofiorum urhs. 

"fLoKs, Lók, foramm%. zie i»ij Look, 
onder de L ReeeL 

tLoKm, Lók^ flmus^ A-S, lOCa/iOC/ 

LoRB (en), Lorre} w: v: Loren I. CL:, 
zie bij VsRLooR onder de I. Re^L 

lx>TEM Plur: vsoL Lot , fors % en o: t: 
Loten L CLifortiri, A-S, frfotan/ 

forti^: 



fortiri; en A-S, Wot/ ÏOt/ & M-G, 
Itïaut^/ ySr^i en Yfl: Ölioota/ fortirii 
m Prrf»/: |)laut. 

LoTBN/^A^r:vanLót, talea^ ook-fLoo^ 
TE, en in P/ur: Looten, A-S, fbrtj^-^ 
loten/ inoérvus j en Yfl: ïaut/ incur^ 
vabam j & F-TH , tfiaj mibbeï-ÏO^ 
t^/ fut'culus medius. 

"t" Loven , promittero j en Loven , ésfiima^ 
ro^ enz: zie bij Bslovbn bijdezeRcg. 

Loven, laudaro \ A-S, lofian/ klfatl/ 
AL: ÏOÏIOn/ F-TJH, ÏOtlcn/ Yfl: ÏO^ 
fa: eo-bij ons jLove, Lof, Ims\ 
A-S, iof/ ÏOfr. 

Lozen, Lóflèn, van Loze, Los, zie bij 
Verloor onder de L Regel. 

t Moor , Morre , fcropba s v^: t: Mor« 
ren !• CL: grunnire , mmmurare % en 
Bcmoren I. CL: en Bemoifen , ma-- 
culare luto % den Zwijnen is 't eigen 
te knorren, en in den drek 2ig te wen-^ 
telen. 

fOoR, en -f Of yprapoftivumj Magnus^ 
primus , excellem ; A-S ^ Ot & Otti/ 
Germ: UÖt / initium^ principium', dog. 
bij den Rotterd: Oor, gelijk ook 
M-G, aur/ priucipium-f h: t: ons Oor- 
feronk, tOrfpronk, enz: zie verder 
bij de VIL Regel. 

Oord , t O*^ y P^s^ keus \ extremitasy 
era. 

Oorlogen I. CL: bellum gtrere 5 vaa 
Oorlog, Oorloge, beUmn^ in Plun 
,06r-k>gen; zie bij ons Loog bij de 
!♦ Regel. 

OoRLovsN, Vbtr-oorloven , pormitfe^ 
ros en Oorlof, permij/iay venia^ zie 
bij BELOVEN bij deze R(^cl. 

tOvEN, tOpEN, OStnj SudayPanno^ 
niéS infnicris urbs^ 

Poorter 3t fPórtcr, civis'r v: Poorte> 

porta. 
Prrvoost, fPrcvofl:, préspofitus. 

RoKiN Plwt\ vaa t^^^» t^o^^9 ^* 



z8S 



REGELEN VAN DE 



Bijlage N«. j. 



IlI. Regel \ wegens onze doffe lange O (of OO). 

muJus , firues fmni \ dog A-S , ffCtSit. 
Rootte, ÏLótit^ fojfa in qua Knnm ma-- 



cer.itur j en Rootten , Rotten het 
Vlafch , macèrarelinum , ut cortex com* 
putre/caf. 

•f Rot E, Rot, turma^ tcetusi w:v: Rot- 
ten I. CL: coire in unum j en ons half- 
baftaerd "f ^onrotc, congregatio. 

Schotel , Schottel ^fcutella , catinus ^ pati^ 
f$a j en d; v: Schotelen I. CL: en 
Schottelen I. CL: patinis indere cibum\ 
A-S, fcmri/ fttttteï/ catinus-y zie ook 
bij de voriee IL RegeU 

•f Sloke , Slok , gula , rumen > w: v: Slok- 
ken I. CL: glutire 5 zie onder de L 
Regel bij ons S look. 

Slopen Plur: van tSlope, nuSlóp, la» 
tfbulum^ zie bij ons Sloop onder de I. 
Reg. 

•|"Slose5 tSlodfe, crepida. 

Sloten PJur: van Slot, tSlote, arx^ 
caftellumy fera^ enz:; zie onder de L 
Regel bij Sloot. 

•fSoME , Somme, Somona\ Fluv: Gall: 
Belgicde. 

"J* Stroop, Strop, nodusj laquear^ A-S, 
fixttp 'y bij ons ook t Stroop; w: v: 
t Stropen , Stroppen , en t Stroopcn , 
ftodare^ neSere^ conftringere % en f Stro- 
pen, en Stroopcn, de^ubere^ &f trxfpo^ 
Hare , exuere > de Rotterdammer zegt 
Stroopcn. 

•j-Strote, nu Strot, juguU$\ ïtaiiftroz" 

za\ Angi: «ote/ téwafe/A-s,ti^m/ 

ToKBLEN, Tokkelen I. CL: trudere per 

jocumy zie mede bij de vorige Regel. 
fTooRT, tTort, tTordc,»wn&,A-S, 

toeft* 

Toren, fTóme, ira^ A-S,tOtn/ ira^ 
w: t: ons Toornig, "j"T6mig, iracun* 
dus-, A-S, tomtg. 

Toren , f Torre , fTomc , turris% 

A-S, tor/ ttrra/ ca Yfl: tunt 

Vlo- 



Vlote, Vlot, en dacr van Vloten ï. CL: 
enz: Tsic bij ons Vloot onder de I. 
Regd. 

Voogd, ^Vogi^ tutor^ gubematar*, AL: 
tïOflt / t)O0et / w: t: ons Voogdije, 
fVogdije, tutela*y jurt/diSfio; pr^ftBU" 
ra ; Germi bO$t{)ep & iKtttj^ : wij- 
ders ons Bevoogden , .f Bcvogden 
I. CL: tutorem pupillo amftituere. 

Voord, Vord, Voort, Vort, ulira ^ 

• 4ilterius^ ^ ftatim^ tonfeftim^ i^ perge^ 
iv: t: ons Regtc-voord , bec tempore^ 

• fiofiro fecuh *y cnVoord-aen, Voortacn, 
poft hoc \ en Voorder •, Vorder, ulteriu5% 
A-S , fwt^l fortj^ ; w: v: ons Voor- 
deren , Vorderen , Bevoorderen , Be- 
vorderen , en Vervoorderen , Vervor- 
deren, profieere^ promoveren en Vow- 
deren. Vorderen, Afv6rdercn,f;^i^^e} 
en zig Ver- voorderen , audere ; aSen 
ï. CL: A-S, f^grian/ fuldre^ pro- 
movere. 

VoRB , f Vorre, fukus \ w: v; ons Vo- 
ren, fukar4\ en w: t: ons Eiodeivore^ 
verfurai A-S, furj^/ fV^I fiHeus^ oe» 
ca; a\ hier toe ons Voren , alhumus^ 
pi/cis 5 mooglijk om de Voim&epen 
op 't lij£ 

Vroom (oef), fVromc, fVrom, jw- 
vus^ probus^ ÖV.; en d: v: f Vromen 
I. CL: zie bij de vorige R^l : w; t: 
Dok ons Vervromen L CL: augeri w* 
gcre^ virfute^ animo. 

ZoGB (cu). Zog, /itf, porca-y ca Zog, 
fuecus lakeus ; zie bij ons Zoog onderde 
I. R^el. 

Zore , Zor , aridof^ w: t: Zore, baUefftma» 
turn \ eaw: v: Zoren I. CL: arefeen^ mat'' 
cefcere. De Macs-lander zegt ookZóÖR, 
en Zooren ; welke beide DialeSem in 't 
Angel-SaxHch ziff ook opdoen ^ dus 
A-9,afnWtatl/ ^ftUdoUX/ arejcere^cn 
ftSXAn/ ftccare^ inurere} hier van komt 
het Franfchc £forer. 

IV. Re- 



Bgi»ai N«. ^ G E M E E N i. A N D S £ DIALECT. i8p 



ly, Rfgfl; wegens onze za^e lange {O of OO). 

De Baftaerd-woorden of Baftaerd-gelij kenden, welken in 't 
Latijn of Franfch (al na 2ie ontleent zijn) op O of ü, en bij 
ons op de lange O den Klemtoon ontfangen , hebben die O 
zagt ; 



Alözb , Alofa s pijcis genus. 

Bajonb (oc)| Bajotta^ cgp: Hifp. 

Betonie (cu)^ bet<nüca. 

BoLONiR 9 Bolonia , opp: Gall: tog: \ ais 
mede BoLoNiB conSr: Boonb (eu), 
Bolonia ^ Gejfforiacum , navale MorinO'- 
rum. 

BoRASi fantra ^ vulgo Borax. 

Gai:«cedoni£ 5 CaUedonia. 

Cassidomie-stébn 9 Carcbedonius i (^ o* 
nyx. 

CblidohiB) CbeUdania berha. 

Ceremonie, Ceremonia. 

Cbrotb, scrotum. 

Ciborie , dborium. 

Cobcbnts, CoHfiaentiSi aen den Samen- 
loop van Moezel en Rijn gelegen. 

CoLEN (eu), Coloma agrippina. 

CoNSTANTiKOPELEN, ConftanStnopotis. 

Cracovib, Cracow, Cracovia. 

Devotie 5 Religio ^ Gall; Devotion^ & 
Gall: Devote^ Lztipius % van *t Lgtijniche 
devotus 'f als of 't ware , aen Goc^ toe- 
geheiligt door gelofte. 

Dole 9 3olaj opp: in Burgundia. 

DozE, doJis\ Grac: it^if. 

EuROPE, Europa^ Grac: ey^M^, 

FoLi, folium. 

Gasgonib, Gafconia^ 

Gepopel (eu) 3 populus , plebs , Gall: 
peupley zie ook bij de II. Regel. 

GioLE, caveola^ Gül: geole» 

Glorie , GJoria ; candor , flamma ^ en d: 
v: Glorien, Gloren I. CL: eandefcere 



6f flatmmtlis recreare^ 

Historie, en ^^w/r: f Storie , Hi^cria^ 
Gr: i9C(iti, 

HoROLOGiB, Horologfum. 

Interrogatorie, Interrogatorium. 

Joost, Juftas^ nomen propr. 

Ivoor, ebar^ G^iivoire. 

Kamizool. , Gall: camtfole. 

Karotb, paftinaca^ vulgo, ^^r^/^, Gall: 
carotte. 

Koken , coquere » en Koken ( eu ) , cofui-- 
na \ zie bij de II. Regel. 

Koor, Chorus^ Grsec: ;^o{«f j w:t:Koor-. 
-kappe, trabea facra^ enz. 

Koorde, cborda^ Grsec: xfifiiy &Gall: 
corde. 

Koper, cuprum\ dog Koopbr, tmptor^ 
vereift de harde oó : zie bij de VIL 
Rcg: A-S, tffiftt/ cuprum. 

Krone, Kroon, corona^ (^c. Gall: cou^ 
ronnei dog bij Kiliaen als mede bij den 
Maeslander Kroone ) waer mede over- 
eenkomt het Griekfe iM^mlg , fummitas 
vel apex alicujus rei : hier van ons Kro- 
nen, Kroonen I. CL: coronare^ ^c. 

i'KRosBN, crocire^ crocitare, 

Lanoy, Lanoia^ opp: Gall: Flandr. 

LoGiB , tugurium , Gall: loge , Ital: log^^ 
gia. 

Memorie, Memoria. 

Mode , mos , modus vefiiendi , GaU: la 
mode. 

MooR-bezie (oe) ^ morumi/üc ook bij 
de IL Reg. 
O o Moi« 



xp« 



REGELEN VAN DE 

IV. Regel % wegens (mze zagte lange O (of OO). 



«jf &^ N^. j. 



Moscovis, Mo/covia. 

Nobel, nobiIis\ w: t: ook Rooze-nobel, 
ftmiaureus^ vulgo nohiüs. 

NoTE, neta\ en Notel, notnla. 

Oker , ochra , Gall: 9cre , Ital: e^ra^ 
Jinü: Otïier/ Oterj dog fierm: VOSHXi'- 
gdp I bij ons oalinks mede Ooksa & 

Grac\ &x%^* 
Olie , 0/^1;;;»} w: v: ons Oliën I. CL: 

afpergere oleo. 
Pampelone , Pampehn^ vulgo Pamfe^ 
r loma-f ö* Pampelona. 
Patroon, patronus. 
Peonie , pdeonia. 
Persoon, Perfonagie, per/inaiMfitiVcr* 

foonlijk, perfonaliter^ 
Pirole^ bèta filveftris ^ pyrola^ Ital: /i> 

rola. 
PoKB, pu^e^ pngtuneiAm. 
•f PoKB , faccus , pera , Gall: poche \. , A-S 9 

POCC0/ {loga/ ^^«^^ 

PooL> ^^&j, Gracc: ttca^i en hier toe 
de Polen van *t Fluweel, wacr bij de 
afgefnedene draedtjes als As-fpillen uit* 
fteken. 

Pool, Polonusy en Polen, Poloma. 

PooRTE y, Poort ,, porta ^ w: t: PsJpoort , 
dimiffio , diploma liberi tranfitus , Gallr 
pajfeporte. 

PoFELiER, popuïusy arboTyG^lh peupBef} 
en , vermits de bladen dezer boomen 
bij den minften wind trillen en riflè- 
lei>, 2a fehijnt hier toe betreklijk ons 
Popelen , Poppelen I. CL: muffitare^ 
ftemere; hoewel dit ook klanknaboot- 
iènde Woorden konnen zijn. 

•fPóvBR, Gallzpauvrej (^ oHmpovre^ £^ 
Ital: povero ^ het Franfche en *t Ital: 
is ontleent van 't Latijnfche pauper % 
en dit onze van 't oude Franiche > dog 
wij hebben ook Póover j gelijk de 
Latijnlche au met de harde lange 6ó 
beantwoord word j zie de V. K^el 
wegens de o. 

Pre- 



Prevoost, /r^i^/i^j, Gdhifrevo^. 

Prooy, prada^ Gall: pfoye. 

Proper , condnnuSy proprinsy Gall: pr^ 

pre^ . 

Propoost., res propajita. 

Prozb , profa. 

-f-PuTóoR, nu Vitfdie, putoriuij mu^t* 

la genm valdè putidum. 

QyoTs, qttota. 

Reciproke, reciprocuSj GzMiredprojue^ 

RoDES, rbodnsy Grsec: fU^. 

Romen, Homa; Gnec: pW/iiv $ dos JGKo^ir^ 

gelijk ook de Staten-Bijbel , heeft 
x>OMEN in xiavoleing van .^c Grieks^ 
en dit zo ^t fchijnt met verrcziende- 
opmcrking: want, hoewel dit woord 
bij den Latijnen fchijnt sczoct te moe- 
ten worden , nogtans^ •aewijT de Gric^ 
ken tot aenduiding van den Klank, 
die ze bij de Romemen hoorden, hier 
niet hunne o, maer hunife m gefiniikt 
hebben , zo is *t niet ongerijmt bier 
uit op te maken , dat de Romeinen 
in de uitfpraek mede wel onderfcheid 
hadden tuflchen een zagte en harde 
lange O , niaer dat het fehrijf-gebniik 
de onderfcheidene Letterteekens gemift 
heeft ) welk gebrek dan hier in *t 
Grieks vervult word. Evenwel in t 
afgeleide woord Romein , Romanus ^ 
Gnec: fmfiaf^ y zie ik dat de Stacen-^ 
Bijbel de Latijnfê o weder navolgt ^ 
mooglijk uit aenmerking , dat de o 
hier zagt en kort word, vermits de 
'Klemtoon -op de agterfle bafberd-fil-^ 
be overgaet : Kïliaen niettemin zet Roo- 

MEIN, dog ook, ROMERSWALE, Ro- 

mersvalla , opfiduL Zalandue \ & Alanu 

llumti^ltttt ^amanunga / EccUfia 

Romana ; dit jflami paft bij^ de zagte- 

knge Q. 
RÓNB, Rbodams. 
Roze , Roos , rofa , Gncc: p« J®- r Germ: 

tOfen/ Sax\ tofe/ GaU: (^ Jngh tofti 



Miflapli^.$^ GEMEItNLANDSE DIALECT. ipi 

IP'. Regili nvigens ohm Z0gfi ku^i O (ef OQ). 
& Yfl: tOO$J & A-S , rofe; dog Ki' Angl:tOtiei w: t: Tonen, /omre^ A-^Sf 



tontgatt/ tonare-, dog bij Kiliaen vind 
men Toonen. 

Toren, furris% zie ook bij de III. Re- 
gel. 

ToRNOYBH, G^iTournoyer^ Lat: deasr^ 
rere , $magi»ario ludo equis concurrere^ 
Troiam Uiden i vanTornojr, G^üiTour^ 
my^ Lat: decurfus. 

Troye, Troiay Gnec: r^mia. 

Tronie, vuïfusy vulgo, tronia^ Gall: 
trcgjfK. 

Troon, nronus^ Gracc: ö^pSr©-, 

ViOLE , viola , fios > en Viole , pbiala^^ 
Gail: fiole , en Viole , parva lyra , Ital: 
viola , Gall: vioU. 

ZoLE, folea^y w: v: f Zolen, Vcrzolen 
I. CL: fuppingere fèleai % en Oiitzolen, 
fiUoê €Huere % M-<2, fiü)9i/ fiha^ fan^ 
daliumi A-S, foi/ lorum -^ en A-S, 
fcknf foleay Germ: foïen/ Ai^gl: foo^ 

fey ^ikl foUa^ luhfuola, GSL- >»• 
tor. 

De Baftacrt-voorden , welker oude of ooripronkelijke Klia* 
kers tf« bij ons ia OO verwiÜelt zija^ hebben de harde lange 

QQ. als y 



hoen zet nogtans Kooze , dat mij een 
Brabantiche afwijking toe(chijnt , moog- 
Üjk ontilaen uit eene giiling , als of 
ons Roze niet van *t Latijn^he Rêfa^ 
fnaer van ons Róód ware afgedaelt. 
De Rotterdammer nogtans zegt , Roos, 
Roze. 

ScH ALONiE , C£pa Jfcoioma. 

ScHOLE , fcbola ; w: t: School-kind , 
fcbolafticus , Grxc: ^^Kas^mU ^ en wij- 
ders ons Haeg-ichok , fcb^ mn tu^ 

Uica^ A-S, fcoï/ fcole/ & ftotu/ 

fcbola \ zie ook School bij de I. Re- 

SiNODB, Synodusy Graec: ft^yoViw. 
Siroop , fyrupus , Graec: ri(«Vior.. 
SiiAToviE, Siavima. 
SoBKH ^ fobrius i w: t: Soberheid, fiMe^ 

taSj parcitas. 
SoNE, Sa9f9a^ Arar^ trraris^ Galk Plwo. 
Soort, Gall: yjr/^, htt: fors ^ /bedes. 
Toon , towusj Gnec: rór^^ Gall: $on^ 



j Clauftrum^ Gall: Cloijtrê. 

KooLE, Kool., braffica^ eaulis brafficus\ 

w: t^ filoem-kóól, brajjica pompeiana% 

QoK^l-b^, cAuletMm\ en Hazen-kóól, 

Jaffuca lepmna ; en Quift^koole , 

prodigusi Yfl: éaaï/ olus^ A-S, fauï/ 

Ceftoa / braffica. Dog ons Ko- 

.. LB^ Kooc, ^4fr^, Yfl: ttO{/ heeft de 

. zagte lange O. Macr uk hoofde 

van de groote vertooning van dit ons 

Mocs- 



Moes^kruid^ en «efens de geringe pdhji^ 
zo ij 'er bij ons ten overdra^ ontleent % 
naemlijk Kóói, narratio fut Ui s , fahu* 
la\ en daer van. Kooien met ymand 
L CL: en Kool verkoopen, conari «r 
aliquis decipia^ur verbis ridiculis ceu ntd* 
lius momenti. 
M0ÓJI5 Maurus^ jEfbiopSj Crxc: /jtavfkf 
. i: jc: /figer ^ w: t: Móorfch , jEtbwpi-' 
eus\ en Mooren-land^ Mauriiania^ 

Oq X OÓQST* 



I 

L 



X5^X 



REGELEN VAN DE mjUge m j. 

K Reph 'Ofegens tmze zêpt lange O' (of 00)v 

apud Plautum ) en VerpooMn L CD 

refpkare^ alternare vices lakaris. 
'PoovBtiy pauper^ GzW: pauvre. 
Thesöór j waer voor ook Tresoor,, 

thefaurusy G$lh fbrefor. 



OoGST-MACND , jfugufius wenfis 9 Gall: 
jlouft 5, Yfl: liaufr/ autumnus\ w: t: 
ons Oógft 9 meffis % w: v: ons 06g- 
ften , coUigere fruges , Gall: jtoufter. 

PoozB, Pauze, P^«/i, Gall: Ptfif/Jj w: 
▼: Pooien I. CL-: quiefcere , paufari 



t k 



VL Regel; wegens de O en ÓÓ. 

Deze volgenden zijn, zo verre ik vernemen kon, van twee- 
derhande DtaUB, 

Eerftelijk, die genen, welker accent op OOI of OOY valt> 
hebben bij den Vlaming en Zeelander de zagte lange O , of bij 
inkortinge de fcbarpe korte Ó5 gelijk men bij Küiaen en in 
den Staten-Bijbel ook maer eene o vind , als Verstroten j in te- 
gendeel hoort men in dezen bij den Mazenaer de harde lange óó ; 
waer op de dubbele 00 paft. Maer , ^zo (bnmiigen van dit 
fbort tievens op oe ( of eu ) en o klinken , zo begunftigt dit, 
volgens onze II. Ree: , de zagte lange O j hoewel ook , bij al- 
dien men onder de Oude vermaegtlchapten eenigen van dit 
flag ontmoet, het welk mij zelden gebeurt is, zolR:hijnèn die 
zo wel de zagte als de harde lange 00 te begunftigen. Dat 
men in den Staten-Bijbel bij dit fbort de enkele o vind^ 
vermoede ik te zijn, om dat de correcte daer van, zo mil 
berigt is , aen Mr: Anti de Hubert , een voornaem en geleera 
Heer uit Zeeland , was toebetrouwt. 

Ten anderen gebruikt wederom de Maes-Iander de siiagte lan- 
ge O bij de Baftaert-woorden , die in 't Franich op oir of e«r, 
of in 't Latijn op er, en bij ons op OOR accenteren, 't 
welk ook overeenkomt met de Oudheid en af komd ; ter- 
wijl men nogtans bij Kiliaen de harde lange óó vind aen- 
geduid , als zettende Declinatoore , Intertocutoore , Petitoore, 



roJTeJTo 



o(fre> &c. 



ni, Re^ 



i^iiX* N». j. GEMEENLANDSE I>IAtECT. 



fflj 



■ ♦ • 

/7/. Regel i wegens mze zagte en fcharpe lange OO» . 

Onder deze Regel of Waerfieminge zullen wij die genen van 
de nog overige Woorden fchikken , welker bewijs van onder- 
fcheid niet alleen de üitfpraek maer ook de Oudheid aentoont> 
(even gelijk te voren bij de VIII. Reg: wegens de ei enY, 
en met de XI. wegens de e en Ü gehandelt is)j de Dia^ 
/•^-verandering te rekenen volgens onze aenwijzing in de 
!^^ Redewi §. XI. behelzende onder anderen, dat meeft-al in 
't Angel-Saxifeh ea tegen onze óó, en wederom of «, of 
y tegen onze zagte lange o (of 00} komt. 



H^egeni onze za^te lange O (of OO )* 

A. 
Ant-woord , re/pott/imi A-S , atlbtejittl/ 
F-TH, enttnuit; w: vrons Antwoor- 
den, Beantwootxlen I. CL: refpondere^ 
is ce iamengezec uit bet oude atU)/ 
fO0/r<f , M-G, anlia } en uit Woord , v«r- 

*«fw,A-S,tt«WÖiAL:tnort/F-TH,töOrb/ 
Yil: 0Ktl. Dog {bmmigen van de Zuid- 
hoUanders zeggen ook WóéRo,en Ant- 
woord , waer mede (oveieenftemt het 

M-Gi^xme^lferbutny en antiatoaurti/ 

reffonfumi ix.\xWai«a\^9XilmaUloqui. 

Bb-dovbn, U^ptere (^c.teSusi A-S, tlO' 
fm/ merfusi &A-S,tufan/ mergere^ 
ia Pr ét f: tlKlf. 

Boor, terebra% vr: v: Boren I. CL: /o- 
rare , terebrsre ', A-S , {lOriatt / item } 
& A-S , bnc / fcalpntm \ o6k bi} ons 
BóÓR , zie hier naeft. 

Boord, flr<tr^0, 0r<>,A-S,|lOttlf w:t.on$ 
Bak-boord, navigii fmiftra pars i A-S, 
IbOfC-lbOVlIt van ons verouderde f Bak, 

. tergumi. A-S, !>«(/ ftflp»/ Urgum. 

a 

DOLBW, 



JFegem onze fibar/e lange ÓÖ. 



A. 



Altoos, fimperx A-S, teaflice/ eppcrttt- 
jy^ ^ zo dat Altoos ^ voor Altijd , en 't 
A-S, teaflia/ voor Tijdelijk , Tijdige 
komt, en t Tóós , tijdbctcekcnt hccftl 

Antwoord , zie hier nacft bij Ant* 

WOORD. 



BALrooRiOy dudicndo iefe£us\ van 06i^ 
OMfis > en 't verouderde Bal , malus ^ 
zie hier onder bij Oor , auris. 

Bbhoorbn , HooREN , peftimre % zie Hoo» 
R£N onder deze I^^g- 

Bloode ^ tmiJus\ Yu: \AsxltiOXl fomi^ 
mus i ook' Blode (eu) zie bij 4c II- 
Reg: weg: de O. 

BóÓM, ariar-^.M'G. fiagttl^ / A-S^ 

fttskttt/ AL: paum/ F-TH, lioum/ 

w: t: ook Bóóni*gaerd , Boogacrd^ 

arhuftum\ en tranjli Bóóxn,! contus*^ wr 

Oa J , vt 



1P4 



BiJJag^ N^ i 



Tr$gm M tagfe to^ Q (#ƒ OO). 



REGELEN VAN DE 

Wêffm ü harde lat^e OÓ. 



D, 

DoLSKT, errarey ook -)- Dooien; A*S, 
IK*»/ >?«Wj & Wi-fcipe/ m^ePTj w: 
t: fnedc ons Dool-höf, labyrintbus. 

^ Doof , Dof, fubfwiut^ fine vigore ; :ue 
' mede hier iiaeft bij ons Doof : onder- 
tuilen is hier toepaflelijk het A-S, 
In^/ ffierfusy en DOfling/ deliramm^ 
turn I bij ons ook Bedoven , fubmer* 
fus , /r^iyj s zie ook bij de III. Re- 
gel. 



\ Flore 9 



v: Boomen I. CL: conto protrudere fia* 
fbarn^ en Bóócni repagulum^ & ^or/ir 
repafulum ubi veSigat ajjignatmr^ w:^: 
Verboomen ï. CL: folvprt veSijgé 
portitorL Dog ons Veri>omen , Ver* 
bodemen , en Boom , Bodem 2ie by 
bij Verbodembn onder de IL Rcg. 

BóÓG, arcus\ A-S, iKaj^/ fttSM/ coro- 
na \ zie bij Boog onder de I. Ra{. 

BOON , faba j A-S, l^n/ YH: loim: 
w: t: ons Vijg-b<Són, lufinus. 

B6ÓR , ferebra ; w: v: Boorcn I. CSLifo- 
rare ^ ferebrare; dog A-S, fXKj Jcol* 
prum% ook bij onsBooR, zie hiernacft. 

^BooT, monilei en Booten I. CL: maUee 
contunJere % A-S, teatatl en beotan/ 
verberare % w: t: ons Bóothamer, , nud» 
leolus. 

BóÓT, fcafha^ vulffo bota^ A-S, l^frt:/ 
fiata/ navfcnla; Yfl: teatttt/ rjmfos 
w: t: ons B6óts«gezél , foetus navaüs ', cq 
H66g-boótsman, nauta^armamemomh, 
vali fréefeEh$s% en Dögge-bóat, cmba 
major. 

1&K66ii , pams\ Yfl: IftratH)/ panis-y dog 
A-S, uCtxa I en F-TH, ferotf : maer 
.^%/: boraft : w: t: ons Bróód-dioo- 
ken, frotervus^. 

D. 

D6ÓD , mors , & w^r/nwj; M-G, liatt^ 
tÖn#/ A-S,teat|/ AL: ttb/F-TH, 
tiOOm / Yfl: tetttie/ «wrj; en M4j, 
batt^^/ Kimbn en Yfl: ^VlbmJ 
A-S, teah/ mortuus; w: t: ons Doo- 
den L CL: occidere ; 8c M-G , af^ 
iiatltl^an I. CL: morti tradere % en A-S, 
• abraSan / occidere , €^ fatifcere. 

Doof, fDoovE, fitrdus\ extmffusi & 
vitio/usi A-S, iKaf/yirrz/itf) Yfl:telt' 

fiir/ Gm»; tairti. En ook A-S, liraf 

COm/ vitium frumenei i en bij onsDoo- 
ve Noot , i^^;c i^i/i^ > Doove kole, 



N 



-»i/iigfN%j. GEMEENLANDSE DIALECT. t^f 

FJL Riga. 
fTeffm^ di zagti hngi O (êf OO). W'mms it Imie iMge 6Ó. 

pruna extin£la j Doove Nctd , urtica 
mortua vel iners i en Doove Vcrwc, 
colorfurdus y mjders f Doove , nu Dons, 
fuperiar pars Typha palufiriSy cujus Ul^ 
nugo fut dit at em adferat , fi in aurem in- 
, ctdat. Wijders tot D6óf, extinOus^ 
behoort ons Dooven , Uitdooven I. CL: 
ixtinguere ; en Bcdooven , fufocare^ 
operirei en tot Doof, furdus^ ons Ver-' 
dooven 1. CL: exfurdare^ 6? ebfurdef- 
^r^ > A-S , atiea^n. De gemeene 
Grondbcteekenis ' doet zig op bij 't 
A-S, tïUfan/ teaf/ jebomt/ mergercy 
fubmergere ; zijnde 20 veel als Bedek- 
ken, Bedommelen, Ovcrftolpen. Met 
het Prateritum komt, volgens zijne 
BialeR^ overeen het M-G. tiaUD^/ 
coecatusi als met vliezen bedekt , of be* 
dommelt van gezigt , waer toe het 

en hier toe mede het M-G, Qatiaul^ 
fan I. CL: imbtrare 1 aJs af tet wa^ 
rc met ecne korft bedekken. Gelijk 
ook ons t Dooven, in/aninj delirare^ 
Germ: tauften > als Bedwelmt vaa Zia- 
nen zijnde , en Doof voor de reden. 
Voorts ons oude f Doof , Dof , /«*- 
furdnsj Jinevigore^ zie bij de III. Reg: 

€n ook in de nevenftaedde Ijyft wegens; 
de zagte O. 

DooGEN, Gboooqen I. CLi poti^ ro* 

brare; A-S, teajBk / teaWe/ tïeagof 

& ipWe / latens 1 & thcafit / feaus. 
Het W are Gedoogen beltaet in 't Leed 
bij zig te vcrbergpn, zonder wraek ter 
willen plegen. 
DdÓF , bapifma j M-G , banpthtó / 
F-TH, IrOWPÖa/ AL: tOUfj: & AS^ 

tieamtnQ : w? t: het M-G , battpjatr 

L CL: I , AL: tOttfatt 1. CL: bij on> 

Doopen I. CL: baptizare , immergere^ 

Dog ook A-S , tVt^atlf 't gene dezag- 

jFlore, tcO,aenwijft. Doozb,^ 



"1 



xfS 



REGELEN VAN DE 

Ffl Regel, 
miens de zaffe tange O {of OO). 



Bijkgi N*. j 



/yègens di fcharpe lange ÓO. 



F. 
-^-Flo&K) zie tFLooRB, in de neveos* 

gaeode Lijft. 
Frons ^ zie Vhonb , of liever V&oo- 
ME ooder de nevenftaeade Liift* 

G. 
-fGoMBN, obfirvare^ curare^ A-S, je* 

man / gpman / seomian : w: t: ons 

'f'Cjooin , "tGocm , cujiodia , cura% 
A-S, oeomene: gelijkmedconsfGo- 
me, bomo^ gubematxfr ^ mas^ M-G, 

gHtmin / AL: gome / oomman/ & 
uoman/ A-s, guma/ f-th, gom^ 

man/ COmnten: w: t: onsBruid^om 

A-s, iimtia-guma/ en Iteeb-guman/ 

Yfl: Imngtlttte / Jponfus j zo veel als 
,Oppafler en Bezorger van de Bruid* 
Dog Kilioên heeft mede irGooMEN, 
obfervare ; 't gene overeenkomt met 
het Germ: gatttttttt / curare , ohferva^ 
re. 
t Gromen I. CL: gemere i A-S , gru^ 

nan/ 



DoozE, Doos, Doosje, caprula% Yfl: 
batt^/ clunis^ Germ: avfdaft. 

Dróóg , ficcus , aridus \ w: t: ons Droe- 
gen I. CL: ficcare 6? ficcefcere ; dog 

A*S,tew»/ trtge/ iirig/ aridus^fic 

€us^ F-TH, teuge/ & GmRr:ttOdieB: 
& A-s , abrngan / arefiere ; zo dat 
hier bij ons een verloop {chijnt te we- 
zen. 
Droom , fomnum , vifio ; w: v: Droo- 
men I. CL: fêffmiare ^ infimma videre^ 
A-S , bnattt / mehdia , gaudium ; ea 

F-TH, teottm/ en Yfl: txamm/ 

8c jingl: imam / fimmum , & >i- 

^Droosen , darmtarey dormi/iere% en 
'l' Droofer , darmitator ^ fimmdenius \ 
A-S, \«ta$ I barielii de oude Wacr- 
zeggers bedienden zig ved van huone 
Droomeryen. 

F. 

tFi^ooRE, homo futilisi A*S, ^tottl/ 
nug^', en Grsec: $A«vp^, «n^/>; dog 
Kiüaen zet Florb , waer mede over- 
eenkomt het AL: doritti/ ferdith. 

G. 

Ge-loove, Gex^p, en fLoöp, fidesi 

M-G, 0a!auWn|/ F-TH, gflonte/ 
AL:fttIattiia/ fttlaupa/ A-S, gdrafa/ 

& gdpfa/ lofa/ jWwj w: t: ons Ge- 
looven, -fLooven, credere; M-G,ga:: 

lauïiian/ F-th, siiouiian/ A-S, 
leafan/ gdeafan/ Sc gdpfati/ endere. 

Dog ons Loven , Beloven zie oa* 

der de III. Regel. 
GenooteN) Jhcii^ enz: zie de Kantteek: 

van Genoot, onder de I. Re^l. 
GóÖR , fostor fubacidus'y w: v: Vcrgoo* 

i:en I. CL: fubacefcere fiagnando ; dog 

ook oulinks fGooR , Umus ^ lutum^ 
' cwnum 5 & firdes éedium y terra mva \ 

palusm locus paludo/us i waer mode over- 



I 



SiMtN^.l. GEMEENLANDSE DIALECT. 



^97 



I 



riL Rfigil 



ïFegens onze doffe lange O {of OO), 

natt/ grunnirei ookbij Kiliaen f Croo- 
nen. 



/ / 



H. 
HovR jfpes} A-S, liopa: w: v: oosHo- 

fn I. CL: fperare i A-S , gopiatt 
CL:. Dog Hööp, cumulus^ (^c. 
zie in de ncvensgaende Lijft. 
Hoze 9 orr^ii, cai^i w: v: Ont*hozen 
I. CL: ocreas emere% A-S, j^Ofa/ ^a- 
Ugit% w: t: ons Hos&cbanden, Kouflb- 
baodcn, /a/r/V cruraks\ en Slijk*hoze, 
^9. Dog Hoozen, baurire\ zie in de 
nevensgaende Lijft. 



Koker , 



Wegens onze fcbarpe lange OO. 

« 

eenkomt het A-S, got/ IpXCt/ finfus^ 
lutum^ fanguts^ tabum^ 8c 0{ltan/ QP^: 
XB$I paludes. 

Groot, grandis, ntagnus*, w:v: "fOroo- 
ten, Vergrooten, augere^ grandefcere\ 
en Begrooten I. CL: aftimare% A-S* 
fjXtat/nuignus^, & gteattatt/ grandef^ 
cere : Hier toe ons Gróótte,' Gróót- 
heid , magnitude \ en Groots in Konft- 
werk, magnificus^ amplus ^ingenio fubli' 
mi produStus % en Groots, trots in Ze- 
den, fuperbus. Wijders oni Gróót- 
vader, avusi en Grootje, Gróót- moe- 
der, aviai en Over-gróót- vader, pro^ 
avus*, en Voor-ovcr-gróót- vader, aba-- 
vus. 

H. 

HóÓFD, caput'j M-G, gauflttfl/ A-S, 

feafob/ öra^ö/Öeafte/ & fteftt/ AL: 
jauWt/ F-TH, öouWt/ öoïrtJrt/ 
G^»>: ftauïit: Yfl: jjau^/ & j^fftaö/ 
Angl: geaïï/ r^i?»/s ra A-S, geafian/ 

HóÓG, altus y fublimis ; M-G, j^aufl^/ 

A-S, öea/ geaft/ öeag/ & gcöeaö/ 

AL: ftOUd^/ 00110/ Kimbr: j^au/ ga/ 
F-TH, IJOUa/ altus^, &Yfl:§augUr/ 

tumulusi & M-G, ïjauft-pairtei/ AL: 

ÏOJ^-tatt / bij ons Hoóghertigheid 
loo-vaerdye , fuperbia. Wijders hier 
van om, Hoogen-j", Vcrhoogen L CL: 
exaltare , elevare y en ook h: t: ons 
Hóóg-moedig, fuperbus^ A-S, feaÖ- 
VnsltiJ fuperbus 'y en ons Hoogevlrwe, 
colorplenus y floridus ^ rutilus\ enHóóg- 
nooaig , pemecéffarius \ en Hóóg-tijd 7, 

A-S, giraft-ttte/ /^»w , /fwjw^i foUn-^ 

w^ en Hóóg da£;, m/y//^ dies^ clara 
ü€ profunda ^ en Hóóg tijd , tempus ur* 
gens , fféematurum , enz. Dog ons 
•j-Hooo-TYD (eu), dies filennis y Utusi 
Pp dat 



i,S REOELENVANDE êijkgê N*. Ji 

Vil RtgeL 
'tFegm di doffe langst O (*ƒ 00). fTegem mzi fibarpe langt OO. 

dat van t Hogen (cu) komt, sic on- 
der de IT. Reg. 

H6ÓN, indignatio^ ^c.y w: v: Hooneo 
1. CL: vituperart ^ &?^:, A-S5geatie& 
j^atditC / pauper : eertiids bij om ook 
-f* Hoon , favffT \ en Hooncnf 9 ƒ«• 

' vere. 

HÓDP, cumubis^ acervus^ muUiittdoi w: 
v: Hoopen , Ophoopen I. CL; accu^ 
fHuIare; w: t: ons Overhoop, acervo' 
timy A-S, |^(/ & lieOp/ Ippe/ tf- 
cervus^ Ccgeaptail/ accunmlare^ aggre- 
gare ; dat ook wel eer bij ons Hoop 
met de zagte O gebruikt is , en datcr 
van -f- Hoopman , nu Hdpman , prd' 
feüus multitudim , word oevefiigc ia 
't Angelfax: j^p/ j^RP^/ bier bovca 

HooRfiN) ^audiri, acdpere^ M-G,|qk^ 

^n: dog A.s,|pratt/ fteratijF-TH, 

SlOran : w: t: ons Gelïóorzacm ziin^ 
<^ W/r^ -, M-G , uf ^^an^lt ^ en OBs Vet* 
hooren^ exaudwe^ M^G^MM^jMij^dn: 
cnonsGebóór, ^udrTWj. DogtHoo- 
KKN, tOi^oonENy teffare s 2ie ra^ 
der de Befluitlijft. 

HooRBN, Bbhooren, feftinere^ compe^ 
fere^y dog A-S, j^att/ pertinere. 

HooZEN , Gozen 9 baurirei (^ baafir» 
difpergere aauam\ Yfl: anfa/ battrire\ 
en M-G, |au$l|an/ audire; i: r. aitri-- 
bus baurire fonitum\ en M-G, anfb/ 
tftfriV. Hier van ons Hoozc , Hóós^ 
exbaufius aqu£ vi ventus turbuUnii\ en 
H6ós«vat , bauftrum 5 en Hö6s-drup , 
fabgrunda. Do&Hozb, ocrea^ zie in de 
Lijft- hier naeic. 

Koker > theca^ vagina^ pbaretra^ A^S^ Klein-oodie^ Klein-ó6d, moniletrexk 

ttÜXttJ tOttX/ (OCOr* Klein, parvus^ & olim purus y A*S,. 

Kole, Kool, 4!arèo ^ sprmta .^ A-S, COl/ , riOftl / purus -, en ons fOód, w: v: 

ton/ Yfl: fcOf/ jü^^/: fd/ toai: w:t: ' irOodic ^'opulentiAi Yfl: atltittr; ge- 

cms lijk 



Bijlaga N«. J 



GEM E E NL AND SE DIALECT. 

F II. Regei^. 



t9» 



FPegtm d$ zagte lange O (0/ CK))» 



/ / 



ons Kool-méésje, /^n^; aterj 6f carh* 
mrius > A-S , Cw-ttiafr / paruia \ en 
ons Kool-zwért , anthracinus ^ ater^ 
^'^ ons KóÓL. , caulis ^ A-S, Cflttï/ 

Üj & Yfl: ftaaï/ a&ic bij de V, 

cl. 



ons 

dog ^^ .. 

catod/ & 

Regel 



L. 
LfOGBM , Hooi-logen L CL: compomre 
fmnum in m€tam\ A*S, lOQian/ r^/^- 
nertyCoUocmex en h: t: onsLogelter, 
Loogfter , acervatrix fcenu . Dog ons 
LoGBN, Leugen, mendacium^ zie bij 
Loog onder de L Regel. 

Moord , 



fTegens Mze harde lange OO. 

lijk mede M-G 5 auiia0^/ *^^/«i; A*S, 
rat)t0/ beatus ^ dives-, AL: Obej/ 0^ 
tag/ Yfl: aubge & Kimbr: autwfiur/ 
dives , opuïentus \ & Kimbr: autlib/ 
fortuna 5 dus is de zin, van KIein-00- 
die. Kleine edele fchatten. 

Knoop, nodus ^ nexu5\ A-Syfnap/fibu-' 
la j w: v: ons Knoopen L CL: nê" 
dare. 

KooPBN , emere \ in Prau Kdcht , in 
Présti Partic: Gekocht. M-G, fiau- 

öan/ A-S,ceapan/ &:cppan/ Kimbr: 
Itaupa/ AL: cauftn/ F-TH,cattfan/ 

COUftn/ in Priet: tOüfta; & Yfl:ftatt= 
na/ in Prat: M^tt/ & Germ: hmf^ 
^/ in Pr-f/: fttep/ in Pr^: Part: 
gel^auffen : w: v: ons Kóóp , ewptio % 
A-S, ttOfif pretiums en ons Koopman 
in Plur: Kóóp-lieden^ mercator •y A-S, 

(eap-man/ cope-man/ nepemon; en 

ons f Kóop-flagen ,* nu Koophandel 
drijven , or Koópmanfchap doen, en 
Koópmanfchappcn , tnercari 5 en ons 
Verkoopen, vendere-, F-TH,fltr-tOtl- 
fftt. Wijders ons Kooper , emptor ; 
A-S , ceapere. Dog ons Koper , cu^ 
prum^ zie bij de IV. Reg. 

Koor EN, ad vomitum moveri^ naufeare\ 
waer voor de Rotterd: zegt Kooken: 
en A-S, ceardan/ crepidare ^ ftridere ^ 
't zijn allen Geluid-nae-bootzendc woor- 
den. Kiliaen zet Korbk en Karen, 
Frif.^ vomere. 

KooZEN enz: zie bij de Kantreek: op 
Koos, onder de L Regel wegens de O. 

Lóó , Loa , Flandr: oppidulum ; en Eeklóó, 
Ecloa , pag. Flandr: Tonger-lóó , Jtduati^ 
cum Tungrohm\ Venlóó, Venloa^ opp: 
GeUrU j ch zoo verder alle onze na- 
men van Plaetfcn met Lóó eindigen- 
de : Ondertüflcn beteekende •{- Lóó , 
Pp X kcns 



joo REGELENVANDE Bylags N^. j. 

FIL Rtgel 

ff 
fTegens wu doffe hfige O (pf OO). fregens onze fcbarpe lange CK). 

locus , ahus^ vel deprejfus^ bumilis j zie £- 
/i^/^; & A-S, m/ ÏKri^/ kag/ cam- 
pus , /^fi/5 3 en ac*Ita/ quercuum cam- 
fus. 
LooGHBNBN , negare ; AL: & F-TH, 

ioitgnen / fntloul^nen : en M-G , langq^ 

lan/ galaitmi)an/ latere^ negare: zie 
ook onze Kantteek: bij Loog onder 
de I. Reg. 

i~LóÓF, Geloof, en daer van Looven 
Gelooven I. CL: zie hier voor bij 
Geloove onder deze Regd. 

Loop, "j-Loove, enf Loo, frons^ freiB- 
des^ arboris folium^ coma*, M-G, ianf 

& lautia / A-S, ïeaf/ ïeaft/ !«f/ AL: 

touïl/ fouf / Kimbr: ïauf/ folia-, & 

F-TH , UltniOOd / palmes y & Germ: 

• lautl / jfngl: ïeaf/ frcns , foUitmi ca 

bij ons Loove , umbraeulum frondiim^ 
complavium^ per^ula^ p^rticus^ ant€$% 
A S , leafie : wijders ons Looverai^ 
froftdes^ folia^ (^ tri BraSeét^ tameWe 
metaUi tnftar foliorum\ w: t: Loover- 
werk , Lóof-werk , opus Jrondarim ^ 
ook Lof- werk : Vorders ons Lö6f en 
ook Lof van Rapen, raperum frondes: 
dit ons Lof-werk en Ldf geeft te 
kennen, volgens cmizcIII.Rc^: , dat de 
zagte lange O hier bij wef eer ook 
5r . was. Wijders hier toe cm 
*ló6f , bedera y en Löof^vóifch^ 
Lóó*vórich , ruhefa ; en Looverik, 
fafiis ex frondibus i qsun etiam fronia-^ 
tor , avis in frondibus babitam , üffne 
vefeens \ en ons Qntloovaren L CL: 
frondes amputare. 
Lóó'G , lixivium , t^ tr: lotium ; A-S, 

ïeaB/ ïfaii/ &toS/ Germx lauöl/ 

üxivium : w: t: ons Loogen I. CL: 
excolare, üxivium^ 6? tri mejere , «wV- 
tere uriHam : w: t: ons Löóg-aflè, rf- 
ms lixivusi en L6óg*kiuid, lavandtda^ 
Moord » inftar 



Bfffage H^.i. GEMEENLANDSE DIALECT. joi 

FIL R0gél. 

9 9 

Wegans OffZi zagtt lange O (of OO). Wegjtns onze Jebarpe lange OO. 

inflar lixivü purgans & detergens herha. 
^ Look, allium^ porrum capit^tum\ A-S, 

feac/ />örr«w; ScA-Syleac-tune/ ïeaft* 

tune/ bortm oUtorius -, w: t: ons Bies- 
look , fcoenoprajftim , sJs hebbende bies- 
a^ige bladen > Poer-lóók en Gras- 
look j porrum ; en Knof- knóóp- en 
Knob-loök, aUium. 
Loom , ftipendium , i»fr^^j , premium % 
M-G, ïaun/ Kimbr: & Yfl: ïaun/ 

A-S , ïran/ -^«tó -S^v: lean / & jtuflrt 

ioan : dog AL: & F-TH , ÏOOn/ 
en {on/ en G^n»: lotl : w: v: ons Loo- 
nen I. CL: rependere , tribuere pra^ 
tniwn % A-S, ieatttatt: b: t: ook ons 
Berg-lóón, merces pro re firvata. 
LooPEfN 9 currerey fluerei in Pr set: lm-- 
perf: Liep , in Partic: Pajfi Geloopcn> 
20 mede F-TH : en AL: lottfan/ lOU^ 
/ attrere , in Pr^et: fief en ïiof : 
fl: Maupa/ currere^ in Pr^/: {|ïioof : 

en M-G, piupatt/ A-S, Weapan/ 

[altare ^ falire s en M-G, tló^attpatt/ 
exiUre^ ea Kunbri ||ItOp/ profiluii*, en 

e^;»; lauffini / Ile^/ jBnauffint/ orr- 

r^^i Hier van ons Loop , cursus , cur-- 
fara', Yfl: j^aop/ curfus ^ faltus ^ A-S,. 
ffitOf^l faltus^y en ons Loop, Toeloop,, 
accurfui •y Loop, Buik- loop, Roode- 
lo6p, djfenteria\ de Lóóp van een Roer 
6cc. fifiula ignivomai, en de Loop, 't 
beloop van de Merkt , n/us fori ^ ca 
Beloop der dingen , meta , menjura ,. 
i$fignatio^ deformatie rerum: gelijk ook 
Ëeloopen, cnrju ajif ui '^cn \lmperfona^ 
Ie Beloopeo, excrefcerey abire in fum^' 
mam. Wijders ons Loops, curforiusy 
tr: catuBens.^ w: t: loops zijn, catu;* 
lire. 
L6ÓPE Korens, modiusy A-S, Uofif 
feminatoris ' cerbis & w: t: ons Loope 
lands, quadram jugeri^ fpatium agri 
Moord > Pp 3 luoi 




)9i 



HEGELEN VAN DE 



FIL 



IFegem 9wze d^4 Uns^ O (^/ OO)- 



M. 
Moord, bomcidmmj cades cUndeftinéy 
mors vioknta s A-S y VtUXt^ / mors^ 

en mortj^t / mortier / mortg-^orti/ 

mottg-flaoe/ bmkidtum^ Yfl: moit/ 
€ades clandejlina \ w: toe ons Moor« 
den , Vermoorden I. CL: trucidare ^ 
Jatrodnariy w:v:Moordenaer, Moord* 
dadige, bomicida^ iatro-, A-S, ïtUKt^" 
flaga. Ook zijn ^er ZuidhoUando^ 
die Moord zeegen, waer mede over- 
eenkomt het M-G, maurtj^/ bomid^ 
dium% en mauttt|t|ail I. CL: occidern 
en nmx^tia/ tommda. 

N. 
Noord, feptentrio; Yfl: nortttt/ A^S, 
«OrtÖ/ F-TH, en AL: nortö/ «Ottl/ 
nort : waer toe ons Noorman, A*S, 

tiortgman en norman / Nomannus ^ 

en ons t Noordfch > f Nordich, Norfch, 
fêrocuïus. \ Oge , 



Bylagè N*. j. 



^^«w mzefebarpe lange oÓ. 

^«r^i frw ^öJij/Jr/ /a/^ modh. 
Loó$^ tfx/>^j, /ö/itfwj (^c.yfalfusj ^f. 
/ir^i en Loozen I. CL: ferdere^ amü- 
tere^ laxare^ en Loozc, pulm^i (^ptl- 
vim pars adverfa , enz: ; zie in de 
Kanttcek: op Verloor, bijdeLR^. 
LóÓT , LóÓD , plumbum-y A-S, ItsSnj 
lortl: w:t:onsLooden, Looten, /iter- 
betisi A-S, leatten: en ons Looke- 
ter, plumbiarius^ A-S, ieab-gota: en 
wijders tranjl: ons Lóót , femumaa j en 
Loot, Diep-lóót, hoUsi ^ beide ge* 
woonlijk van die ftoffc gemaekt, en 
Lööts , L6óts-man, Piloot , expertusmuh 
ia , qtd b$lidè altitudinem maris ex^ 
raty vuïgh Pilota. Voorts ons Loot- 
wit , ceruffa ; ak gemaekt van dunne 
plaetjes , door azijn tot een witte Vcrw- 
ftof verbeten : eindding h: t: ons Loo- 
ien > Verlöoten, Looden, Vcrloodcn 
!♦ CL; plumbare-y en f Lootcn, L CL: 
Midè navigart^ 

M. 



N66d, neceffitasy angor^ cahmhas \ h-S^ 

neab/ & neolr/ npb/ F-TH, nooö/ 

AL:nOt: Kimbnnauhnt/ Yfl:liatib: 
w:*t: ons Noode, imjitè^ ^grh A-S, 
ttealmttga : en ons Noodig , Nood- 

xaek- 






BiMel^^.i. GEMEENLANDSE DIALECT. 



305 



riL Regtt. 



fTf^ens wze zagu ïatigjf O ((ƒ OO)* 



/ / 



O. 

•fOoB, fOoö, infida\ A-Sjtj/ en «0/ 
tn/iila j waer toe betrokken 'Worden net 
Vriefche, jfetÖtTOlOrtflOjje/ ftangtt-ïM 
ge / i&PPïter-O0e/enz; SMJndc eilanden, 
acii de Vriefche kuften gelegen. 

Olifant, EJephant, Elepbasy Gr: Iaé^ 

9»t > A-S^ offimtie/ irftmitie/ oTbpm 
fte / ^ ptó / F-TH , tj^ni» / Tle:^ 

Xf^SXSi I iK^tSUl Mpj^ant/ Ekphas. 
Macr ook A-S, oJ^ttÖ / F-TH, oï* 

Bent / en oltmn^; M-G> uliiantm^/ 

cameius. 

+ OoD , pcd "f- , vacuus , incültus y nu 
Oóo , zie in de nevenftaende lijft, 
als mede bij de II. Reg: Tregens de O. 

't" Oor , i" Or , magnns , primus , exallens , 
pr^ecifuus 5 zie ook pag: 287, A-S , 
Ot «1 orti / irütium j w: t: ons Oor- 
baor confr: Orber , K///rj', utilüas; en 
Oor-déél , judicium , fententia \ A-S, 
Otbflrt A OC^aft / ^«rw examiffis , jïw 
furgafimis% w: v: ons Oordeeïen I.CL: 
judicare 5 en Oor-konde , teftimtmium , 

^ö///w ^^fttf ; F-TH jurnmbe/ /c/??w- 

nium% Oorlof, 'ymj , Oorlog , helium*^ 
Oor-lpronk , fons^ origo \ en Ooriaek , 
€au/a \ <Serm: lt||tfat|^ : w: t: ook ons 

Oor>' 



fTegins onze feharpe knge OÖ. 



zaeklyk , Noodwendig, neceffariè'j ctï 
w: v: ons Nooden, Noodigen I. CL: 
olim uTgere ^nunc invitare] M-G , tiautfe^ 

jan / ananau^on/ ^/ campeiiere $ a-s, 

neatttjan/ cogere. Wijders hier toe 
ons Adverb: Ter naewcr nood , wx j en 
ons Nóód-druft , neceffitas , remi fit cf 
natura^ vi^usy Yfl: natttl*t^rfti en 
A-S^ ^ntM&n/ indigere; en bij ons 
Nóodzake, Nóod^dwang, neceffitas^ 
w: v: Noód-zaken I. CL: neceffitate 
urgere. Voorts ons Nóod-drang, Nóód 
tot afgang , alvi dejicienda necejfitas ur^ 
gensy enz. 

O. 
OÓD-MOED, ammus bumilfs y demijhs^ & 

humiiitasv A-S, eati-moö/ eatj-ttioö/ 

humilisi en F-TH, èömuOt/ bumiü^ 
tas \ en A-S, eat{|/ facilis i bij ons 
eertijds Ood en ook j Oód , f Oed,, 
vacuusy incültus^ defertus^ Yfl; aUbUt/ 
vacuus } Kimbr: rftlCt / en M- G , autht- 
ï>a/ folitude i en bij ons "f EénTOodc,, 
folitudo^ eremus^ w: t: "fOoden (oe) 
I. CL: incubum facere\ en ons i'Oód- 
moedigen , Veróódmoedigen I. CL: 

A-s, eaö-moban/ F-TH, öbmttort^^ 

?an/ bumiliare %, en ook hier toe on& 
Oodelik, nu contr: Oolik, olim Va^ 
cuus , pravus , nunc jijlutus , 6? /»/f r» 
mus. Dog van O60 in ons Kleinoo-^ 
die, zie hier voor in deze zelfde Re*^ 
gel bij die met K beginnen. 
OoGE, Oog, oculusy M-G,aU80/ ALt 

anaa/ F-TH, oufla/ A-s, tage/ 

eafl/ Yfl: aUfla/ Kimbr: attfl: w: vr 
^t M-G , at-augan / apparere^ en *t 

AL: ar-aujian/ F-TH, er-otigatt/ 

oftendere% en 't M-G, an^-«|fljO/ 
palam ; en tr: ons Ooge , acumen inge^ 
nii i w: v: ook ons Be-oogen, Oogea 
I, CL: adfpicere > Ö* /r: fl^/> mentis, 

apim\ 



1 



304 



REGELEN VAN DE 

VIL Regih 



BijUgi N*. j, 



Wegens onze zape lange O (ef OO). 

Oor, t Hoor , -f Oir , yi*ö/« , &? i<€f ^x, 
als van 't zclfüe Oor , frincijdum. On- 
dertuflen gebruikt de Rotterdammer 
bij dit alles de harde lange 66. Zie 
in de nevenftaende lijft onder deze Re- 

fel bij OÓR i als mede bij Oor y on- 
er de IIL Regel. 
'OoRT, quadransy Oortje, quartaparsaf" 
Jis \ en een Rijks-ooit; , quatta pars 
argentei uneialis ^ A-S , Ora & ore/ 
metallum nummi genus Damci\ en OtO 
tra/ mna decem. 
Oven, furnus ^ fomax -^ A-S,0^/ AL; 

ottan/ F-TH, ouett/ Jingi: tfijmj 

Yll: Offhj dog M-G, aupg. 



/ / 



t PoKE , 



Wegens ênzs/cbarpe lange ÖO* 

ajffiqui 5 en Bé]:n-oogen L CL: ecidis 
ardensibus intueri % en Stér-oogen I. CL: 
obttttu iarere^ en Wénk-oogen I. CL' 
octtlorum nutu dare Jignum ; wijders ons 
Oogen-blik , moment urn > Oóg*appel,^ 
pilla^ A*S, eag'OrpI: en oos Ooffst- 
dienft, adnlasio % en Oog-lid, palfe» 
bra i en Oóg-mérk , intentie j fcepns\ 
en Oog-luikinge, conniventia; Oogen- 
ichijn, evidentiai 06g-wénk, nNtfwxj 
en 06g-tanden, dentes eanimi Oogen- 
tr^Sóft, eufhrafia^ vulgo berba eculansy 
al3 heilzaem voor de Oogen. Vor- 
dert, tranjl: ons Ooge van een naddi 
foramen acusi en Ooge, malie, gefp/ 
4frbiculnsj fibula^ Ooge van 't net, «m- 
cula i Ooge op den teerlink , ptmc- 

. tus i w: t: ons f Mécft*oogen-fpéI, 
D<5bbel-^él, tlijloboünda. 

OÓK, etiam^^ M-G, au6/ A-S, eStt/ 
<W/ AL: aUCft/ F-TH, onfi: van "t. 

M-G, antón/ lU-atilian IV. CL; i. 
A-s , earan / otran / {can & etan/ . 

AL: att^^/ F-TH, Ottcj^/ 01^ 
nOtt/ augere^ adjicere: zie ook bij 't 
Lijftje van Vergelijking in de 9. Re- 
dew: §• XII. 

06m, patruusj & avunculusi alimcon/an' 
gnineus', A-S, eaött/ avunaOus. 

f 06Kyfnagnus ^primus j principmsi M-G , 
aUC/ Principuim j w: t: ons Oórbaer, 
Oordeel, (w: v: Oor-deden), Oór^ 
konde, Oór-lof, Oorlog (w: v: Oor- 
logen I.CL:bellumgerere)i Oór-ipronk, 
en Oór-zack, enz: Zie in de nevens- 

S?iende Lijft bij f Oor, +Or. Wij- 
crs hier toe mede ons jOor, Oo- 
re , mijne, fodina^ pluniü ö* argenti 
vena communis j plumbi or1g4f. 
OÓR, fOoRE, enfHooRB, «mj 

M-G, aufo/ A-s, *ac/ tare/ Jngh 
rarej dog Yfl: eira/ Gmn: or/ iri^/ 

anrisi 



'if 



SijJageli*.i^ GEMEENLANDSE DIALÏICT. 



Jof 



^egm wzt zofft lange O (of OO). 



P. 
^ PoKB 9 /accus eiütittus , t^ cilisium % 
A-S, incca/ piM/ pera^ GaÜipochci 
zk ook bij ae I V . Reg: wegeos de O. 

R. 
Roof, Hovb, «ri^o vvbimsii A-S,COf/ 
tOft/ lltQf/ tulmm, ttfttvmUcigMireii 
zie ook bij de II. Regel wegens 
. -de O. 



•/ 



1. « . 1 



■ • 



* f • ♦ 



• I 



/ / 



J^egens de fcbarpi lange ÓÓ. 



auris ; en A-S , era»/ aures^ en tr: 
ons Oor, handvat^ tf;!^; in gcdaentc 
zwcemendcnaden omtrek van een Oor: 
en wijders de Compofita hier van/ 
Oost , eriem^^ A-S, eaft/ -rf^fg/: iaft/ 
Yfl: aufhn: : w: t: ons Oólten , ab 
eriente ^ oriëntalist A-S, eaftan/ eaf^ 

ten/ dog F-TH, oflana/ en Yfl: or:= 

tur: hier toe ons Oóft-waerd, orien^ 
temverjusi A-S, eafl-töeartö : en ons 
Zuid-óóft, euronotusy A-S, eafi-fttti^/ 
enz. Hier toe fchijnt mede betreklijk het 
oude tOófler, pafcba^ dies Cbrifti re^ 
furgentis^ A-S,eaflec/ eoflor: enOóf. 
ter-maend, menfis Jprilis ^ A-S,eafhï- 
tnonatll ; als of 't ware Paefch-maend, 
vermits ved al het Paefch-fèeft in die 
Jiuend infchiet. Wijders behooren tot 
Ooft de namen van plactfen en land- 
fireken , welke dit wooni voorop 
hebben: als Ooft- zee, marehaltieumi 
Oóftenrijk, Juftrafta^ Auftria^ (^c. 
OozEN , zie bij Hoozen , hier voor in 
deze Regel, 

P, 



SCHO- 



R. 

RÓÓD, ruberi A-S, wat»/ Yfl: taubttr: 

w: v: ons Rooden I. CL: rubefacere^ 

f^rubefcerei A-S, reaWatt: en hier toe 

' : tranfi: + Róód , smfrobus , malus , fat-- 

^lax^ dolofu5\ Cr in e Ruber int er vitiafes 

. • mMeratur è Martiale $ zo hatelijk , hoe- 

-..:i^d 'ten ontegt, fchildefden wel ecr4p 

- aüdc fhyjicjgnifmifien het Róód-hacraf, 

^ iulks-dat men, 'bij overievcring', nog 

tcnhuidigen da^e, in fchimp rf fchert- 

/ feyc, het Róod-haer uit-maekt voor 

, Judas- of Vcrraders-haer. En hier 

f toe- behoort ook de benaming van 

. ^ - Qa t Róód- 



^o6 



REOELEN VAN DE 



lijiH^ N». ). 



fFtgeiu $»zi zagH ku^ O {9f OO). ff^eut de fibarpt tutgt OÓ. 

t 

^ R6ód«walich , lifiguafiBitia uebuhmm. 
Wijders bier toe ons Ró6d«aeide, ƒ• 
wfis^ rubrka^f Róód* hond, p^ful^ rth 
ientesy Roodc*]óop, Rö6-]oöp , ^j^Wk 
teria i en Róödte , rttUa *, en Roode 
Roede, ^étftw^ latrmteulatori als ge- 
woon zijnde eene Roode Roede te 
dragen tot teeken van bloedftrailè. 
Voorts ons Bérg-roód , /kndyxj faniê- 
raea fiRitia : en zoo voort. Voeg hier 
bij ons Róoflen , tonere^ als door *t 
vier een RócS-kleur gjevende> en d:v: 
Róóller y crates ferrea. 
RöÓF , -[- RoovB 9 fréeda , ffolutm \ A»S , 
reaf en reof / w: r: ons Rooven L CL: 
rafne , ffoliare , 6?^. j A-S, Rafaa/ 

reafiatt/ M-G, raubon/ litranbott. 

Dog ons Roof, Rovb, crufia^ dat de 

zagtcO b^eert,zie in de Lij ft hier naefL 

RöÓM^ cretnor laSlis i A^S^ XtSXAi Germ 

tni{c|raum: en ook A.&, nam/ u- 

gamenium. 

Rook , vapor , fumm \ w: v: Rooke» 
I« CL. en Wy-r66k : zie bij de Kant-^ 
teek: op Rook, onder de 1. R<%- 

Róóp 9 funis yfpira \ w: v: Roepen I« CLr 

* trabere , viritiri^ esrpere ^viUicare: w: v: 
Roope t , ertic^ ^ om *t aficheeren der 
eroente ^oo genaemt : A-S, rtap^ 
Sinc / tttfftiHC/ capikms , fimi nemfi 
viM^s^ en tftjj^aif/ vhtcire. 

» S% ■ 

Schoof, Scnooru^ fa/cis Jigetttm^ mer* 
giS % A-S, fteaf ; w: t: ons Schódf- 
land ; en w: v: ons Schooven $ en Schoo^ 
ver*zeil , zie bii de Kantteek: on Schoof, 
onder de L R^: weg: de O. 

Scuóó f9 y , pukber j purus^ (^ quanqmam: 
dogF-TH, ftOOW/ enfcotie/ pulcben 
en fcona/ pukbritudoi en A-S^ fcotia/ 
pukber j h: v: ons -fSchoonen, Ver- 
fchoonen L CLi purare^ ig^fisr^^ ex^ 



S. 

ScBORB, j^i^imii) allwoiesi A-'S, fhMt/ 
littus , ripa i w: v: Schoren, fukkey, en 
w:t:Rietrchore, arimdinetum Utt^rtufn^ 
enz. Dezen worden ook met de har- 
de lange 66 gebruiki; ; zie^ de Kant* 
teek: op GBscHOHBsr onder del. Re- 
gel, weg: de Q. 

Smoxbn y ook Smookbh l. CL: A*S, 

finecnt/ ft»»daii/ ftwotan/ fumarey 

vapordn ^ vin ons Smook » en Smóék, 

'Qapot , 



ijk^ N». J, 




GEMEENL ANDSE Dl ALEC T. 



507 



vtf/wr , fmim j A,S, finec / (ItKQt/ 
•ca ffttoca / w^£* filto6r. Bij den Rot- 
ten!: word. de harde lange 66 ge« 
bniikt. 

Snood, Snodb, aftutus^ M-G, fteltt^/ 
X/«i*r: fnotUt/ A-S, fnmt/ fapiens^ 
caWdm^ prudens^ en Yfl: fnOtUV/ w- 

- /m, alMctr^ Dog de Rottcrd: acgtook 



/ / 



Stolb , zona bumeraUs^ vulgo ft^a^ 
A-S 9 ^a; CQ ons Hand-ft^^ zond 
JfrêdOalisi dog KiUain 2etST60LB. 



fTegens ie harde lange ÓO. 



Taoos< 



cufare*, en d: t: ons Schóón-zoon , ge- 
nen Schoon -vader, focer-y en Flandri 
Schóón-hecrc^ avus% en Schoon- vrou- 
we , avia , cn2.i Van gelijke natuer 
zijn ons Schóonhove , Schoon-bovia , 
opp: Holland: en f Schóon-land , Schoo- 
nen , Scandinavia^ bij den Zweden ^Rd ? 

tv. 

Schoot, gremiimy M-G, #fcaiit#/ Yfl: 
|liaut/ A-S, fteate/ en d: t: ons 

Schcot-klééd , en Schóóts-vél , ca 
Schoot van *t zeil , en Schóót- vieren 
I. CL: zie in de Kantteek: op Schoot, 
onder de I. RM[el. 

tScHRooDEN, ScHkooYEN, amputare^ 
truncare 5 A*S, ffcwadan : w: t: ons 
Schróod, Schróodfei,yJg;w/w;tVicr. 
fchroodig, quadratusy en Schrooder, 
putator^fartori iS fcarabeus cornutus. 

jScHRoopEN, dirumpere : dog A-S, 
fcmqpan/ feabere^ fcalpere. 

Smooken , en Smook , zie in de nevens- 
ftaende Lijft bij Smoken. 

Snóóo, Snood e, w7/ j , abjeaus\ Yfl: 
fViaubur / vacuus •, w: v: ons Verfnooden, 
vUefcere. Voorts ons Snoód,ook Snood^ 
a^utuss zie in de nevenftaende Lijft. 

Stóóp, Stoopb, Wyn-stóóp, poculum 
ntujus ^ vyAgoftopa^ en Mclk-ftóop, 
ffmlStra^ finus laSlis^^ Yfl: ftsXtal po- 
ctdum. 

Stooren , furlare , perfurbare j M-G , 
anbflatnxan / Jremere in aliquid. De 
Rotterd: zegt Storen , 't welk over- 
eenkomt met het A-S, fipran/ ca 
löct onze ir. Reg: weg: de O. 

Stooten, trudere^ tundere^ pulfare^pln- 
fée^ offendere*, in Prat: Imperf: Stiet, 
in Part: Pajp. Geftooten^ M-G, flau^ 
tan/ pereatere. Hier van ons Scooter, 
equusadnUffariusi en Stoot, pulfus^ w- 
tusy ofenfio^ 

<ifl i Stróóm , 



}o8 



REQELEN VAN DE 



JSiJblê No, ) 



fFègem de zagte kmge O (of OO). 



/ / 



T. 
Troosten , folatio ejfe\ folari^y en ook- 
\ Trooften , \ Troellen , bortari 5 M-G , 

tj^affijan / aatf^rafdiao / bmari £#. 

confolari^j en F-TH: en AL: troflan/ 
ftetroftan/ confohri^ folatio ej/e-^ w: t: 
ons Trooft, folatium^ F-TH, troft. 
Doff de Rotterd: icff. Troost , . en 
Troosten. 

V. . 

tVRo, Vrolyk, hftus^^ A-S, freoltc/ 

fefiivusy vividus^ vegetnu 



W. 

Woord j en ook Woord, verbum^ no^ 
men i zie bij Ant-; woord y in deze 
Regcl-lijft. 

-f-WosEN, aqua bulliente decrefcenie alism 
infundere-, A-S^ tDO^/ deio£lura% en 
A-S, tt)Oft0, fucci flenus. 

Z. 

Zo, fc^ tamj tajisi i^ fi\ F-TH, (b/ 
itayfcy ftcut s en fo fal Jicut-^ t>c fo 
tDa5/ f«o</; en A-s, fOÏC/ f»/?/?i w: 
t: mede ons oude jZo-like, nu Zul- 
ke, talis'y en ons Zo-danig , talis. Dog 
ook tweederhandc DialeS heeft 'l^ier 
plaets , zie hier nevens bij Zóó, 



fFegens de harde lange OO. 

Stroom , troBus , cmfus aqjfue ; A-S y 
fheam; w: t: ons Stroomen, L CL: 
fluSaarei A-S, flnamtatl*^ oulinksbij 
ons ook Stroom (oc), zie bij de II. 
Rcg: w^: de O. 

T. 

TóÓM » frétnum , Gcrm: ^attllt. En A-S, 
ttattiatt / 0dvocare ^ en bn ons Too- 
rnen L CL: franare , refr^emure 5 en 
On toornig., efftéemi. 

Tóós, zie Al-tóós bij deze Regd. 

Tróóstb^ , zie hier naeft bij Tro0s« 



T£r7. 



V. 



Voos 5 t VóÓGS , ffongiofm , fungofus^ 
rarus 6? levis inftarfungi\ (^ infifUuS', 
6? vietus j Yfl: fau^ltnr/ aridum Bg-^ 
num, 

Vroone , Vróónlano , pTéedium nuB 
cenfui obnoxiumi en Vroon* héér. Do- 
minus fundi liter i. Dog ook Vroone ^ 
veSigalj cenfus foU^ qui Principi fendt- 
tur: oulinks ook "fVronc, Fronei": 
zie KiJiaen : AS y frea|/ liber icnfm/ 
dominus y berus\ M-G, ftattta/ donu^ 
nus\ AL: fro/ dominus. 

W. 



Zóó, Zó, >?^, tam^ taïis^ IS Ji% M-Gy 
ftoa / A-S, ftoa / /r, fivoy tamy en 

M-G , ftoa ftoeV A-S , ftoa ftoa/ 
ficuty en M-G, ftoaletül/ A-S, ftoa 

0riic/ ftoa eat/ talisy adeo fimiUsy fi- 
militer % w: t: ook ons Zoodanig , taUsy 
enz. Bij, ons ook Zo > zie hier naeft. 



MijUtff N^). GEMEENLANDSE DIALECT. ^ost 

VIL Regel 



JVegens de zagte lange O {of OO). 

Zode 9 en Zode, caffes^ gleba\ & olm 
cloaca , puteus , fentinu , 13 c. s A-S, 
fOOtfil / fuligo \ en fèatÖ / ' f «/^^J 5 fovea. 

Zore, zie Zoor hier naeft , en Zorb 
onder de IH. Reg: wegens de O; 



fVegens de fcbarpe lange ÖÖ. 

ZooDE, en Zode, céefpes^ &^.> ziehier 

nevens. 
Zoogen I. CL; laSare > F-TH , fott? 

0an; en ons Zoogding, en Zóógfcl, 

zie in de Kantteek; op Zoog, bij de 

I. Regel. 
ZóÓM , fimhria j A-S , feaiw / featti/ 

Germ: fautti/ Sax\ foettie/ Angh fea^ 

tttt/ futura-j w: v: ons Zoomen I. CL: 

oram confuere\ èn A-S, ftdiWXXtl fitpr 

veftiarius: 
tZóóP, bauftus; Yfl: fdup / forbilTum^ 

zie de Kantteek: op Zoop, bij de L 

Regel. 
Zoor, en Zoor, Zore, aridusi en dr 

v: Zooren en Zoren I. CL: ar e f eer e ^ 

warcefcerei A-S, afeoriatt/ &fearian/ 

& featan/ zie bij* Zore, Zor, onr^ 
der de IIL Reg. 



/ / 



BeJluH-tyfien ; wegens de O {of OO) , en OO. 



De overige weinige Woorden zullen we ij der onJcr 
zijne Lijft nier plaets geven, ingevolge van onze vorige 
orde. 



fTègens de zagie lange- O (of OO}^ 

A. 
Akdoren, Ballote, Malrc^e , fv^r- 
ruhium\ ^ahhmx^y berba genus V Germ: 

antiorm 

B, 

-f- BoTE , fero. 
BuTooR, ardeafiellaris. 



t Doder , 



/'A 



fFegens de fcbarpe lange OCk. 

A. 



., B. / 

Bloot, nudusy w: v: Blooten ,, Ontbloo-* 

ten, Vcrblooten L CL: denudarcy cm 

Velle-blooten I. CL: nudare vetter a 

lanis % en Blóót-woUe , lana velleribus^ 

QS{ y decerp^ 



}W 



REGELEN VAN DE 

Bffimt-lijfien, 



Sijhig0 N". ^ 



fTegêHs ie za$te langt O (»ƒ OO). 



/ / 



D. 



Wtgetu (k fehtsrpe kuge ÖO. 

deeerpta % en Bloote, fdüs oviUa ad l»- 
tté detomfa eft. 

D. 



fDoDBR t DoYR, nu Doo». van een Door, fiuim, ftoUduSyJocwsi 
Éi , vtÈÜhu j Qem: ^ttttW. nnnc , fiuita j<n f Doórichap 



F. 

G. 
t GoMBN, vifcera perforare ^ ftvt Uim. 



H. 



J. 



9 • 



K. 



tLoGEL-STYL, Uguftuum. 

Loom, Lome» tardus. 

N. 
Nopen, pungere^ ftimOare^ tangere % en 
Nopct > fitnUio , punUus , t(^usi en 
- Nopende, wod attimt. 

O, 



P1.0TE, 



heid, fiuüifia. 



F. 



FooLBN, luderej iüudere^ aftreSare. 

G. 

Gróót , Grootb , Grootje , mMeU 
argenUétvaJoTjvarius apud varies ^yuügo 
Grqfus. FI: & Holl: medium Seftertü. 

H. 

fHooREN, fOPHooREN, ceffare ^ cq 
t Hooring, ffinalis derfi meduUa. Dc^ 
HooREN, audire^ zie onder de VIL 
Regel. 

J 

JóÓL , b(Mo ftupidusi en JocHc^ ftuliêj 

igtMva muiier. 
t JooNEN, fallere. 

Kloot , globusj glam , coleus i w: v: Kloo* 
ten I. CL: ludere glohis.\ 

KooLEN, g/raculus. 

Koon, gena^ maia. 

Króós, Kroost, iucremeutum^ lucrum^ 
fcenus% leus paluffris; jferocolia^j & in- 
teJHna\ en Kroósken, Króósjc, ^mr^ 
num nanum. Dog men vmd ook b§ 
Kiliaen Kroes en Kreeft, dat voor de 
zagte 00 pleiten zou, 

ia* 

LóÓF, LoovE, Defeffus. 

N. 



O. 
On*noozel, imfoeens^ 6? fr: Mifer\ van 
•fNoozel, nosdusi en ^Noozen, «*- 



J 



mjUp N». ^. G EM E E N L A N D S E D I A Lï C T. 
IFegtns onze xa^*e toij* O (^ OO ). fpeim mu fcharft knge 6o. 

Plote, pdlis milla cui lana detonfa tfty 

w; t: Ploten I. CL; memhranam Jïve 

corium exuexe j w: t; Vélle-plotcr , w/- 

krum tonfor. 
PoGBN, en PooGBN, n///, conaru De 

Rotterd: zegt Pogbk. 
PoTE, fifer ^ radix edalis; £5? infitum^ 
furculus ; calamus j w: v: Poten 

L CL: inferere fifera^ Kiüaen zet Po- 
te , en PoaTE , Louan: ^ Jïfer ^ radix 

eduUr. 

R. 

■fRoGE , t RoGER y nu Kuit , ma pif^ 
citan. 

S. 
Slopb 9 crepida trita. 
Sloven ^ Sicambri fut art arhres.. 



3»! 



rrr^j en fNoozc, »ö^//i. 

P. 
P00GEN9 TO Pogen, »///, r^wwri. 
PóÓT, PooTE, pes animalis j (S unguJay 

en Pootcn-vé! , /v///j cervaria ; ö' /^Z- 

& ö^w«l fiivtftrium fedibm detraRéty 

zie ook PoTE hier naeft. 



R. 



S. 



T. 
ToMiG^ Fn/: ^i^, vacMsp en Ooto* 

IDig), OCCUfOfUS^ 



fSLóÓF, fSLoovE^ w/««r, fegmenyfil* 
Ikulusy Musi 6f replicatio^ refleRioy 
w: t; tSLoovEN h CL: wiirf, /^-. 
X#f^, 6f^. ; en fSloovcn, Op-floo- 
ren , Af floovcn , ftringere ^ retege-^ 
ffj demdare ', w: v: SIoovc , mu^ 
lier frumnis 6? laboribus affiiSa | ali . ' 
naeulijks met kleedcrcn gedekt zijn- 
de , w; v:. wederom Sloovea I. CL: 

laboribus /e f ra»gere^,en7AgAr'aooycü^ 

defetifii, 

Strooken f. CL: abfiergere uno tramt*, 
w: t: Strook, Strooke, fegmen obkn^ 
gumi. en tranjl: Strooken ^ bene fucce^ 

Toon, digitus pedis ^ 

TooNEi^ 1. CL: ntonftrarej ojtendere^ 6fr. 
w: t: tTóón, Veitóón, demnftratio^ 
Jpeaaculumi en Toonecl, tbeatrum^ 

ToovERBN L CL: incantar^ ,, Mcinare^ 

Germi jaafteren. 

Troomen L CL: iüicert. 



f Vlo. 



f Zooc«s^» 



,,, REGELENVANDE B^lHf N». j. 

hefiittt-l^ften. 

W^m dl zogi iMgt O (»ƒ OO). ir^tns ie jUmft kngi OO. 

V. V. 

•{■Vlomen \. CL: defquamare pifcem; en 

Vlomc Sax: & Sic: , ffuama pifiis j ca 

VÏome Sax: f abdomen. 
VoKELAER, ebryfantbemam fegetumy hl' 

lis Uaeai cbamemelum lutetim. 

Z. ^ 

t '^CKii'^i 'ifl^^'i muiier. 



Bijlage 



Sijl^l^o.4' GEMEENLANDSE DIALECT. 



MJ 



Bijlage N^ 4. 



Opzameliag van Woorden, die in Gemeen-landfche Dia-- 
leB onderlcheiden klinken , dog bij den Amftel- en Rijn-- 
lander gelijkluidig , en gevolchlijk dubbel- of twijffel-zin- 
nig , zo de omftandigheden zulks niet redden. 



Y. 

B. 
Bb-lyden II. CL: conpirii L Reg: en 

Zig Bb-lyden, fe fufiimre aliqua rtj 

I. Rcg. 
Bb*r YDEN II. CL: inequkare ; I. Reg. 
Be-schrydbn il CL: pé^ffk fertingere^ 

I. Reg. 
By y apui \ VlII. Reg: en Bye, By> 

apesi VIII. Reg. 
BLYit 9 Bly, trutinuj ftateray haïlifta^ 

en Bly , plumbum \ Befluit-lijft : en 

Bly , Blyde , Utus ) II. Reg: bij 

Verblijden. 
Blykbn II. CL: patere ^ enBLYK, in* 

dtaumi I. Reg:. 
Bryn» Brtnb, Pekel, murisi Bcfluit- 

lijft. 

D. 
Dijl, Diüa, jluv: Brat: VlI.Reg. 
tDYN, tuusi VIII. Reg. 

G. 
Gyl , eèylus J en Gylbn I. CL: fhykim 
emiUer0i II. Kea. 

H. 
Hy, illei VlII. Reg. 

Y. 

Y, Tayjiuvt VIII. Reg. 

YxE , figmm jüfia tnenfuta vajis \ en 
Ykbn I. CL: mtnfwam 6f pnim de- 
Jifftans n. Reg. Kry- 



EY (<ƒ EI). 

R 
BB'Leidem I. CL: dedueere , dirigerey 
II.Reg. 

Be-reiden I. Ch: parare^ II. Reg. 
Be- SCHREIDEN L CL: complorare } II. 

Reg. 
Beyb, Bei, acinus^ VIII. Reg. 

Blbye, Blei, albumui^ pi/cis genus ^Bc* 
fluit-lijft. 



Bleikeï^ I. CL: dealbare ^ en Bleik, 
. JeMafcriumy (^ paüüius', II. Reg:. 
Brein, cerebrmm-, VIII. Reg: en Brei* 
NB, Brennia^ opp: HannonU*^ Befluic- 

lijft. 

D. 
Pbil , pars > II. Reg. 
Dein, dama^ Gall: dain; VI. R^. 

G. 
Geil, la^civusi en Geilen I. CL: iaf- 
civirc', II. Reg. 

H. 
Hei» HEys,fifiuca; II. Reg: en Hei, 
Heide, ericetum % VIII. Reg. 

EI. 
Ey , ovum i VIII. Reg: en Ey ! ecce! 

prob! bij de Bca:.Ujft, 
ËiKE, Eik, qttercus^ ea Eiken, querci' 
nus\ VUL Reg. 

Rr Krei- 



i 



514 REGELENVANDE Bylag$ N«. 4 

~Y. - . EY (<ģ!). 

K. K. 

Kryten II. CLx fiere \ l. Rcg. Kreiten (éé), provocare^ irritare*^ II. 

Rcg. 

JL4» La» 

Ly , Lye 9 LydE) latus navis depref- Lei^ Leide, Leve, laminé^ ^c.\ en 
fuftt'y h Rcg. Leye, Legia^ fluv: Flandn BcflMijfti 

en Lei 9 Leye > pofipofitumy genus re* 
rum iwmeratiier iHfinuam% ^ IIL R^. 
Lyden II. CL: paii ; & olim Ire , & Leiden I. CL: ducere \ IL Reg: en 
narrare', I. Reg. Leiden, Lugdunum Batavorum', Bed: 

-lijft. 
• M. M. 

My, mibi ', II. Reg: bij Mijnen, fibi Mei, Ramus; Befl:-^fijft| ^ Mei, tnew- 

adfumere. fis Maius; VI. Reg. 

Myden I. enil. CL: m/isr^} I: Reg. Meiden, ancilU^ (^e.} VUL Ree. 
Myne, Myn, meus\ (^fodina^ (^ gef- Meine, Mein, /«/ö; enMEtNBNi.CL 
fusi en Mynen I. CL: fuffodere; en putarey II. Reg: en ook Mein, Aft* 
Myvkv^I. CL: fibi adfumere lil ^Kcg: nus ^ Fl: Germ: bij de Bcfl:-Kjft: ca 
en VII. Regel. Mein , pollen j bij de Befl:*lijft: ca 

■f Mein ; malus i bij de VUL K^' 
Myt , acarus j 6f oboli vilijfimi genus-, Meidt, ancilla, VIÜ. Reg. 
VU. Reg: en Myt , Myte, firues 
fcnii W. Reg. 

N. . N. 

Nygen II. CL: inclinatum ejfe '> L Reg. Neigen I. CL :/>ir«rv^r^,jWii«ron.Reg: 

O. O. 

Ontwyden, Ontwyen I. CL: profa-^ Ontweiden, Ontweyen L CL: ewj/^^ 

»4rtf; zie Wijden, bij de U. Reg. eerare-, ll. R^el. 

OvBR-LYDBN IL CL: vitd decedere', L Over-leiden L CL: tranjducere^ IL 
Rcg. Reg. 

P. P. 

Pyl, fi^gittai en Pylen, fagitUt VIL Peil , Pbile , penfam*, 6? totis ad me^ 
Rcg. tiendum ^ en Pc^ilbn L CL: fenfum 

proponere i (5? pnfunditates metiri j II. 
Reg. 
Pry, cadaver-, Befluit-lijft. Prei, Vreyk. Porrumi Beür-Kjft. 

R. R. 

Ryk, Divesy £5? Imperium \ en Rykbn, Reik, porrige; Reiken I. CL: penige^ 
divites , (^c. j en Zig Verryken re , extendere 5 en Zig Verreiken 
L CL: fe ditarei IL Rcg. I- CL: hngius extendendo membrum luxa- 

re $ IL Reg. 
Ryn, Rbenus^ fi:; Ryvisch j fubaddus*. Rein, purus j Reynsch , fincerus ; zie 
en Rynsburg , Rhenoburgum , pag: Reinigen bij de II. R^. En Rbins- 
Hall: prope Lugd:^ VUL Rcg. burg , Reginohurgum y urbs Germ: ad 

Rys, Tiiff/y^:; V. Reg. Bxis^ 



i?J/AlrN^4• GEMEENL.ANDSE DIALECT. 31^ 

Y. EY(i^EI). 

Rys, virgulta\ 6? oryza-y 6? 'virga viti- • Reis , ster , vice j en Reizen I. CL: 

Us % en Ryzen II. CL: furgerey (^ proficifci\ en Verreizen L CL: infu^ 

/r:tRYZENl.CL:;^^>r^jcnVERRYZEN pfere üincrii II. Rcgr en f Reis, ^- 

II. CL: re/urgerci 1. II. en VIL Rcg. quus-y plams\ bij de Befluit-lijft. 

S* S. 

Sï.yv ^ fcobïM % en Slypen IL CL: <i- Sleip (ec) , Jyrma ^ traBus ; en Slei- 

ct^e*, 1. Rcg. ^. PEN (cc) I. CL: trabere ^ raptare^ 

6?r.5 II. Reg. 

Styg, afcende \ Stygbr, afcenfwr\ zie Steig, acclivus^ Steiger, trabs ripée*^ 

Stijgen II. CL: bij de L Rcg. zie f Stcigcn L CL: bij de IL 

. Rcg. 

Styl, ftilusy modus fcribendi (^ agitufi-. Steil, pr^ceps*, II. Reg: bij f Stcilcn. 
£5?^^y?/Vj VII. Reg. 

V. , V. 

tVsR-iiYPEN, tranjigere^ I. Reg. • Ver-leiden h CL: Jeducere ; II. Reg.' 

Zig Ver-m YDEN I. en IL CL: n;//tfr^> Zig Ver-meyen L CL: fe recreare i IL 

1. Rcg. Keg. 

Vyl, Jimal en Vylen I. CL: Hmarei Veil , venalis-, ö* Hedera; en Veilen 

IL Reg. I. CL: vef$um exponere^ II. Rcg. 

Vlybn 1. CL: r^»^/»»^r^; II. Reg. Vleyen I. CL: adulari ^ bJandiri; IL 

Reg. 

V00R-GERY, #f/^//<j//ir/^r<<ri;///j5 van Rij- Voor-gerei , antikna ^ IL Rcg: bij 

den II. CL: equitare; L Rcg.* 't Reiden. 

W. W. 

Wy , nos^ VUL Reg. Wei , ferum lalfisi VIII. Rcg. 

Wydb, Wyd , ampüisy en Wyden, Weide, Wuiy pratum^pa/cua-, en Wbi^- 

"^ Verwyden I. CL: amplificüre \ II. den. Ver weiden I. CL; i>i^///V^(?- 

> Reg. En Wyde , Wye^ /ah'xi en pel/ere pafcuis y II. Reg. En Wei- 

Wye , milvus \ en -fWYE, facer\ de, Vf^%Yz^extaammalium\'&A:A\\Öi. 

Befl:- lijft. En Wyden, Wyen En ook aldacr Weiden, WeyenI. CL: 

L CL: iftaugurare *y en Ont wyden, exenierare ; en Ont weiden , Ont* 

Ontwyen l. CL: prof anare; II. Rcg. weyen L CL: evifierare^ exentêran. 

i*WYPE, tWYP, /^ATj Befl.'-lijft. Weïpe, comus-y Befl:-lijft. 

Wyten il CL: imputarei I.Rcg*. Weïten, ffracubisi éf/r//wi^j; Bcfl.-liift} 

en VIII. Reg. 

Z. Z. 

3Ly , i/Al; (^ UU; en Zy, Zyob ^ firi^ tZEiDE, chorda ^ mrvasi VUL Rcg: 

cum I 6f latus 5 ^ ol: co^jux » VUL en Hij Zbi , Zeidc , dicehat ; V. 



Rcg. 

Zyl, aquagium% zie de I. Reg: bij Zij- Zeil, velum; II. en V. Reg. 
gen. 



Rr z Beet, 



3itf REGELEN VAN DE BijUge m 4; 

EE (êf E). ii. 

B. B. 

Beet, Bete, mar/us , fl-ujfumj (^c.\ in Béét , Euet e jfedileavi urn 1 y infeStus^ 
Plur: Beten: zie Beet bij de L Reg. aquacdriariürum ;cnBEETZ^l' CL: infi-; 

cere , preparate coria \ 13 conjiderei 
bij de I. Reg: en Beete, Beet, be* 
taiVlL Reg; 
't Bleek, patehat; I. Reg, Blbék, palUdus ^ (^ deatbatorhtm i I. ea 



VIL Regel. 

D. D. 

Deeg, reRi-y I. Reg- Déég, maffa\ I. en VIL Reg. 

Deel , ajfer\ en Delen, affiresi XL Deel, pars , en Deelen , partesi en 

Reg. Deelen I. CL: dividcre; VIL Reg. 

E. ^ £. 

Eek, Eoik, acetum; XL Reg. Éék, Eik, quercus\ VIL Reg. 

Eet- WÉT, lexcibandi', zie Eten bij de I. Eed- wét, kx jurandii zie Eéd bij de 

Reg. XL Reg. 

G. G, 

Gene, Geen, ifte^ ille', XI. Reg. Geenb, Géén, nufltts\ VIL Reg. 

f Genen L CLifuMdere', XL Reg. Gbenen, nulli; VIL Reg. 

H. H. 

Helen IL CL: occultare\ L Reg. Heelen L CL: fanare^ VIL R^- . 

Hij Hkesch, fubkvabat^ L Reg. Héésch, raucus: XL R^. 

L. L. 

Leder , Leer , corium ^ L Reg: bij Leed« Leeder , Léér , fcala , en Lébr , dx^ 

irina \ I. REg: bij Leed. 

't Li^jy ^ perjluxit tempus % en Hij Leed, 't Lébd , d&Ior ^ mokftia*, I. Reg: bij 

patiebatur^ L Reg: bij Leed 3 en Ver- Leed jen fVERLEEDBN LCL: nocere^ 

1.EDBIJ j prateritus i ibid. ibid. 

Leeg, Ledig, vacuus^ othfus% I. Reg: Léég (ae), bumlis} X. R^: en Lee- 

bij Leeg, en Leger, caftrum % zie ger (ac), inferhr^ 
Gelegen, bij de I. Regel , en Lege- 
ren I. CL: bij de II. Reg: en TIL 

Leen , Lene , fulcrum ; en Lenen L CL; Léén , mutMmj t^c. ^ en Leenen I. CL: 

incufnbere\ XL Reg. mutuare^ mutuo dare\ VIL Reg. ' 

Leest, legite ; L Keg: bij Lezen: en Léést, formula , typus-^ VIL Reg: en 

Hij Leze, legat^ ibid. ^ Leeze ^ fukus ^ erbita-^ VIL Reg. 

Leken L CLiftillare^ III. Reg: en Zij Leeken, laici\ Befl:-lijft;' 

Leken, Geleken, affimulabant\ 1. 

Reg: bij Leek. . • *^ 

Leme, Leem, acus% arijia y pfcis genusy ^Leeme, Léém, argiJlay VIL Reg. 

111. Reg. 

M. M. 

Mede, Mee^ cum-, 111. Reg. En Me- fMEEDË, pujtula^ tuber-j de I. Reg: bij 

' DtE , Meed. 



£«füijyN*.4- GEMEENLANDSE DIALECT. 317 

E («ƒ EE). 'LL 

DE, MbE) ajua tnelle mijfa i XI. Reg. Meed. En Mebde, Mii.,ruhiai XI. 

Rcg. 
Mbbr, lacttSf f^ oh mare i III. Reg. Méér,//»^, tnagis't en f Méér, termi' 

nusi XI. Reg. 
Mbnbn, Memna^ om Flandr: VI. Reg. Mebnen I. CL: futare-, VII. Rcg. 



CL 
QuBKBN I. CL: garrire j clangere inftar Qüeeken I. CL: nutrire ^ fvuere ^ VII, 



'on/iris; IIL Rcg. R^cg 

R. R. 

Rbdb 9 Reden j fermo , ratio $ en Zij Reedb , porfus , yfa/zo navium s en Zij 

Reden ^ aquitabant % en Hij Reed, Reeden , participant , fabricant ^ en 

^quitabat % zie bij Reed onder de L Rééd , paratus ^ en Hij Reed , ^r/i- 

Reg. rr)>^/, fabricat^ 6fr.j zie de Kantteek: 

op Reed, bij de L Reg: 

Rbte, Reet 9 ri;»j$ I. Reg. Reetb, Rüt, inftrumentum quo ftringi^ 

turünum*^ I. Reg. 

S-" S. 

Steeg, Stug^ ^ /emita y graJus jafcenfusi "fSTÉÉG, acclivusi de Kantteek: op Steeg. 

. I. Reg: en Steeg, pertinax', II. Rcg: bij de I..Reg. 

bij tStedigen. 

Steen, gtniCy en Stenen I. CL: geme^ Steen, lapis i en Steenen, lapides^ ea 

rel Sr KEK-sr OFTE y fubfeSam gemefidi', Stéék-stóffe, materia ïapidea^ VIL 

XL Rcgd. Regel. 

W. ^ W. 

Wbbk , Weke, beidomasi en Weke- Week, mollisi en Weekelyk , moUs* 

LYK, per fingulas feptimanas \ XLRcg. ter-^ VII. Reg: en Wéék, anasmas^ 

bij de Befl:.lijll. 

Wezen, effe\ tn Wees, eftc% I. Reg: Weezen, pupilli ; en Wéis, pupillus^ 

en Hij Wees, indicabat \ en Ver- en Ver-weezen "t , orbare % bij de 

WEZEN) damnatusy ook L Reg. Befl:-lijft. 

Zij Zwemen, deficiebant animo *y I. Rcg: Zij Zweembn 9 Jtmiles funt % de Kant«- 

bij Zweem. teek: op Zweem , bij de I. Reg. 



Rr } £edo-^ 



V 



3t8 



REGELEN VAN DE 



BijUgt N^, 4. 



O (of OO). 

Bedovei^ ^ futmer/us y teSus-, VIL Rcg. 

Boom, Bodbm, fundusienVEK-bowns^ 
Verbodembn I. CL: fundum rtfictrey 
II. Rcg. 

BoTE, Boot, pero\ Be(l:-lijft. 

D. 
DoGEK (cu), valere^ I. en IL Rcg. 
Door (cu), per^ (5? ol: janua; IL Rcg: 

en Doren, Jpinai IL Rcg. 
DozEt dqfisi IV. Rcg. 
Zij Dropen yfiillabant ; L Rcg: bij Droop. 

G. 

XijGesotes^ pofiebantur i I. Rcg: bij 
Genoot. 

H. 
Hopen I. CL: fperare% VIL Rcg. 
Horen, comu^ IL Rcg« 

HoZB , ocreai en Hozen, catigt*^ VlI. 
Reg. 

K. 
Kool, Kolb, carb$i VIL Rcg. 
Koper, cuprumi IV« Rcg. 

Zij Kozen, eligebaftt*, I. Rcg: bij Koos. 

Jutm 

Logen, mendacium^ Hij Loog, mentie* 
batur^ en Zij Logen, méntiebanfur *^ 
I. Rcg: bij Loog : en Logen , Hooi- 
logen L Ch: componere f mnum in me* 
tam% VIL Reg. 

Hij Look , clatmbat % I. Reg. 

Ik Loof , aftimo merces , Q lAudo% en 
Loof, aftima merces \ en Gelooft, 
laudatu5\ IIL Reg: bij Loven, lauda* 

Loten, Lot-nöm mers , [yngrapha fortile* 



00. 
B. 



Be-dooven , fuffocare , optrire% VIL 

Regel. 
Boom , arber j feptum , repagulum , portus 

chufura ; éf contus^ en Ver^boombh 

L CL: /5/vfrtf veSigaJ portitm ; VIL 

Reg. 

BooTE, Boot, Scapba^ (^Monile; VIL 

Regel. 

D. 
Doogbn I. CL: folerare-, VIL R^. 
TióÓK y ftultus % Be{I:-lijft: en Doo&EN, 

ftulti. 

DoozB , capftüa ; VIL Rcg. 

Zij Droopen , confpergunt pinguedim i 

L Rcg: de Kantteck: op Droop. . 

G. 
Zij Gbnooten , illi focii i I. R^: de 

Kanttcek: bij Genoot. 

H. 

HooPEN I. CL: accumuïare\ VIL Reg. 
HooRÈN I. CL: audire^ en Hoorbn, 

Bekookeij ydecere^competerei VIL R^. 
HoozE , exbauftus aqua per dérem ; en 

HoozEN I. CL: haurirey & bauftre 

difpergere ajuami VIL Reg. 

KóoL, KooLE, hraffica^ V. Reg. 
Kooper, emptar\ VIL Rcg: bij Koo* 

pen. 
Zij Koozen, adulantur\ LReg:dcKant* 

teek: op Koos. 

LooGEN I. CL: excolare lixivium ^ en 
Loog, lixiviumi en Zij Loogbn, ex-' 
colant Uxivium'y VIL Rcg. 

LóÓK , aüium ; VIL Rcg. 

Ik LóÓF , Geloof , credo \ en Loof, 
frons y frondes'y VIL Ree: en Gelooft, 
creditus 'y VII. Rcg: bij GeloovbK) 
LoovEN, credere. Wijders Lóóf, de-- 
fejfusi Bea:-lijft. 

•fLooTEN, Verlooten L CL: uppbm-- 

barei 



i 



tylase N^. 4. GEMEENLANDSE DIALECT. 

O ((ƒ00). 



JI» 



00. 



fff , nufkeris diJiinSiéf y en Loten 
I. CL: firtiri \ in Im^erat: Loot, 
mitte firtem\ IlL Rcg. 
Lozen L CL: dimiftere% en Loos, ^/« 
w;//tf ; zie de I. Reg: bij Verloor. 



O. 
Oortje, quarta pars ajfis^y VII. Reg: 
bij Oort. 

R. 

RoKES ^ firues fceni 'f II F. Reg. En, 
zij Roken, êkbann en Hij Rook, (?- 
lebat\ I. Reg. 

Roof , Rove , crufta vulneris\ en Ro- 
ven, cruftdf vulnerisy 11 L Rcg: 

S- 

Hij ScuooP ^ protrudebat*. Zij Schoven, 
protrudebant \ L Reg. 

Schoot, projeSlttra ^ jaculatio j tnïjfile yzic 
de L Reg: bij Schoot. 

Slopen, latibulay en Zij Slopen, teRè 
prarepebant 5 L Reg: bij Sloop ; en Slo- 
PE, Sloop, crepida trita\ Befl;-lijft. 

Sloten , ferrée % Ar et 5 , (^c. y en Hij 
Sloot, chudebaty I. en III. Reg. 

SiéOVRU j canalicuJi ; II. Reg: en Sloven 
I- CL: jputare arbores ; Befif-lijft, en 
Slove, Sloof, rimay canaliculusy IL 
Reg. 

Snood, Snode, Jftutusy VIL Reg. 

T. 
Toog , traSus^ linea curvay 6f bauftusy 
Zij Togen, trabebant^ tendebant; Be- 
togen, contraSui'y I, Reg: bij Toog. 

tVER* 



bare ; en Loot , plumbum ; en "f Loo- 
ten , Pijlen , bolide navigare; fundos 
fnetiri\ Vil. Reg. 

•[•LoozBN 1. CL: amiftere; w: t: Ver* 
waerloozen L CL: negUiere ; en 
Lóós , expers , folutus j G? ajtutus y fc? 
poftpofitum privationem infinuansy zie bij 
de I. Reg: de Kantteek: bij Verloor. . 

O. 

Oortje, auriculus; VII. Reg: bij Oor. 

R. 

Rook EN I. CL: fumare j en Zij Roo- 
KEN, fumant\ en Rook, fumm\ VIL 

RóÓF , préeda\ en Rooven L CL: pra^- 

dari; VIL Reg. 

S. 
Schoof , fafcis fegetumy en Zij Schoo<^ 

ven , cvlligunt fegetes in fafciculoi\ I. 

Ree; de Kantteek: op Schoof. 
Schoot , gremium , Jinus 5 en Schoot van 

't Zeil , pes velt \ I. Reg: de Kantteek: 

op Schoot. 
Sloopen I. CL: deglubere^ dejlruere; en 

Sloop, deglube ^ deftrue% en Sloop, 

Overslóóp, fuperindumentum y I.Re^ 

de Kantteek: op Sloop. 
Slooten 9 foffa pratorum j en Slóót^ 

fojffa prati j L Reg: de Kantteek: op 

Sloot. 
Slooven I. CL: laboribus fe frangere% 

en "{-Slooven L CL: velarey fc? de^ 

nudarey en Sloof, SL,oo\iRy muiier de-^ 

tri f is veftibusy £5? laboribus afflictay ea 

■j" Sloof , "fSLoovE, velum j tegmen^ 

e?r.^ Bca:.lijft. 
Sn 66d , Snoode , vilisy abjeHusyVlï. 

T. 

"fTóÓG, Betoog, demonftratio \ Zij 
"fTooGEN, Betoogen , demon/trant % 
en Betoogen L CL: demonftrare\z\c 
de Kanttedk: op Toog bij de L Rqg. 

Ver- 



{19 R E G E L E N V A N O E, enz. SijUgf N>. 4. 

00<o/0). ÓÓ. 

V. V. 

t ViRHOSEN i. CL: Utarii II. Rcg. Vbkboogen I. CL: atlurt; VII. Reg. 

. Z. Z. 

Zogen, ftrca ; Zij ZoGBH , fugi^Mti Zoogbn I. CL: Uaare-j en Zij Zoogbs, 

I. Reg: bij Zoog. laStthutt \ 1. Reg: de Kancteek: op 
Zoog. 

ZoLB, _/«/»; IV. Reg. fZooLB, f|s»«v« flwAVï Befluit-lijft. 



VAN 



i 

10. Rtikwijp. 3** \ 

V A N D E 

ALGEMEENE 

TAELDEELEN. 

Tiende RedewilTeling. 
N, en L, 

N. W~^ Ene optelling te doen van de Algemeene Deelen cencr Reden 

L^ (Part es Orationis)^ is wel onnoodig voor elk die in 't School- 

1 j iche niet onbcdreven isj maer, dewijl alle Volkeren die Tgcl- 
deelen gemeen hebben (de Articuli uitgezondert , want deze- zijn alleen bij 
ibmmige Volkeren in gebruik ) , en dewijl alle onze gedagten door 
^ic weinige Deelen worden uitgedrukt , zo moet zekerlijk in dezen een 
Pbilofopb^cbe fcheiding onzer Denkbeelden opgefloten liggen y waerom die 
ftofFe mij wel dubbelwaerdig toefchijnt , om door ons nader bcfchouwt 
te wcrdoi. 

Li. Van die zelfde bevatting; aengedaen zijnde 9 heb ik, niet lange be- 
vorens onze eerde Redewiflehng opquam , een klein opftel deswegen bij 
een gefchikt gehad, beftaende in XI IL AfTnijdingen , naemlijk aldus. 

De Tael ftrekt niet anders , als om , door bijeengevoegde Klanken , of Na'tuer- 
door Lctterteekcnen , die de Klanken verbeelden, onze Gedagten of B^-^^fi? 
fchouwingen te kennen te geven. vandc 

II» Deelen der 

Alle onze Befchouwingen hebben tot onderwerp een zekere Zaek, hetT^clkundc 

lij ccnc wezendlijke of waerlijk zelfftandige (als Mensch, &c.) het zij J» 't Alge- 

ccnc dcnk-kundige of befchouwlijke, en even of. die zellbmdig ware, bijïï^^j'^^^ 

de Spraek en de gedagten in^evocrt, als Geregtigheid, enz. Hierom onder onze 

kan 'er geene verlraenbare reden ge-uit worden , die niet zulk een Onder- Dcnkbeel- 

wcrpj dat men gewoonlijk een Naemwoord {Nemen Subftantivum) noemt, ^^j^®* 

ofte Dcvat , ofte anders door bijteekens of bekende omftandighoden aen- ij^lm 

wij ft. SuBfianti" 

]J[^ vumReaU» 

Moer hoewel de eigene zclfftandigheid der dingen door ieders benaming j^^^^jj 

S s wora u. 



5tt VANDEALGEMEENE lo. Rede^f. 

Avord acngewczcn , onze mcefte bedenking nogtans is bezig omtrent de 
Toevalligheid I welke bellaet, of in de beweging, of inde hoedanigheid, 
of in beiden te gelijk, 

IV. 

Vnhum. I^c beweging drukken wij uit door Wcrk-woorden (Feria)j die men 

ook gevoeglijk Tijd- woorden kan noemen ^ want door de Beweging word 

'de Tijd , en die door dezen onderkent. Men kan ook de Ferbd*s acn- 

merken als BèveJUg-woorde» , overmits afle Gez^ zonder eenige BevdU- 

^ingof F'erbumzijnde ^ zander floten gebrekkig is > de Ontkenning moet men 

in dezea gevalle mede voor een beveftiging ym het Niet rekenen. Deze 

-if^wnOT, Wcrk-woorden zijn, of Bedrijvende {uldtiva) als Slaen , of Lijdende 

Paffivum (^Pajfna) ds Geslagen worden, of Onzijdige of Befb^óide {Neutra) 

Urum!'*' als Blyven. Of anders , bij aldien men de beveftiging der zaken be- 

verkum fchouwt zonder opziet van beweging of ruft, zo bedient men zig van 'f 

Suhftanti' zogenaemde Zclfftanoige of Beftaende Wcrk-woord Zyn of Wezbk. 

^^irhum ^^ ' wanneer de werkmg tot de Perfoon zelf wederom ftraelt , zo noemt 

Jticipro- i3icn die Werk-woorden Wederkeerigj als Zig. Bedienen 9 enz. 

€um, V . 

Nomins De Hoedanigheid der zaken vind men verbeeld in de BiinamSn (Jd' 
4j0^iva. JeSiva): het zij opzigt hebbende op de Gedaente en de Geftalte (Figura 
G? Forma) y ofte op Sc Soort en 't Gellagt (Species 6? Genus^^ of op de 
Hoegrootheid en de Hoezwaerheid ( quant it as Gf gravitas) j of op de 
Waerde en Deugd (Dignitas 6? Firtus): De laetfte liggen alleen gegrond- 
vcft in de Vergelijkinge en 't Befchouwlijke, 

Advirhié^ Dc Hoedanigheid, naemlijk den Aert, de Hoeveelheid, Tijd, en Placts 
der Beweginge of Daedelijkheid geeft men te kennen door Bij -werk -woor- 
den ( jidverbia ) : Dog de foort der Beweginge door het Wcrk-wooid 
zelf. 

VII. 

Dus dan, even gelijk het -Mjeaivum ten dienfte is van het Nomen Sub- 
fiantivum^ alzoo is het Jdverbium tot het Ferbum. 

Deze zijn de natuerlijke Deelen in welken onze Denkbeelden beflaen: 
de verdere Deelen eener Reden , als het Pronomen , 6? Participium , dc 
Prapofitio^ ConjunSio^ InterjeSiOy i^ Articulus^ zie ik aen als nutte Konft* 
leden , door aenwafch van Tijd , om dc verandering en 't gemak in dc Id- 
dinge onzer gedagten, ingevoert. Tot beveftiging van 't welke ik zou 
kunnen bijbrengen, ózl dcPritpofit: ^ ConjunSl: 8cc. in onze Va'maegtfchap* 
te Talen van ons en van elkander meer verfchillen, als de Ferba of Ne^ 
mina 5 waerfchijnlijk vermits later en federt de verfpreidmg ecrft ingevoert 
zijnde. 

VUL 

ff9mmm. De Pronomina (of Voornaemwoorden ) zijn als Stedehouders der Nomi* 
na Subjlantiva £5? jidjeSiva , ftrekkende om 't verdriet van dc herhaling 



der eerftgenoemde namen te voorkomen. 



Het 






10. lUimiff: T A E L-D E E L E N. 315 

, IX. 

Ilct Pétrikipium (ofte Deelwoord) is a%cleid van tcaFerbum^ en fluit i>4r/*cï: 
in zio cene bepadde of onbepadde tijd en didelijkheid in , zonder opzigt ^^«^w. ^ 
ran Pci^n , dog bctrcklijk «op een Zack: liieroin word bet in de Val« 
buigingen {cajus) behandelt en va*andert, even geiijk een jldjeRivum*y en 
voert alzoo den naem van Deelwoord, als in zin en veranderinge deql 
hebbende aen de eigenichap van het Verbum en 't jidjeSivum tefièns, 
en zijnde in dezen opzigte een zeker JdjeSlivum Ferbale^ ofte Bedrijvend 
Biinaem-woord. 

X. 

De Préepofitttmes (ofte V^wrzctfeb) zijn cscn zeker flag van j>lactfelijke Pr//e/&w. 
Adverbia^ die ook dikw^b hunnen opzigt hebben op het Einde, het: 
Middel, de Oorzack, en Plaets der bewerkte zaken, als wanneer ze ook 
bij de Ntnmna of bij de Pron^mifta gefirhikt worden , en van die ecne 
verbuiging' van Ca/us begeeren (als. Onder den duim, Binnen's Huis, 
Met Hem, enz:) , terwijlede andere Adverbia gemeenlijk op geenc veran- 
dering van Cafus zien. Dog wanneer de Prapofitiones op de Werkinge 
toegepaft, en daerom bij de Ferba koppdsgewijze gevoegt zijn, zo ichikt 
z^ het Subjiamvmm niet na de Prapofitio^ maer na 't Verbum : als Hy 
ONDBRviiaG H&M , alwaer Hem van 't Verbum Vangen beftiert word, 
ea niet van de Pfé^ofitio Onder. 

XL 

De Cof^unBitmes ( of Koppelwoorden ) verftrekken alleenlijk tot gemak Cêtljnnüiu 
van de Leiding der Reden , tot voorbereiding van den aert des Gezegs , 
en tot verbindinge dei* Leden. Deze zijn ten diende vaneen Gczeg, even 
gelijk, het Adjeüivmn ten. diende van het SubfianiPvum is« En , vermits 
onze gedagten veelal op de beweging der dingen bezig zijn, zo ftrekt het 
gebka van die genen, die eenige onderftelling , voorwaerde, ofte wenfch 
te kennen geven zig ook uit over de Wijzen der Werk-woorden ( Modi 
vtfbcTutn } • 

XII. 

De ItaerjeStiêms (ofte Tuflcnwerpfel») zijn in zig zelf een foort v^ca^^h^^*. 
Adverbia ^ die , als bij Uitgalming , de Ontroeringe des Gemoeds uit^ 
drukken, 

XIII. 

De jArtkali (ofte Naem-leden, ook wel Leed-wooiidtjesgenocmt) zi]n ArticuUt^, 
eenfbortvan Pronomina) die men bij Oude Talen zelden vind , dog cfie 
thans bij demeefte fpraken vza Europa gebruikt worden. I>eze A rekken om 
den netten zin en opzigt op de min- of meer-bepaekheid der woorden diri* 
ddijk te onderfcbeiden ^ terwijle zutks in ^t Latijn , vermits de Arfic»N ^h ^ 
duT geen plaets hebben, uit de Omftandighedeur moet gegift worden. Zie 
daer mi)n Heer dit mijn kleine QpdéL 

N/ Om de beknoptheid. Mijn Vriend, zou ik het beminnen, en cm Van de 
•t gewigc en de Wacrde dezer Kennis zou ik het fcoeken. Maer onder 7^^^^ 
dexc Negen Dteelen, zo Natucrlijke ab door Konft-bedagte, zijn 'er Vier, ^^^^^ 

Ss z alslen. 



3Z4 VANDEALGEMEENE lo. Redtm^. 

als naemlijk de ArticuUs^ het Pronomen , het Nomen Subftan^vum 6f jU^ 
JeSlivum y en 't Partkipiumy die ten opzigte van hun Getal (^NtÊmerns)^ 
Geval {Cafus)f en Geflagt {Gemis)j hunne Vcibui^;ing {DecUnatio) oo» 
derworpen zijn ^ en nog een Rcde-ud of 'Eael-ded » *er , naemlijk YnSi 
Verbum y dat ook ten opzigte van *t Werken, *t Lijden, en 't Zijn> en 
ten aenzicn van de Zeg- wijzen (MoJi)j van de Tijd-deelin^en (fempara)j 
van het Getal { Numerus) ^ en van dePeribon {Perfona ^ zijne Vexbuigin* 
gen , of Veranderingen of Vervo^ingen ( Cof^ugatio ) onderhevig is. De 
andere Vier , te weten het Adverïium , de Préepojitio , ConjunBio j t^ In* 
' terjeSlio zijn Onvcrbuiglijk. 

Schoey dan dog dit gezeg van de verbuigiaemheid^der Deelen eens 
op de vorige leeft , pm te vertoonen uit weUke leiding onzer denkbed* 
den die gemeene veixleeling gefbroten zii \ mij dunkt oc£ dat het wd bc^ 
vatten van deze zaek den grondflag ontdekken moet van 't opzigtelyke Be* 
ftier der Woorden , dat men gewoonlijk onderden naem van Synfaxis betrekt, 

III, L. Zo doet het , want zo dra men zijnen aendagt veil op de Zaken 

Van de zelfs, en op hare Hoedanigheden (dat is, volgens de II. en V. Aflnijdmg, 
7^*h ^^ op de Nomina Subfiantiva , en op de AdjeSiva ) , zo komt ons ten e ci - fl cn 
der^Naem- ^ billijkheid te voren van die Algemeene Tael- regel naemlijk , dat dt 
woorden. ADJÉCTIVA^ vermits toevoeg fels van de SUMSTANtlFA zijnde ^ zig te 

SM$in fcbikken hebben na dte^ zo wel in GENUS , als NUMERUS en CASUS. 
^Jl^^*"' Macr, belangende den waren dienft en kragt der Verbuiglame Deden, 
Adjêhi'^ toen ik die zocht te kennen , liet ik mijne gedagten weiden over de toe- 
vmn. vallige Verandering der dingen in 't algemeen , en over derzdver onder- 
linge opzicht en naefte gemeenfchap : en de verdeeling die ik daer op 
vond was de volgende. 

Het heeft weinig in te weten, eerftelijk, dat we in de belchouwingea 
der Zaken op de Eenheid of Veelheid ziende ^ het onderfchdd van den 

Kumms Numerus of het Getal (beftaende in den Singularis of het Eenvoud, 
stnguUris en den Pluralis of het Meervoud ) zoeken aen te duiden 5, hoewel ibmmi- 
^jf ' ge Volkeren ook eenen Dualis (of Tweevoud) in gebruik hd>ben : en 
ten andere, dat we de Zaken in hare Geflagten aenmerkende j het ztj al& 
GnusiidP- Manlijk ( Mafcul: ) , of als Vrouwlijk ( Fosmin: )i het zij als Geenerlei 
eal:iB€mim {^Neutrum) , het Ondericheid van 't Genus daer in vinden : Maer de na- 
^^^ tuer of den aeit der Cafus te befchrijven vond ik vrij wat moeilijker ^ niet 

Van den ^^ zeer omtrent den Nominativus , in welk geval de Perlbcm of zaek is 
Aert en die werkt (als de Mam loopt) , of die bezit (als de Man beeft) y of die 
f h^^S" • be^^ (als, DE Man «, of word): nogt' ook niet omtreot dai Dativns^ 
adn(toC4-^^ de Begiftigde, of Aen iet toegeëigende Zaek of Perfoon veibedd (ab 
fus. Dien Man, of Aen dien M au wierd gegeven of têegeeigent)i jrólijk ook 

Cafus N^ niet omtrent den Accufativus , in welk geval cfe bewerkte ot JLijdeode 
mnativMs. Zaek of Perfoon zig bevind (als Betoom uwen Drift): en nog minder 
ju^ti. omtrent den Voeativusy m welk geval de Aengeroepene fiaet (als Gy, of 
vut. o Groote- Vorst ; s maer allermeeft omtrent den Zoogenaemden Gemti^ 
Vêcutivus vus &? Ablativus : Want (i) als ik zeg, Een JJef hebber van Geregtig* 

G$miiv»u HEID 



10. Redcv:èf^ T A E L-D E E L E N. jif 

HBiD ( dat is zo veel als Een die liefde heeft tot Gerechtigheid ) , of als 
men zegt De Uefde Gods (voor de Liefde tot God)^, zo komt in den 
Cafus (jcmfivus de zaek of Peiibon die bezint is , en dat gene waer toe 
de werking derbijgaende zaeke is uitgeftrckt. ( i ) Wederom , als men zegt, 
De Kinderen Gods, oi De Huisgenooten van dien man, zo komt de G^- 
nitivusj aU een Toebehoorend, of Eigen bezittend geval : (3) Ten derde, 
als men zegt Het werk van zyn Hand (dat is, het werk door zijn hand 
gewrocht), of Gods Liefde ^ Barmberttgbeid enz: (d: i: de Liefde, Banu- 
hTrüghcid enz: die God bewijft), zo komt in beiden de Genitivm als Ver- 
oorzakende of Medewerkende. Hoe zal men nu deze driederhande geval- 
len van den Zoogenaemden Genitivus onder een betrekken? welke gemeen- 
fchap is 'er tuflen hen ? 

N. Ik bekenne dat die duifbris, en nogtans, dat. te verwonderen ts^ 
vind men immers bij meeft alle Talen deze driederhande Genitivi gemeen- 
lijk op eenc wyze uitgedmkt. 

L, De Gemeenfchap, welke ik in deze Genitivi befpeurt heb, is deze, 
dat bij ijder van hen twee zaken , of, dat hier het zelfde is , twee Subfian-* 
tiva's zoodanig bij een verbonden worden , dat die te iamen in eene Iborte- 
lijke veranderen s want bij de woorden Liefhebber van Gbregtigheid 
word de algemeene zin van Liefhebber enger ingetrokken tot een* 
bijzonder foort van Liefhebbers $ zoo gefchied mede bij de woorden Huis- 
6ËN00TBN VAN DIEN Man \ en Het Wcick van zyn hand : en hier 
op zinfpeelt mooglijk de Latijnfche naem van Genitivus , als het Genus tot 
eene Species veranderende $ zo dat men dit Geval als het Soortelijke, of Eiï- 
ger-intrekkende , of 't Geflagtelijke kan aenmerken^ ofte ook, dewijl bij 
zulk een* Samenkoppeling van twee zaken , altijd vereifcht word , datze 
oiKierling eenige gemeene Eigenichap met elkander hebben , vermits ze 
anders tot geen foort konden overgacn , zou men 't aenzien konnen als het 
Eisenichap-hebbende geval , voor zo veel men op de gemeenfchap ziet , of 
anders, als het Verknogtende of Zaken-koppelende geval, als zinfpelende 
op de bijeenvoeging der zaken. 

N. Maer hoe ftaen We met den AhUtivus , die gewoonlijk Afnemer ver- 'AUêthtml 
taeld word ? Dit Geval kotnt mij niet minder duiller te voren : Want 
.wat voor een Afneming is *cr, wanneer men zegt In dat Huis^, of Te^ 
ZYKEK Huize? alhier is de Abhtivus vertoevciide of verzeilende (Commora^ c^mmeré- 
tivus) ; ofDitwierd volbragt door, of met hem> aldaer is de jfUêtivus thus. 
Veroorzakende of Medewerkende ( inftrumentalis )• iwflrttmsn* 

tdlis, 

L. Nog is 'er ook een Jhlativus Narrativus ( van Verhael ) , als. Men Narran- 
f preekt Van Hbm. Dog de vierde Jhlativus , namelijk de Difiretivus '^^'^ . 
( of •t AfTcheidende Gevjï ) heefi den naem van Jblativus niet oneigentlijk 1 ^^*^^^^^^ 
als yan Hem, Tm Hem afy Uit het Huis, zonder dat, enz. 

Deze Vierderhandc Jblativi zijn zo flrijdig van acrt ^ In en Uit > en 

Ss 3 ik 



5^6 VANDEALG EM E E N E lo. Reitwif 

ik bekenne gaerne dat ik tot nog toe na mijn genoegen geene gemeen* 
icbap heb kennen uitrinden die haer alle vier influit. Bij gdmek van die 
kon men zig ondertulTen behdpen met den gewoonen naem van jftlafi* 
vus , nemende dien , voor *t gene het gebruik hem doet beteekcnen , ed 
niet voor 't gene hy na dè Letter zou beduiden. 

N." Uit het vöorverhaelde is ligtclijk op te maken , dat de Latijnfche 
benamingen van de Ca/us meeftendeel niet zeer eigentlijk de zaek uitdruk* 
ken, macr nog minder de gewoone vertalingen van die, als NMmer^ Boe* 
f er , Gever , jfenklager , Roeper , en Nemer : immers zou het den zin van 
\^ertaling nader komen , als men zette , bet Noemelijke , V Soortelijke , V Be* 
giftifde , het BetigtUjke , V Aenroepeltjke , en V Afnemelijke gevaL Dog het 
t willen over de Namen is maer tijd fpiÜen , men kan, gelijk je zegt, die 
gebruiken voor *t gene 'er thans mede gemeent word. 

Maer onder welk geval betrekje 't , als we zeggen , Om Hem , Fan 
wegen en w^r Hem, tegen Hem ^ over Hem, en Tot Iet, enz? 

Auuféith^ L. Dit kan men noemen^ het Toe-flrekkende Geval, of het Bcwerk- 

vusmoti- te Beweegmiddel , of in *t Latijn den Accufativus motivus. Tam bedient 

w/. men zig ook van nog andere Prafofitx bij den JccufatPvus locaïis , die het 

^^^U^^u' P^^^^y '^ bewerkte geval bekleed , als mcsn zegt , Bij^ Om , Rontom , omtrent , 

**^ ^^ ^' naeft^ nabij Hem , nae Hem, iwr, agter^ tuffen , en hoven Hbm, Op 

Hem , Roven op Hem , beneden , onder , en Over Hbm , tegen Hbm aen\ 

door t>ATj en door Dat been^ en Binnen ^ en Buiten Datj hoewel men 

dit Binnen en Buiten y ook eertijds bij den Genitivns gtvoegthecft ^ alstocbe- 

hoQrende> en hier van zegt men nog Binnei*! en Buiten ^s Hvis^ even 

of het ware In '/ binnern des huizes. 

N. Gönoeglkcm kan ik nu uit uwe befchrijving van de driederhande 
Cenitivi , ca vicnfcrhande Jblatrai be^jpen , waerom in fommige gevallen 
ócGénitivus ch Jblativut de zelfde fchijnen te zijn, als *Tis een tFerk vaw 
Hem^ en Dat werk komt van Hem : zijnde de earfte een Genitivus^ en de 
laetfte een jiblativus , dog hier in elkander gelijk , dat ze beiden in 't Ver- 
oorzakende en Medewerkende geval zijn. 

• 

L. Evenwel is 'er nog een kennelijk onderfchdd tuflen die twee, want 
bij dien Genttivus komt dlomme een ander Subjfantivum , aen ^t w^e die 
behoort en toe-ge*eigent k , terwijl deze Jbtativus akijd aen \ Verbum 
zig verknoopt. 

N. Ik heb ook aengemerkt, datje, bij denGenitivus in de eerfte plaets 2ct 
Liefde Gods voor Li^bfdb tot 6od ; en in de derde plaets Gods Likf- 
DK, voor Db Liefde die God bbwtst. Is in deze verzetting zo tc^ 
knigt van onderfchdd? 

L- Gernc wetcndlijke , dan dat het eerfte , ak de Libfdb Gods , wel 

in 



10. R€drj)i£\ T A E L D E E L E N, J27 

in beide de zinnen gebruikt word, namelijk voor' db Libfob tot God, 
en £>£ LiBFOB DIE CioD BBWYST , tcrwijl het derde , te weten Gods 
LiBFDE, alleen de laetfte beteekenis heeft > Hierom kan men ook de Woor- 
den van het derde omkeercn , en zetten daer voor zo wei Liefde Gods, ^ 
als Gods Libfde, iftaer bij *t eerfte niet, want Goos Liefde bcteekent 
nimmer bij ons, db Libfdb tot God. 

N. Was het dan niet gevoeglijkft, dat men voor het eerfte altijd zette 
Libfdb tot God {jlmor erga Deum?) dit is buiten alie twijfFelzinnigheid. 

L. Die ondcrfcheiding is gants niet onbillijk 1 en voor het derde kan 
men ook bij ons zonder eenige zin verandering zetten niet alleen , Db , 

liefde Gods, moer ook Db liefde vam God, zo wel als Gods lief- 
de {Amar Dei). 

N. Als ik alle de onderichcidene Gevallen optel die hier aengewezen 
zijn, zo vind ik *er in ftée van de gewoonlijke zes, ten minften elf, als 
I Nominatïvus^ 3 Genitivij 1 DativuSy i jtccufativus ^ i Vocat\ tw/^Ah^ 
latM\ of zo wij den Accufgtivus ook in driën kloveü, dertien. 

L. Ja ten naeuften genomen, zou men konnen 2^gen dat onze Voor« 
ouderen niet meer dan Vier gevallen ondericheidentl^ gebruikt hebben ^ 
want Vocat\ en Nominat: was eveneens, zo mede Dativ: en Ablat: Maer 
onder ibmmigei andere Volkeren vind men 'er die van meer als Zes gevallen 
zig oodericheidentlijk bedienen : zo komt volgens de Armenifche üramma^ 
fica^ in de ichrijftael , de Cafus AklstivuSy & Narrativus^ 6f Commorati^ 
vus , & InftrumttttaUs elk bijzonder \ gelijk ook een Cafus circumlativus ^ 
als Gbakumb {circa oculum) , welke plaets onze jtccujativus localis be* 
kleed. 

Macr alvorens we van de Cafus aflcheiden , zo laet ons die nog eens op 
cene andere wijze meer i priori befchouwen. 

Eene zaek is, of enkeld, of Verbonden. IV. 

Enkeld is ze , ak ze op zig zelf aengemcrkt word , gelijk bij eene Andere 
Aeogeroepcne Zaek of Perloon j en dit maekt den Focativm. ?e c^Zuc 

Verbonden of te ^mengezet zijn de Zaken , eerftelijfc als *t Zaken m^ bcfchou- 
Z^ken zijn , en ten anderen als de Zaken verkeeren met zulke dadelijkhe- wen. 
den of bezittingen, die wij door l^erba uitdrukken. 

£en Zaek word aen een* 2ack verbonden , al ze aen die zodanig word 
toegeëigent) dat ze te iamen tot een ibort overgaen$ als Des Volks Ge^ 
fiegcntbeid'y en hier uit word een Genitivus geboren > of zo de Zaek werken- 
de en ergens toe uitgeftrekt is, als , Uefae tot Wellust , zo komt de 
bezinde zaek als een Accufattvus motivus ;« of zo de zaek werkende en be« 
giftigende is, als Opdragt abn Hem, zo komt 'er een Dativus uit. 

Dog zo wanneer de Zaken met Ferba verkeeren, zo komt ons te vo- 
ren. ( 1 ) De Bedrijver, of Bezitter, of die Beftaet, als, Hy Jlaet^ beeft y 
of is : dit noemt men den Nominativus. ( z ) Wat 'er bewerkt of beze* 

ten 



}i8 VANDEALGEMEENE lo- Redewiffx 

ten word ^ als , Mmh vervolgt j of beeft Hem : dit noemt men tien jtccufati" 
vus. (3) Aen en voor wien de werking gefchied en toegefchikt word, 
als , fnen gaf of fcbreef Hem ; of ten opzigte van wien of welke zack iet 
in gelijkheid beftaet , als , Aen Hbm gelijken 3 en deze gevallen noemt 
men den Dativus. Eindelijk (4) Wacrdoor, waermeê, waer van, wacr 
in , waer uit de werking gefchied 3 en hier in is de Jtblativus begre* 
pen. 

N. Mij dunkt dat ik in deze laetfte Verdeelingen den grondflag van 
onzen Syntaxis voor 't meeftendeel opengelcit vinde. 

V. 
Van de L. Maer , mijn Heer, het ons de verbuigfame Deelen vervolgen. 

Verbuig- Uit het gezeidc is lietlijk te zien , dat de Pronomina , die in plaets van 
d«Pw- Nomina komen, en oc JrticuU die een (bort van /'roii^miia uitmaken, ak 
nümind^ meê de Participia die voor AdjeSiva dienen, dezelfde belchouwingen , en 
jinicuUy gevolglijk dezelfde gevallen van veibuiging^n onderworpen zijn , van we- 
Pdrricifid. g^^ j^ gelijkheid van acrt. 

N. Mij (chiet ook te binnen , dat je nog niet gemeld hebt van de toe- 
valligheid die fommige Nomina jidjeStva te beurt valt , ik meene de Ver- 
gelijking of Vergrooting } als , de trap van Stelline ( PoJiPivus ) , van Ver- 
groocing {Comparativus ) ^ en de Oppertrap, Superïativus. 

VL 
Vanden L« Waerlijk ik had dit bijna vergeten: Dat nu dezen in^dijks, ver- 

Cêmf^ratir mits jidjeSiva zijnde , de Verbuiging en de wamieming van Senns & 
^'^l^ ^*" Numerus even als de andere jtdje&iva onderworpen behooren te zijn, leert 
fr 9VUS. ^Qig(|nt3 ^ natuer van de zaek: No^ans wil *t gebruik onzer Tale dat 
de Comparativus onverbuig(aem blijve m alle de Qeima^ zo wd in Singnl: 
als in Plur: niettegenftaende de Pojitivns en Superlativus even als de ame- 
re AdjeBiva in de verbuiging behandelt worden. Op wat rede dit ge- 
bruik (leunt , of waer uit het bij ons gefproten zij 9 neb ik nog niet kon» 
nen begrijpen. 

VII -KT 

Van de N. Den aert der Deciinatien dus beichouwt hd>bende, laet ons nu over* 
Verbuig- gaen tot de Qmjugatien^ 

faembeid 

woorden." ^* ^^ ^^ ^^^ g^dagten wenden tot de Beweging der Dingen , 20 
Genus vir- vinden wij daer bij te bdfchouwen, niet alleen, ( i ) gelijk ik gezegt heb, 
borumyAc'ot 'er iet Bedrijvende, of Lijdende, of Beftaende zij, welk onderfchdd 
^^JJ**»'^den Aert der Werk- woorden, 0emeenlijk Genus F^rborum genaemt, aen* 
Niutnm. wijft: maCT ook (2) of de Werking door een of door meer PeHcmen 
Nunmus of Zaken gelchied \ \ welk door den Singular. en Plural: onderfchciden 
s'mgtU: c word , hoewel bij fommigen ook nog eene Dualis ( of tweevoud) in ge- 
Pelrlnêu ^^^ ^^' (3)- ^ë onder de Perfonen zijn. Ik en Wy, de Werkers 
1,3. ' die fpreken j Gy en Gylibden , zijn *t aen wien men fpreekt : Zy, 
Hy j Men , en Het , en verder alle Nomina zijn 't van wien of van 

welken 



ro- Red^if. T A E L-D E E L E N. ' ^tp 

welken men fpreekt. Ondertuflèn bekleed bij óns het woordcje Mb^ de 
plaets van 't algemeen •• perfbontijke , en ons woordtje Het veiilrekt t>m 
het Gczeg of de Zaek m 't algemeen aen te duiden : maer in plaets van • 
K)ns Men, waer voor de Franlchen On gebruiken, kunnen we ook door 
het PaJJivum^ even gelijk de Latijnen, oit algemeen-perfonelijke uitdruk- 
ken, mits we *er 't woordtje Daer bij voegen^ want het is bij ons het 
zeUde, of wc zetten, Men zegt {Gaii: on dtt)^ of, Dabr word ge- Tempik 
zzGT (DiciUér). (4) Ten vierde valt aen te merken t>f de werking Da- p^^^*^/.* 
delijk, of Voorbij, of ^enftaende 2Üj j en dus komt 'er bij de Ferbayj ttxitum, o* 
Tegenwoordige ( Prafens ) , een Voorledenc ( Pro'teritum ) , en een Toeko- ^utHrum. 
mende tijd (Futurum), (f) Enten vijfde, op welke wijze de werking ge- 
fchicde, het zij Onbepaeld {Infinitivus modus) ^ zonder acnmerkiog van Per- ^fj^J^' 
ionen of getale het zij Bepaeldelijk , als Beveftigende of Aentoonende {In- i^^^ 
dicativus ) , of Gebiedende ( Imferativus ) , oé Onderftellende ( Subjunc- vhs\ in^ 

tivus). ratiyus,^, 

N. Ik vind datje onder *t optellen van de Tijden niet vermeld van "t 
zoogcnoêmde Prateritum ImpirfeSumy ö* PlusquamperfeStum. 

L. In de Natuei- zelf is *cr eigentlijk geen meer nog ander opzigt dér vj^'hct 
Tijden dan het Tegenwoordige , het Voorledene , en het Toekomende. oude Duit- 

Ën , aengeziea wi) benefiNsns de anderen van Duitfchen Stamme het Fu- fche ge- 
turum 5 als mede het zoogeneuemde Prateritum perfeSium , fcf Prateritum ^^^ ^ '^ 
flusquamperfeStum^ niet zonder Halpwoordcn {Verba jfuxiliaria) kunnen ^J^ ^^ 
uitdrukkea, zo blijkt dat ook onze oude Voorvaderen , zo in Indicativo het onder^ 
als in SubjunSHvo^ even als de andere Oud- Duitfchen , zig alleen bedient feheid der 
hebben van het Prarjinsj en van dat PrateriUimj *t welk- men nu gewoon I^J^^*^ . 
is Pr^eteritum Simplex , of Prater. ImperfeSlum te noemen , terwijl Futu^ 
rum £5? Prafens ook even eens klonken. 

Zoo vind men 't bij het Moefo-Gotthifch van omtrent de 4: Eeuwj 
zoo mede bij 't AngeUaxifch en Frankduitfch van de 8 : en p: eeuw , als 
nacmlijk , bij het Kvangelium in 't A-S> dat Junius neflfens bet Gotthi*^ 
fche heeft gevoegt, en oij de Oud-duitfche vertaling van Tatiani Harmo^ 
nia. Het Futurum word daer aengeduid door 't Prafens^ en onze Prate^ 
rita Compofita (ak 't Préet: Perfectx 6? Prati plusquamperfi) die 't hulp- 
woord Hebben een dicnfte nemen, is 'er buitengebruik; evenwei is bij 
elk daer van ^ hoezddiaem 't zij, eene proef te vinden, als een voörteeken 
van ccnc gewoonte , die eer lang in 't fchtxj ven flond door te dringen^ gelij k die 
•mooglijkop de tonge toen al zo nieuw niet meer was 5 want de Schrijf- 
trant volgt gemeenlijk de veranderingen van de daeglijkfe Spreektael niet 
als traeglijk : De zeldfaeme Voorbeeldai daer ik op zie zijn dezen. In 
't A'S^ ®a 010 l^ifbon Befungtne {Cum cantafent) Matth: XXVI. ?o. 
en %t Öabïie getÖOfob {Paffiis fum) Matth: XXVIÏ. rp. Wijdefs bij 
Tatsac» vond ik het F-TH , f^mtt fbriegana in fmcmo l^r^en ( Moecba- 
tus efi in fuo corde) Tat: Cap: XXVI IJ. i. pag\ 6t. 

Dog bij 't Frankduitfch van omtrent twee eeuwen joi^ , te weten 

Tt ' bij . 



l^o V A N D E A L G E M E E N E to. IMèw^ 

bij fFrUer: jiUêtis Parapbr: in Cantt Cantk: y vind men doorgaends dt 
Ferba met de- hulpwooidea HfiBBc^r ca Zu^lbn diergdijk ais nu bi^ 
ons gebruikt. 

N. Het ondcrfchcid van PrMeritum Perfedl: en J^r£Pi Plusquamperf:. 
kon men , beken ik wel, Hgtelijk miflen , want me& het Pr^fteriium Jimplex wicrd 
het nacuerlijkc vereiTch om de voorledene zaken uit te drukken genoeg vol* 
daen , even gelijk ook bij 't Hebre»fch : maer dat het Futurum geene bij* 
zondere uitcmikkingen had is vreemd. 

L. Het klinkt nog ruim zo vreemd 9 dat in *t Hebrceufch , alwaernietanden. 

tleBMxtêf' als 't Prateritum ö* Futurum dient , het Pr^fens oncwen is, zulks dat het of 

cramm^^ door 't Participium of door 't Pr^tteritum en 't tuttirum word aengewe- 

Hthr^^] p. ^n. De Taelgebruikeo hebben te mets vonderli^e oorzaken : Immer»^ 

%^^ is 'er weinig rede voor te vinden, waerom men de te&;enwoordig zijnde 

zaken als toekomende zoude uitbeelden f Dog in tegencfeel, dat men voor 

Toekomende zaken geen uitdnikking bijzone had y kan men y wd ingp^ 

zien zijnde, niet wel anders duiden als. tot onzer Vooroudexen lof: want 

de Toekomende zaken, zo ze buiten het pligtelijke zijn, komen gcmcezh 

lijk zoo onzeker voor 't geringe menfchelijke verflaod, dat weinig of iiict 

igtigbdd 



maer zo men 't Pli^lijke tot onderwerp» had> 't zij eene verbintenis, *t 

zij een. belofte van^ ie«] te zullen doen , daar in vond men y. volgen» aOcr 

getuigenis , zo veel trouw en- d^dijkheid bij de Oud^^iuitiche Vooroode*^ 

^Tutti ren, dat hun woord hun Zegel was^ 20 dat zij van zulk toekomende ab. 

^^!^. tegenwoordig konden fpreken \ dus getuigt ook l'actÈus van de Germa»m 

mmlrls ^ ^ '^ algemeen y ^ dat Mj bén de^ Qoedi Zedm mcfrdir dan elders de geedi 

véUitt^ IVetien vermogien, 

auam atiU 

UnAligi,. j^ jj^ jj^ ^^ ^. ^^ Moefo-Gotthifch in uw vorige boekje, agtci 
aen , al eenige voorbcielden gezien van dat Pligtdijk Toekomende door een 
Hulpwoord uitgedrukt? 

**Zie«M« L. Ja, mijn Heer, hoewd zefchaerszijn^: duskomt **akiacr in'tM-G,. 
iS^uffm^ #liaï toatirltjan Job: IX. 4, voor Jk moet tverAeny en j&fnd^a & 
^GmL liUtlb toa^/ voor Moefiy en JbMbOi & MS» ifl ^matl/ voor Hij meet 
fihti Sfrakg of zal komeu. Zoo komt mede ii> 't Alamannifdi van de* VIU. of IX.. 
2^ ^^, eeuw , + bij eene Vermaning voor 't Kriftcnvolk ,. aldus , ^ttt tt |^ 
/«ff P"* ffttïttt {quam babere debetis) y en bij Tatiaen Utefatt fcoita (Jeri 
jZic Cd- deberet). Zo dat de eerftc grendbcteekenis van ons Zullen , dat in 't 
uch: Thio- M'G ^ jfcïlUÏatl/ in 't AL: en F-TH, jfctUÏail / en 't A-S^^jfete* 
«iwiuit-^*** of fteofatl (debere) klinkt, een pligtvcrbindend woord is ge- 
gegeven ' ^eeft , en ons Ik zal eertijds zo veel zeggen wilde ,. als , 7iè verpüg* 
Ao,i7x3, te en verbinde mijy of boude mij verbonden y zijnde korts daer na, of genoeg-^ 
^« 74* zaem al in dezelfde tijd , dit Zal , Zoudb ^ en Zullen in gebruik ge« 
laekt om den tegenwoordig • algemcenea zin van het Futurum uit te 

beelden^ 



tö. lUSiwifi p' TT A fe L-Ö E E L E Ns ^^t 

beeUexi) cerft vind men 'tri, in de^cKdc Vermaning , ineen twijfitlagtig 

ëval, dacr *t pligtelijfccentockoniendeevenï^eeroppait, (als /^/rf: f:7 f.) AL: 
«ra et caj^iuc ftalf fin (f«w faivandus eft) j en O; 76.) AL: ni^ms 

gepcm ftlrf {ratknem rediiturus eft). Dog in een Verklaring over 't O»- 
x» P'adér van omtrent die zelfde eeuw bij 't zelfde boek p: 81. vond ik 
hffiFmarum d volledig j ab 9F-TH , ^a ttnt i|efR(]^n fïttfett / ttnöe gaftttl 
fndcn/ (**ï videUmus (^ habeéimus). Hoewel de Hoogdaitfers nog heden 
voor *t pligcelijke bun fWInt (üporfer^) , en voor *t andere futurum hun 
toetben tot hulpwoord gcbnjiken. 

Nog een zeldlaemen uitdruk van Futurum ontmoette ik in 't zelfde boek bij 
«ccne Oud- AUamaimifche Vertaling' van het zóogenaemde Sjmholum Athamfii ^ 
alwaar van de Opftandinge gezcgt word., * lHfe mail ri atflatAaiUlr eb ♦21^ 4^ 
"gun (Opsms bifmini^s re/urgent )y welke Spreekwijze uit bet pligtelijkc ont- Boven - 
tent fchijnt ^ «ven gelijk bij ons ook nog gezegt word ^ I« heb tb S^^- c<* 



»öBK {Ópartêt me factre)\ want bet AL: m^iml gelijk ook het M-G, 'fi^'^^'^ 
96tmM/ b$%èeA:Gr)de bet Éelflc als ons Hebben , en 't zelfde ah 't AL: ''^•^''^** 
ra F-TH, l^apen/ jgabetl/ en t M-G, fl^lton/ {hahere). En^ niet 
minder zeldfaem is 't, het geen ik nog bij de bovengetn: Oud- Al: Vermaning 

TMd ) 4uldmHjk ^ ^maxm it tm Cld^ffhm mm ^HifaftjBun etjuut (d: v. soreogt 

*^i»/ (?i^/: 4m Cbnijkn-mtfn óntfingen beU) ^ «Iwaer 't AL> <£fgan zelf^^^«*J. 
vtjof bnlpwoord vtói 't Praterittm gebruikt wordj c?ven gelijk ons Heb- '^^fi'^9\ 
XBN tegenwocM'dïg. Dog dk élles was van dien tijd^ totn «de bulpwoor* 
irx^rdisti bij ót f^9tbè Mig üi geon Yaft ^bruik Wai^n , ttn mkiften in 
^c fcbtijven oitit. 



* 1 



N. t ZöH wel niet onge^ro^^ijk tomdn, djtt: we bier nu tcgcnftelden 
"ons Hedeüdaegfe jgebrmk > *dos de avoï»k^d is reets veilodpen , d^^ ea 
boven zal zulks feter vo^en nier na , als we van de verbuiglijke Dec* 
Icn ieder ki *C bijfeondér tulleh bandelen 5 w$mt om elke zack te gerecdeir 
te kunnen zoeken op haer plaets 9 was ik voornemens mijne Vragen en 
Voorftellingen re fchikken volgens de gewoone Grammaticale orde van de 
]3eelen cener Reden : waerom ik dan ook verzoek , dat op onze Aaefte 
bijeenkomft de Aenmerkingen wegens de JrticuU een beurt mogen krij-^ 
geni en zo 'er tijd mogt overfchieten , dan die van de Pronomina. 

L. Hier öp heb ik een tegenv^^oek , dat de omtrek der zaken niet 
te wijd genomen werdc ^ op dat het werk mij niet overgroèyc , en óp 
tlat het Vertoon van de Regelmact en Rangfchikking dei* Verba ^ benet* 
fcns de Proeve van een Geregelde Afleiding^ die genoegfaem *t eerftc bc* 
^^e^middel van dit fchrijven Zyn, niet te verre acter de bank raken: ook 
begin ik al te haken na ruft in die (lofTe , ten einde de Gedagten , die hier 
in als eenigfints yan huis zijn , tot een wezendlijker vermaek eens mogen 
•wcderkeeren* 

N. Uw tegenverzofek meen ik in agt te nemen. Maer ik denk immers 
niet I djtt je de Oeffening in de fbeologifche Vtrfchilpuntcn voor uw be- 

Tt i ter 



3J1 VAN DE ALGEMEENS TAEL-DEELEN. ló. Re^i^ 
tci veminek rekent, vermits Zaken, welker duifterheid meeft vcFoorzaekD 
is , of door Waen , of door Onkunde , of ook grootelijks door Gloiie- 
zucht van de genen die deze CcTchillen ecrft op de baen brachten , ca 
die federt van velen met zo veel bitterheid van wederzijde acngcfiookt 
zijn : ik denk ook niet , dat het die hooge Metapby/ique befchouwingea 
zijn, die von Telen zo ftoutelijk ondernomen co miQ^k voorgeAelt wordoi, 
dat men hen vergelijken mag hij die genen, die vo'waeDdehjk met ftraUe 
oogen het Zonndicht willcwle bezien, zo veiblind raken> dat ze, *c gew 
voor hare voeten ligt, naeulijlu onderfchcidoi konneo. 

L. fiefchouwingen die tot een vrolijk Gemoed bchooreiir, hebben mij> 
nes aetem vrij wat heerlijkers in, dan 't gene gij daer. noemt i de zuÜLcn 
namdijk, die ons helpen tot het voomaemlle en nutfte gdiruik van al t 
Zichtelijkc, co van aÜe Wetenfchappeo , om overal zo binnen als buiten 
ons die Goddelijke Prediking van al 'c Geüchapene te verftaen , die den Scbep- 
per groot maekt en ons klein en nederig. Wat nug tog. eenigc Letten 
kundige Kennis daer bij vergeleken wofoea? 

N. Dog op dien voet kan ook de Nanierkundige- Befchouwing van èt 
Spraek- en Tad-gcbruiken voor geen gering voorwerp vcrftrekken , niet 
alleen voor zo vore ze aeoleidii^ g^^ °^ netter te leercn denken en 
fpreken , maer voomantentlijk , om dat ze ons de Waerdc en Heerlijk- 
neid onrcr Tak» en vooral net Vermogen in 't Letter-vormen en Spraci- 
voeren doende kennen y ons even als al het andere Gefchapene , en alle audcre 
Gaven van den Schepper aen ons gcfchonken , ïeer kragtig tot onzm. 
Wekloendo^ trekt} en- dat te mccty om dat we de Tael in 2 aixucsx fian^ 
del nergens kunnende mÜTen, gelU(ug-aen deze prediking voor ons krijgem. 

L. Dat mijn Heer het dus opvat , zal mij met te meerder luft dif: 
Wctfc doen vervolgen. 



VAN- 



ft 

V A N DE 

DECLINATIEN. 



Eerfte Verhandeling 



r 



Van de 'JÊhkuJi y en haer onderfcheidene gebruik 

na 't verfchil van StijL 

Elfde RedewÜTeling. 



K. en L* 



N. **" TT Et mcfte 



H 



r. 



aeiiieK van^ 
dcieVer- 



eenfchikken ^ zoodanig als het Subfiantivum behandelt word met zijn utd- n^m^^u^^j^ 
jiffivum y xoo in Mafiul: Fmmm: als NeiUr: > en dat niet alleen met zijn* 
jirticulus JndifinUivus EEN en Definifivus D£ en H£T daer voor, maer 
ook zonder jSrticulus% want ijder heeft zijne bijzoqdere waemenxing. Dog 
met eeneh) en wel voomaemkjk , zag ik gaerne daer bij gevpegt dat on* 
derücheid vaa Verbuigmg ^ 't welk het verfchil van Stijl vereifcbt , en 
waer van je. weleer mondehi^ mij eenice opening ge^pven hebt« Op 
deze 'wijze zal- ik in zulke. Voorbeelden uofiè genoeg vmden, om mijne 
voomaemfte Aenmerkingen of Vragen in te brengen,' over 't g^ne ik bij 
anderen onzer Letterkunflenaers of niet j, of met vokloende gevondea 

ir. 

L. Dat 's dezelfde weg die it op *t fpoor had , te meer om dat al WcJkc 
voor een wijl een ontwerp van diergeliike Voorbeelden bij mij was toe- rf^^"^^ 
gcRéïiu Maer 't zou wel voegen dat ik een klein berigt vooraf liet loo- vtfunirgm* 
pen van de verandering van Stijl. bij ons ver-; 

In dit Smk begeert onze T^ niet alleen onderfcheid van Bewoording^ cift word 
van Schikking, van Voctmaet, en van Stemleiding^ naer eilirh van ijder JJ-^^j^ 
dings minder of meerder ernft en waerde , even gelijk ook andere t^en, handeOiH 
maer dacrenboven ook onderfcheid in 't Verbuigen onzer Nacm- woorden- ^ï^rfcheid 
{ NantifM ) , onzer Voorleden ( Artkuü \ en Voomaem-woorden ( Pronomina ) 5: ^^ ^^^- 
ÏSL welke fraeyigjieid^^mijps wetens, g^ene der Europifche Talen met ona 

Tt j gelijt 



^^4 VAN DE DECLINATIEN. U. Xti^ia 

gelijk flact. Ten dicnftc van dit Dedineren verdeel ik den Stijl in dricn: 
als I . De Hoogdravende of Verhevene « ttn i. De Deftige of Statige, 
en ten 3. De Gemeenzame Stijl. 
Vanden De Eerfte ^wdemt na *t oude gpbruik, als vervattende iet oogemeens, 
Hoogdra- dat niet dan bij Geleerden te reg;t.bcba|idejt , hoewel van minder gcoef- 
venden of fendcn • mits in Letterftofïc niet ten ecnemacl onhiedrevcn lijnde , nog 
sSl ""^ wel vcrftaen kan worden. ^ 

Vanden De Tweede komt iets nader aeade .dacglijk{e gewoonte, dog houd zig 
Dcftigcn cgter acn de volledige en regelmatige o«Jc en dettigheid des gez^s , zon- 
&iü^^^^" ^^^ ^^8 veelvoudig van Metaplafmata ( Afpadighcden ) en inkortende wij- 
zen te bedienen. 

• 

Van den ^^ Lnetfte bekreunt zig niet zeer mtt tle vöotattndBL opmerkinges, 

Gemeen- maer voegt zig, op oen vrijer- vMt, na dedac^jkfche Taelvoerin^ en 

lamen Sprcektnint, zonder te fchroomên voor Inkortiiigèn ,' zo de Euphonie ( Wcl- 

^^^^ luidendhcid ) zulks verkicft j en zonder te naeuw gezet te zijn op de uiterife 

gereld beid en opfchik $ verre nogtaas 'van zoo los en ongelchikt ,te loopen, 

als die platte Spreek- en Rtraet-tael , die met de bewoordingen omlpringt, 

even als een dozijnwerker met zijne wareii , die ze goed genoeg agt , zo ze 

flegts aan. den man willen, ^gangbner zi^nvoor *t onkundigfle gemeen. 

N. Sedert uwc opening hier van beken ik mij verwondert te hebbeni 
dat onze verreziende Letterkundigen deTwc^en ^eta kflè t>f v^rmaniiig^ 
ge^^n hebben, fchoon ze met goede orde zig m *t (chrijven dacr weten 
na te (chikken: want wie is 'er van oordeel^ die zijn neut niet zou op- 
fcborten , als hij onder eon geringe ftof , die een bige «a gants gemeen* 
zamc Stijl vcreilte, in plaetfe van de wow-dcsfi, Met wfinie van EEN 
GEMEEN TiMMErRMAN , gezet vond, È4ms gm^nm Immtrmam 
werk,^ of. Het 'a)trk lien^s gemeeuen fimm$f*m^ns ^ immers sou^tcDcvoof 
een gemackte Tael, öf een Hinkende (peJante) en ontijdige dradf-hift uit- 
maken. Zo wederom is het eigen in vertievene Sl:af, ctt trdkt de geds^ 
ten van zelf tot Hoogdravendheid, wHrmeer men Mt, Het a&DRYp EE* 
NES ONVERSCHROKKEN HELDS , of, EENES ONVER- 
SCHROKKEN HELDS ÖEORVP, vrij meer dan of men fteWe/*/^ 
drijf van een mtverfcbrekken Held. OnderttrfTcn klinkt het deftiger en ik« 
^iger, wanneer men zet De Wtsheid VAN EENEN RAEDSHEE^, 
dan op een ndecr inkortende manier. De fTijsheid van een Raedsbeer. 

Van* de L. Uit UW antwoord bemerk ik, dat mijn Heer mijn zin gevat heeft. 

Befchei'/ Nogtans verkics ik dat men «die befcheidenheid gebraike van niet aOes te 

•1t«hand«^ veroordeelen , *t welk niet ten naeuften en zonder iniflen <^ deze verdccliM 

icn van ij- gcfchoeit zij : want hoewel de Gemeenzame Stijl (eemge daeglijkfe 

der Stijl Spreekwijzen zotidei* ik uit, die, vermits oud-tijds zo menigvuldig te pas 

komende als nu , de oude gedaente van Verbuiging edf in de allet]^ 

mcenzaemfte Sprcektael hebben blijven behouden, ak, TËR GOEDER 

vfet^E, BY DER MAND, enz.), nimmer, of bij na nooit, met gevo^- 

lijkheid tot de Gedaente van den Hoogdittvenden kan overgaen , niette^ 

. *- min 



* 



%.rerÈani:i V A N DE D EC L I N A T I EN- jjjr 

aiia kan de Hoogdravende te mett met goede beraUigheid 2ig van den 
Deftigen bedienen, en zel& zij beiden kennen door inkortinge de ^edaen- 
êc van den Genieenzanien aennemen , 90 wanneer of de Verandenng, of 
*t Vermogen van den Adem , of de Toonfluiting ( cadtnce ) , die in 't lei- 
den van de Stem moet waergenomen worden , zulks vereifchen mogte. 

Daercnboven, vermits bij eene ^fde Redevoering al de zaken niet e* 
ven hoogdravend nogt* even deftig zijn, zo komt gevolglijk een vermen* 
fi;ing van Stijl en onderfcbeidene gedaente van Valbuiginge niet ongevoe^* 
£jk. Immers ik zou *t voor Wijsheid aeqzien, viranncer ijmand zijn Stijl 
;evoeglijk weet te laten dalen en rijzen, na mate dat de waerde dfer za* 
:en ar* en toe*neemt , en de agting en aiendagt van den toehoorder of Ie* 
zer behoort te minderen of meerderen^ terwiil elke Stijl niettemin zijn 
naem ontleenen zal uit dien trant en behandeling die in 't werk aller- 
meeft doorkeek en heerfchende is. 

Maer om over te gaen tot de Voorbeelden ^ zo zal ik eerft van de 
Verbuiging Ipreken zonder Voorlid, dan van die met een Onbepalend^ 
en daer na van die met een Bepdend voorlid of met een Voomaemwoord> 
alles opgemaekt uit bet GebruiK van preken en Schrijven zo ak ik het 
bij de gemaoiaditea ea beftoi, naer eiich van ijders. Stijl heb nage*- 
i^icurt^ 



L Wijze Tan Naèmbuiging zancler Voorlid 

SinguïariSi. 

f GROOTE DiBMST. Mafetik, 
Ifom: Att: 13 Vw: i GROOTE Deugd, ftfw: 

t GROOT Verstand. NetOn 

f Van GROOTEN Dienst. Af- 
Genir. 6f Ahlat: . , < Van GROOTE Deugd. T. 

(^ Van groot Verstand. N. 



IV. 
1. Voor- 
beeld van 

zijnde een 
s^fii met 
een Aij^eh 
loüder^r^ 



JDéUhus* » 



r Aen OROOTEN DiBiwT. 
: ; . < Abn GROOTE Deucjd. F. 

t Aen groot Verstand. N. 

Pluralis j dóór alle de Gefli^en even eens. 

Nom:jSa:(^jroc: GROOTE Diensten » Deugden, Verstanden». 

Gen: ^ JU: Nemen Van voorop, en de Dati Aen» 

.AsNMKftK: il). De J>at: Ak/olutus(^ 'm *t gevel van toefchrijving ^e^ 



^5« 



V. 
U. Voor- 
beeld van 

ftijnde een 
Smhft: met 
cenAdjifi: 

den jirti» 
€uli Indifi* 
mitivms 
EENvoor- 
op. 



II 



VAN DE DECLINAtlEN./ ii. Reic^i^ 

bruikt word cn mcefl: bij de ArtikeUoo^e woordea te 
pas komt ) is üx Singtd: en P/ir : zxHider Aem. 
(II). De Stijl gedt geen andre verandering in deze bovenge- 
melde Naembui^ng , dan dat men te mets 5 na der Ou- 
den trant , bij net Mafci & Neutr: £ in Dat: en Mk 
Singul: aster 't Subftanti geftdt vind , in VcrhevcQ 
Stijl, en bijden Dat. Ahfok% en als dan bij *t Ai»v/r«Mrook 
£N agter 'c AdjeS: , naemlijk ^ in D^: ^li^/: Grooten 
Verstande 9 en in Abh Wah Grooten Vbrstande. 

Wijze van Naembuiging met het Onbepaêlende 

Voorfid EEN^ 

Singulari in 't Mafcuk 

m 

NB. Deze behandeling van *t Jdje^inmm in *c Mafcdi ge« 
ichied bij ons op tweederleye v^ijzc^ want voor fommi- 
^ Subjianiiva^s Mijft het AdfeSUvi onvetbui^jk) zonder 
den zagten uitgang op E of EN (uitgenomen vxGemti 
bij den Hoogdr: Stijl), en bij anderen word het verbogen 
evenals bij 't Mafcul: zonder Yoorlid 3 te wet^i. 

Hoogdr: Dcft: & Gcm:, EEN GROOT Man^ Heer (enz:) en 

EEN GROOTE Jonge, Dienst, enz. 

f Hoogdr, EENES GROOTEN Mans, Jonges, enz. 
\ Deft:, Van EENEN (of ingetr: Van EEN') GROOT Man 

(enz:) en GROOTEN Jonge, enz:. 
Gem: , Van EEN GROOT Man (enz:) en GROOTEN 

Jonge, enz:. 

Wanneer Groot op de Gcftalte en niet op het Bedrijf 
of Vermogen zien mogt , zou het ook , dunkt mij , 

foedkeuring verdienen, als nien in Dcft: Stijl zette, Van 
:ENEN GROOTEN Man. 

r Hoogdr: & Dcft: Aen EENEN (of ingetr: Aên EEN') GROOT 

Dat: >- Man (enz:) en GROOTEN Jonge^ enz:. 

\ Gemeenz:, Aen EEN GROOT Man (enz:) en GROOTEN 

Jonge, enz:. 
De Dativ: Jbfolutus laet Aen agterwege. 

Accuf:^ Even als de Dativ: mits zonder Aen, 

Ahlat:^ Even als de Dativ: mits Van (Met of Door, enz:) in flec 

van Aen. 

Shiguh 



Nom: 



Gen, 



1 



i^rerbmL V A N D E D EC L I N AT I EN. 337 

Sit^uh 'm 't Famn:» 

r Hoogdr: en Dcft: EENÉ GROOTE Vrouwe (of 
Nm: y ^ec: \ . s ingctr: Vrouw'), 

l Gcmcenz: EEN' GROOTE Vrouw. 

r Hoogdr: EENER GROOTEN of GROOTER Vrouwe. 
Ctmt: < Deft: Van EENE GROOTE Vrouwe (of ingctr: Vrouw'). 
\ Gem: Van EEN' GROOTE Vrouw. 



{Hoogdr: EENER GROOTER Vrouwe , of Abn EENE 
GROOTE Vrouwe. 
Dcft: Abn EJENE GROOTE Vrouwe, (of ingctr: Vrouw'). 
Gcm: Abn EEN' GROOTE Vrouw. 

De Dat: Abfih zonder Abn. 

AMati Even als de Dat: nuts Van (ent:) in ftcé van Abn. 

, • ■• 

Sifigul'. in 't Neutrum. 
Nmx £? Jcc. Hoogdn Dcft: & Gcm: EEN GROOT Kind. 

^ .^ c Hoogdr: EENES GROOTEN Kinds, of Kindes. 
Gemfi ^ jjgfj.. ^ Qgjjj. y^j, ££j^ GROOT Kind. 

^^ I Hoogdr: & Dcft: EENEN (of Abn EEN) GROOT Kind. 

^^' 1 Gcm: Aen EEN GROOT Kind. 

De Dat: Aifoh zonder Aen , als wanneer men in 
zeer Hoogdr: Stijl ook wel zet EENEN GROOTEN 
KiNDB , Op de «i^ijze van 't Mafculin. 

'utJ^J: Even als de Dat: mits Van (enz:) in fteê van Abn. 

Abnmerk. (I)< De Focat: ontbreekt hier. 

(II). De gantfche Pluralis ontbreekt hier ook uit de natuer 
der zake 9 aenjgezien de volftrekte meerderheid bij den. 
jfrticulus EEIs word uitgefloten , hoewel de Eenheid 
niet met nadruk gemeent word. Indien men even* 
wel in tegenftèlling van het cetalwoord Eén y een Plu^ 
ral: begeert te plaetfèn , zo doet men zulks , of bepael* 
delijk met de getallen Twee , Drib, enz: 5 ofonbepael- 
delijk met het woord Eenigen of Sommigen , ichik- 
kcnde zig als dan de behandeling van 't andere AdjeEl: 
en Suhft: in Plural: even als zonacr jfrticulus. 

Vv (III). Het 



«8 



VAN DE DECLINATIEN.' ii. Reiem^: 

(Til). Het Aije&: Neutr: gaet hier bij -den jtrtic: Jndefinit: 
eveneens als zonder Artic'. zo men den Hoogdr: Stijl 
uitzondert. 



Hi.^Mr- IIL Wijze van Naembmging met een Bepalend Voor- 
SSLS! lid» of met een Pronomen Pofeffivitm (Bezitte- 
^J«^*1 lijk Voornaemwoord). 

een Adjilh. 

den MtiK Singuh in 't Mafcuk.. 

Dtfimt-.DE. 

en HET.^vjj^. Hoogdr: D«ft en Gem: DE (en MYNE óf MYN^ GROOTE 
M^p!r- Mah>Jo»oe, PiÊWT, enz: 

fifiimm sus 
MYNE, 



s ' ' 



Hoogdr: DES (of MYNES of MYNS) GROOTEN Mans, 
Gen: l Dcft: Van DEN (caMYNEN of MY 




JoNGÊS, qiz:. 



I Jonge, enz:. 

[ Gem: Van DEN fof MYNM GROOTEN Man, Toi 



C Hoogdr: Dcfti Abn DEN (ofMYNEN) GROOTEN Mait, 
Itati l Jonge, enz:. 

l Gem: Abn DEN (of MYN') GROOTEN Man, JoNGB,enz:. 

De Dstpox Abfoh werpt Acn wegv en ïa zeer HoogKfa: 
Stij! neemt het Scaertelooze Sabfianf: te mets een E ag- 
ter zig y met verdubbeliog van zijn agterfien Medeidin* 
ker, zo die enkeld is, als Makne voor Man. Op Mik 
een wijze verboog van ouds liet Suiftanti ia Dat: toen 
Aen nog niet in gebruik was. 

f Hoogdr: ea Dcft: DEN (en MYNEN) GROOTEN Mak, 
jtcc: ^ Jonge y enz:. 

t Gem: DEN (of MYN*^) GROOTEN Man, Jongb, enz:. 

Foci Even als de Nomin: mits DE agterhtendb. 

JMcOc Even als de Vat: mies Van in fteé van Aen te zetten» 

Singuh m 't F<emihu 

m 

f Hoogdr: en Deft: DE (eaMYNE of MYN') GROO- 
t t3 AecT A TE Vrouwe of Vrouw*. 

l Gem; DE (of MYN) GROOTE Vrouw. 



Geniti 



t.FérbMd, VAN D E DECL I N AT lEN. 33» 

'r Hoogdr: DER (en MYNER) GROOTEN of GROOTER 
( VROOwfi, of Vak DE (en MYNE) 

Cenit: < GROOTÈ Vhouwe. 

1 Drfb Van DE (ea MYNE of MYN') GROOTE Vrouw'. 
l Gem: Van DE (en MYN) GROOTE Vnoijw. 

r Hoogdr: DER (enMYNER) GROOTER Vrouwe, ofAEM 
I DE (en MYNE) GROOTE Vrouwe. 

Dat: i Deft; Aem DE (en MYNE of MYN') GROOTE Vrouwe 
I of Vrouw'. 

^. Gem: Aen DE of Aen MYN GROOTE Vrouw, 

De Dat: JhfoU zonder Aek. 

» 

foc: Als de Nomin: dog zonder den Jrtk: DE. 

Jhh Even als de Das: mits Van in fteê van Abn : en in *t Hoogdr: ge- 

bniikt mca na den ouden tnmt ook wel Va17 Dgit. 

Het jfi^eSivum ^et in *t Fmkini eveneens , het suj 
het Voorlid B^>^d dt Otabepaltod xij. 

SingtiJ: in *t Neufrum. 

JVvm: ö Jcc: Hoogdr. Deft: en Gem: HET (en MYN) GROOTE 

KiwD (onfc ookrKiin^B^^ Busf , enz. 

r Hoogdr: DES- (of MYNES) GROOTEN Kjndis (ofKiNDs)^ 
Ctfêit: i ^^f. . . B^TEs , enz. 

l Gem: ^^^^ ^^'^ <^ *^^5 GROOTE Kind , Béést , enz. 

Da^: Aên HÉT (en MVN) GRÖÖTE Kind, Béést, enz. 

. De Dat: Abfot: zonder Aen j en bij den Hoogdr: Stijl 
oöfc te mets DEN OROOTÊN Kinüe^ zo in Dat: als 
in jfhlat:^ Inigelijks met een Préepofitie^ als. Uit den 
LaMde} op de maniei' der Ouden. 

9^oci Als ^ Nomin: dog ronder HET* 

jfbt: Even als de Dat: y alleen Van in plaets vaa A^n te ftellen. 

Abkmerx. HET , zoada" dat 'er ccn Nvmen agter flae , verftrekt 

voc»* een Prommen Rehtivum dat het gantfche voorgaen- 
dc of bekende of volgende gC2»g veibecld 5 als Lat^ 

Vv z werd 



540 VAN DE DECLINATIEN. li. Xedewif 

wierd ^er getwift^ en HET* was twijffelagtJg^ enz: En JVas 
bij vriendelijk geweefi , HEt had hem , enz. EnWonderUjk 
'Was HETj dat in al dien om/lag j enz. Dus ook al ondcr 
• de Oudheid A-S, tftat tt Ö»t «ttl (dat ik HET ben, 
Job: XUL 19.) en FTH , ti^e Ö« ÖrfölOn/ ff'Ulfr: 
jtbb: p: lor. (die HET zagen). 

Pluralis door alle de Geflagten. 

Nm: & Acc\ Hoogdr: Deft: en Gcm: DE (en MYNE> GROOTE 
Mannbn^Jongens, Vrouwen 9 Kinderen (oul: ookKiNDSN). 

r Hoogdr: en Deft: DER of Van DE (en MYNER of Vau 
Genitx l MYNE) GROOTE Mannen, cnr. 

. 1 Gem: Van DE (of Van MYNE) GROOTE Mannen^ enz. 

In *t Hoogdr: vind men bij 't fb?«r: ook wel de R 
agter *t jidjeS:^ als, Grooter voor Groote. 

Dat: Hoogdn Deft: en Gcm: Aen DE GROOTE Mannen,, enz. 

Dog bij den Dat: Ahfoh in Hoogdr: en Deft: Stijl b^ 
't Mafad\ (^ Neutr: DEN GROOTE Mannen (oulinks 
ook DEN GROOTEN Mannen), maer ia Gemeenst 
DE in fteé vaa DEN. 

ror. Als^de Nomi zo men DE aflact. 

': Even als de Dat: mits Van in fteé van Abn. 



Abnmbrk. (I). Wanneer de Dativus voor een waerüjke aenhechting g^ 

bruikt word,, zo moet allefints het voortzetzel Abn, 
al is het in Verheven Slijt , daer voor ftaen 1 dus 
HET Hangt abn den Hals , aen den Spykbr, 
enz. Anderfints bij Giften en Toeichrijvii^ word om 
kortheid hetwoordtjeAEN meéft agtergelaten, voomaem* 
fijk in kortgedrongen Verheven Stijl,* waar door dan eca 
Éativ: Abfolutus ( of ongebondene Dativus ) ontftaet. 
( n ). In jtblat: Commorativo , wanneer het Subfiantivum van 
een plaetfelijke betcekenis is , zo gebruikt men TE als 
hij zonder jlrticulus komt, naemlijk Te Watbr , Ts 
Land> enz. Dog in fteé van den Jrticuk Defimtx zet 
men Ten in M(yc: 6? Neutr: en Tbr in Feem: voor de 
inkorting van Tot den, en ^foT der. 

N. Deze- drie Voorbeelden, waer van men 'er anders , zo men op de 
kortheid minder gezet was , gevoeglijk ruim negen mael zo veel zou konnen 
toeftellen , leveren mij ftor geno^ tot Aenmerkingen. Mijne eerfte zal 
zijn wegens de Jrticmi. L. Stick. 



vFerhand, VANDEPECLINATIEN. 54» 

L. Strek dat (hik niet te ver uit , want die ftofFe is 20 rijk , dat ze 
ligtelijk meer dan eenen avond weg nam. Immers zoo bevond ik het, 
toen ik, bevorens ik in 't zin had om dus bij Redewiflèliog dit getouw 
op te zetten, een bijzonder Hoofddeel van de ArticuU opmaekte, dat ee-* 
nige vellen papier befloeg^ en fchoon ik in die uitgebreidheid, als ik het 
eiode zag, weinig genoden nam,, m^tans in *t nazien wift ik naeulijks waer 
ik de bekorting aenvangen, of wat ik 'er uitfmijten zou, zonder ^t werk 
of te verduifteren of te verminken. 

Ni Tc minder kan ik u oi^ereed vinden, zo die ftoflfe bij u reeds voor zoo verre 
herkaeut is. Ik zal voornacmlijk mijne vrage aenleggcn, om te weten wel* 
ke eb ware kragt en zinbeteekenis van & Articuli zij. Mij dunkt dat 
het moeilijker valt de Regelen en Grondoorzaek daer van te vinden en 
op te ftellca , dan door Tankheid van oefïening die wel te kunnen ge- 
bruiken > hoewel ik ook, mijns bedunkens, nu en dan nog wel onder 
Schrijvers van naem daer in een milgreep ontmoet \ niettemin , bij ge- 
bnek van een vaile grondregel , en bewijs na mijn genoegen , Ichort -ik 
miin oordeel nc^ wat op^ zo lang ons de redenen of regels der dingen 
oobewuf): zijn, iuen we nog onder 't gifleQ, en (choon we bij geluk de 
waerheid troffen, 't is en blijft nog maer giflèa of een goeddunken, dog 
geen -weten. 

_ , vir 

L* 'T en paft ook eenen voorzigtige niet zonder grondige kennis iet te van "de- 
veroordeelen. Maer belangende uwe vrage : In onze vorige Redewiflè- merkwaer* 
üiig zeide ik, dat de zin der woorden, die in 't Latijn uit de omftandighe- digc Kragt 
den moet gegift worden , bij ons door de behandehng der Articuli onder- Jcnis der 
icheidentlijk word acngewezen: bij voorbeeld j de Latijnfche Woorden ^rmn/ï 
Ubinam efi aquê? hebben na den Letter (zó men Aqua ook voor een ver- ofteVooiy 
^erde plek Waters mogte nemen ) vooreerft: driederhandb beteekenis., te ^^^^ 
weten, 

I. WAER IS WATER ? als men van Water in 't algemeen fpreekt.. 
. JL WAER IS EEN WATER .> als men op een der Wateren in 't al- 

femeen ziet. 
V AER IS HET WATER ? wanneer men na het bekende of 
reets gemelde Water vraegt*. 

Öij 't ecrfte valt onze befchouwing op de zaefc in 't Algemeen ( Genera*- 
titer y 9 ofmeeft op de innerlijke zelf iiandigheid der zake^ endaerom zon- 
der ytrthulusy vermits de naém in dezen opzigte de zaek van anderen on*» 
dei'fcheid. 

£>og bij de twee anderen fpreken wij van de zaken in 't Bijzonder ( Spe* 
ciaUter) \ en dat gefchiedof Onbepaeldelijk, of Bepaeldelijk. 

Onbcpaeldelijk (indeftmiivè) als. wij den Artkulus EEN' gebrui*- 
hen 2 om daer door ilegts zoodanig een zaek, of één van die in 't bij^ 

VJv 3 zonder , 



34t VAN DE DECLINATIEN. ii. Rgien^if. 

zonder aen te duiden, zonder nogtans deze of die te bepalen : hoewd met 
eenen den nadruk der gcdagten willende gevcft hebboi op de benacmde 
zaek , en niet op de eenheid , fchoon in 't enkele getal gefproken word ) 
waerom ook op den Jrtkulus EEN geen klemtoon moet vallen ^ in tegeo* 
ilelling' van het eecalwoord één, dat altijd en oyecal een kenoclijken Ac* 
cent vereifcht te nebben. 

Bepaeldelijk {Defimtivi of Defignativè) als wij on; ran den jÊrticMhu 
DE in Ma/c: en Fmm: of HET in Neutr: bedienen , om daer door deze 
of die zaek zelf aen te wijzen ^ zonder nogtans des toehoorders of Lezen 
aendagt te dringen op het onderfcheid van deze of die , dog in 



den nadruk overlatende voor ót benaemde zaek j zijnde hier in <HK]er(chei- 
den van het PrQuomen Demnfirativum Difi of Dat , op welke de nadruk 
Tan de gedagten , en tevens ook van de item altijd kennelijk moet gehoort 
worden. 

Du8 zijn ^er bij de befchouwing over eene enkele benaming voor eerft 
diïederhande hootd-onderfcheidingen , waer van 'er twee nog elk hunne 
ondadeelingen hd>ben y die ik u verder meene aen te toonen. Te laftig 
wierd immers de Tael , zo men voor elk geval een bijzondere benaming 
:fi:hikte, en wederom zeer gebrekkig bleef ze ten aenzien van die edde on- 
derfcheiding van gedagten ^ indien men alle kenteeken van onderfcheid, ge* 
lijk in 't Latijn ^ agterw^ liet. Hier toe dan 'hebben onze Voc»x)udeieo 




zig bedient van Naemleden , of Leedwoordtjes, of ArticuU^ dEte Voor^ 
leden ('t verfchilt mij niet hoe men 't gelieve te noemen) , dienende tot 
Voorloopers , welken 9 op zig zdf niets bttteekenende, no^ans aca andere 
bewoordingen zulk eene tedere ondericheiding' van zin bijzetten 9 die be* 
zwa^lijk , zelf door omschrijving' , is uit te drukken > terwi^ ~ 
voortogt den toehoorder verwittigt in welken opzigt hij zijn aeni 
de zacK, die genoemt ilaet te worden, teveften beeft. Te 
<3it gebruik , vermits het onnoemelijk ^eel toebrengt tot de Wel%] 
heid, aengezicn bij elk gezeg, dat geen Frtmomm Aij^ttivum vcrvat| 
xleze ondei&heiding plaets heert. 

N. Ik heb in ^t Ovci:wegen van deze flofiê nu en dan wel aeRgemeiit, 
dat 'er, ten opzigte van de AriicuU^ ook nog een andere zeer teoere zin- 
onderfcheiding bedekt lag , die ik nog niet gereddert voor mijn verftand 
wift te brengen^ alleen b^on ik eihdeling te befpenren , dat de zin van 
het woord veranderde, na mate dat het tot het voorgamde eettig opzigt 
had of niet: en dit, gis ik, zullen die zelfde onderdeelingcn wezen, & 
ik f volgens uw zeggien, nog verwagtende ben om te hooren. 

L. Die pBing is wel getroffen* Ecrflekjk 5 als de benamii^, 
die agter &n Articulus ilaet , betrekking heeft op een vooi^emei* 
de of vcrondcrftelde Ziaek of Perfbon , zo fbekken de Articmli om 
Eén of Die van dat (bort {fJMS fpêcki) , op welke die benaming paft, aen te 
wijzen, zonder agt te ^en op cenig ander ibort. Dog ten andere , als 
die benaming geea opzigt heeft op het vooigaende of eenig veronderiUde, 

* . of 



vrnband. VAN DE DECLINATIÉN. ^J 

•f zo 't dl met opzigt tot het voorgaeside was ^ itiéïtn het 2oöc!amg is, 
dat het Subfianiivim voor een f^^/>5 dient van het voorgemelde Gems^ als 
dan ftrekt de Jrticulus tot aeüwijzitig van 2ülk een foort van Znken of Per- 
tbnen in tegenftelling ofte vergelijking van een ander foort ( Species ) y dat 
mee dit otsAct een ulSit g^flgtnaem. ( Genus) betteklijk is. 

Ën^ 't eerfle rtm de^e twee gevallen heeft ook üog tweederhande kmgt. 
De opheldering zullen we bed in Voorbeelden zoeken. 

Dus dan, wanneer men , opzigt hebbende op het Heidenfche Goden- 
dom , als bij toepd&>ge komt te zeggetl, Pielen hebben t^ig doot dapferheii 
eB dêi^d m Godefi doéH éëteH , lijnde dusdanig ook Jupiur EEN GOD ge^ 
worden j zo beteekent de benaming van Ëbn God of ( i ) zo veel ats eer 
DER Goden (unus Deorum) bij aldiea men te voren gefpróken had van 
vele Godc^v^ of (i) z<> veel als' een siEltERE Ö6d (ahguis Deorum) 
wanneer men iteg^ in 't dgemeeü van een God gefproketi had. 

Dög ( 5 ) bij aldien men , voor zo vcntr de benaming van God betreft ^ 
zonder Oftzigt tot het voorgacnde , of, zo *t al met opzigt is , indien 
men, in *t algemeen fprekcnde van 't gene geviert of aêngebeden Wöfd^ 
komt te zeggea, Bij den GuIzigaerS is de buik EENGOü^ zo komt de- 
ic bemmit^ van Een Góo voor een' gevierde waerdigheici , tot onda:- 
fcheid van andere waerdigheden , en beteekent hier miet een zektre Gód^ 
nogtc ook een der Goden ^ maer zulk iet, dat geviert en even als een God 
gedient word. 

De zinbeteekenis van de eerfle dezer drie verfchilt van ons getalwoord 
£ftM ^kenlijk daer in , dat bij den Articuluf geeti nadruk op de eenheid 
vak y dog bij 't getalwoord een zeer fterkc. 

Wijders , wanneer men de Eigennamen , die anderfints van nature gantè 
bepaeldelijk iet uitbeelden , en gcvolglijk geen Articulus van nooden heb- 
ben 9 gelijk men die ook bij ons gemeeülijk zonder Voorlrd gebruikt,. 
cgter onbepaeldelijk kift te behatidden, als forekende flegts van een. Per- 
foon niet z^k ccft naem, eiï niet van jtiift dete of die in 't bijzonder, zo 
bedient men zig hier toe ook van onzen Jrticulus EEN als ^ Dit is het 
Huis van EENE MARIE, öf i)an ÉENEN PIETER,. in fteê vaU ee- 
KÊ XÊitÊRE Marië, enz. 

Met onzen Articulus DE ftaet het op ^zelde x^ijze gpfchapen als met: 
ons EEN. 

Dus zeö men opzigtelijk of op een bekend menfch , of op een voor- 
gaen^ gelprek over iemand , en als bij aenwijzing van den zelvett , zie daer 
$/ T>^ MAN , nacmlrjk (t) die dêr MAf^KÈW v?tn welkeri gefpfokeni 
is , bij aldien 't voorgaende gezeg over vde mannen liep ^ of anders ( z ) 
tian Man zelf , ia ftlïeen van hem was göhafidclt ^bweeft. Oef laetftc 
beteekenis van dit Leedwoordtje verfchilt vatt het Voornaemwoord Drc 
^leetlHjk daer in ,. dat 'er gants geen nadruk óp den Jtticulus vak ,, dog 
ccn zeer kragtigc op het Pronomen. 

Wederom (3) zo men, of zonder opzigt van het voorgaende, of, met* 
epzigt zijnde, zo men (prekende van iet generaels (als Mênsch •. waer- 
ran JMan een fpeciael is) komt te zeggert DE MAN «' eerft gefcbapeny 

zo» 



J44 VANDEDECLINATIEN. ii. ReJewiff. 

20 beteekent DE Man. niet Die der Mannen xkoffc Die Man^ maerdieot 
in tegcnflelling van een ander (bort dat met het zelve onder hungeflag^- 
naem Mensch betreldijk is, naemlijk in tegenftdling van de Vkowt. 

N. Zeker, de behandeling der Articüli vereifcht en verdient wel de^ 
gelijk opmerking. Zevenderbande befchouwing aen een enkele Bena- 
ming! 

^^„^^'j.. L . Dog dit is nog gering \ want toen ik het ondeHcheid vetxier 00* 
lijkeKragt derzocht op zulke Benamingen, die een of meer andere woorden tot mt- 
der >#r//f»- der bepaling voor of agter zig hebben, welk foort ik Ferknogte Bemh 

VcrknoBte ^^^i'^^ noem als 

Bcnamin- GOED WATER. 1 of in een an« ■ Watgr datgobdis. 

«en, die ABRAHAMS KIND. 1 dre gedaente 1 Kind van Abraham. 

^én of Toen bevond ik , dat onze jfrticuU in kragt en dienft mijne verwagting* 

Woorden ^^^ "^crvc te boven gingen. Laet ons tot onderwerp eens nemen eca 

tot nader. Verknogte Benaming cue twee Subfiantiva vervat. 

fcepalinge 

èyjughcb- ^ y^xi zulk foort heb ik nog een voorftdling te doen, macr cerft zri 
ik afwagten wat u reeds op de tong ligt. 

L. Ik zal mijn meening , zo kort ik kan , tragten te uitten, op datr 
door mijn marren uwe ^;ed^gten niet vervlogen raken« 

De Latijnfe bewoording Aqua vbftruSio ( zo men jfqua voor eenen groo* 
ten plas Waters mogte nemen) zou bij ons negenderhande Vertaling lij- 
den j elk van zeer bijzondere beteekenis , als 

N: L Opstopping VAN WATER. 

Il Opstopping VAN EEN WATER <of E ENES WATERS.) 
///. Opstopping VAN HET WATER (of DES WATERS). 

IF. Een Opstóppino VAN 'wATER! 

V. Een Opstopping van een water (of EENES WATERS), 
VL Ebn Opstopping VAN HET WATER (of DES WATERS). 

Vil Db Opstopping VAN WATER. 

VUL De Opstopping VAN EEN WAT^ER (of EENES WATERS). 
IX. Db Opstopping VAN HET WATER (of DES WATERS). 

N. Men duid bet fomtijds onze Tale ^Is een gebrek toe , dat onze 
overzettingen gewoonlijk meer papiers beflaen als 't Latijn , even of de 
gedrongenheid ons ondgen ware, maer men merkt niet, dat het groote- 
iijks toekomt bij de nette ondericheiding, die de Articuü aenwijzen. 

L. Bij dit , en bij de hulpwoordcn van de Verba komt het toej anderfints kon- 
den wij 't ligtelijk winnen, door 't behulp onzer Koppeling. Maer, 



\.Ftrhandr- V A N . DE DECL I N A TI EN. ?4r, 

gaeruie onze negenderhande Tcrtalin^ , hoé niager komt dat beroemde , 
eo ook wdi roemwaerdige Latijn hier tegen ? *t beeft ilegts een eenige 
uitdrukking. 

Voeg hier bij, dat, za meiugmael hier een Leed woordtje plaets kreeg , 
gevólgUjk ijdcr van hen rtog een driedcrhahdc zceir tedere zin^onderfchfei- 
ding aen zijn volgende Subjfantivum kan toebrengen, even als bij de en-> 
kele Benamingen aengetoont is. 

iV». ƒ. Vermits zónder Articülus blijft dus maer Een. 

iV*; IL etK ///. Vermits voor *t agterfte lid een JrticuJus krijgende, ma- 
ken ijder Drie uit, dat is te iamen Zes 5 als Opstopping VAN» 
EEN WATER , naemlijk ( i ) van een der Wateren j of 
{%) Van een zeker Wate». , of (j) Van een : Water in 
tegenftdling van iet anders, dat met Een Water onder het zelfn 
de Generael betrcklijk is, enz. ; 

iV*. IF. en FJL Krijgen ieder voor aen 't voorde Lid een jfrticulus>y en 
maken zo in%cnjks ieder Drie, te famen Zes. 

iV'. F. VL nil. en IX. Hebben elk ^n 't Voorfte en aen 't agterfte 
Lid een Leedwoordtje, makende gcvolglijk voor ieder. Zes, en al* 
.zo te famen Vierentwintig. 

* • • • ' 

Yjy dat de Zinbeteekenis ofte Befchouwing over die ééne Verknogre 
Benaming, reets zevenendertigderhande is gctvordcn, ^ ' 

Dit paerdtje zal nog har£r draven , als we onzen aeiK^gt veften op j^; 
het gene 't onderfcheid der Jccenien ( of Klemtonen ) in de uit(praek ver- Tuflenuit^, 
mag. ,üie Nadruk kan bij elk van die nqgpnderbande Vertalingen op wcidiDg" 
ëricdcrhande wijzen gefchieden, ak • . . . . hetvcrmlw 

gen en de 

I. Op beide de Leden even fterk- of flaeuw , wanneer die te famen wacrdc 

• in tegenflelling van iet andets dienen, en zij als onfcheidbaer vereent ^^'^'^^^ 
worden, bij na even gelijk de Kóppelwooracn 5 als OPSTOPPING f^'d"^;^, 
VAN WATER in tcgenftelling van een andere ziekte, of iet anders, leiding. 

II. en HL Sterkft , of op het vootAc, of op het agterfte Lid, als 
\iranneer de aenmerking valt op dat deel dat den Klemtoon meefb 
ontfangt , in vergelijking van zijn ander dcd j als ( z ) OPSTOP- 
PING VAN Water, in tegenftelline; van uitlooping of eenige andere 
beweging van Water i en ( 3 ) Opstopping vah WATER, in tegen- 
ilelling van iet anders als Water. 

Bij elk verftrekt dat gene voor 't fpedah \ \ welk het kragtigft dei> 
nadruk ontfangt terwijl het andre lid voor 't Generale blijft dienen. 

* « 

^. In 't Latijn kan immers op dë Verknogte benaming ook drieder^ 
fiande nadruk aengevoert worden ? 

Zekerlijk, maer dewijl^, bij. gebrÊkvanifr//^/i.<^Nabmledenj^ dege- 

Xx daentc 



^4^ VAN DE DECLINATIEN. ii. RedèwiJ[t 

4aentc niet verandeit, zo fpruicen dacr uit niet moer dan driederlunde he^ 
icbouwingen , die in tegendeel y op onze neffenderlc^e gedacntons toe-^ 
gepaft zijnde 9 ten eerften zevenentwmtigderhande worden. 

N. Kan deze driederhande Aenzetting van Stem op ijder der bovengr» 
noemde zevenendertig zinbeteekeniflèn toepa{Ièli)k worden, zo zie ik hon* 
derd en elf onderfcheidene befchouwingen uit een eenige v^icnogte fieosK 
ming geboren, 

L. Geheel en al heb ik die proeve nog niet naegeloopen , gel^k het 
ook weinig ueren geleden is^ dat mij die aenmerking dus tei>innen Ichoocj 
maer evenwel toen ik 'er van voren af een begin van maekte , vond iJc 
Vr geenen anders y Dog om de veelheid brak ik het af ^ onx niet door 
verwijling den draed, en teffem tijd eo vrugt te verliezen met een ver* 
geef(è opllapeling van. Voorbeelden , die om baer droogheid naeidijks te 
verzwelgen zouden zijn. 

Ik moet evenwel uw geduld nog iets uittrekken y met te ze^pn, dat 
dit wét beleggen van den Nadruk zo gewigtig in de Wcllprckendheid 
is , dat alle Scnikking^, alle fraevc^ Bewoording. ^ alle Geeftigheid van ge-> 
d^en , kortom alle andre Welvoeglijkheid voor den todioosder vrugte^ 
Ipos word, zo men. in. 't fpreken. of lezen zulks verzuimt.. 

Ni Ik weet wel dat men 'er meer vind , die hun eigen opl^ nedelijÜ 
ft^ei kunnen opzeegen, of een reden voor de vuift. voortbrengen, dan zul- 
ken, die eenes an<^ fchrift en^ ftijl ter eerfter voorkoming naer eifch eor, 
b^hooren kunnen lezen^ Ik gis dat men de rede hier van giootdijkt' 
aal moeten tocTchriiven aen de Onkunde lean. 't wél. aanzetten, van de- 
Stem op de zakelijicfte woorden. 

L. Niet alleen daer aen, maer ook, aen 't Oavennogen van ^ vaerdig, 
te kunnen doen.* want bij de genen , die hare eigene opfiellinge redelijk. 
wd opzeggen, moet men onderftelleny dat die ten minlte zoo verre vant 
een goed gehoor bedeelt zijn,, dat ze hare Tóoniluitingen {Cadanfeft) cui 
hare Klemtonen ( AccenUny nicc ftrijdig maken met den toon van. den eer* 
ften sienbef ^ Dog die* dit vermeden van oehooir mijlen , zijn zekerlifk zo 
min bequaem tot een goede uiifpraek en ^^mleiding , ak tot de Zangkunft:. 
want de goede Stdnleiding in 't fpreken is niet andeüs ais een fiielgaende: 
Zangkunit , gelijk men de Zangkunft ^- een uitgebreide Weliprekcnd- 
heid moet aenzien. Dit vereifchtc gehoor dan veronderftdt zijnde, zo bij 
4iea die %ijne eigene ,. als die eene^ andeis fchriften. wd zal lezen^ zo is 
nogtans bét laeifte vrij wat konftiger, dewijl men bij zijn^ eigene vooiaf 
bewuft is^. waer op de nadruk van onze geidagten valt,, en in wat opzigt 
men Sedor woord: wif. vcrftaen hebben ^ terwijl, dit bij eens anders Öp- 
fiellen, uit de vporgaende woorden ,, uit het beloop van: de Leiding, en 
uitdegcvoeglijkheitvandc Redtn, met degrootfteVaerdighdd, Schrander- 
heid, ea oordcd moot gegift, en doar 't ce^i^Gnts voor ujjt ^icn in 't lezen 
geh(^^' worden. N. Htt 






HlfTerbafuL: VAN DE DBCLINATIfcN. §4? 

N. Hcc was te wenlchcn, dat bij Luiden van LetteroeiFenmg' de kunfl: 
Tan *t wél-oplezen wat beter geleert wicrd. 

In dit ond^cheid omtrent ósa Nadruk der fiewoording fchict evenwel 
<de pen te koit bij de uitfpraek. 

. L. Volgens •t gebruik, ja: ik wift *er nogtans wd een middel toe tot 
• vergoedii^) naemlijk met eene «ndere gedaente van Letter te geven aen 
<ie zakelijkile woorden, op welke ^t ondcrfchcid van 't denkbeeld valt. 

Maer oin de ketting van ons onderwerp niet te verliezen, zo hervat ik 
«die ftofiè , en zegge , aat ik mij ontzie de armoede van 't Latijn tegen onze 
Rijkdom wederom op te halen , op dat ik niet. en fchijnc het op die ta* 
Ie , die ik grootelijks agt , met een wan^nft geladen te hebben % dog 
om de eere van de onze te tocxien, nam ik een' van de beften in vcrge-^ 
lijking\ Maer neem vrij *t wijdvermaerde Grieks, dat zelfs van de Ro- 
meinen, in haere bloei zijnde, ten uiterfle gelief kooft, en als 't puikje al* 
ier talen cefchat wierd, en laet dit vrij in & wcegfchale opkomen : 't is 
waer, 't heeft mede wel jfrtuulij en dat onderfcheiden na de geflagtens 
ja ook tweederhande Afficidi^ waer van de ccne Poftpofitivi en de andere 
Prétpojitivi genoemt worden 5 maer wat zullen dezen tegen de onzen ver- 
mogen ? Die Poftpojitivi zijn niet meer als onze Pronomina Relativa DIE^ 
DAT , enz: en de Pr^epojiiivi hebben alleen gemeenfchap met onzen jftii^ 
€ulus Definitivusi dus ontbreekt *er nog ten eenemael de Articulns hJkfi:-^ . 
mtivus. 

N* AJs ik gedenk aen die m6er dan honderderiei befchoüwing èn zinbe^ 
^eekcnis aen een e^ge verknogte benaming 9 ^s ik ngt geve op onze be^ 
liandeling van de Articuli , benef!èus het wel waememen van den Nadruk^ 
mag ik zekerlijk , zonder ichijn van blinde eigenliefde , of Loftuiterye 
welroixl uit zeggen, o! Edel ondcricheid, voor een' Taci onuitfprecklijfc 
Tan waerde. En , immers zou 't Onderfcheid nog merkelijk grooter Wor- 
den , als men de vergelijking en t^enflelling van 't getalwoord EËN^ 
«n 't Aenwijflijke Voomaemwoord (^Pronomen Demonjirativum) DIE hier 
bij voegde. 

Maer, hier te voren heb ik gezegt, dat ik van deze Verknogte Bena- 
mingen een' vrage te doen had. En fchoon we nu van de Naemleden, en 
nog niet zo zeer van deNaemwoordenlpreken, 'tgene, daer ik het op mun^ 
te, zal egter zijn betrekking hebben op de kragt der jirticHli'h daerenbo* 
ven zal dat gene , het wdk wc hier reeds van de Nomina afhandelen, 
'daer nae ons niet behoeven op te houden. — 

Tweederhande Verknogte Benamingen hebt gij aeügeroert, als cerflelijk Vcrdcéi 
*ecn MjeSivum met een Subfiantivum ^ entoi andere twee Subjiantiva bijlfngvandtt 
een 5 die elk wederom tweederlei zijn. Verknogte 

( I ). Van de eerfte foort , wanneer het MjoOivum vöoi-ftact, als GOED 
Watsr> heb ik haer Decümüm in uwe voorgemelde Voorbeelden^ 



\ 
\ 



XL 

Wacrom 
het AdjtC" 
tivum ag« 
ter 't Sub* 

Komende 
bij ons on- 
\erbuiglijk 
komt» 



J4B VAN DE DEC L IN A TIEN. ii. Redèmfr 

ca ccvolglijk ftofFe tot mijne bedenkingen gevonden-, en 

(II) Bij aldien het jidjeflivum agter Ihet, 't zij het een gemeen Ai- 
jeSlivum of een Participium zij, als. Water,, dat GOED is j of,. 
Water , GEZONDEN , of D^t Gezonden iSy als dan, weet 
ik wel dat het Adje5livum bij ons zopder Verbuiging in alle geflagt, 
getal, en geval blijft, op de wijze van de Aiverb)a^ gelijk het ook 
zulk een plaets bekleed ,. dewijl het Fcrbum Zyn, of daer bij ftaet, 
of 'er onder verftaen word> als » Redenen, GOED voor ICinde- 
rek , in plaetfe van Goed zyndb , enz: dog niet Goede, fchoon 
RfcDüNEN in 't meervoud ftaet. De Latijnle wijze , zo men die 
hier in opvolgen wilde, zou qus op een doolpad helpen. Dewijl nu 
't jidjeclivum ^^ vermits een Adverbium wordende, dus onverbuiglijk 
blijft, zo behoeft 'er geen Voorbeeld van Verbuiging voor afgcvor- 
dert te worden: infgelijks niet van 

(III) Twee Subjlantiva bij een, wanneer de Genifivus: agter ftaet, als 
Het Kind VAN ABRAHAM, enz: dewijl het voorllc Lid dan na 
zijn eifch alleen verbuigt, en 't agterfte in 'die gedaente in Getritm 
buift door alle. de Cafus heen. Maer 

(IV) Aeogacnde die Verknogte Benaming die twee Subfiantiva ver* 
vat , en den Gemtivus voor aea heeft ,, zag ik gaeme Voorbecldea 
van DecUnatie^ 



L^ Deze laetft:c ftelUng noem ik de Kpnftelijke , tot ondericheid van 
de vorige , die 't Subftantivum in Genitivo agter aen heeft , welke ik de 
NatuerUjke noem, vermits zeer natuerlijk en gemaklijk komende voor de 
gewoone leiding der gedagten, gebjk ze ook gemeen is aen de thans k- 
.vendige Talen van Europa \ terwijl de Konfteujke, hoewel oudtijds zeer 
gemeen, nu, niet alleen- om de kortheid, maer ook. om *t meerder gelijk 
zijn aen 't oude gebmik, voornaemlijk in een koofttgCinen verheven Stijl 
van fchrijven bij ons gebruikt word. 

. Tot voldoening van de afgevorderde Voorbeelden heb ik het volgende 
gpreed. 

I. Voorbeeld,- zonder ArücuTs^ 

^ ^ . . r J^om: Ace: fc? Foct VERST ANDS OPHELDERING. 

S- "'^°''' ^ "^'oa,!^'. L*N l-VERSTANDS OPHELDERING. 

namJAgen 

Ifi-t'^A^Ï" ''^^^'* Even al* de SimuL alleenlijk dat het agterfte Subfiantjvum in zijn» 

^^^ • McoToud verandert, als OPHELDERINGEN; 

(ï). De Dativ: Abfoh zonder Aen. 

(H). In^ Verheven Stijl , E vi^er de Ftrbalia op IVo , in* 
Jf^ul: ^ als Qfhelderinge., na der Ouden trant >• Dog-* 

zulks- 



XII. 

Onder* 
thcid tuf- 
fen dcKon- 
ftdijke en 
Natuerlij- 
keftelUng 
vAn een 
Verknogte 
Benaming 
uit twee 
Subpanü' 
v4be(taen- 
de. 

XIÏI. 

De drie 
Voorbeel* 
den vao 



■ 



i.retBamfJ VAN DE DECLINATIEN. j4p 

zulks, met fommigen^ alleen in y/^^iv/^/:, tot ondericheid 
• van den Nom»at: te willen doen , ruil ook , nogte op de 

Ouihcid , nogte op 't vinden van de Wetten , dat wij 
bedoelen, maer op een Wetmaking van eigen goeddun- 
ken, en wel van zulk een goeddunken, dat een ander, 
om 't onderfcheid, met gelijk regt de E bij ^cnNomin: 
en bij don jiccuf: niet , zou kunnen nemen : 't zijn gene 
Traeyc Wetten welker tegendeel even redelijk is. 
(III). Wanneer voor dit Subjiant: in Gen.t: nog een /idjeaiv:^ 
dat 'er bij behoort , voorafgaet , zo word ook dat Jd^ 
je£th\ op den verheven trant verbogen , als GOEDER 
VROUWE RAED, voor Db Raed van een goede 
Vrouw'. 

IL Voorbeeld j met Arücuïi opzigtelijk op het ag- 

terfte Suhftanüv:. 

f. Npm: £^ Jfc: EEN (of HET) Bischops KLEED (ookcer- 
«. „,. j , ■ tijds Kleedbr). 

l "^"LLf * Iem 1^ EEN (of HET) B.SCHOPS KLEED, 

De Dat: Ahjjal: zonder Aen : en in zeer verbeven Stijl 
ook wel EENEN (of DEN) Bischops KLEEDE. 

r 

cNm'. 6? Jcc'. DE Bischops KLEEDEREN (ook eertijds Kleedbn). 
ny J Gtnit: DER. of Van DE \ . 

^"^- \ Dat: Aen DE }» Bischops KLEEDEREN. 

^jibl: Van DE J 

Bij dcft Dat: Abfoh en in Verhcv; en Deft; Stijl DEN 
in Aeé van Aen DE> 

111. Voorbeeld ; met Articuli in Genitivo^ opzigte- 

lij k op het vQorfte Stibfii 

j Nm: ö» A(c: \ pES ^^ f BISCHOPS KLÉüiy. 

"*^ t ^Dat\v^. ^^^' Aen \ EBNES(.of DES) BISCHOPS Klééi^ 

Dat: jihjffl: zonder Aen. 

JP2vr: £ven als de Si%«hrii-, mits het i«;tKrfte SiAfiatavoum in zijn Meer» 

voud Qveibrengende , ab EENE& (of DES) BISCHOPS 
Kleedereh, enz. 

Xx i Ho* 



I 

I 



Ifé VAN DE OECLINATIEN, n. JMft^ 

Hoe de jfrtuuU m 't Gems Tan hars Stttfianiivé veranderen , is ia de 
vorige Voorbeelden begrepen, en dcrhalvca ocmoodig dat men *t getal der 
Voorbeelden hier door vergroot, 

N. Nu kan ik u zeggen , waer op ik mijn vrage gpmunt iiad« 't Is 
voornaemlijk op de kragt en den zin van deze Konftelijke Verknogte 
Benaming, in vergelijking van de Nacueriijke, vracrvangij hiervoor bij 
de Vertalinge van *t Latijnfe jfju^ joh^rmöm negenderhande gedacnte va« 
toont hebt. 

3CIV. L. Deze allen konnen door de KonAd^ke AeOing ma meer als in vijf* 
kragt" van d^^hande gcdaente vcrbcekl worden* 

dcKonflc- • . . 

lijkc ftcl- I. VERSTANDS OPHELDERING bcteekent zo veel als E«n of 
fi^k"^^"^* Db opheldering van Verstand. Om dat nu het agterfte Lki 
VM dc^Nt- ^^^^ 't voorftc cenigfïnts een bepaling ont&ngt , en alzoo van sijoc 
tuerlijkc. wijduitziende beteekenis .iet voiieft , zo vrard de zin daer van dezelf- 

de als of 'er eenige ^r//V«/i^j .bijftond , Db , namelijk, als 'er een 
nader bq>aling voorgegaen was « of vol^e , en Een, als zulks niet 
gebeurde i dus beceekent ook bij ons OODS 60£DHSlD het zelf- 
de als Een of De Goedheid van God. 

II. EEN BISCHOPS KLEED , beteekent È«2ff Kleéi» van een 

III. HET BISCHOPS KLEED, zo tccI a]s Hct Klééo van een 

filSGHOP. 

IV. EENÉS BISCHOPS KLEED . zo veel ak Eem of Het Klééo 

VAN EEKEN filSCHOP-. 

V. DES BISCHOPS KLEED , 20 veel dis Hrr Klébd vak deh 

BiSCHOP. 

Zo dat de eerfte drie van de negenderhande'gedacntcns bij de Natuer- 
lijke Helling, als (i) Opstopping VAN WATER, (t) Opstóppino 
VAN EEN WATER , nogte ( 3 ) Opstopping VAN HET WATER, 
niet eigötithjk voldaea warden in de KonfteUjkc Stelling, aengceien, als 
boven gemeld hebbc , ons WATERS OPSTOPPING 20 veel wil "ak 
Een oFDb Opstopping Van Water \ in wdke twijffèlagdgheid vanbc- 
paling dit Konftelijke van 't Natuerlijke nog iets vcrfchilt. 

De vierde Gedacnte der Natuerlijke Stdling zou voldaen worden met onze 
eerfte en tweede Konftelijke, bij aldien het vetbojgene Suhfiaut:^ in Geniti 
ftaende , . een algemeen ding of wezen bcteekent , als Water , Stée»^ 
VEftsTANö: dus kan WATERS OPSTOPPING, en EEN WATERS 
OPSTOPPING beteekenen Ebn Opstopping van Water 5 en VER- 
STANDS of EEN VERSTANDS VERLIGTING, zo veel als Eem 
Vbrligting van Verstand^ noaer vermits velea van deze Benamingen, 
behalven haer algemeenen zin', een eeger bepaelde beteekenis krijgen , als 
Een StééN) Een Water ^ enz: 9 wacr door dan dubbelzinnigheid zou 

konxicn 






I 



t.rtrSofkn VAN DE DETCLINATIEN. jp 

lotmcn ontspruiten , zo hebhen onze Jceurigè Voorouders de Konftelijke 
|edaente Tooroaemlijk in dit tweede Konttdijke geval genoegiaem ver- 
mijd, gebruikende daer voor de Natucriijkc. 

De vijfde Gedaente van de Natuerlijke Stelling word beantwoord met 
onze tweede van de Konllelijke , ingcvalle het Vcrbogene Subfiantivum 
eenig geftaltelijk denkbeeld in ons verwekt , waerom het ook , vermits 
iet jpeeiaefs in zig vervattende, meeft altijd ccn Artkuhs bij zig vercifchr, 
ats ËEN Klsbd, ëbn Watrr enz«; aldus komt dan EEN lilSCHOPS 
KLEED voor ëbn Kué^D van ben Btscnor , en EEN WATERS 
OPSTOPPING voor Een Opwóppiko van een Water. Hoewel 
dit laeifle foort y het welk , gelijk hier voor gezeul is , ook een andren 
£in kan. aennêmcn, beter vliid in de Natyerlijke fteUing. 
De zeide Natuerlijke Gedaente loopt in 't Konllelijke mis. 
De zevende Natii^rlijke Gedaente laet zig wel uitdrukken even als onr 
je Eerfte in 't Konftolijkey te weten WATERS OPSTOPPING voor 
Ji% Opstópfing van Water, gelijk hier voren gezeid is, dog bij de 
woorden van een geftakelijk denkbeeld komt dit niet zeer eigen. 

De agtfte Natucriijkc woM voldaen in onze Derde en Vierde van *t Konfte-^ 
Mike > want HET BISCHOPS KLEED , en EENES BISCHQPS 
KLEED, beteekencn. beiden Hst Klébd van Ebnbn Eischop : even* 
wel met diir onderTcheid, dat h^ eerfte Het Klbbd van ben BiscHor- 
m V algemeeHy en 't laetfte Een of Het Kleed van ben^n zekeren 
BiscHOP in V bijzonder beteekent,. in welke onderfcheiding deze Konfte- 
ïjke Gedaente de Natuerlijke overtreft. 

De negende Natuerlijke beantwoord onze Vijfde in 't Konflelijke, als^ 
DES WATERS OPSTOPPING voor De Opstóbping van hbt Wa- 
ter , enz. 3fV, 

Wacromi 
N. 't Behoort ook tot de Behandeling der Voorleden dat ik vnige, ^ ™c" 
wat voor een Regel of 'er op te vinden zij, waerom men zegt DRIK^A- 

COBS,cn» 
1. HET^DRIK JACOBS-, en niet Hendrik van J^cêby dog wel, niet m»^ 

z. DE Z^GENINGE JACOBS, en VAN JAC03. DE LIEFDE !j^'* ^^ 
GODS, en VAN GOD. DE GOD ABRAHAMS, en VAN A. MyÈ^ 
BR AHAM j en wederom^ in tegendeei GENIN- 

j. OPHELDERING VAN VERSTAND, en niet Opheldering Fer- GE JA- 
Jiandsy EEN TEEKEN VAN DEUGD, en niet Een Teeken ^^^ \^^ 
Deugdsy en HET KLEED VAN STAET ,. en niet -Hi* KMd^faets. coB f m^ 

wederom 

De agterftc Leden zijö immert allen inGenifkfo^ ^t^^JrA 

^ . J DERINO 

L». Dat zijn» drie rrigen , waa* van de oplod^g werkelijk is ca in- VER- 
ij>anning vereifcht, daer tóe alleeaBjk ftrekkènd^ , om te weten wanneer STAND, 
of men bij de Verftnogte Benamingen' van Natuerlijke ftelling (bij al- IVÏJ*^ 
ddcn het agterfle lid, van *t Manli^e of Onsijdigc Geflagt 2ijn4e, jconder ^^j,^ p^^ 

Artifu-fiéudit^. 



jfi , VAN'DE DECLINATIEN. ïx\ R^Jewifx 

wel OP- yfrtkulus komt ) den Genitivus door S agtér het Suiflan^puM» ., of door 

HELDE- VAN voor bet zelv«' vcibecldcn moet: want al de voorbcekien van uwc 

RING vragen zijn zonder Naemlid bij *t agterftc. Indien men *cr nog één met 

ucïï een Articulus bijvoegt, zo komt het nog wondcdijker te voren, waerom 

VER- öf men niet zeggen mag Opheldering f^trftands , oiaer wel OPHELDE- 

STAND RING VAN VERS! AND , terwijl men nogtans van bcj* zegt OP- 

«^DES HELDERING VAN HET VERSTAND i en OPHELDERING 

STANDS, ^^S VERSTAN DS, Uwc vragen zien dan op N<>, i. 4. en 7. bij de 

' Verknogte Benamingen van Natucrlijkc (telling, of oo een van die dricj 

want het geeft hier in geen verandering of hec voorlte lid een jirtuulus 

voor zig hebbe of niet. 

Totoplofling van uwe vragen, en van de vergrootingdielk'crnogbiideed, 
zeg ik dan , dat onze Voorouders mti een zeer * gotxl oordeel dit gebruik 
bij deze Verknogte Benamingen dufdanig hebben ingcvoert, om dat men 
oudtijds , toen de Articuli nog niet regt gangbaer waren ', alleen de S 
voor merktceken van den Geiüt: Mafc: & Ntutr: hd^bcnde , die 20 wd 
in 't Bepalende als Onbepalende geval gebruikte 5 . waeropi ook toen ter 
tijd WATERS , zo wel voor Ebnbs Waters als voor De» Waters 
kon verftaen worden : maer toen' de jtrticuU tot onderfcheid in zwang ge- 
raekten, was 't ook dienftig, dat men die verwarting fchuwde , hoewd 
bij de Eigen-namen zulks niet noodig v/ks, vermits maer eene beteekenis 
hebbende. Hierom is het dan 5 

L Dat , zo deze Verknogte Benaming uit een Voor- en Toe-naem be- 
ftaet, het aderde lid op der Ouden trant de S tot teekdn van den 
Genitivus bcnonden heett, en geen. VAN vooraen gcdogpn wil, als 
Hendrik Jacobs : want Eigen-namen met hare Toenamen kunoeo 
zonder groote verwarring niet wel verandering velen : dog bij Ge-' 
flagt- namen , die van jonger gebruik zijn, ^ en gewoonlijk de Van 
genoemt worden is het regt anders gdegeni, dus zegt men Ds Jabil- 
BOEREN VAN DE GROOT {Jnnales Grotii)^ maer nooit De Jaer' 
hóeken Gróóts , hoewel men ook in Konftelijke flelling zet DE 
GROOTS Jaerboeken. 

IL Dog als 'tagterile Hd alleenlijk een Voor-naem is, als, Pibter , Ja* 
coB, enz: en 't voorde iet beteekent , dat door hem word uitgevoert, 
of dat op hem zijne bewerking heeft , als dan mag de Genitivus op 
beide wijzen gevormt worden; dus zegt men, DE ZEGEN INGE 
JACOBS , en DE ZEGENINGE VAN JACOB. Maer waimccr 
die Genitivus een Eigenaer of Bezitter beteekent , zo verkieft men 
bij ons den Genitivus door VAN te maken, als naemlijk Het Geld 
VAN ABRAHAM, en niet Het geld Abrahams. 

III. Maer als het agterftc lid, zonder ^f^/Vi(/vi zijnde, geen Eigen- naem, 
dog eenig Algemeen wezen beteekent (want anderen komeil niet 
zonder Articulus) zo maekt men alleen den Genitivus door VAN, 
gelijk uit uwc ingebragte voorbeelden blijkt: hierom zegt men OP- 

HEL- 



m 



uFerband. VANDEDECLINATIEN. jfj 

HELDERING VAN VERSTAND , en niet Opheldering Ver^ 
flands I op dat men alzoo de vrugt geniete van 'c onderfcheid der 
jfrticulij en aentoone, dat men hier van Verstand, als van een Al- 
gemeen ding, en niet ^an dif of dat Ferftand in 't bijzonder foreektj^ 
welk ondericheid de andere Genitivus niet aentoonen kan. Gelijk dan 
ook in tegendeel 
IV De Geniüvus op beide wijzen gemaekt.word, wanneer bu dat ag* 
«erile lid -een jirticulus tot aenwijzing voorop komt , als OPHEL* 
DERING DES VERSTANDS , en OPHELDERING VAN 
HET VERSTAND , aengezien een en ander niet meer als eener- 
iei denkbeeld verwekken kan i De a^crzetting van S > nogtans komt 
cigentlijkft in Hoogdn en Deft: Stijl , vermits naeft overeenkomende 
met der Ouden gebruik. 

Dog laet ik nog <tn vijfije R^el van gelijken aert , hoewel op eea 
Verknogte Benaming van Konftehjke en niet van Natuerlij ke ifelling 
kiende, hier bij voegen > te weten, ^^, 

Bij aldien men agter twee of meer bijeenftaende Subftatitiva / die niet Waerom 
meer als een enkel denkbeeld in ons verwekken , 't zij een Eigen-naem of men 
of een andre zijnde , nog een Subfiantivum in Genitivo daer agter aen- JfS^.pu 
vo^ , zulks dat die te ^men tot een Verknogte Benaming van Konfte- ^fp^ 
lijkc èdling overgaenj als riks 

Aenslao i 

HENDRIK JACOBSENS Handschrift. en niet 

GRAEF DIDERIKS Aenslag. ^'if'^: 

KONINK HENRIK DE VIER)3ES Ontwerp. . «mi.cnx* 

en DES KIND VAN DEN HUIZES Voorrégt (of in ge- 
meenzamer fpraek zou men zeggen 'T KIND VAN DEN 
HUIZES Voorrégt}. - 

Alwaer Hendrik Jacobsbn^ Graep Didbrik , Könink Henrik Dtt 
Vierde, en Kind van den Huize ijder maer een enkel geilaltelijk 
denkbeeld verwekken , dat door verzamelde woorden beduid word , zo 
moec bij ons niet het voorfte lid , maer alleea het agterfte , de S , tot 
aenwijzing van den Genitivus agteraennemen \ en wederom , als bij de 
vooropgaende E^mamen van Vorilen nog een jirticulus vóorafgaet , tot 
ondericneid van dezen en dien in *t bijzonder , zo dat 'er een fcheiding 
van denkbedd uit ontftaet , als dan buigt dat gefcheidene deel vooraf , ab 
DES GRAVEN DïDERIKS AENSLAG, alwaer Diderik in tegen- 
ilelling komt van andre Graven. XVII. 

Xo uitnemende naeukeurig zijn onze Voorouders fi^weeft in 't infteHen Nacukcu- 
van hare gebruiken , dat ze de zuiverheid der DcnkDeelden geheel buiten JJ^^^voor* 
vennrarring getra^ hebben te houden : Want de twee drie woorden ^ die ouderen 
te £uiien nier met meer als één onderlcheiden denkbeeld uitmaken, wo]> omtrent de 
4en ook te (amen in 't verbuigen «iet anders als een enkelwoord bshan^ Zuiverh^ 

V,, A^u ^^ Denk- 

Yy ^«itj bedden. 



♦. 



3r4 VANDEDECLINATIEN. i\. Rümf. 

delt $ en zo verre faec denkbeeld gefcheiden moet ziJB , 200 verre onder- 
icheid zig ook de verbuiging. 

N. 't Is nogtans geheel anders geftelt met het Latijn^ aldaer zeid mcD, 
Regis Henrici quarti Confilium. 

L. Dat is waerj en als men woordelijk en letterlijk (Gréimmaticè) ica 
zin daer van naedenkt , zo komt hij even ffaram en ilootend, als of inetf 
zettede Het ont'werp van den Koning van Hinrik van den vierden^ of wil idcq 
't anders , Des Komnks Hinriks des vierden Oniwtrf : 't is waerliik of dk 
lid van brok tot brok als in de hcrfenen moeft ingeftampt worden , ter- 
wijl door die deeling het geheel ondertuflen zijn denkbeeld verheft : ten 
minfle ftrijd zulks ten eenemael tegen ons Ncderduitfch > dog dkcTad 
heeft haer bijzonder eigen j en 't gebruik en de oeflfèning leert ditwijb 
de verlammingen en gebreken , die 'er na de Letter in & gedagten uit 
ontftaen zouden , vervullen, 't Is vrij gemeen in de wereld , dat men net- 
ter denkt als men {preekt ^ maer 't is de opperfte lof van een Tael , dat ze 
die netheid agterhaelen of nabij komen kan^ want de gedagten te boven 
gaen zal ze nimmer. 

Maer dat we die ftoflfe eens lieten beruftcn, eer 't Ipel beginne te ver- 
drieten. Onder mijne Aenmerkingen over de Waernemingen van oozea 
doorlugtigen Letterheid P : C: Hoofd ^ die ik hier bij dit werk mtencte 
voegen , zal zig nog meer diergelijks opdoen. 

XVIII. 

Van de N. Evenwel kan de Weetgierigheid het onderzoek der Oudheden 20 

Oudheid niet in 't vergeten flellen^ voornaemlijk omtrent woordtjes die zo dikwijk 

1l^ n '^hae^ ^ '^ ^P^ komen | ik meene onze Articuü. Hoe vond je 't in dit ftuk 

ren oor-^^'j ^ ^^^^ ^^ vermaegtfcbapte Talen zo oude als nieuwe ? Ik heb al 

fpronk. gemerkt, dat onze jtrticuli EEN en DE ontleent zijn van 'ons Talwoord 

EÉN, en 't Pronomen Dib$ even gelijk ook van 't iLatijnfche mus^ una^ 

6f ille^ illa gemaekt zijn die jtrticuli j die thans in lüdiën, Spanje, cd 

Vrankrijk in zwang gaen^ als 



jfrtic 



ki Indef: < 



Ital: Spaenfi:h. Franfcb. 

Mafci Uno, éno. un. 

Fmm: Una. éna. 



^ *• rk r . J Mafii lï o£ Lo. êL Le oSP. 

Jrttr. Defin: ^ ^^. ^ ^ ^ ^^ ^ 

Dog de Suhjfantiva Neutra ontbreken ^er. 

L. 't Is zoo, dat zezo wel bij de Anderen, als bij Omen onze vermac^- 
Icbapte Talen, van het Pronomen NUmeraiOy en het Deménftrativttm ont- 
leent zijn. Ik vind evenwd niet, dat men veel vroeger dan f, 6, eeuwen te 
rag deze tweederhande Articuti tot zulk gebruik heeft toege-^igent \ men 

bediende 



x.Fnband. VAN DE DECLINATIEN. jff 

bediende zig te voren alleenlijk van den jtrtic: Definit:^ bijna even gelijk 
de Grrieken van hunnen Articului Pr^Jitivui iy A^ riy dié niet meer als 
onze Naemleden DE en HET aenwijzen. De oudfte overblijflèlen, daer 
in ik de tweederhande Articult gebruikt vond, zijn, Wïller: Ahbatis Para^ 
fbri^s in Cantie: Catakvrum , 'm \ Frankduits , en Melis Stoké*s Oude HoI\ 
hndfibe Rijmkrmjk^ dog wd allernetfl: en volledigft bij den laetften. 

N. 't Is opmerkelijk dat (niettegenftaende de Italianen , Spanjaerts en 
de Gallen , bevorens zij door de Volkeren van Duitfchen Stamme ver- 
wonnen waren, van geene jirficuü wiften, zo dat ze zulks van hare Ver- 
winnaers, en dat genoegfaem op ééne wijze, fchijnen geleert te hebben) 
^er de Oud-Dmtfche Schriften, als 't Moe{b*gottifch , Angel^ixifch , en 
Imnkduitfch , waer van de twee laetftgenoemde nogtans eenige Eeuwen 
jonger zijn dan die overwinningen , van zulk gebruik geen teeken heb« 
oen. 

L. Wel ecnig Teeken, mijn Heer , maer in die nette onderfcheiding 
niet, want de jirticul: Definit:^ die de oudfte van gebruik is, was 'er niet 
gantfchelijk onbckent. Want dus vind men het M-G, 4rf|t3 & j&a (^/V), 
CflO & j&O {bd'c)y 2c /Cj^ata {boc)^ te mets voor Ariic: Definit:^ en 't 
A-S, ]bt {bic)y jfctO {bae)y & Cftat/ «ÏJOtt/ & »pt(*(>0> gelijk ook 
het F-TH , <«hrr (A/V), /Cftiu [^bac)^ & ^Öaj (W), dienden zo wel 
voor Artic: Depmt: als voor Prenomen. Dog 't M-G , %W$ ( unus , /J- 
lus) vond ik 'er nooit voor Artic: Indefin: ^ 't A-S, 5ln \unus) niet clan 
zelden (dus A-S, aU Wlf f amina^ Mat tb: IX. zo.)i en 't F-TH, <Bm 
{unus ^ folus) y vond ik bij Tatiaen (die voor een vertaling van de agtfte 
Ecuiv gehouden word ) meert altijd voor een Pronomen , noewel op eeni- 
ge plaetfèn ook voor Aliquis , in welk geval het 2cer naekomc aen een 
zekeren zin van oDzen Artic: Indefin:. Maer bij IVilleramus , een werk 
van twee E,euwen jonger, vertoont zig <Mll/ zo wel voor Artic: Indefi^ 
nitivus , als voor Pronomen. En in een Symbolum veteris Rcclefta of Be- 
lijdenis der oude Duitfche Kerke die te vinden is bij Goldaft i Rerum Ala^ 
matm: Tom: IL p: I7J-9 vind ik sAn voor unus ^ en ook voor omen Articulus^ 

^9 Scj^ gelouïi tia^ er'an tint tnetlte tna^ eA§ am atttm menfïj^é; d: 

i : Ik geloove dat Hij in deze Wereld was als een ander Menfcb : en een 
weinig vroeger attl gtoaire 4^0t; d: i: één ware God {unus verus Deus). 
Uit de Stijl vermoede ik dat dit Oud-Duitfch omtrent gelijkeeuwig is 
met fVilleraems. Ab ik van 't A-S fpreek , zie ik op die vertaling van 
de Vier Evangeliften, die Junius nevens zijn Evang: Gotbicum gevoegc 
heeft 9 wdke ik (chat van de 8: ofp: Eeuw' te zijn. 

N. Maer dewijl uit het Pronomen EENE {unus) de Artic^ Indefin: 
ibdert geboren is, zo kunnen we daer tegen het hedendaég(che wel ver- 
gelijken, als we de Verbuiging van het Oude inzien, Hoe ging 't daer 
mee in 't Moeib-gottifch ? 

Yy X L. Even 



3f<S VAN DE DECLINATIEN. it. Hedèwip 

L. £ven als met de andere Pronom: MjeSiva j i\s Mm$l ttteilta/ Wmf 
&c. te wetea 



Nom: Gen: Dat: & jfbk jtccr 

M. sotn^; %\xi\ii aitntn&amamttta; Stnatuk 



M-G. *y/>g: < F. 9liina; Sïmaijo^; 9lmai; 



^tnammaf %ixL 



N. En hoc in *t FTankduitfch ? 



L. Bij Tatiaen en JVilhraem omtrent eveneens > naemljk 

Nom: ' Gen: JDah ^ jfb: Ace: 

( M. ein; <Eme^; €tnemo; Cmatt/mn 

W'TU.Sing:^ F. «cines «ineto / elmt; <einecoK tftna/ e» 

De Pluralis ontbreekt *fer uit de natuer der zake; 

Hier aen is het hedenda^e Hoogduitfch nog gelijk , uitgezondert dat 

voor dnero of etnetr alleenlijk komt mztl voor etnemo/ dnettii voor o^ 
oati of einon komt einen/ en voor eina./ e/ alleen eint. 

Het Angelfaxifch fchoeit ook al op die leeft. 

Nom: Gen: D:(^jibl: Jcc: 

f M. %n. %m$. %mm. 9lnm/ Mtm^ 
A-S.^ F. %m. %ntt. SBnre. Slnc. 



N. Hoe vondje 't bij onze Metts Stokers Rijinkronijk van voor omticai 

foo jaren. 

L. Bijna net als nu^^ te weten den jtrtic: Indefinitu 

Nomz Gen: Dat: jSce: JbJ: 



Sing\ 



In. 



Ook vond ik 'er ^Bettttt met een dubbele (e / in D^/: en jicr. voor 
Uivivj) of jfUquis^ als, bij den laetften druk van A^. ttfpp, /d;g: ix. Wt 
^itietüt toan tenen. <4^0en {Diderkus. ijle unum genuit Jilium)y ca ft^. su 
l^i 0af eenen ^itKrtfie ( ^uodam DiderUo. dahat)., 

N. Dit 



r.Fcrband. VAN DE DECLINATIEN. yfy 

N. Dit onderfcheid tuilen de dubbele en.ehkele E zqu ook thans, om den 
Jrticulus niet teverwaiTen mcthet Pronomen ^ dunkt roij, niet ondienftig zijn, 
en ook overeenkomen met den gewoonen grondflag van uw voor £eso;e- 
mdde agtbaerfte gebruikelijke Spelling, aengezien de lange EE van den 
Jrticulus reeds bij de uitfpraek in een zagte ËE' ver wanden: is , ter zake 
dat 'er nimmer eenige nadruk op valt. Dos zou onze- jtrticulus EEN in 
. *t fchrijven onderfcheiden zijn van 't Pronomen y even gelijk ons DE van 
Die geworden is. Op den zelfden voet, en om gelijke rede zou men ook 
EËNIG yoov folusy en ENIG voor aliquis kunnen zetten. Dog laet ons 
nu eens den jirtkulus Definitivus in zijne oude verbuiging bezien. 

L. In mijn werkje van de Gemeenfcbap tuffen de Gottifibe Sprake en dé 
Nederduitfibe heb ik dit Gottifche Pronomen aengewezen op pdg: 6a. 
Evenwel, om niet in een ander boek te moeten, zoeken, 't gene men door 
weinig fchiij vens bij-eea kan hebben , aal*^ ik het , welvoegens wille , hier 
nog een mael bij de anderen vooraf laten gaen. 

Mo&fbgottifch Pronomen ,. ook. te mets voor Artic: DefiniP: gebruikt.. 

Nom: Gen: Dat\^ Ablat: jIcci 

f M. ^^xi^l & ibdi (Deze, die) . cgtó €ftamma. €fiana. 

J/Vsrg: ^ F. €fiO/ &J&0 (Deze, die). Mtfö^. «Jirai. CjifaienJ^O* 

iN. c&ara (Dit, dat). .€gi^. ^gamma. €gara. 

rM €|al/ Sc €{|ifat. . ^Mt^ €|atm- €6an^/&€{|tfan^. 
Pluri J F. dol/ Sc €Ëiifo|« €Mfo. €$atm. ^EJml öc €DifQ^ 
LN. €fio €|ife; cliaim. €f|0^ 

Angeliaxilcfa Pr^ir0»r^;i,. en Artici BefiniU. 
Nom: Gen: Datrt^ jtbl: Ace: 

(^lA. Jbt. €:h«|. Cbaittt €&om/ €$cene. 

Sin^i ^ F« jbtü^ €n«!t. Cn«te. €tta. 

l N. €gat/td«t/ïipt; ^wi^ ^am. €iat/ tfmi W^ 

m 

Frankduitdh Pronomen ^_ en j&tic: Defimtf. 

« • 

Nom: Ge»: Dat:^ uibl: Ace: 

f M. (fthui 0it$. cjhettio* ' Chette/ t|nr 

Yy i MB. Bij, 



}f8 VAN DE DECLINATIEN. it. HeJemJf: 

NB. * Bij WÜkrMm yiud ik ook p: loi. (^'5 voor 
ons HET^ g^^Ü^ ^^^ P- 33- ^ verder op yele plact&n 
j$ bij Jatiaen^ wanneer HET zoxider SubfianfivMm komt. 

Oud-Fridch Pr^mmtn & j^k; D^ir (giflè van omtnoitde 
i£. of 13. £euw) opgemaekt uit de Leeowerder Boct« 
wetten y welke te vinden tiya in het tweede Deel van 
Gijsbert Jspix Fmfrbe Rijmkrije: als, 

JMafi: Fmm: Neuir: 

Nam: (^bt / W / bp. «tóO / tóo. «Öet/ ftltft of lt|. 



f Gen: cBei8/ lïe^/ «||ttr/ter. aïMfW 



ifi»^: ^ Dat: ^n of atl ) 



i if^r: Chtm/thtn/rtiett/tett. clia/te. iChetfi 



P&r; Door alle de Geflagten. ' 

Nom:m^/i0t. G.m^aJtHxa. /?. ASam/tam/&ant1^a. ^^nicla/ 

tar. en ^^/: f atl tfla &ta. 

Dog bij de werken van dien woord- en gecft-rijkcn Gijsbert Jafk 
(wiens bc<kevenheid in 't Oud-frie(ch onzen opperden en geleerdilea Lidf- 
hebber Fr: Junius F. F. tot hem trok , en wiens Tael zig zeer Ichikt oa 
den aert van 't platte land daer. nog Oud-frjiefch gefproken word) vond 
ik de jirticuU in de t^^woordis gewoonlijke kragt gebruikt, nacmlijk 
leit / of bij inkortinge itl / voor den jtrtic: ïndefin: door alle cfe Geflag* 
ten $ en voor den Arfkt Definittv: in *t Mafc: & Fmm: |^ ; ea in *t 
NitOr: itoïtti of bii inkortinge % De verbuiginge is *er zonder verandco 
ring van uitgane, alleea komt *er AEN en VAN te hulp : wdk gd>ruik 
van den Dat: Soor de Pr^pofi AEN , en den Gen: & Jbl: éocx VAN 
aen te wqzen , door 't voomacmile van Europa nu in zwang gaec Zie 
daer den 



jirtk: DefinU: van 't Hedendaegfche Land-frie(ch. 

N«m:t^^ce: Gem^Abh Dat: 

9i»<^j. / M. & F. 51^ fmi». . ^n te. 

Pkr: M. P. & N. 9t. ftn tie. ^Olt t». 



aldaer 



hdt tapijt quam, gews^ eemaekt van &zen Schrijver, en gemeld dat hij 
in zijne werken tiet he&idaegiê Land-fiie(ch getragt heeft uit te druk- 
ken met de Letteren na onze HoUandfe Gelding (Falor) te gd^ruiken: 

dit 



1 



t.Ferband. : VAN DE PECLINATIEN- ^ ^^sf 

dit dient in rekening te komen , als men *t vcifchil tuffen aijnc fpelling 
en die der Oude Boetwetten inziet. 

Macr hoe hebbqn wc *t bij onzen ouden AMis St^ke in zijn Rijm-* 
ktonijk? Ik gis, omtrent ak nu. 

L. Weinig anders, zo in kragt cnwaerde, als in gedaente, zijnde ook 
doorgaends & JrticulHS oikferfchciden van *t Fr^iwmsxf^ nia&lcj:k akkia. , 

• . . • 

Oui-HoUandfche jfriic: Definit: ten tijde van MèUs St^e in dé 

XIII. Eeuw. 

Ma/c: Fttmr Neutr: 

Sing: l l> i&tn/ Scanhai' '^er/Scanbie. ^ni/^antien. ' 
Ace ^en. ^te/ &tie. ^en/bat/get/act. 

Abh a^antim. S^antet/iianto. I^an^. 

Plur: Door al de Gcflagten. 

Nom: 6? ^cc: 9it/ te. Gtn: !Dft/ & tKHI te / Haf. 55«t/ ait tett/ 

en AU: »m teti & teill te. 

• • • • 

Hier t^n was het I^v mm e n Dtmmfirtit'tmm in Siagtl: b^ 't Mafct 

N. «iNt. G. ;ettn# & l^aa inett. D. & Ace ^iNen. AbL- i^ott ^kn. Bij 

't Fmrn: N. &: Ace: ^Dtt- G. ^DtCt êc Itelt trit. Dat: %n We. Abc l^ai» 

Mcr. En bi) 't iv^o^: N. «at. G. n^a^/ & 30aii teir. iX «im/ & 

att dat. Ace: ^Qltnt/ & bat. Ab; ^a» tnni/ &éOaittelt. En in Plurt 
door alle de Geflagcen. N. & Ac: ^Die. G. «ür. D. '^im. & Ab: l^att 

N. Uit de biigcbragte Voorbeelden bemerk Ht dat het Oiid-friefch , voor 
«o verre als zulks van het Angellaxifch verfchilt, zeer nac met om Oud- 
HoUandfch overeenkomt , en dat de FrankAritfiAc Jrticuhs Defimfi nog 
genoegfaem in *t Hoogduitfich gebleven is. 



lu. Omtrent den Hoogduitfcben Jtrüc: D^fimi^ vind ik dé voornaemfte 
Schrijvers een weinig verfchclende. De vermaerde Scb^ttiïins leert in de 

4Mxmt^ Hnioeifttna $ttr ^ütfsf^viimt^ uift 19o|tfbrfê|^n0 op 

p0gi 90. aMu9. 

G. D. Ace AW: 

^^ 9em. «m. S^etiteiiK 
«er. «er. «ie. I^onter. 
«e^ «cm. «a^. •ontem. 

« 

Pïun 




3^» VAN DE DECLIMATIEM. ti. ügdeai f 

Plitr: Door alle de Geflagten. 

N. 9it. O. Hfttt I tier (£c in Fam: ook wd <D(KO). D, ^DetttO/ 

ton. Ace: <Dir. Ab: i^oti tmim/ tKm ton. 

^, Vozende >daer Uj op /Mt;: pi. Stoertnumn/ bartier (rflKf.- Püir: 

„ ttgentlt^ l^etffe ^D€d<efi/ tier Dathus unti ^^/«': /'/vr: ^tfi^^ji^ 
^ toeU|)(^/ toen man grttnMittl nnt Grammticè fcj^^eilben tntl/ man al: 
■n fo muf tootocj^isn. 

Hier tegen zet de Geleerde Médeker 'm zijne <ll5^fin])fa^ tier «iNlIt: 
frj^n jt^pjacpen / Ai^: fi en f }. in 6m/.- />/«rr: alleenlijk Wit/ inDati 
Plur: alleenlijk tDen/ en in Jbl: Plur: alleenlijk ^on tom: zeggende dacr 
op aldus: " Iz^iefer JrticuJus ^at m Gen: Sii^: mt^^^JbJb<e0{ andl 

,> Itir^t \m Gtnit: Plur: ^CfitfH/ nod^ itü Dat: ^€0^$^. /biotti 

„ mal er gait( ju unttcfcltetton 4fi tiom Pronomn ^i^n y ^^/ 

Het ^oomaerofle verfchil tuflbn deze Sclirijvers bcftaet hier in, dat de 
laetfte de ingekorte wijze alleenlijk "behoud voor den Jfticulus , en de vd- 
ledige voor '^ Pronomen^ 

zN. Daer in liggen de Hoogdvicrchers t>ij ons ^Mj^t , niet alkeniUjk dat . 
liaere Jrticuli van hunne Pronomina to weinig of niet verfchilien j laaet 
voomaementiijk dat ze hunnen jfrticulus zo ondcrfcheidentlijk na 't ver« 
eifch van Stijl niet vabuigen konnen^ dacrenboven 'fioot ons haer handig- 
heid 9 hoewa zij die als iet manlijks prijzen :: dog ze hébben , ^ men 
'* onpartijdig fpreken zal , egter ook iet waer in ze 't winnen , naemlijk, 

dat bare Nom: Sing: in 't Mafcul: onderfcheiden komt van 't Fofm: , ge- 
lijk ook in 't Mi^cul: de Dat: van den Accufi verfchik. 

t Van'twil- ^- ^^^ eerde ondericheid der Cafus lioewèl de Nom: Ma/c: met dca ' 

^' len mvocrGen: Fmm: dus overeenkomt, beken ik , is zeer ^ei in 't Hoogduitfch, 

ren van om alzo ^ Zelf bij de daeglijkfe fpreektael, uitdien Nom: het Gemts xc 

^^ * J^^. ondcikcnncn i tcrwijle bij ons dit teeken hier in ontbreekt. Hierom was 

pd: èiaf- *tf ook voor omtrent honderd jaren tweedcrlcye ibeng onder ooze Xrct* 

^•i:« terlief hebbers , wacr van de eene wilde -^ dat men DËN in Nom: Singz 

Ma/c: op den trant der Vlamingen zetten zou , gelijk 'er ook onder et 

ZuidhoUanders waren, wdkün: daeglr^kic Spfeektad zulks begii&ftigde i ter- 

wijk de anderen 9 't zij om geen Nom: met jfea te verwarren, 't zii om 

Seen nieuwigheid te ondergaen, zig aen DE.vafl hiddi welk lac t n c bij 
e' Agtbaerlte Schrijvers de overhand gehad en behoudeii hedlt. 't Ge- 
luk heeft gewilt , dat ze van den oud-egten grondflag niet afgeweken 
zijn y ichoon de regte bewijzen daer van toen nog , onbekent , en in de 
verborgene hoeken onder vergetene oudheden .als begraven lagen. 

N. 't Is waer , uit uwe bijgebmgte Voorbeelden blijkt, dit onder de 
Oudheid niemand de N. in Nom: Mafc: agterop had. 
- V Onder- 



ï. Fèrband. VANDEDECLINATIEN. 3<Ji 

Ondcituflcn vermaek ik mij in de grootc overccnkomft die ik bcfpcur 
coflcn deze Oud- duitiche takken en de Hedendaeg(che> voomamentlijk als 
ik op de DiakSregel^ volgens welke de Ci^ der Ckklen in onze D , de 
3111 en 4t4^ of 3I(© in onze IE verwiflèlt is, agt geve 5 want het ver- 
fchil der andere Vocalen is naeulijks te merken « als men de%e Klcmlooze 
jirttculi ter ijl over de tong laet rollen , gelijk vereifcht word. 

Ook dunkt mij , dat , alwaer die Oud en Jong gezamentlijk overeen- 
ftemt, de Grondle^ing van zulk een gebruik ouder te erkennen is, dan 
de Icheiding dier takken. 

Dus fchat ik den oorfpronk van het volgende, dat ik in uwc Voorbccl- ê^\aq 
den aengemerkt heb , ten minfte ouder dan onzes Heilands Geboorte : te algemeene 

W^cn, Regelen 

wegens de 

l. Gelijk ik gezegt heb, dat in Nom: Sing: Mafc: geen N tot flot'^^^^^^ 

komt. Gcdaente 

z. Dat Dat: 8c jtbl: bij ieder geflagt eveneens zijn , mits dat men op der Artki 
VAN en AEN geen a^ geve. ^M-- 

3« Dat de Gen: Sing: bi] 'c Mafc & Neutrx ons DES volkomen beant- 
woord. 

4. Dat bij 't Neutr: de Nom: met den Jlccup. overeenkomt. 

ƒ. Dat in 't Mafi: de N hecrfcht bij den jlcc: Singul:. 

-6. Dat de Nom: Sing: Fmm: gcenen Confonant agterop heeft. 

Dog dit v(^gende fchijnt van eenigfints jonger tijd te zijn, om dat An- 
gelfaks , Frank , en Nederlander nog later met elkander omgegaen heb- 
ben, en 't Gottifch hier van afwijkt. 

1 . Dat de Plur: door alle de Gedagten eveneens is. 

X. Dat de Gen: Sing: Foem: aen den Genit: Plur: fi^elijkt 1 zulks dat de 
R in allen heerfchende is^ waerom ons DER net zelve wel beant- 
woord. 

j. Dat bij 't Foem: de Dat: ö jfbl: Sing: met dien Genit: overeenftemt, 
fchoon ons hedendaqgfè gebruik de R,. agteraf laet. 

4. Dat in 't Fcem: de jicc: Sing: gelijk is aen zijn Nom:. 

f. Dat bij den Dat: ö" ^bl: Plur: een Confonant , 't zij M of N , 
heerfcht, even gelijk ook oudtijds bij ons,* en ook nog in Verhev: 
Stijl, en bij den Dat: jlhfoh. Dog, als 'er Aen of Van bijkomt, 
werpt het daeglijkfc gebruik (ik gis om 't vlocyen) de N agteraf^ 
hoewel het Oud-frie(ch, dat meerfcharp als vloeyend klinkt , volgens 
uw opgeven, ook al had in Dat: Plur: %Xk t||a of ^/ en in Abl: 
5patt qia di ^a/ dog zonder Voorzetzel zijnde , iCj^attt of 

9^am. 

6. Dat bij den Plur: de Nom: & jfcc: elkander gelijk zijn, en geenen 
Cw/onant zg^exop gedogen. - 

Za L. Op 






3<Jz VANDEDECLINATIEN. ii. ReJemf: 

L. Op den grondflag van zijn Redekaveliiig , zal mijn Heer de oud- 
heid van die Regelen j voomaemlijk van de eerfte zes , vrij hooger mo* 
een flellen, als hij aenmerkt, dac die zelf bij den oud-afgeicheiden Kim- 
briichen tak te vinden zijn ^ want ten minfte mag men duizenden van ja- 
ren te rug tellen voor den tijd toen Kimbers en Duitfchers nog onver- 
deelt waren. En, al is het, dat het gebruik van den Jrticuïus Préepofiti- 
vus^ zelf in de IX. Eeuw, tën minfte in Poefie onder die Noordelingen 
nog in geen gewoonte was , niettemin was 'er het Pronomen , van wclfc 
men dezen ontleent heeft. 

N. De gefchapenheid hier van zal zig; immers allemetft kunnen op- 
doen bij de afgelegene Yflanders , vermits die federt haer afwijken uit 
Noorwegen in de X. Eeuw , het Oud-kimbrifch nog zuiverft bcwaert 
hebben i te meer, om dat die Volkeren het Ichrijven en de gezangen be- 
minden. 

XXI 

Van de L. Dezen hebben ook tegenwoordig hunne jfrticuh'y hoewel hare be- 

Noordfc handeling op een gants andere wijze gefchied , dan bij ons en anderen van 
bchandc- Europa \ naemlijk voor haren Jrticuhs Definiti zetten ze , of een Jrti- 
Üfr/i^ ^//yj Prapofttivus , als j6a (/i) , jfcn (^<»), Cjaï» {id) > of een jtrtiiuk 
pofipofitivus , die agter aen 't woord eelafcht word. Laten wij den Ge- 
leerden Rudolpbus Jonas , die een Yflander was ', hier op eens inzien in 
zijne Grammatica IJlandica Rudimenta : aldaer zeid hij Oip. II. " Cim 
„ certam (^ fingularem aliquam rem quaji digi t o demonjiratam volumus y vo^ 
„ cem Jimpliciter inJleSimus , frapofito Articuh vel fronomine demonfiratho ^ 
9, ut i^a matiur {ifte bomo)j t^t$ XaeM$ (HUus bominis). ^otiesautem 
„ de re aliqua in Communi fermo efi , non pramijfo , fed pofipofito Jrticuh 
„ voces deciinamus , & quidem ita , ut , Articulus cum ipfa voce , cui pofipO' 
„ mtury in unam diRionem coalefcat^ ut^ jBatlUrenn et j&fltltnn0^ j^nt^ 
39 taliatt {Homo eft rationit particeps). Hcic ad Nominativi Simplicis ter' 
„ minationem , J^SalHIt/ adjicitur Pronomen demonfirativum j^atttt J)B^nt^ 

,9 renn quafi jiBabur j^ann. Sic Gemt: jüaanfen^ / qua/t üBan^ rM)/ 

99 ^^^ jnRdtt^ l^atl^* Hinc duplex nafcitur Nominum Declinath : Simplex 
„ five Nominum Simplicium , & Compojita feu Nominum Compofitorum. 
„ Declinationem Simplicem voco , juxta quam voces non adjeSto in fine Arti^ 
), culo declinantur^ «/, fa petttte (Calamus)^ t^$ penna (Calami). Com- 
3, pofitam dico , ad cujus leges infieStuntur voces Articuk in fine amS^ty uty 

„ ^enttenn/ pennan^/ Jilïatiurenn/ manfen^* 

Wijders ftclt deze Schrijver de Verbuiging van zijn Yilandfen Ar^ 
ticulus pr^epofitivus , die in kragt onzen Articulus Definit: vrij naekomt, 
aldus. 



Sin^. 






i.jrefUni. V A N D E D EC L I N ATI EN. %6x 

N. G. D. Ace: Vöc: AM: 

^Mafcx ^a. thef- tj^etm. thann. ^ r tfietm. 

^/i»j: ^ Foan: jb^. twitcair. tfteitrr. tpaa. \ t|^. < tgetcte. 
CiVMtfr: ciiab. rleT}. tpi. tgati. '' v. tgut. 

rA/<!/^ «Cftnc- 1 rtgaa. ^ 

PiurAFam: (Cftatr*. >t|nnra. tgdm. <mx. > ti^eir. tJMm- 
CiV««m <c$au0- ^ ^tgau0. J 

• Of liever i^l^ff t / gelijk overal in zijne andere Voor- 
beelden. 

Dog Heer Hickefius voegt hier op in zijne Aentcekeningen dit volgende, vide hw*#- 
„ Poftpofttus uirfimlus in fine Nminum per omnes cafus utriufque numeri fi^J^fl^\ 
,, facü ea dcmonftrativè , ac emphaticé fignificare ,* imo rem fingularem $luntrion. 
y^ non minus defignat ^ quam préepojitus Articulus, Dit ilerkt zijn Ed: met Tom: nu 
„ Voorbeelden, en zegt nog verder^ Pronomen hintt/ Öin/ ftltt vel ||tb/M-8. 
^ baud rarius f ere induit n^turam jlrticuli , ac Jb^/ fu/ t||aB. voegende 
ook hier op cenigc Voorbeelden tot beveftiging van zijne gedagten. 

N. Hoewel mij reets de tijd meer dan te verrcverloopen is, egterkan 
ik 'er niet wel afk:heiden voor ik het hedendaegfe gebruik der Denen en 
Zweden hier ten befluite in vergelijking hebbe. 

L. Ten opzigtc van de Gcdaentc komt dit nader aen 't Friefche, 
maer in -de tweederleyc behandeling van den jirtic: Definit: ftemt het met 
het Yflandfe overeen. De vermenging van de Nederfaxifche Hovelingen 
/chijnt oorzaek van die Gedaente te wezen- Zie dacr *t gene ik *er van 
heb. 

De jtrticuli komen zonder verbuiging zelfe in Genitu <Cfl verftrekt voor 
ons Aen in Dat: , en $|lf voor ons Van in jtbl. 

De Jtrtic: Indefin: is in Mafc: 6? Poem: ^tl/ en bij \ Neutr: et of ett: 
als in *t Deenfch tfn MsXi\^l in 't Zweedfch Ctt JlQatl (Een Man), 
en bij beiden, 4tt ||UU^ (Een huis). 

De jirtic: Definit ivus^ die voorgezet word, heeft in Sing:h\] 't Mafc: 
& Foem: ^ett ook ^Dtttb in 't Deenfch , en bij 't Neutr: ^et of ^rtl h 
als y&tt ftUU^ (het huis)> dog de Plur: door alle Geflagten ^e. 

Maer de jirtic: Defimt: , die agteracn gelafcht word , beftaet in Singuk 
Mafc: £5? Fam: uit etl/ en in Neutr: uit et/ dog in Plur: uit tie of ene: 
dus maekt men van het Deenfche l^fi M. (Paerd)^ in Sing: l^fletl M. 
(^Jbet Paerd)j en in Plur: I^efletie {de Paerden). 

N. 't is vreemd dat deze Noordelingen, zo wel voor \ Fem:khMafi: 
bij den Ntm: ?©en hebben , vermits nogte de Hoogduitiè JÏrticul: nogte 
het Kimbrifchc Pronomen j^v aenlciding toegeeft. 

* Zz z Mijne 



5<S4 VAN DE DECLINATIEN. ii. Rtdewiff; 

Mijoe verdere Aemnerkingen en Vragen over de Naemwoorden Te^ 
fcbuive ik tot onze nader bijeenkomft. 

L. Ten opijgte van.de Oudheid heb ik, zo hier, als voor 't gevolg, 
te berigten, dat hij, dien *t luftea zal, die tedoorfnuflclen, gelijk ik ge- 
dacn heb, ongetwijffélt of nog andere waerdige zaken, of ook wel ccni- 
gen miÜlag van mij ontdekken zal, om dat ik, Ichoon ik 'er niet onbe- 
^igt overliep , noguns allennecft mijn aendagt en toevcrzigt belleed heb 
op dat gene, dacr op ik mijne Aenmerkingen zocht te gicondveften. 



Tweede 



2. KirBaadi 



i^r 



Tweede Verhandeling 



V A N D E 



DECLINATIEN 

Wegens de Nomtna AdjeBtva , en Sahfianüva. 

.Twaelfde RedewiiTeling. 



N* en L^ 



N. 



r. 



VEcl is 'er nog te vragen, mmi Vriend, dies kom ik een uer Vaa de 
of twee vroeger als te voren. Den eerften aenval van mijne Op- ^T^-* 
merking zullen de jidjeSiva moeten uitftacn. 'Onze Letterkun- ^^hare"* ' 
ftenaers verzuimen ons te zeggen, wanneer de E daeragter aen behoort, en Verbuigitt* 
wanneer niet j hoewel gemeenlijk , in 't fchrii ven niet alleen , macr zelfs gen. 
bij de daeglijklè Spreektacl , die orde , welke in uwc drie Voorbeelden 
aengetoont is , bij-na zonder miflen onderhouden word : uitgenomen dat «. ^^• 
men in 't Neutrum te mets zondigt met een E verkeerdelijk agter aen te Gcdaente^ 
voegen. Nogtans als m'er wel op let, kan men door dfe /inalogie (of wanneer, 
Vcrgelijkinjg ) de zekerheid van uw geftelde orde ligtclijk uitvinden : want of wan- 
nimmer zeid men Groote Verfiand ^ nogte Een Groote Beeft ^ nogte Het^^%^^^l/ 
Groot Beeft y maer GROOT bij de tww eerften, en GROOTE bij het tSdacr 

bct&e» agter aen 

behooru 

L. Mijn Heer heeft zeer wel opgemerkt , dat het Gebruik benefFens 
de Vergelijking mijn Grondflag geweeft is i want mijn Stokregel , van 
d/a/ men de Taehvetten moet vinden^, en niet maken y zoek ik niet uit mijn 
oog te zetten. 

Maer om dan deze gevondene Taelwetten tot fteun van 't geheugen, 
en tot te kragtiger indruk van 't verftand , bij wijze van Regelen , en 
niet ilegts bij Voorbeelden voor oogen te hebben j^ zo zeg ik , wegens 
<lcn Singularis. 

I. Bij de Fcminina komt dfe E agter 't AdjeSivum allefints , 't zij ^^ ^(.t^'yfC'^ 
een jfrticulus of Pronomen voor af gae, of niet; als GROOTE MiN-gcns het" 
XAEMHEiD, EEN KLOEKE Vrouw, DE LIEVE Dógter, tnAdjeHi^ 
DEZE of MYNE STERKE Genegentheid, enz: en dat zelf in ^^^ ' voo'^ 
alle Verbuigingen : uitgezonden: dat wel bij den Hoogdr: Stijl , die fJ/ZT 

Zz Z tftaendcj^ 



I . 



nr. 

ftcgd we- 
gens het 

vum , voor 
-deSubJianti 
Üeutra 
flaende. 



V. 

Regel we- 
gens het 
Jidjêilivi 
voor de 
SubfUnti 
MafctUz. 
fiaende , 
mits zon* 
dtrAnieiê-' 
lus zijnde^ 
of agter 
den jtrd- 
cuIhs de, 
en agter de 
Prênomméi 
MYN, 
DIE, enz. 

VL 
Regel we- 
gens den 
Pluralis 
van de Ai^ 



^66 VANDEDECLINATIEN. it. Redéwif, 

•t (poor der Ouden opvolgt j niet alleen E , macr ook zelf EN in 
Genit: en ER in Dat: Ö" ^bl: Sing: , en in Gentt: Plm: gevonden 
word , voornacmlijk bij aldicn 'er een Articulus of l^ronomtn den voor- 
rang heeft. 
II. Bij de Neutra komt infgelijks de E, wanneer ons HET (of cenig 
^Pronomen pojffejfivum of Demonjl: als MYN, ONS, DIT, enz:) tot 
Voorlooper dient j als HET of MYN ZOETE Kind. HET VUI- 
LE BÉéïT , enz: j dog als ze zonder Articulus zijn , of als 'er ons 
EEN (of de Pronomina Indeterminattva Eenig , Zbker, Menig, 
Sommig) voorop gaet, zo rackt en blijft de E 'er agteraf verfcho- 
ven, als ZUIVER Water, MENIG of EEN 1G WENSCHE- 
LYK Ding, EEN of ZEKER ZOET Kind, enz:. En dit houd 
ftreek door alle de Cafus in Singuh , uitgezondert bij 't Hoogdra- 
vende , gelijk ik in mijne Voorbeelden heb oengemerkt $ zijnde , ook 
hier van verder uitgezondeit onze Rangtellers, als Eerste, Twes- 
DB , Derde , enz: want deze behouden altoos de E ; als , EEN 
EERSTE Kind, enz: zo mede ons Pronomn EEN ZELFDE, als, 
EEN ZELFDE Kind. 

III. Bij de MafcuUna zonder Articulus^ onthoud zig de E in iVbjHriiM/;, 
als GROOT E Dienst^ zo mede, als 'er ons bepalend Naemlid DE 
(of de bepalende Pronomi MYN, DIE, enz:) voorafgaet, als DE 
WYZE Man, DIE STERKE Jonge, DE KLOEKE Graver, 
enz:. Dog bij aldien 'er onze Articulus EEN in plaets van De 
komt. zo geCchied zulks op tweederhande wijzen ^ naemlijk ibmtijds 
met E (even als agter den Articul: De) en (bmtijds zonder E (even 
als bij 't Neutrum^ agter den Articul: Een) alles naer eifch van 't 
volgende Subfiantivum. 

IV . Onze Pluralis van de AdjiSliva , die geen ondericheid van Genus 
erkent , begeert de E agter op , door aUe de Cafus heen y hoewel 
oulinks de Dat: en Ablat: ook de N daer agteraen namen $ en in 
Genit: PJur: van 't Foemin: nam ER de plaets wel in , dat in zeer 
Hoogdr: Stijl te mets ook nog onderhouden word. 

N. Ik zou zeggen dat mijne begeerte in deze vier gewijgtigc R^len 
voldaen was , zo niet uw derde nog gebrekkig bleef in 't bepalen van die 
ibmmige Mafcul: met E, en die fommige zonder E. 

L. Aen die Vrage is vrij wat meer te kluiven dan dat ze geenbijzon- 
dere oploiling vereitehcn zou. Onze Ridder Hoofd doet 'er een van ge- 
lijken Inhoud in zijne If^aernemingen j dog de Oplofling lact hij agter we- 
jej nu vergt mijn Heer die mij; en zo ik U hier in te willcs^bcn, gc- 
ijk ik gaeme ben, verwagt ik vaftelijk, dat uw wcctluft na de beden- 
kelijke oorzaek van zo vreemd een' Regel vragen zal. 

N. Dit mijn Doelwit heb je wél afgösicn, maer 't cerflc verwagt ik 
cerft. 

L. De 



/ 



x.VtrhtMi. VAN DE DEC LIN ATI EN. ^67 

vir 

L. De Regel op onze Jdjtüwa MétfeuUn» , wanneer ze 9gter onzen Zeer'Acii» 

Jrticuh EEN, of ook agter de Prmuaima EEMIG of ZEKER of ME- merkelijke 

NIG of 80MM1G komen, bevond ik aldus. Regel we- 

gens t 

I. Eerftdijk, Onze FtrfonaUA , die in ons het denkbeeld van een Amp- van Eag- 
tenaer. Bedrijver, Beftierder ,' of Dicnaer verwekken , naemlijk die^cf?nie 
-ER of -AER of -IER of -LiNG tot cen tocgevocgdc terminatie heb- i^l^^i^^ 
ben (als Arbeider 9 Leerasr, Hovcliko, UovenieRi Ampte- wanneer ^' 
nAbr, enz.) waer bij ook te voegen zijn onze Woorden Koning., die onzen 
VORST, Ammirael, Prins, Overste, Héér, Meester, Knégt, -^'J']?^' 
en Onderdaen , Vriend en Vyand, en Huisvader,, als «nede gg^^^'f^^. 
Man, Kar el, en Ménsch (zo het laecAe als Mafcuk ^cngeii^n pronomMa 
word ) , gelijk ook Persoon , de zulken begeeren thans dat hare ^d- Mtt^mKi" 
jeSliva^ die op hunne werking zien, zonder E, onverbuigUjk evenals *'^''^f"* 
Adverbia ^ komen, als EEN GOED Konêng , Arbeider, Persoon, ^^oFMk- 
enz: uitgezonden bij den Genit: Sing: in den Hoogdr: Stijl , die den nio of 
ouden trant nog opvolgt, als, EËNËS GOEDEN Vórstes Lof. Sommïo 
Maer de Deftige Stijl , als hij -zig in Genittvo van den ouden vol- ik^bb ^^^ 
ledigen Articuh EENEN bedient, laet zig bij (bmn>ige Adjeaiva'Sj Waeroin 
die t wecderhande beteekenis hebben , ( als ons GROOT , voor Gróót of mca 
van Geftalte , en gróót van Uitvoer^ Kennis^ of Mdgt) twecfints be- J?^^ ^fi» 
handelen, met eene zeer aerdige onderfcheiding van zin, naemlijk in S°t° j^„ 
t laetfte geval OnverbuigUjk, als Van EENEN GROOT M^n, nitt^;^** 
voor ijmand van groot bedrijf of beftier ^c. en in 't cerftc geval , ver- ^* ; en wc- 
'buiglijk, als Van EENÈN GROOTEN Man, voor een die bmg ^'"""^^ 
en breed van ftatuer is 5 hoewel in de plaets van dit de Verkorting db Jon-** 
(als Van EEN' GRC)OT* Man) die de Gemeenzame Stijl eigen gen, dog*. 
heeft, meeft gebruikt word, en minder gemaekt klinkt. aict een. 

z. Dog de andere Subjlantiva Ma/culina^ die van andere foortzijn, wil-^^ 
len de Verbuiging en Gedaente der jfdjefliva op dezelfde wijze on- 
derhouden hebben , als of *er dé Articuïus DE vooraen ftond , nae- 
mehjk met E in Nomin: enz: als , EEN GOEDE Zoon , en Jon- 
ge 5 EEN GROOTE Dienst, Reus, Stryd> en EEN TROU- 
WE Broeder, enz. 



Is 't zake nu , dat ik ten opzigte van de eerfte foort , die de E ver- 
werpt , nog ecnigen mogt over 't hoofd gezien hebben , zulk een nuf- 
greep Zal mij ligtlijk ten goede houden , elk , die bewuft is , wat een. 
oooixlenken dat 'er vcreifcht word , om dgcmeene Regelen en VerdecUur 
gen uit te vinden op zulke duiflere, en wijduitgeftrekte zaken* 

N. Hoe meer mij deze Regel gevalt, hoc ik nog al hooger wil , en 
te meer verlang om de oorzaek en rede dacr van te kunnen begrijpen: 
•want te wonderlijker komt ze ons voor , dewijl wc hier in uitfteken van: 
andere talen , zelf van ons Over-Oud gebruik y, en van de verdere met ons 

verwant- 



1 

\ 5»g VAN DE DEC L IN ATI EN, lu RiJewip 

\ verwantfchapte Talen : of dit nu een deugd of gebrek zij j kan ons de 

rede alleenlijk leeren. Ik weet wel dat het zottdijk in menig mans oog 

' zal fchijnen dat men rede afvordert van de Letterkonftige wetten : ook 

beken ik dat het aentoonen van de Wet genoeg moet zijn , zo 'lange 

^ m'er de rede niet van vinden kanj maer 't verftand is meer voldaen, als 

^ 'er ons mede de redelijkheid en oorzack vao word open geleit. 

Redeen L- Mijn Hccr verwondert zig over dat Gebruik, en ik over 3e irit* 
Oortaek nemende fcfairanderheid onzer Voorouderen, die zulks hebben weten in te 
van ditGe- yóeren • en over hunne keurliikheid om de Denkbeelden zuiver te hou- 
bew«s vaS den , zo dat het niet voor een gebrek, maer voor een zecrprijfwaerdigc 
de fchran- waerneming te houden is. Dit zal kenliiker blijken , als m*er de Rede 
derheid der van naefpeurtj immers die ik ^er op vond, overtuigde mij daer vaOv 
Voorou- ^ Onze Voorouders hebben naeukeurig opgemerkt of een jfdjeSivum ak 
invoeren jfdjcSlivum , dan of 't in den dienft van een Adverbium gebruikt word. 
van 't. zei- In dit laetfte geval komt ons jtdjeSivumj als het dus vooraen voor deze 
^^^ Perfoonlijke Bedrijvers geplaetft word, en alzoo de fbort van werking bc- 

fchrijft , dat eigentlij k net ampt van een Adverbium is 5 waerom zij dan 
in zulk geval het AdjeSivnm zonder E , en onverbuigiaem even ak de 
Adverbia gcftelt hebben: dus beteekent EEN STERK Loopbr, zoveel 
als Eén die ftérk ióópt. 

En, om de Naeukeurigheid hier van nog nader bencfiêns de zekerheid 
van onze Rede nog klaérder te toonen, laet ons het gevsd zoodanig ver* 
anderen , dat de zin-koppehng tuflèn dit AdjeSlivum , en zijn volgende 
Bedrijflijk woord eenigünts gescheiden zij , *t gebruik zal terflond deze 
Re^el ook doen ophouden, en 't AdjeSivum zal Eagteraennemen, enug 
verbuigen even als agtcr den Articulus DE. 

Elerltclijk gefchied deze Verandering , wanneer het Subfiauitvum door 
overdragt, in plaets van een Bedrijver te beteekenen , den zin acnnccmt . 
ran een Zaek of Werktuig. Dus zeit men met ondericheid, 

EEN GOED Stoffer , voor een Pcrfoon die de Stof wél af- 
veegt, 
-en, EEN GOEDE Stóffbr , voor een goeden bezem , of Werktuig 

om mede te Stoffen* 
EEN GOED Vérw-vryver, voor een Perfoon die de Vcrwe wfl 

vrijft, 
•en, EEN GOEDE Vérw-vryver, voor een' goeden ftecn om Vcrwc 

mcê te vrijven, 
EEN Goed schrobber, voor een Perfoon die wél (chrobt, 
en, EEN GOEDE Schrobber, voor een goed bezemagtig werktuig 

om mede te fchrobben. 
EEN GOED LoopER, voor een die wél loopt, 
en , EEN GOE DE Looper , voor een spoeden zantlooper , om de u^ 

ren en tijd af te meten : maer indien mai 
Looper gebruikt voor een Perfoon die 

met 




i.rerbmi. VAN. DE DECLI^ATIEN. ^69 

met &crk loopen, in fteé van / een bode, 
lijn brood verdioit (gelijk dit woord 
ook 100 gebruikt word) zoo beteckcnt 
£ëN GOëDëLoopbr, zulk een Loo« 
FBR die goedaerdig is, zo dat dit GO£. 
DE dan geen betrekking heeft op het 
Loopen j maer op den acrt van de Per- 
fbon j en daerom ook niet als een /fdver'- 
bium^ maer als een ander AdjeSivum met 
£ a^teraen verbogen en behandelt word. 
En mimers even zo nacukeurig vind men 
dit onderfcheid in 't woord Vrybr dat 
ook tweederhande* beteekenk heeft, want 
EEN ZOET Vrybr, beteekent, één. die Zoetelijk vrijd , maer 
EaEN ZOETE en BRAVE Vryer , zo veci als een Jongetje, dat 

zoet en bfiaef is , alwaer het Adjt&roum 
eeen opzicht heeft op het werkwoord 
VRYEN, moer Vryer een Jongetje be- 
teekent. 



. Maer ten tweede verandert ook dit geval , als het AdjeBivum van dien 
acrt zij, dat het op de werking en *t bedrijf van 't Verbum geen toe- 

ÏaiSng heeft , gelijk bij onze Rangtellers \ en hierom zegt men EEN 
:ERSTE, een TWTEEDE, een derde Man, Vorst, Loo- 
P£R, enz. 

En ten derde verandert het, als onze Articulus EEN door bïjyo^ing 
van 't Pronomen Zelfde zijn onbepacltheid verlieft; als EEN ZELFDE 
MaN;, Vorst, enz: gelijk men ook, zander Zinverahdering , daer voor 
zetten kan, EEN EN DEZELFDE Man, Vorst, enz* 

N. Maer zou men om AdjeRivummtt7A]nm2j:^]]iiSubftantivttm^ wanneer 
het cerflc dus onverbuiglijk zonder. E komt , niet voor een Koppelwoord 
mogen aenzien? als, Een Goed-stoffer? 

Li. o neen ! Bij de Koppelwoorden komt een andre nadruk van ae* 
cent en van zin , de kragtigfte naemlijk op dat voorgezette Lid , het welk. 
de hoedanigheid befchrijft > terwijl on deze ongekoppelde AdjeStva even 
als op de andere AdjeHiva de Accent tiaeuwer valt : dus beteekent' ook 
EEN GROOT-SCHILDER , zo veel als een Schilder , die in 't 
- ^ Groot, of groote Beelden Ichildert. 

en, E.EN GROOT Schilder, zo veel als en Schilder, die een groot 

Meeftcr is in die Konft ; 
dog £EN GROOTE Schilder, zo veel als een Schilder die groot van 

geftalte is^ 

N. Van al die Veranderingen en Waememingen , wacr van elk om •t 

A a a ' zeerft 



970 VAN DE DECLINATIEN. ii. Redmif: 

zecrfl: uwe uitvinding vcrftcrkt, beken tk nacnlijks om cenc te voren gc- 
dagt te hebben. Men mag zig met regt verwonderen over de fynhdd 
onzer Voorouderen in *t mfte&n van zulk een Gebruik i maer ik flac 
niet minder verzet, ais ik overwege, dat zulk een Gewoonte indcDaeg* 
lijkfe Spreektael zodanig vaft gewortelt ligt , dat onvolwaflène Kindereo 
zulks weten waer te nemen, enkd uit een flenter, zonder voordagc, en 
buiten haer kennis. 

• L. Zioo leert roen zo \rêi Goed doen als Quaed doen y ab men flegu 
van jongs af ons daer toe gewent. 

't Is ook, mijns bedunkens, zo fyn een ondericheid als immer moog- 
bjk is onder 't Gemeen in zwans te brengen. Waerlijk , die dit wél 
b«int., en nogtans onEe Voorou&ren voor Slegt-hoofden , en zi^ zdf 
voor fiét-weter aenziet , moet niet bekk>nkm van herfênen zijn : Sog 't 
is een oud en natuerlijk ffevolg van de Onkunde dat de Jongelii^ldiap 
arn zig zelf meer befchaeftnetd toe-eigent , dan aen hunne Voorzaten. 

N' Evenwel moet ik een zwarigheid inbrengen > waerom is 't, dat dit ge» 
bruik omtrent het AdjeStivum bij den Pkralis geen plaets heeft ? vaot 
men zeid 

■ * 

DE STERKE Loopers, enz. 

L. Mijn Heer verzint zig, dat mij ook te mets gebeurt, ditisdeP&K 
ralis van den jtrticulus Definitivus DE, want de jlrticuUis EEN eo heeft 
'er geen. 

N. Daer was ik te fchielijk op. Ik heb 'er nog een, die evenwel niet 
mis is. Waerom verzuimt men die Waememing bij zulke FtrhaUé iPw- 
• minina^ want men zeid 

EEN GOEDE Lóöpster, enz. 

Do^ niet een gcTed Lóópfter. Immers kan het JdjeSlivum hier het zelfiie 
opzicht hebben op het Fmmin: als op het Mafcul: ? 

IX. _ 
Giffing Lj^ *t Gebruik ligt klaerder sils de Rede ^ ik gis 'er deze van : mem- 

waerom lijk om de manlijkheid en kragt van beweging , die in de onverbui^jke 

Jjy,^^^ manier bij 't Mafiulm: verbeeld word, onderfcheiden te houden van de 

bmik geen zwakker en flaeuwer kragt , die , om hare vloeyendheid en vcrbuigif^ , 

plaets den aert van 't Fmminim natüerlijker aenwijft. Immers ik heb meennaicn 

heeft. diergelijken Grondflag in onze Taelgcbruiken befoeurt. Wil nogtans y- 

mand nier van anders oordeelen , at giden dat georek van opme»ing de 

oorzaek daer van zij geweeft, zijn gi^en zal niet geeftiger. nog zekonkr^ 

maer wel wangunfbger zijn. 

N. Zou 



z.Ferband. VAN DE DEC L I N A TI EM. 971 

N. Zoa je 'er ook oplofling van geven kunnen , waerom deze bewui^ 
te Waerneming bij 't Mafculin: agter den jirticuk EEN 9 en niet agter 
DE onderhouden word ? 't Is immers klaer dat het JdjeSivumy zo in 't 
ecne als 't andere geval, gelijke opzigtelijkheid tot het volgende Ferboél 
heeft ? paft het dan agter den Artknlus EÈN , waerom dan ook niet ag- 
ter DE ? 

L. Die gelijkheid van Opzigt ftae ik toe , en in 't Paflen ken ik ook waerom 

f een veifchtl , dog den oorlpronk van 't Gebruik hael ik uit een andren of het ag* 
oek- terdcn-4r- 

Toen we in onze- vorige Redewiflêling van de Oudheid onzer ^^icuü^^^ ^ 
(praken, heb ik acngetoont, dat het gd>ruik van den jtrticulus EEN ve-j^^t aeter 
Ie eeuwen jonger is, dan dat van DK Dewijle dan eensdeels die Over- DEonderr 
oude Voorouders dat nette onderscheid omtrent het j1dj$Sivum , wanneer houden 
het de hoedanigheid van 't Ferhum of van een Suhftantivum befchrijft , ^ 
niet hebben aengemerkt, gelijk uit al de proeven van de Oudheid blijkt > 
ren dewijle anderdeels in gevefte Taelgebruiken , ren opzigte van 't Ge« 
meen niet zo ligt veranderii^ temaken is, voomaemlijk als die op het fyn-uit- 
denken ruften moet , zo is dit Gebruik agter den Artkulus DE op den 
ouden voet tot huiden toe gebleven. 

Macr toen de Letteroefièning door behulp der Geeftelijkheid in onzen 
hoek begon bemint te worden , en toen de jirticx EEN mgevoert is, zo 
heeft men iêdert op die fyne onderfcheiding agt genomen. 

£ji) al is het dat men onder Schrijvers, die naeulijks twee eeuwen Qud 
zijn , te mets dit onderlcheid verzuimt vind , ik agte egter niet, dat de 
ooriprcjnk daer van zo jong te houden is : want het &omt mij onbegrijplijk 
te voren, dat onder zo volkrijk een Gemeente, als in deze Landen federt 
twee fhonderd jaren geweeft is , zo fyn een onderlcheid kon in&evoert 
worden , in weerwil van een tegenftrijdige gewoonte } dies houa ik de 

f:eboorte daer van even oud als die van oen Articülus EEN$ en befluite 
an ook hier uit , dat zulk later verzuim alleen gelproten is uit een ver- 
keerden opvat van die Schrijvers , als of dat moncfeling gebruik een gebrek 
waer, dat ze met de pen vetbeteren wilden. 

«, XL 

JN. Ik laet nog al niet af van vragen > Ik weet wel, dat, ichoon ik bij Giiiïng 

de i^obrden Koking, Vorst, Prjns, Overste, Heer en Meester, JJ^jJ^^ 

als mede Kneot, en Ondbrdabn, Vriend en Vyand, en PbRsoon,}^^^'^^ 

enz: geen uitaang van -er of -abr of -ier of -ling vind , die egter en KA- 

thans Dij ons xxi aert van een Bedrijver uitbeelden , en dies ook ieders zin REL on- 

aen ons een denkbeeld van een Befherder of Dienaer , en gevolglijk van l^I^^* 

ecai zeker Bedrijver mededeelen j maer hoe zal ik die eigenfchap aai ons hoorcn ' 

MAN, MENSCH, en KAREL thuis wijzen? 

Lf. In dit ftuk moet men niet veel agt geven op de toegevoegde Ter- 
minatUn , want die Uitgangen op «er of *ibr , of -*arr of -lihg zijn 

Aaa X van 



^j% V A N D E D E.C L I N A T I E N. ri. Rede^if. 

van jonge geboorte, wacr voor men oudtijds of geen bijzonderen uitgang, 
of flegts A of Ë agtcraen, gebruikte ^ gelijk in"t lluk van onze Afleiding 
bloeder blijken zal. Op dien voet kan men MAN of MËN, of M AN- 
NE gelijk-flammig rekenen met Mannen of Mennen, (d: i: beheercn, 
beftieren) , als wanneer het zo veel als Beftierder beteekenen zou. Dog 
ons MËNSCH, zijnde, volgens aen wij zing van de Oudheid, bij inkor- 
ting ontleent van Mënnisch, Humanus j (gelijk ook in *t F-TH , hij 
fVilleraem p: 14 (.144, en iff, €|^ J6ettltt^ftO / Homo^ en inde Catecb: 
Tbeotifca van omtrent de IX. Eeuw, door Eccard A*. 1715 in 8. uitge- 
geven , p: 70. 8z en 8}. F-TH , «ÜBetttttfgt of JflSantltfgt / bumam\ 
(S Humariitas j £5? Homo\ en in 't A-S, JBcmufc/ Homo^ (^ Hum^msy 
gevonden word) h oorfpronkelijk een jfdJeSivmn-y dat men kan aen^ien, 
of ( I ) als van. 'c Onzijdige GeUagt , gelijk men ook nog da^glijks zdt, 
HET, DIT, en DAT MENSCH, voor Dezen of Die» der Afenfcben^ 
gelijk mede HET VROUMENSCHj of (r) als van *t Manlijke , ge- 
lijk men ook zeit, DE MENSCH, in 't Generaelj in tcgenftelling van 
een Dier, enz:, en als bij overdragt van geflagt, óm dat net gebied voe- 
ren aen 't Manlijke eigen is : bebalven dat ook , yranneer jfdjeSiva tot 
Perfonen overg^en, gewoonlijk, en met rede, dit Mannelijke Geflagt, 
als bij uitflek , dacr toe genomen word ; 't en ware 't geval het Fcmimr 
in *t bijzonder vereifchte. Zulk een overdragt van Geflagt tot het Mdf- 
culin: vind men ook al in 't F-TH, bij Tatiaen^ p: 6f , JIBtmia tttnait 
j^alltflon M. , en ook A-S, jtufa tj^ittttt l^ettatt .V/., Mattb: VT 4j; 
even gelijk ook bij ons Min bn hep UWEN NAESTEN. M. Van 
den oorfpronk van dit MAN en MENSCH Aaen we naeder te fpiekcn 
in onze IL Proeve van geregelde jlfieiding bij 't Worteld: MEIN. 

Bij 't woord KAREL , dat ook als een Eigen-naem gd>ruikt wierd 
(gelijk ook alle onze Oud-duitfche Namen van Gemeenc beteekemfloi 
ontleent zijn geweeft ) is vooreerft de uitfi;ang -EL , die eertijds of ( r ) 
Subftanttvè gebruikt wierd , om een Middel van werking aen te duiden, 
of ( i ) AdjeSivi , ak een foort van Zaken of Werking j en ten andere 't 
verouderde Werkwoord Karbn, daer 't woord Karel mij van a^e- 
daelt fchijnt, beteekende eertijds Bezorgen^ Bewaren ^ Befcbermen^ even ab 
bij 't A-S , tfatatt / & tfattatl {follmtum ejfe^ curare) y & «ara/ «a» 
(Cura)^ gelijk ook nog bij ons een Viskaer iet beteekent, waer in de 
Vis levendig bewaerd word, en ons Karig komt voor zuinig, zorglijk, 
vafthoudende , en bewarende s zo dat KAREL dan in den grond een Be^ 
zorger , en Befchermer zou beteekenen .5* zijnde welvocglijk voor een Ei- 
gen-naem , als bij ons KAREL, A-S , Cad (Carolus)^ die naderhand 
zeer eigentlij k tot het Manlijke Geflagt is overgebragt , gelijk dan ook 
A-S, 4ttOtl MarituSy (zie Job: IV. 16.) en bij ons aLarei., Homo Ro^ 
bufius , en wederom A-S, CatI/ Mafculus , welke laetfte beteekenis on- 
der de Angelfaxen ook zelf tot het Manlijke gedierte is overgcdragCD, 
als A-S, <rad-cat {Catus mafculus). 

Gevallen u nogtans deze Oploflingen niet, ik wil die wiflêlen om be- 
ter. Immers onze Voorouderen, die nader aen den ooripronk van 't ^ 

broiki 



t. FerhMd. V A N D E D E C L I N A T I E N. J7J 

bruik , en voor zoo verre nader acn de kennis van de ware Afleiding fton- 
dcn , hebben deze gemelde Woprden van gelijken aert aengezien , als de 
andere Perfonalia , 'vermits zij die , ten aenzien van *t JdjeStivum een 
cvengdijke beliandieling hebben toegepaft. Of, dunkt men -evenwel dat ze 
hier ni gedwaelt hebben , of anders , dat het gebruik hier in dwaelt , -zo 
•er wettige rede van zulk dunken opkomt, mag men dan deze drie flegts 
aenzien aS uitzonderlingen > hoewel het dus of zoo mij weinig kibbeling 
waerdig fchijnt. 

XII. 
N. Ik vind 'er genoeg in, om 'er bij te ruften 5 macr hoe^yel wij ^^P^/^ 
Nederlanders in die aerdige Onderfcheidene behandeling van het yldjeSti- bcftond.cn 
vum ónder alle anderen van Duitfchen Stamme uitftcken , nogtans hebben hoc 't in 't 
wij voorder dit met den Hoogduitfchen gemeen, dat het AdjeStivum (1) Höog- 
aJs'het zonder Articulus^ of agter de jtrticulus Indefinitivus ftaet, of (i) ^^Jfch is, 
als het agter ósxL.jlrtk: D^finit: komt, ondericheidentlijk behandelt word. Q^dcr- 
Zonder jtrticulus y en agter den jïrticulus Indefinitivus komt het jfdJeHi' fchcident- 




duitfch. necrzcdcn 

jirticulHs 

<©|Offer/ 8c eiti Stoffcc 2o?tt. M»fi:. X"T 

4^^^t / & eim groffe ^S^mntk. Fmmu „iet voor 

4^|0ffe^/ & dn 0?Ofre^ (bij inkort: ook grof)) H^affet. Neutr:. zich heb- 



ben. 



Zoo loopen ook bij ons eveneens de genen die zonder Artic: en die ag- 
ter den Art ie: EEN komen, naemlijk, 

GROOTE, en EEN GROOTE Toorn. M. 
GROOTE, en EEN GROOTE Boosheid. N' 
GROOT , en EEN GROOT Water. N. 

Uitgenomen dat onze Voorouderen met groot Oordeel bij^ fommige Be- 
drijvende Subftantiva MafcuUna^ gelijk vooraf door u is aengctoont, de Ad' 
jeêliva als Adverbia onvcrbuiglijk , en zonder E verkoren h^ben te houden. 
Dog die den Artiatlus Definitivus voor zig hebben, gaen eenigdnts op 
een andere wijze, zo in 'c Hoogduitich als bij ons, ak 

f©tt 0rofrej|19antt> fDE GROOTE Man. -j 

In *t Hoogd. ^ ^te groffe f ran. >en bij ons< DE GROOTE Vroow. > 

v><l^a5 groffe €gler. i LHET GROOTE Dier J 

Adaer hoe vond je 't in dit fhik bij. de Oudheid ? 

Lr. Ten opxigte van de Oudeni, die den jlrtic: Indefinitivus niet en 
honden ^ als 't Moefo-Gottifch , Angelfakfifch, en 't oudfte Frankduitfch 

Aaa i heefk 



374 VAN DE DECLÏNATÏÉN- ix. Redtmf. 

hceSc men flcgts aen te merken j hoe 'c bij haer zonder Artkulus toe- 

XIII &^&* 

Hoe 't Onder 't Gotthilche heb ik die onderfcheidene behandeling der jiijec- 

Mcefo- tiva niet kannen befpeuren^ hunne Veibuiging (of Decünatü) heb ik in 
gotüufche ^^ij,^ yQi-jg ^faSfaetje geftdt. 

wmgaêt. ^y '^ Frank-Theutfch vind ik die ftacitcn, als «t bij 't A£i/cMi: en ^ of (^ 
XIV. bij 't Neuir: ('fchoon zonder Artu:) niet dan zelden, zo wel bij Tatüu» 
Hoe het als fFilleraem : en gewoonlijk is bij die jlutheuren de behandeling van 't 
^^2^ jfdjeSivum eveneens , 't zij hét zonder , 't zij met jirticulus komt. 

^* Voor hunne gemeene toegevoegde Terminêtien vond ik a (of e of o), 
att (of en / of on/ of un)/ en voor minder gewoone t$J tU»/ & 01 
(of ere)/ dog voor ongewoone er & fl^. 

Dat a/ ofo/ of e/ hier zo onverfchiUig komen , doet weinig ter za- 
ke, vermits deze Uitgangen, onzakelijke «den zijnde, en gevolglijk foei 
over de tong rollende, geen accent ontfangen > waer door dan 't onda- 
fcheid dezer Focakn of onvermerkbaer of van geen bdang word. 

De a (of e) komt in Sst^ul: bij den Nmmnati van 't Mafcukj en bij 
écu Nam: Mcuf: Dat: 8c Abl: van 't Fmminiy gelijk ook mede, dog zd« 
den, bij den Genit: van 't Ftminu In%eljjks komt ze ook bij den jÊccuJi 
& Nom: van 't Neutrum , bij aldien 'er de Articul: C|^d$ vooraf gact$ 
anderiints komen die twee Cafus bij het Neutr: zonder toegevoegde Ter- 
miuatie. Bij 't Fcemim vind men ook wel O in fteé van a (of e;. Dog 
in Pluralis door al de Geflagten, en al de Cafus' a (of e)/ macr 
meeft e* 

De an (of en of on) komt in Singul: bij den Genit: Dat: & Jhl viQ 
*t Mafcul: 6c van 't Neutr: ^ en Uj oen Gemt: van 't Fcem: ; gehfk ook 
wel tomtiids bij den Plur: door alle de Cafus ^ voc»'naemlijk in Èat: (^ 
jtUif en dienvolgens het Frankduitfche AdjeSiv:. 



Mafcu(:. 
Nom: 



Sing: 



\ F-TH j&ttOje. 
Dat: Ace 



\ 



Gen: Dat: Acc\ Ahh 



Fam:. 


Neutr:. 


Nom: D: Jcr. JH: 


Nua: ^ec: 


^nose. 


Jbmst & J^tt^ 


Gevitx 


Gen: Dat'. (^ JU: 


•jdtosro. 





Pbtral: Door alle de Geflagten en Cafus^ JtnOjf/ tnJbWOSen} dogmeeft 

het eerAe. 

Nog komen ook te mets in Singul: bij den Genit: van 't Mafi: 6f 
Neutr: 1$ in fteé van en^ en bij dcnDat: '&? AH: van 't Mafr. ö* Neuin 
etttO/ en, bij den Genit: Dat: cf AH: van 't Fem: , gelijk ook bij den 
Genit: Plur: van al de Geflagten ero (of ere) in fteé van en of e*> voor- 
naemliik als 'er geen Articulus^ uit hoofde van den zin, vooraen vo^, 
in welk geval wij den Genit: door VAN aenwijzen j als bij fï^iüeram^ 

p jj^. ssmimdtn/ auor micj^elere trcfte / ante fneje| flantftr^ (d: i: 

Een Boomtje, maer 'üon groote kragt , en van zoeten reuk: NB, flank 

wierd 



t. FtrbMd. VAN DE DECLINATIEN. ^j^ 

wicrd eertijds ook in een goeden zin gebruikt ) 5. en een weinig verder 
op dezelfde pagi 74. Cj^at Ant ttUCJ^lerO Dignitatis (d: i: Daer zijn^ii» 
groote waerdighcid)> cnpag: 34.mttl) tOJUi0erO gej^O^fdtttefil^etlk (met willige 
Gehoorzaemheid), en pag: 68» Cl)a5 gerufle 0UO&erO 3UtO / aultt gttO^ 
DetO tDetd[)0 (d; i: Die Toerufting van goede Leeringen, en v»» goede 
Werken) , en pag: 7f. 2^1 t]^e$i gttOtKg fi:attt|^ (vol van den goeden 

Reuk), en pa^: po. 3ich gat)p ttitcj^ gemuojigat tDerelMtcj^ero forgan 

(d; i; Ik heb mij gefpecnt van wereldlijke Zorgen), en pag: yz. 
S3Ottm0attlO routier o <Ep|^l0 (een Boomgaerd van roode Appelen) , en 
M.' PJ 5 ïlUtt^afttJ guotiero tOtrCJ^O ( Vermaert van goede werken), en 
/^: 81., Xtumgiafttg ftaUgara vDUgatj^a (Vermaert van onwankelbare 
of geftadige Deugden), tn pag: 161, ttJK tliattlJC||erO ^Ugat]^ i$ (die 
va» Manlijke Deugd is). 

Dog de zeldzame Jcrminatien , als er ( zo hij niet voor Comparafivui 
dient ) in Nam: Singul: bij 't Mafcuh , en a$ in Nom: & Ace: Sing: bij 
't Neutr: , vind men zeer fchaers > hoewel Tatia^n die gebruikt bij de Par^ 
ticip: van 't Pajfiv:^ als ze voor\^^>^:verftrekken} als/Mfg: 14. SlrflOj^ 
tener toa^ gttragon (een geftorvene wierd gedragen), ttipap ip. iimtl 

mtt toud^on tettmtttanas/ ivxx gile^ita) m crippea (een Kind met doe- 
ken bewonden , ende gelegt in de knbbe ) : gelijk men 't ook bij Wille- 
raem vind , wanneer het jtdjeSivi tot uitbreiding komt van 't vorige Sub^ 
ftantiv:^ als pag;. 74. Cynnamomum y tDepniga5 S^OUttttlm (d: i: Ka-^ 
neel , een klein Boomken). Zoo vind ik ook eens bij Tatiaen het MjeStivi 
daer het Adverbiatitn behoorde te zijn, ^pag: pt. Jft^inhtttljf IJgt ÏAtü^ 
nut ( mijn Knegt ligt lam of j^eraekt ) , tegen zijne gewoonte , zo dat 
het mij een penmut Ichijnt te zijn^ want gemeenlijk zet hij, ^is pag: 7., 
tfcer tft mtj^^ti (Deze is groot), en^^; 21. €ger JlBatl \0A§ ttljt mtt 
CkltfO^j^t ( Die Man was regtvaerdig en Godvrugtig ). 

N. Hoe gaet het met het JdjeStivum in *t Angdiakfifch ? k^aS-^ 

L. Dit vond ik aldus. ^ . wif». 

xuchgaet. 

AiAfe: Ftem'. Neutr: 

rNomx A-S> ^1li> (BoMis).A'S,^tft. A-S,€krtl- 

iGemt: 450tie|. 4MKt. ^QH«$. 

Plun Door alk Geflagten. 

I 

Nom: (^ Acc\ 4E^0lir. Genit: <Mtea. Dat: & Alh 4£(0bum* 

2k> dat ook de er en a$ ( of Q ) gelijk in 't Hoogduitfch, aliucr geeo 

placts hebben. 

Dog 



1 



57^ VANDEDECLINATIEN. ii. RtJtmif: 

XVI. Dog 't Hoogduitlch vind zijn wedergac in 't Yflandfch , alwaer , vol- 
EenYf-gens de Grammatica JJlandica Rudiment a van Rutuïpb. Jonafz^ (in *t ^. 

Irfïval- ^*^ ^"^ ^^ Tbefaur. Ungw. Septentrional: van ///«^J , fag;. 30 en }£ 

vum. gebragt) de Adjt&iva in tK aldus verwandelen. 

't Yflandfche Jdjeüivttm zonder Jrtie: op Ut ui^jaende. 

M. F. N. 

f Nom. 5)5Ipbttt (LéCtus). ' 9^^. S^l^. 

x";-,,. J ^«»= 9&W- JWptarat. SWpbt^ 

l ^^n d&Ipbanti. S3I^- 95Iptit. 

M. F. N. 

r Nom: tBUjS^. S^Iptiat. 9^1^ 

p&_. 1 ^ Gw: ^{pl»ra. 231pbra. • SMpbta. 

'^'*'^- ^ D:(^ Jb: SDiptmM. S^Ip^nttt. S^Il^bimt. 

't Yflandfche jidjeSiiMm^ met den jirticuk ^a< 

r iVoM: ' i(a ^1^. ^u 93Ipt»a. ^|at»^ 

^''«*^< x):£^^: «pdmWpba. tfeiïte >95ïpbe. «Pf^w- 

/»&r«/: M. F. N. 

Nm: Gen: Dat: ö»^., törit/ tÖ«t/ tgattg SSUptol/êcc. 

Ondertuflèn is het zeer opmerkelijk, hoe in dit Yflandfche de Kimbn- 



uitgang bij den Nomi (^ Acc\ van 't Neutr:^ bij aldicn het AdjeS: zx>n« 
der Ar^k: komt> en zoo verder nog meer. Dit alles , niet tcgenfiacnde 
de eerfte gemeei^chap dezer twee takken twee of drie duizcod jafcn oud te 
Üchatten is. 



jid0i^ ^^ anders zou gedagt hebben), vermits bij 't oude Frankduitfch die mc- 
tfMm Fosm: ë^S bcnefFens die van t al ia gebruik was. 

Maer eer we de A^eSiva ten einde brengen , zal ik mij nog inhten 
tot eenigc andere Acnmcrkingen. 

In 



F^ 



t.FerbatuL V AN D E D E C L I N A T IE N. 577 

lil onze Tiende Redcwiffeling hebje al vcrmaen gedacn ^ dat onze XVIII. 
Comparativus in -ER uitgaendc geen verbuiging van Cafus aenneemt. Ik .Y^. ^^ 
icb ook gemerkt) dat onze Partictpia paffiva^ fchoon. JfdJeSiva^ ^^^^^^^ companni- 
een agterzetting lijden, van -ER of -DER of -ST om daer door Compd- va. 
rati'va of Superlativa <e worden , dog wel de voorzetting van 't jldver^ 
Hum MEER of MEERDER en MEEST i als 

MEER vof MEEST GEDRUKT, dog niet Gedrukter nog Gedruhji. 

^^ Zoo mede bij Vergeten, Geprezen, Bewogen, Geborsten, Ge- 
braden. 

Lr. Dat 's wel waer bij deze uwe Voorbeelden , die zelden als MjeSi^ 
va Com^rafiva gtbruikt worden j dog anders is *t gelegen bij de zulken, 
die gemeenzamer in dat geval voorkomen, en daerom ook even als de 
andere jtdjeHiva van Vergelijking behandelt worden, namelijk 

BEKROMPEN, BEKROMPENER, BEKROMPENST. 
GEREGELD, GERELDER, GEREGELDST. 

'Zoo mede bij ons Ervaren, Gedrongen, Genegen, enz: hoewel 
MEER ea MEEST daer bij even gan^^aer zijn. 



N. Terwijl we hier van de Partic^a Paffiva , of PrMerita Parfidpii vU" dd 
{ men noeme het zo men wil ) gefbrck hebben , valt mij in , dat ik bij fom- agteraf- 
mige Schrijvers , en zelf bij zulke die roem hebben , en ook roem ver- werping 
dienen, voomaemlijk bij de hedendaegCche, véél -of meeftal vinde, dat ze J^*^ NE bij 
die, wanneer ze op -EN uitgaen, als VsllsLAGfiN, Gegeven, enz:, cripi^p^jp^ 
als ze jidjeSivè komen, in de Verbogene Cafus de N of NE agteraf op -£N uit 
ontnemen, als VERSLAGE, GEGEVE, enz: in fteê van VERSLA- g^cn, 
.GENE, GEGEVEN E, enz: dat mij gebrekkig te voren komt, dewijl 
aeo onze AdjeStiva cicen is , wel een E nae eüch van zaken aen te ne- 
men , maer nooit een Grondletter agter af te werpen. 

Li. Niet alleen die Partictpia^ maer ook bij de Stoflijke ^^V^/v^ , die 
van Metalen of eenig ander ftof ontleent zijn, als GOUDEN, SILVE* 
REN, TINNEN, enz: word die zclfile afwerping gepleit. 

Als . men op de % Oudheid , c^ de Vergelijking , en op de Agtbacrfte 
Voorbeelden ( die*, te iamen zijnde, veel m een Tael moeten gelden) agt 
jzal geven, ben ik 't vcdkomen met u eens. De Oudheid toont het ons 
volledig, als A-S, Jbt ^kOKnOi IbVMOi (De Uitverkorene Zoon) Mattbi 
III. 17. en in 't F-TH, 4|Barmorine M>Ult (Marmorne Zuilen) & 45jifc. 
trinen jpttOjen (Goudene Voeten), beiden bij fFiïïeraem^ pag: loj. Voeg 
hier bij het F-TH, jpo;Ia3anerO S3utg {ReliEta Civitate) bij Tatiaen^ 
-fagz f), enz:. 

J^cg ik zie zulk een verkort fchrijven aen voor een Infmelting, die inge- 

B b b volgt 



XX. 



J78 VAN DE DECLINATIEN. li. Hidewiff: 

volgt word, om aen de daeglijkfche Sprcektael te meer te gelijken} want 
dewijl onze Spreektad niet gewoon 13 de N acteraen die klem- en Zaek* 
looze SUben voort te brengen , zo heeft ze noodwendig tot die Infindtii^ 
moeten vervallen, zo dra die PartiHpia tot AijeSiva^s oveigingen. Ook 
is in Dichtmaet die af knodfing verlchoonlijker , om dat de dubbdflaer* 
tigheid daer t'onpas komt. 
Van de ^^ ^^ ^^^ ^^S ^^^ anders te zeggen van MjeSliva , die men Folkjlag-- 

^ ,.,• nocmL 

- . . ^ ^ {wacr 

-SCHE ? ^^^^ ^^^ '^y inkorting of bij invlijing van den daegl^kfen Spreektniu^ 
Amster-* ^f ^°^ beter te vloeyen , ook -SE fielt) agteraen hebben, als Amstkrdam- 
DAMMER» 8CHE , Haerlemsche , Haegsche , Délfsche, Harlingschb, enz: 
en Am- welke fteeds^ en niet anders ak voor MjiSiva dienen, en ook even als alk 
icH^^cn ^^^^ Mjeaiva op de gewoone wijze behandelt worden* £n (x) ten 
vandéon-^^f^ zuiken, die op -ER uitgaen, welke tevens ook als f «^mttm ge* 
verbuig- bruikt worden > namelijk 

Ujkhda 

ftefoort^o ('^* ^^ Subfiaia:. Eek Amsterdammer, ^qox een Jmfterdam/A Perf$n. 



Phetfelijke ^{?^) ^^ Stede- of Plaets-üjke heeten mag, en gewoonlijk GetuiBa nc 
Adjtsiiva Van die hebben wij 'er tweederhande j ( i . ) Eerftelijk , die -SCHE ( 



die als Ad* 

oen 9 en 
van hare 
Verbuig- 
MJkheid^zo 



/-Amsterdammer 
I Habrlrmmbr 
j Rotterdammer 
i Schiedammer 



IC voor ,■ N *. v^- a--^ t? ^,JHaRL!»GBR 

vum vcF- 
tücïkcsL 



Alkmaerder 
Mbdbnblikker 
Enxhuizbr. 
Abkouwbr 
lBabvbrvgobr 



SCHIPFBR, VbERMAK, ScRIP 

pf Schuit j eta:. 



Aen dezen , ak 2e voor MjeSHvtm dienen, is het btizonderlijS: eigen^ 
dat ze onverbuiglijk bij ons blijven door al de Cams heen^ in :dle 
Geflagt y en dat zo wel bij 't Meervoud als bij 't Êoirood : dos zeid 
men^ 

Db Harlikger Vbrrmak. 
Van en aen dbn Harlinger Vbbrmak. 
ea Db Harlingbr Vbbrlibden , dog niet Hsrlmgsre. 

In tegendeel, wanneer dit foort als Subfiamivtim iïL t fpd komt, RO 
wonlhet even ab de Subftamrüa verbogeoi dos 

in Gen: Sing: Des Harukgbrs, d: i: Des Perf$om van fS^rlmgi. 
mNamti^ jlcciPh Db Harlingers, d: i: De P effenen vat$ BkrUme. 
in Dan Plur: Aen de Harlingers (of in Verhev: Stijl^ Dbn Har* 

xjngbrek) > d: i: Aem de Perfinen va» Narlkigei 

N. Dat 






2. Férbaitd. VAN DEDECLINATIEN. 



37i> 



N. Dat Voorbeeld verfchaft mij nieuwe ftofFe tot een vrage , die op de Hoedde 
JdjeBiva ziet) naemlijk of 't niet oeil: zij, dezen altoos ^ wanneer ze in ileé jtdjeéHva's 
van S$iè>fta^iva\ dienen^ even als die te verbuigen? gelijk ook in dit boven- gcdcdi- 
gemelde 't gebruik zulks meêbragt : in andere gevallen vind ik nogtans ^^^^ ™^^" 
de Schrjven als waggelend , en niet alleen elkander , maer ook zich zelf ^^^ ,^an- 
dikwijls ongelijk. neer ze 't 

amjpt van 

L. Dc Oudheid is hier ook niet al te beftendig in ," zo dat ze' in ^^^y^ 
deze twijflfeling geen fcheidsvrouw kan zijnj tnaer, behalven dat *er nietyccdcn. 
redelijker is , dan dat elk ding het ampt en regt onderhoud van 't gene 
dacr Yoor het te fcheep komt y zo kan ook de Gelijkredigheid ( of jïna- 
logie) ons hier uit redden, zonder iet voor te fchrijven, dat van het gebruik 
wederiproken word : want niet alleen dat dc zo even te voren bijgebrag- 
te Voorbeelden ons leeren , dat* het jtdjeSivum ook als een Subftantivum 
bij ons behandelt word , wanneer het den zelfden dienft waerneemt , zo 
kan öok ons woord OVERSTE (dat in zijn oorfpronk zekerlijk een Ad^ 
jeSivum is , als zijnde een fuperlaüvus van Over ) dit acnwi)zen \ want 
raen fchiijft en zeid DES OVERSTES (of DES OVERSfENS) be- 
wiu j en niet Dis Overften bevel j gelijk het wezen zou moeten in dien 
OvERfiTs als een jtdjeSivum verbogen wierd , terwijl de S in Genit: eigen 
is aeo de SubftMtiva ^ dus zeid men ook nog in Pïur: DE OVER* 
STEN (of OVERSTENS) dat anders zonder N of NS zou moeten zijn: 
waer uit dan volgt, dat dit woord OVERSTE, en allen die in gelijken graed 
ftaen, den Dat: Accx Voc\ & Ahl: Siftguk eveneens als den Nom: moeten ^XII. 
hebben, en in Gefiit: de S of NS, op de wijze van de Subftémtha^ *^ Woo d"^^ 
op E haien uitgang hebben. zc^vdg 

Op dezen voet verkies ik altoos elk woord van ons op dezelfde form te tebdiaii» 
behandelen y als hij dat gefchieden moety welks plaets bet bekleed \ en gevolg- ^?1«* «ï* 
lijk dc jtdjeSliva te declineren als Subfiantiva^ zo ze dacr voor dienen, en ^'^^^ 
wederom die Onverbuiglijfc te bouden, wanneerze als jtdverbid's komen, plsiets het 
cvengclijk oök ons algemeene gebruik medd>rengt. bekleed. 

Want, gelijk al wat dc hoedanigheid van *t /'^fr^i/w befchrijff , als een ^^'• 
jtd<uerbium bij ons moet aengemerkt worden , zo zeid men ook te regt , of it^^ 
Die Man is (of ook Die Manken zyn) STERK, en niet flérke : jeühm ea 
en , uit dezen hoofde agt ik dat onze Voorouderen dit Gebruik ingcvocrt ^^rtmp£$^ 
gehad hebben, van onze Adje^iva of Participiay als ze agter \Subfianti- ^^^*^* 
'Dum' Aaen, en bij *t Verbum gevoegt worden , als Advefbia\s onverbuig- buiglijk bij 
lijk te houden, en dat zelf ook in Verkorten Stijl, fchoón *cr *t Verbum ons zijn ? 
Jisü^ verzwegen word, als, De Vorsten, AFGERIGT op Krygsza-^^^» ^^ 
'kkn^ en niet afgerigte\ vermits AFOEmar nis een j^tfrfeVww komt , waerGERiGT' 
onder Zynde verftaen word. Ee» nettigheid voorwaer die men bij veel &c en niet 
ao de i r Talen niet gewoon is te vinden. ^Vrtl^n 

Ondermflchen kan men dit tot tceken nemen , om te weten of ons AdjeBivum 
%ls ccn AdjeBhmm dttof *talseen5'»*/?^»f;kome, naemlijk, dat het laetftege- 

Bbb z val 



380 VAN DE DECLINATIEN. ti. ReJewifs 

val nog een JdjeSiivtm voorop gedoogt , als , EEN GOED OVER- 
STE. 

N. Evenwel geeft het fomtijds geen vcrandCTing acn den zin, of men 
't Mje6livum dus óf zoo aenmerkt, als waimeer men immers zig ook on- 
verfchillig van deze en gene wijze van behandeling bedienen kan? 

L. Zekerlijk. Dog vol&cktelijk blijft het een jfdJeSlivum , wanneer 
de zin onaffcheidelijk verknocht is aen *t volgende otaen 't voorgacndc 
Subjiantivum^ als, 

DiB DE VROLYKHEID dbs Gemoed» bbtraot , bbt&ag